CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma Schone Lucht Akkoord

Commissie Ruimte en Verkeer 1 juli 2021, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W – uitvoeringsprogramma Schone Lucht Akkoord (nr. 2121427)5.397 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schone Lucht Akkoord

Uitvoeringsprogramma

Schone Lucht Akkoord

Inhoudsopgave 1 Inleiding

2

2 Luchtverontreinigende bronnen

3

3 Wat doen we al?

4

4 Mobiliteit

7

5 Mobiele werktuigen

12

6 Woningen en houtstook

13

7 Samenwerken

15

8 Wat doen we nog meer?

17

9 Monitoring

19

10 Kosten

20

1

Schone Lucht Akkoord

1 Inleiding Het belang van een schone lucht Na roken behoort luchtverontreiniging tot één van de belangrijkste gezondheidsrisico´s in Nederland (gekeken naar de totale ziektelast). Het zijn met name fijnstof (PM10, PM2,5 en ultrafijnstof), stikstofdioxide (NO2) en ozon die een effect hebben op de volksgezondheid. De aanwezigheid van deze stoffen in de lucht leidt tot een verlies in levensverwachting, het tast de kwaliteit van leven aan en het heeft impact op de natuur. Jaarlijks overlijden in Nederland 11.000 mensen vroegtijdig door luchtverontreiniging. Gemiddeld leven Nederlanders 9 maanden korter als gevolg van vervuilde lucht. Niet iedereen heeft even veel last van luchtverontreiniging. De gezondheidseffecten op populatieniveau zijn verschillend. Kinderen, ouderen, hart- en vaatpatiënten en astmapatiënten behoren tot de zogenaamde hooggevoelige groepen. Daarnaast zijn de gezondheidseffecten ook locatie afhankelijk. Iemand die langs een drukke weg woont, wordt blootgesteld aan hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen dan iemand in een rustige woonwijk. Gezondheidswinst Wij trekken ons deze gezondheidsrisico´s aan en werken daarom al geruime tijd aan het verbeteren van de luchtkwaliteit in Delft. Ons college heeft op 13 januari 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend. Dit is een landelijk akkoord tussen Rijk, provincies en gemeenten.

De deelnemende partijen committeren zich aan de ambitie om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het doel hierbij is de gezondheidswinst in 2030 met minimaal 50% te verbeteren ten opzichte van 2016 voor de binnenlandse bronnen. Om de beoogde gezondheidswinst te bereiken, werken de ondertekenaars van het SLA toe naar de advieswaarden van de World Health Organization (WHO). De doelstellingen van het SLA staan ook in de ontwerp Omgevingsvisie van Delft. We zetten ons in om de milieu-gerelateerde ziektelast te verminderen. Uitvoeringsprogramma Voor alle deelnemende gemeenten aan het SLA geldt een pakket aan maatregelen die uitgevoerd moet worden om de landelijke doelstelling te kunnen halen. Dit uitvoeringsprogramma bevat naast de maatregelen uit het akkoord extra maatregelen die bijdragen aan een permanente gezondheidswinst.

2

Schone Lucht Akkoord

2 Luchtverontreinigende bronnen Zoals gezegd heeft het SLA als doel in heel Nederland de luchtkwaliteit te verbeteren. Daartoe is in beeld gebracht welke sectoren een relevante bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging. In de volgende figuur is weergegeven in welke sectoren de meeste gezondheidswinst is te behalen1.

Voor Delft zijn niet alle sectoren relevant. Dit geldt bijvoorbeeld voor binnenvaart en havens, omdat Delft geen substantiële scheep- en binnenvaartfaciliteiten binnen het grondgebied of in beheer heeft. Ook voor de sector industrie zijn geen maatregelen opgenomen. In onze gemeente zijn weliswaar een aantal IPPC-inrichtingen2 gevestigd maar de provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor deze bedrijven. De provincie Zuid-Holland heeft het SLA ook ondertekend. De verplichte maatregelen uit het SLA die gaan over deze IPPC-inrichtingen zijn op die manier geborgd. Omdat Delft geen landbouw kent is ook die sector buiten beschouwing gelaten in dit uitvoeringsprogramma. Voor de overige sectoren bevat het uitvoeringsplan per sector een maatregelenpakket om de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof terug te dringen.

1

Uit recent onderzoek blijkt dat het aandeel van fijnstof door houtstook groter is dan in eerste instantie bekend was. Wat dit betekent voor de gezondheid zal nog nader onderzocht moeten worden. De figuur kan hierdoor nog wijzigen. Bron: http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/condensable.aspx 2 IPPC-installaties zijn de grotere industriële bedrijven die vallen onder de Richtlijn industriële emissies (2010/75/EU).

