Was wordt lijst bij de gewijzigde huisvestingsverordening Delft 2019
Tekst van het document
Was – wordt lijst bij de gewijzigde huisvestingsverordening Delft 2019 In dit document zijn alle wijzigingen opgesomd voor gewijzigde vaststelling van de Huisvestingsverordening Delft 2019. Telkens is kort beschreven wat de wijziging inhoudt. Vervolgens staat in de linker kolom de oude tekst, waarin schuin en rood is gemarkeerd welke delen van de tekst worden gewijzigd. In de rechter kolom staat de nieuwe tekst weergegeven. Vetgedrukt en paars is gemarkeerd welke stukken van de tekst nieuw zijn ten opzichte van de huidige verordeningstekst.
Wijzigingen in Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen In hoofdstuk 1 algemene bepalingen wordt de definitie van “bewoner” toegevoegd tussen “actiegebied” en “burgemeester en wethouders” Oude tekst Nieuwe tekst Bewoner een persoon die het hoofdverblijf heeft in de desbetreffende woonruimte In hoofdstuk 1 algemene bepalingen wordt de definitie van “woongroep” toegevoegd tussen “woonduur” en “woonoppervlakte” Oude tekst Nieuwe tekst Woongroep een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan.
Wijzigingen in hoofdstuk 5 Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Artikel 5:8 Toepassing categorieën woonruimte in relatie tot onttrekking en omzetting Het verbod op onttrekking en samenvoeging, als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014, is uitsluitend van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte, die behoren tot de in bijlage IV van deze verordening opgenomen categorieën.
Nieuwe tekst Artikel 5:8 Toepassing categorieën woonruimte in relatie tot onttrekking en samenvoeging Het verbod op onttrekking en samenvoeging, als bedoeld in artikel 21, eerste lid aanhef en onder a en b van de Huisvestingswet 2014, is uitsluitend van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte, die behoren tot de in bijlage IV van deze verordening opgenomen categorieën.
Artikel 5:15 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een zelfstandige woonruimte om te zetten in 3 of meer onzelfstandige woonruimten. Het gaat hierbij om woonruimte, die behoren tot de in bijlage V van deze verordening opgenomen categorieën woonruimte.
Nieuwe tekst Het verbod op omzetting, als bedoeld in artikel 21, eerste lid aanhef en onder c van de Huisvestingswet 2014, is uitsluitend van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte, die behoren tot de in bijlage V van deze verordening opgenomen categorieën.
Artikel 5:16 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:16 Aanvraag omzettingsvergunning 1. Voor het verkrijgen van een vergunning tot omzetting moet een aanvraag worden ingediend bij burgemeester en wethouders door middel van een daartoe door de gemeente aangewezen formulier. 2. De aanvraag moet in ieder geval bevatten: a. de naam en het correspondentieadres in Nederland van de aanvrager en tevens van de eigenaar indien deze niet de aanvrager is; b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres in Nederland; c. gegevens over de huidige situatie: - het adres van de woning; - de recente WOZ-waarde; - de gebruiksoppervlakte; - de staat van onderhoud; d. gegevens over de beoogde situatie: - de bestemming; - de gebruiksoppervlakte; - beoogd aantal toekomstige bewoners; - de gronden waarop de aanvraag berust.
Artikel 5:16 Aanvraag omzettingsvergunning 1. Voor het verkrijgen van een vergunning tot omzetting moet een aanvraag worden ingediend bij burgemeester en wethouders door middel van een daartoe door de gemeente aangewezen formulier. 2. De aanvraag moet in ieder geval bevatten: a. de naam en het correspondentieadres in Nederland van de aanvrager en tevens van de eigenaar indien deze niet de aanvrager is; b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres in Nederland; c. gegevens over de huidige situatie: - het adres van de woning; - de gebruiksoppervlakte. d. gegevens over de beoogde situatie: - de bestemming; - de gebruiksoppervlakte; - beoogd aantal toekomstige bewoners; - de gronden waarop de aanvraag berust. 3. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels waarin uitleg en uitvoering aan deze bepaling wordt gegeven.
Aan Artikel 5:17 wordt een lid toegevoegd. Het bestaande lid wordt lid 1, dat ook inhoudelijk iets wordt gewijzigd Oude tekst Nieuwe tekst Artikel 5:17 Voorschriften voor omzetting Artikel 5:17 Voorschriften voor omzetting Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 1. Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de 2014 kunnen door burgemeester en wethouders voorschriften worden verbonden over huisvestingswet 2014 kunnen door burgemeester en wethouders voorschriften worden onder meer: verbonden over onder meer: a. uitzonderingen voor bepaalde woonvormen; a. de leefbaarheid in en rondom het gebouw; b. uitzonderingen voor bepaalde woningen die door het college als schaars zijn b. het voorkomen van overlast; aangewezen; c. goed verhuurderschap. c. de leefbaarheid in en rondom het object; 2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot d. het voorkomen van overlast; goed verhuurderschap als bedoeld in het eerste lid onder c. e. goed verhuurderschap en; f. de omgevingsvergunning. Artikel 5:18 wordt geschrapt Oude tekst De volkshuisvestelijke toets beoordeelt of de aanvraag voor de omzettingsvergunning al dan niet tot de categorie schaarse woningen behoort. Artikel 5:19 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst
Nieuwe tekst -
Nieuwe tekst
Artikel 5:19 Beslissing over de aanvraag 1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een omzettingsvergunning binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste en tweede lid eenmalig voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
Artikel 5:18 Beslissing over de aanvraag 1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een omzettingsvergunning binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid eenmalig voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
Artikel 5:20 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Artikel 5.20: Weigeringsgronden Een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21 van de huisvestingswet kan worden geweigerd, indien: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad, met het oog op schaarste en leefbaarheid, groter is dan het met de omzetting gediende belang; b. het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad, met het oog op schaarste en leefbaarheid, niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning, c. de aanvraag niet voldoet aan de volkshuisvestelijke toets als bedoeld in artikel 5.18 lid 1, d. de aanvraag niet voldoet aan de leefbaarheidstoets als bedoeld in artikel 5.18 lid 2, e. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan.
Nieuwe tekst Artikel 5.19: Weigeringsgronden Een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21 van de huisvestingswet wordt geweigerd, indien: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de omzetting gediende belang (volkshuisvestelijke toets); b. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw (leefbaarheidstoets); c. het onder a en b genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; d. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan.
