Warmtepompcentrale Delft Bijlagen bij de toelichting 5658659
Tekst van het document
Warmtepompcentrale Delft
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Archeologisch onderzoek
4
Bijlage 2
Bodemonderzoek
53
Bijlage 3
Natuurtoets
124
Bijlage 4
Onderzoek Stikstofdepositie
161
Bijlage 5
Memo Bevi veiligheidsafstanden
191
Bijlage 6
Akoestischonderzoek realisatiefase
197
Bijlage 7
Akoestischonderzoek warmtepompcentrale
226
Bijlage 8
Akoestischonderzoek BLVC
339
Bijlage 9
Watertoets
371
Bijlage 10
Leidingbrug
424
Bijlage 11
Infiltratiekratten
430
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 2
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Warmtepompcentrale Delft
Bijlage 1 Archeologisch onderzoek
bestemmingsplan "Warmtepompcentrale Delft" (vastgesteld) 4
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Warmtepompcentrale Equans Leeghwaterstraat Delft (gemeente Delft)
projectnummer 479879 revisie 01 28 februari 2023
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Warmtepompcentrale Equans Leeghwaterstraat Delft (gemeente Delft) projectnummer 479879 revisie 01 28 februari 2023
Auteurs V. Van Looveren A. Hellemons
Opdrachtgever EQUANS Nederland N.V. Kosterijland 20 3981 AJ BUNNIK
datum vrijgave 28-02-2023
beschrijving revisie 01 Opmerkingen BG verwerkt
gecontroleerd M. de Haan
vrijgave P.C. Teekens
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
2
1
Inleiding
4
2
Bureauonderzoek
5
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4
Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek
5 5 5 7 7 13 17 17 20 20 20 21 22
3
Veldonderzoek
24
3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2
Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie
24 24 25 25 25
4
Conclusies en advies
27
4.1 4.2
Conclusies (Selectie)advies
27 27
Literatuur en geraadpleegde bronnen
29
Lijst met afbeeldingen
31
Bijlagen 1 2 3
Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen
Kaartbijlagen 479879-ARCHIS 479879-S1
Gegevens uit ARCHIS Situatiekaart met ligging boorpunten
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem
479879 5312452100 Zuid-Holland Delft Delft Leeghwaterstraat
Kaartblad 37E Coördinaten 85141/446236 85162/446244 85172/446219 85152/446211 Opdrachtgever EQUANS Nederland N.V. Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering november 2022– februari 2023 Projectteam M. de Haan (projectleider archeologie) V. Van Looveren (senior KNA-archeoloog) M. van Dasselaar (KNA prospector MWA) A. Hellemons (projectarcheoloog) Vrijgave conform KNA P.C. Teekens (senior KNA-archeoloog (4002) en senior KNA prospector (4004) Bevoegd gezag gemeente Delft Deskundige Bevoegd gezag L. Bekkers, senior adviseur Archeologie, Erfgoed Delft Beheer documentatie Antea Group
Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied.
Blad 1 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Samenvatting In november en december 2022 is in opdracht van Equans door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) uitgevoerd voor ‘Warmtepompcentrale Equans, Leeghwaterstraat’ te Delft (gemeente Delft). Aanleiding voor het onderzoek is de bouw van een warmtepompcentrale. Mevr. L. Bekkers van Erfgoed Delft heeft in een schrijven van 27 oktober 2022 aangegeven dat de omvang van de werkzaamheden de vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan overschrijden en dat voor het project daarom een onderzoeksplicht geldt. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2), een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) is stap 2b. Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Delft. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld.
Voor de aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld.1 Bureauonderzoek Voor het plangebied geldt een verwachting voor resten uit de ijzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. Circa 280 m ten westen van het plangebied is het niveau waarop resten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen verwacht worden aangetroffen tussen 0,75 en 1,02m -NAP. Gezien het maaiveld zich tussen circa 0,77 tot 0,97 m -NAP bevindt, is dit vrij direct onder het maaiveld. Ook resten uit de nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld verwacht worden. Booronderzoek De bodemopbouw komt enigszins overeen met de opgestelde verwachting in het bureauonderzoek. Daar waar de bodemopbouw intact is, zijn de verwachte afzettingen van de Gantel, met daarbovenop warmoezerijgronden of een opgenomen vegetatielaag opgenomen in de Gantel afzettingen (‘woudlaag’) aangetroffen. De top van het archeologisch niveau bevindt zich op circa 1,3 m-NAP (0,6 m-mv). Er geldt hier een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats, daarnaast bleek een groot deel van het gebied diep verstoord te zijn (tot 3,0 m-mv). (Selectie)advies Uit het veldonderzoek blijkt dat een groot deel van het plangebied verstoord is.
Echter zijn er twee boringen die een intact bodemprofiel met een archeologisch niveau met een middelhoge verwachting voor de Romeinse tijd tonen. Dit niveau bevindt zich op circa 1,3 m-NAP, of 0,6 mmv. De geplande werkzaamheden zullen hoogstwaarschijnlijk maar tot 0,4 m-mv reiken. Dit zou betekenen dat het archeologisch niveau niet verstoord wordt. Echter worden er ook kelders aangelegd met een diepte van 2,4 m-mv. Op basis van de plantekeningen worden deze niet gerealiseerd ter hoogte van de intacte boringen (Afbeelding 16).
