Was-wordt-tabel Nieuwe Financiële verordening
Tekst van het document
Kenmerk 4741272 Was-wordt-tabel Nieuwe Financiële verordening In de kolom met ‘Bestaande tekst” (dit is de tekst van de Financiële verordening die is vastgesteld in 2018) zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de kolom met ‘Nieuwe tekst” zijn de woorden en leestekens zoals opgenomen in de concept Financiële verordening (die in januari 2022 ter besluitvorming aan de raad wordt aangeboden) vet gedrukt. Artikel 1. Definities Bestaande tekst e gesloten circuit Een gesloten circuit is een bepaald product, of een aantal samenhangende producten en / of taakvelden, waarvan de totale kosten geheel worden gedekt uit een specifieke inkomstenbron, anders dan de algemene dekkingsmiddelen. Het saldo van baten en lasten van deze producten wordt in beginsel toegevoegd of onttrokken aan een bestemmingsreserve met een egalisatiefunctie op basis van een voorstel bij de jaarstukken.
Nieuwe tekst
e cyclusdocumenten Dit betreft de documenten die onderdeel uitmaken van de planning- & controlcyclus: kadernota (inclusief voorjaarsrapportage), programmabegroting, najaarsrapportage, en jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening). i doelstelling De doelstellingen geven aan wat de belangrijkste door de gemeente nagestreefde doelen zijn voor een bepaald beleidsterrein. Per doelstelling is vermeld welke maatschappelijke effecten worden nagestreefd en welke prestaties bijdragen om die maatschappelijke effecten te bereiken.
i programma De programma’s geven voor een afgebakend beleidsterrein aan wat de belangrijkste door de gemeente nagestreefde doelen zijn. Per programma is vermeld welke maatschappelijke effecten worden nagestreefd en welke prestaties bijdragen om die maatschappelijke effecten te bereiken. j taakveld Verplicht voorgeschreven eenheden (beleidsvelden) waarin de programma’s zijn onderverdeeld. De taakvelden zijn onderdeel van de Informatie voor derden (Iv3). Dit is een informatiesysteem van het Rijk dat voorschrijft welke informatie de gemeente moet verstrekken. De Iv3 levert een bijdrage aan de informatievoorziening over de financiën van medeoverheden en maakt vergelijkingen tussen gemeenten mogelijk.
j indicator Bij de doelstellingen en prestaties zijn indicatoren opgenomen: hiermee wordt gemeten of de doelstelling/prestatie wordt gehaald.
k indicator Bij de programma’s zijn beleidsindicatoren opgenomen: hiermee wordt gemeten of effecten en/of prestaties worden gehaald.
l streefcijfer Bij de indicatoren worden streefwaarden geformuleerd. Een streefwaarde is het nagestreefde niveau waarop de indicator op een vastgelegd moment moet komen.
l streefwaarde Bij de indicatoren worden streefwaarden geformuleerd. Een streefwaarde is het nagestreefde en meetbare niveau waarop de indicator op een vastgelegd moment moet komen.
TITEL 1. PROGRAMMABEGROTING EN VERANTWOORDING Artikel 2. Programmabegroting Bestaande tekst 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een begrotingsindeling voor de raadsperiode vast.
Nieuwe tekst 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programmaindeling voor die raadsperiode vast.
2.
a. De raad stelt de onderverdeling van de begroting naar doelstellingen, taakvelden en producten voor de raadsperiode vast. b. Indien wijzigingen noodzakelijk zijn, worden deze bij de programmabegroting expliciet vermeld en in het geval van aanpassingen op het niveau van de doelstelling aan de raad ter goedkeuring voorgelegd.
2. a. De indeling van de begroting betreft een onderverdeling in programma’s en een toedeling van taakvelden. b. Indien wijzigingen in de indeling noodzakelijk zijn, worden deze vermeld en in het geval van aanpassingen op het niveau van de programma’s aan de raad ter goedkeuring voorgelegd.
3.
De raad stelt per doelstelling vast: a. de beoogde maatschappelijke effecten en prestaties en, naast de voorgeschreven beleidsindicatoren (BBV), zelf gekozen indicatoren en streefcijfers om dit meetbaar te maken; b. de baten en lasten, stortingen en onttrekkingen; c. de investeringen in het investeringsprogramma.