Er wordt een nieuw artikel 5:20 toegevoegd Oude tekst -
Artikel 5:21 wordt geschrapt Oude tekst Artikel 5:21 Verlenen vergunning 1. Burgemeester en wethouders verlenen of weigeren de vergunning met inachtneming van artikel 21 van de Huisvestingswet 2014.
Nieuwe tekst Artikel 5:20 Leefbaarheidstoets 1. De leefbaarheidstoets als bedoeld in artikel 5:19 onder b heeft betrekking op: a. fysieke leefbaarheidseisen en; b. algemene leefbaarheidseisen in de omgeving van het betreffende gebouw. 2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de fysieke en de algemene leefbaarheidseisen als bedoeld in het eerste lid. Nieuwe tekst -
2. Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het met de omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en/of het belang van de leefbaarheid. Artikel 5:22 wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Artikel 5:22 Intrekkingsgronden De vergunning als bedoeld in artikel 53 kan door de burgemeester en wethouders worden ingetrokken, indien: a. de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist, of redelijkerwijs kon vermoeden dat het onjuiste of onvolledige gegevens waren; c. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd.
Nieuwe tekst Artikel 5:21 Intrekkingsgronden De vergunning als bedoeld in artikel 5:15 kan door de burgemeester en wethouders worden ingetrokken, indien: a. de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist, of redelijkerwijs kon vermoeden dat het onjuiste of onvolledige gegevens waren; c. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd.
Paragraaf 5d woningvorming wordt toegevoegd, bestaande uit de artikelen 5:22 tot en met 5:27 Oude tekst: geen Nieuwe tekst Paragraaf 5d Woningvorming Artikel 5:22 Vergunningvereiste Het verbod op woningvorming, als bedoeld in artikel 21, eerste lid aanhef, onder d van de Huisvestingswet 2014, is uitsluitend van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte, die behoren tot de in bijlage VI van deze verordening opgenomen categorieën. Artikel 5:23 Aanvraag woningvormingsvergunning 1. Voor het verkrijgen van een vergunning tot woningvorming moet een aanvraag worden ingediend bij burgemeester en wethouders door middel van een daartoe door de gemeente aangewezen formulier. 2. De aanvraag moet in ieder geval bevatten: a. de naam en het correspondentieadres in Nederland van de aanvrager en tevens van de eigenaar indien deze niet de aanvrager is; b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres in Nederland; c. gegevens over de huidige situatie: - het adres van de woning; - de gebruiksoppervlakte. d. gegevens over de beoogde situatie: - de bestemming; - de gebruiksoppervlakte; - de gronden waarop de aanvraag berust; - bouwtekening van de huidige, alsook de beoogde situatie. 3. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast waarin uitleg en uitvoering aan deze bepaling wordt gegeven.
Artikel 5:24 Voorschriften voor woningvorming 1. Aan het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 21 aanhef en onder d van de Huisvestingswet 2014 kunnen door burgemeester en wethouders voorschriften worden verbonden over onder meer: a. de leefbaarheid in en rondom het gebouw; b. het voorkomen van overlast; c. goed verhuurderschap. 2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot goed verhuurderschap als bedoeld in het eerste lid onder c. Artikel 5:25 Beslissing over de aanvraag 1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een woningvormingsvergunning binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid eenmalig voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Artikel 5:26 Weigeringsgronden Een woningvormingsvergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 wordt geweigerd, indien: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de woningvorming gediende belang (volkshuisvestelijke toets); b. vergunningverlening zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefklimaat in de omgeving van het betreffende gebouw (leefbaarheidstoets); c.
het onder a en b genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; d. het gebouw waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet een minimale woonoppervlakte van 180m2 heeft; e. de woonoppervlakte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft in de afgelopen 10 jaar, al dan niet op basis van een verleende omgevingsvergunning, is uitgebreid. Artikel 5:27 Leefbaarheidstoets 1. De leefbaarheidstoets als bedoeld in artikel 5:26 onder b heeft betrekking op: a. fysieke leefbaarheidseisen en; b. algemene leefbaarheidseisen in de omgeving van het betreffende gebouw. 2. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de fysieke en de algemene leefbaarheidseisen als bedoeld in het eerste lid. Paragraaf 5e Uitzonderingen vergunningvereiste wordt toegevoegd, bestaande uit de artikelen 5:28 t/m 5:33 Oude tekst: geen Nieuwe tekst: Paragraaf 5e Uitzonderingen vergunningvereiste
Artikel 5:28 Ontheffing verbod onttrekken woonruimte ten behoeve van omzetting en woningvorming 1. Van de verboden als bedoeld in de artikelen 5:15 en 5:22 kan door burgemeester en wethouders ontheffing worden verleend indien en voor zover de omzetting of woningvorming bedoeld is voor: a. het huisvesten van woongroepen, of; b. huisvestingsoplossingen in relatie tot de maatschappelijke opgave Langer & weer thuis. 2. De in het eerste lid bedoelde ontheffing wordt aangevraagd door of namens de eigenaar van het gebouw dat de betreffende woonruimten bevat; 3. De in het eerste lid genoemde ontheffing wordt afgegeven voor de duur dat de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft in gebruik wordt gegeven voor het in de ontheffingsbeschikking omschreven doel; 4. De in het derde lid genoemde termijn vervalt in ieder geval op het moment dat de woonruimte wordt verkocht. 5. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de toepassing van dit artikel. Artikel 5:29 Aanvraag ontheffing 1. Voor het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:28, eerste lid, moet een aanvraag worden ingediend bij burgemeester en wethouders door middel van een daartoe door de gemeente aangewezen formulier. 2. De aanvraag moet in ieder geval bevatten: a.
de naam en het correspondentieadres in Nederland van de aanvrager en tevens van de eigenaar indien deze niet de aanvrager is; b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres in Nederland; c. gegevens over de huidige situatie: - het adres van de woning; - de gebruiksoppervlakte. d. gegevens over de beoogde situatie: - beschrijving van de bestemming (huisvesting van een woongroep, of huisvestingsoplossing in het kader van Langer & Weer Thuis); - verwachte duur van de bestemming; - de gebruiksoppervlakte; - de gronden waarop de aanvraag berust; - bouwtekening van de huidige, alsook de beoogde situatie. 3. Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast waarin uitleg en uitvoering aan deze bepaling wordt gegeven. Artikel 5:30 Voorschriften ontheffing verbod onttrekken woonruimte ten behoeve van omzetting en woningvorming 1. Aan een ontheffing als bedoeld in artikel 5:28, eerste lid worden de volgende voorschriften verbonden: a. de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft kan uitsluitend in gebruik worden gegeven voor gebruik ten behoeve van het doel zoals in de ontheffingsbeschikking omschreven; b. de ontheffing is niet overdraagbaar.
