Wijzigingen ASV 2026
Tekst van het document
OUD Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen. 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c en d, van de wet zijn alleen de artikelen 9 tot en met 26 uit deze verordening van toepassing. 3. Het college kan bij verleningsbeschikking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel gemotiveerd afwijken.
NIEUW Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen. 2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c en d, van de wet zijn alleen de artikelen 5 en 9 tot en met 26 uit deze verordening van toepassing. 3. Het college kan bij verleningsbeschikking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel gemotiveerd afwijken.
TOELICHTING WIJZIGING Artikel 5 is aan het tweede lid toegevoegd, omdat de staatssteunregels ook op incidentele en begrotingspostsubsidies van toepassing zijn.
Artikel 8. Indexatie 1. De raad besluit jaarlijks bij het vaststellen van de programmabegroting over de toepassing en hoogte van de indexatie op subsidies. 2. Het college kan bij subsidieregeling besluiten tot het afzien van de toepassing van de indexatie of bij subsidieregeling of verleningsbeschikking gemotiveerd afwijken van het indexatiepercentage. 3. Het college kan bij verleningsbeschikking besluiten dat het subsidiebedrag niet wordt geïndexeerd als blijkt dat het weerstandsvermogen gedurende de looptijd van de beschikking minimaal 10% zal zijn.
Artikel 8. Indexatie 1. De raad besluit jaarlijks bij het vaststellen van de programmabegroting over de toepassing en hoogte van de indexatie op subsidies. 2. Het college kan bij subsidieregeling besluiten tot het afzien van de toepassing van de indexatie of bij subsidieregeling of verleningsbeschikking gemotiveerd afwijken van het indexatiepercentage. 3. Het college kan, als de aanvraag het bedrag van € 100.000,- per kalenderjaar overschrijdt, bij verleningsbeschikking besluiten dat het subsidiebedrag niet wordt geïndexeerd als blijkt dat het weerstandsvermogen van de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de beschikking minimaal 10% zal zijn.
Het weerstandsvermogen wordt pas getoetst bij aanvragen > € 100.000,- . Dit is een efficiency – risico afweging geweest die met de afdelingen financiën en control besproken is.
1
Artikel 9. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier digitaal ingediend bij het college. Dit geschiedt via de gemeentelijke website, www.delft.nl. Hierbij wordt door de aanvrager gebruik gemaakt van e-Herkenning of Digi-D. Het college kan hiervan bij subsidieregeling afwijken. 2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en het bijbehorende subsidiebedrag; b. de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een sluitende begroting van en een realistisch dekkingsplan voor de kosten en opbrengsten van de activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van maximaal drie maanden oud op de datum van de aanvraag; e. het jaarverslag en de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan het
Artikel 9. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend bij het college. Dit geschiedt via de gemeentelijke website, www.delft.nl. Hierbij wordt door de aanvrager gebruik gemaakt van eHerkenning of Digi-D. Het college kan hiervan bij subsidieregeling afwijken. 2. Bij de aanvraag overlegt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: a. een activiteitenplan, bestaande uit: ▪ een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd en het bijbehorende subsidiebedrag; en ▪ de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. b. een sluitende gespecificeerde begroting van en een realistisch dekkingsplan voor de kosten en opbrengsten van de activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; c. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van maximaal drie maanden oud op de datum van de aanvraag, wanneer de aanvrager een rechtspersoon is én:
Vanaf 2026 gaan we werken met een klantenportaal voor het aanvragen van subsidies. In het activiteitenplan wat we vragen komt een beschrijving van de activiteiten voor en de doelen en resultaten zijn ook onderdeel van het activiteitenplan. Daarom zijn a en b samengenomen. De uittreksels van de Kamer van Koophandel hebben geen toegevoegde waarde wanneer niet aan onderstaande criteria is voldaan en is alleen van toepassing op rechtspersonen, niet op particulieren. Datzelfde geldt voor het jaarverslag en de jaarrekening. Lid 2 sub i komt te vervallen omdat de statuten en de oprichtingsakte niet geraadpleegd hoeven te worden om een subsidieaanvraag te beoordelen. Als de aanvrager voor de eerste keer bij de gemeente Delft subsidie aanvraagt, wordt er altijd een bewijs gevraagd waaruit de relatie tussen naam en rekeningnummer blijkt. Dit hadden we nog niet in de ASV verwerkt. Lid e wordt opgenomen in lid d ii Lid f wordt omgenummerd naar lid e 2
kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, of, indien deze nog niet beschikbaar zijn, de stukken van het tweede kalenderjaar, voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd; f. als de aanvrager een onderneming is; i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; ii. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); g. als de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. h. Het subsidiebedrag is inclusief niet terug te vorderen btw en niet te verrekenen btw. i. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie bij het college aanvraagt, overlegt tevens een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten. 3. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking van de voorgaande leden afwijken.
