CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmteplan Delft Resultaten Fase 2

Commissie Ruimte en Verkeer 9 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W – afronding fase 1 en 2 Warmteplan Delft (nr. 2125517)4.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ø

Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 Prioritering van de buurten

Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 Prioritering van de buurten

Delft, CE Delft, mei 2021 Publicatienummer: 21.200288.075 Deze notitie is opgesteld door: Pien van Berkel, Marianne Teng, Katja Kruit (CE Delft)

CE Delft Committed to the Environment CE Delft draagt met onafhankelijk onderzoek en advies bij aan een duurzame samenleving. Wij zijn toonaangevend op het gebied van energie, transport en grondstoffen. Met onze kennis van techniek, beleid en economie helpen we overheden, NGO’s en bedrijven structurele veranderingen te realiseren. Al 40 jaar werken betrokken en kundige medewerkers bij CE Delft om dit waar te maken.

1

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel In het Warmteplan van de gemeente Delft staat het tijdspad voor de stapsgewijze aanpak richting een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Voor de buurten waarin de gemeente vóór 2030 aan de slag gaat, geeft het Warmteplan inzicht in de hoogst waarschijnlijke aardgasvrije warmteoplossingen (combinatie van isolatie en een aardgasvrije warmtetechniek). Voor de buurten die tussen 2030 en 2050 aan de beurt zijn geeft het warmteplan een indicatie van de meest voor de hand liggende aardgasvrije warmtetechniek. Hoe deze techniek is bepaald, is beschreven in de notitie ‘Warmteplan Delft: Resultaten Fase 1’ 1. In deze notitie beschrijven we hoe we tot een prioritering van buurten zijn gekomen: welke buurten liggen voor de hand voor de gemeente Delft om in de periode tot 2030 met de warmtetransitie aan de slag te gaan? In deze buurten gaat de gemeente Delft allereerst in gesprek met de bewoners en bedrijven om de buurt in beeld te brengen. Gezamenlijk zal dan het ‘Warmte Uitvoeringsplan’ worden opgesteld. Deze twee notities vormen de onderbouwing voor het Warmteplan Delft, dat de gemeente in de zomer 2021 ter inzage zal leggen aan de inwoners van Delft.

1.2

Wat is een afwegingskader? Om tot een prioritering van buurten te komen, hebben we een afwegingskader opgesteld. Dit is een matrix waarin alle 90 Delftse buurten worden gescoord op verschillende criteria. Vervolgens vermenigvuldigen we deze score met de weging van de criteria, om tot een totaalscore te komen. Het afwegingskader bestaat dus uit zowel objectieve informatie (bijvoorbeeld leeftijd van het gasnet) als subjectieve uitgangspunten (bijvoorbeeld de onderlinge weging van de criteria). De buurten met de hoogste totaalscore zijn het meest kansrijk om te starten met de transitie naar aardgasvrij. Figuur 1 – Voorbeeld afwegingskader uit de Leidraad (ECW, 2020)

1.3

Leeswijzer Deze notitie gaat in op de volgende onderdelen: — Hoofdstuk 2 gaat in op het proces: Hoe is de prioritering tot stand gekomen en wie hebben er meegedacht? — In Hoofdstuk 3 beschrijven we de criteria en onze scoringsmethodiek. — Hoofdstuk 4 gaat in op de onderlinge weging van de criteria: Welke criteria zijn doorslaggevend? — In Hoofdstuk 5 presenteren we het resultaat. ________________________________ 1

2

https://www.delft.nl/sites/default/files/2021-02/Resultaten-Fase-1-Warmteplan-Delft.pdf

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

2

Proces

2.1

Stap 1: Opstellen concept afwegingskader De informatie en afwegingen die in het afwegingskader een plek hebben gekregen, zijn al deels in Fase 1 van dit project en het eerste stadsgesprek verzameld. Ook komen enkele criteria uit het afwegingskader direct voort uit de acht uitgangspunten voor het Warmteplan Delft 2021 die zijn geformuleerd naar aanleiding van drie participatiebijeenkomsten met bewoners, ondernemers en organisaties (Gemeente Delft, 2018). Met deze informatie hebben we een concept afwegingskader opgesteld.