3

Schone Lucht Akkoord

3 Wat doen we al? Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2005-2020 In 2005 heeft de gemeente Delft het Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2005-2020 vastgesteld, omdat op een aantal locaties in 2003 de plandrempel voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) werd overschreden. Het plan had als doel de bijdrage aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen als gevolg van het lokale verkeer te beperken. In het plan waren een aantal infrastructurele maatregelen opgenomen. Daarnaast voorzag het plan ook in snelheidsverlaging (op onder andere de A13), het opnemen van emissie-eisen bij nieuwe concessieverleningen van het openbaar vervoer, het verschonen van het gemeentelijk wagenpark en het invoeren van de milieuzone. Ook zijn de maatregelen zoveel mogelijk geïntegreerd binnen de (beleids)kaders van verkeer en vervoer of het klimaatbeleid. Bij het vaststellen van het plan van aanpak was al duidelijk dat zonder ingrijpend en vergaand bronbeleid door de rijksoverheid het onmogelijk zou zijn om in geheel Delft aan de grenswaarde voor NO2 te voldoen in 2010. Dit werd in 2010 opnieuw bevestigd. Er is toen ook besloten om, in aanvulling op het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), de Nota actualisatie Plan van Aanpak Luchtkwaliteit 2005-2020 vast te stellen.

De maatregelen uit deze Nota zijn onder andere Pakketpost per Fiets, Maatwerkdistributie Delft, stimuleren van elektrisch rijden en het stimuleren van initiatieven waarbij gebruik wordt gemaakt van aardgas als brandstof in plaats van benzine en diesel. Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (2009) is een plan om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren. Het NSL houdt daarnaast rekening met voorgenomen grote projecten die de luchtkwaliteit verslechteren en zet hier maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tegenover. Het pakket van maatregelen is zo opgesteld dat het de negatieve effecten van de ruimtelijke projecten ruimschoots compenseert. Het doel van het NSL is te voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Ook in Delft hebben we overschrijdingen van de grenswaarden gehad.

Deze overschrijdingen hebben we opgelost onder meer door maatregelen uit het Plan van Aanpak Luchtkwaliteit maar ook door: - Stimuleren schone logistiek o Stadslogistiek Delft o Ondersteuning ontwikkeling Vrachtfiets en Cargotrailer o Protocol Logistiek en logistieke zone o Ondertekening Green Deal ZES en living lab ZES Delft o Bestuurlijk voornemen instellen Zero-emissie zone in 2025 - Elektrisch rijden o Ekolectric, ontwikkeling ombouwmodule elektrische voertuigen o Deelname regionale concessies publieke laadpunten o Inzamelhelden, afval per vrachtfiets - Stimuleren fiets en gebruik OV door investering in netwerken 4

Schone Lucht Akkoord

Het SLA is anders van aard en doelstelling dan het lopende NSL. Het NSL voorziet in een gezamenlijke inspanning van Rijksoverheid en decentrale overheden om de (resterende) overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit op te lossen. Het SLA is gericht op het realiseren van gezondheidswinst voor iedereen, door een permanente verbetering van de luchtkwaliteit, en werkt toe naar de WHOadvieswaarden in 2030. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft het NSL van kracht. Voor de periode na het NSL heeft het kabinet het voornemen om bestuurlijke afspraken te maken met relevante gemeenten en provincies in aandachtsgebieden, om de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de aanpak van (dreigende) overschrijdingen nader te verankeren. Programma Duurzame mobiliteit In regionaal verband heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) afspraken gemaakt om de CO2 uitstoot in 2025 met 30% te verlagen ten opzichte van 2016. In 2019 is hiervoor fase 1 van het maatregelenpakket bestuurlijk vastgesteld. In deze eerste fase heeft Delft er voor gekozen om zich te richten op maatregelen waarmee het eigen huis op orde kan worden gebracht. Enerzijds omdat dit maatregelen betreft waarop gemeente Delft als opdrachtgever of werkgever zelf direct invloed heeft en daarmee op korte termijn uitvoerbaar zijn.

Anderzijds wil Delft hiermee een voorbeeldfunctie kunnen innemen naar andere organisaties in de stad. De maatregelen uit deze eerste fase zijn niet voldoende om aan de regionale ambitie te voldoen. Uit een analyse van CE Delft blijkt dat effecten van maatregelen die gemeenten binnen de MRDH nemen deels teniet worden gedaan door de autonome groei van mobiliteit. Daaruit blijkt dat de mogelijkheden om de doelstellingen te bereiken deels buiten de invloedssfeer van de gemeente Delft liggen en dat hiervoor een belangrijke rol ligt bij het Rijk. De regio wil in fase 2 van het Programma Duurzame Mobiliteit verdere stappen zetten om de ambitie binnen handbereik te houden. Op basis van de analyses wordt voor de twee meest kansrijke onderwerpen op regionaal niveau een plan van aanpak uitgewerkt om concrete maatregelen voor deze onderwerpen te bepalen. Dit zijn: • Verduurzaming van werkgebonden mobiliteit: het effect hiervan kan groot zijn als thuiswerken, fiets, OV en het verschonen van zakelijk en woon-werkverkeer vergaand wordt gestimuleerd. Bij deze aanpak kunnen positieve leerervaringen uit de coronaperiode worden benut • Deelmobiliteit: het stimuleren van deelmobiliteit kan eveneens een groot effect hebben op de CO2-reductie.