Artikel 5:31 Beslissing over de aanvraag 1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om een ontheffing binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid eenmalig voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Artikel 5:32 Weigeringsgronden ontheffing verbod onttrekken woonruimte ten behoeve van omzetting en woningvorming 1. Een ontheffing als bedoeld in artikel 5:28, eerste lid wordt geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de (tijdelijke) omzetting of woningvorming gediende belang (volkshuisvestelijke toets); b. het verlenen van de ontheffing leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende gebouw (leefbaarheidstoets); c. het onder a en b gedoelde belang niet of niet voldoende wordt gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de ontheffing. Artikel 5:33 Intrekken ontheffing verbod onttrekken woonruimte ten behoeve van omzetting en woningvorming 1. Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing als bedoeld in artikel 5:28, eerste lid intrekken indien: a.
die ontheffing is verleend op grond van door de houder van die ontheffing verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; b. het doel waartoe ontheffing is verleend niet langer wordt gediend met de ontheffing; c. de aan de ontheffing verbonden voorschriften niet worden nageleefd; d. de houder van die ontheffing daartoe verzoekt.
Wijzigingen in Hoofdstuk 7 Overige bepalingen
•
• •
Artikel 7:2, wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Artikel 7:2 Bestuurlijke boete 1. Voor overtreding van de artikelen 8, 21 of 22 van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. 2. De bestuurlijke boete wordt verhoogd met 100 procent van het boetebedrag dat in bijlage II bij deze verordening is bepaald, indien de overtreding is begaan bij een bedrijfsmatige exploitatie van woonruimte. 3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan de bestuurlijke boete, met uitzondering van de bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 8, eerste lid wederom worden verhoogd met 100 procent van het boetebedrag dat in bijlage II bij deze verordening is bepaald, indien binnen een tijdvak van vijf jaar
Nieuwe tekst Artikel 7:2 Bestuurlijke boete 1. Voor overtreding van de artikelen 8, 21, of 22 van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. 2. Bij toepassing van het gestelde in het eerste lid hanteren burgemeester en wethouders de boetes als vermeld in bijlage II van deze verordening.
•
voorafgaand aan de constatering van de overtreding een andere overtreding van eenzelfde voorschrift is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 4. Bij toepassing van het gestelde in voorgaande leden hanteren burgemeester en wethouders de boetes als vermeld in bijlage II van deze verordening. is geworden. Aan artikel 8:2 wordt een nieuw eerste en vierde lid toegevoegd. De huidige leden 1 en 2, worden 2 en 3. Oude tekst Nieuwe tekst Artikel 8:2 Overgangsbepaling urgentieverklaring, huisvestings-, woningvorming- of Artikel 8:2 Overgangsbepaling urgentieverklaring, huisvestings-, woningvorming- of onttrekkingsvergunning onttrekkingsvergunning 1. De Nieuwe Huisvestingsverordening Delft2015 blijft van toepassing op aanvragen 1. Vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten verleend of genomen van woningzoekenden voor een urgentieverklaring of voor een huisvestingsvergunning op grond van de Huisvestingsverordening Delft zoals deze gold voor het die vóór van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, indien dit voor de tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, gelden als belanghebbende gunstiger is. vergunningen, urgentieverklaringen en besluiten, als bedoeld in deze 2. De Nieuwe Huisvestingsverordening Delft 2015 blijft van toepassing op aanvragen verordening.
van een vergunning op grond van artikel 21 of 22 van de Huisvestingswet 2014, die 2. De Nieuwe Huisvestingsverordening Delft2015 blijft van toepassing op aanvragen vóór de dag van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, indien dit voor van woningzoekenden voor een urgentieverklaring of voor een huisvestingsvergunning de belanghebbende gunstiger is. die vóór van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, indien dit voor de belanghebbende gunstiger is. 3. De Nieuwe Huisvestingsverordening Delft 2015 blijft van toepassing op aanvragen van een vergunning op grond van artikel 21 of 22 van de Huisvestingswet 2014, die vóór de dag van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend, indien dit voor de belanghebbende gunstiger is. 4. De toegevoegde en verscherpte bepalingen in hoofdstuk 5 zijn uitsluitend van toepassing op situaties waarvoor de relevante aanvragen na vaststelling en publicatie van de wijzigingen in deze verordening door de gemeente zijn ontvangen.
Wijzigingen in de Algemene Toelichting Het tekstblok onder de kop “inleiding” wordt als volgt gewijzigd Oude tekst De Huisvestingswet 2014 biedt de gemeenteraad uitsluitend de mogelijkheid om gebruik te maken van zijn bevoegdheden om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden met een verordening, indien dit noodzakelijk en geschikt is. Het uitgangspunt van de Huisvestingswet 2014 is het recht van vrije vestiging voor alle inwoners van Nederland. De Huisvestingswet 2014 maakt het niet mogelijk om regels te stellen aan de toewijzing en de verdeling van koopwoningen. Ook zijn andere beperkende voorwaarden met betrekking tot verdeling, zoals leefbaarheid van en in de wijk, niet toegestaan. De verordening staat niet op zichzelf maar maakt nadrukkelijk onderdeel uit van een breder stelsel samen met de Woonvisie, Woonagenda en prestatieafspraken.
