Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2022
Tekst van het document
4675495 Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2022 De raad van de gemeente Delft; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 november 2021; geiet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste tot en met vierde lid, en zesde lid, 2.1.4a eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; besluit vast te stellen de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2022. HOOFDSTUK 1. artikel 1.
BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Begripsbepalingen
1. Alle begrippen en definities zoals vermeid in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn onverkort van toepassing in deze verordening. 2. Aanvullend in deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. Bijdrage: bijdrage in de kosten als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet; c. Budgetbeheerder: de persoon die de aan het pgb verbanden taken als bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid, onder a, van de wet uitvoert; d. Budgetplan: een verplicht door de cliënt in te dienen plan waarin de cliënt inzichtelijk maakt welke ondersteuning hij wil inkopen voor het beschikbare budget, het bedrag dat per ondersteuner besteed gaat worden en welke resultaten hij hiermee wil bereiken; e. Ondersteuningsplan: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, negende lid, van de wet. Hierin wordt beschreven welke problemen iemand ondervindt op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wo nen en opvang en op welke manier gekomen kan worden tot verbetering; f. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1. van de wet; g. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; h.
Zorgplan: integraal plan waarin de aanbieder samen met de cliënt beschrijft hoe de ondersteuning uitgevoerd moet worden om het resultaat te kunnen behalen. HOOFDSTUK2. artikel 2.
TOEGANGSPROCEDURE
Aanvraag
Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger dient een aanvraag voor een maatwerkvoorziening schriftelijk in bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van: a.
een door het college vastgesteld aanvraagformulier, of
b.
een elektronische, door het college opengestelde, weg.
4675495 artikel 3.
Advisering
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.
artikel 4.
lnhoud beschikking
1. Het ondersteuningsplan kan onderdeel uitmaken van een besluit voor een maatwerkvoorziening. Het zorgplan (natura) of budgetplan (pgb) maken onderdeel uit van een besluit voor een maatwerkvoorziening. 2. In de beschikking tot verstrekking vaneen maatwerkvoorziening wordt in ieder geval gemotiveerd aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. 4. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbanden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 5.
Als sprake is van een te betalen Bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd. HOOFDSTUK 3. artikel 5.
MAATWERKVOORZIENINGEN
Criteria voor een maatwerkvoorziening
1. Het college neemt het ondersteuningsplan zoals omschreven in artikel 4 als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
4675495 2. Als het college van oordeel is dat een cliênt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en door anders te handelen had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de kosten van de voorziening, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. artikel 6.
Voorwaarden en weigeringsgronden
1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de melding, als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de wet, heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend. 2. Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening in aanmerking worden gebracht wanneer beperkingen, chronische psychische problemen of psychosociale problemen het gebruik van algemene voorzieningen onmogelijk maken, dan wel deze algemene voorzieningen niet aanwezig zijn. 3. De voorziening beweeginterventie Powerful Ageing is voorliggend op andere maatwerkvoorzieningen in het geval van lichamelijke beperkingen. artikel 7.
Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning
1. De ondersteuning in de vorm van dienstverlening vindt plaats in de vorm van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden: -
Resultaatgebied 1: Sociaal en persoonlijk functioneren: draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden vaneen sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn)
-
Resultaatgebied 2: Financiën: richt zieh op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding.
4675495 -
Resultaatgebied 3: Huisvesting: draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft.
-
Resultaatgebied 4: Daginvulling: draagt ertoe bij dat cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning.
-
Resultaatgebied 5: Ondersteuning en regie bij huishouden: draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen.
-
Resultaatgebied 6: Gezondheid: draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan.
2. De resultaatgebieden bestaan uit verschillende intensiteiten (treden) die staan voor de zwaarte van de ondersteuningsvraag. De resultaatgebieden en intensiteiten vormen samen een matrix van waaruit arrangementen samengesteld kunnen worden. Het is mogelijk om specifieke maatwerkvoorzieningen te indiceren. Daarnaast kunnen er aanvullende producten voor ondersteuning in de hier genoemde resultaatgebieden worden geïndiceerd. 3. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard van de te verstrekken maatwerkvoorziening en de toegang daartoe als bedoeld in dit hoofdstuk. artikel 8.
Beschrijving van de algemene voorziening "basisvoorziening hulp bij het huishouden"
1. Voorde algemene voorziening "basisvoorziening hulp bij het huishouden" voldoet de cliënt aan de volgende voorwaarden: a. De cliënt is langdurig mantelzorger (dit houdt in langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week) en de inwoner staat ingeschreven bij het mantelzorgsteunpunt binnen de gemeente; of b. De cliënt heeft tijdelijke problemen met het uitvoeren van huishoudelijke taken wegens een tijdelijke beperking. 2. De aanbieder beoordeelt of een inwoner voldoet aan de genoemde voorwaarden. 3. De hulp bij het huishouden dient ingekocht te worden bij een hiervoor door de gemeente gecontracteerde aanbieder. 4. lnwoners die aan de voorwaarden voldoen, kunnen eenmalig maximaal 40 uur hulp bij het huishouden inkopen. Deze uren worden voor de duur van maximaal een half jaar geleverd. Als het nodig is om de voorziening tijdelijk te verlengen kan, na overleg met de gecontracteerde aanbieder, eenmalig het aantal uren voor maximaal een half jaar worden verlengd met maximaal 40 uur. artikel 9.
