Toelichting Regels en Bijlagen regels gevoegd
Tekst van het document
In die zin mag er vanuit worden gegaan dat de verbeelding van de Omgevingsverordening voor wat betreft de geometrische plaatsbepaling van de vrijwaringszone niet aansluit op het bepaalde in de regels van de Omgevingsverordening. Voor de beoordeling van onderhavige planontwikkeling is derhalve aangesloten op de uitgangspunten voor de breedte van de vrijwaringszone als bedoeld in artikel 6.19 lid 3.
Artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering In artikel 6.27a van de omgevingsverordening staat dat er rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van:
28
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte
alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's.
Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.27a: In dit bestemmingsplan is overeenkomstig artikel 6.27a van de omgevingsverordening invulling gegeven aan een klimaatadaptieve ontwikkeling waarbij waterberging en realisatie van groenelementen een nadrukkelijk onderdeel vormen. Verwezen wordt in dit verband onder andere maar niet uitputtend naar hetgeen is beschreven in paragraaf 2.2, 3.4.7, 3.4.8 en 4.1.
Conclusie Er wordt voldaan aan artikel 6.9, 6.10, 6.10c, 6.10d, 6.12 (niet meer van toepassing), 6.19, 6.22 en 6.27a van de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.4
Regionaal beleid
3.2.4.1 Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) Toetsingskader Op 16 april 2008 is het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) door het stadsgewest Haaglanden vastgesteld. Dit plan beschrijft de visie van het Stadsgewest op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio Haaglanden tot 2020, met een doorkijk naar 2030. Doelstellingen voor 2030 zijn onder andere dat de kwantitatieve woningtekorten zijn weggewerkt. In de periode tot 2020 moeten namelijk nog 75.000 tot 80.000 woningen worden gebouwd om aan kwalitatieve woningvoorraad op peil te houden. Voor de periode 2020 - 2030 bedraagt de verwachte woningbehoefte 37.100 tot 41.900 woningen. De woningvraag is derhalve groot.Daarnaast wordt benadrukt dat het belangrijk is dat het woningaanbod goed aansluit bij de vraag en de mogelijkheden van de huishoudens die in Haaglanden (willen) wonen.
Beoordeling en conclusie De bouw van maximaal 120 woningen op deze binnenstedelijke locatie sluit aan op de doelstellingen beschreven in het Regionaal Structuurplan. Hiermee wordt namelijk ingespeeld op de woningvraag in de regio, die zeker tot 2030 aanwezig zal zijn.
3.2.4.2 Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 De Haaglandengemeenten vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. De regionale samenwerking op het gebied van wonen is na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen met de negen Haaglandengemeenten. Tevens zijn met de corporaties in de woningmarktregio Haaglanden regionale prestatieafspraken gesloten. Met de regionale woonvisie wordt voldaan aan de vraag van de Provincie Zuid-Holland om een gezamenlijke woonvisie en jaarlijks afgestemd woningbouwprogramma. De provincie beschouwt de visie
29
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde als onderbouwing voor de provinciale Ladder voor Duurzame verstedelijking, welke benodigd is om bestemmingsplannen met nieuwe stedelijke ontwikkelingen te kunnen vaststellen. Daarnaast geldt dat in paragraaf 3.1.3 een laddertoets is uitgevoerd. Beoordeling en conclusie De te realiseren woningen passen binnen de doelstellingen van de woningmarktregio Haaglanden. Over het aantal woningen heeft afstemming plaatsgevonden in regionaal verband
3.3
Hoogheemraadschap Delfland
3.3.1
Waterbeheersplan 2016-2021
Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 20162021. Dit beleid is formeel vastgelegd in de Keur en de legger. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het vergroten van de bergingscapaciteit zijn belangrijke pijlers binnen dit beleid. Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen. Daarnaast zijn algemene regels opgenomen voor bijvoorbeeld het verrichten van handelingen in waterstaatswerken, het water brengen in of onttrekken aan oppervlaktelichamen, het onttrekken van grondwater en natuurvriendelijke oevers. Op het moment dat aan de van toepassing zijn regels wordt voldaan hoeft geen vergunning te worden aangevraagd, maar kan worden volstaan met een melding. Daarnaast beschikt het hoogheemraadschap over beleidsregels die het hoogheemraadschap Delftland als toetsingskader voor het wel of niet verlenen van een vergunning. Watertoets Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau.
De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: standstillbeginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In het kader van de watertoets vindt overleg plaats tussen de gemeente Delft en het hoogheemraadschap van Delfland.
3.3.2
Beleidsnota beperken en voorkomen wateroverlast (2014)
De beleidsnota 'Beperken en voorkomen wateroverlast' bevat het Delflandse beleid op hoofdlijnen voor het op orde brengen en houden van het watersysteem ten aanzien van wateroverlast. Het gaat daarbij zowel om het oplossen van bestaande knelpunten als om het voorkomen van nieuwe knelpunten.
30
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
3.3.3
Watervergunning
Voor sommige activiteiten is een watervergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland nodig, bijvoorbeeld: graven of dempen van oppervlaktewater; bouwen binnen de beschermingszone van een waterkering; aanleg van ondergrondse leidingen.
3.3.4
Handreiking watertoets
Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: 1. standstillbeginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In het kader van de watertoets heeft overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Delft en hetHoogheemraadschap van Delfland. Dit komt aan de orde in paragraaf 4.1.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Delft 2040
Toetsingskader De Omgevingsvisie Delft 2040 is op 15 juli 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie Delft 2040 staat wat voor stad Delft in de toekomst graag wil zijn. De gemeente geeft in deze visie de gewenste ontwikkeling weer van de leefomgeving. De leefomgeving is de omgeving waarin men woont, werkt en vrije tijd doorbrengt. De omgevingsvisie is de eerste stap van de invoering van de Omgevingswet in Delft. Binnen de huidige wetten vervangt de omgevingsvisie Delft 2040 de Stadsvisie en de Ruimtelijke Structuurvisie Delft 2030. In de Omgevingsvisie wordt de Delftse koers in 6 opgaven beschreven: 1. Delft als stad van innovatie en technologie 2. Historie, innovatie en creativiteit kleurt cultuur en toerisme in Delft 3. Delft waar het goed en gezond leven is; sterke en leefbare woonwijken met goede en voldoende woningen voor iedereen 4. Duurzaam Delft is klaar voor de toekomst 5. Delft met voorzieningen voor iedereen 6. Delft bereikbaar De opgaven vormen samen met het Toekomstbeeld de basis van de Omgevingsvisie.
Beoordeling Het plangebied is gelegen in de schil rondom de binnenstad in een wijk met als primaat de functie
31
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde wonen. De koers voor deze gebieden is ondermeer het versterken van de leefbaarheid van de wijk, het vergroten en evenwichtiger maken van de woningvoorraad in combinatie met een verduurzaamheidsslag met betrekking tot de energietransitie, duurzame groen- en blauwstructuren, natuurinclusiviteit en de klimaatadaptatie. Dit bestemmingsplan voorziet in het creëren van de planologische ruimte voor het toevoegen van woningen ten behoeve van de koop- als huursector in het middeldure en dure segement en draagt bij aan de vergroting en het evenwichtig maken van de woningvoorraad. Binnen het plangebied wordt voorzien in diverse duurzaamheidsmaatregelen, waaronder klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen alsmede maatregelen gericht op duurzaam bouwen waaronder mede begrepen een duurzame energiehuishouding. De voorgestane ontwikkeling voorziet hierbij in het realiseren van een nieuw hoogwaardig stedelijk woongebied met nieuwbouw en een nieuwe openbare ruimte op een plek welke nu nog geheel als bedrijventerrein verhard is. De voorgestane ontwikkeling voorziet hierbij niet in een deel van de invulling van werk- en maatschappelijke voorzieningen op wijkniveau.