1 Van Looveren, 2022
Blad 2 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Antea Group adviseert daarom om het plangebied vrij te geven, mits de verstoringen ter plaatse van boringen 003 en 005 niet dieper zullen reiken dan 1,3 m-NAP. Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in dezen de gemeente Delft.
Blad 3 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
1
Inleiding In november en december 2022 is in opdracht van Equans door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) uitgevoerd voor ‘Warmtepompcentrale Equans, Leeghwaterstraat’ te Delft (gemeente Delft). Aanleiding voor het onderzoek is de bouw van een warmtepompcentrale . Mevr. L. Bekkers van Erfgoed Delft heeft in een schrijven van 27 oktober 2022 aangegeven dat de omvang van de werkzaamheden de vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan overschrijden en dat voor het project daarom een onderzoeksplicht geldt. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologisch onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2), een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) is stap 2b. Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeente Delft. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld.
Voor de aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld.2 Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4002 en 4003 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen, 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).
2 Van Looveren, 2022
Blad 4 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
2
Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Daarbij worden vragen gesteld als “Waar kunnen we wat verwachten?”. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.
2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
2.1.1
Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde werkzaamheden betrekking hebben. Voor het plangebied wordt in de regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd, waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. Het plangebied is gelegen aan de oostzijde van de Leeghwaterstraat te Delft ter hoogte van Leeghwaterstraat 21, tegenover de Warmte Krachtcentrale. De grootte van het plangebied is circa 600 m². Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie wordt ingewonnen voor het opstellen van het gespecificeerd verwachtingsmodel en is groter dan het plangebied zelf. Het onderzoeksgebied kent een vergelijkbare situatie als het plangebied voor onder andere de onderdelen zoals hoogteligging, geomorfologie, historische situatie, etc. Voor wat betreft de hoeveelheid archeologisch onderzoek en waarnemingen, wordt een straal van 500m rondom het plangebied voldoende geacht om relevante informatie te verzamelen om het gespecificeerd verwachtingsmodel op te kunnen stellen.
2.1.2
Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied bestaat momenteel uit een parkeerplaats. Deze is middels tegels en klinkers verhard.
Blad 5 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (Bron: ESRI Nederland).
Voorgenomen maatregelen De opdrachtgever is voornemens een warmtepompcentrale te bouwen. Het huidige maaiveld (parkeerplaatsen) ligt lager dan het nieuwe vloerpeil van de centrale. Het nieuwe peil wordt 10 cm boven de hoogte van het trottoir aan de westzijde van de Leeghwaterstraat. De verwachting is dat dat mogelijk wel 50 cm boven de bestaande verharding is, maar hoogtemeetgegevens zijn niet beschikbaar. Per saldo kan dat betekenen dat de bodemverstoring voor een groot deel van het oppervlak niet groter is dan 40 cm onder het huidige maaiveld. Er worden drie kelders in het gebouw gepland:
K.1 invoerkelder 24 m², 2,4 m diep K.2 invoerkelder 7 m², 2,4 m diep K.3 reservoir 24 m², 1 m diep.
Het gebouw wordt op heipalen gebouwd. Er wordt voorlopig uitgegaan van circa 70 grondverdringende, trillingsarme heipalen die tot circa 16 á 17m -mv zullen reiken.
Blad 6 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 3. Definitief ontwerp met kelders en palenplan.
Consequenties toekomstig gebruik De voorgenomen herinrichting van het plangebied brengt bodemverstorende graafwerkzaamheden met zich mee waarbij eventueel aanwezige archeologische resten kunnen worden verstoord of vernietigd.
2.1.3
Archeologisch beleid Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘TU Midden en Noord’, waarin dubbelbestemmingen waarde – archeologie is opgenomen. Bij dubbelbestemming waarde – archeologie I is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 0,4 m -mv. De geplande bodemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen. Onderzoek is derhalve verplicht gesteld. Deze dubbelbestemming is gebaseerd op de gemeentelijke beleidsadvieskaart, waarop het plangebied een middelhoge verwachting heeft. De archeologische verwachting wordt verder behandeld in paragraaf 4.1.
2.1.4
Landschappelijke situatie De verspreiding van archeologische vindplaatsen heeft een duidelijk verband met de landschappelijke gesteldheid.
Blad 7 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
In dit hoofdstuk zijn derhalve kaarten en bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de opbouw van het landschap en de landschappelijke gesteldheid in het plangebied, zoals bijvoorbeeld de geomorfologische kaart, de bodemkaart en het AHN. De archeologische verwachting volgt voor een groot gedeelte uit de opbouw van het landschap. Geologie 3 Het plangebied is gelegen in het Hollands kleigebied. Aan het einde van het Pleistoceen lag Delft net ten noorden van een vlechtend riviersysteem. Deze vlechtende rivieren hebben een dik pakket grindhoudende zanden afgezet, die behoren tot de Formatie van Kreftenheye. Na de ijstijd steeg de zeespiegel door het afsmelten van het landijs. Hierdoor steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor het landschap vernatte en veenontwikkeling plaatsvond. Dit veen is het Basisveen van de Formatie van Nieuwkoop en is gevormd tussen 7000 en 6500 vC. Door een verdere zeespiegelstijging overstroomden de veengebieden. Er kwam een einde aan de veengroei en er werd een dik pakket mariene klei afgezet. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk. Langs de kust werden strandwallen gevormd, die onder invloed van een minder snel stijgende zeespiegel en een continue aanvoer van riviersedimenten in westelijke richting aangroeide. Het achterliggende waddengebied werd steeds hoger opgeslibd en raakte afgesloten van de zee.