Vervoer
1. Een cliënt kan voor een maatwerkvoorziening voor vervoer in aanmerking komen wanneer de cliënt vanwege beperkingen, chronisch psychische problemen of psychosociale problemen het openbaar vervoer niet kan bereiken en/of gebruiken.
4675495 2. Indien de voorziening regiotaxi wordt toegekend ontvangt de cliënt een vervoerspas. Met de vervoerspas kan de cliënt maximaal 1500 kilometers per jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Indien de cliënt over een of meer andere vervoersvoorzieningen beschikt, wordt maximaal 500 kilometer toegekend. artikel 10.
Woonvoorzieningen en woningaanpassingen
Een woonvoorziening of woningaanpassing wordt niet verstrekt: a. voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de siechte staat van het onderhoud; b. ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, niet gelegaliseerde vakantie- en recreatiewoningen, zogenaamde ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; c. voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; d. indien de noodzaak het gevolg is vaneen verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grand van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; e. indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; f.
indien deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep, en het woongebouw niet voldoet aan de geldende vereisten voor een dergelijk woongebouw op grand van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen, en aantoonbaar is dat de aangevraagde voorziening bij het wel voldoen aan die vereisten niet nodig zou zijn. artikel 11.
Rolstoel
Een cliënt kan alleen voor een maatwerkvoorziening voor een rolstoel in aanmerking kamen indien de cliënt voor alledaagse verplaatsingen hierop is aangewezen. artikel 12.
Sportvoorzieningen
Een cliënt kan alleen in aanmerking kamen voor een hulpmiddel voor sportbeoefening indien een cliënt niet kan sparten zonder het specifieke hulpmiddel en het hulpmiddel noodzakelijk is om in aanvaardbare mate te kunnen participeren. artikel 13.
Kortdurend verblijf
De maatwerkvoorziening kortdurend verblijf of logeeropvang wordt toegekend wanneer er noodzaak bestaat tot het ontlasten van de mantelzorger.
4675495 artikel 14.
Ontmoeti ngscentra
De maatwerkvoorziening ontmoetingscentra is gericht op ondersteuning van de mantelzorger of op klachten van inwoners met dementie. Deze maatwerkvoorziening wordt toegekend indien daarmee overbelasting wordt voorkomen en cliënten langer thuis kunnen wonen. artikel 15.
Beschermd wonen/thuis
1. Beschermd wonen is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek, die een beschermde woonomgeving en toezicht nodig hebben, maar voor wie er geen noodzaak (meer) is voor verblijf in een instelling vanwege een psychiatrische behandeling. 2. Beschermd thuis is voor inwoners van 18 jaar en ouder met psychiatrische stoornissen of ernstige psychosociale problematiek, die zelfstandig kunnen wonen maar nag wel bescherming en toezicht in nabijheid nodig hebben. 3. Een cliënt kan zelfstandig wonen (eventueel met ambulante ondersteuning) als hij/zij in staat is zieh op de volgende gebieden te handhaven: a. Kan een hulpvraag stellen indien hij/zij ondersteuning wenst. Staat open voor begeleiding en laat de begeleider toe in haar of zijn woning. Onplanbare zorg, dan wel 24 uurs bereikbaarheid van zorg zijn niet nodig. b. Kan een hulpvraag (op eigen kracht of met hulp van zijn/haar omgeving) uitstellen, bijvoorbeeld naar de volgende dag of naar de volgende afspraak (zonder verergering van problemen). c. Heeft iemand in de omgeving die hem/haar duurzaam wil ondersteunen bij het (uit)stellen van de hulpvraag. d. Staat in voor zijn/haar veiligheid en vormt geen risica voor de maatschappij (agressie, gevaar, verwaarlozing, overlast). HOOFDSTUK 4. artikel 16.
PERSOONSGEBONDEN BUDGET
Regels voor pgb
1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. De cliënt aan wie een pgb wordt toegekend, dient ervoor te zorgen dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die namens deze de ondersteuning moet gaan bieden voldoet aan de in artikel 21 opgenomen kwaliteitseisen. 3. Een pgb voor ondersteuning door zelfstandige ondernemers dan wel andere juridische constructies die geacht kunnen worden niet of nauwelijks overheadkosten te maken, wordt alleen verstrekt indien: a. deze staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; b. deze beschikt over een actuele verklaring omtrent gedrag; c. deze beschikt over een adequate opleiding;
4675495 d. deze, voor zover dit voor de aard van de dienstverlening is vereist, beschikt over een voorde beroepsgroep relevante registratie; e. deze meewerkt aan een cliëntervaringsonderzoek en/of de daarvoor benodigde informatie verstrekt; f. deze de Nederlandse taal spreekt en schrijft; g. wordt voldaan aan de in artikel 21 lid 3 opgenomen kwaliteitseisen. 4. Een pgb voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk wordt alleen verstrekt indien: a. de ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt; b. de ondersteuning structureel van een behoorlijke omvang is, c. de geboden ondersteuning passend, adequaat en veilig is; d. de persoon uit het sociale netwerk die de ondersteuning gaat verlenen, zieh voldoende op de hoogte heeft gesteld van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbanden zijn, e. de persoon die behaart tot het sociale netwerk op geen enkele wijze druk op de cliënt heeft uitgeoefend bij de besluitvorming om over te gaan tot uitbetaling; f. er bij de persoon uit het sociale netwerk die de hulp gaat bieden geen sprake is van overbelasting of dreiging daarvan; g. de inzet van de persoon die behaart tot het sociale netwerk aantoonbaar van goede kwaliteit is en daarbij het belang van de cliënt centraal staat; h.