Dit heeft enerzijds te maken met al bestaande afspraken over het programma van de planontwikkeling, voorafgaand aan de totstandkoming van de omgevingsvisie, en anderzijds met het feit dat voor deze locatie het hierboven beschreven programma als meest passende invulling wordt gezien. De ontwikkeling draagt derhalve bij aan de Delfse koers voor de schil rondom de binnenstad. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het toekomstbeeld en de Delftse koers zoals beschreven in de Omgevingsvisie Delft 2040.
3.4.2
Ontwikkelplan Schieoevers Noord
De raad van de gemeente Delft heeft op 11 juli 2019 het Ontwikkelplan Schieoevers Noord vastgesteld. Het ontwikkelplan bouwt voor op de Gebiedsvisie Schieoevers 2030 en legt hierbij op hoofdlijnen de volgende accenten voor de ontwikkeling van Schieoevers Noord naar een gemengd stedelijk gebied: Schieoevers Noord is een goed draaiend bedrijfsterrein. Het gebied bevat een aantal parels van de Delftse economie; bedrijven waar we allemaal trots op zijn, waarmee Delft goud in handen heeft. Delft bouwt aan haar toekomst op Schieoevers Noord. Om parels te kunnen blijven koesteren kent het gebied ook een aantal opgaven. Denk bijvoorbeeld aan betere verbindingen door en naar het gebied, slimmer ruimtegebruik en toekomstige bedrijven kunnen blijven accommoderen. Er wordt voortgebouwd op het industriële karakter van de plek, waarmee bovendien een perspectief wordt geboden voor de doorontwikkeling van Delft als hoofdstad van ‘technologie en innovatie’. Dit bijzondere gebied aan de Schie verandert geleidelijk in een stadswijk met volop ruimte voor de innovatieve maakindustrie. De ambitie is om hier een 21e-eeuws werk-woongebied te laten ontstaan; een aantrekkelijke stedelijke leefomgeving, waarin werken en wonen in gelijkwaardige verhouding aanwezig zijn en de mix aan functies en voorzieningen zorgt voor levendigheid en dynamiek.
Op loopafstand van historisch Delft én de TU campus transformeert het bestaande bedrijventerrein tot een levendige gemengde wijk, waar zowel bedrijven kunnen groeien als kinderen kunnen opgroeien. Hier word je verrast en leer je nieuwe mensen kennen. Deze transformatie met een forse stedelijke verdichting vraagt om een fundamentele mobiliteitsverandering. De voetganger en de fietser komen centraal te staan, tegelijkertijd worden bedrijven logistiek goed ontsloten. De nabijheid van de twee Delftse treinstations zorgt voor een goede bereikbaarheid en biedt potentie voor knooppuntontwikkeling in een sterk regionaal openbaarvervoerssysteem. De Schie wordt omgevormd tot de centrale openbare ruimte die als groenblauwe long stad en land met elkaar verbindt, waarbij de oevers plek bieden voor rust, ontspanning en beweging in een nieuw stadspark: het Schiepark. De ontwikkeling van het gebied biedt tevens de kans om een mooie bijdrage te leveren aan grote maatschappelijke opgaven. In een duurzame wijk met een gezonde leefomgeving wordt werk gemaakt van de energietransitie, klimaatadaptatie, een schone mobiliteit en een circulaire economie. Gezamenlijk zullen bedrijven, bewoners en de gemeente zorgen voor een 32
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde toekomstbestendige en inclusieve stadswijk. Daarmee wordt Schieoevers Noord dé plek in Delft waar werken én samenkomen.
Afbeelding: raamwerkkaart Schieoevers Noord (bron: Ontwikkelplan Schieoevers Noord)
Beoordeling en conclusie
33
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Het plangebied is niet gelegen in het projectgebied Schieoevers Noord, maar ligt hier tegenaan. In het vigerend bestemmingsplan is het voorzien van een bedrijfsbestemming. In voorliggende ontwikkeling wordt op deze locatie woningbouw gerealiseerd. De woningbouwontwikkeling in het projectgebied kan als een op zichzelf staande ontwikkeling worden gezien, maar sluit evenwel goed aan op de doelstellingen om in Schieoevers Noord te voorzien in een gemengd stedelijk gebied met wonen en werken. 3.4.3
Beleidsnota Bouwhoogten Delft
Algemeen In 2005 is de nota "Beleidsnota Bouwhoogten Delft" vastgesteld. De nota is bedoeld als leidraad om bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging te kunnen maken over bouwhoogte en schaal. In de nota zijn voor gebieden indicatieve hoogten opgenomen. De nota gaat er vanuit dat de maximale hoogte wordt bepaald bij de totstandkoming van bestemmingsplannen. Als hulpmiddel is daarvoor een onderzoeksmethode in de nota opgenomen. Daarnaast bevat de nota algemene aandachtspunten en een indeling in gebieden.
Gebiedsindeling en gebiedstypering De nota maakt op abstract niveau het onderscheid tussen consolidatiegebieden en initiatiefgebieden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de wijk Delftzicht, dat in de nota is aangemerkt als consolidatiegebied. In de nota wordt voor consolidatiegebieden als algemene leidraad meegegeven om bij stedenbouwkundige plannen de indicatieve bouwhoogte van 25 meter niet te overschrijden. Afwijkingen hierop zijn in de stedelijke structuur mogelijk, waarbij de nota binnen de voor Delftzicht toepasselijke gebiedstypering 'Verbeeldend' de verbijzonderde accenten in de vorm van (slanke) torens als voorbeeld aanhaalt. De hogere bebouwing ondersteunt hierbij de ruimtelijke werking van de openbare ruimte nadrukkelijk; zoals bijvoorbeeld een stadsrand, parkrand of pleinwand. De nabij het plangebied gelegen Schie kan in dit verband als 'waterfront' tevens als een dergelijke rand worden beschouwd. In de gebieden met de gebiedstypering 'Verbeeldend' wordt de differentiatie van hoge en lage bebouwing gebruikt om verschillende stedelijke sferen op te roepen. Zoals landelijke laagbouwmilieus, centrumgebieden met hogere bebouwing en stadsranden met bastionachtige torenreeksen. Deze verschillende stedelijke 'verhalen' zijn niet door een strenge ordening aan elkaar verbonden, maar zijn meer los, zoals in een collage, naast elkaar geplaatst.
In de gehele ruimtelijke opbouw van Delft hebben de hoofdwegen (de lange lijnen) en de hoofdkruispunten (knooppunten) een belangrijke rol. Deze infrastructuur wordt door grote groepen burgers dagelijks gebruikt. Erlangs bevinden zich belangrijke voorzieningen. Hogere bebouwing kan de ruimtelijke kwaliteit van dergelijke lijnen en kruispunten vergroten. Binnen de gebiedstypering 'Verbeeldend' wordt als algemene leidraad voor de indicatieve bouwhoogte van verbijzonderde accenten meegegeven om uit te gaan van maximaal twee maal de gemiddelde bouwhoogte of anderhalf maal de maximale bouwhoogte in het gebied. Bij een concrete planuitwerking kan hiervan worden afgeweken. In onderstaande is een ruimtelijke motivering opgenomen voor de in dit plan gehanteerde bouwhoogten. Hierbij is aanvullend voorzien in een windhinder- en bezonningstudie. Deze onderzoeken zijn opgenomen in paragraaf 4.10 van deze toelichting.