Hierbij wordt een koppeling gelegd met bouwen rondom OV-locaties en het toepassen van een lage parkeernorm De inzet op deze maatregelen betekent niet dat er geen inzet meer wordt gepleegd op andere onderwerpen, zoals verduurzaming logistiek of duurzame inkoop van zwaar materieel. Binnen de regio blijven we kennis delen. Door van elkaar te weten op welke ontwikkelingen en maatregelen wordt ingezet, kan een momentum ontstaan, waarbij gemeenten een voortrekkersrol nemen c.q. meeliften op ontwikkelingen waarmee maatregelen ineens kansrijk worden.

5

Schone Lucht Akkoord

Maatregelen voor duurzame mobiliteit dragen niet alleen bij aan een schonere lucht, maar dienen ook doelen zoals een betere bereikbaarheid, prettige leefomgeving en verkeersveiligheid; doelstellingen die ook vanuit het Mobiliteitsprogramma Delft en de Parkeertransitie worden uitgedragen.

6

Schone Lucht Akkoord

4 Mobiliteit Gemotoriseerd verkeer is in Nederland een belangrijke bron van fijn stof en stikstofdioxide (NOx). Van de gezondheidseffecten door luchtverontreinigende stoffen uit Nederland wordt het grootste deel veroorzaakt door het wegverkeer (36%). De afgelopen jaren hebben we al heel wat stappen gezet in het verbeteren van de luchtkwaliteit. Zo is er in 2010 een milieuzone voor vrachtwagens ingesteld waardoor de luchtkwaliteitsknelpunten in onze stad zijn opgelost. Ter compensatie voor de verminderde toegang tot de stad zijn we in 2016 gestart met het dossier Protocol Logistiek. Om een duurzamere stad te worden zal het ingezette beleid nog verder aangescherpt moeten worden. In hoofdstuk 3 staat beschreven dat we hierin de regionale samenwerking zoeken met de MRDH. Maar ook lokaal hebben we stappen gezet en gaan we ook nog stappen zetten. Hoe we dit gaan doen staat in het Mobiliteitsprogramma Delft 2040, dat in januari 2021 is vastgesteld. Mobiliteitsprogramma Delft 2040 In Delft willen we de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de duurzaamheid vergroten. Tegelijkertijd willen we de stad de ruimte geven om door te blijven groeien. Om dit te bereiken zet het mobiliteitsprogramma in op een mobiliteitstransitie. Dit houdt in dat we het mobiliteitssysteem willen veranderen en aansturen op aanpassing van onze mobiliteitskeuzes.

De belangrijkste pijlers van het beleid die een positieve bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit en de gezondheid zijn: • Ruimte geven door ruimte te maken: o Meer verblijfsruimte (zoals pleinen en groen) en minder ruimte voor verplaatsen; o Meer ruimte voor de voetganger en de fiets; o Ruimte maken door minder autoritten; o Ruimte maken door minder autoparkeren. • Meer schone en actieve/gezonde verplaatsingen in de vorm van lopen of fietsen. • Verkeersnetwerken en hun onderlinge samenhang aanpassen. • Openbare ruimte verbeteren. • Innovatieve vormen van vervoer stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsprogramma. • Tegengaan van ‘vervoersarmoede’. Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 draagt op verschillende manieren bij aan het Schone Lucht Akkoord, bijvoorbeeld door het stimuleren van emissieloze voertuigen, het stimuleren van lopen en fietsen, het verlagen van de snelheid en duurzaam zoneren. Om de doelstellingen van de SLA te kunnen behalen, is het van belang dat in de adaptieve agenda van het Mobiliteitsprogramma 2040 deze doelstellingen worden meegenomen in de afweging van mobiliteitsprojecten. Duurzaam Zoneren Delft kent drie zones die gericht zijn op het verduurzamen van het verkeer. De milieuzone richt zich op schoon verkeer en de logistieke zone vooral op efficiënter verkeer. Daarnaast kent Delft ook een autoluwplus zone.

7

Schone Lucht Akkoord

Milieuzone De milieuzone is in 2010 ingesteld vanwege luchtkwaliteitsknelpunten. De milieuzone is van toepassing op vrachtauto´s met een dieselmotor.

Dit betekent dat vrachtauto's met een dieselmotor de milieuzone alleen in mogen als ze emissieklasse 4 of hoger hebben. Vrachtauto's die niet op diesel rijden zijn ook welkom in de milieuzone. Vrachtauto's met een dieselmotor en een emissieklasse 3 of lager hebben geen toegang. In de volgende figuur is weergegeven waar de milieuzone in onze gemeente van toepassing is.