Nieuwe tekst De Huisvestingswet 2014 biedt de gemeenteraad uitsluitend de mogelijkheid om gebruik te maken van zijn bevoegdheden om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden met een verordening, indien dit noodzakelijk en geschikt is. Het uitgangspunt van de Huisvestingswet 2014 is het recht van vrije vestiging voor alle inwoners van Nederland. De Huisvestingswet 2014 maakt het niet mogelijk om regels te stellen aan de toewijzing en de verdeling van koopwoningen. Ook zijn andere beperkende voorwaarden met betrekking tot verdeling, zoals leefbaarheid van en in de wijk, niet toegestaan. De verordening staat niet op zichzelf maar maakt nadrukkelijk onderdeel uit van een breder stelsel samen
met de Woonvisie, Woonagenda en prestatieafspraken en regionale nieuwe woningmarktafspraken (NWMA). Tussen de tekstblokken met de kop “prestatieafspraken” en “Schaarste” wordt een tekstblok toegevoegd met de kop “Nieuwe Woningmarktafspraken” Oude tekst Nieuwe tekst Nieuwe woningmarktafspraken In 2020 zijn de negen gemeenten in woningmarktregio Haaglanden, in samenwerking met de provincie Zuid Holland, de sociale verhuurders Haaglanden en de sociale huurders Haaglanden met elkaar in gesprek gegaan om te komen tot regionale afspraken met betrekking tot de algemene woningbouwopgave en in het bijzonder de opgave voor het realiseren van woningen beschikbaar en bereikbaar voor huishoudens die qua inkomen behoren tot de doelgroep van beleid van de sociale woningbouw. De regionale opgave is groot; een netto toevoeging van ruim 65 duizend woningen, waarvan minimaal 13.500 woningen die voor de doelgroep van beleid beschikbaar en bereikbaar zijn. In het tweede tekstblok onder de kop “Schaarste” wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Het uitgangspunt van zowel de Huisvestingswet 2014 als deze verordening is de vrijheid van vestiging van woningzoekenden en een open regionale woningmarkt.
Niettemin legitimeren de aanwezigheid van groepen in de knel en de aanwezigheid van specifieke groepen woningzoekenden dat er door de gemeente Delft en de andere gemeenten in de regio Haaglanden tijdelijk wordt (bij-)gestuurd. Dit alles met het besef dat de meer structurele oplossing van het vraagstuk in de ontwikkeling van de woningvoorraad (zowel kwantitatief als kwalitatief) in brede zin ligt en niet in de verdeling er van. Met het oog op het voorgaande is er tevens noodzaak om via een vergunningstelsel voor splitsing, samenvoeging, vorming en onttrekking van woningen grip te houden op aanpassingen of wijzigingen in de gehele woningvoorraad.
Nieuwe tekst Het uitgangspunt van zowel de Huisvestingswet 2014 als deze verordening is de vrijheid van vestiging van woningzoekenden en een open regionale woningmarkt. Niettemin legitimeren de aanwezigheid van groepen in de knel en de aanwezigheid van specifieke groepen woningzoekenden dat er door de gemeente Delft en de andere gemeenten in de regio Haaglanden tijdelijk wordt (bij-)gestuurd. Dit alles met het besef dat de meer structurele oplossing van het vraagstuk in de ontwikkeling van de woningvoorraad (zowel kwantitatief als kwalitatief) in brede zin ligt en niet in de verdeling er van. Met het oog op het voorgaande is er tevens noodzaak om via een vergunningstelsel voor splitsing, samenvoeging, woningvorming en onttrekking van woonruimte grip te houden op aanpassingen of wijzigingen in de gehele woningvoorraad.
Het tweede tekstblok onder de kop “Regionale schaarste” wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Nieuwe tekst In de woningmarktregio Haaglanden zijn goedkope huurwoningen tot de In de woningmarktregio Haaglanden zijn goedkope huurwoningen tot de huurprijsgrens (€ 720,42 in 2019) schaars. Daarom is in de huisvestingsverordening huurprijsgrens (€ 752,33 in 2021) schaars. Daarom is in de huisvestingsverordening van alle regiogemeenten opgenomen dat het verplicht is voor deze woningen een van alle regiogemeenten opgenomen dat het verplicht is voor deze woningen een huisvestingsvergunning aan te vragen. Het is immers binnen dat deel van de regionale huisvestingsvergunning aan te vragen. Het is immers binnen dat deel van de regionale woningvoorraad dat zich onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen voordoen. woningvoorraad dat zich onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen voordoen. Het tekstblok onder de kop “Lokale schaarste” wordt aangevuld met een tekstblok met de kop “Verdringingseffecten en is alsdus gewijzigd Oude tekst Nieuwe tekst
De Huisvestingswet 2014 verplicht de gemeente om aan te tonen dat er sprake is van schaarste in de woningvoorraad, voordat het instrument huisvestingsverordening in het schaars bevonden deel van de woningvoorraad mag worden ingezet. De lokale vraag naar sociale huurwoningen overstijgt het aanbod ruim. De volgende ontwikkelingen en feiten tonen dit aan: • De druk op de woningmarkt is sinds 2015 sterk toegenomen. De trek naar de (rand)stad versnelt. • De huizenprijzen zijn na een dieptepunt op gemiddeld ongeveer € 210.000,- in 2013 gestegen tot gemiddeld ongeveer € 280.000,- in 2018 en liggen daarmee ruim boven het niveau van 2008 dat lag op net iets minder dan € 240.000 gemiddeld. 1 • De mutatiegraad in de sociale voorraad loopt sterk terug, terwijl het aantal woningzoekenden toeneemt, hierdoor is de kans op een woning teruggelopen van 7.5% in 2013 tot 3.1% in 2018. 2 • Hoewel Delft werkt aan de bouw van nieuwe woningen is dit nog niet voldoende om de toegenomen vraag op te vangen. • Het aantal (buitenlandse) studenten in Delft blijft groeien. • De instroom van statushouders blijft hoog, waarbij door het stijgen van het aandeel gezinshereniging de druk op grotere woningen toeneemt. Deze grote woningen zijn extra schaars in Delft, waardoor het verdringende effect sterker is dan bij de eerdere instroom van voornamelijk alleenstaanden.
