Subsidieregeling gemeente Delft wijziging 2025
Tekst van het document
Onder nietcommercieel gebruik wordt verstaan activiteiten die niet zijn bedoeld voor of zijn gericht op zakelijk of persoonlijk financieel gewin; d. werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het vervangen van een kleedruimte, in of nabij de verenigingsopstal, waarvan de technische levensduur is verstreken; e. het treffen van maatregelen ten behoeve van het verbeteren van de toegankelijkheid van een verenigingsopstal in combinatie met werkzaamheden of aankopen benoemd onder a, b, c of d van dit artikel, bedoeld in bijlage 1.B van de subsidieregeling BOSA van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Artikel 14:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs te maken kosten die resteren na aftrek van de mogelijke eigen bijdrage van de aanvrager, mogelijke bijdragen van derden en van het college die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 14:4. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt nadat andere financieringsmogelijkheden aantoonbaar zijn uitgeput. 2. In aanvulling op artikel 9, derde lid, van de ASV is het subsidiebedrag inclusief btw, indien en zover die niet op andere wijze kan worden vergoed. Artikel 14:6 Activiteiten en kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen 1.
Niet voor subsidie in aanmerking komen: a. werkzaamheden of aankopen ten behoeve van de inventaris van een verenigingsopstal;
b. werkzaamheden of aankopen die direct toewijsbaar zijn aan commercieel gebruik van de verenigingsopstal. Onder commercieel gebruik wordt verstaan activiteiten die in de eerste plaats zijn bedoeld voor of zijn gericht op zakelijk of persoonlijk financieel gewin; c. werkzaamheden of aankopen ten behoeve van vervangen, herbouwen, bouwkundig verbeteren, multifunctioneel maken van een verenigingsopstal of een kleedruimte die niet binnen het "basis op orde" niveau passen. Onder "basis op orde" wordt verstaan dat werkzaamheden, het afwerkingsniveau of inrichtingskeuzes sober en doelmatig zijn; d. werkzaamheden of aankopen die roerende zaken betreffen, waaronder de aanschaf van zonnepanelen, een warmtepomp en vergelijkbare energiebesparende maatregelen; e. werkzaamheden of aankopen die zijn verricht of aangeschaft voorafgaand aan de subsidieaanvraag; f. projectkosten indien en voor zover de uitgaven die worden gedaan ook door vrijwillige inzet kunnen worden gerealiseerd. Onder projectkosten worden verstaan de noodzakelijke uitgaven voor het realiseren van een project; g. kosten die betrekking hebben op de totstandkoming van het projectplan; h. kosten die betrekking hebben op aankopen of werkzaamheden voor de verenigingsopstal die onder regulier onderhoud vallen.
Onder regulier onderhoud wordt verstaan de sobere en doelmatige, periodieke werkzaamheden aan de opstal, gericht op het in een aanvaardbare conditie houden van de opstal; i. onvoorziene kosten van het project voor zover deze meer bedragen dan 5% van de begroting voor het project; j. kosten die al op een andere wijze worden of kunnen worden gefinancierd. 2. In afwijking van het in het eerste lid, onder d, bepaalde, komen werkzaamheden of aankopen voor energiebesparende maatregelen wel in aanmerking voor subsidie, indien: a. het een verenigingssporthal betreft die is gevestigd in de gemeente Delft en die in eigendom is van en wordt beheerd en geëxploiteerd door een Delftse beheerstichting of sportvereniging; en b. de werkzaamheden of aankopen worden uitgevoerd om multifunctioneel gebruik door één of meerdere Delftse onderwijsinstellingen mogelijk te maken; en c. voor de werkzaamheden of aankopen voorafgaand aan de aanschaf of realisatie toestemming door of namens het college is gegeven. Artikel 14:7 Aanvraag en aanvraagperiode 1. Een aanvraag om subsidie wordt met gebruikmaking van het aanvraagformulier digitaal ingediend bij het college. 2. In aanvulling op artikel 9 van de ASV wordt bij de aanvraag in ieder geval ingediend: a. een sluitende businesscase, bestaande uit: i. een meerjarenbegroting van minimaal vijf jaar; ii.