de aanvrager voor de eerste keer subsidie aanvraagt bij het college; of ▪ aanvrager korter dan twaalf maanden geleden is opgericht; of ▪ er in de afgelopen zes maanden een wisseling is geweest bij het bestuur of de directie van de aanvrager; of ▪ een bestuurder van aanvrager in de afgelopen vijf jaar betrokken is geweest bij een faillissement. d. als de aanvrager een rechtspersoon is: een jaarverslag en de jaarrekening van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, of, als deze nog niet beschikbaar zijn, de stukken van het tweede kalenderjaar, voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidie wordt aangevraagd; e. als de aanvrager een rechtspersoon is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd ; f. een verklaring van de onderneming als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring); g. als de aanvrager beschikt over een egalisatiereserve, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag; h. indien de aanvrager nieuw is of een ander IBAN nummer voor de uitbetaling opgeeft, een bewijs van maximaal drie maanden oud op de datum van de ▪
Lid g wordt omgenummerd naar lid f Lid h over de btw is verplaatst naar artikel 13.
3
aanvraag waaruit de relatie tussen naam en rekeningnummer blijkt. 3. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking van de voorgaande leden afwijken. Artikel 10. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3. Als datum van indiening van de aanvraag, als genoemd in het eerste en tweede lid, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 4. Als de aanvraag onvolledig is, geeft het college de aanvrager éénmaal een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen. Het college kan deze termijn op gemotiveerd verzoek van de aanvrager verlengen. De aanvrager geeft bij dit verzoek aan wanneer hij verwacht de ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. 5. Het college kan voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid éénmaal uitstel verlenen. Uitstel moet uiterlijk op 1 oktober worden aangevraagd en kan niet worden verleend in het geval een subsidieplafond is vastgesteld.
Artikel 10. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk dertien weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3. Als de aanvraag onvolledig is, kan het college de aanvrager éénmaal een termijn van twee weken geven om de aanvraag aan te vullen. Het college kan deze termijn op gemotiveerd verzoek van de aanvrager verlengen. De aanvrager geeft bij dit verzoek aan wanneer hij verwacht de ontbrekende gegevens alsnog aan te leveren. 4. Het college kan voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid éénmaal uitstel verlenen. Uitstel moet uiterlijk op 1 oktober worden aangevraagd en kan niet worden verleend in het geval een subsidieplafond is vastgesteld. 5. Als een aanvraag om subsidie te laat wordt ingediend, wordt door de aanvrager de reden voor de te late indiening vermeld. Als de reden voor de te late indiening ontbreekt, geeft het college de aanvrager éénmaal een termijn van twee weken om de reden alsnog te vermelden.
De aanvraagtermijn is voor jaarlijkse en periodieke subsidies gelijkgetrokken zodat er één lijn getrokken wordt. De aanvraagtermijn is daardoor altijd dertien weken. Lid 3 vervalt omdat onduidelijk is wat we met volledigheid verwachten. Als een bankrekeningnummer mist, kan de aanvraag alsnog beoordeeld worden.
4
6.
Indien een aanvraag om subsidie te laat wordt ingediend, wordt door de aanvrager de reden voor de te late indiening vermeld. Als de reden voor de te late indiening ontbreekt, geeft het college de aanvrager éénmaal een termijn van twee weken om de reden alsnog te vermelden. Het college besluit vervolgens of het de subsidie alsnog zal verlenen. 7. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen.
