Wijzigingen ASV
Tekst van het document
OUD Artikel 1. Definities
NIEUW Artikel 1. Definities
TOELICHTING WIJZIGING Begrippen die niet of slechts één keer in de verdere tekst van de ASV terugkomen zijn verwijderd. De definities van begrippen met betrekking tot de-minimissteun en het Europees steunkader zijn verkort. De verwijzingen naar specifieke regelingen zijn verwijderd.
Artikel 2. Reikwijdte
Artikel 2. Reikwijdte
Het begrip ‘project’ is toegevoegd. Het tweede lid van dit artikel is vervallen. In dit lid was bepaald dat het college een subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de wet (een begrotingspost subsidie of een incidentele subsidie) kan verstrekken indien de raad voor een dergelijke subsidie reeds in de begroting financiële middelen heeft gereserveerd of de gemeente een doeluitkering heeft ontvangen. De reden voor het verwijderen van dit lid is dat subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de wet (begrotingspostsubsidie) slechts kunnen worden verstrekt als de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld vermeldt. Dit is in datzelfde artikel van wet bepaald. Met betrekking tot subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder d, van de wet (incidentele subsidies) bleek de beperking “indien de raad voor een dergelijke subsidie reeds in de begroting 1
-
Artikel 3. Bevoegdheid college
Artikel 3. Subsidieregelingen
Artikel 4. Subsidieregelingen
Artikel 4. Staatssteunregels Artikel 5. Subsidieplafond
Artikel 5. Staatssteunregels Artikel 6. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
-
Artikel 7. Verdeelsleutels
financiële middelen heeft gereserveerd of de gemeente een doeluitkering heeft ontvangen” te groot. Op de begroting worden geen subsidiebedragen gereserveerd en niet in alle gevallen is voor de subsidie een doeluitkering ontvangen. In het geval een incidentele subsidie wordt verleend, is dit wel altijd in overeenstemming met de op de begroting genoemde budgetten. Dit artikel is nieuw. In dit artikel wordt opgesomd welke bevoegdheden het college heeft. Het college is bevoegd tot a) het besluiten over het verstrekken van subsidies, alsmede het verbinden van verplichtingen en voorwaarden hieraan, b) het vaststellen van een controleprotocol, c) het vaststellen van subsidieregelingen, en d) het vaststellen van beleidsregels. Deze bevoegdheden had het college al, maar deze zijn nu expliciet vastgelegd in één artikel. De tekst van dit artikel is aangevuld. In het artikel wordt nu ook genoemd dat het college in de subsidieregeling kan bepalen hoe de subsidie wordt vastgesteld. Dit artikel is ongewijzigd. Het tweede lid van dit artikel is gewijzigd. Dit was een ‘of’-bepaling, maar is nu een ‘en’-bepaling. Dat betekent dat nu aan beide voorwaarden genoemd onder a en b moet worden voldaan voordat het college een subsidieplafond kan verlagen. Dit artikel is nieuw. De verdeelsleutels, de wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebudget 2
Artikel 6. Indexatie
Artikel 8. Indexatie
in het geval een subsidieplafond is vastgesteld, waren in (artikel 5 van) de subsidieregeling (subsidie gemeente Delft 2020) opgenomen. Omdat er slechts een beperkt aantal verdeelsleutels zijn die op een subsidieplafond van toepassing kunnen zijn, is ervoor gekozen dit artikel naar de ASV te verplaatsen. Het college kan bij de vaststelling van een subsidieplafond bepalen welke verdeelsleutel van toepassing is. De tekst van het eerste lid is gewijzigd en de leden 2 en 3 zijn toegevoegd. In het eerste lid wordt bepaald dat de raad jaarlijks de hoogte van de indexatie die op subsidie kan worden toegepast vaststelt. In het oude artikel 6 was slechts bepaald dat de raad besluit of indexatie op subsidies wordt toegepast. Hierdoor was onduidelijk of het dan ook de raad is die de hoogte van de indexatie bepaalt. Deze onduidelijkheid is door de wijziging van het artikel weggenomen. In het nieuwe tweede lid is bepaald dat het college kan besluiten of de indexatie daadwerkelijk wordt toegepast op een subsidie, dit kan het college enkel bij subsidieregeling besluiten. Ook kan het college bij subsidieregeling of verleningsbeschikking besluiten gemotiveerd af te wijken van het indexatiepercentage. Deze kan-bepaling is aan het artikel toegevoegd, omdat er gevallen kunnen voorkomen waarin het niet wenselijk is om indexatie toe te passen.
