Toelichting bij raadsvoorstel belastingverordeningen 2023 v2
Tekst van het document
1
Toelichting bij raadsvoorstel ter vaststelling van de belastingverordeningen 2023 1. Inleiding Het college biedt aan het raadsvoorstel ter vaststelling aan de belastingverordeningen 2023. Het gaat om alle belastingverordeningen in één verzamelbesluit met nieuw berekende tarieven en met -waar nodig- aangepaste tekst en inhoud. Het betreft: - Verordening kadegelden Delft 2023 - Verordening onroerendezaakbelastingen Delft 2023 - Verordening reclamebelasting Delft 2023 - Verordening precariobelasting Delft 2023 In deze toelichting worden de voornaamste wijzigingen in de belastingverordeningen beschreven. 2. Relatie tot andere besluitvorming Het vaststellen van de belastingverordeningen hangt nauw samen met de beleidscyclus. In de programmabegroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidskeuzes vastgelegd. Eén van de verplichte paragrafen in de begroting is de paragraaf Lokale heffingen. Deze paragraaf geeft onder meer- inzicht in de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en de ontwikkelingen (op hoofdlijnen) van de diverse heffingen. De belastingverordeningen zijn de uitwerking van de beleidsvoornemens in de begroting. Voor de rioolheffing en de reinigingsheffingen zijn geen tariefwijzigingen opgenomen in de begrotingsvoorstellen. De geldende verordeningen kunnen in stand blijven.
De verordening voor parkeerbelastingen ontbreekt, deze volgt een eigen traject. Vanwege de invoering van de Omgevingswet heeft de VNG een nieuwe modelverordening voor de legesverordening beschikbaar gesteld. Voor het zomerreces heeft de Eerste Kamer besloten om in principe akkoord te gaan met invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023, tenzij in oktober blijkt dat de digitalisering nog teveel hapert. Pas in november zal er duidelijkheid zijn over de invoeringsdatum. De VNG adviseert daarom de legesverordening in december te laten vaststellen door de raad, hetzij de nieuwe modelverordening, hetzij de bestaande verordening met indexatie. De legesverordening is daarom voorzien voor besluitvorming in december. Delft streeft er naar om bestemmingsbelastingen en retributies (zie box) zoveel mogelijk kostendekkend te maken dan wel te houden. Voor deze heffingen mag daarnaast volgens de wet de opbrengst niet hoger zijn dan de totaal toe te rekenen kosten, dit noemt men de maximaal toelaatbare kostendekkendheid. De gemeentelijke belastingen zijn onder te verdelen in drie typen: de algemene belastingen, de bestemmingsbelastingen en de retributies. 1. Algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. De gemeenteraad bepaalt waarvoor.
Onder de algemene belastingen vallen bijvoorbeeld de onroerendezaakbelastingen, en de toeristenbelasting. 2. Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor bestemmingsbelastingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. 3. Retributies worden geheven van personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent die voor die persoon een individueel voordeel oplevert. De belangrijkste retributies zijn de leges: vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bestemmingsbelastingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn.
Toelichting belastingverordeningen Delft 2023
2
3. Tariefvoorstellen Onroerendezaakbelastingen (Ozb) Voor de geraamde Ozb-opbrengst 2023 zijn bovenop de geraamde opbrengst voor 2022 de volgende verhogingen verwerkt: • een indexatie van 2,79%. Dit is het gewogen gemiddelde van de indexatie op het deel wat door het Rijk in mindering wordt gebracht op de algemene uitkering uit het Gemeentefonds (indexatie met 3,1%) en het overige deel (indexatie met CPI van 2,4%). De indexatie bedraagt € 796.000; • de meeropbrengst uit de geplande verhoging volgens de Kadernota 2021, ter hoogte van € 1.695.000; • de meeropbrengst voor het nieuw areaal van € 239.000; • een meeropbrengst van € 225.000 vanuit de aan raad beloofde bouwsteen in de programmabegroting voor 'Realistisch ramen'. Uit ervaringscijfers van de afgelopen jaren bleek dat de modelmatige prognose een fractie achterbleef bij de werkelijke opbrengst die een grotere stijging liet zien. De meeropbrengsten uit nieuw areaal en vanwege het Realistisch ramen zijn externe effecten. Deze zijn niet meegenomen bij de tariefberekening. De OZB wordt geheven als percentage van alle WOZ objecten (woningen en niet-woningen) binnen de gemeente, dit noemen we het totale areaal. De WOZ waardering wordt uitgevoerd door de Regionale Belasting Groep, de RBG.