per projectdeel minimaal één, bij voorkeur drie, gespecificeerde offerte(s) die is/zijn opgesteld met de eisen zoals gesteld in de VCA-checklist aannemers (Veiligheid, Gezondheid, Milieu Checklist Aannemers, opgesteld door de Stichting Samenwerken voor Veiligheid) met onderbouwing van de keuzes voor deze offertes. Ook wordt aangegeven welke offerte de voorkeur geniet met een onderbouwing daarvoor; iii. een beschrijving waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan een betere aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van verenigingsopstallen voor de betreffende georganiseerde sport in Delft, waaruit tevens blijkt dat de investering een minimale levensduur kent van tien jaar;
iv. een eigendomsbewijs waaruit blijkt dat de sportvereniging of beheerstichting eigenaar is van de verenigingsopstal, met daarbij een akkoordverklaring voor nieuwbouw of verbouw van de eigenaar; v. een door het bestuur ondertekend verslag van de (Buitengewone) Algemene Leden Vergadering met akkoordverklaring voor de uit te voeren activiteiten. b. door de Algemene Leden Vergadering van de sportvereniging of het bestuur van de beheerstichting goedgekeurde jaarrekeningen van minimaal de afgelopen drie boekjaren; c. een volledig ingevulde vragenlijst ten behoeve van het Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen Delft; d. indien en voor zover de activiteiten vergunningplichtig zijn een kopie van de verleende vergunningen. 3. Indien meerdere partijen gebruik maken van dezelfde verenigingsopstal kan de aanvrager zijn aanvraag indienen namens deze partijen gezamenlijk mits: a. de aanvraag een door alle bij de aanvraag betrokken besturen ondertekende verklaring bevat, waarin zij verklaren dat de aanvrager als penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt; b.
de aanvraag een door alle betrokken besturen ondertekende samenwerkingsovereenkomst voor een periode van ten minste tien jaar bevat, waarin ten minste de volgende onderwerpen zijn geregeld: i. een overzicht van alle betrokken partijen; ii. afspraken met betrekking tot (gelijkwaardige) aansprakelijkheid; iii. afspraken met betrekking tot gezamenlijk gebruik van de verenigingsopstal; iv. afspraken met betrekking tot eigendom van de verenigingsopstal; v. toelichting op de te nemen maatschappelijke rol van de partijen; en vi. een overzicht van de uit te voeren activiteiten in de verenigingsopstal. 4. Volledige aanvragen om subsidie kunnen in de kalenderjaren 2025 en 2026 in de periode van 1 september tot en met 1 november worden ingediend. De aanvraag wordt ingediend in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvrager voornemens is met de activiteiten te starten. 5. Indien een aanvraag om subsidie na de daarvoor gestelde termijn wordt ingediend, wordt door de aanvrager de reden van de late indiening vermeld. Het college besluit vervolgens of zij de subsidie zal verlenen. Artikel 14:8 Subsidievoorwaarden en verplichtingen Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 14:4 kan uitsluitend worden verstrekt indien en voor zover: a. de activiteit niet eerder start dan dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag; en b.
aan de aanvrager niet eerder een subsidie is verleend op grond van dit hoofdstuk; en c. de totale werkzaamheden of aankopen die direct bijdragen aan de renovatie of nieuwbouw van een verenigingsopstal meer bedragen dan EUR 250.000 en voor een verenigingshal meer bedragen dan EUR 100.000; en d. de aanvrager het stappenplan als bedoeld in punt 6 van het Handelingsperspectief gemeentelijke financiële ondersteuning opstallen sportverenigingen volledig heeft doorlopen voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag.
Artikel 14:9 Verplichtingen subsidieontvanger 1. Onverminderd de artikelen 14, 15 en 16 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: a. de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de verenigingsopstal waar de aanvraag betrekking op heeft gedurende tien jaren na het afronden van de werkzaamheden of activiteiten ter beschikking blijft voor de fysieke beoefening van sport in Delft; b. indien de activiteiten van de subsidieontvanger plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed moet de subsidieontvanger multifunctioneel gebruik toe staan; c. indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 14:7, derde lid, rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen op de penvoerder, ongeacht welke bestuur feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden. 2. Het college kan aan de verleningsbeschikking de verplichting verbinden, indien de uitoefening van de activiteiten van de subsidieontvanger niet plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed, dat de subsidieontvanger de verenigingsopstal waarin de activiteiten plaatsvinden, in medegebruik geeft of verhuurt aan andere subsidieontvangers van de gemeente, teneinde multifunctioneel gebruik van het betreffende vastgoed te realiseren. 3.