3
Artikel 7. Aanvraag
Artikel 9. Aanvraag
Dit is bijvoorbeeld het geval in de situatie als omschreven in het nieuwe derde lid. Indexatie wordt in het geval van een meerjarensubsidie (ambtshalve) door het college toegepast. Gedurende de looptijd van de meerjarensubsidie kan het subsidiebedrag jaarlijks worden geïndexeerd. Dit lid geeft het college de mogelijkheid om van die indexatie af te zien als het weerstandsvermogen van de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de beschikking dusdanig stijgt dat het weerstandsvermogen te hoog (meer dan 10% van de inkomsten per boekjaar) wordt. De tekst van dit artikel is aangevuld. In het eerste lid is verduidelijkt dat het aanvraagformulier wordt ingediend met gebruikmaking van eHerkenning of Digi-D. Dit om ervoor te zorgen dat subsidieaanvragen direct op de juiste plek (het subsidiebureau) terecht komen. Bij enkele subsidies kan het wenselijk zijn dat de subsidie op een laagdrempeligere manier kan worden aangevraagd (bijvoorbeeld per e-mail of per post), om die reden is in het vijfde lid een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Aan onderdeel a van het tweede lid is toegevoegd dat naast een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ook het bijbehorende subsidiebedrag op het aanvraagformulier moet worden vermeld.
4
Aan het tweede lid is een nieuw onderdeel d toegevoegd. Bij de subsidieaanvraag moet een uittreksel van de Kamer van Koophandel worden aangeleverd. Dit werd waar nodig bij subsidieregeling geregeld. In het vijfde lid is de mogelijkheid tot afwijken bij subsidieregeling opgenomen, van deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt in het geval een subsidie ook door natuurlijke personen kan worden aangevraagd. In onderdeel e van het tweede lid is verduidelijkt dat het gaat om het jaarverslag en de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd. Indien deze stukken nog niet beschikbaar zijn, worden de stukken van het tweede kalenderjaar, voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd ingediend. Dit laatste is in het lid opgenomen, omdat het niet altijd mogelijk is om het jaarverslag en de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd aan te leveren. Bijvoorbeeld als in de maand januari een subsidie wordt aangevraagd. Het derde lid uit de oude ASV is verplaatst naar onderdeel c van het tweede lid. Artikel 8. Aanvraagtermijn
Artikel 10. Aanvraagtermijn
Het nieuw toegevoegde derde lid verduidelijkt welke datum de datum van indiening van de aanvraag is, namelijk de datum waarop de 5
aanvraag volledig is. Dit is van belang om de tijdige indiening van de aanvraag te kunnen beoordelen. In het nieuwe vierde lid wordt geregeld hoe wordt omgegaan met onvolledige aanvragen. Het college geeft de aanvrager dan éénmaal een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen. Dit als uitwerking van artikel 4:5 van de wet. De aanvrager kan het college gemotiveerd verzoeken deze termijn te verlengen. Hierbij geeft de aanvrager aan wanneer hij verwacht de ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. In het nieuwe vijfde lid is vastgelegd dat het college op verzoek van de aanvrager uitstel voor het indienen van een aanvraag kan verlenen. Uitstel kan niet worden verleend in het geval een subsidieplafond is vastgesteld, omdat daardoor de gelijkheids- en transparantiebeginselen in het geding komen.