Beschouwing Delftzicht en bestaande bouwhoogten Het gebied tussen de Engelsestraat, de Hooikade, Plein Delftzicht, het Zuideinde en de Abtswoudseweg vormt de begrenzing van de bestaande wijk Delftzicht. Aan de Schie is sprake van een rand in de vorm van een waterfront van gedeeltelijk historische bebouwing met nieuwe invullingen. Onder nieuwe invullingen worden mede begrepen de appartementencomlexen aan het Plein Delftzicht en hieraan belendende deel van het Zuideinde. De opbouw van de gebouwen aan de Schiezijde varieert
34
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde hierbij van 2, 3, 4, 5 tot 10 bouwlagen. De zuidelijke rand van de wijk wordt gevormd door de Abtswoudseweg met (binnen de wijk) aan de westelijke en oostelijke zijde van deze straat bedrijfsbebouwing welke middenin onderbroken wordt door grondgebonden woningen van 2 bouwlagen en een kap. Het plangebied ligt hierbij aan de oostelijke begrenzing van de Abtswoudseweg ter hoogte van de kruising met het Zuideinde. Aan de overzijde van het plangebied bevinden zich aan de zuidzijde van de Abtswoudseweg een appartementencomplex met 5 bouwlagen en een gestapeld woongebouw van 3 bouwlagen. De westelijke rand van de wijk Delftzicht langs de Engelsestraat wordt gevormd door appartementenblokken langs het inmiddels ondergrondse spoor met daarachter in het middengebied grondgebonden woningen. Deze appartementenblokken lopen door tot en met De Groene Haven en hebben 5 en 7 bouwlagen. De in het middengebied oost-west lopende straten met de grondgebonden woningen laten een eenvoudige opzet zien met afwisselend 2 tot 3 bouwlagen en een platte dakafdekking. De aan het plangebied belendende Laan van Braat heeft hierbij als onderdeel van het middengebied 3 bouwlagen met een platte dakafdekking. In noord-zuidelijke richting wordt de wijk dooraderd met een groene route.
De wijk Delftzicht is aldus opgebouwd uit bebouwing in 2, 3, 4, 5 en 7 bouwlagen en er is één gebouw aan de Schiezijde van 10 lagen. De opbouw van de wijk laat duidelijk randen met hogere stedenbouwkundige accenten rondom een iets lager middengebied zien. Voor een totale gemiddelde bouwhoogte in de wijk kan worden uitgegaan van 4 bouwlagen. In onderstaande afbeelding is de beschreven opbouw terug te zien.
Afbeelding: "Delftzicht" uit de lucht voor de aanleg van de spoortunnel (bron: Architectuurgids Delft)
Beschouwing bouwhoogten plangebied
35
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding : Impressie van de te realiseren gebouwen en tussen- en omliggend verblijfsgebied, gezien vanuit het noordwesten (bron: DP6 Architectuurstudio).
In het stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied, waarvan in bovenstaande afbeelding een impressie is opgenomen, wordt uitgegaan van de realisatie van vier woongebouwen ten behoeve van 120 woningen. In de stedenbouwkundige hoofdopzet is met de 4 woongebouwen ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden en het aansluiten op / doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit 'Delftzicht'. Voor wat betreft de stedenbouwkundige opzet van de woongebouwen is sprake van een gelaagde opbouw om hiermee aan te sluiten op de bouwhoogten in het binnengebied van Delftzicht en toe te werken naar het stedenbouwkundig accenten op de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde en aan het Zuideinde.
36
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: Impressie van de te realiseren gebouwen aan de Schiezijde, gezien vanuit de overzijde van de Schie (bron: DP6 Architectuurstudio). Met de stedenbouwkundige accenten is het mogelijk om belangrijke lange lijnen bestaande uit de verkeersroute Mercuriusweg - Abtswoudseweg en de Schie alsmede een kruising van deze lange lijnen te markeren. Het stedenbouwkundig accent van 10 bouwlagen op de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde spiegelt zich hierbij met het 10 bouwlagen tellende appartementencomplex aan de andere zijde van het Zuideinde / Plein Delftzicht. Hiermee wordt ruimtelijke samenhang aangebracht tussen het 'begin' van het Zuideinde en het 'einde' van het Zuideinde aan het Delftzichtplein en de kruising met de Abtswoudseweg als belangrijke oost-westroute. In onderstaande afbeelding, welke afkomstig is uit het PUK, is het ontwerpprincipe van accentuering en een front aan de Schie verbeeld. Hierop is tevens te zien dat het belendende gebouw 4 à 5 bouwlagen zou kunnen hebben. Deze bouwhoogte refereert aan de algemeen toelaatbare bouwhoogte in het plangebied, zonder rekening te houden met mogelijke stedenbouwkundige accenten aan de randen. In het PUK is aangegeven dat een hogere bouwhoogte dan 4 à 5 bouwlagen mogelijk is na een beschouwing van de impact met een bezonningsstudie.
Met het huidige stedenbouwkundige ontwerp wordt de geleidelijke opbouw naar het stedenbouwkundig accent op de hoek van de Abtswoudseweg - Zuideinde van 10 bouwlagen verzorgt door een lager stedenbouwkundig accent aan het front van de Schie met 7 bouwlagen. De opbouw wordt verder begeleidt door de toepassing van set-backs op de bovenste bouwlagen van beide ranke woontorens.
Afbeelding: het ontwerpprincipe van accentuering en een front aan de Schie (bron: PUK) Aan de Abtswoudseweg is met het zuidwestelijke woongebouw met een opbouw van 4 naar 5 lagen, in combinatie met een tussenliggend groen gebied, een passende aansluiting gevonden op de hoogte van bestaande woningen aan deze zijde van de Abtswoudseweg. Met het 3 bouwlagen tellende woongebouw in de noordwestelijke hoek van het plangebied wordt aangesloten op de in de belendende Laan van Braat voorkomende 3 laagse woonbebouwing. Deze opbouw is tevens het resultaat is van participatiemomenten tussen de ontwikkelaar en de omgeving Laan van Braat. In onderstaande afbeelding is de opbouw van bouwlagen in een isometrisch perspectief verder verduidelijkt.
37
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: de opbouw van bouwlagen in het plangebied met direct belendende gebouwen in een isometrisch perspetief (bron: impressie bouwplan DP6)
Bovenstaande beschreven opbouw van bouwlagen vertaalt zich in het bestemmingsplan door in de bouwhoogten als vermeld in onderstaande afbeelding waarin de planologische verbeelding is geprojecteerd.
38
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: uitsnede planologische verbeelding (bron: gemeente Delft)
Uit bovenstaande afbeelding valt af te leiden dat drie van de vier woongebouwen beneden de 25 meter blijven, die als algemene leidraad wordt meegegeven voor de bouwhoogte in consolidatiegebieden als bedoeld in de Nota Bouwhoogten Delft. Van de twee stedenbouwkundige accenten aan het waterfront van de Schie is er één gebouw op de hoek van de Abstwoudseweg en Zuideinde dat met een bouwhoogte van 10 bouwlagen (afgerond 32 meter) een hogere bouwhoogte verkrijgt. Deze bouwhoogte spiegelt aan de bouwhoogte van het appartementencomplex van 10 bouwlagen aan het Plein Delftzicht en is als stedenbouwkundige uitwerking in bovenstaande setting verantwoord en past hiermee tevens binnen de ruimte die de Nota Bouwhoogten Delft voor stedenbouwkundige uitwerkingen biedt. Tot slot is een belangrijk aandachtspunt uit de Nota Bouwhoogten Delft het bestaande silhouet van de stad en het zicht op de kerktorens. Nieuw te realiseren hoogbouw moet het zicht vanaf de snelweg, het spoor en het water op de torens in het centrum niet verstoren. Het plan houdt rekening met deze belangrijke zichten op Delft, t.w. zicht over de Schie op de historische kerktorens in de binnenstad. Deze blijven vrij. Beoordeling en conclusie De gemeente Delft biedt ruimte voor hoogbouw.