Logistieke Zone Sinds 2017 heeft Delft een logistieke zone die de toegang tot de binnenstad voor zwaar verkeer beperkt. Zo wordt duurzame stadslogistiek bevorderd. Behalve minder emissies levert dit ook allerhande andere voordelen voor de leefkwaliteit zoals minder congestie, hogere verkeersveiligheid, minder geluidhinder en minder schade aan kwetsbare infrastructuur zoals de oude binnenstad. In de volgende figuur is weergegeven waar de logistieke zone van toepassing is.

8

Schone Lucht Akkoord

Autoluwplus zone Eeuwenlang was de middeleeuwse binnenstad van Delft geënt op de voetganger. Met de komst van de auto in de 20e eeuw zijn de straten van de binnenstad in bezit genomen door auto’s. Met de invoering van een autoluwplus gebied in de jaren ‘90 is een begin gemaakt met het verminderen van het autoverkeer in de binnenstad. Deze positieve ontwikkeling (wie wil de auto nog terug op de Markt?) willen we doorzetten. Hiermee ontstaat er ruimte voor groen, fietsparkeren, terrassen en verblijven. Dit laatste is voor een binnenstad belangrijk. Door de groei van de stad zal ook het gebruik van de binnenstad voor ontspanning en voorzieningen toenemen. Daarnaast neemt het toerisme toe. De voetganger wordt dus steeds belangrijker. In de volgende figuur is weergegeven welke straten in de binnenstad autoluw zijn.

9

Schone Lucht Akkoord

Maatregelen De wens om de leefkwaliteit te verbeteren kent geen grens. Om die reden wil ons college vanaf 2025 een milieuzone voor heel Delft en een zone zonder uitlaatgassen voor bedrijfs- en vrachtauto’s binnen de logistieke zone van Delft. Met deze aanpak loopt Delft voorop om te voldoen aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. Hierin is overeengekomen dat wordt toegewerkt naar de invoering van middelgrote zeroemissiezones voor stadslogistiek in 30 tot 40 grotere steden vanaf 2025. We ondersteunen deze ambitie en hebben daarom de Green Deal ZES ondertekend. In deze Green Deal hebben overheden en bedrijfsleven afspraken gemaakt om toe te werken naar emissieloze stadslogistiek in 2025. Dit doen we door het ontwikkelen van zogenaamde Living Labs waarmee schone en duurzame logistiek wordt bevorderd. Daarnaast willen we de autoluwplus zone stapsgewijs uitbreiden. Het streven is om in 2040 een autoluwe binnenstad te hebben. Bij iedere verdere uitbreiding van de autoluwplus zone moet voorzien zijn in een parkeeroplossing, mobiliteitshub of voorziening voor passend deelvervoer ter compensatie van parkeerplaatsen die zullen verdwijnen in de binnenstad als gevolg van de uitbreiding. In de volgende figuur is weergegeven waar de milieuzone, de logistieke zone en de autoluwplus zone van toepassing zijn in 2025.

In 2021 onderzoeken we hoe we hier uitvoering aan willen geven en zal besluitvorming hierover plaatsvinden.

10

Schone Lucht Akkoord

Eigen organisatie Inkoop van voertuigen en transportdiensten Natuurlijk kan de gemeente niet achterblijven als het gaat om het treffen van maatregelen met betrekking tot de aankoop van voertuigen en transportdiensten. De gemeente houdt dit doorlopend kritisch onder de loep wanneer voertuigen vervangen moeten worden of transportdiensten aanbesteed moeten worden3. Bij aanbestedingen gaan we minimaal uit van de emissie-eisen zoals genoemd bij de MVI criteria op PIANOo website. Normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt een wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving voor met betrekking tot beperking van CO2-uitstoot door zakelijke mobiliteit en woon-werkmobiliteit. De wijziging is een afspraak uit het Klimaatakkoord. De wetgeving start naar verwachting op 1 januari 2022 en geldt voor werkgevers met meer dan 100 werknemers. De regeling heeft als doel om op werkgebonden personenmobiliteit CO2-reductie te realiseren. Wij zullen dus gaan monitoren waar wij staan en bekijken welke acties ondernomen kunnen worden om de werkgebonden personenmobiliteit te verduurzamen. 3

Vanaf 2 augustus 2021 moet elke aanbestedende dienst in nieuwe Europese aanbestedingen voldoen aan de vereisten uit de Europese Richtlijn bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (2019/1161/EU).