Artikel 9. Beslistermijn
Artikel 11. Beslistermijn
Aan het zesde lid (vierde lid in de oude ASV) is toegevoegd dat het college bij het ontbreken van een reden voor te late indiening van een aanvraag éénmaal een termijn van twee weken geeft om de reden voor te late indiening alsnog te vermelden. De reden voor te late indiening kan voor het college van doorslaggevend belang zijn bij het besluit de subsidie alsnog te verlenen. In het eerste lid is de ‘harde’ beslistermijn van 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend gewijzigd in een beslistermijn van 6
dertien weken na de uiterlijke indieningsdatum. De periode van 1 oktober (uiterlijke indieningsdatum in de oude ASV) tot en met 31 december telt dertien weken. Door deze wijziging, kan een aanvraag goed worden opgeschort (bijvoorbeeld als een aanvraag onvolledig is). Daarnaast is de mogelijkheid om de beslistermijn éénmaal met vier weken te verlengen aan dit lid toegevoegd (zeventien weken in totaal). In het tweede lid is de mogelijkheid om de beslistermijn éénmaal met acht weken te verlengen toegevoegd (zestien weken in totaal). Deze termijn is vier weken langer dan de termijn in het derde lid van de oude ASV. De reden hiervoor is dat de termijn van vier weken (twaalf weken in totaal) in de praktijk onvoldoende is gebleken als het noodzakelijk is om de beslistermijn te verlengen. Deze mogelijkheid tot verlenging stond in de oude ASV in het derde lid dat nu is samengevoegd met het tweede lid. Het nieuwe derde lid regelt de beslistermijn in het geval een aanvraag te laat is ingediend. Deze beslistermijn is acht weken en kan éénmaal met acht weken worden verlengd (in totaal zestien weken). Artikel 10. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
Artikel 12. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
De leden 4 en 5 zijn ongewijzigd. De leden 1 en 2 zijn ongewijzigd. De volgorde van de weigeringsgronden in het 7
derde lid is gewijzigd. Ook is de aanhef gewijzigd om duidelijk te maken dat de weigeringsgronden voor het college aanleiding kunnen zijn om de subsidie niet geheel, maar gedeeltelijk te weigeren. In de tekst van de verschillende weigeringsgronden zijn tekstuele wijzigingen aangebracht. Onderdeel d van het derde lid van de oude ASV is nu onderdeel l van het derde lid. De tekst van dit onderdeel is gewijzigd, maar de strekking blijft dezelfde: een aanvraag om subsidie kan worden geweigerd als niet wordt voldaan aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen. Deze regels kunnen worden gesteld bij subsidieregeling. Onderdeel j van het derde lid van de oude ASV is nu onderdeel f van het derde lid. Aan de tekst van dit onderdeel is toegevoegd wat onder de begrippen ‘solvabiliteit’ en ‘liquiditeit’ moet worden verstaan. Onderdeel g is nieuw aan het derde lid toegevoegd. Het college kan subsidie weigeren voor zover activiteiten of kosten al op een andere wijze worden gesubsidieerd of bekostigd. Dit ter voorkoming van dubbele bekostiging. Onderdeel h is nieuw aan het derde lid toegevoegd. Het college kan subsidie weigeren als de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn gestart voordat de subsidie is 8
Artikel 11. Verlening subsidie
-
verleend. Dit artikel uit de oude ASV is nu opgenomen in artikel 16. In artikel 16, vijfde lid, is bepaald dat het college bij subsidieregeling of verleningsbeschikking de verplichting kan opleggen dat een verklaring omtrent het gedrag moet worden aangeleverd van alle medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van activiteiten die zijn gericht op kwetsbare burgers of jeugdigen (artikel 11, tweede lid, van de oude ASV). De leden 3, 4 en 5 van de oude ASV zijn vervallen. Het derde lid van de oude ASV is in gewijzigde vorm terug te vinden in artikel 12, derde lid, onder h.
-
Artikel 13. Voorschotten
De leden 4 en 5 werden niet tot nauwelijks toegepast. Omdat bij de subsidieverstrekking wordt uitgegaan van kalenderjaren of afwijkende perioden (of dit nu een periode van weken of jaren is) is het niet noodzakelijk om deze bepalingen nog in de ASV op te nemen. Dit artikel is nieuw. In verschillende subsidieregelingen werden artikelen opgenomen over voorschotten. Om hierin zoveel mogelijk één lijn te trekken is ervoor gekozen dit artikel naar de ASV te verplaatsen. In het eerste lid is bepaald dat voorschotten op subsidie ten hoogste 100% van het verleende 9
subsidiebedrag bedragen. In het tweede lid is bepaald dat voor subsidies tot en met € 100.000,- in de verleningsbeschikking wordt bepaald in welke termijnen het voorschot wordt uitbetaald. Dat betekent dat het voorschot in één keer kan worden uitbetaald of in in de verleningsbeschikking te bepalen termijnen. In het derde lid is bepaald dat voor subsidies van meer dan € 100.000,- het voorschot in ten minste twee gelijke in de verleningsbeschikking te bepalen termijnen wordt uitbetaald. Uitgangspunt is dat de subsidie per kwartaal zal worden uitbetaald, maar dit is niet altijd mogelijk (bijvoorbeeld in het geval een subsidie wordt verleend voor een periode van tien maanden).