2.2

Stap 2: Werkatelier met de projectgroep Vervolgens hebben we met het projectteam een werkatelier gehouden. Tijdens dit werkatelier hebben we besproken welke uitgangspunten belangrijk zijn voor het bepalen van de volgorde van de buurten, en wat de onderlinge weging van de criteria zou moeten zijn.

Stap 3: Definitief maken afwegingskader De keuzes over hoe er wordt gewogen en wat er wordt gewogen, zijn subjectief en politiek. De uiteindelijke keuzes zijn bepaald door de gemeente, ondersteund door de stuurgroep en het projectteam. Tijdens een bespreking hebben we de buurtprioritering aan de projectgroep en klankbordgroep nogmaals teruggekoppeld en vervolgens de keuze definitief gemaakt.

3

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

3

Criteria Het afwegingskader bestaat uit twaalf criteria binnen zeven thema’s (zie Tabel 1). In dit hoofdstuk beschrijven we per thema de verschillende criteria en bijbehorende scoringsmethodiek. Tabel 1 – Overzicht van de criteria

3.1

Thema

Criterium

Betaalbaarheid

Laagste nationale kosten Laagste eindgebruikerskosten

CO2-reductie

CO2-reductiepotentieel

Robuustheid

Meerdere scenario’s met dezelfde uitkomsten Kostenafstand

Uitvoerbaarheid

Beschikbaarheid hernieuwbaar gas

Initiatieven en wijkverbetering

Aansluiten bij lopende energieprojecten Aansluiten bij nieuwbouw / wijkverbetering

Meekoppelkansen

Geplande werkzaamheden: riolering Geplande werkzaamheden: gasnet

Contracteerbaarheid

% corporatiebezit % private huur

Betaalbaarheid Een van de uitgangspunten voor het Warmteplan Delft is dat aardgasvrij voor iedereen betaalbaar moet zijn (Gemeente Delft, 2018). Daarom zijn buurten waar overstappen op aardgasvrij het meest betaalbaar is kansrijk om op korte termijn met de warmtetransitie aan de slag te gaan. We hanteren de volgende criteria: nationale kosten2 als de eindgebruikerskosten (de kosten voor de bewoner). Tabel 2 – Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema betaalbaarheid Criterium

Kans (1 punt)

½ kans (½ punt)

Toelichting/brongegevens

Laagste nationale kosten

Buurten waar de nationale kosten per weq3 tot de laagste 25% van Delft horen.

Buurten waar de nationale kosten tot de laagste 2550% van Delft horen.

De nationale kosten zijn berekend met het CEGOIAmodel van CE Delft. We gaan uit van de techniek die in het basisscenario de laagste nationale kosten (gemiddelde voor woningen en utiliteitsgebouwen) heeft in de betreffende buurt.

Laagste eindgebruikerskosten

Buurten waar de eindgebruikerskosten per weq tot de laagste 25% van Delft horen.

Buurten waar de eindgebruikerskosten tot de laagste 25-50% van Delft horen.

De eindgebruikerskosten zijn berekend met het CEKER-model van CE Delft.

________________________________ 2

3

4

Nationale kosten zijn de totale kosten voor de maatschappij van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) over te stappen op een aardgasvrije warmtetechniek, ongeacht wie die kosten betaalt. Een weq is een woningequivalent (woning of 150 m2 utiliteit).

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

Tekstkader 1 - Kader: Energiearmoede Een van de uitgangspunten voor het Warmteplan Delft is dat een aardgasvrije stad niet mag leiden tot een grotere welvaartsongelijkheid (Gemeente Delft, 2018). Ook de gemeenteraad van Delft heeft het college opgedragen als uitgangspunt op te nemen dat de energietransitie moet bijdragen aan het bevorderen van energierechtvaardigheid. Daarom heeft de gemeenteraad bepaald dat het bevorderen van energierechtvaardigheid één van de selectiecriteria zou moeten zijn voor het bepalen van de fasering voor het aardgasvrij maken van de buurten (Gemeente Delft, 2020). Het uitgangspunt hierbij is dat huishoudens die niet kunnen investeren in het verduurzamen van hun woningen (1) op de lange termijn zullen worden geconfronteerd met stijgende energiekosten, en (2) niet profiteren van subsidies, wooncomfort en verbeterde gezondheid. Om energiearmoede tegen te gaan, zou daarom prioriteit moeten worden gegeven aan het verduurzamen van woningen met een slechte energetische waarde en waar de meest kwetsbare mensen leven. Op deze manier vormt de energietransitie een kans om energiearmoede aan te pakken. Daarom zou de gemeente de warmtetransitie juist kunnen starten in die buurten met een relatief hoog aandeel energiearmoede. De indicatoren energiequote en ‘laag inkomen, hoog gasgebruik’ geven inzicht in de buurten waar energiearmoede momenteel het meest voorkomt.