11

Schone Lucht Akkoord

5 Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen is een verzamelnaam voor werktuigen die veelal worden ingezet bij onderhoudswerkzaamheden en bouwprojecten. Voorbeelden zijn shovels, kranen, graafmachines, aggregaten en veegmachines. Al deze werktuigen en machines gebruiken vaak diesel als brandstof en veroorzaken luchtverontreiniging. Van de gezondheidseffecten door luchtverontreiniging van binnenlandse bronnen wordt 10% veroorzaakt door mobiele werktuigen. Beperken uitstoot Net als bij voertuigen zijn mobiele werktuigen gebonden aan emissienormen en die emissienormen worden ook steeds meer aangescherpt. In de toekomst zal voor een steeds groter deel van de mobiele werktuigen emissiearmere alternatieven beschikbaar zijn. Dit kunnen bijvoorbeeld elektrische alternatieven zijn maar ook mobiele werktuigen die draaien op waterstof. Bij mobiele werktuigen is ook winst te behalen door de machines uit te zetten in plaats van langdurig stationair te laten draaien. Aanpak De gemeente kan maar beperkt sturen op de emissie van de mobiele werktuigen die in de stad worden ingezet. Net als bij de inkoop van voertuigen en transportdiensten gaan we bij aanbestedingen waar mobiele werktuigen voor worden ingezet minimaal uit van de emissie-eisen zoals genoemd bij de MVI criteria op PIANOo website. Deze emissie-eisen zullen steeds verder worden aangescherpt.

Daarnaast volgen we de landelijke onderzoeken die in beeld brengen wat de overige mogelijkheden zijn, met de bijbehorende knelpunten en randvoorwaarden, om de uitstoot van mobiele werktuigen verder te beperken. Op basis van deze bevindingen besluiten we of het in de toekomst nodig is om nog aanvullende maatregelen te treffen.

12

Schone Lucht Akkoord

6 Woningen en houtstook In Nederland wordt in ongeveer 13%4 van de woningen een houtstookinstallatie gebruikt. Dit kan een open haard, inzethaard, vrijstaande kachel of pelletkachel zijn. Houtstookinstallaties worden gebruikt voor het verwarmen van woningen, maar in de meeste gevallen voor de sfeer of voor recreatief gebruik. Ook buiten wordt, in vuurkorven en kampvuren, hout gestookt. Het stoken van hout kan voor omwonenden overlast en schade opleveren in de vorm van geurhinder, gezondheidsschade en roetneerslag. In Delft geeft 23%5 van de inwoners aan dat ze last ervaren van houtrook. Gezondheidseffecten Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft in 2011 onderzoek uitgevoerd naar de gezondheidseffecten van houtrook. De resultaten van het onderzoek zijn niet eenduidig. Blootstelling aan houtrook wordt in sommige studies geassocieerd met een toename van (ziekenhuisopnamen voor) luchtweg-, hart- en vaataandoeningen, luchtwegklachten en een verslechterde longfunctie. Andere studies laten geen relatie met gezondheidseffecten zien. In het algemeen geldt dat hoe meer luchtverontreiniging er in een bepaald gebied is, hoe meer gezondheidsschade er zal optreden.

Aanvullend onderzoek is nodig om een beter beeld te krijgen van de lokale bijdrage van houtverbranding aan de lokale blootstelling aan schadelijke stoffen als gevolg van houtverbranding en de gezondheidseffecten daarvan. Op basis van de huidige inzichten blijft het vanuit gezondheidskundig oogpunt raadzaam om emissies van fijn stof, van welke bron dan ook, in de buitenlucht te beperken Aanpak Voorlichting De mate van overlast en de uitstoot van vervuilende stoffen als gevolg van houtstook hangt nauw samen met het stookgedrag van de stoker. De uitstoot van schadelijke stoffen en de overlast van houtrook kan worden beperkt door bijvoorbeeld het gebruik van droog en schoon hout (dus niet geïmpregneerd of geverfd). Verder is het belangrijk dat gebruik wordt gemaakt van een vakkundig geïnstalleerde kachel en rookgasuitvoer (met regelmatig onderhoud) en dat er rekening wordt gehouden met de weersomstandigheden. We concluderen ook dat de stoker zich vaak niet bewust is dat zijn stookgedrag zorgt voor overlast in de omgeving. We moedigen onze inwoners, die overlast door houtrook ervaren, daarom aan om in gesprek te gaan met de stoker. Door een klacht te bespreken, blijven gehinderde en stoker in gesprek met elkaar, dit is een goede basis om tot een oplossing te komen. Indien nodig kunnen wij hier voorlichtingsmateriaal voor aanreiken.

4 5

CBS, Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2018, 10 oktober 2019. Gemeente Delft, Woonoverlast 2020, 3 meting, Een onderzoek onder DIP-leden naar de beleving van de buurt.