De gemeentelijke Nota Bouwhoogten uit 2005 biedt een leidraad om bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging te kunnen maken over bouwhoogte en schaal. In de nota zijn voor gebieden indicatieve hoogten opgenomen. De nota gaat er vanuit dat de maximale hoogte wordt bepaald bij de totstandkoming van bestemmingsplannen. Hoogbouw is een manier om de schaarse grond in de stad zo optimaal te gebruiken en bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van Delft als compacte stad. Het toe te voegen plan draagt op een positieve manier bij aan de verdere ontwikkeling van Delft als compacte stad en geeft verdere invulling aan de positie van Delftzicht als verbinding met andere stadsdelen. De wijk Delftzicht is opgebouwd uit bebouwing in 2, 3, 4, 5 en 7 bouwlagen, en er is één gebouw van 10 lagen. Zoals hierboven aangegeven, is enerzijds samenhang gezocht met het eerder gebouwde
39
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde woongebouw aan het Delftzichtplein en anderzijds een accentuering gemaakt langs het waterfront van de Schie en op het kruispunt van de lange lijnen Schie en de verbindingsroute tussen de westelijke woongebieden en de TU-campus. Hierbij wordt een hogere bebouwing toegelaten dan 25 meter voor één van de stedenbouwkundige accenten binnen het plangebied aan de Schiezijde, waarvoor de Nota Bouwhoogten Delft bij een planuitwerking ruimte laat en waarvoor geldt dat deze op grond van het hiervoor aangehaalde stedenbouwkundig aanvaardbaar is. Dit zonder afbreuk te doen aan het silhouet van de stad, zonder onaanvaardbare effecten op de directe omgeving en op een wijze (door de variatie in bouwhoogtes) die de beeldkwaliteit van de locatie en het waterfront aan de Schie ten goede komt.
3.4.4
Woonbeleid Delft
Woningmarkt Delft: Het aantal inwoners en ook het aantal huishoudens in Delft is groeiende, nu maar ook in de komende jaren. De druk op de Delftse woningmarkt is groot. Steeds meer mensen willen in de nabijheid van goede voorzieningen, openbaar vervoer en een baan wonen. Daarnaast is er een toename van het aantal 1- en 2- persoons huishoudens, blijven ouderen steeds langer thuis wonen en wonen meer kwetsbare mensen zelfstandig in de wijken.
Woonvisie 2016 - 2023: Zoals vastgelegd in de Woonvisie 2016 - 2023 is de Delftse woningmarkt niet in balans. Vooral het aandeel woningen in het middeldure en hogere segment is ondervertenwoordigd. De Woonvisie beschrijft het belang van een aantrekkelijk woonklimaat met vitale stedelijke woonmilieus dat past bij de sociale, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Delft en de regio. Voor een betere balans is een stevige verschuiving noodzakelijk naar woningaanbod dat bijdraagt aan meer diversiteit en een aantrekkelijk levendig karakter van de stad en aan een evenwichtige opbouw van de wijken met een passende voorzieningenstructuur en een aantrekkelijke openbare ruimte. Studentenwoningen dienen vooral gerealiseerd te worden in de nabijheid van de TU en de hogescholen op de campus en in de randen daarvan. Eénzijdige gebieden met grote clusters studentenwoningen elders in de stad zijn niet gewenst. Op korte, middenlange en lange termijn (tot 2040) dienen in het kader van de regionale verstedelijkingsafspraken circa 15.000 woningen te worden toegevoegd en dient de bestaande voorraad toekomstbestendig en duurzaam te worden gemaakt.
Uitvoering woonbeleid: De uitvoering van het woonbeleid is vastgelegd in de Woonagenda 2019 - 2022. De pijlers voor de uitvoering zijn: sterke wijken, een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad, voldoende kansen op doorstroming, geschikte woningen voor ouderen (rollator toe- en doorgankelijk) en kwetsbare groepen en studentenhuisvesting in goede banen. Om de kansen op een woning te vergroten voor starters, doorstromers en mensen die in Delft werken en hier willen wonen en die niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en niet kunnen of willen kopen is in het verlengde van de Woonagenda het Aktieplan middenhuur opgesteld en zijn afspraken gemaakt met beleggers, ontwikkelaars en woningcorporaties over nieuwbouw van middeldure huurwoningen, de wijze van samenwerking en afstemming, huurbeleid, monitoring van de toewijzing aan de doelgroep en de voortgang en ontwikkeling van dit segment.
40
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde Regionale afstemming: Afstemming over woningbouwprogramma's staat centraal in het regionale en provinciale woonbeleid. Gemeenten stellen in regionaal verband woonvisies vast. Hierin bepalen gemeenten de gewenste gezamenlijke ontwikkelrichting voor woningbouw en de woonkwaliteiten. Door af te stemmen over het kwalitatieve en kwantitatieve regionale woningbouwprogramma wordt de vraag en het aanbod naar woningen in balans gebracht. De regio is belangrijk voor de economische ontwikkeling van Delft en geldt dit ook andersom. Naast werkgelegenheid en bereikbaarheid, zijn aantrekkelijke woonmilieus en één woningmarkt die faciliterend is aan de groei van de regio van belang. Provincie, het Rijk en de gemeenten trekken samen op om de woningbouwproductie te versnellen, de leefbaarheid in zwakkere wijken te verbeteren en excessen aan te pakken.
Beoordeling en conclusie: Met woningbouwplan hoek Abtswoudseweg - Zuideinde, bestaande uit de realisatie van 120 appartementen (waarvan 54 koopappartementen en 66 huurappartementen in het middeldure en dure segment), wordt ingespeeld op het gemeentelijk woonbeleid.
3.4.5
Waterplan Delft - Een blauw netwerk (2000)
Het Waterplan is gericht op het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Vanuit een integrale visie op duurzaam stedelijk waterbeheer en rekening houdend met de specifieke situatie in Delft (kansen en knelpunten) beschrijft het Waterplan de ambities en doelstellingen voor de Delftse wateren op de lange termijn. Duurzaam waterbeheer richt zich op het realiseren van gezonde en veerkrachtige watersystemen. Gezond wil zeggen: een watersysteem met een waterkwaliteit en een ecologische kwaliteit die past bij de (natuurlijke) situatie ter plaatse. Veerkrachtig betekent dat verstoringen door bijvoorbeeld extreme regenval of incidentele verontreiniging relatief gemakkelijk kunnen worden opgevangen en dat systemen zich relatief gemakkelijk kunnen herstellen van ecologische verstoringen, zoals achteruitgang of (lokaal) zelfs volledig verdwijnen van soorten. Binnen de mogelijkheden die gezonde en veerkrachtige watersystemen bieden wordt een duurzaam gebruik van watersystemen (onder meer recreatie en scheepvaart) zoveel mogelijk bevorderd. Bij duurzaam waterbeheer worden water, ecologie en ruimtelijke ordening in samenhang bezien, gebruikmakend van de ‘natuurlijke’ karakteristieken en de ligging van de watersystemen in het omringende landschap.