Hierdoor kon het gebied verzoeten en kwam een uitgestrekt veenmoeras tot ontwikkeling. Dit veen betreft het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop. Incidenteel vonden via de Maasmonding inbraken van de zee plaats waarbij in het veengebied kreken gevormd werden en klei afgezet werd. In de ijzertijd werd de invloed van de zee weer groter. Het veengebied werd doorsneden door verschillende kreken, die gevormd werden achter een grotendeels gesloten kust. De kreken vormden oeverwallen en vanuit deze kreken werd een kleilaag over het veen heen afgezet. Deze afzettingen horen tot het Laagpakket van Walcheren binnen de Formatie van Naaldwijk. In deze periode vond ook de grote doorbraak van de Gantel plaats. Deze vloedkreek is bij een doorbraak van de Maas bij Naaldwijk ontstaan en liep langs de binnenzijde van de strandwallen via Wateringen in het achterliggende gebied tot aan de huidige stad Delft. Het systeem van de Gantel heeft in het gebied geleid tot de afzetting van de Gantel Laag. De klei van de Gantel Laag behoort tot het Laagpakket van Walcheren en komt als geulafzettingen, zowel als dekafzettingen voor. In of bovenaan de Gantel Laag wordt wel eens een vegetatieniveau, opgenomen in de klei of als laagje veraard veen, aangetroffen. Deze zogenaamde ‘woudlaag’ wordt gebruikt als archeologische gidslaag voor bewoning in de Romeinse tijd.
3 Berendsen, 2004. De Mulder e.a., 2003.
Blad 8 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 4. Uitsnedes van de paleogeografische kaarten (Vos en de Vries, 2013).
Stroomgordelkaart4 Het plangebied ligt in de stroomgordel van Delft (ID. 655) die actief was van 10.950 tot 8.500 BP, op circa 30m ten noordoosten van de Stroomgordel van Gantel (ID. 406) die actief was van 2.650 tot 1.800 BP.
4 Cohen, Stouthamer, Pierik en Geurts, 2012
Blad 9 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 5. Uitsnede van de stroomgordelkaart met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: Cohen, Stouthamer, Pierik en Geurts, 2012).
Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart5 bevindt het plangebied zich in een niet-gekarteerde zone. In de omgeving van Delft bevinden zich welvingen in getij-afzettingen (3L74), een vlakte van getijafzettingen (2M72), een getij-inversierug (10B71) en/of een ontgonnen veenvlakte (al dan niet bedekt met fluviatiele klei en dekzand; 2M81ykd). Het is waarschijnlijk dat één of meerdere van deze eenheden ook binnen het plangebied voorkomen. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)6 is te zien dat de stad Delft relatief hoog gelegen is (ca. 1-3m +NAP), terwijl de eromheen gelegen polders juist laag liggen (circa 4-5m -NAP). In het onbebouwde landschap zijn op het AHN ook enkele getij-inversieruggen ter herkennen. Het plangebied heeft een maaiveldhoogte van circa 0,77 tot 0,97 m -NAP.
5 Alterra, Wageningen 6 ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer
Blad 10 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 6. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: pdok).
Afbeelding 7. Uitsnede van het AHN met in het rood het plangebied (bron: www.ahn.nl) (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog)). De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied.
Blad 11 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Bodem en grondwater Ook op de bodemkaart7 is het plangebied niet gekarteerd. In de omgeving liggen warmoezerijgronden (AWg), drechtvaaggronden (Mv41C) en leek-/woudeerdgronden (pMn55C). Warmoezerijgronden bestaan uit vele eenvoudige grondsoorten die door menselijke handelingen heterogeen geworden zijn. Deze gronden variëren sterk in humusgehalte, kalkgehalte en lutumgehalte. De warmoezerijgrond heeft vaak een 30 tot 60cm dikke bovengrond die uit humeuze tot humusrijke klei bestaat, die meestal kalkarm tot kalkloos is. De ondergrond bestaat vaak uit klei of zavel, waarbij zavel op de hogere delen voorkomt en klei op de lagere delen. Drechtvaaggronden worden gekenmerkt door een kleidek van 40 tot 80 cm dikte, met daaronder een veenpakket van ten minste 0,40 m dik. Het verschil met poldervaaggronden is dat daarin geen veen voorkomt binnen de eerste 0,80 m. Leek- of woudeerdgronden zijn kalkrijke zavel- en kleigronden met een respectievelijk tot 30cm of 30 tot 50cm dikke, donkere bovengrond en roestvlekken binnen een halve meter in een grijze, gereduceerde ondergrond. Deze bodemtypes komen met name voor in droogmakerijen. De grondwatertrap in het plangebied is onbekend.
Afbeelding 8. Uitsnede van de bodemkaart met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: pdok/STIBOKA).