Niet voor alle buurten zijn voldoende data beschikbaar. De gegevens hebben betrekking op: — Alle woningen die op 1 januari 2018 geschikt waren voor bewoning en waar één huishouden woonde. — Huishoudens met een bekend inkomen en vermogen. Huishoudens met een onvolledig of onrealistisch inkomen zijn niet meegenomen in de data. — Er zijn enkel gegevens opgenomen voor woningen waarvoor het CBS de gas- of elektriciteitsaansluiting uit het aansluitingenregister van de netbeheerders aan een woning heeft kunnen koppelen en waarvoor de energielevering realistisch is (dit geldt voor 87% van de woningen in Nederland). — Enkel het gasverbruik voor woningen die niet zijn aangesloten op een warmtenet wordt weergegeven. Hierdoor valt een aantal woningen weg. Daarom hebben we enkel een score toebedeeld aan de buurten waar voor meer dan 50% van de woningen gegevens beschikbaar waren. Tabel 3 - Criteria binnen het thema energiearmoede Criterium

Toelichting/brongegevens

Energiequote (hoge energiequote: huishouden besteedt 8% of meer van het inkomen aan de gas- en elektriciteitsrekening)

CBS (2021). Zie ook Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving.4

Laag inkomen, hoog gasgebruik (laag inkomen: huishouden valt in de laagste 25% inkomens Hoog gasgebruik: gasgebruik valt in de hoogste 50% gasverbruiken)

CBS (2021). Zie ook Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving.

Uiteindelijk heeft de gemeente na overleg in de projectgroep, klankbordgroep en de stuurgroep besloten om energiearmoede niet mee te nemen in de selectie criteria voor de prioritering van buurten. Betaalbaarheid is altijd een belangrijk gegeven in de energietransitie. De gemeente moet stadsbreed beleid maken om het energieverbruik en daarmee de kosten voor energie te verminderen, en niet alleen in de wijken die het eerst aan de beurt zijn voor het aardgasvrij maken. Daarnaast is de projectgroep van mening dat de gemeente huishoudens die te maken hebben met energiearmoede beter kan ondersteunen door het toepassen van isolatiemaatregelen. Overigens blijkt later dat de buurten met de hoogste energiequotes op basis van de andere criteria toch ook in de selectie van de eerste buurten zitten.

________________________________ 4

5

https://tvw.commondatafactory.nl/?tab=gebouw&layer=layer0#16.5/52.087049/4.308188

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

3.2

CO2-reductie De gemeente Delft stelt een Warmteplan op om de CO2-uitstoot terug te dringen. Daarom wil zij prioriteit geven aan de buurten waar de meeste CO2-besparing te behalen valt. Dit sluit tevens aan bij een van de uitgangspunten voor het Warmteplan Delft: de alternatieven voor aardgas moeten bijdragen aan duurzaamheid in de brede zin (Gemeente Delft, 2018). Het CO2-reductiepotentieel wordt uitgedrukt als de gemiddelde cumulatieve CO 2-besparing per woning tussen 2030 en 2050 als de woning in 2030 aardgasvrij wordt. Hierbij gaan we uit van het voorkeursalternatief voor de warmtetechniek die in Fase 1 bepaald is. Voor een beschrijving van de berekeningsmethode, zie Bijlage 6. Tabel 4 - Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema CO2-reductie

3.3

Criterium

Kans (1 punt)

½ kans (½ punt)

Toelichting/brongegevens

CO2-reductiepotentieel

Buurten waar de huidige uitstoot per weq tot de hoogste 25% van Delft behoort.

Buurten waar de huidige uitstoot per weq tot de hoogste 25-50% van Delft behoort.