Om multifunctioneel gebruik van het betreffende vastgoed te realiseren, kan het college in de verleningsbeschikking bepalen dat de subsidieontvanger de verenigingsopstal in medegebruik geeft of verhuurt aan andere maatschappelijke partners van de gemeente Delft. Artikel 14:10 Voorschotten Op basis van de bij de aanvraag ingediende bouwplanning en de daarbij behorende financiële planning stelt het college bij verleningsbeschikking een bevoorschottingsschema vast. Artikel 14:11 Beslissing 1. Het college beslist op een aanvraag om subsidie uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2. Het college kan de termijn genoemd in het eerste lid éénmaal met maximaal acht weken verlengen. Artikel 14:12 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 12 van de ASV en artikel 1:7 van deze regeling wordt de subsidie geweigerd indien: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden en bepalingen genoemd in deze regeling; b. de aanvrager voor de activiteiten al subsidie ontvangt van het college of derden; c. de aanvrager andere financieringsbronnen, waaronder leningen, niet aantoonbaar heeft uitgeput; d. een door het college uitgevoerd onderzoek uitwijst, dat de aanvrager financieel of organisatorisch niet voldoende draagkrachtig is; e.
de subsidieverlening niet leidt tot een betere aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van verenigingsopstallen voor georganiseerde sport in Delft.
Hoofdstuk 15 Duurzaamheid gemeente Delft Artikel 15:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
-
-
-
-
-
Arbeidskosten: kosten van het verrichten van arbeid voor het aanbrengen van het isolatiemateriaal en de benodigde constructie door een installatiebedrijf; Collectieve inkoopactie: inkoopactie waarbij het Regionaal Energieloket afspraken maakt met erkende isolatiebedrijven en bewoners een aanbod van isolatiemaatregelen met een goede prijskwaliteitverhouding aanbiedt; Energielabel: een energielabel als benoemd in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen; Materiaalkosten: kosten van nieuw isolatiemateriaal, bijvoorbeeld minerale wol, gespoten isolatieschuim, dubbel glas, en de benodigde constructie, bijvoorbeeld een nieuw raamwerk om het isolatiemateriaal tussen te klemmen; Rd-waarde: warmteweerstand van het isolatiemateriaal, uitgedrukt in m2K/W; Slecht geïsoleerde woning: slecht geïsoleerde woning als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming vereniging van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties; SMP: soortenmanagementplan waarin maatregelen, gedragsregels en afspraken zijn opgesteld voor een gebied om onder andere isolatiemaatregelen en soortenbescherming mogelijk te maken; U-waarde: warmtegeleiding van glas, uitgedrukt in W/m2K; VvE: Vereniging van Eigenaren als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 15:2 Doel Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het laten uitvoeren van energiebesparende isolatiemaatregelen bij bestaande slecht geïsoleerde woningen in Delft. Artikel 15:3 Doelgroep Het college kan subsidie verstrekken aan: a. woningeigenaren. Onder woningeigenaar wordt verstaan: de natuurlijk persoon die de woning, welke niet valt onder een Vereniging van Eigenaren, ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd in eigendom heeft of krijgt en die daarin zelf hoofdverblijf heeft; b. het bestuur van de VvE; het gaat hier om het bestuur van de VvE van woningen in een appartementencomplex, waarvan de VvE tenminste één eigenaar-bewoner bevat, ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd; c. woningeigenaren in een VvE waarvan in de Splitsingsakte en het modelregelement vermelden dat de woningeigenaar zelf mag verduurzamen, zonder goedkeuring van de VvE. Artikel 15:4 Activiteiten en kosten die (niet) voor subsidie in aanmerking komen 1. Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor de energiebesparende isolatiemaatregelen en ventilatiemaatregelen die voldoen aan de minimale isolatiewaarden en minimale oppervlakte eisen zoals omschreven in titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. 2.