Het college besluit vervolgens of het de subsidie alsnog zal verlenen. 6. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen stellen.
Artikel 11. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen dertien weken na de uiterlijke indieningsdatum. Het college kan de beslistermijn éénmaal met vier weken verlengen. 2. Het college beslist op een aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 10, tweede lid, binnen acht weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. Het college kan de beslistermijn van acht weken éénmaal met acht weken verlengen. 3. In het geval een aanvraag te laat is ingediend, beslist het college binnen acht weken nadat de aanvraag is ingediend. Het college kan de beslistermijn van acht weken éénmaal met acht weken verlengen. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het
Artikel 11. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 10 binnen dertien weken na de uiterlijke indieningsdatum. Het college kan de beslistermijn éénmaal met vier weken verlengen. 2. In het geval een aanvraag als bedoeld in artikel 10 te laat is ingediend, beslist het college binnen dertien weken nadat de aanvraag is ingediend. Het college kan de beslistermijn van dertien weken éénmaal met vier weken verlengen. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verlengd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Omdat de aanvraagtermijn voor periodieke subsidies is aangepast naar 13 weken, wordt ook de beslistermijn conform aangepast. Het oorspronkelijke lid 2 komt daarmee te vervallen. De leden 3, 4 en 5 worden omgenummerd naar respectievelijk lid 2, lid 3, en lid 4. De termijn om te verlengen is aangepast naar 4 weken conform de termijn voor jaarlijkse subsidies.
5
Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verlengd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 12. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of
Artikel 12. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat vanwege een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.
Toegevoegd bij lid 3 onderdeel c: ook door de raad vastgestelde beleidsdoelstellingen. Hiermee maken we dit lid compleet. Toegevoegd bij lid 3, onderdeel e omdat wanneer er sprake is van een politiek karakter dit in strijd is met de gemeentelijke doelstellingen.
6
de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval geheel of gedeeltelijk weigeren: a. als de activiteiten niet of niet in overwegende mate zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de subsidieverstrekking niet past binnen de door het college vastgestelde beleidsdoelstellingen van de gemeente Delft; d. als de te subsidiëren activiteiten een commercieel doel hebben; e. als de subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed aan de activiteiten of het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt; f. als de solvabiliteitsratio van de aanvrager lager is dan 25% of de liquiditeit negatief is. Onder solvabiliteit wordt verstaan de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen uitgedrukt in procenten, als blijkend uit de jaarrekening zoals overgelegd bij de b.
3. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval geheel of gedeeltelijk weigeren: a. als de activiteiten niet of niet in overwegende mate zijn gericht op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad of het college vastgestelde beleidsdoelstellingen van de gemeente Delft; d. als de te subsidiëren activiteiten een overwegend commercieel doel hebben; e. als sprake is van activiteiten met een direct of indirect politiek karakter; f. als de subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed aan de activiteiten of het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt; g. als de solvabiliteitsratio van de aanvrager lager is dan 25% of de liquiditeit negatief is. Dit geldt voor aanvragen waarbij het bedrag hoger is dan € 100.000,- per kalenderjaar. Onder solvabiliteit wordt verstaan de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen uitgedrukt in procenten, als blijkend uit de jaarrekening zoals
Een nieuw sub e is toegevoegd aan lid 3. Omnummeren van sub e tot en met sub m naar sub f tot en met sub n. Sub c, f en g worden aangepast. Sub m is toegevoegd zodat ‘extra’ indexatie ten opzichte van hetgeen de raad heeft bepaald kan worden afgewezen bij het gelijk blijven van de activiteiten. 7
aanvraag. Onder liquiditeit wordt verstaan de mate waarin een onderneming de kortlopende schulden die opeisbaar zijn binnen een jaar kan betalen, als blijkend uit de jaarrekening zoals overlegd bij de aanvraag; g. voor zover activiteiten of kosten al op een andere wijze worden gesubsidieerd of bekostigd; h. als de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn gestart voordat de subsidie is verleend; i. als de activiteiten, doelstellingen, statuten of reglementen van de aanvrager of het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; j. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift of als de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde; k. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel
overgelegd bij de aanvraag. Onder liquiditeit wordt verstaan de mate waarin een onderneming de kortlopende schulden die opeisbaar zijn binnen een jaar kan betalen, als blijkend uit de jaarrekening zoals overlegd bij de aanvraag; h. voor zover activiteiten of kosten al op een andere wijze worden gesubsidieerd of bekostigd; i. als de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn gestart voordat de subsidie is verleend; j. als de activiteiten, doelstellingen, statuten of reglementen van de aanvrager of het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie oplevert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; k. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift of als de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde; l. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 8
108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; l. als niet is voldaan aan hetgeen gesteld in de betrokken subsidieregeling; m. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; m. als de activiteiten vergelijkbaar zijn met eerder uitgevoerde activiteiten en de in de begroting toegepaste indexatie de hoogte van de door de raad vastgestelde indexatie overschrijdt; n. als niet is voldaan aan hetgeen gesteld in de betrokken subsidieregeling; o. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
Artikel 13. Voorschotten 1. Een voorschot op een subsidie bedraagt ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag. 2. Voor subsidies tot en met € 100.000,- wordt in de verleningsbeschikking bepaald of en in welke termijnen het voorschot wordt uitbetaald. 3. Voor subsidies van meer dan € 100.000,- wordt het voorschot in ten minste twee gelijke in de verleningsbeschikking te bepalen termijnen uitbetaald. 4. Het college kan bij verleningsbeschikking van het bepaalde in het derde lid van dit artikel gemotiveerd afwijken.
Artikel 13. Voorschotten en btw 1. Een voorschot op een subsidie bedraagt ten hoogste 100% van het verleende subsidiebedrag. 2. Voor subsidies tot en met € 100.000,- wordt in de verleningsbeschikking bepaald of en in welke termijnen het voorschot wordt uitbetaald. 3. Voor subsidies van meer dan € 100.000,- wordt het voorschot in ten minste twee gelijke in de verleningsbeschikking te bepalen termijnen uitbetaald. 4. Het subsidiebedrag is inclusief niet terug te vorderen btw en niet te verrekenen btw. 5. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking van het bepaalde in het derde lid van dit artikel gemotiveerd afwijken.
Artikel 14. Algemene verplichtingen subsidieontvanger 1. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:
Artikel 14. Algemene verplichtingen subsidieontvanger 1. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:
De titel is aangepast omdat de bepaling over het terugvorderen of verrekenen van BTW nu is opgenomen in in het toegevoegde lid 4 in artikel 13. Het stond in artikel 9 lid 2 sub h.
9
activiteiten waarbij het aannemelijk is dat één of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; b. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; c. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden; d. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; e. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. 2. De ontvanger van een subsidie van hoger dan € 75.000,- per jaar draagt zorg voor het overleggen van een halfjaarrapportage omtrent de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten aan het college. De halfjaarrapportage bevat zes maanden a.
a. activiteiten waarbij het aannemelijk is dat één of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; b. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; c. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden; d. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; e. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon. 2. De ontvanger van een subsidie van meer dan € 100.000,- verleend voor tenminste een volledig kalenderjaar, draagt zorg voor het overleggen van een halfjaarrapportage over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten aan het college. De
Het bedrag is gelijkgetrokken met de staffels van verantwoording. Voor een meerjarensubsidie is geregeld in artikel 15 dat er op 1 oktober gegevens 10
werkelijk, zes maanden prognose en wordt uiterlijk op 1 september ingediend. 3. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken.
