CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2022

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Begrotingsbehandeling 2022-20251.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2022

De raad van de gemeente Delft; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 september 2021; geiet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Economie, Financiën en Bestuur; bes luit vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2022 (Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2022).

Artikel 1 Belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.

Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeid, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 2 Belastingobject 1. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk 111 van de Wet waardering onroerende zaken. 2. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

OZB DELFT 2022

Artikel 3 Maatstaf van hefting 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onraerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. 2. Indien met betrekking tot een onraerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onraerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4 1.

Vrijstellingen

In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrand, daarander mede begrepen de open grand, alsmede de ondergrand van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrand als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrand daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grand; c. onraerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onraerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, met uitzondering van de daarap voorkomende gebouwde eigendommen; e.

natuurterreinen, waarander mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zieh uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j.

straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onraerende zaken die dienen als woning;

OZB DELFT 2022 2

I.

2.

begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. het ongebouwde eigendom van onroerende zaken die bestemd zijn voor recreatieve doeleinden. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 5

Tarieven

De onroerendezaakbelastingen worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6

Wijze van heffing

De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 1.

2.

3. 4.

Tijdstip van betaling en betaling in termijnen

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet moeten de onroerendezaakbelastingen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijn telkens een maand later. Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,00. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8

Niet opleggen van aanslagen

1. Belastingaanslagen van minder dan€ 5,00 worden niet opgelegd. 2. Voorde toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen als één aanslag aangemerkt.

Artikel 9

Nadere regels door het college van B&W

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onroerendezaakbelastingen.

Artikel 1 O Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2022'.

Artikel 11 1.

2. 3.

lnwerkingtreding

De Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de hefting, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zieh voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de hefting is 1 januari 2022.

OZB DELFT 2022 3

teld in de openbare raadsvergadering van 4 november 2021.

,burgemeester. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

,griffier.

OZB DELFT 2022 4

Tarieventabel Onroerendezaakbelastingen Delft 2022 Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt a. voor de gebruikersbelasting b. bij de eigenarenbelasting 1° voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 2º voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

0,24880% 0,10046%; 0,30566%.

Behaart bij en maakt deel uit van het raadsbesluit van 4 november 2021 tot vaststelling van de verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2022.

OZB DELFT 2022 5

Toelichting op de Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2022.

Tarieven onroerendezaakbelastingen In de voorstellen voor de OZB tarieven is indexatie van de opbrengst met de CPI van 1,5% verwerkt. Daarnaast is een meeropbrengst opgenomen voor het nieuw areaal. De OZB wordt geheven als percentage van alle WOZ objecten (woningen en niet-woningen) binnen de gemeente, dit noemen we het totale areaal. Het totale areaal is onderverdeeld in: • bestaand areaal op de peildatum; • nieuw areaal dat is ontstaan tijdens het heffingsjaar 2021, hierover wordt in 2022 voor het eerst OZB geheven. De opbrengst van het bestaand areaal + nieuw areaal tegen de nieuwe tarieven vormt de totale opbrengst. De OZB tarieven zijn berekend aan de hand van de totale WOZ waarden op de wettelijke peildatum van het bestaand areaal. Hierbij is de geraamde opbrengst leidend, de tarieven worden zo bepaald dat de geraamde opbrengst rekenkundig wordt gerealiseerd. De uitvoering van de WOZ is door Delft overgedragen aan de RBG. De RBG levert in oktober een definitieve prognose van de totale waarden van de WOZ objecten. De gemeente heeft geen invloed op de waarderingen. Dit betekent dat bij verwerking van de definitieve prognose van de WOZ waarden later dit jaar naar verwachting een voorstel voor een 1° wijziging van de verordening noodzakelijk zal zijn voor de tariefaanpassing die nodig is om de geraamde opbrengst te realiseren.

Bij de tariefvoorstellen is uitgegaan van de volgende prognoses van de RBG:

Woningen Niet-w oningen eigenaar Niet-w oningen gebruik

€ 14.901.286.000

8,00%

€

190.000.000

€ 2. 728.655.000

-1,40%

€

35.500.000

€ 2.536.505.000

-1,50%

Leegstand*

6,00%

Gemiddeld oninbaar

1,14%

rekeninghoudend met corona-effect

OZB DELFT 2022 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10749911/1