Voor de VvE gelden voor het aanbrengen van de isolatie- en ventilatiemaatregelen de minimale isolatiewaarden en minimale oppervlakte eisen zoals omschreven in Subsidieregeling verduurzaming voor Vereniging van Eigenaars. Materiaal- en arbeidskosten komen voor subsidie in aanmerking. 3. Niet voor subsidie in aanmerking komen: a. isolatiemaatregelen die voor 1 januari 2024 zijn uitgevoerd; b. isolatiemaatregelen bij een nieuwe op- of aanbouw van de bestaande woning;
c. maatregelen die verplicht zijn vanuit wet- of regelgeving, doordat ze bijvoorbeeld geëist worden in de bouwvoorschriften van het Bouwbesluit of regelgeving van de gemeente; d. materiaalkosten of arbeidskosten enkel voor de afwerking, zoals onder meer gipsplaten en behang; e. isolatie van de spouwmuur, tenzij er een vergunning is op grond van de Wet Natuurbescherming, bijvoorbeeld door een gebiedsvergunning met een SMP; f. isolatie van het dak vanaf de buitenzijde, tenzij er vergunning is op grond van de Wet Natuurbescherming, bijvoorbeeld door een gebiedsvergunning met een SMP. Artikel 15:5 Aanvraag en aanvraagperiode 1. Een aanvraag om subsidie via de Collectieve inkoopactie wordt ingediend bij het Regionaal Energieloket met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier ‘Subsidie voor isolatie via de collectieve actie’. 2. Een aanvraag om subsidie buiten de Collectieve inkoopactie om wordt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier digitaal ingediend bij het college. 3. Indien de maatregelen als bedoeld in artikel 15:4 reeds zijn uitgevoerd, wordt in afwijking van artikel 9 van de ASV bij de aanvraag uitsluitend ingediend: a. een beschrijving van de isolatiemaatregelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b.
een factuur inclusief bijbehorend betaalbewijs, waaruit blijkt dat het isolatiebedrijf is erkend conform artikel 15:7, tweede lid, onder b, indien de aanvraag buiten de collectieve inkoopactie om is gedaan; en c. een bewijs van het energielabel van de woning of woningen waar de aanvraag betrekking op heeft of een overzicht van de slecht geïsoleerde schildelen; d. een de-minimis verklaring, indien de aanvraag is gedaan door een VvE als bedoeld in artikel 15:3 onder b en er sprake is van ten minste één huurwoning in de VvE; e. een splitsingsakte en modelreglement, indien de aanvraag is gedaan door een woningeigenaar als bedoeld in artikel 15:3 onder c. 4. Indien de maatregelen als bedoeld in artikel 15:4 nog niet zijn uitgevoerd, wordt in afwijking van artikel 9 van de ASV bij de aanvraag uitsluitend ingediend: a. een beschrijving van de isolatiemaatregelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. een bewijs van het energielabel van de woning of woningen waar de aanvraag betrekking op heeft of een overzicht van de slecht geïsoleerde schildelen; c. een de-minimis verklaring, indien de aanvraag is gedaan door een VvE als bedoeld in artikel 15:3 onder b en er sprake is van ten minste één huurwoning in de VvE; d. een splitsingsakte en modelreglement, indien de aanvraag is gedaan door een woningeigenaar als bedoeld in artikel 15:3 onder c. 5.
De aanvraag dient uiterlijk op 1 april 2028 ingediend te zijn. Artikel 15:6 Wijze van verlenen en vaststelling 1. In afwijking van artikel 21, eerste en tweede lid, van de ASV, wordt de subsidie die op basis van artikel 15:5, eerste, tweede en derde lid wordt verleend, bij de verlening ambtshalve vastgesteld. Het college kan bij een subsidie die op basis van artikel 15:5, tweede en derde lid wordt verleend controleren of de gesubsidieerde activiteiten volgens de ingediende aanvraag zijn uitgevoerd, onder meer door het uitvoeren van een huisbezoek of het opvragen van bewijsstukken bij de aanvrager. 2. Indien de subsidie op basis van artikel 15:5, tweede en vierde lid, wordt verleend, wordt bij de aanvraag tot vaststelling in afwijking van artikel 21 van de ASV bij het college ingediend: a. de factuur voor de uitgevoerde maatregelen waaruit tevens blijkt dat het isolatiebedrijf erkend is conform artikel 15:7, tweede lid onder c; b. een bijbehorend betaalbewijs. 3. Het vastgestelde subsidiebedrag wordt betaalbaar gesteld aan het isolatiebedrijf indien sprake is van een aanvraag via de Collectieve inkoopactie als bedoeld in artikel 15:5, eerste lid.