3. De raad stelt per programma vast: a. de beoogde maatschappelijke effecten en prestaties, streefwaarden voor de voorgeschreven beleidsindicatoren (BBV) en zelfgekozen indicatoren en streefwaarden;
Artikel 3. Tussentijdse rapportage en informatie Bestaande tekst a. Het college informeert de raad door middel van uitvoeringsrapportages
b. de baten en lasten, stortingen en onttrekkingen; c. het investeringsprogramma.
Nieuwe tekst 1. Het college informeert de raad door middel van uitvoeringsrapportages
tweemaal per jaar (in voor- en najaar) over de beleidsuitvoering van de programmabegroting van de gemeente. 2.
3.
tweemaal per jaar (in voor- en najaar) over de uitvoering van de programmabegroting.
Bij de tussentijdse nota in het voorjaar kunnen voorstellen worden gedaan voor activiteiten en werkzaamheden die in het voorgaande jaar niet of niet volledig zijn gerealiseerd dan wel niet zijn afgerond en waar incidentele middelen voor beschikbaar zijn gesteld. Deze voorstellen zijn getoetst aan de criteria genoemd in artikel 6 lid 2 a t/m e. Daarnaast bevat deze tussentijdse nota voorstellen die effect hebben op het lopende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Voor zover er daaraan voorafgaand in het begin van het nieuwe begrotingsjaar activiteiten worden uitgevoerd zonder dat formeel de begroting door de raad is gewijzigd worden deze tijdelijke budgetoverschrijdingen geacht te passen binnen het beleid van de raad.
2.
De najaarsrapportage gaat in op afwijkingen van de baten en lasten, stortingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves op het niveau van de doelstellingen van het lopende begrotingsjaar en op de voortgang van het investeringsprogramma.
3.
Artikel 4. Informatieplicht en bevoegdheden Bestaande tekst Het college besluit over de volgende onderwerpen eerst nadat de raad is geïnformeerd en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken:
Bij de tussentijdse nota in het voorjaar kunnen voorstellen worden gedaan voor activiteiten en werkzaamheden die in het voorgaande jaar niet of niet volledig zijn gerealiseerd dan wel niet zijn afgerond. Deze voorstellen zijn getoetst aan de criteria genoemd in artikel 6 lid 2 a t/m e. Daarnaast bevat deze tussentijdse nota voorstellen die effect hebben op het lopende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Voor zover er daaraan voorafgaand in het begin van het nieuwe begrotingsjaar activiteiten worden uitgevoerd zonder dat formeel de begroting door de raad is gewijzigd worden deze tijdelijke budgetoverschrijdingen geacht te passen binnen het beleid van de raad. De najaarsrapportage gaat in op afwijkingen van de baten, lasten, reservemutaties op het niveau van de programma’s van het lopende begrotingsjaar en op de voortgang van het investeringsprogramma.
Nieuwe tekst
a.
aan- en verkoop van goederen, werken en diensten die specifiek door de raad bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling zijn aangegeven;
1.
Het college besluit niet over de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten die specifiek door de raad bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling zijn aangegeven, dan nadat de raad is geraadpleegd en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties die afwijken van de criteria
2.
Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties die afwijken van het bepaalde in
van de verordening Gemeentegaranties geldleningen;
c.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen.
Artikel 5. EMU-saldo Bestaande tekst
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMUtekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Houdbare OverheidsFinanciën (wet HOF), hebben overschreden, informeert het college de raad hierover. Als daarop een aanpassing van de begroting nodig is, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 6. Jaarstukken Bestaande tekst 1. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de doelstellingen. In de verantwoording geeft het college aan: a. wat bereikt is en hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen;
de Verordening Gemeentegaranties Geldleningen, dan na een besluit van de raad inhoudende een goedkeuring van het voorgenomen collegebesluit. 3.
Het voorgaande lid is niet van toepassing op: a. De jaarlijkse liquiditeitslening aan Parkeren Delft BV; b. De leningen die het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland verstrekt.
4.
Het college besluit niet tot het doen van kapitaalstortingen in instellingen en ondernemingen, dan na een besluit van de raad inhoudende een goedkeuring van het voorgenomen collegebesluit.