Het betekent dat wordt aangesloten bij natuurlijke processen (water als ordenend principe) en bestaande ecologische structuren, en dat hiermee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld bij herinrichting van woonwijken en bij nieuwbouw. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wel bevindt zich aan de oostzijde de Delftse Schie, die deel uitmaakt van de boezemstructuur en een belangrijke vaarweg betreft. Het plangebied is momenteel geheel verhard (bebouwing + bestrating). De beoogde herontwikkeling leidt dan ook niet tot een toename van het verhard oppervlak. De ontwikkeling door de aanleg van een noord-zuidgerichte groenstructuur aan de westzijde van het plangebied leiden tot minder verhardingen dan waarin de huidige situatie voorziet. Dit komt de infiltratie en waterberging ten goede. Zie hiervoor ook paragraaf 4.1.
41
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
3.4.6
Energie en Duurzaam bouwen
3.4.6.1 Delft Energieneutraal 2050 Bij nieuwbouw of herontwikkelingen gelden de doelstellingen uit het Delftse klimaatbeleid. De basis hiervoor is de nota Delft Energieneutraal 2050. Uitgangspunt is dat voor een nieuwe woon- of bedrijfsbestemming de ambitie voorligt om een scherpere energieprestatie te realiseren dan de landelijke normen. Hiervoor hanteert Delft de Trias energetica: 1. het verminderen van de vraag door energiebesparing bij eindgebruikers; 2. het toepassen van duurzame bronnen; 3. het (verder) optimaliseren van de toepassing van fossiele bronnen naar energie-efficiency en betrouwbaarheid.
3.4.6.2 Beleid duurzaam bouwen Het gemeentelijk duurzaam bouwen beleid geeft op gebouwniveau ambities voor verantwoord materiaalgebruik, waterbesparing, gezondheid en flexibel ruimtegebruik. Voor het thema energie zijn de ambities in de nota Delft energieneutraal 2050 vastgelegd. De duurzaamheidsambitie van een gebouw worden volgens de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) methodiek uitgedrukt. Dit is een prestatiegerichte werkwijze, waarmee de markt wordt vrijgelaten om zelf invulling te geven aan duurzaamheid van een gebouw zolang maar aan de doelstellingen wordt voldaan. De gemeentelijke GPR ambities worden periodiek aangescherpt als gevolg van landelijke ontwikkelingen en aanscherping van wet- en regelgeving en de doelstellingen per ruimtelijke ontwikkeling worden in een anterieure overeenkomst vastgelegd.
Voor dit project gelden de volgende ambities: Een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Dit betekent dat alle gebouwgebonden energie (o.a. verwarming en ventilatie) op de locatie duurzaam opgewekt wordt. Geen aardgasaansluiting. Geen luchtwarmtepompen. Luchtwarmtepompen produceren geluid en kunnen (bij inzet als koeling) voor extra warmteproductie in het gebied zorgen. Bodemwarmte, de locatie ligt in een interferentiegebied dit betekent dat voor een bodemwarmtesysteem een vergunning aangevraagd moet worden. Deze vergunning is nodig omdat in de nabijheid veel ontwikkelingen zijn waar bodemwarmte gebruikt wordt. Op dit moment zijn er echter geen belemmeringen voor de locatie en is de keuze voor het type systeem vrij. Een GPR Gebouw Score (versie 4.3) van 8, waarbij minimaal de volgende scores behaald moeten worden: -DPG*
8.0 waarbij Energie en Milieu afzonderlijk minimaal 7.5;
-Gezondheid
8.0;
-Gebruikskwaliteit
8.0;
-Toekomstwaarde
8.0.
* DPG staat voor DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen en omvat zowel Energie als Milieu.
42
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
3.4.6.3 Besluit bodemenergiesystemen De toepassing van bodemenergie, een techniek om woningen en gebouwen energiezuinig te maken, levert een bijdrage aan de realisatie van de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Door de snelle groei kunnen belangen tussen diverse bodemenergiesystemen onderling en andere belangen met elkaar in conflict komen. Bij de aanleg van een open bodemenergiesysteem dient te worden voldaan aan de Waterwet. Bij de aanleg van een gesloten systeem moet worden voldaan aan het Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen en de Verordening en Beleidsregel gesloten bodemenergiesystemen gemeente Delft 2015. Zie hierbij ook hetgeen in bovenstaande onder ambities is vermeld.
3.4.7
Kader natuurinclusief bouwen en ontwikkelen
Toetsingskader Om de kwaliteit van de stedelijke omgeving te behouden en te versterken is het kader natuurinclusief bouwen en ontwikkelen opgesteld. Het kader streeft naar een integrale aanpak op het gebied van leefbaarheid, gezondheid, economie en natuur noodzakelijk, dat moet leiden tot een natuurinclusieve stad. Een natuurinclusieve stad is immers een dynamische groene, gezonde en levendige stad voor mens, dier en plant. De gemeente zet in op het vergroten van de kansen voor flora en fauna door het uitwerken van een kader voor natuurinclusieve maatregelen in en aan gebouwen en de directe omgeving van deze gebouwen. Hierbij is het begrip Natuurinclusief bouwen/ontwikkelen gedefinieerd als ‘bouwen en ontwikkelen zodanig dat (ook) de natuur er baat bij heeft’. Het gaat er dus niet alleen om strikt uitvoering te geven aan deWet natuurbescherming voor wat betreft de strikt beschermde soorten, maar ook juist om proactief te handelen ten bate van de natuur en vooral ook voor het behouden van een prettige leefkwaliteit en ecosysteem in de stad. In de duurzaamheidsstrategie van de gemeente Delft (2017) (en zoals opgenomen in de omgevingsvisie, zie paragraaf 3.4.1) wordt ingezet op behoud en het versterken van de biodiversiteit.
Om natuurinclusief bouwen en ontwikkelen in Delft vorm te geven is gekozen om een concreet kader te ontwikkelen voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen in samenhang met klimaatadaptieve maatregelen. Het concrete kader resulteert in een aantal maatregelen die gelden voor zowel nieuwbouw als voor renovaties. De maatregelen kunnen worden door vertaald naar diverse schaalniveaus en elementen. Er is onderscheid gemaakt in: Het inbouwen van specifieke voorzieningen voor specifieke (plant- en dier) soorten (bv. nestkasten voor mussen, insectenstenen). Gebouw gebonden ingrepen (bv. groene daken en gevels). Gebouw gebonden omgeving/buitenruimte (bv. (collectieve) tuinen op eigen perceel). Openbare ruimte (bv. pocketparks, natuurspeelplaatsen, bermen, wegen, taluds etc.). De gemeente heeft een puntensysteem ontwikkeld op basis van bovenstaande schaalniveaus, waarbij een integrale benadering is gegeven aan klimaatadaptatieve- en natuurinclusieve maatregelen ten behoeve van droogte, hitte en wateroverlast. Het puntensysteem maakt duidelijk welke type maatregelen gewenst zijn binnen de ruimtelijke context in de huidige situatie en de mogelijkheden van de nieuwbouw en renovatie. Het puntensysteem biedt richting en houvast, maar tegelijkertijd moet er ruimte zijn/blijven voor de creativiteit en keuzevrijheid van architecten en ontwikkelaars.