Artikel 15:7 Subsidievoorwaarden en verplichtingen 1. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 15:4 kan uitsluitend worden verstrekken indien: a. de woning in Delft is gelegen; b. de woning een woonbestemming heeft op grond van het geldende bestemmingsplan; c. de woning gebouwd is vóór 1992; d. de woning een WOZ-waarde heeft van maximaal €477.000,= in het jaar 2024. Indien sprake is van een aanvraag door het bestuur van een VvE in de zin van artikel 15:3, onder b, geldt dat deze maximale WOZ-waarde van toepassing is op ten minste 80% van de woningen waarop de aanvraag betrekking heeft; e. sprake is van een slecht geïsoleerde woning. 2. De subsidieontvanger is verplicht: a. de activiteiten uiterlijk negen maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking in zijn geheel te hebben laten uitvoeren; b. de activiteiten uit te laten voeren door een erkend isolatiebedrijf. Een erkend isolatiebedrijf is een installatiebedrijf dat werkt volgens de voorschriften van en is aangesloten bij Natuurvriendelijk isoleren, alsmede dat tenminste één van de onderstaande keurmerken bevat: - KOMO-keurmerk; - SKG-IKOB certificering; - Insula certificering; - VENIN. Artikel 15:8 Hoogte van de subsidie 1. De hoogte van het subsidiebedrag voor de doelgroep als bedoeld in artikel 15:3 onder a en c is als volgt gerelateerd aan de WOZ-waarde in het jaar 2024: WOZ-waarde woning
1 isolatiemaatregel
2 of meer isolatiemaatregelen
Bedrag
Bedrag
Bedrag
t/m €300.000,=
€1.250,=
€2.500,=
t/m €350.000,=
€800,=
€1.600,=
t/m €477.000,=
€600,=
€1.200,=
2. De hoogte van het subsidiebedrag aan het bestuur van de VvE als bedoeld in artikel 15:3 onder b is: a. Voor 1 isolatiemaatregel €750=- per woning met een maximum van €10.000,= per Vereniging van Eigenaren; b. Voor 2 of meer isolatiemaatregelen €2.000,= per woning met een maximum van €100.000,= per Vereniging van Eigenaren. 3. Bij het gebruiken van natuurvriendelijke isolatiematerialen, zoals beschreven in de Meldcodelijst Bio-based van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland bij de ‘Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing’, komt er een bonus van €170,= per maatregel bovenop de hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste en tweede lid, met een maximum bonus van €340,= per woning en een maximum bonus van €17.000,= per VvE.
Artikel 15:9 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 15:4 bedraagt €150.000,= voor de aanvragen die zijn ontvangen in het kalenderjaar 2024 en €865.000,= voor de aanvragen die zijn ontvangen in de kalenderjaren 2025 tot en met 2028 tezamen. 2. Het college beslist op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als datum van ontvangst, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 3. Subsidie kan slechts worden verstrekt voor zover een budget beschikbaar is gesteld en voor zover dit budget toereikend is. 4. In het geval een subsidie niet volledig kan worden verleend als gevolg van het overschrijden van het subsidieplafond, vindt verlening, in overleg met de subsidieontvanger, alleen plaats wanneer de activiteit met het nog beschikbare bedrag kan worden uitgevoerd. Artikel 15:10 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 12 van de ASV en artikel 1.7 van deze regeling weigert het college de aanvraag indien de aanvrager direct of indirect middelen ontvangt uit het Volkshuisvestingsfonds.
Hoofdstuk 16 Overige subsidies Artikel 16:1 Doel Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het verstrekken van subsidies die bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente Delft op het gebied van: - het behoud en verbetering van Delft; - bevorderen van de verbinding in Delft. Artikel 16:2 Doelgroep Het college kan subsidies verstrekken aan natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 16:3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor activiteiten die rechtstreeks bijdragen aan het bereiken van het doel genoemd in artikel 16:1. Artikel 16:4 Subsidievoorwaarden en verplichtingen Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 16:3 kan uitsluitend worden verstrekt indien en voor zover: a. de activiteiten gericht zijn op de inwoners van Delft; b. de activiteiten gericht zijn op de behoefte van de doelgroep van de te subsidiëren activiteiten. Artikel 16:5 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 12 van de ASV en artikel 1:7 van deze subsidieregeling kan het college de subsidie weigeren indien en voor zover: a. de activiteiten niet in samenwerking met in Delft gevestigde en met betrekking tot de relevante doelstelling ervaren partij(en) worden uitgevoerd; b.
geen sprake is van cofinanciering of inbreng uit eigen middelen van de aanvrager voor ten minste 25% van de totale kosten voor de subsidiabele activiteiten; c. de activiteiten onvoldoende aanwijsbaar ten goede komen aan de doelgroep zoals beoogd met het in artikel 16:1 genoemde doel;
d. de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; e. op grond van deze regeling eerder subsidie is verleend voor dezelfde activiteiten in dezelfde periode; f. de aanvraag betrekking heeft op een niet openbaar toegankelijke activiteit; of g. de activiteiten kunnen worden gesubsidieerd op grond van een van de andere hoofdstukken in deze subsidieregeling.