7 Alterra/Stiboka, Wageningen
Blad 12 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
2.1.5
Historische situatie en mogelijke verstoringen In dit hoofdstuk worden de beschikbare historische kaarten en bekende historische gegevens geraadpleegd die informatie kunnen verschaffen over het landgebruik van het plangebied. Er wordt daarbij een focus gelegd op historische thema’s die van (grote) invloed zijn geweest op de vorming van de situatie in het plangebied, waaronder de inpoldering, en de uitbreiding van eventuele bebouwing. Historische situatie Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1557 is te zien dat het plangebied net ten oosten van de bebouwde zone langs de Delftsche Schie gelegen is, net naast een watering die aansluit op de Schie (Afbeelding 9). Verder ten oosten is langs deze watering een molen aangegeven. Het plangebied was onbebouwd en waarschijnlijk in gebruik als akker of weiland. De kaart van Delfland van B. Florisz. uit 1623-1630 toont hetzelfde beeld (Afbeelding 10), evenals de kaart van Kruikius uit 1712 (Afbeelding 11). Bovenstaand vermelde molen wordt hierop als wipmolen vermeld. Een wipmolen is een type watermolen die zich in het begin van de 15e eeuw ontwikkelde uit de standerdmolen/korenmolen.8 De kadastrale minuut van 1811-18329 identificeert de wetering naast het plangebied als het Wipmolenkolk. De naastgelegen percelen, waarop het plangebied gelegen is, waren volgens de bijhorende aanwijzende tafels in gebruik als weiland.
In 1962 toont de topografische kaart10 dat rondom het plangebied allerlei grotere gebouwen gebouwd zijn. De kaart van 1963 maakt duidelijk dat het de campus van de Technische Hogeschool betreft, die in de jaren daarna nog verder groeit. Het plangebied blijft echter onbebouwd.
8
https://www.encyclo.nl/begrip/wipmolen
9 Beeldbank.cultureelerfgoed.nl 10 www.topotijdreis.nl
Blad 13 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 9. Uitsnede van de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1557 met het plangebied bij benadering (bron: Historic Maps of Delft (essentialvermeer.com))
Afbeelding 10. Uitsnede van de kaart van Delfland van B. Florisz. uit 1623-1630 (bron: [Atlas factice of Kaartboek van Rijnland, Delfland en Schieland] - Old Maps and Atlases - Wageningen University & Research - Image Collections (wur.nl)). (Deze kaart is niet noordgericht).
Blad 14 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 11. Uitsnede van de kaart van Kruikius uit 1712 (bron: Kruikiuskaart (1712) (tudelft.nl)).
Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1850. De rode markering betreft het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: www.topotijdreis.nl).
Blad 15 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 13. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). De roze markering betreft het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied
Afbeelding 14. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1962 (bron: www.topotijdreis.nl). De roze markering betreft het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied
Blad 16 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Mogelijke verstoringen Op basis van de historische kaarten is het plangebied nooit bebouwd geweest. Er worden derhalve geen grootschalige verstoringen van dien aard verwacht. Het plangebied is lange tijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Landbouwactiviteiten uit het verleden kunnen dus enige verstoring veroorzaakt hebben. Daarnaast kan de bodem bij de inrichting van de campus van de Hogeschool verstoord geraakt zijn, bijvoorbeeld bij de aanleg van eventuele kabels en leidingen in de ondergrond, maar ook bij de aanleg van de huidige parkeerplaats
2.2
Bekende waarden
2.2.1
Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (Archis) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 500 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 479879–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: Archeologische rijksmonumenten en AMK-terreinen Circa 360m ten noordwesten van het plangebied ligt AMK-terrein 10713 van hoge archeologische waarde. Het betreft een “terrein met de resten van het klooster Koningsveld uit de Middeleeuwen. Gesticht in 1215. Het is het oudste klooster op Delfts grondgebied. Het klooster heeft uit meerdere gebouwen bestaan. Het is in 1572 afgebroken om de Spanjaarden de gelegenheid tot schuilen te ontnemen. Deze locatie is tevens een van de drie plekken in Delft waar het oude grafelijke hof wordt vermoed.” AMK
waarde
complex
begin
10713 Hoge archeologische waarde Klooster Middeleeuwen laat Tabel 1. AMK-terreinen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS)
einde Middeleeuwen laat
Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Circa 490 m ten zuidoosten van het plangebied staat de vondst van inheems romeins materiaal uit onbekende context geregistreerd (Zaakid. 2817467100). Circa 280 m ten zuiden van het plangebied heeft een archeologische inspectie in de karnschuur van de boerderij bij de Hammenpoort plaatsgevonden (Zaakid. 4929623100). Hierbij zijn onder de fundering van de 17e eeuwse karnschuur oudere (deels weggebroken) funderingen aangetroffen, die op basis van het baksteenformaat en een fragment aardewerk in de 15e of eerste helft van de 16e eeuw wordt gedateerd. De fundering is onderdeel geweest van een voorganger van het huidige Hammenpoortcomplex en toont dat er reeds in de 15e of eerste helft 16e eeuw een boerderij op deze plek gestaan heeft. De overige waarnemingen zijn gedaan bij archeologisch onderzoek en worden bij het betreffende onderzoek verder besproken.