• De investeringscapaciteit van de lokale corporaties is ver onder het landelijk gemiddelde, dit heeft een negatief effect op de ontwikkeling van nieuwe sociale woningen en op het realiseren van de duurzaamheidsopgave in dat segment. • Het gemiddeld aantal reactie per vrijgekomen woning is toegenomen tot ruim 160 • Ook in het middeldure segment (tot ongeveer € 1050,- per maand) bestaat een tekort aan aanbod in combinatie met een stijgende vraag. Dit geldt in nog sterkere mate in de randstad Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er duidelijk sprake is van schaarste op de Delftse woningmarkt in het sociale huursegment. Deze schaarste zal in de toekomst ook niet afnemen, eerder zal Delft tot de hogedrukgebieden behoren vanwege de toestroom van de asiel-, studie- en kennismigranten zoals de provincie becijfert. De inzet van het verdelingsinstrument huisvestingsverordening is daarmee gelegitimeerd. De BTIV2015-proof gemaakte Delftse woonvisie, de Uitvoeringsagenda, 1 Marktcijfers koopwoningen | NVM 2 Woningmarktrapport_gemeente_delft_2018_3 van woningmarktcijfers.nl 3 https://svh.woongemeente.nl/
De Huisvestingswet 2014 verplicht de gemeente om aan te tonen dat er sprake is van schaarste in de woningvoorraad, voordat het instrument huisvestingsverordening in het schaars bevonden deel van de woningvoorraad mag worden ingezet. In het Tabellenboek 2019 Delft van Explica is de lokale schaarste van Delft in kaart gebracht. Daaruit bleek dat er in 2020 in Delft 1.015 corporatiewoningen vrij kwamen voor verhuur. En dat ruim 28 duizend woningzoekenden in 2020 op het woningaanbod in Delft hebben gereageerd. In de Aanbodrapportage 2020 van Explica is in kaart gebracht dat de kans dat een woningzoekende in Delft ook een woning bemachtigde in 2020 3.1% was. Een sterke daling ten opzichte van 4% in 2019. De lokale vraag naar (sociale) huurwoningen overstijgt het aanbod ruim. De volgende ontwikkelingen en feiten tonen dit aan: • •
•
•
• • •
De druk op de woningmarkt is sinds 2015 sterk toegenomen. De trek naar de (rand)stad versnelt. De huizenprijzen zijn na een dieptepunt op gemiddeld ongeveer € 210.000,- in 2013 gestegen tot een gemiddelde van € 370.000,- in het vierde kwartaal van 20201 en liggen daarmee ruim boven het niveau van 2008 dat lag op net iets minder dan € 240.000 gemiddeld.2 In Delft zijn ongeveer 19.250 zelfstandige huurwoningen van de vier lokale woningcorporaties. Ongeveer 16.750 daarvan hebben een huur onder de liberalisatiegrens en zijn dus bereikbaar voor de huishoudens met een inkomen onder de € 34.678,- . In Delft waren in 2020 ruim 4.250 huishoudens actief op zoek naar een gereguleerde huurwoning. Uit anderen gemeenten waren ruim 28.000 huishoudens op zoek naar een woning in Delft. Zij reageren op het vrijkomend aanbod. De mutatiegraad in de sociale voorraad loopt sterk terug, terwijl het aantal woningzoekenden toeneemt, hierdoor is de kans op een woning teruggelopen van 7.5% in 2013 tot 3.1% in 2020.3 Hoewel Delft werkt aan de bouw van nieuwe woningen is dit nog niet voldoende om de toegenomen vraag op te vangen. Het aantal (buitenlandse) studenten in Delft blijft groeien.
de Wonen/Zorg-agenda, de prestatieafspraken en de nieuwe verordening vormen een eenheid in het realiseren van de doelen voor de Delftse woningmarkt.
•
• • •
De instroom van statushouders blijft hoog, waarbij door het stijgen van het aandeel gezinshereniging de druk op grotere woningen toeneemt. Deze grote woningen zijn extra schaars in Delft, waardoor het verdringende effect sterker is dan bij de eerdere instroom van voornamelijk alleenstaanden. De investeringscapaciteit van de lokale corporaties is ver onder het landelijk gemiddelde, dit heeft een negatief effect op de ontwikkeling van nieuwe sociale woningen en op het realiseren van de duurzaamheidsopgave in dat segment. Het gemiddeld aantal reactie per vrijgekomen woning is toegenomen tot bijna 3004 Ook in het middeldure segment (tot ongeveer € 1050,- per maand) bestaat een tekort aan aanbod in combinatie met een stijgende vraag. Dit geldt in nog sterkere mate in de randstad5
Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er duidelijk sprake is van schaarste op de Delftse woningmarkt in zijn geheel. Deze schaarste zal in de toekomst ook niet afnemen, eerder zal Delft tot de hogedrukgebieden behoren vanwege de toestroom van de asiel-, studie- en kennismigranten zoals de provincie becijfert. Verdringingseffecten In het voorgaande is onderbouwd dat er een mismatch is tussen vraag en aanbod op de Delftse (sociale) huurwoningmarkt. Er is evenwel over de hele (particuliere) huurmarkt schaarste. Dat blijkt al doordat het basisuitgangspunt (een gemiddeld aandeel particuliere woningen van omstreeks 10%) niet aan de orde is. De particuliere huurmarkt is in Delft klein van omvang: 3% (per 1.1.2020) van het totaal. In bijvoorbeeld Den Haag of Zoetermeer is dit 12%, resp. 8%. Daarnaast blijkt uit onderzoek ten behoeve van de eindevaluatie ‘Studentenhuisvesting in goede banen’ dat er verdringingseffecten optreden in de particuliere sector als gevolg van onttrekken van de woningvoorraad voor hotel- en AirBnB-functies, de buy-to-let-omzettingen en woningvorming. Er is een nulmeting in 2015 verricht en een herhaalmeting in 2019 naar de effecten en (uiteindelijke) richting van de cumulatieve effecten van deze op zichzelfstaande ontwikkelingen. De eindevaluatie toont aan dat de schaarste in de gehele woningvoorraad de afgelopen twee jaar sterk is toegenomen. .
In het bijzonder zien wij een zeer beperkt aanbod voor starters in de vorm van 2-kamer en kleinere 3kamerwoningen, met name in het sociale en middeldure huursegment.
4 https://svh.woongemeente.nl/ 5 Samen bouwen aan middenhuur, ervaringen van een jaar samenwerkingstafel middenhuur, Rob van Gijzel, januari 2018 | Publicatie-nr. 110203
Het aanbod is ook zeer beperkt voorjonge gezinnen die een woning willen kopen (minimaal 4-kamerwoningen onder de NHG-grens). Door de buyto-let-ontwikkelingen vindt verdringing plaats voor de koopstarters. In Delft is dit aandeel buy-to-let twee keer zo hoog dan het landelijke gemiddelde (20% op een gemiddelde van 11%). Met de woningen die aangekocht zijn voor de verhuur (buy-to-let) wordt evenwel een andere doelgroep bediend (bijv. expats die hogere maandhuren kunnen betalen), dan de doelgroep die deze woning had kunnen kopen (koopstarters en gezinnen). Delft heeft een atypische bevolkingsopbouw (relatief veel jongeren/studenten en ouderen) tegelijkertijd is ook de woningvoorraad atypisch. Vraag en aanbod is daardoor niet met elkaar in evenwicht. En met name de -betaalbare- huisvesting voor gezinnen komt in de knel. Delft behoort tot de top drie in Nederland van de kleinste woningen. In ondermeer de woonmonitor 2020 is dit uitgewerkt. Wringt in de uitgangssituatie al het aanbod op de vraag, door genoemde ontwikkelingen als AirBnB, buy-to-let-omzettingen en woningvorming/verstudioïsering worden de koopwoningen die qua prijs en omvang aantrekkelijk zijn voor gezinnen aan de voorraad onttrokken en omgezet naar kleinere units. De al schaarse voorraad wordt nog schaarser.