de persoon uit het sociaal netwerk op basis van opleiding en/of ervaring in staat moet zijn de in de individuele situatie vereiste dienstverlening te realiseren; i.
de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een actuele verklaring omtrent het gedrag, tenzij de persoon een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is;
j.
deze de Nederlandse taal spreekt en schrijft;
k. de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de in artikel 21 lid 4 opgenomen kwaliteitseisen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 leden 2 en 5 van de wet verstrekt het college geen pgb indien: a. de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overlegd volgens het door het college vastgestelde model; b. de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of verschijnt zonder geldige reden niet op de afspraak om het budgetplan te bespreken; e. de cliënt geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4675495 f. de cliënt problematische schulden heeft, een schuldsaneringstraject doorloopt of onder de wet schuldsanering natuurlijke personen valt; h. de budgetbeheerder tegelijk de zorgverlener is, tenzij het gaat om een ouder van een zwaar gehandicapt kind i. de cliënt de administratie van het pgb wil uitbesteden aan een bureau; j. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; k. het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent. I.
blijkt dat bij een eerder verstrekt pgb geen of onvoldoende voortgang is geboekt op de gestelde resultaten.
6. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald. 7. Het is de cliënt niet toegestaan om met de dienstverlener een vast maandloon overeen te komen dan wel een andersoortige afspraak te maken op basis waarvan uitbetaling door de Sociale Verzekeringsbank aan dienstverlener plaatsvindt zonder voorafgaande verplichting van cliënt tot overlegging aan de Sociale Verzekeringsbank van een door cliënt geaccordeerde factuur of specificatie van ingezette ondersteuning. 8. Het recht op pgb voor beschermd wonen of beschermd thuis vanuit de centrumgemeente Delft vervalt als de cliënt geen hoofdverblijf meer heeft in de gemeenten Delft, MiddenDelfland, Pijnacker-Nootdorp of Westland. 9. Het pgb beschermd wonen/beschermd thuis wordt voor zorg en eventuele aanvullende modules toegekend. In geval van beschermd thuis mag het budget niet besteed worden voor de huur of bijkomende huisvestingslasten. artikel 17.
Hoogte pgb
1. De hoogte van een pgb wordt gebaseerd op en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, wanneer deze wordt geleverd door een aanbieder die niet door de gemeente gecontracteerd is, maar wel voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen van de gemeente zoals geformuleerd bij gecontracteerde ondersteuning. 2. Bij een maatwerkvoorziening die betrekking heeft op de in artikel 7 en artikel 15 genoemde resultaatgebieden en diensten is de hoogte van het pgb gelijk aan de onderliggende kostprijs die het college per tijdseenheid is verschuldigd vermenigvuldigd met de omvang van de maatwerkvoorziening (Px Q). 3. De hoogte van een pgb bij ondersteuning door een ZZP'er bedraagt 80% van de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura dan wel 80% van de onderliggende kostprijs als bedoeld in het tweede lid. Wanneer 80% aantoonbaar onvoldoende is om er redelijkerwijs van verzekerd te zijn dat het pgb toereikend is wordt het pgb aangevuld tot het redelijkerwijs noodzakelijke bed rag met een maximum van 100% van de kosten van de voorziening of dienst in natura.
4675495 4. Het pgb-tarief voor ondersteuning verleend door een persoon uit het sociaal netwerk bedraagt: a. maximaal €17,50 per uur voor maatschappelijke ondersteuning binnen het in artikel 7 genoemde resultaatgebied 5; b. maximaal € 20,00 per uur voor maatschappelijke ondersteuning binnen de in artikel 7 genoemde resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 en 6. 5. Het pgb-tarief voor beschermd wonen/beschermd thuis Basis, verleend door een persoon uit het sociaal netwerk, is maximaal € 25,00 per etmaal. 6. Het pgb-tarief voor beschermd wonen/beschermd thuis Plus, verleend door een persoon uit het sociaal netwerk, is maximaal € 40,00 per etmaal. 7. Bij een materiële voorziening zijn de kosten van het verplichte onderhoudscontract inbegrepen in het pgb. 8. Voor bewoners van een kleinschalig wooninitiatief beschermd thuis is een budgetophoging van maximaal € 4.000,= per jaar mogelijk. Een wooninitiatief beschermd wonen kamt niet voor een dergelijke ophoging in aanmerking. De bedragen beschermd wonen zijn inclusief wooncomponent. 9. Het pgb-tarief bedraagt: a. €94,- per maand voor taxikosten; b. € 131,50 per maand voor rolstoeltaxikosten; c. €3.685,- voor de verhuis- en herinrichtingskosten. HOOFDSTUK 5. artikel 18.