Om die reden is een (dynamische) lijst van maatregelen opgesteld waaruit de ontwikkelende partij of initiatiefnemer zelf een keuze kan maken. De grootte van een project is bepalend voor welke eisen worden gesteld. Zo wordt bij een grootschalige ontwikkeling een grotere inspanning verwacht dan bij een kleinschalige (bouw)ingreep. Ook is er verschil in typologie van de bebouwing waarbij bij eengezinswoningen andere voorwaarden gesteld worden dan bij hoogbouw, mede afhankelijk van de kansen voor biodiversiteit en leefwijze van soorten. Als basisprincipe geldt dat de inzet op natuurinclusief bouwen en ontwikkelen hoger is naarmate een project een grotere omvang heeft. Het is aan de initiatiefnemer om te bepalen of
43
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde gekozen wordt voor enkele waardevolle maatregelen (score 3 of meer) of realisatie van meerdere kleine maatregelen (score 1 en 2).
Beoordeling De footprint van de bebouwing in het plangebied bedraagt meer dan 4.000 m2. Hiermee is op grond van het kader natuurinclusief bouwen en ontwikkelen sprake van een gebiedsontwikkeling B en dienen de volgende punten minimaal behaald te worden: 10 punten voor maatregelen op de gevel/het dak; en 8 punten voor verblijven in gebouwen; en 12 punten voor de omgeving. Voor de onderhavige ontwikkeling wordt voorzien in de natuurinclusieve maatregelen zoals opgenomen in Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen bij de planregels. Deze maatregelen zijn afgestemd met de stadsecoloog van Delft. Uit het overzicht van natuurinclusieve maatregelen kan worden opgemaakt dat met het initiatief in ruime mate wordt voldaan aan de vereisten voor de ontwikkeling vanuit het kader natuurinclusief bouwen en ontwikkelen. Voor de inhoud van het maatregelenpakket wordt verwezen naar Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen bij de planregels.
Om te borgen dat bij in het kader van de uitvoering ook daadwerkelijk kan worden voldaan aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van natuurinclusief bouwen, is in de dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor wat betreft de realisatie en instandhouding van de natuurinclusieve maatregelen.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het 'Kader natuurinclusief bouwen en ontwikkelen' van gemeente Delft.
3.4.8 Beleidsregel Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkelingen en herstructurering Toetsingskader In de in oktober 2022 vastgestelde beleidsregel "Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkelingen en herstructurering" wordt voorzien in regels die als uitgangspunt worden gebruikt bij planvorming en die met betrokken partijen worden vastgelegd in schriftelijke afspraken. Dit document vormt daarmee een concretisering en uitwerking van zowel de gemeentelijke Klimaatadaptatie Strategie als het provinciale Convenant Klimaatadaptief Bouwen voor de Delftse situatie. In februari 2019 is de Klimaatadaptatie Strategie vastgesteld door de gemeenteraad. De strategie is vooral een visie op Klimaatadaptatie in Delft. De strategie uit 2019 gaat over heel Delft en over alle domeinen, dus zowel over de openbare ruimte als over private percelen (inclusief bebouwing). Ongeveer de helft van Delft is eigendom van burgers, corporaties en bedrijven. Een tweede onderscheid is tussen de bestaande stad en de nieuwbouwontwikkelingen. Voor nieuwbouw is in 2018 in het kader van de verstedelijkingsalliantie door de provincie Zuid-Holland met verschillende partners het Convenant Klimaatadaptief Bouwen (https://bouwadaptief.nl) gesloten. De gemeente Delft heeft het convenant ook ondertekend, en werkt dit nu in deze beleidsregel uit voor de Delftse situatie.
Daarmee wordt het beleidsthema klimaatadaptatie voor nieuwbouw in het beleid verankerd. Het doel van het convenant is het verminderen van (1) wateroverlast, (2) hittestress, (3) droogte en (4) bodemdaling en daarnaast het vergroten van de biodiversiteit (5). Onderdeel (6)
44
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde “overstromingen” wordt niet nader uitgewerkt in de beleidsregel omdat dit is neergelegd bij het Hoogheemraadschap van Delfland. Aan de hand van deze thema’s worden de uitgangspunten die gewenst zijn alsmede de randvoorwaarden/spelregels beschreven. De spelregels zijn als beleidsregels van toepassing op alle nieuwbouwontwikkelingen, gebiedsontwikkelingen en herstructureringen. Eventuele afwijkingen van de eisen worden gemotiveerd en bestuurlijk afgestemd. De in de nota opgenomen spelregels voor klimaatadaptatie vormen een eerste set als uitwerking van zowel de gemeentelijke strategie als het provinciale convenant. Rond klimaatadaptatie is nog niet alles bekend en afstemming op de lokale situatie moet soms nog plaats vinden (maatwerk). Maar het is in dit stadium belangrijker de eerste stappen te zetten. Dit betekent dat de spelregels op basis van ervaringen en nieuwe inzichten regelmatig zullen worden gemonitord, geëvalueerd en bijgesteld (“leren en versnellen”). De spelregels worden iedere 2 jaar geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
Beoordeling De planlocatie is gelegen in de schil rondom de binnenstad van Delft. Op dit moment is de planlocatie volledig verhard. Maatregelen binnen het plangebied kunnen bijdragen aan een klimaatadaptievere omgeving. In onderstaande is ingegaan op de diverse vanuit gemeentelijk belang aan de orde zijnde klimaatadaptieve aspecten.
Verminderen van wateroverlast De benodigde waterberging bedraagt in lijn met de Delftse ambities en eisen voor klimaatadaptatie 70 mm. Binnen het plangebied wordt overeenkomstig hetgeen is beschreven in paragraaf 4.1 Water een aanzienlijke verbetering van de waterhuishoudkundige situatie bewerktstelligd die beantwoord aan deze eisen. Daarnaast is voorzien in beheersmaatregelen voor het grondwater. De realisatie en instandhouding van de maatregelen is voorts geborgd in de planregels van het bestemmingsplan. Voor de inhoud wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 4.1 Water. Hiermee wordt voldaan aan de klimaatadaptieve eisen op het gebied van verminderen van wateroverlast.
Verminderen van hittestress Met de ontwikkeling wordt voorzien in een aanmerkelijk vergroende omgeving ten opzichte van de huidige situatie. Deze vergroende omgeving heeft zowel betrekking op de groene leeflaag bovenop de parkeergarage als het doortrekken van het noord-zuidgerichte park binnen het plangebied. Teneinde te borgen dat de realisatie en instandhouding van beplanting overeenkomstig het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 Definitief ontwerp groene buitenruimte is verzekerd is in de planregels voorzien in een voorwaardelijke verplichting. Vastgesteld kan worden dat bewoners (zelfs binnen het plangebied) als gevolg van deze ontwikkeling worden bediend van een makkelijk bereikbaar openbaar groen in de vorm van een schaduwrijk pocketpark en daarnaast een groene doorwaadbare leeflaag bovenop het parkeerdek. In de planregels is de toegankelijkheid van de doorwaadbare leeflaag bovenop het parkeerdek voor de dagperiode geborgd. In de bijlage Bijlage 4 Groenbalans Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde is (bij benadering) op basis van het inrichtingsplan, de bouwtekeningen en de rapportage waterberging vastgesteld dat sprake is van een overcompensatie van intensief groen als bedoeld in de beleidsregel "Klimaatadaptief bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkelingen en herstructurering".
Met het pocketpark en de groene doorwaadbare leeflaag en groene setbacks op de gebouwen wordt een aanzienlijke bijdrage geleverd aan een groene leefomgeving die een gunstige invloed heeft op het verminderen van hittestress. De realisatie en instandhouding van het inrichtingsplan is hierbij via een voorwaardelijke verplichting in de planregels geborgd.
Verminderen van droogte
45
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Onder verwijzing naar paragraaf 4.1 Water kan worden gesteld dat aan het vasthouden en infiltreren van regenwater in afdoende mate binnen deze planvorming is voorzien.