13

Schone Lucht Akkoord

Vanuit het SLA wordt ingezet op meer en duidelijke communicatie over dit onderwerp. Belangrijk is dat er informatie wordt gegeven over hoe te stoken en wanneer het verantwoord is om te stoken. Onze gemeente is betrokken bij de Stookwijzer (www.stookwijzer.nu). Dit is een digitaal hulpmiddel om te bepalen of de weersomstandigheden voldoende gunstig zijn om te stoken. Ook ontvangen wij meldingen die via deze website worden ingediend. Wij acteren hierop zodra er sprake is van herhaalde overlast. Naast de Stookwijzer geeft het RIVM ook een stookalert af bij ongunstige weersomstandigheden of een slechte luchtkwaliteit, omdat rook dan langer blijft hangen. Met een stookalert roept het RIVM mensen op om dan geen hout te stoken. Dit kan gezondheidsklachten bij mensen in de omgeving voorkomen. Zodra er in de provincie Zuid-Holland sprake is van een stookalert wordt dit via de social media kanalen van de gemeente Delft bekend gemaakt. Daarnaast besteden we ook via de bewustwordingscampagne Delft wordt Groen aandacht aan dit onderwerp door inwoners te inspireren met ervaringsverhalen. Hiervoor kunnen we putten uit de communicatie toolkit van de landelijke campagne om bewuster hout te stoken. Warmteplan De gemeente werkt aan een plan om Delft van het aardgas te krijgen. In dit Warmteplan staat wat de beste manier is om alle wijken in onze stad op een andere manier te verwarmen.

In 2021 is het Warmteplan klaar. Bij onze communicatie over het Warmteplan is ook aandacht voor houtstook. Het is niet wenselijk dat de opgave uit de energietransitie ten koste gaat van de luchtkwaliteit. Overig In het SLA zijn oplossingsrichtingen opgenomen om overlast of gezondheidsschade als gevolg van het stoken van hout door particulieren, te voorkomen dan wel te verminderen. De Rijksoverheid onderneemt veel acties om deze oplossingsrichtingen nader te onderzoeken. Zodra hier meer over bekend is zullen we een afweging maken of deze maatregelen en methoden geïmplementeerd kunnen worden.

14

Schone Lucht Akkoord

7 Samenwerken Delft heeft maar tot op zekere hoogte invloed op de luchtkwaliteit in de stad. Externe invloeden blijven een rol spelen. Dit zorgt ervoor dat luchtkwaliteit een complex probleem is. Delft kan de luchtkwaliteit in de stad niet alleen aanpakken. Samenwerking met andere partijen is nodig om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te beperken. Schone Lucht Akkoord Omdat we de gezondheid van onze burgers belangrijk vinden is besloten om in 2020 het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen. Binnen het SLA is benoemd dat een goede samenwerking cruciaal is. Deze samenwerking met het Rijk, provincies en gemeenten richt zich niet alleen op het uitvoeren van maatregelen. Vanuit het SLA werken we ook samen aan een kennis- en innovatieagenda om beter inzicht te verkrijgen in de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten, innovatieve nieuwe maatregelen en de effectiviteit van beleid te realiseren. Daarnaast delen de ondertekenaars hun kennis, ervaringen en best practices en zal een gezamenlijk monitoringsinstrument opgezet worden om de voortgang van de akkoord te bewaken en waar nodig bij te stellen. Harmonisering milieuzone Een ander voorbeeld van een goede samenwerking is de harmonisering van de milieuzones. Met de Rijksoverheid, grote steden en belangenverenigingen hebben we gezamenlijk afspraken gemaakt op het gebied van verschoning van het (vracht)verkeer.

De samenwerking is tevens gericht op kennisontwikkeling, delen van ervaringen en elkaar helpen. Green Deals Ook hebben we ons via Green Deals verbonden aan samenwerkingen met als doel een bijdrage te leveren aan verduurzaming en de verdere verschoning van de mobiliteit. We hebben Green Deals ondertekend op gebied van autodelen, Green Village en nul-emissie stadsdistributie. Hiermee hopen we betrokkenheid en inzet te krijgen voor versnelling van de verschoning en verduurzaming. Metropoolregio Rotterdam Den Haag Juist omdat wij als gemeente beperkte invloed hebben op de luchtkwaliteit in onze gemeente is het belangrijk dat in de regio ook aandacht is voor de gezondheidsdoelstellingen uit het SLA. Voor onder meer een betere bereikbaarheid in de regio hebben Delft en 22 andere gemeenten hun kennis en krachten gebundeld in het bestuurlijke samenwerkingsverband Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De MRDH heeft de status van vervoerregio en daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. De MRDH is bovendien directe ontvanger van de rijksmiddelen voor regionaal verkeer en vervoer. Om die reden is de MRDH ook opdrachtgever van het regionale en stedelijke openbaar vervoer in de 23 gemeenten. De MRDH heeft het plan CO2-reductie mobiliteit Regio Rotterdam Den Haag vastgesteld.