Uit de nulmeting van 2015 versus herhaalmeting 2019 blijkt dat nieuwbouwtoevoegingen niet in staat zijn om de afname als gevolg van deze ontwikkelingen te keren, of zelfs maar bij te houden. Binnen het koopsegment vinden verdringingseffecten plaats van het aanbod aan eengezinswoningen en grotere appartementen. Ook is aangetoond dat dit in alle wijken aan de hand is. Slechts Tanthof-Oost en West scoren beduidend lager. Evenwel willen we uit het oogpunt van een waterbedeffect alle wijken reguleren. Samenvattend legitimeert dit de inzet van een woonvormingsvergunning om de bestaande bouw te kunnen reguleren. Delft zet het instrument woonvorming proportioneel in door niet de totale woningvoorraad grote woningen op slot te zetten. Woningen groter dan 180m 2 kunnen worden vergund om bouwkundig te worden gesplitst in meerdere zelfstandige eenheden van minimaal 40m2 en 2 kamers. De gedachte hierachter is dat de woningen boven de 180m2: a) Een excentrische (bovenmatige) woninggrootte voor een gezinswoning hebben. Verdringingseffecten voor gezinnen zijn in dit segment niet aanwezig en beschermen ook niet betaalbare woningen maar dure koop; b) Er blijven voldoende grote woningen beschikbaar en er is ook een voldoende aantal te splitsen woningen.
c) Tweekamerwoningen zeer geschikt zijn voor starters en ook een periode voor beginnende stellen aantrekkelijk zijn. Deze gevormde woningen voorzien daarmee in een behoefte waarin nu relatief weinig aanbod beschikbaar is in Delft. De inzet van het verdelingsinstrument huisvestingsverordening is daarmee gelegitimeerd. De BTIV2015-proof gemaakte Delftse woonvisie, de Woonagenda, de Uitvoeringsagenda Langer en Weer Thuis, de prestatieafspraken en de nieuwe verordening vormen een eenheid in het realiseren van de doelen voor de Delftse woningmarkt. Er is een tekstblok toegevoegd met de kop “Omzetting en woningvorming” Oude tekst -
Nieuwe tekst Omzetting en woningvorming Sinds oktober 2017 geldt er in Delft een vergunningsplicht wanneer een woning wordt omgezet naar onzelfstandige woningen (in de volksmond verkamering genoemd). Sinds die ingreep is het aantal woningen dat met vergunning is omgezet zeer beperkt gebleven. Hiermee is de gemeente er in geslaagd woningen met minimaal 3 slaapkamers, in met name het goedkope en middeldure prijssegment, te behouden voor gezinnen. Wel is zichtbaar dat het aantal woningen dat wordt verbouwd tot meerdere zelfstandige woningen (woningvorming) een vlucht heeft genomen. Ruim 70 woningen werden verbouwd, waarmee ruim 250 extra woningen zijn gecreëerd. Omzetting en woningvorming kennen voor- en nadelen. Het is voordelig dat er extra woningen en woonplekken worden gecreëerd. De nadelen zijn dat er veel gezinswoningen hierdoor niet meer als zodanig beschikbaar zijn in de markt. Daarbij heeft het een prijsopdrijvend effect. Ook ervaren omwonenden vaak leefbaarheidsproblemen door omzetting en woningvorming, zeker als de verhouding tussen gezinsbewoning en andere vormen van bewoning in een straat of buurt doorslaat. Hierdoor ontstaat verdringing. De gemeente constateert dat, hoewel er nog een grote behoefte is aan extra studentenwoningen, er voldoende plannen zijn voor de bouw van extra studentenkamers en -woningen.
Om die reden is verantwoord om omzetting zeer vergaand te beperken. Voor jongeren, net afgestudeerden en bijvoorbeeld buitenlanders die in Delft komen werken aan de universiteit als promovendus bestaat er een behoefte aan kleinere betaalbare woningen. In die behoefte kan onder meer voorzien worden door woningvorming in de bestaande voorraad. Wij vinden het echter belangrijk dat dit niet concurreert met de grote behoefte aan
gezinswoningen en dat er geen “verhokking” optreedt. Daarom wordt woningvorming uitsluitend toegestaan in woningen met een woonoppervlakte (volgens de normen van NEN 2580) van 180 m2 en moeten de gevormde woningen minimaal 2-kamerwoningen van ten minste 40 m2 zijn. De grens van 180 m2 is gebaseerd op een aantal zaken: In de eerste plaats zijn woning van een dergelijk omvang zo groot dat deze ruimte niet nodig is om een gezin in onder te brengen. Anderzijds zien we dat bij nieuwbouw in deze categorie qua omvang en prijs de voorverkoop vaak stokt en ontwikkelingsplannen worden aangepast. Ten derde hebben we geconstateerd dat deze woningcategorie in Delft voldoende groot is om als ventiel te functioneren. Om te voorkomen dat alle vrijkomende woningen in deze klasse worden gebruikt voor woningvorming zal het jaarlijks maximaal af te geven vergunningen worden beperkt tot een gemaximeerd percentage van het aantal woningen dat in deze klasse het voorgaande jaar is verkocht. Dit wordt in een beleidsregel door Burgemeester en wethouders nader uitgewerkt. Er is een tekstblok toegevoegd met de kop “Ontheffing ten behoeve van de opgave langer en weer thuis en bijzondere woonvormen” Oude tekst Nieuwe tekst Ontheffing ten behoeve van de opgave langer en weer thuis en bijzondere woonvormen Bij regulering van de woningmarkt moeten verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen.
De gemeente ziet bij de beperking van mogelijkheden tot omzetting en woningvorming een mogelijk conflict met de opgave Langer & Weer Thuis. Dat is ook aan de orde waar het gaat om de doelstelling van de gemeente om bijzondere woonvormen te faciliteren. Om deze belangen beter tegen elkaar te kunnen afwegen, introduceren we een ontheffingsmogelijkheid. Wanneer iemand over wil gaan tot omzetting of woningvorming in het belang van bovenstaande opgaven kan een ontheffing worden aangevraagd voor de vergunningplicht. Deze ontheffing kan worden verleend door het college wanneer het van mening is dat het belang van de opgave langer & weer thuis, of faciliteren van bijzondere woonvormen zwaarder weegt dan het belang van behoud van de woningvoorraad en een geordend woon- en leefmilieu. Hiervoor worden nadere regels gesteld.