Nieuwe tekst 1. In de programmabegroting is het EMUsaldo opgenomen om een indicatie te geven van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden). 2.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMUtekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Houdbare OverheidsFinanciën (wet HOF), hebben overschreden, informeert het college de raad hierover. Als daarop een aanpassing van de begroting nodig is, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Nieuwe tekst 1. Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het college aan: a. wat bereikt is en hoe de resultaten zich verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen;
b. wat de lasten en baten, stortingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves zijn; c. wat de voorstellen zijn die afrekenen met reserves en het rekeningresultaat;
b. wat de lasten en baten, stortingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves zijn; c. wat het rekeningresultaat is; d. wat het voorstel is voor bestemming van het resultaat; e. wat de voortgang is van het investeringsprogramma.
d. wat de voortgang is van het investeringsprogramma. 2.
De voorstellen waaronder dotaties aan reserves of afrekening met het rekeningresultaat worden toegelicht in de jaarstukken en getoetst aan de volgende criteria:
2.
Het voorstel voor bestemming van het resultaat betreft verrekeningen met bestemmingsreserves en overige voorstellen. De bestemmingsvoorstellen worden toegelicht in de jaarstukken en getoetst aan de volgende criteria: a. beleidsinhoudelijke noodzaak; b. inbedding in de werkplanning van het nieuwe jaar; c. het voorstel heeft betrekking op incidentele budgetten; d. het minimumbedrag bedraagt € 100.000 per post en is gebaseerd op een concreet bestedingsvoorstel. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van het minimumbedrag; e. het begrotingssaldo van het betreffende programma mag niet worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare exogene factoren het begrotingsresultaat negatief hebben beïnvloed.
3.
Dividend- of winstuitkeringen van derden, deelnemingen of verbonden partijen, komen ten gunste van het gemeentelijke resultaat, tenzij andere door de raad bekrachtigde afspraken van toepassing zijn.
a. beleidsinhoudelijke noodzaak; b. inbedding in de werkplanning van het nieuwe jaar; c. het voorstel heeft betrekking op incidentele budgetten; d. het minimumbedrag bedraagt € 100.000 per post en is gebaseerd op een concreet bestedingsvoorstel. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van het minimumbedrag; e. het begrotingssaldo van de betreffende doelstelling mag niet worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare exogene factoren het begrotingsresultaat negatief hebben beïnvloed.
3.
Dividend- of winstuitkeringen van derden, deelnemingen of verbonden partijen, komen ten gunste van het gemeentelijke resultaat, tenzij andere door de raad bekrachtigde afspraken van toepassing zijn. Indien hiervan wordt afgeweken, wordt aan de raad een separaat voorstel over de gewijzigde bestemming van de dividend- of winstuitkeringen ter besluitvorming voorgelegd.
4.
Het college legt bij de gemeentelijke jaarstukken een voorstel tot afrekening van het resultaat na bestemming ter goedkeuring voor aan de raad. Dit betreft voorstellen voor afrekening van gesloten circuits en egalisatiereserves, verrekeningen met bestemmingsreserves
en overige voorstellen voor bestemming van het resultaat. 5.
Bij de goedkeuring van de jaarstukken wordt de begroting van het lopende jaar en/of meerjarenraming via een begrotingswijziging aangepast. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de doelstellingen of de beleidsdoelen voor het lopende jaar bijstelling behoeven.
4.
Bij de goedkeuring van de jaarstukken wordt de begroting van het lopende jaar en/of meerjarenraming via een begrotingswijziging aangepast.
Artikel 7. Wijziging van de begroting Bestaande tekst 1. Bij beleidsvoorstellen met consequenties voor de begroting op het niveau van doelstellingen biedt het college een begrotingswijziging aan ter vaststelling door de raad.
Nieuwe tekst 1. Bij beleidsvoorstellen met financiële consequenties voor de begroting op het niveau van programma’s biedt het college een begrotingswijziging aan ter vaststelling door de raad.
2.
2.
Bij de tussentijdse rapportages en jaarstukken wordt door het college een begrotingswijziging aangeboden met mutaties die het gevolg zijn van voorstellen in deze cyclusdocumenten.
3.