Het totale areaal is onderverdeeld in: • bestaand areaal op de peildatum; • nieuw areaal dat is ontstaan tijdens het actuele heffingsjaar (2022), hierover wordt in 2023 voor het eerst OZB geheven. Voor de bepaling van de tarieven is de eerste, voorlopige RBG prognose van de WOZ waarden gebruikt. De voorziene waardeontwikkeling voor woningen is hierin 8%. Tegelijk met de prognose van de WOZ waarden geeft de RBG ook nieuwe prognoses voor correctiefactoren als leegstand, oninbaarheid en gegronde bezwaren. De RBG levert in oktober een definitieve prognose van de totale waarden van de WOZ objecten op de peildatum. Bij verwerking van de oktober- prognose zal het college een voorstel voor een 1e wijziging van de OZB verordening aanbieden voor de tariefaanpassing die nodig is om de geraamde opbrengst te realiseren. De geraamde opbrengst voor 2023 is € 31.511.000. Bij de tarieven voor niet-woningen is een opslag van 8,22% toegepast ten behoeve van het Ondernemersfonds. Het voorstel is de tarieven van de onroerendezaakbelastingen (voorlopig) vast te stellen op: • Woningen: eigenaren 0,09862% van de WOZ-waarde • Niet-woningen: eigenaren 0,33657% van de WOZ-waarde gebruikers 0,26385% van de WOZ-waarde Leges Voor de legesverordening zal het college uw raad in december een voorstel doen, afhankelijk van het besluit van de Eerste Kamer over de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Precariobelasting Alle tarieven zijn geïndexeerd met het CPI inflatiecorrectiecijfer van 2,4% uit de Kaderbrief 2022. Reclamebelasting De tarieven voor reclamebelasting worden in de voorstellen eveneens verhoogd met 2,4%. Kadegelden Het voorstel is de tarieven met het CPI inflatiecorrectiecijfer van 2,4% te verhogen.
Toelichting belastingverordeningen Delft 2023
3
4.
Toezegging T8.1.29
Toezegging T8.1.29, bevat de belofte de raad te informeren over het effect van de stijging tarief OZB 2021 voor maatschappelijke organisaties. In algemene zin kan gesteld worden dat er historisch logischerwijs een relatie zal bestaan tussen de hoogte van de subsidieaanvraag vanuit een maatschappelijke organisatie en de hoogte van alle kosten die een instelling maakt (waaronder de OZB-aanslag). Er is een beperkt aantal voorbeelden bekend van gemeenten met een OZB-compensatieregeling voor maatschappelijke organisatie (bijv. Westland) of voor maatschappelijke objecten (Ommen). Dit is echter geen breed ingevoerd beleid bij gemeenten. In Delft is in de afgelopen twee jaar specifiek voor de coronacrisis de tijdelijke “Subsidieregeling coronamaatregelen voor maatschappelijke organisaties” gecreëerd, om organisaties extra financiële ondersteuning te kunnen bieden. Vanaf de Programmabegroting 2023-2026 worden subsidiebedragen geïndexeerd op basis van een gecombineerd percentage. Dit gebeurt deels aan de hand van de IMOC (index prijs materiële overheidsconsumptie; gerelateerd aan materiële kosten) en deels aan de hand van de POC (prijs overheidsconsumptie; gerelateerd aan de beloning van werknemers in de collectieve sector).
Toelichting belastingverordeningen Delft 2023