Wijzigingen in de “Artikelsgewijze toelichting” Er is een toelichting op artikelen 5:22 t/m 5:27 toegevoegd Oude tekst -
Nieuwe tekst Artikel 5:22 t/m 5:27 Na invoering van de omzettingsvergunning heeft het aantal gevallen van woningvorming (bouwkundig splitsen van woningen) een vlucht genomen
in Delft. Om verdringing te voorkomen en schaarse woningtypen beschikbaar te houden voor de daarbij behorende doelgroepen (met name gezinnen), acht de Raad het noodzakelijk ook voor woningvorming een vergunningvereiste in te voeren. Voor woningvorming geldt dat dit alleen is toegestaan bij woongebouwen die een woonoppervlakte hebben van ten minste 180m2. Het woongebouw moet die oppervlakte el ten minste 10 jaar hebben. Dat wil zeggen dat wanneer de woonoppervlakte de afgelopen 10 jaar is uitgebreid, ook als dat vergunningvrij is gebeurd, wordt gewijzigd. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvragen om dit bij het aanvragen van de vergunning te melden. Indien achteraf zou blijken dat dit bij de aanvraag is achtergehouden dan kan deze alsnog worden ingetrokken en worden verplicht de aanpassingen terug te draaien. Er is een toelichting op artikelen 5:28 t/m 5:33 toegevoegd Oude tekst -
De toelichting op artikel 7:2, tweede lid wordt als volgt gewijzigd Oude tekst
Nieuwe tekst Artikel 5:28 t/m 5:33 Door de schaarste op de woningmarkt en de extra druk vanwege de studentenpopulatie acht de Raad het noodzakelijk aanpassingen aan de woningvoorraad streng te reguleren. Dit met het doel om te waarborgen dat zoveel als mogelijk woningen van bepaalde typen in bepaalde prijsklassen behouden blijven voor alle doelgroepen (tegengaan van verdringing als gevolg van schaarste). De Raad hecht er ook belang aan voor bijzondere woonvormen, zoals bijvoorbeeld woongroepen, plek te maken en houden in Delft en daarnaast om binnen de Huisvestingsverordening ruimte te bieden aan het woonaspect van Langer & weer thuis. Daarbij valt te denken aan kangeroewoningen, (on)zelfstandige samenwoonvormen voor ouderen, of mensen met een beperking, maar ook het gekoppeld wonen van meerder generaties in een gebouw (al dan niet bouwkundig gesplitst in meerdere zelfstandige eenheden). Om te zorgen dat flexibel kan worden ingespeeld op behoeften in de stad en om te verzekeren dat er geen “achterdeurtjes” ontstaan acht de Raad het noodzakelijk dat Burgemeester en Wethouders een ontheffing kunnen verlenen, waardoor zonder vergunning tijdelijk en onder voorwaarden situaties van omzetting, of woningvorming worden toegestaan om de maatschappelijk opgaven op het gebied van Langer en Weer Thuis te faciliteren.
Om flexibel te kunnen reageren op de praktijk kunnen Burgemeester en wethouders in een beleidsregel vastleggen hoe uitleg en uitvoering wordt gegeven aan deze mogelijkheid. Nieuwe tekst
Artikel 7:2, tweede lid Ingevolge artikel 5:46, tweede lid, van de Awb moet de hoogte van de bestuurlijke boete worden afgestemd op de mate van verwijtbaarheid, de ernst van de gedraging en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene
De toelichting op artikel 7:2, derde lid wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Artikel 7:2, derde lid Na een eerste overtreding wordt de overtreder geacht te weten dat deze overtreding beboet kan worden. Voor hetzelfde feit kan niet tweemaal een boete worden opgelegd, maar er kan wel een boete worden opgelegd indien hetzelfde feit zich tweemaal voordoet. Van “opnieuw dezelfde overtreding” is sprake als de eerste overtreding beëindigd moet zijn en het om dezelfde woonruimte gaat. Hiervan is ook sprake als bij dezelfde woonruimte opnieuw dezelfde overtreding wordt begaan, nadat er sprake is geweest van een beëindiging van de eerste overtreding. Wordt eenzelfde overtreding begaan met betrekking tot een andere woonruimte, dan is eveneens sprake van “opnieuw dezelfde overtreding”. Een overtreder overtreedt immers tweemaal hetzelfde artikel en de daarin beschermde norm. Kortom, van “opnieuw dezelfde overtreding” is sprake indien het een overtreding betreft van hetzelfde artikel. De bestuurlijke boete kan niet los worden gezien van het bestuurlijke traject dat naast de boete zelf gevoerd wordt. Voor lichtere overtredingen gelden lange begunstigingstermijnen om de overtredingen te beëindigen. Wanneer er bezwaar- en beroepsprocedures worden gevoerd dan wordt de begunstigingstermijn opgeschort tot zes weken na beslissing op bezwaar/ beroep.
Een termijn van vijf jaar voorkomt dat procedures volgen, enkel en alleen om de beëindiging van de overtreding zolang mogelijk op te schorten, lonend wordt. Een boete kan immers niet twee keer voor hetzelfde feit worden opgelegd. De overtreding moet beëindigd zijn geweest om een hogere boete op te kunnen leggen. De termijn van vijf jaar sluit aan bij de verjaringstermijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete en de bewaartermijn van (justitiële) gegevens over overtredingen.
Artikel 7:2, tweede lid Ingevolge artikel 5:46, tweede lid, van de Awb moet de hoogte van de bestuurlijke boete worden afgestemd op de mate van verwijtbaarheid, de ernst van de gedraging en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Op basis van artikel 35 van de Huisvestingswet 2014 zijn de maximale boetebedragen in de verordening bijgesteld. Nieuwe tekst Artikel 7:2, derde lid Op grond van artikel 35, tweede lid, onder d, van de Huisvestingswet 2014 kan bij herhaling van overtreding van hetzelfde verbod een hogere bestuurlijke boete worden opgelegd. Voorwaarde is dat tegen de eerdere overtreding van hetzelfde verbod een bestuurlijke boete is opgelegd. Daarnaast moet de herhaalde overtreding plaatsvinden binnen een tijdvak van vier jaar na de oplegging van de eerste bestuurlijke boete. Wij maken gebruik van deze wettelijke mogelijkheid om bij recidive het boetebedrag te verhogen. Herhaling van de overtreding zien wij namelijk als een verzwarende omstandigheid die een hogere boete rechtvaardigt. Voor hetzelfde feit kan niet tweemaal een boete worden opgelegd, maar er kan wel een boete worden opgelegd indien hetzelfde feit zich tweemaal voordoet.