Artikel 16. Bijzondere verplichtingen subsidieontvanger 1. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38, eerste lid, van de wet worden opgelegd. 2. Bij subsidies hoger dan € 75.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college bij verleningsbeschikking de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
halfjaarrapportage bevat zes maanden werkelijk, zes maanden prognose en wordt uiterlijk op 1 september ingediend. Bij een meerjarensubsidie kunnen deze gegevens gelijktijdig met de overige op grond van artikel 15 aan te leveren gegevens worden aangeleverd. 3. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken. Artikel 16. Bijzondere verplichtingen subsidieontvanger 1. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38, eerste lid, van de wet worden opgelegd. 2. Bij subsidies hoger dan € 100.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college bij verleningsbeschikking de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht.
aangeleverd moeten worden, namelijk een activiteiten- of jaarplan voor het nieuwe kalenderjaar en de jaarrekening van het voorafgaande kalenderjaar. Om het voor de aanvrager zo efficiënt mogelijk te maken is in artikel 14 lid 2 geregeld dat dit gelijktijdig aangeleverd mag worden met de gegevens uit artikel 15.
Het bedrag is gelijkgetrokken met de staffels van verantwoording.
11
Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen nadere verplichtingen worden opgelegd om de deelname van en de toegankelijkheid voor personen met een beperking aan de door de subsidieontvanger georganiseerde activiteiten zo optimaal mogelijk te maken. 5. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan voor activiteiten die zijn gericht op kwetsbare burgers of jeugdigen de verplichting worden opgelegd tot het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag voor alle medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van die activiteiten. 6. De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet. 7. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is, als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. 4.
Artikel 17. Egalisatiereserve 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalenderjaar verstrekte subsidie een
4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen nadere verplichtingen worden opgelegd om de deelname van en de toegankelijkheid voor personen met een beperking aan de door de subsidieontvanger georganiseerde activiteiten zo optimaal mogelijk te maken. 5. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan voor activiteiten die zijn gericht op kwetsbare burgers of jeugdigen de verplichting worden opgelegd tot het beschikken over of overleggen van een verklaring omtrent het gedrag voor alle medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van die activiteiten. 6. De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de wet. 7. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is, als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. Artikel 17. Egalisatiereserve 1. Bij verlenings- of vaststellingsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per kalenderjaar verstrekte subsidie een
De egalisatiereserve kan vaak pas worden bepaald bij de vaststelling, dan is er duidelijk hoeveel geld er niet besteed is.
12
egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.
egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Om die reden is in artikel 17 lid 1 of vaststellingsbeschikking toegevoegd.
Artikel 18. Vermogenstoets 1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat een subsidie voor een lager bedrag dan het totaal van de subsidiabele kosten worden verleend, indien: a. uit de jaarrekening zoals overlegd bij de aanvraag, blijkt dat de subsidieontvanger voor meer dan 50% van de totale inkomsten afhankelijk is van een subsidie verstrekt door het college, en b. het weerstandsvermogen van de subsidieontvanger, vast te stellen op grond van de jaarrekening zoals overlegd bij de aanvraag, meer bedraagt dan 10% van de inkomsten van dat kalenderjaar. Onder weerstandsvermogen wordt verstaan het deel van het vermogen dat vrij beschikbaar is voor het opvangen van calamiteiten, dat wordt berekend als volgt: het eigen vermogen verminderd met de materiële vaste activa en verminderd met de wettelijke reserves.
Artikel 18. Vermogenstoets 1. Voor subsidieaanvragen van meer dan € 100.000,- per kalenderjaar geldt dat bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat een subsidie voor een lager bedrag dan het totaal van de subsidiabele kosten worden verleend, als: a. uit de jaarrekening zoals overlegd bij de aanvraag, blijkt dat de subsidieontvanger voor meer dan 50% van de totale inkomsten afhankelijk is van een subsidie verstrekt door het college, en b. het weerstandsvermogen van de subsidieontvanger, vast te stellen op grond van de jaarrekening zoals overlegd bij de aanvraag, meer bedraagt dan 10% van de inkomsten van het kalenderjaar van de overlegde jaarrekening. Onder weerstandsvermogen wordt verstaan het deel van het vermogen dat vrij beschikbaar is voor het opvangen van calamiteiten, dat wordt berekend als volgt: het eigen vermogen verminderd met de materiële vaste activa en verminderd met de wettelijke reserves.
Bij aanvragen onder €100.000,- zal vanaf inwerkingtreding van het aangepaste lid 1 van artikel 18t een beknoptere financiële toets worden gedaan. Dit is een efficiency – risico afweging geweest die met de afdelingen financiën en control besproken is.