Blad 17 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Zaakid 2165838100
begin Afwaterings-/ inundatiekanaal/ greppel/sloot
eind Romeinse Tijd
complextype Romeinse Tijd
verwerving archeologisch: proefputten/proefsleuven
2472009100
archeologisch: boring
2817467100
verwervingswijze niet te bepalen
2841386100
klooster
Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd Vroeg archeologisch: opgraving B
4017384100
Nietopgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter
Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Laat
archeologisch: begeleiding
niet-archeologisch: graafwerk Tabel 2. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS) 4929623100
Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken Gezien de hoeveelheid uitgevoerde onderzoeken worden hieronder enkel de gravende onderzoeken besproken, aangevuld met borende onderzoek waarbij een waarneming gedaan is. Ook de dichtstbij gelegen booronderzoeken worden vermeld voor eventuele informatie over de bodem. Circa 240 m ten zuiden van het plangebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Zaakid. 2165838100). Op basis van een eerder uitgevoerd bureauonderzoek gold een verwachting voor resten uit de romeinse tijd, resten van een laat middeleeuwse voorganger van de Hammenpoortboerderij en resten uit de nieuwe tijd. In de proefsleuven werden 10 greppels, 2 bredere sloten en een kuil uit de middeleeuwen of nieuwe tijd aangetroffen. Daarnaast werden in het zuidelijke deel van het terrein ook 6 (verkavelings)greppels uit de romeinse tijd aangetroffen. Verder onderzoek werd niet noodzakelijk geacht.11 Circa 420 m ten zuiden van het plangebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Zaakid. 2425961100). Hierbij werd vastgesteld dat de bodem tot minimaal 2m -mv verstoord was. Vervolgonderzoek werd niet geadviseerd. 12 Op circa 115 m ten westen van het plangebied werd een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Zaakid. 2472009100).
Uit het bureauonderzoek kwam een verwachting op archeologische resten uit de romeinse tijd, late middeleeuwen en nieuwe tijd in de top van het Gantelsysteem naar voor. Een deel van het terrein was reeds gesaneerd; hier zijn geen archeologische resten meer te verwachten. Het booronderzoek wees uit dat in de noordwesthoek van het terrein vanaf 80cm -mv archeologische resten aanwezig kunnen zijn. In de zuidoosthoek werden verstoringen aangetroffen tot 250 cm -mv afgewisseld met een opgebrachte laag van 145 cm. Deze laatste waarde toont dat ook hier mogelijk nog archeologische resten bewaard kunnen zijn. Geadviseerd werd om in de noordwesthoek en zuidoosthoek geen graafwerkzaamheden dieper dan respectievelijk 80 en 145cm -mv uit te voeren. Indien dit niet mogelijk was, werd geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. 13 In de noordwesthoek van het terrein werd een archeologische begeleiding uitgevoerd (Zaakid. 4017384100). Hierbij werden uitsluitend ophogingslagen en bodemverstoringen aangetroffen. 11
Penning en Kerkhof, 2009.
12 Penning, 2014. 13 Nijdam, 2015.
Blad 18 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Vastgesteld werd dat op een dieper niveau (tussen 0,75 en 1,02m -NAP) nog archeologische resten uit de romeinse tijd en de late middeleeuwen kunnen worden verwacht. Geadviseerd werd om, indien bij toekomstige werkzaamheden dieper gegraven wordt, eerst proefsleuvenonderzoek uit te voeren.14 Bij de twee dichtstbij gelegen booronderzoeken (Zaakid. 2175874100 (circa 80m ten noorden) en 2454619100 (circa 120 m ten westen) werd enkel een verstoorde bodem aangetroffen en leverden geen aanvullende informatie op over de in het plangebied te verwachten bodemprofiel.15 Bij een booronderzoek op circa 220 m ten zuiden (Zaakid. 2150585100) werd onder de bouwvoor een puinlaag uit de 20e eeuw aangetroffen, met daaronder dekzafzettingen van Duinkerke I16 (uiterst siltige klei met sterk siltige kleilaagjes, tot circa 3,3m -NAP) en Afzettingen van Calais17 (matig siltig zand met uiterst siltige en sterk siltige kleilaagjes). Er werd geen Hollandveen aangetroffen tussen de beide pakketten.18 Zaakid
type onderzoek
uitvoerder
2024662100
archeologisch: boring
Gemeente Delft
2026152100
verwervingswijze niet te bepalen
Gemeente Delft
2036497100
verwervingswijze niet te bepalen
Gemeente Delft
2075717100
verwervingswijze niet te bepalen
Gemeente Delft
2101311100
archeologisch: boring
RAAP Archeologisch Adviesbureau
2129063100
archeologisch: bureauonderzoek
ADC ArcheoProjecten
2150585100
archeologisch: boring
Gemeente Delft
2165838100
archeologisch: proefputten/proefsleuven
Gemeente Delft
2175874100
archeologisch: boring
Archeopro
2285718100
archeologisch: bureauonderzoek
Arcadis
2366597100
archeologisch: boring
Gemeente Delft
2406326100
archeologisch: boring
Transect
2425961100
archeologisch: proefputten/proefsleuven
Gemeente Delft
2454619100
archeologisch: boring
Gemeente Delft
2472009100
archeologisch: boring
ArGeoBoor
4017384100
archeologisch: begeleiding
Gemeente Delft
4566792100
archeologisch: bureauonderzoek
Gemeente Delft
4575580100
archeologisch: bureauonderzoek
ADC ArcheoProjecten
4620559100
archeologisch: boring
ADC ArcheoProjecten
4703827100
archeologisch: bureauonderzoek
Gemeente Delft
4715718100
archeologisch: boring
Gemeente Delft
4806495100
archeologisch: bureauonderzoek
Econsultancy BV
4879688100
archeologisch: bureauonderzoek
Antea Group Archeologie
4942891100
archeologisch: bureauonderzoek
Transect
5098338100
archeologisch: boring
Antea Group Archeologie
5110721100
archeologisch: boring
Antea Group Archeologie
5137177100 archeologisch: bureauonderzoek Transect Tabel 3. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).