BIJDRAGE IN DE KOSTEN
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb's
1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3. De bijdrage wordt in alle gevallen bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen, tenzij in deze paragraaf anders wordt bepaald. 4. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: a. respijtzorg kortdurend verblijf; b. (sport)rolstoel; c. maatwerkvoorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar;
4675495 d. een maatwerkvoorziening die wordt gerealiseerd in een woongebouw waarvan de woning van cliënt onderdeel uitmaakt, én voor zover de voorziening betrekking heeft op het toeen/of doorgankelijk maken van het woongebouw; e. taxikosten en rolstoeltaxikosten; f. verhuis- en herinrichtingskosten; g. de specifieke maatwerkvoorziening "Waakvlam" h. alle gevallen zoals omschreven in de wet evenals artikel 3.8, lid 4 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5. De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor het gebruik van de regiotaxi, die per rit bestaat uit een opstaptarief van € 1,01 en een bijdrage van€ O, 174 per kilometer. 6. De kostprijs vaneen: a. maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan het bedrag dat de maatwerkvoorziening het college kost; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7. In het geval, zoals bedoeld in artikel 2.1 .4b, tweede lid, van de wet, wordt de bijdrage door de betreffende aanbieder van maatschappelijke- en vrouwenopvang vastgesteld en geïnd. 8. Een cliënt is een lagere bijdrage verschuldigd als hij tijdens zijn verblijf in de opvang, woonkosten is verschuldigd als hoofdbewoner voor de woning die hij heeft verlaten en/of zieh met meerdere gezinsleden in de opvang bevindt. Het college stelt in dat geval de regels voor de hoogte van de bijdrage vast. artikel 19.
Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen
1. Voor het gebruik van de basisvoorziening hulp bij het huishouden is een bijdrage verschuldigd van € 5,-per uur. 2. Voorde algemene voorziening wasverzorging is een bijdrage verschuldigd van€ 5,00 per wasbeurt en € 1,00 per kledingstuk voor het strijken. 3. Voorde algemene voorziening nachtopvang is een bijdrage verschuldigd van€ 6,00 per nacht. 4. De bijdragen als bedoeld in de voorgaande leden worden geïnd door de organisatie die de algemene voorziening levert. HOOFDSTUK 6. artikel 20.
KWALITEIT
Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten zijn daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;
4675495 b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. e. de aanwezigheid van een eerstverantwoordelijke ondersteuner als aanspreekpunt voor de cliënt en zijn directe omgeving; f. een integraal zorgplan per cliënt; g. rapportages over resultaten; h. het meten van de ervaring van cliënten als regulier onderdeel van de afgesproken ondersteuning, i. zieht op de prestaties en stimulans tot verbetering van de dienstverlening j. voor resultaat 5 'Ondersteuning en regie in het huishouden', te voldoen aan het algemeen aanvaard basisniveau zoals geformuleerd in het door het college vastgestelde H4 Normenkader. 2. De aanbieder voldoet aan de vigerende kwaliteitsstandaard Wmo, zoals wordt gebruikt voor het toezicht door de GGD Haaglanden. 3. Het college kan nadere eisen stellen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van aanbieders daaronder begrepen. 4.
Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. artikel 21.
Kwaliteitseisen pgb
1. De professionele zorgverleners die door middel van een pgb betaald worden, dienen in het bezit te zijn vaneen recente gelijkwaardige kwalificatie, zoals professionele zorgverleners die Zorg in Natura (ZIN) verlenen bezitten. Onder recent verstaan we dat de opleiding korter dan 5 jaar geleden is afgerond. Is het afronden van de opleiding langer geleden, dan moet de zorgverlener aantonen dat hij in de laatste 5 jaar als professioneel zorgverlener deze werkzaamheden heeft uitgevoerd. 2. Een rechtspersoon, een vennootschap onder firma, een maatschap of commanditaire vennootschap die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt
4675495 verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en c. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.) d. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap organiseert zieh op zodanige wijze, voorzien zieh kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel dat leidt tot verantwoorde hulp; e. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over een systeem voor dossiervorming; f. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; g. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap werkt met medewerkers die beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de medewerker voor de organisatie ging werken h.
de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap dient te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; i.
de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap dient te beschikken over een klachtencommissie, dan wel toont aan hoe klachten op onafhankelijke wijze worden afgedaan;
j. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap heeft een vastgesteld privacybeleid; k. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over een cliëntenraad, dan wel toont aan hoe cliëntraadpleging/inspraak is geborgd. I. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap staat ingeschreven in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register; m. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem, welke voldoet aan de landelijk eisen, blijkend uit een 1S0-certificering of een daarmee vergelijkbaar kwal iteitssysteem; n. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap heeft de medezeggenschap van cliënten georganiseerd, zoals beschreven in de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen;
4675495 o. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap beschikt over kwalitatief verantwoorde kenn is en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt; p. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap draagt zorg voor scholing zodanig dat de medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken; q. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes; r. de rechtspersoon, de vennootschap onder firma, de maatschap of de commanditaire vennootschap werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep. 3. Een natuurlijke persoon, niet zijnde een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen: a. de natuurlijke persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b.