Artikel 12. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger
Artikel 14. Algemene verplichtingen subsidieontvanger
In het vierde lid is bepaald dat het college van het bepaalde in het derde lid gemotiveerd kan afwijken. De reden voor deze afwijkingsmogelijkheid is dat het bijvoorbeeld door de aard van de activiteiten wenselijk kan zijn om voorschotten halfjaarlijks of juist in één keer uit te betalen. De leden 1 en 4 uit de oude ASV zijn samengevoegd tot het eerste lid, waarin is bepaald over welke ontwikkelingen met betrekking tot de gesubsidieerde activiteiten de subsidieontvanger het college onverwijld moet informeren. De tekst van het tweede lid is gewijzigd ter 10
verduidelijking. De strekking is dezelfde: als het subsidiebedrag meer dan € 75.000,- per jaar bedraagt moet de subsidieontvanger een halfjaarrapportage aanleveren. Deze rapportage moet uiterlijk op 1 september worden ingediend. Dit zodat de het college zicht houdt op de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. In het nieuwe derde lid is bepaald dat het college bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking gemotiveerd kan afwijken van het bepaalde in dit artikel. Deze afwijkingsmogelijkheid is opgenomen, zodat het college bijvoorbeeld vaker rapportages van de subsidieontvanger kan opvragen als daar aanleiding toe is.
-
Artikel 15. Aanvullende verplichtingen meerjarensubsidies
Het oude tweede lid waarin werd bepaald dat de subsidieontvanger het (deels) niet benutte subsidiebedrag op eerste aanzegging van het college direct op de voorgeschreven wijze terugbetaalt is vervallen. De reden hiervoor is dat dit al uit de wet volgt. Dit artikel is nieuw. In sommige gevallen wordt subsidie voor een periode van meerdere kalenderjaren verleend. Om gedurende de looptijd van de subsidie zicht te houden op de activiteiten die worden uitgevoerd en de financiële gezondheid van de subsidieontvanger, wordt jaarlijks uiterlijk op 1 oktober verlangt dat de subsidieontvanger een activiteiten- of jaarplan voor het nieuwe kalenderjaar en de meest recente jaarrekening (de jaarrekening van het voorafgaande kalenderjaar) aanlevert. 11
Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen
Artikel 16. Bijzondere verplichtingen subsidieontvanger
Artikel 14. Egalisatiereserve
Artikel 17. Egalisatiereserve
Artikel 15. Vermogenstoets
Artikel 18. Vermogenstoets
Artikel 17. Wijze van verlenen en vaststelling subsidies tot en met € 5.000,-
Artikel 19. Wijze van verstrekking subsidies tot en met € 5.000,-
In het nieuwe tweede lid is bepaald dat het college bij subsidies hoger dan € 75.000,- voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen de verplichting kan opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Dit zodat het college op een nader te bepalen moment op de hoogte wordt gesteld van de voortgang van de activiteiten. De tekst van het vijfde lid is gewijzigd om te verduidelijken dat het college bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan bepalen dat verplichting wordt opgelegd een verklaring omtrent het gedrag (VOG) te overleggen. In het eerste lid is ‘boekjaar’ gewijzigd in ‘kalenderjaar’, voor het overige is dit artikel ongewijzigd. In onderdeel a van het eerste lid is ‘gemeente Delft’ gewijzigd in ‘het college’. In onderdeel b van het eerste lid is toegevoegd wat onder het begrip ‘weerstandsvermogen’ wordt verstaan. De titel van dit artikel gewijzigd is gewijzigd, verstrekking is het geheel van verlening én vaststelling. Het oude tweede lid over de steekproef waarbij kan worden bepaald dat alsnog een verantwoording wordt gevraagd is vervallen. De steekproef wordt niet uitgevoerd en achteraf 12
alsnog een (volledige) verantwoording indienen is niet altijd mogelijk.
