Toelichting kort advies Kostenbeheersing WMO
Tekst van het document
MEMO Rekenkamer Delft, t.a.v. P. Castenmiller, voorzitter DRK van Pieterjan van Delden - AEF datum 13-7-2021 onderwerp Kort advies kostenbeheersing WMO aan
dataclassificatie
I - Publiek
Voorjaar 2021 verzocht de gemeenteraad Delft aan de Rekenkamer een kort advies op te stellen over mogelijke perspectieven voor de kostenbeheersing aangaande de WMO. Op 7 juli 2021 werd dit advies aan gemeenteraadsleden gepresenteerd door Pieterjan van Delden (Andersson Elffers Felix), die dit op verzoek van de Rekenkamer heeft opgesteld. De aanbeveling is om verschillende vormen van kostenbeheersing – die door de gemeente Delft nu al worden toegepast – sterker te integreren en te combineren in één ‘Delfts model’. In het advies wordt geschetst dat de volume- en kostenontwikkeling van de WMO in de gemeente Delft in grote lijnen in de de pas loopt met die in andere gemeenten van een vergelijkbare omvang. In Delft is er echter een groter risico op volume- en kostengroei vanwege te verwachten vergrijzing en de relatief sterke aanwezigheid van (dure) specialistische hulp en ondersteuning in de gemeente. Het huidige gemeentelijke beleid m.b.t. kostenbeheersing is gevarieerd en up to date, maar zal in de toekomst waarschijnlijk te kort schieten om vraag en aanbod in een houdbare balans te houden. Vereist is een eigen aanpak, waarin korte en lange termijn samengaan.
In de presentatie werden vier perspectieven voor de kostenbeheersing van de WMO genoemd: Sturen op financiën, hetgeen professionele contractering vereist Sturing op aanbod, hetgeen ketensamenwerking vereist Sturing op vraag, hetgeen netwerkontwikkeling vereist Sturing op zelfvoorziening door inwoners, hetgeen gemeenschapsvorming vereist. De gemeente Delft hanteert al instrumenten en interventies binnen elk van deze vier perspectieven. Er ontbreekt echter samenhang, terwijl deze instrumenten alleen gecombineerd op lange termijn tot een krachtige kostenbeheersing kunnen leiden. Belangrijk is om hierbij elk perspectief afzonderlijk goed praktisch in te vullen én de perspectieven stevig onderling te integreren. De gemeente vervult hierbij tegelijkertijd verschillende rollen: die van opdrachtgever/sponsor, regisseur op samenwerking, stimulator van netwerkverbanden en ondersteuner van burgerinitiatieven en zelforganisaties. In de ambtelijke organisatie zijn competenties hiervoor deels al aanwezig (m.n. aangaande contractering), maar ontbreken vooral kwaliteiten voor de laatste elementen. Delft Support en Delft voor Elkaar vullen dit gedeeltelijk wel in, maar tussen de gemeente, deze twee instellingen en de aanbieders is nog te weinig samenspel om dit effectief te laten verlopen.
Beter samenspel vraagt primair om een inhoudelijke visie en ontwikkelingsstrategie op lange termijn en pas in de tweede plaats om een aanpassing van de structuur. In beginsel zijn bij alle partijen de bereidheid en de inzet aanwezig om tot zo’n lange termijn-aanpak te komen, maar ontbreekt in de dagelijkse dynamiek de focus en reflectie om die tot stand te brengen.
bezoekadres postadres
Maliebaan 16 Postbus 85198
3581 CN Utrecht 3508 AD Utrecht
telefoon website
+ 31 30 236 30 30 www.aef.nl
pagina 1/2
Aanvullend op de presentatie en mede naar aanleiding van de discussie op de bijeenkomst van 7 juli jl. zijn de volgende aanbevelingen van belang: 1.
Stel een samenhangend ‘Delfts model’ op, waarin de vier genoemde perspectieven voor een kostenbeheersing van de WMO samengaan in één beleidsstrategie en methodische aanpak in de WMO (en wellicht ook andere delen van het sociaal domein). Redeneer daarbij vanuit de bestaande sitiuatie en de daarin opgebouwde sterkten, zoals: •
Het algemene gegeven dat Delft een compacte stad is met vaak korte lijnen tussen de partners, zodat ook samenwerkingsverbanden compact georganiseerd kunnen worden
•
De overzichtelijke configuratie van gemeente, Delft Support en Delft voor Elkaar, die als de drie sleutelpartners gezamenlijk een stuwende en regisserende kracht kunnen ontwikkelen voor de realisatie van het ‘Delfts model’
•
Het grote aantal vrijwilligers en initiatieven in de stad, waarmee verdere verbinding kan worden gemaakt om met name netwerkontwikkeling en gemeenschapsvorming in aansluiting op de andere perspectieven meer tot hun recht te laten komen (zie ook de aanbevelingen in het Rekenkamerrapport ‘Wat nou oud – onderzoek naar ouderenbeleid in Delft’ van juni 2021).
2.
Ga daarbij scherp na welke functionaliteiten en competenties vereist zijn om dit ‘Delfts model’ tot ontwikkeling te brengen, deel deze toe naar de drie sleutelpartners en zorg voor een daarbij passende opdracht en bekostiging. Monitor regelmatig of dit lokale stelsel én de daarbij gewenste kostenbeheersing in de praktijk ook zo gestalte krijgen als bedoeld.
3.
Ontwerp een gefaseerde onwikkeling en invoering van dit ‘Delfts model’ en houd daarbij rekening met de noodzaak om korte en lange termijn bijeen te brengen in één strategie. Dit betekent dat deze gefaseerde ontwikkeling over een periode van 3 – 5 jaar zal plaatsvinden. Benut daarbij de ervaring in andere steden met vergelijkbare omstandigheden zoals die in Delft.
kort advies kostenbeheersing wmo
pagina 2/2