de natuurlijke persoon gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en c. de natuurlijke persoon voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.) d. de natuurlijke persoon beschikt over een systeem voor dossiervorming; e. de natuurlijke persoon werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; f. de natuurlijk persoon beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning start; g. de natuurlijk persoon dient te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling; h. de natuurlijk persoon staat ingeschreven in het beroeps- en of handelsregister of een vergelijkbaar register; i.
de natuurlijk persoon beschikt over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde, passend bij de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt;
m. de natuurlijk persoon draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes; n. de natuurlijk persoon werkt met inachtneming van protocollen en richtlijnen opgesteld door de eigen beroepsgroep. 4. Een persoon uit het sociaal netwerk, die op basis van een pgb ondersteuning verleent, dient in elk geval aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen:
4675495 a. de persoon verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan ondersteuning van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; b. de persoon gebruikt voor dagbesteding een ruimte die geschikt is voor de uit te voeren activiteiten en c. de persoon voldoet aan de wettelijke eisen (brandveiligheid, bouwbesluit, toegankelijkheid etc.) d. de persoon beschikt over een systeem voor dossiervorming; f. de persoon werkt met een uitvoeringsplan, evaluatie en een urenregistratie; g. beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de ondersteuning start. 5. Het college betrekt en borgt bij het goedkeuren van het budgetplan de kwaliteitsaspecten zoals genoemd in de voorgaande leden en stelt indien nodig nadere voorwaarden. artikel 22.
Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst doorderden
1. Ter waarborging vaneen goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten;
4675495 e. indexatie van de reële prijs voor het leveren vaneen dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. De coördinerende aanbieder kan ook andere partijen (bv welzijnswerk of andere aanbieders) inzetten om het resultaat te bereiken. De coördinerende aanbieder schrijft een integraal zorgplan per cliënt en beschrijft wat er gedaan wordt om het gevraagde resultaat te behalen en is verantwoordelijk voor de kwaliteit en het resultaat. HOOFDSTUK 7. artikel 23.
TOEZICHT EN HANDHAVING
Maatregelen onterecht toegekende voorzieningen
1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbanden en over hoe zij aan het college mededeling moeten doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. 2. Onverminderd artikel 2.3.1 O van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; b. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; c. een pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden, of de ondersteuning niet conform het goedgekeurde budgetplan wordt ingekocht; d. de cliënt een half jaar geen gebruik van de maatwerkvoorziening heeft gemaakt e. de voorziening niet meer toereikend is te achten; f. de client de voorziening niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor hij is verstrekt. artikel 24.
Maatregelen bij misbruik van voorzieningen
1. Als het recht op een verstrekte voorziening is ingetrokken of herzien omdat zij is verleend op basis van onjuist verstrekte of onvolledige gegevens, en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan deze voorziening dan wel de geldwaarde van de toegekende voorziening worden teruggevorderd met terugwerkende kracht tot uiterlijk de datum dat het recht is ingetrokken of herzien. 2. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
4675495 artikel 25.
Opschorting betaling uit het pgb
1. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehe le of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.1 O, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 23, derde lid. 3. Het college stelt de persoon aan wie het pgb is verstrekt schriftelijk op de hoogte van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid. artikel 26.
Onderzoek naar kwaliteit en recht- doelmatigheid
Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb's met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. artikel 27.
Tegengaan misbruik en oneigenlijk gebruik
Het college treft de nodige maatregelen om het misbruik en oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb's te voorkomen en te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zieh ook bezighouden met het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het college verricht zo nodig onderzoek bij aanbieders van maatwerkvoorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente onderhouden of die ondersteuning verlenen op grand van een pgb aan inwoners van Delft en die verplicht zijn om kosteloos hun medewerking te verlenen; c. het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontroles, rechtmatigheids- en kwaliteitscontroles, zodat declaraties, uitbetalingen en de verleende zorg in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; d. het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd onder c worden nagekomen; e. het college beperkt de looptijd van de indicaties of voert periodiek controles uit bij langlopende indicaties; f. het college voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een pgb op: I.
de regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen als budgetbeheerder; II. de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt en de pgb-aanbieder te overleggen budgetplan mede met het oog op de te bereiken resultaten.
4675495 g. het college monitort het gebruik van het Pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen. HOOFDSTUK 8. artikel 28.
BLIJK VAN WAARDERING EN TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN
Blijk van waardering mantelzorgers
1. Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een melding bij Delft voor Elkaar voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht. 2. De jaarlijkse blijk van waardering bestaat uit een flexibel in te vullen bijdrage en/of (laagdrempelige) activiteit en wordt door het college nader ingevuld in overleg met een representatieve groep mantelzorgers, waarbij oog is voor verschillende groepen mantelzorgers. 3. Het college legt jaarlijks vast hoe de mantelzorgwaardering eruit ziet, en communiceert dit breed in de stad. 4. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: a. De mantelzorger kan ieder jaar de waardering aanvragen. b. Een mantelzorger kan voor meerdere cliënten zorgen maar per kalenderjaar maar één mantelzorgwaardering ontvangen. Het is wel mogelijk dat meerdere mantelzorgers van één cliënt een waardering aanvragen. c. Voor het verkrijgen van de waardering wordt als criterium gehanteerd dat de mantelzorger langdurig mantelzorger is (dit houdt in langer dan drie maanden en meer dan 8 uur per week) en staat ingeschreven bij het mantelzorgsteunpunt. d. De mantelzorgwaardering richt zieh niet op vrijwilligers. artikel 29.