Bij de tussentijdse rapportages en aan het eind van het jaar wordt een Algemene RaadsBegrotingswijziging (ARB) opgesteld. In een ARB zijn budgetneutrale mutaties opgenomen die geen invloed hebben op de beleidsdoelen.
Het college biedt naast de wijzigingen als gevolg van de cyclusdocumenten (jaarstukken, programmabegroting en tussentijdse rapportages) overige wijzigingen van de programmabegroting aan bij deze cyclusdocumenten. In uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken.
TITEL 2. FINANCIËLE BELEID Artikel 8. Financiële positie Bestaande tekst 1. Het college draagt er zorg voor dat het financieel beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie in ieder geval in de begroting en jaarstukken is opgenomen. 1.
Het college draagt er zorg voor dat het financieel beleid waartoe de raad heeft
Nieuwe tekst Het college geeft een uiteenzetting van de financiële positie in ieder geval in de begroting en jaarstukken met inachtneming van het financieel beleid waartoe de raad heeft besloten.
besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie in ieder geval in de begroting en jaarstukken is opgenomen.
Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa Bestaande tekst 3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden ten laste van de exploitatie gebracht.
Artikel 11. Reserves en voorzieningen Bestaande tekst 2. Het college is bevoegd om separaat voorstellen tot onttrekkingen te doen aan een bestemmingsreserve, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het doel, waarvoor de onttrekking wordt voorgesteld past binnen het door de raad vastgestelde beleid; b. de onttrekking heeft geen consequenties voor eerder vastgestelde onttrekkingen aan de betreffende reserve in de begroting of meerjarenraming.
Artikel 12. Kostprijsberekening Bestaande tekst 1. Voor het bepalen van de kostprijs van rechten en heffingen en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden de directe kosten, de compensabele BTW, de overheadkosten en de rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
3.
Bij de kosten van met name rechten en heffingen, worden de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten als gevolg van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
Nieuwe tekst 3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Nieuwe tekst 2. Het college is bevoegd om separaat voorstellen te doen voor reservemutaties, indien het voorstel past binnen het door de raad vastgestelde beleid.
Nieuwe tekst 1. Voor het bepalen van de kostprijs van rechten en heffingen en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden de directe kosten, de compensabele BTW, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 3.
Bij de kosten van met name rechten en heffingen, worden de kosten van heffing en inning van belasting (perceptiekosten), de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten als gevolg van het
kwijtscheldingsbeleid en oninbaarheid betrokken. 5.
Voor de overige tarieven wordt het resterende deel van de overhead aan de kostprijzen toegerekend op basis van het aandeel van de personeelsomvang. Dit aandeel overhead wordt bepaald door de gemeentelijke personeelsomvang voor behorend bij de dienstverlening te delen door de totale personeelsomvang (exclusief de personeelsomvang voor overhead). De toerekening van overhead aan de kostprijs voor Reiniging en Riolering wordt gebaseerd op het aandeel van de lasten van de gemeente voor deze taakvelden. Dit aandeel wordt bepaald door de gemeentelijke lasten voor het taakveld te delen door de totale lasten van de programmabegroting (exclusief de totale overheadkosten). Bij het taakveld Reiniging geldt aanvullend dat inkomensoverdrachten aan de gemeenschappelijke regeling Avalex (i.c. de DVO) hiervan zijn uitgezonderd.
5.
De toerekening van overhead aan de kostprijs gebeurt op basis van het aandeel van de personeelsomvang. Dit aandeel overhead wordt bepaald door de gemeentelijke personeelsomvang behorend bij de dienstverlening te delen door de totale personeelsomvang (exclusief de personeelsomvang voor overhead).
6.
In afwijking van lid 5 gebeurt de toerekening van de overhead voor Reiniging en Riolering op basis van het aandeel van de lasten van de gemeente voor deze taakvelden. Dit aandeel wordt bepaald door de gemeentelijke lasten voor het taakveld te delen door de totale lasten van de programmabegroting (exclusief de totale overheadkosten). Bij het taakveld Reiniging geldt aanvullend dat inkomensoverdrachten aan de gemeenschappelijke regeling voor de afvalinzameling hiervan zijn uitgezonderd.
6.
Voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa wordt jaarlijks het met de begroting vastgestelde percentage van de omslagrente gehanteerd. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald op basis van de rentekosten van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en de rentevergoeding. De rentekosten en vergoeding als gevolg van projectfinanciering wordt hierop uitgezonderd.
7.
Voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks het met de begroting vastgestelde percentage van de omslagrente gehanteerd. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald op basis van de rentekosten van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en de rentevergoeding. De rentekosten en vergoedingen als gevolg van projectfinanciering worden hierop uitgezonderd.
7.
In afwijking van het zevende lid wordt voor de bepaling van de rentekosten bij een verstrekte lening uitgegaan van de werkelijke rente voor de financiering van de verstrekte lening. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
8.
Voor de bepaling van de rentekosten bij een verstrekte lening wordt uitgegaan van de werkelijke rente voor de financiering van de verstrekte lening. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
5.
Artikel 13. Prijzen economische activiteiten Bestaande tekst 1. Het college biedt (minimaal) éénmaal per vier jaar een geactualiseerde rapportage Economische activiteiten en Algemeen belang aan. 2.
Nieuwe tekst
In de rapportage wordt een actueel overzicht geboden van: a. de economische activiteiten van de gemeente Delft waarop de gedragsregels uit de wet Markt en Overheid van toepassing zijn en die worden uitgevoerd door de gemeente zelf (soms samen met andere gemeenten in een Gemeenschappelijke Regeling) óf vanuit een gemeentelijk overheidsbedrijf; b. economische activiteiten die worden uitgevoerd vanwege Algemeen belang. Dit betreft voorzieningen die in beginsel ten goede komen aan de gehele gemeentelijke bevolking en waarop de wet Markt en Overheid niet van toepassing is. De aanwijzing is een raadsbevoegdheid en zal prudent toegepast moeten worden en zorgvuldig onderbouwd. 1.
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
2.
Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de rentekosten met een opslag voor het debiteurenrisico in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college
vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3.
Raadsbesluiten zijn niet nodig indien minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:
a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van bij wet opgedragen publieke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; onderwijsinstellingen; publieke media-instellingen;
e. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
3.
Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig indien minder dan de kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen en garanties aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is; h. besluiten volgens het bepaalde in de verordening Garanties Geldleningen.
Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het college doet de raad jaarlijks een 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de voorstel ter vaststelling voor de hoogte gemeentelijke tarieven voor de van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, kadegelden, afvalstoffenheffing, kadegelden, reclamebelasting, precariobelasting en reclamebelasting en precariobelasting. lijkbezorgingsrechten ter vaststelling. Tevens wordt de verordening leges en de Tevens wordt de verordening leges en de tarievenlijst leges ter vaststelling tarievenlijst leges ter vaststelling
aangeboden.
aangeboden.
2.
Tevens wordt de raad geïnformeerd over prijzen en tarieven in het “Besluit reguliere prijzen en tarieven Gemeente Delft”.
2.
De raad wordt geïnformeerd over overige prijzen en tarieven die onder collegebevoegdheid vallen in het “Besluit reguliere prijzen en tarieven Gemeente Delft”.
3.
Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten.
3.
Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota aan met de kaders voor de huren en de erfpachten.
Artikel 15. Financieringsfunctie Bestaande tekst 2. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen om de doelstellingen binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren;
Nieuwe tekst 2. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren;
TITEL 3. PARAGRAFEN Artikel 16. Lokale heffingen Bestaande tekst 1. Het college draagt zorg voor een actueel overzicht van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per verstrekte dienst.
Nieuwe tekst 1. Het college draagt zorg voor een actueel overzicht van het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, bestaande uit de algemene belastingen, de bestemmingsbelastingen en de retributies.
2.
Het college geeft aan de raad inzicht in de mate van kostendekkendheid voor de door de gemeente verstrekte diensten, waarover de tarieven, en heffingen in rekening worden gebracht.
2.
In de programmabegroting en de jaarstukken geeft het college in de paragraaf Lokale heffingen inzicht in de mate van kostendekkendheid van de bestemmingsbelastingen en de retributies.
3.
Bij de programmabegroting en de jaarstukken geeft het college in de
3.