Hoofdstuk 17 Inzet woningcorporaties vanuit specifieke rijksuitkering energiearmoede Artikel 17:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - Sociale huurwoning: huurwoningen in bezit van een woningcorporatie met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, gelegen in de gemeente Delft; - Woningcorporatie: instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. Artikel 17:2 Doel Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het stimuleren van activiteiten van woningcorporaties waarmee zij extra of aanvullende duurzaamheidsmaatregelen kunnen treffen in of aan de in beheer zijnde sociale huurwoningen. Artikel 17:3 Doelgroep Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan woningcorporaties met sociale huurwoningen in de gemeente Delft. Artikel 17:4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor activiteiten gericht op energiebesparende of energieopwekkende activiteiten uitgevoerd in of aan sociale huurwoningen. Artikel 17:5 Kosten die (niet) voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidie in aanmerking komende in redelijkheid gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 17:4 van deze regeling. 2. Niet voor subsidie in aanmerking komen: a.
de kosten van het vervangen van cv-installaties en plaatsen van warmtepompen indien er in de betreffende wijk een warmtenet ligt of er plannen zijn, al dan niet geïnitieerd door de gemeente, om dit binnen vijf jaar aan te leggen. b. Kosten die behoren tot de uitvoering van de kerntaken van de corporatie. Artikel 17:6 Aanvraag 1. In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV worden bij de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens overlegd: a. een ingevuld sjabloon ‘projectplan’ met een inhoudelijke onderbouwing van de maatregel toegespitst op in ieder geval:
i.
in welke wijk en straat, met inbegrip van het huisnummer, een maatregel als bedoeld in artikel 17:4wordt uitgevoerd; ii. het energielabel per woning; iii. het aantal huishoudens dat profiteert van deze maatregel; iv. wanneer de maatregel wordt uitgevoerd en afgerond. b. een ingevuld sjabloon ‘begroting’ met een financiële specificatie naar kostensoort van de maatregel, voor zover mogelijk bestaande uit eenheden en tarieven; c. een offerte waarmee de begroting wordt onderbouwd. 2. De uiterlijke indieningsdatum van de volledige aanvraag is 31 december 2026. Artikel 17:7 Subsidievoorwaarden en verplichtingen Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 17:4 kan uitsluitend worden verstrekt indien en voor zover: a. de activiteit uiterlijk op 1 juli 2027 in zijn geheel wordt uitgevoerd en afgerond; b. de activiteiten zijn gericht op de inwoners van Delft; c. de activiteiten plaatsvinden in de gemeente Delft; d. er sprake is van een redelijke verhouding tussen de te subsidiëren activiteiten en de daaraan verbonden kosten in relatie tot de besparing van energiekosten in euro’s; e. de activiteit wordt uitgevoerd met inachtneming van alle relevante wet- en regelgeving; f. de te subsidiëren activiteiten niet leiden tot een huurverhoging voor de zittende huurder; g. de te subsidiëren activiteiten leiden tot een verlaging van de energierekening van de huurder; h.
de activiteiten worden uitgevoerd bij woningen met een energielabel D, E, F, of G. Artikel 17:8 Hoogte van de subsidie Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 17:4 bedraagt maximaal het relatieve aandeel in de woningvoorraad van de gemeente Delft per 1 januari 2024 gebaseerd op het vastgestelde subsidieplafond. Artikel 17:9 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 17:4 bedraagt in totaal €1.440.000,= voor de periode vanaf inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 december 2026. 2. Het college beslist op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Als datum van ontvangst, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 3. Subsidie kan slechts worden verstrekt voor zover budget beschikbaar is gesteld en voor zover dit budget toereikend is. Artikel 17:10 Aanvraag tot subsidievaststelling 1. In afwijking van de artikelen 21, 22 en 23 van de ASV dient de ontvanger van een subsidie een aanvraag tot vaststelling binnen drie maanden na afronding van de uitvoering van het project en uiterlijk op 30 oktober 2027. 2. Het college beslist uiterlijk op de aanvraag tot vaststelling op uiterlijk 1 maart 2028.
Artikel 17:11 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 12 van de ASV en artikel 1:7 van deze regeling weigert het college de subsidie indien en voor zover de aanvraag in strijd is met een stedelijk beleidskader.