Tegemoetkoming (meer)kosten
1. Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de pa rt ici patie. 2. De tegemoetkoming in de (meer)kosten kan worden verstrekt voor sportvoorziening, huurderving, woningsanering of een gehandicaptenparkeerplaats. 3. Het college legt in nadere regels de hoogte van de tegemoetkoming vast. 4. Het college kan in nadere regels bepalen in welke gevallen en in welke mate een tegemoetkoming kan worden verstrekt aan personen die te maken hebben met meerkosten ingevolge een beperking of chronische ziekte.
4675495 HOOFDSTUK 9. artikel 30.
OVERIGE BEPALINGEN
Meldingsregeling calamiteiten en geweld
1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zieh heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 4. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. artikel 31.
Klachtregeling
1. Het college stelt een regeling vast voor afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening. 2. Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van de door hen geleverde voorzieningen . 3. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een cliëntervaringsonderzoek. artikel 32.
Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning
1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een cliëntervaringsonderzoek. HOOFDSTUK 10. artikel 33.
SLOTBEPALINGEN
Betrekken van ingezetenen bij het beleid
1. Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
4675495 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. artikel 34.
Tariefswijziging/ indexatie
1. Indien met aanbieders contractueel afspraken zijn gemaakt inzake de indexatie van maatwerkvoorzieningen in natura, wordt dezelfde indexatie toegepast bij de pgb's, met uitzondering van de pgb's voor het sociaal netwerk. 2. Als toepassing is gegeven aan het eerste lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. artikel 35.
Evaluatie
Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt minimaal eenmaal per vier jaar geëvalueerd. artikel 36.
lntrekking oude verordening en overgangsrecht
1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2020 wordt ingetrokken per de dag van inwerkingtreding van deze verordening. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grand van een eerdere verordening, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen op basis van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2022. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2022, tenzij deze verordening nadeliger uitpakt. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grand van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020, wordt beslist met inachtneming van die verordening. artikel 37.
Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
4675495
artikel 38.
lnwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking op 1januari 2022. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2022.
e openbare raadsvergadering van 16 december 2021.
,griffier.
4675495 TOELICHTING Algemeen Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: wet). De wet maakt onderdeel uit van de in 2015 ingezette bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van een aantal taken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Deze taken zijn destijds toegevoegd aan het takenpakket dat al bij gemeenten lag onder de 'oude' Wet maatschappelijke ondersteuning. Een van de uitgangspunten hierbij was en is dat er telkens wordt bekeken wat redelijkerwijs verwacht mag worden van de cliënt en zijn sociale netwerk, vervolgens zal waar nodig de gemeente in aanvulling hierop hem in staat stellen gebruik te ma ken van een algemene voorziening of - als dat niet volstaat - een maatwerkvoorziening waarmee een bijdrage wordt geleverd aan zijn mogelijkheden om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en zelfstandig te functioneren in de maatschappij.
Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorg of met hulp van zijn sociale netwerk dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te hand haven of verbeteren, om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of sprake is van een andere voorziening die niet onder de reikwijdte van de wet valt. De wet en deze verordening leggen deze toegangsprocedure daarom [in hoofdlijnen] vast. Want waar het recht op compensatie dat bestand onder de 'oude' Wet maatschappelijke ondersteuning is kamen te vervallen, wordt een recht op een zorgvuldige, tweezijdige procedure daartegenover gesteld. Een dergelijke procedure, die bovendien goed wordt uitgevoerd, zal telkens tot een juist eindoordeel moeten leiden; ondersteuning waar ondersteuning nodig is.
Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente zieh heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verrichten of de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren vaneen situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
De wet en deze verordening leggen veel bevoegdheden bij het college. De uitvoering hiervan zal echter in de regel namens het college gedaan worden (in mandaat) door deskundige consulenten, ambtenaren of bijvoorbeeld aanbieders. Waar in deze verordening en in de wet 'het college' staat, kan het college deze bevoegdheid namelijk mandateren aan ondergeschikten dan wel niet-ondergeschikten op grand van de algemene regels van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Op grand van artikel 2.6.3 van de wet kan het college de vaststelling van rechten en plichten van de cliënt echter alleen mandateren aan een aanbieder. Deze beperking geldt alleen voor mandatering aan niet-ondergeschikten. Het college kan de vaststelling van rechten en plichten daarnaast oak aan ondergeschikten mandateren.
4675495
artikel 1 Dit artikel bevat de begripsomschrijvingen. Daarbij is ervoor gekozen om de wettelijke begripsbepalingen niet over te nemen, maar te verwijzen naar het wetsartikel. 1.
1.
d: de budgetbeheerder is de persoon die het geld van het pgb beheert, de administratie daarover voert, regie voert op de inzet van de zorg en daarbij de kwaliteit bewaakt. Als de cliënt ervoor kiest zijn ondersteuning te willen ontvangen via een pgb, dan is hij in principe oak de budgetbeheerder. Is hij minderjarig of handelingsonbekwaam, dan treedt een wettelijk vertegenwoordiger op als budgetbeheerder. f. het ondersteuningsplan is het plan dat de toegangsorganisatie Delft Support namens de gemeente in afstemming met de cliënt opstelt. Het plan is de opdracht voor de zorgaanbieder waarin staat welke resultaten behaald moeten worden.