CBS buurtdata 2019 CEGOIA-model van CE Delft KEV 2019 co2emissiefactoren.nl

Robuustheid Als in een buurt in meerdere scenario’s uitkomt op een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek of een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek duidelijk (met afstand tot de andere alternatieven) de laagste nationale kosten heeft, biedt dit zekerheid om in deze buurt op deze warmtetechniek in te zetten. We noemen de uitkomst dan robuust (of zeker). Tabel 5 - Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema robuustheid

3.4

Criterium

Kans (1 punt)

½ kans (½ punt)

Toelichting/brongegevens

Meerdere scenario’s met dezelfde uitkomst

In de vier scenario’s van het CEGOIA-model heeft dezelfde warmtetechniek de laagste nationale kosten.

In drie scenario’s van het CEGOIA-model (waaronder het basisscenario) heeft dezelfde warmtetechniek de laagste nationale kosten.

CEGOIA-model van CE Delft.

Kostenafstand

De kostenafstand met het eerstvolgende gasvrije alternatief is 20% of meer.

De kostenafstand met het eerstvolgende gasvrije alternatief is 10-20%.

CEGOIA-model van CE Delft. We hebben het verschil in nationale kosten berekend tussen de warmtetechniek met (in het basisscenario) de laagste nationale kosten en het eerstvolgende gasvrije alternatief.

Uitvoerbaarheid De warmtetransitie moet op korte termijn uitvoerbaar (realiseerbaar, haalbaar) zijn. Daarom is het niet aan te raden de warmtetransitie te beginnen in buurten die uitkomen op een warmtetechniek op hernieuwbaar gas. De hernieuwbare gassen groengas en waterstof zullen namelijk zeker tot 2030 geen significante rol kunnen spelen in de verduurzaming van

6

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

de gebouwde omgeving. Ook de toekomstige beschikbaarheid en prijs van deze gassen is zeer onzeker, waardoor waterstof en groengas ook na 2030 voor de gebouwde omgeving naar verwachting alleen een logische optie zijn als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn (MinBZK, 2021). Tabel 6 - Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema uitvoerbaarheid

3.5

Criterium

Belemmering (1 minpunt)

Toelichting/brongegevens

Beschikbaarheid groengas

Buurten die in het basisscenario uitkomen op een warmtetechniek die gebruikmaakt van groengas.

CEGOIA-model van CE Delft.

Initiatieven en wijkverbetering De gemeente Delft wil in de warmtetransitie aansluiten op bestaande en lopende ontwikkelingen. In een aantal buurten staat de komende jaren sociale/economische wijkverbetering op de planning. Ook biedt het kansen om juist in die buurten te starten waar al een lokaal energie-initiatief aanwezig is. Lokale initiatieven kunnen het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente (ECW, 2020). Energie-initiatieven die zijn meegenomen, zijn het Open Warmtenet Delft, geothermie TU Delft en energie-initiatief Bedrijvenkring Schieoevers. Tabel 7 - Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema initiatieven en wijkverbetering

3.6

Criterium

Kans (1 punt)

Toelichting/brongegevens

Aansluiten bij lopende energieprojecten

In de buurt is een energieproject aanwezig.

Aangeleverd door gemeente Delft, zie Bijlage B.

Aansluiten bij nieuwbouw/ wijkverbetering

In de buurt staat nieuwbouw of (sociale/economische) wijkverbetering op de planning

Aangeleverd door gemeente Delft, zie Bijlage B.

Meekoppelkansen Bij het prioriteren van buurten kun je letten op de aanwezigheid van meekoppelkansen. Dit zijn momenten in de planning van andere activiteiten in buurten (bijvoorbeeld investeringen in de infrastructuur) (ECW, 2020). Het kan kansrijk zijn de warmtetransitie te beginnen in buurten waar meekoppelkansen te benutten zijn. Bij geplande werkzaamheden, aan de riolering of het gasnet kan dan alvast ruimte worden vrijgehouden voor een eventueel warmtenet of verzwaring van het elektriciteitsnet.

7

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

Tabel 8 – Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema meekoppelkansen

3.7

Criterium

Kans (1 punt)

½ kans (½ punt)

Toelichting/brongegevens

Geplande werkzaamheden: riolering

In de buurt wordt alle riolering aangepast tussen 2022 en 20265.