Penning, 2017. Exaltus en Orbons, 2008; Rikkers, 2014. 16 Nu ‘Laagpakket van Walcheren’ 17 Nu ‘Laagpakket van Wormer’ 18 Penning en Kerkhof, 2009. 14 15
Blad 19 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Conclusie Er zijn in de omgeving van het plangebied resten aangetroffen van bebouwing uit de late middeleeuwen/nieuwe tijd. Circa 280 m ten westen van het plangebied is het niveau waarop resten uit de romeinse tijd en late middeleeuwen verwacht worden aangetroffen tussen 0,75 en 1,02 m -NAP. Gezien de maaiveldhoogte van het plangebied tussen circa 0,77 tot 0,97 m -NAP ligt is dit vrij direct onder het plangebied.
2.2.2
Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn in het plangebied geen ondergrondse bouwhistorische waarden bekend. 19
2.3
Archeologische verwachting
2.3.1
Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Op de ‘verwachtingskaart per diepteklasse’ van Cultuurhistorisch atlas van de provincie ZuidHolland 20 geldt voor het plangebied een verwachting tussen 0-3m onder maaiveld, tussen 3-5m onder maaiveld en dieper dan 5m onder maaiveld. Gemeentelijke verwachtingskaart Op de gemeentelijke verwachtingskaart van Delft21 is te zien dat het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachting valt.
19
Atlasleefomgeving.nl
20 Cultuur_historische_atlas (b3p.nl). 21 Gemeente Delft.
Blad 20 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Afbeelding 15. Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart met in het roze het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: gemeente Delft).
2.3.2
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de verzamelde gegevens in het bureauonderzoek kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld. Datering Voor het plangebied geldt een verwachting voor resten uit de ijzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van de historische kaarten wordt er in het plangebied geen bebouwing uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd verwacht. Complextype Vanaf de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd kunnen resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen nederzettings- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting verwacht worden.
Blad 21 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Omvang De omvang kan variëren van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Diepteligging Circa 280 m ten westen van het plangebied is het niveau waarop resten uit de romeinse tijd en middeleeuwen verwacht worden aangetroffen tussen 0,75 en 1,02m -NAP. Dit zou in het plangebied nagenoeg gelijk aan het oppervlakte zijn. Deze resten en resten uit de nieuwe tijd kunnen dus direct onder de bouwvoor verwacht worden. Locatie Archeologische sporen en resten kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen, aangezien de bodemopbouw in het plangebied grotendeels onbekend is. Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot laat-neolithicum: vuursteenspreiding, indicaties van de bewerking van vuursteen, halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties voor kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling en -bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers, etc. Laat-neolithicum tot en met vroege middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren), greppels, waterputten,afvalkuilen en funderingsresten Middeleeuwen: nederzettings- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. Mogelijke verstoringen Op basis van de historische kaarten is het plangebied nooit bebouwd geweest.
Er worden derhalve geen grootschalige verstoringen van dien aard verwacht. Het plangebied is lange tijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Landbouwactiviteiten uit het verleden kunnen dus enige verstoring veroorzaakt hebben. Daarnaast kan de bodem bij de inrichting van de campus van de Hogeschool verstoord geraakt zijn, bijvoorbeeld bij de aanleg van eventuele kabels en leidingen in de ondergrond. Ook kan de aanleg van de huidige parkeerplaats tot verstoringen hebben geleid.
2.4
Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Voor het plangebied geldt een verwachting voor resten uit de ijzertijd, romeinse tijd, middeleeuwen en nieuwe tijd. Circa 280 m ten westen van het plangebied is het niveau waarop resten uit de Romeinse tijd en middeleeuwen verwacht worden aangetroffen tussen 0,75 en 1,02 m -NAP. Gezien het maaiveld zich tussen circa 0,77 tot 0,97 m -NAP bevindt, is dit vrij direct onder het maaiveld. Ook resten uit de nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld verwacht worden. Omdat er een middelhoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Group om binnen het plangebied een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren.
Blad 22 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare22 - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen.
22 Met een minimum van 4 boringen per plangebied
Blad 23 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
3
Veldonderzoek
3.1
Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Voor het onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld.23 Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen
met de verwachtingen van de bureaustudie? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan?
3.2
Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering
1 december 2022
Veldteam
M. van Dasselaar
Weersomstandigheden
Mooi weer, droog, ca. 5 graden °C
Boortype
Edelmanboor diameter 7cm en guts diameter 3 cm
Methode conform Leidraad SIKB24 Motivatie boormethode
N.v.t., het betreft een verkennend booronderzoek.
Aantal boringen Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleo-landschap
De methode –een verkennend booronderzoek bestaande uit zes boringen per hectare -is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. 6 n.v.t. (verkennend booronderzoek)
23 Van Looveren, 2022 24 Tol e.a. 2012
Blad 24 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Wijze inmeten boringen
TopCon (fixed GPS)
Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische indicatoren Bemonstering
N.v.t.
Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA
N.v.t.: slechte vondstzichtbaarheid verwacht
Doelen en wensen opdrachtgever Randvoorwaarden
3.3
NEN 5104/ASB snijden/verbrokkelen N.v.t
N.v.t In afwijken op het PvA zijn 6 boringen uitgevoerd in plaats van 4. De reden hiervoor is dat boringen 1, 2, en 4 diep verstoord waren, terwijl het beeld uit de boorstaten van eerder uitgevoerd milieuonderzoek van Antea Group wel een intacte bodemopbouw lieten zien. Er zijn hierom twee extra boringen uitgevoerd om een beter beeld te krijgen. Geen bijzonderheden. Geen bijzonderheden.
Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage. Drie van de boringen zijn gezet tot 3,0 m-mv (001, 004, en 006), 003 is doorgezet tot 2,0 m-mv, 005 tot 1,6 m-mv en 002 is gestaakt op 1,3 m-mv.
3.3.1
Bodemopbouw Twee van de zes boringen vertoonde een intacte bodemopbouw. Deze hadden een zandige ondergrond (vanaf circa 1,0 – 1,1 m-mv), wat zoals verwacht wijst op de zandige geul- en of oeverafzettingen van de Gantel. Bovenop de zandige laag bevond zich in de intacte boringen (B003, B005) een zeer humeus zandig pakket van 10 – 20 cm dik. Dit kan geïnterpreteerd worden als de verwachte ‘warmoezerijgronden’ óf een opgenomen vegetatielaag (‘woudlaag’). De top van deze warmoezerijgronden liggen op circa 0,6 m-mv, of circa 1,3 m-NAP. Bovenop de gronden ligt ophoogzand van circa 50 tot 60 cm dik. Het is mogelijk dat de top van de intacte laag in B003 en B005 iets geroerd of afgegraven is. De overige boringen (001, 002, 004, en 006) waren tot diep verstoord. In het geval van 001, B004 en 006 bestond de bodem tot 3,0 m-mv uit recent opgebracht en geroerd zand. Boring 002 is gestaakt op 1,3 m-mv bestond uit een laag van 60 cm dik zand, waaronder een laag klei met een bijmenging van puin is aangetroffen tot 1,3 m-mv.
3.3.2
Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen.
Blad 25 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarnaast zijn de in het bureauonderzoek ter plaatse van boring 003 en 005 verwachtte afzettingen van de Gantel wel aangetroffen. Deze afzettingen zijn een archeologisch interessant niveau voor de Romeinse tijd.
Blad 26 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
4
Conclusies en advies
4.1
Conclusies De bodemopbouw komt enigszins overeen met de opgestelde verwachting in het bureauonderzoek. Daar waar de bodemopbouw intact is zijn de verwachte afzettingen van de Gantel, met daarbovenop warmoezerijgronden of een opgenomen vegetatielaag opgenomen in de Gantel afzettingen (‘woudlaag’), aangetroffen. De top van het archeologisch niveau bevindt zich op circa 1,3 m-NAP (0,6 m-mv). Er geldt hier een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd. Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats, daarnaast bleek een groot deel van het gebied diep verstoord te zijn (tot 3,0 m-mv).
4.2
(Selectie)advies Uit het veldonderzoek blijkt dat een groot deel van het plangebied verstoord is. Echter zijn er twee boringen die een intact bodemprofiel met een archeologisch niveau met een middelhoge verwachting voor de Romeinse tijd tonen. Dit niveau bevindt zich op circa 1,3 m-NAP, of 0,6 mmv.
Afbeelding 16. De ligging van de boorpunten op het ontwerp (bron: opdrachtgever).
De geplande werkzaamheden zullen hoogstwaarschijnlijk maar tot 0,4 m-mv reiken. Dit zou betekenen dat het archeologisch niveau niet verstoord wordt. Echter worden er ook kelders aangelegd met een diepte van 2,4 m-mv. Op basis van de plantekeningen worden deze niet gerealiseerd ter hoogte van de intacte boringen (Afbeelding 16).
Blad 27 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Antea Group adviseert daarom om het plangebied vrij te geven, mits de verstoringen ter plaatse van boringen 003 en 005 niet dieper zullen reiken dan 1,3 m-NAP. Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in dezen de gemeente Delft. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Antea Group Oosterhout, februari 2023
Blad 28 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. en Geurts, A.H., 2012: Rhine-Meuse Delta Studies’Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography, Utrecht University, Utrecht. Exaltus, R. en Orbons, J., 2008: Rotterdamseweg, Nieuwbouwlocatie Studentenhuisvesting Gemeente Delft. Inventariserend Veldonderzoek (IVO); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek. ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 758. ArcheoPro, Maastricht. Looveren, V. Van, 2022. Plan van Aanpak: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen: Warmtepompcentrale Equans Leeghwaterstraat Delft (gemeente Delft). Antea Group, Oosterhout. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. TNO, Utrecht. Nijdam, L.C., 2015: Delft, Hoek Rotterdamseweg en De Nieuwe Haven (Gemeente Delft). Een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. ArGeoBoor rapport 1351. ArGeoBoor. Penning, B. en Kerkhof, M., 2009: Hammenpoort. Een Inventariserend Veldonderzoek aan de Leegwaterstraat te Delft. Delftse Archeologische Rapporten 88. Erfgoed Delft, Delft.