HOOFDSTUK2TOEGANGSPROCEDURE In eerdere versies van de verordening zijn oak stappen in de toegangsprocedure vermeid die oak in de wet zijn opgenomen. Het gaat dan om de stappen: melding, onderzoek en ondersteuningsplan. Zoals deze in de Wet zijn opgenomen, worden ze oak uitgevoerd. Het is niet nodig ze nader te verankeren in de verordening. artikel 2. Aanvraag In artikel 2.3.2, negende lid, van de wet is bepaald dat een aanvraag niet eerder kan worden gedaan dan nadat (naar aanleiding van de melding) onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de termijn van zes weken. De wet bepaalt verder dat het college binnen twee weken na de ontvangst van de aanvraag de beschikking moet geven (artikel 2.3.5, tweede lid, van de wet). In artikel 2 is aangegeven dat de aanvraag via een aanvraagformulier kan worden gedaan, maar dat dit oak elektronisch bijvoorbeeld via de e-mail kan plaatsvinden. Daarbij kan de cliënt of zijn vertegenwoordiger oak het ondersteuningsplan aanmerken als aanvraag. Een aanvraag die niet op een van deze manieren is ingediend hoeft niet in behandeling genomen te worden. artikel 3 Advisering Aan het onderzoeksproces zitten allerlei zorgvuldigheidseisen vast. Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet mogen ontbreken.
De verschillende stadia van onderzoek vragen op die stadia aangepaste deskundigheid. Het college dient ervoor zorg te dragen dat die deskundigheid gewaarborgd is en dat deze naar discipline van deskundigheid concreet kenbaar is voor de hulpvrager. artikel 4 lnhoud beschikking Als de cliënt een aanvraag bij het college indient (artikel 6), dan dient het college een schriftelijke beschikking op te stellen, waartegen de cliënt desgewenst bezwaar en beroep op grand van de Awb kunnen indienen. [Het eerste lid bevestigt de regeling van deze onderwerpen
4675495 in de wet en de Awb en is hier opgenomen in het belang van burgers om hen in de verordening een zo compleet mogelijk beeld te geven van hun rechten en plichten.] Derde lid Uitgangspunt van de wet is dat de cliënt een maatwerkvoorziening in 'natura' krijgt. Indien gewenst door de cliënt bestaat echter de mogelijkheid van het toekennen van een budget. Derde lid, onder a, en vierde lid, onder a: het beoogde resultaat is bijvoorbeeld 'mobiliteit' en niet 'een scootmobiel'. Derde lid, onder b, en vierde lid, onder e: onder 'duur' valt ook de termijn waarop een voorziening technisch is afgeschreven. Vijfde lid Het vijfde lid dient uitsluitend ter informatie aan de cliënt. Het college neemt niet de hoogte van de bijdrage in de kosten in de beschikking op. Dat loopt immers via het CAK, evenals de mogelijkheid van bezwaar en beroep daartegen. Zie artikel 18 en artikel 2.14, zesde lid, van de wet, waarin is bepaald dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb wordt vastgesteld geïnd door het CAK. HOOFDSTUK 3 MAATWERKVOORZIENINGEN artikel 5: Criteria voor maatwerkvoorzieningen In artikel 2.1.3, tweede lid, onder a, van de wet is bepaald dat de raad bij verordening moet aangeven op basis van welke criteria het college kan vaststellen of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.
Daar is in dit artikel uitvoering aan gegeven, met de kanttekening dat het bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening altijd op maatwerk aankomt. Tweede lid In de memorie van toelichting is bij artikel 2.3.5, derde lid, van de wet (Kamerstukken II 2013-14, 33 841, nr. 3, p. 148) opgemerkt dat de maatwerkvoorziening nadrukkelijk een hekkensluiter is:
"Alleen wanneer iemand echt niet zelf of met hulp van zijn omgeving in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en ook een algemene voorziening geen uitkomst biedt, is er een rol voor het college. Oat is niet het geval wanneer het gaat om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen of andere maatregelen die naar hun aard gebruikelijk zijn (fiets, schoonmaakmiddelen, wandelstok, eenvoudige rollator). Wanneer iemand beschikt over algemeen gebruikelijke zaken, maar deze in verband met zijn beperking of problemen niet meer afdoende zijn, kan aanleiding bestaan om een voorziening te treffen. Dat is ook niet het geval als de aanvrager zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te varen had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, bijvoorbeeld: indien iemand is aangewezen op een rolstoel en een huis koopt waarin veel dure aanpassingen moeten worden aangebracht, had het in de rede gelegen dat de aanvrager in een al aangepast huis zou zijn gaan wonen."