In de buurt wordt een deel van de riolering aangepast tussen 2022 en 2026.

Aangeleverd door gemeente Delft, zie Bijlage C.

Geplande werkzaamheden: gasnet

In een groot deel van de buurt wordt het gasnet aangepast tussen 2022 en 20246.

In een klein deel van de buurt wordt het gasnet aangepast tussen 2022 en 2024.

Aangeleverd door gemeente Delft, zie Bijlage D.

Contracteerbaarheid In buurten waar een relatief beperkt aantal partijen een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger, omdat de gemeente maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeft te maken. In buurten waar veel gebouwen in eigendom zijn van één of enkele woningcorporaties, is de contracteerbaarheid hoog. Een hoge mate van contracteerbaarheid kan het proces versnellen en beperkt voor de gemeente en warmteleveranciers de transactiekosten voor het contracteren van de warmtevraag (ECW, 2020). Als de gemeente de warmtetransitie in buurten met een hoge contracteerbaarheid begint, kunnen mogelijk grote stappen worden gezet in de warmtetransitie. Een hoog aandeel private huur in de buurt kan een belemmering vormen. Tabel 9 - Scoringsmethodiek voor de criteria binnen het thema contracteerbaarheid Criterium

Kans (1 punt)

½ kans (½ punt)

Belemmering (1 minpunt)

Toelichting/ brongegevens

% sociale huurwoningen

Het corporatiebezit in de buurt is 50% of hoger.

Het corporatiebezit in de buurt is 2549%.

N.v.t.

CBS (2019).

% private huur

N.v.t.

N.v.t.

Het aandeel private huurwoningen in de buurt is 25% of hoger.

CBS (2019).

________________________________ 5

De periode 2022-2026 is gekozen, omdat voor deze periode al concrete plannen voor werkzaamheden aan de

6

riolering zijn. De periode 2022-2024 is gekozen, omdat voor deze periode al concrete plannen voor werkzaamheden aan het gasnet zijn.

8

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

4

Onderlinge weging van de criteria De verschillende criteria uit Hoofdstuk 3 zijn niet allemaal even belangrijk. Ook kunnen voor verschillende stakeholders, andere criteria doorslaggevend zijn. Tabel 10 geeft de wegingsfactoren van de verschillende criteria weer. Deze zijn bepaald door de gemeente op basis van de besprekingen met het projectteam, de klankbordgroep en de stuurgroep. Ook de input uit de stadsgesprekken (lage eindgebruikerskosten) is hierin meegenomen en onder andere hierdoor zwaar gewogen. Daarnaast wordt het criterium ‘Aansluiten bij energie-initiatieven’ hooggewaardeerd omdat de energietransitie hier al in gang is gezet. Een hoge wegingsfactor is ook toegekend aan ‘aansluiten bij buurten waar integrale wijkverbetering plaatsvindt’. Dit zijn de buurten waar de gemeente al aan de gang is met sociale, economische en fysieke verbetering van de leefomgeving. Hierdoor worden de inwoners met een integraal verhaal door de gemeente, corporaties en nutsbedrijven benaderd in plaats van verschillende malen met verschillende boodschappen. Een overzicht van deze buurten staat in Bijlage B. Het criterium gasvernieuwing is laag gewaardeerd omdat dit geen grote kostenbepalende factor is. De gasleidingen in de buurt moeten immers blijven liggen totdat de laatste woning is overgeschakeld op het warmtenet of naar all electric. Dat is pas over zo’n tien jaar.

Veelal moeten de gasleidingen al voor die tijd vervangen zijn in verband met het vervangingsprogramma van gietijzeren leidingen. Werk met werk maken is dan niet aan de orde. Tabel 10 – Weging van de criteria