Hoofdstuk 18 Tijdelijke evenementen in de wijk Artikel 18:1 Doel Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het stimuleren van evenementen in de wijken van Delft, uitgezonderd de binnenstad, die bijdragen aan een verbindend, duurzaam, bruisend en leefbaar Delft. Artikel 18:2 Doelgroep Het college kan subsidie verstrekken aan rechtspersonen. Artikel 18:3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor activiteiten: a. die aansluiten bij wat leeft in de wijk; b. die bijdragen aan een verbindend, laagdrempelig, levendig en bruisend vrijetijdsaanbod; c. gericht op een breed publiek en die breed toegankelijk zijn, zowel fysiek als sociaal; d. die een bijdrage leveren aan en passen binnen het verwezenlijken van het geldende evenementenkader; 2. Subsidie voor evenementen die eerder subsidie hebben ontvangen van de gemeente Delft, worden uitsluitend verstrekt indien er in de aanvraag vernieuwende elementen zijn opgenomen die bijdragen aan de activiteiten uit het eerste lid. Artikel 18:4 Kosten die (niet) voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidie komen in ieder geval in aanmerking de in redelijkheid gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in deze regeling; 2.
Niet voor subsidie in aanmerking komen kosten die behoren tot de reguliere bedrijfsvoering van de aanvrager, waaronder in ieder geval: a. huur van een permanente locatie; b. loonkosten voor zover deze niet direct verbonden zijn aan de gesubsidieerde activiteiten. Artikel 18:5 Aanvraag en aanvraagperiode 1. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV worden aanvragen om subsidie uiterlijk vier weken voor de start van de activiteit ingediend. Als datum van indiening geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 2. De aanvraag dient uiterlijk op 17 november 2025 ontvangen te zijn. Artikel 18:6 Subsidievoorwaarden en verplichtingen Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 18:3 kan uitsluitend worden verstrekt indien en voor zover: a. de activiteiten plaatsvinden in de gemeente Delft; b. de activiteiten niet plaatsvinden in de wijk Binnenstad van de gemeente Delft; c. er wordt samengewerkt met tenminste een Delftse partner of er deelname is aan het Delftse maatschappelijk netwerk; d. er bij de uitvoering van de activiteiten rekening wordt gehouden met de effecten hiervan op mens, milieu en maatschappij en met positief effect op de Delftse samenleving; e. de activiteit openbaar toegankelijk is en zich richt op een breed publiek;
f. g. h. i. j. k. l.
de activiteiten gericht zijn op de bewoners van Delft; de activiteit wordt uitgevoerd met inachtneming van alle relevante wet- en regelgeving; de aanvrager beschikt over een veiligheidsplan behorende bij de vergunningsaanvraag; er sprake is van minimaal 25% cofinanciering; aan aanvrager niet eerder een subsidie op grond van dit hoofdstuk is verleend; er sprake is van een redelijke verhouding tussen de te subsidiëren activiteiten en de daaraan verbonden kosten; de activiteiten uiterlijk op 31 december 2025 afgerond zijn.
Artikel 18:7 Hoogte van de subsidie Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 18:3 bedraagt maximaal €30.000,= per activiteit. Artikel 18:8 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 18:3 bedraagt €125.000,= voor activiteiten uitgevoerd in 2025. 2. Het college kan de hoogte van het subsidieplafond wijzigen. 3. Het college beslist op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Als datum van ontvangst, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 4. In het geval een subsidie niet volledig kan worden verleend als gevolg van het overschrijden van het subsidieplafond, vindt verlening, in overleg met de subsidieontvanger, alleen plaats wanneer de activiteit met het nog beschikbare bedrag kan worden uitgevoerd. Artikel 18:9 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 12 van de ASV en artikel 1:7 van deze regeling kan het college de subsidie weigeren indien: a. er reeds subsidie voor het evenement wordt verleend door het college, waaronder op grond van hoofdstuk 6 Evenementen van de Subsidieregeling gemeente Delft 2024 en de subsidieregeling maatschappelijke initiateven gemeente Delft 2024; b. de aanvraag niet past binnen het locatieprofiel van de gewenste locatie; c. er negatieve ervaringen met eerdere edities zijn geweest; d.
de aanvrager naar het oordeel van het college niet aantoonbaar beschikt over een solide structuur, processen en gekwalificeerd personeel om de gestelde doelen te bereiken.
