Toelichting bij raadsvoorstel ter vaststelling van de belastingverordeningen 2022
Tekst van het document
4641739 Toelichting bij raadsvoorstel ter vaststelling van de belastingverordeningen 2022 1. Inleiding Het college biedt aan het raadsvoorstel ter vaststelling aan de belastingverordeningen 2022. Het gaat om alle belastingverordeningen in één verzamelbesluit met nieuw berekende tarieven en met -waar nodig- aangepaste tekst en inhoud. In deze toelichting worden de voornaamste wijzigingen in de belastingverordeningen beschreven. Daarnaast is bij elke verordening apart een toelichting opgenomen. 2. Relatie tot andere besluitvorming Het vaststellen van de belastingverordeningen hangt nauw samen met de beleidscyclus. In de programmabegroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd. Eén van de verplichte paragrafen in de begroting is de paragraaf Lokale heffingen. Deze paragraaf geeft onder meer- inzicht in de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en de ontwikkelingen (op hoofdlijnen) van de diverse heffingen. De belastingverordeningen zijn de uitwerking van de beleidsvoornemens in de begroting. De Verordening toeristenbelasting ontbreekt. Het college kiest er voor om de tarieven voor de toeristenbelasting komend jaar niet te verhogen en deze gelijk te houden aan die van 2021. De reden daarvoor is de grote negatieve impact die de coronacrisis nog steeds heeft op het toerisme.
Het herstel moet nog inzetten en hoever de Delftse hotelsector de komende jaren zal herstellen is nog onzeker. Dit is ook vanwege de groei van online congressen en evenementen bij de zakelijke markt. Vanwege de voorgenomen toename van de toeristenbelasting in het herstelplan ‘Delft in balans’ is een tariefsverhoging in de komende jaren aannemelijk Delft streeft er verder naar om bestemmingsbelastingen en retributies (zie box) zoveel mogelijk kostendekkend te maken dan wel te houden. Voor deze heffingen mag daarnaast volgens de wet de opbrengst niet hoger zijn dan de totaal toe te rekenen kosten, dit wordt de maximaal toelaatbare kostendekkendheid genoemd. De gemeentelijke belastingen zijn onder te verdelen in drie typen: de algemene belastingen, de bestemmingsbelastingen en de retributies.. De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor. Onder de algemene belastingen vallen bijvoorbeeld de onroerendezaakbelastingen, en de toeristenbelasting. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Retributies worden geheven van personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent die voor die persoon een individueel voordeel oplevert. De belangrijkste retributies zijn de leges: vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn.
4641739
3. Tariefvoorstellen Onroerendezaakbelastingen (OZB) In de voorstellen voor de OZB tarieven is indexatie van de opbrengst met de CPI van 1,5% verwerkt. Daarnaast is een meeropbrengst opgenomen voor het nieuw areaal. De OZB wordt geheven als percentage van alle WOZ objecten (woningen en niet-woningen) binnen de gemeente, dit noemen we het totale areaal. De WOZ waardering wordt uitgevoerd door de Regionale Belasting Groep, de RBG. Het totale areaal is onderverdeeld in: • bestaand areaal op de peildatum; • nieuw areaal dat is ontstaan tijdens het actuele heffingsjaar (2021), hierover wordt in 2022 voor het eerst OZB geheven. Voor de bepaling van de tarieven is de eerste, voorlopige RBG prognose van de WOZ waarden gebruikt. De voorziene waardeontwikkeling voor woningen is hierin 8%. De laatste jaren is sprake van grote waardestijgingen en hoge handelsvolumes bij de woningen en van een minder stabiel beeld daardoor bij de WOZ-waarderingen. Het is daarmee lastiger geworden voor de RBG om een exacte prognose te geven. Tegelijk met de prognose van de WOZ waarden geeft de RBG ook nieuwe prognoses voor correctiefactoren als leegstand, oninbaarheid en gegronde bezwaren. De RBG levert in oktober een definitieve prognose van de totale waarden van de WOZ objecten op de peildatum.