9

Criterium

Weging

Laagste nationale kosten Laagste eindgebruikerskosten

3 5

CO2-reductiepotentieel

3

Meerdere scenario’s CEGOIA Kostenafstand

2 1

Beschikbaarheid hernieuwbaar gas

3

Aansluiten bij lopende energieprojecten Aansluiten bij nieuwbouw/wijkverbetering

5 5

Geplande werkzaamheden: riolering Geplande werkzaamheden: gasnet

4 1

% corporatiebezit % private huur

4 2

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

5

Resultaat

5.1

Totaalscore per buurt Als we de criteria uit Hoofdstuk 3 en de weging uit Hoofdstuk 4 met elkaar vermenigvuldigen, komen we tot een totaalscore per buurt. (zie ook Figuur 4) In de buurten met de hoogste score, gaat de gemeente in gesprek met de bewoners en bedrijven om de buurten in beeld te brengen. Deze score per buurt is weergegeven in Figuur 2. Figuur 2 – Totaalscore per buurt

5.2

Tempo: met hoeveel buurten gaan we tot 2030 aan de slag? De gemeente Delft heeft nog bijna 30 jaar om aardgasvrij te worden. In het Warmteplan benoemt de gemeente de eerste buurten waar zij tot 2030 aan de slag gaat met de warmtetransitie. Een vraag die daarbij opkomt, is welk tempo nodig is om de opgave in 2050 voltooid te hebben. Het Nederlandse Klimaatakkoord geeft als doelstelling om voor 2030 1,5 miljoen woningen te verduurzamen. Hierover zegt Programma Aardgasvrije Wijken het volgende: “Elke gemeente gaat plannen maken om tot en met 2050 gaandeweg de gehele gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. De eerste transitievisie warmte heeft betrekking op een derde van de totale periode. In die periode is er echter sprake van een aanlooptijd waarin Rijk en VNG de wijkgerichte aanpak (verder) uitwerken en er opschaling wordt gerealiseerd. Mede daarom hebben de afspraken in het Klimaatakkoord voor de periode tot en met 2030

10

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

betrekking op circa een vijfde van de gebouwenvoorraad, oftewel 1,5 miljoen woningen en andere gebouwen” (Programma Aardgasvrije Wijken, 2021). De gebouwde omgeving van Delft bestaat uit ca. 82.600 woningequivalenten (weq). Hiervan hebben ca. 77.500 woningequivalenten een aardgasaansluiting. Als de gemeente Delft bij dit tempo wil aansluiten, zou dus tot 2030 ongeveer een vijfde van de gebouwenvoorraad verduurzaamd moeten worden. Dat gaat dus over ca. 15.500 weq. Momenteel zitten we in de opstartfase en maken we plannen voor het aardgasvrij worden. De komende jaren zullen we veel leren over het aardgasvrij maken van bestaande bouw. Daarna kan er versneld worden.

5.3

Mogelijke eerste buurten Figuur 3 en Figuur 4 laten zien welke buurten uit het afwegingskader naar voren komen als meest kansrijk om met de warmtetransitie te starten. Deze dertien buurten vormen samen een vijfde van de gebouwenvoorraad in de gemeente Delft. Mogelijk wordt er gaandeweg nog één of meerdere van deze buurten ingewisseld voor een andere buurt of wordt er een buurt toegevoegd. Dit omdat er in andere buurten bijvoorbeeld opeens veel meer draagvlak of energie is om het aardgasvrij traject in te gaan. Figuur 3 – Buurten die het meest kansrijk zijn

11

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

Figuur 4 – De prioritering van buurten op kansrijkheid om met de warmtetransitie aan de slag te gaan. Onder de eerste 20% van de woningequivalenten staat een stippellijn. De buurten die het hoogst scoren zijn geselecteerd als voorlopige eerste buurten. Deze figuur geeft de eerste helft van buurten weer

Figuur 5 – De prioritering van de buurten op kansrijkheid. Deze figuur geeft de tweede helft van de buurten weer

13

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

6

Referenties CBS, 2019. Kerncijfers wijken en buurten 2019. [Online] Available at: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/31/kerncijfers-wijken-en-buurten2019 [Geopend 19 april 2021]. CBS, 2021. Energie-indicatoren naar regio, 2018. [Online] Available at: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2021/02/energie-indicatoren-naar-regio2018 [Geopend 19 april 2021]. CE Delft, 2016. Ketenemissies warmtelevering, Delft: CE Delft. CO2-emissiefactoren, 2021. CO2-emissiefactoren. [Online] Available at: https://www.co2emissiefactoren.nl/lijst-emissiefactoren/ [Geopend Mei 2021]. ECW, 2020. Handreiking voor lokale analyse: Verrijking Startanalyse ten behoeve van de transitievisie warmte, Utrecht: Expertisecentrum Warmte. Gemeente Delft, 2018. Delft aardgasvrij: Eindverslag participatiebijeenkomsten, Delft: Gemeente Delft. Gemeente Delft, 2020. Motie: Prioriteiten in het warmteplan (17 december 2020), Delft: Gemeente Delft. Merosch, 2020. Isolatiepakketten ten behoeve van CEGOIA model, 2020: Merosch. MinBZK, 2021. Stand van zaken Klimaatakkoord Gebouwde omgeving 12 januari 2021, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. PBL, 2019. Klimaat- en Energieverkenning, sl: PBL. Programma Aardgasvrije Wijken, 2021. Vraag en antwoord.