Tegengaan schade door bodemdaling Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en aantoonbaar kosteneffectief zijn over de levensduur van 60 jaar worden overeenkomstig het klimaatadaptieve beleid in het ontwerp opgenomen. De in het gebouwenontwerp toegepaste fundering zorgt ervoor dat het gebouw niet gevoelig is voor bodemdaling.
Het vergroten van de biodiversiteit De natuurinclusieve maatregelen in het bestemmingsplan zijn gebaseerd op het kader natuurinclusief bouwen zoals nader beschreven in paragraaf 3.4.7 van deze toelichting. De natuurinclusieve maatregelen zijn hierbij afgestemd met de stadsecoloog en dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit. De natuurinclusieve maatregelen zijn voor wat betreft de realisatie en instandhouding door middel van een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de hierbij behorende Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het Delftse ambities en eisen ten aanzien van klimaatadaptatie. 3.4.9
Nota Groen 2012-2020
In 2013 heeft het college van burgemeester en wethouders de Nota Groen Delft 2012-2020 en het daarbij horende Uitvoeringsprogramma nota Groen Delft 2012-2020 vastgesteld. Het beleid is niet bedoeld als bindend kader maar moet ervoor zorgen dat het groenbelang voldoende wordt betrokken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er wordt beschreven welke groene kwaliteiten in het plangebied bestaan, verloren gaan of worden toegevoegd. Het beleid is onder meer gericht op het versterken van biodiversiteit, goed openbaar groen en het handhaven van een evenwichtige verhouding tussen groen, bebouwing en verharding, gebaseerd op de zowel de ruimtelijke, sociale, ecologische, economische en fysische waarden van groen. Het beleid streeft naar een samenhangend, verbonden en fijnmazig groen netwerk. Uit de beleidsnota blijkt verder dat gestreefd wordt naar het omvormen van harde oevers naar een natuurvriendelijke inrichting, tenzij dat om stedenbouwkundige, technische of financiële redenen niet wenselijk is. Voor bomen geldt dat gestreefd wordt naar behoud. Mocht behoud of verplanten van bomen niet mogelijk zijn, dan geldt een (financiële) herplantplicht. Ter plaatse van het plangebied is nu sprake van een volledig verhard terrein zonder groenelementen.
Met de planvorming wordt ingezet op natuurinclusieve bouw, waarbij wordt voorzien in een groen doorwaadbare leeflaag tussen de 4 appartementengebouwen bovenop de afgewerkte dakconstructie van een parkeergarage. Daarnaast wordt voorzien in het doortrekken/ verlengen van een informele groene route door Delftzicht tot in het plangebied, waarmee een aanzienlijke vergroening van het gebied wordt gerealiseerd. Zie hiervoor ook het ontwerp van de groene inrichting van de buitenruimten, zoals opgenomen in Bijlage 1 Definitief ontwerp groene buitenruimte.
46
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: impressie groene leeflaag op parkeerdek (bron: impressie bouwplan DP6)
Afbeelding: impressie voortzetting informele noord-zuid gerichte groene route met links de woongebouwen uit het plangebied en rechts de bestaande woningen aan de Laan van Braat en omgeving (bron: impressie bouwplan DP6)
47
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: groene inrichting van het plangebied met groen doorwaadbaar gebied, zowel aan de westzijde als midden in het plangebied door middel van een groene leeflaag bovenop het parkeerdek (bron: definitief ontwerp d.d. 28 februari 2020 Lindeloof Tuin- en Landschapsarchitecten) 3.4.10 Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD) Het gemeentelijke verkeers- en vervoersbeleid is vastgelegd in het MPD. Dit mobiliteitsprogramma is vastgesteld in 2021. Het mobiliteitsbeleid zet in op een mobiliteitstransitie: we willen het mobiliteitssysteem veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft, terwijl de stad op een gezonde manier kan doorgroeien. Belangrijke pijlers van het mobiliteitsbeleid zijn: 1. Ruimte geven door ruimte te maken: a.
Meer verblijfsruimte (zoals pleinen en groen) en minder ruimte voor verplaatsen;
b.
Meer ruimte voor de voetganger en de fiets;
c.
Ruimte maken door minder autoritten;
d.
Ruimte maken door minder autoparkeren.
2. Meer schone en actieve/gezonde verplaatsingen in de vorm van lopen of fietsen. 3. Verkeersnetwerken en hun onderlinge samenhang aanpassen, zodat lopen aantrekkelijker wordt en de fiets en het openbaar vervoer in snelheid, gemak en veiligheid een meer aantrekkelijk alternatief worden voor de auto. 4. Openbare ruimte verbeteren. 5. Innovatieve vormen van vervoer stimuleren die bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsprogramma, zoals deelmobiliteit en nieuwe vervoermiddelen. 6. Tegengaan van 'vervoersarmoede'. 7. Verbeteren van de verkeersveiligheid.
48
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Bij de verdere uitwerking is het niet mogelijk of nodig om overal in de stad dezelfde maatregelen te nemen. We kiezen voor maatwerkoplossingen: de plek in de stad bepaalt de mobiliteitsaanpak. 3.4.11 Nota Parkeernormen 2018 Nota Parkeernormen 2018
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft heeft op 24 april 2018 de nota Parkeernormen 2018 vastgesteld. In deze nota staat hoe voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte bij bouwontwikkelingen (nieuwbouw, verbouw of functiewijziging). Daaraast is het beleid erop gericht om te voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen wanneer de functie van een bouwontwikkeling daar aanleiding toe geeft. Het parkeerbeleid van de gemeente is erop gericht om binnen haar mogelijkheden voor alle doelgroepen in de stad voldoende parkeerplaatsen ,voor zowel de auto als de fiets, beschikbaar te hebben (de juiste parkeerder op de juiste plaats) en om eventuele schaarste aan parkeerruimte op een zo goed mogelijke wijze te verdelen. De gemeente wil zorgvuldig omgaan met de openbare ruimte, waar al veel functies beslag op leggen, en tegelijk ook mogelijkheden creëren voor nieuwe functies om de stad te blijven ontwikkelen en leefbaar te houden. Door het vastleggen van parkeernormen wordt getoetst of een functie in een gebied past en wordt er voor gezorgd dat niet alleen de eerste gebruiker, maar ook toekomstige gebruikers voldoende parkeergelegenheid hebben. De parkeernormen bieden ook een handvat voor gemeente en ontwikkelaars. Eenieder kan zelf zien welke ontwikkelingen binnen een bepaald gebied mogelijk zijn en daar bij de planvorming al rekening mee houden.
Om deze doelstellingen te bereiken maakt de Nota Parkeernormen onderscheidt tussen drie pijlers: 1. Toekomstvast: parkeeroverlast wordt niet alleen bij de eerste gebruikersgroep van een functie voorkomen, ook voor de volgende gebruikersgroepen wordt dit gewaarborgd; 2. Gebiedsgericht: niet voor ieder gebied in Delft geldt dezelfde vraag naar parkeerplaatsen, indien van toepassing kunnen lagere parkeernormen voor zowel de auto als de fiets gehanteerd worden; 3. Flexibiliteit: opdat rekening gehouden kan worden met de specifieke karakteristieken van een bouwontwikkeling en de specifieke karakteristieken van de beoogde gebruikersgroepen. In de nota Parkeernormen 2018 wordt beschreven hoe de gemeente de parkeernormen in de praktijk inzet. De nieuwe parkeernormen zijn aangepast aan de hedendaagse inzichten. De parkeernormen hebben als basis de parkeerkencijfers van het landelijke kenniscentrum CROW. Deze kencijfers zijn op basis van landelijk onderzoek tot stand gekomen en geven een zo goed mogelijke indicatie van de werkelijke parkeerbehoefte bij de onderscheiden functies. Voor sommige functies zijn deze kencijfers toegepast op de Delftse situatie, onder andere gebaseerd op autobezit en autogebruik. Typisch voor de Delftse situatie is bijvoorbeeld dat de parkeernorm in het autoluwplusgebied op 0 is gezet, omdat de gemeente in dit gebied geen auto's wil.