-
Artikel 20. Aanvraagtermijn aanvraag tot vaststelling subsidies
Aan het oude derde lid, nieuwe tweede lid wordt de mogelijkheid tot afwijking bij verleningsbeschikking toegevoegd. Dit betekent dat het college, als dat noodzakelijk wordt geacht, bij verleningsbeschikking kan besluiten bij een subsidie tot en met € 5.000,- toch om verantwoording te vragen voordat de subsidie wordt vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld in het geval subsidie wordt verleend aan een nieuwe subsidieontvanger. Dit artikel is nieuw. In de oude ASV werden de termijn voor de aanvraag tot vaststelling van subsidies van meer dan € 5.000,- geregeld in de artikelen met betrekking tot de verschillende verantwoordingsregimes (artikelen 18, 19 en 20). Dit is nu geregeld in één artikel om de termijnen makkelijker vindbaar te maken. De termijnen zijn voor elk verantwoordingsregime gelijk. In het oude eerste lid, onderdeel c van de artikelen stond dat in andere gevallen dan die genoemd in de onderdelen a en b uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn gericht een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend. In het nieuwe eerste lid, onderdeel c is dit gewijzigd, zodat het college in die gevallen bij verleningsbeschikking kan bepalen wanneer de aanvraag tot vaststelling wordt ingediend. Dit omdat de termijn van dertien weken niet altijd wenselijk of haalbaar is gebleken (bijvoorbeeld in 13
het geval van schoolvakanties). Uitgangspunt zal zijn dat de aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend drie maanden na het afronden van de activiteiten. In het nieuwe tweede lid is bepaald dat het college voor de aanvraag tot vaststelling éénmaal uitstel kan verlenen. Dit kan op verzoek van de subsidieontvanger die hierbij gemotiveerd moet aangeven wanneer hij verwacht de aanvraag tot subsidievaststelling alsnog in te dienen. Het verzoek om uitstel moet uiterlijk op de uiterlijke indieningsdatum worden ingediend.
Artikel 18. Aanvraag tot vaststelling van subsidies tussen € 5.000,- en € 75.000,-
Artikel 21. Aanvraag tot vaststelling subsidies tot en met € 75.000,-
Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen vaststellen. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin het college zelf ook verantwoording moet afleggen over de besteding van subsidiegelden (denk aan SPUK-gelden). Het eerste lid uit de oude ASV is nu te vinden in artikel 21 van de nieuwe ASV. De titel van dit artikel en de tekst van het nieuwe eerste lid, oude tweede lid zijn gewijzigd om te verduidelijken dat het gaat om subsidies hoger dan € 5.000,- tot en met € 75.000,-. De bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan te leveren stukken zijn ongewijzigd. De tekst is op een aantal punten aangescherpt om te verduidelijken welke stukken precies moeten worden aangeleverd.
14
Artikel 19. Aanvraag tot vaststelling van subsidies tussen € 75.000,- en € 150.000,-
Artikel 22. Aanvraag tot vaststelling subsidies hoger dan € 75.000,- tot en met € 150.000,-
In het nieuwe tweede lid is opgenomen dat bij subsidies voor projecten een projectverantwoording wordt aangeleverd in plaats van een jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak met toelichting. Dit omdat de jaarrekening in dergelijke gevallen onvoldoende duidelijkheid biedt over de met de subsidiegelden uitgevoerde activiteiten. Het eerste lid uit de oude ASV is nu te vinden in artikel 22 van de nieuwe ASV. De titel van dit artikel en de tekst van het nieuwe eerste lid, oude tweede lid zijn gewijzigd om te verduidelijken dat het gaat om subsidies hoger dan € 75.000,- tot en met € 150.000,-. De bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan te leveren stukken zijn ongewijzigd. De tekst is op een aantal punten aangescherpt om te verduidelijken welke stukken precies moeten worden aangeleverd. Aan onderdeel e is bijvoorbeeld ter verduidelijking toegevoegd dat de beoordelingsverklaring niet alleen betrekking heeft op het genoemde onder b (overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting), maar ook op het genoemde onder c (de door de accountant gecontroleerde jaarrrekening van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop). In het nieuwe tweede lid is opgenomen dat bij subsidies voor projecten een 15
projectverantwoording wordt aangeleverd in plaats van een jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak met toelichting. Dit omdat de jaarrekening in dergelijke gevallen onvoldoende duidelijkheid biedt over de met de subsidiegelden uitgevoerde activiteiten. De tekst van het derde lid is aangescherpt, om te verduidelijken om welke stukken in welke situaties het gaat.