Bij de programmabegroting en de jaarstukken geeft het college in de
paragraaf Lokale heffingen inzicht in de opbrengsten per lokale heffing, het volume en bedrag aan kwijtscheldingen, de kostendekkendheid van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing, de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en bedrijven. Tevens wordt in deze paragraaf een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid opgenomen.
paragraaf Lokale heffingen verder inzicht in de opbrengsten per belasting, het bedrag aan kwijtscheldingen, de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudens, meerpersoonshuishoudens en bedrijven. Tevens wordt in deze paragraaf een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid opgenomen.
Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Het college geeft in de paragraaf 1. Het college geeft in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting en van de van de programmabegroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel jaarstukken een overzicht van de risico’s belang aan. van materieel belang. 2.
Het college geeft in deze paragraaf van de programmabegroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit aan en in hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.
2.
Het college geeft in deze paragraaf inzicht in het weerstandsvermogen. Dit is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de weerstandscapaciteit die benodigd is voor schade en verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang.
3.
Onderdeel van het weerstandsvermogen is de post Onvoorzien. Deze post is beschikbaar voor incidentele tegenvallers die onontkoombaar, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn.
3.
Onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit is de post Onvoorzien. Deze post is beschikbaar voor incidentele tegenvallers die onontkoombaar, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn.
4.
Het college rapporteert in deze paragraaf over de financiële positie en de schuldpositie door inzicht te geven in: a. het EMU-saldo;
4.
Het college rapporteert in deze paragraaf over de financiële positie door inzicht te geven in: a. het EMU-saldo (uitsluitend in de begroting); b. de meerjarige balansen (uitsluitend in de begroting); c. de verplichte financiële ratio’s (BBV), met toelichting en duiding; d. door de raad toegevoegde financiële kengetallen.
b. de prognosebalansen; c. de verplichte ratio’s (BBV), met toelichting en duiding; d. de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner; e. het saldo van baten en lasten als percentage van de baten; f. de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de baten;
g. risico’s.
Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen Bestaande tekst 1. Het college draagt zorg voor meerjarige beheerplannen in het kader van onderhoud openbare ruimte, onderhoud riolering, en onderhoud gebouwen.
3. Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een: a. een onderhoudsplan openbare ruimte aan, waaronder begrepen het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair; b. een rioleringsplan;
c. een onderhoudsplan gebouwen.
Artikel 19. Financiering Bestaande tekst Bij de programmabegroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf Financiering in ieder geval verslag van: a. de kasgeldlimiet; b. de renterisiconorm; c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende vier jaar; d. de rentevisie; e. de rentekosten, renteopbrengsten en het renteresultaat verbonden aan de financieringsfunctie; f. de omslagrente; g. de omvang van garantieportefeuille en waarborgen.
Artikel 20. Bedrijfsvoering Bestaande tekst 2. In de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag wordt in ieder geval gerapporteerd over: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;
Nieuwe tekst 1. Het college draagt zorg voor meerjarige beheerplannen in het kader van onderhoud openbare ruimte, onderhoud riolering onderhoud gebouwen en voorzieningen sport (sportvelden). 3.
Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar: a. beheerplannen voor de openbare ruimte aan, waaronder begrepen de beheerdisciplines openbaar groen en water, wegen, civiele constructies en speeltoestellen; b. een beheerplan riolering (Gemeentelijk RioleringsPlan) (eens in de vijf jaar); c. een beheerplan Vastgoed.
Nieuwe tekst Bij de programmabegroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf Financiering in ieder geval verslag van: d. Kaders en beleid; e. Rente (percentages, risico-opslag, kosten en opbrengsten, omslagrente); f. Renterisiconorm en kasgeldlimiet; g. Uitgezette gelden en kredietrisico; h. Garanties en waarborgen; i. Prognose liquiditeitsbehoefte voor de komende vier jaar (uitsluitend in de begroting).
Nieuwe tekst 2. In de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag wordt in ieder geval gerapporteerd over: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;
b. de kosten van inhuur derden; c. de huisvestingskosten; d. de automatiseringskosten. 3.
Het college informeert in de programmabegroting en rapporteert bij de jaarstukken in de paragraaf Bedrijfsvoering over de rechtmatigheid, en over de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals bedoeld in artikel 213a Gemeentewet.