En in de binnenstad geldt een lagere parkeernorm dan aan de randen, omdat de binnenstad ook met andere vervoersmiddelen goed bereikbaar is. Het plangebied Hoek Abtswoudseweg- Zuideinde is gelegen in het gebied 'Schil Binnenstad'.
49
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding:gebiedsindeling Nota Parkeernormen 2018
Bouwplannen en functiewijzigingen dienen zondermeer getoetst te worden aan de Nota Parkeernormen 2018. Het beoogde voornemen is daarmee in lijn. In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan.
50
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
3.4.12 Kadernota 2021 In de Kadernota zijn de ambities ('opgaven') voor de stad geformuleerd. Delft zet onder meer in op het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven en kennisinstellingen, het voorzieningenniveau en de woningvoorraad. Voor een goed en aantrekkelijk economisch ecosysteem is een blijvende stimulerende omgeving nodig: van een passend aanbod van bedrijfsvastgoed, excellente dienstverlening van de gemeente, goede verbindingen voor OV, auto en fiets tot het vergroten van gelijke kansen in het onderwijs en ruimte voor onderwijsfaciliteiten, tot bereikbaarheid van sport en een aanbod van verschillende typen woningen voor verschillende doelgroepen. Verder heeft Delft in 2040 hoogwaardige en moderne voorzieningen voor alle inwoners van de stad. Het gaat hierbij om toekomstvaste en bij de tijd behorende voorzieningen die inwoners van alle leeftijden en met alle levensstijlen kunnen bedienen. Delft heeft verder de ambitie om tot 2040 15.000 nieuwe woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad. De nieuwe woningen zorgen ervoor dat Delft een aantrekkelijke woonstad is voor zittende en nieuwe bewoners. Op deze manier draagt de stad bij aan de regionale opgave om het vestigingsklimaat te versterken. Die ambitie is regionaal vastgelegd in het regionale investerings programma en de Roadmap Next Economy van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
Bovendien zorgen passende woningen ervoor dat bedrijven zich makkelijker kunnen vestigen, omdat er een goed woningaanbod met voldoende keuzemogelijkheid is voor werknemers, en studenten die na hun studie in Delft willen blijven wonen. Het toevoegen van circa 120 woningen in het middeldure en dure segment draagt bij aan woningbouwopgave in de gemeente. Hierdoor is het onderhavige bestemmingsplan in lijn met de Kadernota. 3.4.13 Coalitieakkoord Delft 2018-2022 Het doel van het Coalitieakkoord is een stad waar het goed wonen, werken en verblijven is, en een stad waarin voor iedereen een plek is die goed en betaalbaar is. In het akkoord wordt ingezet op het realiseren van de ambities uit de Woonvisie, het realiseren van 15.000 woningen en het versterken van de economische positie met nieuwe werklocaties die moeten leiden tot 10.000 extra banen. De locatie Abtswoudseweg - Zuideinde wordt in het akkoord niet specifiek benoemd, maar draagt wel bij aan het realiseren van de 15.000 woningen. De integrale ontwikkeling van gebieden in de stad biedt interessante mogelijkheden om de ambities op het gebied van onder meer wonen, werken, zorg, duurzaamheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in samenhang aan te pakken.
51
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten en onderzoek
4.1
Water
4.1.1
Bestaande situatie
Ligging in poldergebied Hoge Abtswoudse polder en invloed nabije Schie op grondwaterstand:
Hoge Abtswoudsepolder: Het plangebied bevindt zich in de Hoge Abtswoudsepolder. Deze polder heeft een oppervlak van circa 218 hectare, waarin een beheerspeil wordt gehanteerd van 1,50 meter beneden NAP. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland ligt het plangebied gemiddeld op 0,12 meter boven NAP, waarmee (uitgaande van deze gegevens) de gemiddelde drooglegging 1,62 meter bedraagt. De toelaatbare peilstijging bedraagt hierbij 0,4 meter. Een teveel aan oppervlaktewater in de Hoge Abtswoudsepolder wordt via het gemaal aan het Marcellus Emantspad afgevoerd. Dit zijn tevens de uitgangspunten die van toepassing zijn bij invoer van de watersleutel. De watersleutelberekening wordt in onderstaande nader toegelicht. Invloed Schie op grondwaterstand: Vanwege het ontbreken van polderwater in de nabijheid van het plangebied en de nabije ligging van de Schie, waarin een beheerspeil wordt gehanteerd van 0,43 beneden NAP, wordt het grondwaterniveau ter plaatse echter sterk beïnvloed door de Schie. Nader onderzoek grondwaterstand: In het kader van het bouwplan is nader onderzoek verricht naar de geohydrologische situatie ter plaatse en de invloed die een halfverdiepte parkeerkelder onder het gebouwde complex van woongebouwen kan hebben op het grondwaterniveau in de directe omgeving. Dit onderzoek is als Bijlage 5 Geohydrologisch onderzoek gevoegd bij deze toelichting.
In voornoemd onderzoek is aan de hand van langjarige peilbuisgegevens van het grondwatermeetnet Delft en peilbuisgegevens op projectlocatie naar de gemiddelde grondwaterstand ter plaatse van de projectlocatie en de directe omgeving gekeken. In onderstaande afbeelding zijn de peilbuizen weergegeven met hieronder de gemiddelde hoogte van het grondwater. Uit het onderzoek blijkt dat de grondwaterstanden op de projectlocatie fluctueren tussen de 0,3 en 0,7 meter beneden NAP. Wanneer van een gemiddelde grondwaterstand van 0,4 meter beneden NAP en een gemiddelde hoogte van het plangebied op 0,12 meter boven NAP wordt uitgegaan, dan zou dit een gemiddelde drooglegging van 0,52 meter betekenen. Het voornoemde onderzoek gaat hierbij overigens uit van een ontwatering die fluctueert en is gelegen tussen de 0,4 en 0,8 meter.
52
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: gemiddelde grondwaterstanden op basis van langjarige gegevens meetnet Delft en gegevens projectlocatie (bron: geohydrologisch onderzoek als bedoeld in bijlage 5 )
Grondwaterstromingsrichting en meting 2 maart 2021: In het voornoemde onderzoek is verder aangegeven dat is gekeken naar de grondwaterstromingsrichting en dat op 2 maart 2021 eenmalig de grondwaterstand is gemeten in 4 omliggende peilbuizen. Het onderzoek geeft aan dat de grondwaterstand nabij peilbuis 27102 afwijkt van de verwachte grondwaterstroming op basis van de overige peilbuizen. De grondwaterstand in de straat Zuideinde wordt bepaald door het aanwezige DT-riool welke in directe verbinding staat met het boezemwater. Op basis van de beschikbare gegevens is een grondwaterstroming richting het (zuid)westen afgeleid. Het grondwater verhang is op basis van de metingen ca. 1 : 300 à 1 : 500. In onderstaande afbeelding is de meting van 2 maart 2021 verbeeld inclusief een duiding van de stromingsrichting van het grondwater.