[Online] Available at: https://www.aardgasvrijewijken.nl/vraag+en+antwoord/faqs/15+in+het+klimaatakkoord+st aat+de+doelstelling+van/default.aspx#:~:text=(Een%20woning%20is%20gelijk%20aan,andere %20gebouwen%20over%20de%20gemeenten. [Geopend 23 02 2021]. TNO, 2020. Duurzaamheid van geothermie in warmtenetten, Den Haag: TNO.

14

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

A

Berekeningsmethode CO2-reductiepotentieel Het CO2-reductiepotentieel bepalen we aan de hand van het verschil tussen de toekomstige CO2-emissie bij overstap naar een aardgasvrije warmtetechniek en de referentie CO 2emissie waar deze overstap niet plaats vindt. We berekenen enkel de CO2-emissies en reductie van woningen, omdat er geen verbruiksgegevens beschikbaar zijn voor de utiliteitsbouw. Deze bijlage licht de methode en aannames van de berekeningen toe. De berekenwijze is afgestemd met de gemeente en WarmtelinQ.

Emissiekentallen Tabel 11 geeft de emissiekentallen weer die we gebruiken in de berekeningen. De klimaaten energieverkenning (KEV) (PBL, 2019) geeft een projectie van de CO2-emissie tot 2030. Na 2030 doet de KEV geen projecties. Daarvoor nemen we een lineaire afname aan naar nul emissies in 2050. Voor de emissies van het huidige warmtenet gaan we uit van een warmtenet dat gevoed wordt door een stoom- en gascentrale (STEG). Voor het toekomstige warmtenet gaan we uit van een warmtenet dat voor 80% gevoed wordt door WarmtelinQ en 20% door geothermie.

Referentie-emissies Voor de referentie-emissie nemen we aan dat alle woningen, behalve die woningen die nu al op een warmtenet aangesloten zijn, verwarmd worden met een hr-ketel op aardgas. We gaan uit van de werkelijke verbruiken van het CBS voor het elektriciteits- en gasverbruik van de woningen. Voor de woningen die reeds aangesloten zijn op een warmtenet berekenen we het warmteverbruik op basis van het woningtype en bouwjaar met de methode uitgewerkt in (Merosch, 2020). De emissies bereken we met de emissiekentallen voor aardgas, elektriciteit en het huidige warmtenet.

Toekomstige emissies Voor de toekomstige emissies gaan we ervan uit dat woningen in 2030 overgestapt zijn op een duurzame warmtetechniek. We nemen de berekende energievraag uit CEGOIA, dit is de energievraag na isolatie op basis van woningtype en bouwjaar (Merosch, 2020). De woningen die na de overstap nog gebruik maken van gas zullen gebruik maken van een mengsel van aardgas en hernieuwbaar gas. We nemen aan dat dit in 2030 nog 100% aardgas is en het aandeel hernieuwbaar gas lineair toeneemt tot 100% in 2050. Voor de emissies van het warmtenet gaan we uit van een warmtenet dat gevoed wordt door WarmtelinQ (80%) en geothermie (20%). Tabel 11 – De emissiekentallen per geleverde GJ energie Emissiekentallen [kg/GJ]

2021

2030

2040

2050

Elektriciteit

132

33,3

16,65

0

Bron (CO2-emissiefactoren, 2021); (PBL, 2019)

Aardgas

54

54

54

54

(CO2-emissiefactoren, 2021)

Hernieuwbaar gas

0

0

0

0

(CO2-emissiefactoren, 2021)