Penning, B., 2014: Balthasar van der Polweg te Delft. Een inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven. Delftse Archeologische Notitie 41. Erfgoed Delft, Delft. Penning, B., 2017: Rotterdamseweg 202 in Delft. Een archologische begeleiding en waarneming. Delftse Archeologische Notitie 117. Archeologie Delft, Delft. Rikkers, M., 2014: Rotterdamseweg 145 te Delft. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Delftse Archeologische Notitie 61. Archeologie Delft, Delft. Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Vos, P. en Vries, S. de, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Blad 29 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Kaarten Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet ahn.maps.arcgis.com beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.archis.cultureelerfgoed.nl www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Blad 30 van 31
Antea Group Archeologie 2022/336 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 479879 28 februari 2023 revisie 01 EQUANS Nederland N.V.
Lijst met afbeeldingen Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. .............................1 Afbeelding 2. Luchtfoto van het plangebied met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (Bron: ESRI Nederland). ....................................................................6 Afbeelding 3. Definitief ontwerp met kelders en palenplan. ............................................................7 Afbeelding 4. Uitsnedes van de paleogeografische kaarten (Vos en de Vries, 2013). ......................9 Afbeelding 5. Uitsnede van de stroomgordelkaart met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: Cohen, Stouthamer, Pierik en Geurts, 2012). ............10 Afbeelding 6. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: pdok). ............................................................11 Afbeelding 7. Uitsnede van het AHN met in het rood het plangebied (bron: www.ahn.nl) (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog)). De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied....................11 Afbeelding 8. Uitsnede van de bodemkaart met in het rood het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: pdok/STIBOKA). ...................................................................12 Afbeelding 9.
Uitsnede van de kaart van Jacob van Deventer uit circa 1557 met het plangebied bij benadering (bron: Historic Maps of Delft (essentialvermeer.com)) ...............................................14 Afbeelding 10. Uitsnede van de kaart van Delfland van B. Florisz. uit 1623-1630 (bron: [Atlas factice of Kaartboek van Rijnland, Delfland en Schieland] - Old Maps and Atlases - Wageningen University & Research - Image Collections (wur.nl)). (Deze kaart is niet noordgericht). ................14 Afbeelding 11. Uitsnede van de kaart van Kruikius uit 1712 (bron: Kruikiuskaart (1712) (tudelft.nl)). .....................................................................................................................................15 Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1850. De rode markering betreft het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: www.topotijdreis.nl). ...........15 Afbeelding 13. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1900 (bron: www.topotijdreis.nl). De roze markering betreft het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied......................16 Afbeelding 14. Uitsnede uit de topografische kaart uit 1962 (bron: www.topotijdreis.nl). De roze markering betreft het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied......................16 Afbeelding 15.
Uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart met in het roze het plangebied. De blauwe cirkel betreft het onderzoeksgebied (bron: gemeente Delft). ............21 Afbeelding 16. De ligging van de boorpunten op het ontwerp (bron: opdrachtgever). .................27 Bijlagen Archeologische perioden Beschrijving van de archeologische perioden AMZ-cyclus Beschrijving en weergave van de Archeologische Monumentenzorg Boorbeschrijvingen Beschrijving en weergave van de boorprofielen Kaartbijlagen 479879-ARCHIS 479879-S1 479879-Advies
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten Boorpuntenkaart met gezette boringen Advieskaart vervolgonderzoek
Blad 31 van 31
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Na Chr.
Archeologische periode-indeling conform ABR Periode Recent
Subperiode
Begin 1945
eind heden
Afkorting
Nieuwe Tijd
Late Nieuwe tijd Midden Nieuwe tijd Vroege Nieuwe tijd
1850 1650 1500
1945 1850 1650
NTC NTB NTA
Middeleeuwen
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen A Vroege Middeleeuwen D Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen A
1250 1050 900 725 525 450
1500 1250 1050 900 725 525
LMB LMA VMD VMC VMB VMA
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 270 150 70 25 -12
450 350 270 150 70 25
LROMB LROMA MROMB MROMA VROMB VROMA
IJzertijd
Late IJzertijd Midden IJzertijd Vroege IJzertijd
250 500 800
12 250 500
LIJZ MIJZ VIJZ
Bronstijd
Late Bronstijd Midden Bronstijd B Midden Bronstijd A Vroege Bronstijd
1100 1500 1800 2000
800 1100 1500 1800
LBR MBRB MBRA VBR
Neolithicum
Laat Neolithicum B Laat Neolithicum A Midden Neolithicum B Midden Neolithicum A Vroeg Neolithicum B Vroeg Neolithicum A
2450 2850 3400 4200 4900 5300
2000 2450 2850 3400 4200 4900
LNEOB LNEOA MNEOB MNOEA VNEOB VNEOA
Mesolithicum
Laat Mesolithicum Midden Mesolithicum Vroeg Mesolithicum
6450 7100 8800
5300 6450 7100
LMESO MMESO VMESO
Paleolithicum
Laat Paleolithicum B Laat Paleolithicum A Midden Paleolithicum Vroeg Paleolithicum
18.000 35.000 300.000
8800 18.000 35.000 300.000
LPALEOB LPALEOA MPALEO VPALEO
Ottoonse tijd Karolingische tijd Merovingische tijd
Steentijd
Voor Chr.
Metaaltijd
volksverhuizingstijd
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.