Bij verwerking van de oktober- prognose zal naar verwachting een voorstel voor een 1e wijziging van de OZB verordening noodzakelijk zijn voor de tariefaanpassing die nodig is om de geraamde opbrengst te realiseren. Vergeleken met vorig jaar is de voorziene negatieve invloed van de corona-pandemie op de waardeontwikkeling bij niet-woningen en de leegstand afgezwakt. De negatieve impact op de economie blijkt minder groot dan verwacht. Desondanks kan over een langere periode een toename van oninbaarheid en kwijtschelding optreden. De geraamde opbrengst voor 2022 is € 28.550.000 op basis van indexatie met 1,5% en de toevoeging van nieuw areaal. Bij de tarieven voor niet-woningen is een opslag van 8,22% toegepast ten behoeve van het Ondernemersfonds. Het voorstel is de tarieven van de onroerendezaakbelastingen (voorlopig) vast te stellen op: • Woningen: eigenaren 0,10064% van de WOZ-waarde • Niet-woningen: eigenaren 0,30566% van de WOZ-waarde gebruikers 0,24880% van de WOZ-waarde Rioolheffing Binnen de rioolheffing zijn de kosten opgenomen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de zorgplichttaken voor afval-, hemel- en grondwater. Aanvullende kosten zijn een deel van de veegkosten en kosten voor BTW, perceptiekosten voor belastingheffing en overhead die aan de rioolheffing worden toegerekend. Ook wordt rekening gehouden met oninbaarheid.
Bij een stijging van de tarieven met 12,9% is de kostendekkendheid van de heffing nagenoeg 100% Reinigingsheffingen In het product Reiniging zijn alle kosten en inkomsten opgenomen die gerelateerd zijn aan de afvalinzameling en –verwerking, zoals de kosten van deelneming in de GR Avalex, de inzameling van kringloopgoederen. Aanvullende kosten zijn een deel van de veegkosten en kosten voor BTW, perceptiekosten voor belastingheffing en overhead die aan de rioolheffing worden toegerekend. Bij een stijging van de tarieven met 9,84% is de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 100% Leges De leges worden in principe verhoogd met het CPI stijgingspercentage van 1,5%. Enkele afwijkingen worden toegelicht in het voorstel tot vaststelling van de Legesverordening. Naar verwachting zullen op 1 juli 2022 de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking treden. Dit betekent een ingrijpende wijziging van het takenpakket voor
4641739 gemeenten voor wat betreft de omgevingsvergunningen. Daaruit volgt onder andere een wijziging van de tarievenstructuur voor de legesheffing. De VNG heeft hiervoor een ontwerp modelverordening in ontwikkeling. Dit ontwerp omvat alle drie de titels en is daarmee een vervanging van de totale huidige legesverordening. Het ontwerp is ingericht om de keuzes die de gemeente maakt in het kader van de Omgevingswet te kunnen opnemen. Naar verwachting zal het college in het eerste kwartaal van 2022 een voorstel voor een nieuwe legesverordening aanbieden. Precariobelasting Alle tarieven zijn geïndexeerd met het CPI inflatiecorrectiecijfer van 1,5%. De tarieven van hoofdstuk 11 Terrassen en terrasboten zijn in 2021 n.a.v. het raadsinitiatief Nieuwe energie eenmalig voor 2021 verlaagd met 25%. Voor 2022 is bij de indexatie uitgegaan van het oorspronkelijke bedrag van 2021. De tarieven voor het gebruik van een ligplaats in de passantenhaven (12.2) zijn afwijkend verhoogd. Bij de tariefvoorstellen voor de tarieven passantenhaven neemt het college in aanmerking motie 8.5.1 precario passantenhaven. De bestaande tarieven zijn daarom met 5% verhoogd en vervolgens geïndexeerd. Reclamebelasting De tarieven voor reclamebelasting worden in de voorstellen eveneens verhoogd met 1,5%. Kadegelden Voorgesteld wordt de tarieven met het prijsstijgingspercentage van 1,5% te verhogen.
Het kostendekkingspercentage is 21,3%. Omdat het een zeer klein aantal belastingplichtigen betreft wordt de geraamde opbrengst vooral begrensd door de redelijkheid van de tarieven, eerder dan door het percentage aan kostendekkendheid.