De gemeenten in de MRDH hebben zich gezamenlijk tot doel gesteld om de CO2-uitstoot van verkeer in 2025 met 30% te verminderen. De CO2-doelstelling van de regio staat niet op zichzelf maar is onderdeel van de Bereikbaarheidsagenda 15

Schone Lucht Akkoord

die ook is gericht op het verbeteren van bijvoorbeeld aantrekkelijkheid van woon- en werklocaties. Ook streeft de regio naar een gezonde leefomgeving. De meeste CO2maatregelen uit dit plan dragen indirect ook bij aan het terugdringen van andere emissies, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Inwoners Door goed te communiceren en bewoners mee te laten denken (burgerparticipatie) bij het bepalen van maatregelen en ruimtelijke plannen is de kans op draagvlak van maatregelen onder de inwoners groter. In Nederland zijn steeds meer burgers actief die ook zelf de luchtkwaliteit meten. Zo ook in Delft, namelijk de Luchtwachters Delft. De meetapparaten die door burgers gebruikt worden zijn eenvoudiger dan de meetapparatuur van het RIVM binnen het landelijke Lucht Meetnet. Er is de laatste jaren veel ontwikkeling op dit gebied en de meetapparaten die burgers gebruiken worden steeds kleiner en ook steeds beter. Toch is het goed en betrouwbaar meten van de luchtkwaliteit en interpreteren en verwerken van de meetresultaten niet eenvoudig. Dit komt enerzijds door de grote hoeveelheid gegevens en anderzijds door behoorlijke fluctuaties in de tijd door de invloed van de omgeving en de meteorologische omstandigheden zoals wind en regen op de meetresultaten. Wij blijven de ontwikkelingen op dit gebied volgen.

Wanneer wij kansen zien voor samenwerking met bijvoorbeeld de Luchtwachters Delft dan bespreken we met hen of daar invulling aan gegeven kan worden.

16

Schone Lucht Akkoord

8 Wat doen we nog meer? Naast de hiervoor genoemde maatregelen en samenwerkingen zijn er ook andere aandachtspunten om te komen tot een gezondere luchtkwaliteit. Hoog gevoelige groepen Hoog gevoelige groepen zijn mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging namelijk kinderen, ouderen en mensen met hart- en vaatziekten of longaandoeningen. De Rijksoverheid werkt samen met de andere ondertekenaars van het SLA aan een aanpak om de negatieve gezondheidseffecten bij hoog gevoelige groepen zoals scholen en ziekenhuizen te beperken. Zodra de aanpak gereed is wordt bekeken wat dit betekent voor onze stad. Raakvlakken met andere beleidsvelden Er is een aantal beleidsvelden die een positieve invloed hebben op de luchtkwaliteit. In hoofdstuk 4 hebben we al uitgebreid besproken wat de mobiliteitstransitie betekent voor de luchtkwaliteit. Daarnaast zien we ook veel raakvlakken met de energietransitie en dan met name de ontwikkeling van het warmtenet en het aardgasvrij maken of aardgasvrij bouwen van woningen. Maar ook klimaatadaptatie (incl. hittestres), stikstofdepositie en de Omgevingswet hebben invloed op de luchtkwaliteit. Naar aardgasvrije wijken Delft heeft de doelstelling om in 2050 een energieneutrale stad te zijn. Om dat te realiseren moet de gebouwde omgeving in Delft in 2050 aardgasvrij zijn.

Het niet meer stoken van aardgas (of andere fossiele brandstoffen en hout) draagt bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Klimaat Er bestaat een nauwe relatie tussen het weer en de vorming, verspreiding en verwijdering van schadelijke stoffen. Zo wordt de vorming van fijnstof uit stikstofoxides (NOx) in uitlaatgassen beïnvloed door de luchtvochtigheid en zorgt regen voor verwijdering van fijnstof. Wind verspreidt en verdunt de vervuiling. Tijdens hittegolven ontstaat ozon uit een reactie tussen koolwaterstoffen en NOx onder invloed van zonlicht. Door meer warme dagen en langere periodes van warmte is de verwachting dat luchtverontreiniging toeneemt (zowel fijnstof als ozon). Ook een lagere luchtvochtigheid (lange periodes van droogte) resulteert in een toename van fijnstof in de lucht. Aanpak Stikstofdepositie Veel maatregelen uit dit uitvoeringsprogramma dragen bij aan natuurdoelen door reductie van stikstofdepositie. Anderzijds leiden de aanvullende maatregelen vanuit de aanpak van stikstofdepositie op de natuur meestal tot gezondheidswinst. De maatregelen uit het SLA en stikstofdossier worden binnen het Rijk afgestemd. Omgevingswet Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De 17