13
Het college kan bij subsidieregeling van de voorgaande leden afwijken.
2. Het college kan bij subsidieregeling van dit artikel afwijken.
Artikel 20. Aanvraagtermijn aanvraag tot vaststelling subsidies 1. De subsidieontvanger dient een volledige aanvraag tot subsidievaststelling in: a. in geval van een subsidie die voor een tijdvak van een kalenderjaar wordt verleend, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die voor een tijdvak van meerdere kalenderjaren wordt verleend, uiterlijk op 1 juni na afloop van het laatste kalenderjaar; c. in andere gevallen uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de dag waarop drie maanden zijn verstreken na het afronden van de gesubsidieerde activiteiten. 2. Het college kan, op verzoek van de subsidieontvanger, voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid éénmaal uitstel verlenen. Bij dit verzoek geeft de subsidieontvanger gemotiveerd aan wanneer hij verwacht de aanvraag tot subsidievaststelling alsnog in te dienen. Het verzoek tot uitstel wordt uiterlijk op de dag genoemd in het eerste lid ingediend. 3. Het college kan bij subsidieregeling andere termijnen vaststellen.
Artikel 20. Aanvraagtermijn aanvraag tot vaststelling subsidies 1. De subsidieontvanger dient een volledige aanvraag tot subsidievaststelling in: a. in geval van een subsidie die voor een tijdvak van een kalenderjaar wordt verleend, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die voor een tijdvak van meerdere kalenderjaren wordt verleend, uiterlijk op 1 juni na afloop van het laatste kalenderjaar; c. in andere gevallen geldt; i. wanneer de activiteiten in de eerste helft van het kalenderjaar zijn afgerond, uiterlijk op 1 oktober van hetzelfde kalenderjaar; ii. wanneer de activiteiten in de tweede helft van het kalenderjaar zijn afgerond, uiterlijk op 1 april van het volgende kalenderjaar. 2. Het college kan, op verzoek van de subsidieontvanger, voor een aanvraag als bedoeld in het eerste lid éénmaal uitstel verlenen. Bij dit verzoek geeft de subsidieontvanger gemotiveerd aan wanneer hij verwacht de aanvraag tot subsidievaststelling alsnog in te dienen. Het verzoek tot uitstel wordt
2.
Er is voor vaste aanvraagmomenten gekozen zodat het college beter op de termijnen kan sturen.
14
uiterlijk op de dag genoemd in het eerste lid ingediend. 3. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking gemotiveerd andere termijnen vaststellen. Artikel 21. Aanvraag tot vaststelling subsidies tot en met € 75.000,1. De aanvraag tot vaststelling van subsidies tot en met € 75.000,- bevat in ieder geval: a. een inhoudelijk verslag waaruit kan worden vastgesteld in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting (financieel verslag); c. een jaarrekening (balans en verlies- en winstrekening) van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een bestuursverklaring, waarmee van het bestuur van de subsidieontvanger wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig te hebben gehandeld. e. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, bevat de aanvraag tot vaststelling van de ontvanger van een subsidie voor een project in plaats van de jaarrekening van het afgelopen
Artikel 21. Aanvraag tot vaststelling subsidies tot en met € 100.000,1. De aanvraag tot vaststelling van subsidies tot en met € 100.000,- bevat in ieder geval: a. een inhoudelijk verslag waaruit kan worden vastgesteld in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting (financieel verslag); c. een bestuursverklaring, waarmee van het bestuur van de subsidieontvanger wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig te hebben gehandeld. 2. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken.
Bij aanvragen onder €100.000,- zal een beknoptere financiële toets worden gedaan waarbij de jaarrekening en het jaarverslag niet benodigd zijn. Dit is een efficiency – risico afweging geweest die met de afdelingen financiën en control besproken is. Artikel 21, lid 1 sub c en sub 2 komen daardoor te vervallen.