Artikel 21. Verbonden partijen en subsidies Bestaande tekst 1. In de programmabegroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf Rolneming door Delft ingegaan op:
b. de kosten van inhuur derden.
3.
Het college informeert in de programmabegroting en rapporteert bij de jaarstukken in de paragraaf Bedrijfsvoering over niet financiële onrechtmatigheid (inclusief fraude(s) vanuit de eigen organisatie en het niet naleven van de bepalingen in de Wet fido en bijbehorende Regelingen), en over de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals bedoeld in artikel 213a Gemeentewet.
4.
Rechtmatigheidsverantwoording: a. Het actuele normenkader voor de rechtmatigheidsverantwoording betreft de inventarisatie van de voor de verantwoording relevante regelgeving, van andere overheden en van de gemeente zelf, en wordt jaarlijks door de raad vastgesteld en daarna door het college uitgewerkt in een toetsingskader. b. De verantwoordingsgrens voor afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording bedraagt 1% van de totale lasten (inclusief toevoegingen aan de reserve). c. De rapportagegrens voor aanvullende informatie in de paragraaf Bedrijfsvoering over afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording bedraagt € 200.000. d. In de paragraaf bedrijfsvoering beschrijft het college welke actie hij onderneemt om de afwijkingen in de toekomst te voorkomen (verbeterplan).
Nieuwe tekst 1. In de programmabegroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf Verbonden partijen en subsidies ingegaan
a. de rolneming per doelstelling; b. de verbonden partijen; c. de samenwerking met gesubsidieerde maatschappelijke instellingen.
2.
op: a. de verbonden partijen; b. de samenwerking met gesubsidieerde maatschappelijke instellingen.
Het onderdeel over rollen bevat de voortgang van de agenda van verzelfstandigingen en de samenwerking met lokale en regionale partners bij grote opgaven.
3. In het onderdeel over gesubsidieerde maatschappelijke instellingen wordt specifiek ingegaan op de verschillende subsidiestromen en nieuwe ontwikkelingen en wordt een actueel overzicht van de prestatiesubsidies gegeven.
3.
In het onderdeel over gesubsidieerde maatschappelijke instellingen wordt specifiek ingegaan op de verschillende subsidiestromen en nieuwe ontwikkelingen en wordt een actueel overzicht van de (meer)jaarlijkse subsidies gegeven.
6.
5.
Het Delftse subsidiestelsel bestaat uit de Algemene subsidieverordening (ASV) gemeente Delft, de Subsidieregeling subsidie gemeente Delft 2020 en enkele subsidiebeleidsregels. De ASV bevat algemene uitgangspunten en regels voor subsidieverstrekking en wordt naar bevind van zaken geactualiseerd (bijv. gewijzigde wet- en regelgeving) en vastgesteld door de raad. Het vaststellen van de Subsidieregelingen en de Beleidsregels is een collegebevoegdheid. Er worden ook subsidies (voorzieningen) verstrekt op basis van de verordening Financiële Materiële Gelijkstelling (FIMA) Deze verordening voor onderwijssubsidies staat naast de ASV en is daaraan gelijkwaardig.
Het college biedt eens per vier jaar een (geactualiseerd) Beleidskader subsidies Delft aan met het technisch/juridisch, inhoudelijk en financieel kader voor het verstrekken van subsidies. Het Delftse subsidiestelsel bestaat daarnaast uit de Kaderverordening subsidies gemeente Delft en beleidsregels voor de uitvoering. De kaderverordening bevat algemene uitgangspunten en regels voor subsidieverstrekking en wordt naar bevind van zaken geactualiseerd (bijv. gewijzigde wet- en regelgeving) en vastgesteld door de raad. Het vaststellen van de Beleidsregels is een collegebevoegdheid.
Artikel 22. Grondbeleid Bestaande tekst 4. In de betreffende doelstelling en de paragraaf Grondbeleid van de programmabegroting en het jaarverslag wordt op hoofdlijnen ingegaan op (de uitvoering van) het grond- en vastgoedbeleid.
Nieuwe tekst 3. In het betreffende programma en de paragraaf Grondbeleid van de programmabegroting en het jaarverslag wordt op hoofdlijnen ingegaan op (de uitvoering van) het grond- en vastgoedbeleid.