Huidig warmtenet Delft (STEG)

37

35

34

34

Berekend op basis van (CE Delft, 2016)7

Toekomstig warmtenet Delft (WarmtelinQ en geothermie)

30

23

12

1

Berekend op basis van (CE Delft, 2016) en (TNO, 2020)8

________________________________ 7 8

Uitgaande van 2,5% pompenergie, 20% bijstook en 28% leidingverlies. Voor WarmtelinQ uitgaande van 5% pompenergie, 20% bijstook, 31% leidingverlies en bronemissies van industriële restwarmte. Voor geothermie uitgaande van 2,5% pompenergie, 30% bijstook, 23% leidingverlies. In de bronemissies van geothermie is ook formatiegas meegenomen.

15

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

B

Buurten met initiatieven of wijkverbetering Sociale/economische buurtverbetering: — 2503 Gillisbuurt – Kansen voor Buitenhof - ambitiedocument samen met Delfia terrein; — 2505 Rode Dorp – Kansen voor Buitenhof - renovatie huurwoningen en openbare ruimte; — 2502 Juniusbuurt – bestaand warmtenet Eneco integreren in Open Warmtenet Delft; — 1400 Kuiperwijk-Noord - renovatie huurwoningen en openbare ruimte; — 1401 Kuiperwijk-Zuid - renovatie huurwoningen en openbare ruimte; — 2200 Bedrijventerrein Tanthof-West – omzetting naar woningbouw; — 2202 Afrikabuurt-Oost – Multifunctioneel centrum scholen, etc. inclusief woningbouwcorporatie. Energie-initiatief Bedrijvenkring Schieoevers: — 2804 Bedrijventerrein Rotterdamseweg-Noord – nieuwbouw Nieuwe Haven; — 2900 Bedrijventerrein Rotterdamseweg-Zuid; — 2702 Bedrijventerrein Schieweg-Noord - nieuwbouw Kabeldistrict; — 2703 Bedrijventerrein Schieweg-Zuid. Warmtenet OWD Basis NetVerder/Engie: — 2501 Buitenhof-Noord; — 2503 Gillisbuurt; — 2505 Het Rode Dorp; — 2407 Multatulibuurt; — 2403 Mythologiebuurt; — 2500 Reinier de Graafbuurt; — 2405 Roland Holstbuurt; — 2507 Verzetstrijdersbuurt; — 2406 Voorhof-Hoogbouw.

Warmtenet OWD future proof: — 1404 Westlandhof; — 1306 Krakeelpolder; — 2400 Poptahof-Noord – bestaand warmtenet Eneco integreren in OWD; — 2401 Poptahof-Zuid - bestaand warmtenet Eneco integreren in OWD; — 2404 Aart van der Leeuwbuurt – veel vve’s; — 2509 Buitenhof-Zuid; — 2504 Fledderusbuurt; — 2502 Juniusbuurt – bestaand netje Eneco integreren in OWD; — 2506 Pijperring; — 2508 Vrijheidsbuurt. Warmtenet TU Geothermie/Engie: — 2850 TU campus; — 2801 TU-Noord: deels eigen TU warmte net, deels aanvullend door Engie met extra warmte track 5; — 2804 Bedrijventerrein Rotterdamseweg-Noord.

16

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

C

Buurten met rioolvernieuwing Rioolvernieuwing 2021-2030: — 2505 Rode Dorp – reeds gedaan met ruimte voor warmtenet; — 1307 Westerkwartier – 2021-2023; — 1303 Ministerbuurt-Oost – 2022-2024; — 2501 Buitenhof-Noord – 2024; — 2503 Gillisbuurt – 2025; — 2504 Fledderusbuurt – 2026-2027; — 2404 Aart van Leeuwlaan – 2023-2025; — 2405 Roland Holstbuurt – 2023-2025; — 2406 Voorhof Hoogbouw – 2023-2025; — 2407 Multatulibuurt – 2023-2025; — 2301 Boerderijbuurt – 2022; — 2201 Afrikabuurt-West – 2025-2029; — 2204 Aziëbuurt – 2025-2029; — 1301 Agnetapark – 2027.

17

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

D

Buurten met gasnetvernieuwing

18

200288 - Warmteplan Delft: Resultaten Fase 2 – Mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10325425/1