Schone Lucht Akkoord

Omgevingswet moet meer snelheid, flexibiliteit en samenhang brengen. De wetgever wil met de wet aan de ene kant ruimte voor ontwikkeling bieden en aan de andere kant de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Overheden moeten bij het ontwikkelen van gebieden zo vroeg mogelijk nadenken over het realiseren van een gezonde fysieke leefomgeving. Zij kunnen eigen gezondheidsambities vastleggen en uitwerken in verschillende instrumenten van de Omgevingswet. Eén van die instrumenten is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De doelstellingen uit het SLA zijn ook opgenomen in het ontwerp van de Omgevingsvisie Delft 2040. Ook bij de verdere implementatie van de Omgevingswet hebben wij aandacht voor de doelstellingen en ambities van het SLA, zodat deze in een vroeg stadium van het beleidsproces worden betrokken. Vergunningen De gemeente Delft ontvangt regelmatig aanvragen voor een vergunning. Soms gebeurt het dat voor de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd oudere dieselvoertuigen worden gebruikt. We willen ook hier kritisch kijken naar het gebruik van verouderde dieselvoertuigen en waar mogelijk de inzet van schone alternatieven stimuleren. Met ondertekenaars uit de regio en de Omgevingsdienst Haaglanden wordt besproken hoe we dit kunnen stimuleren.

Innovatie Delft profileert zich als hoofdstad van kennis en innovatie. In Delft innoveren we niet om het innoveren maar streven we naar impact. Economische, maatschappelijke en duurzame impact. TU Delft legt met name veel nadruk op duurzame innovaties die bijdragen aan duurzaamheidsambities. We willen de aanwezige kennis inzetten om de ambities van de gemeente waar te maken. Gemeente Delft zet zich in voor versnelde toepassing van nieuwe innovaties. Dit kan door een eenmalige test in een proeftuin of door een gebiedsgerichte aanpak in de grote ontwikkelopgaven. Via de City Deal Kennis Maken kunnen studenten ingezet worden om oplossingen te bedenken voor uitdagingen binnen de gemeente, hier kunnen ook luchtkwaliteitsthema´s worden ingebracht. Ook kunnen challenges neergelegd worden bij YES!Delft (via een project van de MRDH) om naar technologische oplossingen te zoeken in de markt.

18

Schone Lucht Akkoord

9 Monitoring Na het vaststellen van maatregelen is het van belang om de voortgang van de maatregelen te volgen (monitoren), alsmede ook de bereikte effecten van de ingevoerde maatregelen. De effecten van onze maatregelen worden landelijk via het SLA nauwkeurig gemonitord. De RIVM heeft daartoe de Gezondheidsindicator ontwikkeld. Hiermee kan worden berekend wat het effect van luchtvervuiling is op de levensverwachting van de bevolking. Niet alleen landelijk, maar tot op buurtniveau. Tenminste ééns in de drie jaar, te beginnen in 2021, wordt met behulp van de gezondheidsindicator berekend of de doelen van het SLA nog binnen bereik liggen of dat bijsturing nodig is. Op dit moment monitoren wij de luchtkwaliteit via de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Ieder jaar leveren wij hiervoor de benodigde gegevens aan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt het NSL te vervallen. Via de Omgevingswet zijn wij nog steeds verplicht de luchtkwaliteit te monitoren. Ook hier wordt een landelijke monitoringstool voor beschikbaar gesteld. Ook lokaal willen we bij grote projecten, waar mogelijk een substantieel effect wordt verwacht in de luchtemissies, inzicht hebben in de gezondheidseffecten. De rijksoverheid en de overige ondertekenaars van het SLA verkennen hiervoor de mogelijkheden.

Op basis van de bevindingen uit de verkenning wordt bekeken in welke gevallen wij bij projecten zullen vragen om de gezondheidseffecten in kaart te brengen.

19

Schone Lucht Akkoord

10 Kosten Voor de uitvoering zijn geen extra financiële middelen nodig. Er kan gebruik gemaakt worden van de huidige formatie en middelen voor luchtkwaliteit. Voor wat betreft de maatregelen die gaan over onze aanbestedingen geldt wel dat de kosten als gevolg van aan te scherpen emissie-eisen hoger uit kunnen vallen. Daarnaast bekijken we gedurende looptijd van het uitvoeringsprogramma of het nodig is om het maatregelenpakket aan te scherpen of uit te breiden (bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe inzichten of ontwikkelingen). We bekijken vervolgens of gebruik gemaakt kan worden van bestaande financieringsinstrumenten of cofinancierings- en subsidiemogelijkheden. Indien het maatregelenpakket wordt aangescherpt of uitgebreid zal hier opnieuw besluitvorming over plaatsvinden. Het vooronderzoek project Duurzaam Zoneren is gedekt via het budget mobiliteit van 2021. De daadwerkelijke kosten voor de uitvoering van het project Duurzaam Zoneren zijn nog niet bekend. Besluitvorming over het project Duurzaam Zoneren vindt naar verwachting plaats in 2021. Uitvoering van deze maatregel is dus nog niet zeker.

20

Schone Lucht Akkoord

Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl April 2021

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10177206/1