Deze passage in het bijzonder - maar gelezen in samenhang met de verdere parlementaire geschiedenis - biedt een onderbouwing om het begrip 'voorzienbaarheid' in individuele gevallen een rol te laten speien bij de afwijzing van een maatwerkvoorziening. Zoveel volgt ook uit de
4675495 passages in de parlementaire geschiedenis waaruit blijkt dat de wetgever aan heeft willen sluiten bij de huidige rechtspraak op dit punt (zie in het bijzonder de nadere memorie van antwoord, Kamerstukken I 2013-14, 33841, nr. J, p. 18). Hieruit volgt verder dat nadrukkelijk geen (verkapte) inkomenstoets is - of kan worden - beoogd. Oak op grand van de wettekst en blijkens de parlementaire geschiedenis is hiervoor namelijk uitdrukkelijk geen ruimte gelaten (zie verder de nota naar aanleiding van het verslag, Kamerstukken II 2013-14, 33 841, nr. 34, p. 24). Geiet op artikel 2.1.3, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder a, van de wet, de genoemde wetsgeschiedenis en de huidige jurisprudentie1 is het van belang een expliciete grondslag te hebben voor afwijzing van een maatwerkvoorziening waarbij de 'voorzienbaarheid' een rol speelt. Het vijfde lid voorziet in een dergelijke grondslag. Geiet op de noodzaak tot een individuele beoordeling is de weigeringsgrond als 'kan-bepaling' vormgegeven; het college van burgemeester en wethouders is daarmee altijd gegeven een inhoudelijke afweging te maken bij iedere individuele aanvraag. Vierde lid Het vierde lid kan er bijvoorbeeld toe leiden dat als maatwerkvoorziening niet een woningaanpassing wordt verstrekt maar een verhuiskostenvergoeding.
De woningaanpassing kan dermate kostbaar zijn dat het college het primaat van verhuizing hanteert. artikel 6 Voorwaarden en weigeringsgronden Op grand van rechtelijke uitspraken moeten in de verordening oak toegangscriteria en weigeringsgronden worden opgenomen. Eerste lid a De wet bevat geen bepaling, zoals artikel 2 Wmo, die regelt dat een aanspraak op grand van een andere wet voorgaat. Daarom is een dergelijke bepaling in de verordening opgenomen. Oak regelt de verordeningsbepaling, vergelijkbaar aan artikel 15 van de Wet werk en bijstand, dat kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet worden vergoed. Daarbij valt te denken aan rollators die niet meer vergoed worden via de basiszorgverzekering. Derde lid De interventie Powerful ageing is in de pilotfase nag hybride tussen een algemene- en maatwerkvoorziening, in. Om die reden is ze opgenomen in de verordening. Powerful ageing zien we als voorliggend op andere maatwerkvoorzieningen zoals ondersteuning bij het
' zie in dit kader ook de uitspraak van de CRvB van 22 augustus 2018, waarin de CRvB oordeelt dat de Wmo 2015, evenals de Wmo deed, ruimte biedt om van burgers te eisen dat zij bij het doen vaneen aanschaf of bij een verhuizing rekening houden met de al aanwezige beperkingen en de redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling hiervan. De Wmo 2015 biedt echter evenmin als de Wmo ruimte, zo stelt de CRvB verder, om van de burger te eisen dat hij preventief maatregelen treft en investeringen doet die tot doel hebben te voorkomen dat toekomstige onzekere gebeurtenissen in zijn gezondheidstoestand als gevolg van het ouder worden leiden tot een beroep op deze wet. De op deze uitleg gebaseerde overwegingen in het bestreden besluit zijn daarom ondeugdelijk (ECLl:NL:CRVB:2018:2603).
4675495 huishouden en een scootmobiel, omdat Powerful ageing de inzet van deze maatwerkvoorzieningen uitstelt. artikel 7 Resultaatgebieden binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning Resultaatsturing betekent dat de te behalen resultaten centraal staan en niet de producten die ingezet worden om het resultaat te behalen. De gemeente stuurt op het te behalen resultaat. De resultaten zijn gericht op het vergroten of behouden van zelf- (en samen) redzaamheid van de cliënten.
Naast keuzevrijheid is het vooral van belang dat de inwoner zelf invloed heeft op de wijze waarop de ondersteuning wordt ingevuld. Gecontracteerde aanbieders stellen daarom samen met de inwoner het zorgplan op. Door resultaatsturing krijgen inwoner en aanbieder meer ruimte en flexibiliteit voor het invullen van de ondersteuning. Het college (Delft Support) bepaalt samen met de inwoner wat de gewenste resultaten zijn; de aanbieder bepaalt samen met de inwoner hoe de ondersteuning plaatsvindt om dit resultaat te kunnen behalen. artikel 8 Beschrijving van de algemene voorziening "basisvoorziening hulp bij het huishouden" De algemene voorziening "basisvoorziening hulp bij het huishouden" is een laagdrempelige vorm van hulp bij het huishouden die beschikbaar wordt gesteld aan een specifieke doelgroep. lnwoners die voldoen aan de voorwaarden kunnen zonder indicatie hulp bij het huishouden inkopen bij een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder van het resultaatgebied regie en ondersteuning bij het huishouden. Deze algemene voorziening heeft niet als doel om een duurzame hulpverleningsrelaties aan te gaan. Met "duurzaam" wordt over het algemeen verstaan langer dan 6 maanden en/of algemene voorzieningen waarop de cliënt, vanwege de aard van de beperkingen, langdurige een beroep zou moeten doen.