15
subsidietijdvak met toelichting een projectverantwoording. 2. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken. Artikel 22. Aanvraag tot vaststelling subsidies hoger dan € 75.000,- tot en met € 150.000,1. De aanvraag tot vaststelling van subsidies hoger dan € 75.000,- tot en met € 150.000,bevat in ieder geval: a. een inhoudelijk verslag waaruit kan worden vastgesteld in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting (financieel verslag); c. de door de accountant gecontroleerde jaarrekening (balans en verlies- en winstrekening) van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een bestuursverklaring, waarmee van het bestuur van de subsidieontvanger wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig te hebben gehandeld; e. een beoordelingsverklaring met betrekking tot het genoemde onder b en c, opgesteld door een onafhankelijke accountant als
Artikel 22. Aanvraag tot vaststelling subsidies hoger dan € 100.000,- tot en met € 200.000,1. De aanvraag tot vaststelling van subsidies hoger dan € 100.000,- tot en met € 200.000,- bevat in ieder geval: a. een inhoudelijk verslag waaruit kan worden vastgesteld in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteiten verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting (financieel verslag); c. de jaarrekening (balans en verlies- en winstrekening) van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een bestuursverklaring, waarmee van het bestuur van de subsidieontvanger wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig te hebben gehandeld; e. een beoordelingsverklaring met betrekking tot het genoemde onder b en c, opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in en
De staffels zijn voor een efficiëntere uitvoering aangepast, conform de mandaatregeling. In artikel 22 lid 1 sub c. en lid 2 wordt de bepaling“de door de accountant gecontroleerde” geschrapt omdat dit dubbelop is met de beoordelingsverklaring uit lid 1 sub e e.
16
bedoeld in en overeenkomstig artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, bevat de aanvraag tot vaststelling van de ontvanger van een subsidie voor een project in plaats van de door de accountant gecontroleerde jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak een door de accountant gecontroleerde projectverantwoording. Deze bepaling is niet van toepassing op subsidies die het karakter hebben van een exploitatiesubsidie. 3. Als de subsidieontvanger per 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak voor de inkomsten voor 75% of meer afhankelijk is van subsidies ontvangen van het college, en de subsidie tevens het karakter heeft van een exploitatiesubsidie, kan het genoemde in het eerste lid, onder b, worden opgenomen in de jaarrekening en vervalt het genoemde in het eerste lid, onder e. Deze bepaling is niet van toepassing op subsidies die zijn verleend voor een specifiek project. 4. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken.
overeenkomstig artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, bevat de aanvraag tot vaststelling van de ontvanger van een subsidie voor een project in plaats van de jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak een projectverantwoording. 3. Als de subsidieontvanger op 31 december in het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak voor zijn inkomsten voor meer dan 50% afhankelijk is van ontvangen subsidies van het college, én de subsidie ook het karakter heeft van een exploitatiesubsidie, kan het overzicht genoemd in het eerste lid, onder b, worden opgenomen in de jaarrekening en vervalt de beoordelingsverklaring genoemd in het eerste lid, onder e. Deze bepaling is niet van toepassing op subsidies die zijn verleend voor een specifiek project. 4. Het college kan bij subsidieregeling of bij verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken.
Artikel 23. Aanvraag tot vaststelling subsidies hoger dan € 150.000,1. De aanvraag tot vaststelling van subsidies hoger dan € 150.000,- bevat in ieder geval: a. een inhoudelijk verslag waaruit kan worden vastgesteld in hoeverre de
Artikel 23. Aanvraag tot vaststelling subsidies hoger dan € 200.000,1. De aanvraag tot vaststelling van subsidies hoger dan € 200.000,- bevat in ieder geval: a. een inhoudelijk verslag waaruit kan worden vastgesteld in hoeverre de
In lid 3 is 75% aangepast naar 50%, omdat een groot aantal instellingen afhankelijk is van subsidies van het college waarbij de uitgaven vooral exploitatiekosten zijn. Het opstellen van een specifieke subsidieverantwoording is daarom lastig.
De staffels zijn voor een efficiëntere uitvoering aangepast, conform de mandaatregeling.