Artikel 20. Aanvraag tot vaststelling van subsidies van meer dan € 150.000,-
Artikel 23. Aanvraag tot vaststelling subsidies hoger dan € 150.000,-
Het vierde lid is gewijzigd, zodat het college bij verleningsbeschikking gemotiveerd kan afwijken van de stukken die bij de aanvraag tot vaststelling moeten worden aangeleverd. Van deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt als het college een SPUK (specifieke uitkering) ontvangt waarbij andere verantwoordingseisen gelden en deze SPUK gelden door middel van subsidie doorzet naar organisaties binnen de gemeente Delft. Het eerste lid uit de oude ASV is nu te vinden in artikel 23 van de nieuwe ASV. De bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan te leveren stukken zijn ongewijzigd. De tekst is op een aantal punten aangescherpt om te verduidelijken welke stukken precies moeten worden aangeleverd. Aan onderdeel e is bijvoorbeeld ter verduidelijking toegevoegd dat de beoordelingsverklaring niet alleen betrekking heeft op het genoemde onder b (overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan 16
verbonden lasten en baten met toelichting), maar ook op het genoemde onder c (de door de accountant gecontroleerde jaarrrekening van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop). In het nieuwe tweede lid is opgenomen dat bij subsidies voor projecten een projectverantwoording wordt aangeleverd in plaats van een jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak met toelichting. Dit omdat de jaarrekening in dergelijke gevallen onvoldoende duidelijkheid biedt over de met de subsidiegelden uitgevoerde activiteiten. De tekst van het derde lid is aangescherpt, om te verduidelijken om welke stukken in welke situaties het gaat.
Artikel 16. Controleprotocol
Artikel 24. Controleprotocol
Het oude vierde lid is gewijzigd, zodat het college bij verleningsbeschikking gemotiveerd kan afwijken van de stukken die bij de aanvraag tot vaststelling moeten worden aangeleverd. Van deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt als het college een SPUK (specifieke uitkering) ontvangt waarbij andere verantwoordingseisen gelden en deze SPUK gelden door middel van subsidie doorzet naar organisaties binnen de gemeente Delft. Aan dit artikel is ter verduidelijking toegevoegd dat de subsidieontvanger verplicht is het ‘door het college vastgestelde controleprotocol’ voorafgaand aan de controle ter beschikking van 17
-
Artikel 25. Verantwoordingsregime meerjarensubsidie
de accountant moet stellen. Deze verplichting geldt alleen in het geval bij de aanvraag tot vaststelling een beoordelings- of controleverklaring moet worden aangeleverd. Dit artikel is nieuw. In dit artikel wordt verduidelijkt welk verantwoordingsregime (zie ook de artikelen 21, 22 en 23) van toepassing is op meerjarensubsidies. In een aantal gevallen wordt subsidie voor een periode van meerdere kalenderjaren verleend. In dat kan onduidelijkheid ontstaan over welke verantwoordingseisen op de subsidieverlening van toepassing zijn. Om deze onduidelijkheid weg te nemen, is in dit artikel bepaald dat om te bepalen welk verantwoordingsregime op de subsidie van toepassing is wordt gekeken naar het subsidiebedrag per kalenderjaar. Hierbij wordt uitgegaan van het bedrag dat in de verleningsbeschikking wordt genoemd. Deze werkwijze is niet van toepassing op meerjarige projecten. Bij dergelijke projecten wordt uitgegaan van het totale subsidiebedrag voor de uitvoering van het project.
Artikel 21. Subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000,-
Artikel 26. Beslistermijn vaststelling subsidies van meer dan € 5.000,-
Om tussentijdse wijziging van het van toepassing zijnde verantwoordingsregime te voorkomen, is bepaald dat eventuele toepassing van indexatie niet wordt meegenomen. De titel van dit artikel is gewijzigd om te verduidelijken dat het om de beslistermijn bij vaststelling van subsidies gaat.
18
Het eerste en tweede lid van het artikel van de oude ASV zijn samengevoegd. Artikel 22. Eindverantwoording bij meerdere subsidies
-
Artikel 23. Hardheidsclausule
Artikel 27. Hardheidsclausule
Artikel 24. Slotbepalingen
Artikel 28. Slotbepalingen
Voor het overige is het artikel ongewijzigd. Dit artikel is vervallen. De reden is dat dit artikel in de praktijk voor onduidelijkheid zorgde. Zo was het lang niet altijd uitvoerbaar als een subsidieontvanger door een tweede subsidie in een hoger verantwoordingsregime terecht kwam (bijvoorbeeld als er eerst geen accountantsverklaring moest worden aangeleverd en later een beoordelingsverklaring). De verwijzing naar de artikelen die in het eerste lid worden uitgezonderd zijn gewijzigd, zodat deze overeenkomen met de gewijzigde nummering van de ASV. Ook is er een kleine tekstuele aanpassing gedaan met betrekking tot het verslag dat periodiek aan de raad wordt uitgebracht. De strekking van het artikel is ongewijzigd. Het tweede lid is ongewijzigd. Dit tekst artikel is gewijzigd, zodat deze aansluit bij de nieuwe ASV.
19