TITEL 4. FINANCIËLE ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE Artikel 23. Administratie Bestaande tekst De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen voor de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden; c. het verschaffen van informatie over de toegekende budgetten, de uitputting en investeringskredieten aan de organisatie voor het maken van kostencalculaties;
Nieuwe tekst De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen voor de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden; c. het verschaffen van informatie over de uitputting van de toegekende lasten- en batenbudgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties;
Artikel 25. Financiële organisatie Bestaande tekst De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: d. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen voor de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen; e. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden; f. het verschaffen van informatie over de toegekende budgetten, de uitputting en investeringskredieten aan de organisatie voor het maken van kostencalculaties;
Nieuwe tekst De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: d. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen voor de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen; e. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden; f. het verschaffen van informatie over de uitputting van de toegekende lasten- en batenbudgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties;
TITEL 5. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 27. Overgangsbepaling Bestaande tekst
Artikel 28. Inwerkingtreding Bestaande tekst 1. Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2018, op dezelfde datum wordt de Financiële Verordening d.d. 18 december 2014, kenmerk 1755242, ingetrokken.
2.
Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2018 zijn gedaan, blijft de Financiële verordening met kenmerk 1755242 van toepassing zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van deze verordening.
3.
Lid 3 en lid 4 van artikel 14 treden in werking op 1 januari 2019.
BIJLAGE 1. Afschrijvingsbeleid Bestaande tekst Voor alle activa geldt dat de afschrijving en de rentetoerekening aanvangt op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het betreffende activum in gebruik is genomen.
Nieuwe tekst Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 januari 2018 zijn gedaan, blijft het tot die datum vigerende Besluit Begroting en Verantwoording van toepassing.
Nieuwe tekst De Financiële verordening (vastgesteld in 2022) treedt de dag na publicatie in werking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2022. De Financiële Verordening die is vastgesteld d.d. 21 december 2017, registratienummer 3152567, wordt ingetrokken op de dag dat de “nieuwe” Financiële verordening in werking treedt.
Nieuwe tekst Voor alle activa geldt dat de afschrijving aanvangt op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het betreffende activum in gebruik is genomen. De rente wordt toegerekend op basis van de boekwaarde van het activum per 1 januari van het betreffende jaar.
A: afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven: 1. Activa in eigendom van derden (immateriële activa) De afschrijvingsduur wordt gelijkgesteld aan de economische levensduur die de eigenaar toekent aan het betreffende activum, of wat maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht.
A: afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven: 1. Activa in eigendom van derden (immateriële activa) De afschrijvingsduur wordt gelijkgesteld aan de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.
B: afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut 1. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 60 jaar: rioleringen, voor zover dit de bijdrage uit de voorziening overstijgt. In geval van grondexploitaties worden de kosten van de eerste aanleg van de riolering niet geactiveerd maar middels de betreffende grondexploitatie verrekend met het exploitatieresultaat. b. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen sportvelden; c. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; d. 20 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten, tijdelijke bedrijfsgebouwen en technische installaties in bedrijfsgebouwen;
B: afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut 1. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 60 jaar: rioleringen, voor zover dit de bijdrage uit de voorziening overstijgt. In geval van grondexploitaties worden de kosten van de eerste aanleg van de riolering niet geactiveerd maar middels de betreffende grondexploitatie verrekend met het exploitatieresultaat. b. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, sporthallen, kantoren en bedrijfsgebouwen; c. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; d. 20 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten, tijdelijke bedrijfsgebouwen en technische installaties in bedrijfsgebouwen; e. 15 jaar: Sportvelden; f. 10 jaar: veiligheids- en geluidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, kabels en leidingen, kantoormeubilair en schoolmeubilair; g. 6-10 jaar: auto’s en vervoermiddelen, tractiemiddelen (maaimachines, takkenhakmachine e.d.); h. 3-5 jaar: telefooninstallaties, software en automatiseringsapparatuur.
e. 10 jaar: veiligheids- en geluidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, kabels en leidingen, kantoormeubilair en schoolmeubilair; f. 6-10 jaar: auto’s en vervoermiddelen, tractiemiddelen (maaimachines, takkenhakmachine e.d.); g. 3-5 jaar: telefooninstallaties en automatiseringsapparatuur.