17
gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteit verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting (financieel verslag); c. door de accountant gecontroleerde jaarrekening (balans en verlies- en winstrekening) van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een bestuursverklaring, waarmee van het bestuur van de subsidieontvanger wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig te hebben gehandeld; e. een controleverklaring met betrekking tot het genoemde onder b en c, opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in en overeenkomstig artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, bevat de aanvraag tot vaststelling van de ontvanger van een subsidie voor een project in plaats van de door de accountant gecontroleerde jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak een door de accountant gecontroleerde projectverantwoording. Deze bepaling is niet van toepassing op subsidies die het karakter hebben van een exploitatiesubsidie. 3. Als de subsidieontvanger per 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak
gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, de aan de activiteit verbonden doelstellingen zijn bereikt en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden lasten en baten met toelichting (financieel verslag); c. de jaarrekening (balans en verlies- en winstrekening) van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een bestuursverklaring, waarmee van het bestuur van de subsidieontvanger wordt verlangd dat zij verklaren getrouw en rechtmatig te hebben gehandeld; e. een controleverklaring met betrekking tot het genoemde onder b en c, opgesteld door een onafhankelijke accountant als bedoeld in en overeenkomstig artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onder c, bevat de aanvraag tot vaststelling van de ontvanger van een subsidie voor een project in plaats van de jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak een projectverantwoording. 3. Als de subsidieontvanger per 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidietijdvak voor de inkomsten voor meer dan 50% afhankelijk is van subsidies ontvangen van het college, en de subsidie tevens het karakter heeft van een exploitatiesubsidie, kan het genoemde in het
In artikel 23 lid 2 is de bepaling “de door de accountant gecontroleerde” geschrapt omdat dit dubbelop is met de beoordelingsverklaring uit lid 1 sub e.
18
voor de inkomsten voor 75% of meer afhankelijk is van subsidies ontvangen van het college, en de subsidie tevens het karakter heeft van een exploitatiesubsidie, kan het genoemde in het eerste lid, onder b, worden opgenomen in de jaarrekening en vervalt het genoemde in het eerste lid, onder e. Deze bepaling is niet van toepassing op subsidies die zijn verleend voor een specifiek project. 4. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken.
eerste lid, onder b, worden opgenomen in de jaarrekening en vervalt het genoemde in het eerste lid, onder e. Deze bepaling is niet van toepassing op subsidies die zijn verleend voor een specifiek project. 4. Het college kan bij subsidieregeling of verleningsbeschikking gemotiveerd van het bepaalde in dit artikel afwijken.
Artikel 26. Beslistermijn vaststelling subsidies 1. Het college stelt een subsidie vast binnen acht weken na de ontvangst van een volledige aanvraag tot subsidievaststelling. Deze termijn kan éénmaal voor ten hoogste acht weken worden verlengd. 2. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden aangewezen. 3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 20 is ingediend, stelt het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn van vier weken. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 26. Beslistermijn vaststelling subsidies 1. Het college stelt een subsidie vast binnen dertien weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling. Deze termijn kan éénmaal voor ten hoogste vier weken worden verlengd. 2. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor of op het tijdstip, bedoeld in artikel 20 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn van vier weken stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling. 4. Bij subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken.
Beslistermijn en termijn voor uitstel verantwoordingen aangepast in lijn met de beslistermijn voor aanvragen.
19
4.
Bij subsidieregeling kan van het bepaalde in dit artikel worden afgeweken
Artikel 28. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2022 wordt met ingang van 1 september 2024 ingetrokken. 2. Deze verordening treedt, na publicatie in het elektronische gemeenteblad, in werking met ingang van 1 september 2024. 3. Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2024.
Artikel 28. Slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2024 wordt ingetrokken op de dag dat de Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2026 van kracht wordt, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor inwerkingtreding van de ASV 2026 zijn aangevraagd en subsidies die op grond van de Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2024 zijn verstrekt. 2. Deze verordening treedt, na publicatie in het elektronische gemeenteblad, in werking met ingang van 1 september 2024. 3. Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Delft 2026.
De Algemene subsidieverordening 2024 wordt vervangen door de Algemene subsidieverordening 2026
20