Bij voortgezette overtredingen (denk aan de onttrekking van woonruimte aan de woningvoorraad zonder vergunning) is pas sprake van “opnieuw dezelfde overtreding” indien de eerste overtreding is beëindigd en bij dezelfde woonruimte opnieuw dezelfde overtreding wordt begaan. Wordt door dezelfde overtreder eenzelfde overtreding begaan met betrekking tot een andere woonruimte, dan is eveneens sprake van “opnieuw dezelfde overtreding”. Een overtreder overtreedt immers tweemaal hetzelfde artikel en de daarin beschermde norm.
Wijzigingen in het onderdeel “Bijlagen” Bijlage II wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Bijlage II Bestuurlijke boetes als bedoeld in artikel 7:3, vierde lid, van deze verordening.
Overtreding
1e keer
Recidive
Art. 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 410
€ 410
Art. 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014: - niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfsmatige exploitatie
€ 5.000 € 10.000
€ 10.000 € 20.000
Art. 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: - niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfsmatige exploitatie
€ 5.000 € 10.000
€ 10.000 € 20.000
Handelen in strijd met voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014: - niet-bedrijfsmatige exploitatie - bedrijfsmatige exploitatie
€ 5.000 € 10.000
€ 10.000 € 20.000
Nieuwe tekst Bijlage II Bestuurlijke boetes als bedoeld in artikel 7:3, vierde lid, van deze verordening. Overtreding
1e keer
Recidive
Art. 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:
€435,-
€ 435,-
Art. 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014: - niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfsmatige exploitatie
€ 8.700,€ 21.750,-
€ 21.750,€ 87.000,-
Art. 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: - niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfsmatige exploitatie
€ 8.700,€ 21.750,-
€ 21.750,€ 87.000,-
Art.22, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 - niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfsmatige exploitatie
€ 8.700,€ 21.750,-
€ 21.750,€ 87.000,-
Handelen in strijd met voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014:
- niet-bedrijfsmatige exploitatie - bedrijfsmatige exploitatie
€ 8.700,€ 21.750,-
€ 17.400,€ 43.500,-
Het derde lid onder het tekstblok Onderscheid niet-bedrijfsmatige exploitatie en bedrijfsmatige exploitatie wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Nieuwe tekst 3. Uit de omvang van onzelfstandige bewoning kan ook een bedrijfsmatig karakter van 3. Uit de omvang van onzelfstandige bewoning kan ook een bedrijfsmatig karakter van de exploitatie blijken: bij meer dan vier personen, kan dit aangemerkt worden als de exploitatie blijken: bij meer dan vier personen, kan dit aangemerkt worden als kamerverhuur in de zin van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken. De kamerverhuur in de zin van het Bouwbesluit 2012. De exploitant dient bij een exploitant dient bij een exploitatie van die omvang ook te zorgen voor een brandveilig exploitatie van die omvang ook te zorgen voor een brandveilig gebruik en op de hoogte gebruik en op de hoogte te zijn van de overige regelgeving. te zijn van de overige regelgeving. Het tekstblok onder de kop “Recidive” wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Recidive Van recidive is sprake indien binnen vijf jaar na beëindiging van een overtreding van een bepaald artikel opnieuw dezelfde overtreding van hetzelfde artikel wordt begaan.
• •
• • • •
Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Bijlage IV Categorieën woonruimten als bedoeld in artikel 5.8 Alle gebouwen bevattende woonruimten met uitzondering van - utiliteitsgebouwen; - Woonruimte onder beheer van een toegelaten instelling. Gelegen in een actiegebied, waarbij de onttrekking, samenvoeging, of omzetting is beschreven in een goedgekeurd sociaal plan; Bijlage V wordt als volgt gewijzigd Oude tekst Bijlage V Categorieën woonruimten als bedoeld in artikel 5.15 Alle gebouwen bevattende woonruimten met uitzondering van - utiliteitsgebouwen; - nieuwbouw; - gereguleerde studentenhuisvestingspanden in beheer bij toegelaten instellingen; - Woonsituaties waarbij een eigenaar bewoner maximaal 2 personen laat inwonen, waarbij de eigenaar bewoner ten minste 50% van de woning exclusief bewoont.
Nieuwe tekst Recidive Van recidive is sprake indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van de nieuwe overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde artikel Nieuwe tekst Bijlage IV Categorieën woonruimten als bedoeld in artikel 5:8 Alle gebouwen bevattende woonruimten met uitzondering van - utiliteitsgebouwen; - Woonruimte onder beheer van een toegelaten instelling, gelegen in een actiegebied, of een gebied dat de afgelopen 24 maanden actiegebied is geweest en waarbij de onttrekking, of samenvoeging is beschreven in een goedgekeurd sociaal plan; Nieuwe tekst Bijlage V Categorieën woonruimten als bedoeld in artikel 5:15 Alle gebouwen bevattende woonruimten met uitzondering van - utiliteitsgebouwen; - nieuwbouw; - gereguleerde studentenhuisvestingspanden in beheer bij toegelaten instellingen; - Omzetting van een zelfstandige woonruimte naar niet meer dan twee onzelfstandige woonruimten; - Woonsituaties waarbij maximaal 1 persoon inwoont bij een ander huishouden;
- Woonsituaties waarbij de bewoner, of bewoners, die (tezamen) tevens 100% eigenaar is/zijn, of huurder(s) handelend met toestemming van de verhuurder en die ten minste reeds 5 jaar aangesloten ingeschreven heeft gestaan op het betreffende adres, niet meer dan 2 personen laat inwonen in een woning die een minimale woonoppervlakte heeft van 180m2.
•
Er wordt een bijlage VI toegevoegd Oude tekst -
Nieuwe tekst Bijlage VI Categorieën woonruimten als bedoeld in artikel 5:22 Alle gebouwen bevattende woonruimten met uitzondering van - utiliteitsgebouwen; - nieuwbouw.