Hoofdstuk 19 Onderhoud en beheer skatebaan Artikel 19:1. Definities - skatebaan: de door het college ingerichte locatie op de middenberm van de Prinses Beatrixlaan, met een speciaal daarvoor ingerichte installatie waar men met onder andere skateboards en BMX-fietsen gebruik van kan maken. Artikel 19:2 Doel
Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is: a. het op bepaalde vaste tijden beheren en onderhouden van de skatebaan; b. het faciliteren van het gebruikmaken van de skatebaan; en c. het mogelijk maken van het uitlenen van skatematerialen. Artikel 19:3 Doelgroep
Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan rechtspersonen. Artikel 19:4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan een veilige, schone en verzorgde skatebaan indien en voor zover deze activiteiten bijdragen aan de volgende cumulatieve voorwaarden: a. het beheren en veilig houden van de skatebaan op bepaalde vaste tijden; b. het uitlenen van skatematerialen om niet; c. het vervangen en onderhouden van uitleenmaterialen, en; d. het organiseren van gratis activiteiten. Artikel 19:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Voor subsidie in aanmerking komen de in redelijkheid gemaakte kosten die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 19:4. 2. Niet voor subsidie in aanmerking komen in ieder geval de kosten voor eten en drinken. Artikel 19:6 Aanvraagperiode 1. Volledige aanvragen om subsidie worden uiterlijk 1 februari van het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd ingediend. 2. Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend, beslist het college welke gevolgen zij hieraan verbindt. Artikel 19:7 Subsidievoorwaarden en verplichtingen Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel x kan uitsluitend worden verstrekt indien en voor zover: a.
er gezorgd wordt voor dagelijks toezicht waarbij er iemand aanwezig is die EHBO kan toepassen in de periode van 1 april tot 15 oktober; b. er gratis activiteiten worden georganiseerd; c. zorg gedragen wordt voor het gratis uitlenen van materialen ten behoeve van het gebruik van de skatebaan; d. er sprake is van samenwerking met andere partijen uit Delft; e. de subsidieontvanger zich inspant om vrijwilligers in te zetten bij de activiteiten als bedoeld in artikel 19:4 en de vrijwilligers aan zich te binden. Artikel 19:8 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 19:4 wordt slechts aan één aanvrager verleend. 2. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 19:4 bedraagt €45.000,= per kalenderjaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd. 3. Het college indexeert het subsidieplafond genoemd in het eerste lid jaarlijks met het door de raad voor het betreffende jaar vastgestelde indexatiepercentage. Het college kan hier gemotiveerd van afzien of afwijken. 4. Het college kan de hoogte van het subsidieplafond wijzigen. 5. Aanvragen die tijdig zijn ingediend, volledig zijn en die voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen genoemd in artikel 19:7 worden beoordeeld aan de criteria van artikel 19:9. 6. Aanvragen voor subsidie worden op basis van kwalitatieve criteria gerangschikt.
Per aanvraag kunnen maximaal x punten worden behaald.
7. In het geval een subsidie niet volledig kan worden verleend als gevolg van het overschrijden van het subsidieplafond, vindt verlening, in overleg met de subsidieontvanger, alleen plaats wanneer de activiteit met het nog beschikbare bedrag kan worden uitgevoerd. 8. Als het college het niet aannemelijk vindt dat de subsidieaanvrager de activiteiten na gedeeltelijke verlening zal uitvoeren, wordt de subsidie gemotiveerd geweigerd. Artikel 19:9 Beoordelingscriteria 1. Aanvragen om subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 19:4 die tijdig zijn ingediend, volledig zijn en voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen genoemd in dit hoofdstuk worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria: a. Welke mate van beheer geboden wordt op vastgestelde tijden (35 punten); b. Hoe de veiligheid op de skatebaan geborgd wordt (35 punten); c. Welke extra activiteiten georganiseerd worden (30 punten). 2. Aanvragen worden naar aanleiding van de beoordeling genoemd in het eerste lid gerangschikt op basis van het aantal toegekende punten. Subsidie wordt gehonoreerd aan de aanvrager met het hoogste aantal punten. 3. Aanvragen die minder dan 60 punten van het maximumaantal van 100 punten behalen, worden geweigerd.
Hoofdstuk 20 Participatieplekken Artikel 20:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - Participatieplekken: plekken waar mensen kunnen meedoen in de maatschappij door middel van het uitvoeren van maatschappelijke zinvolle activiteiten. Artikel 20:2 Doel Het doel van deze subsidieregeling is om leerwerkbedrijven te stimuleren participatieplaatsen met begeleiding aan te bieden binnen de gemeente Delft. Participanten kunnen daarmee naar vermogen aan de samenleving deelnemen zoals bedoeld in sociale visie Delft. Participanten worden gestimuleerd om te participeren en persoonlijke vaardigheden te ontwikkelen. Artikel 20:3 Doelgroep 1. Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan rechtspersonen. 2. Subsidies aan rechtspersonen met winstoogmerk worden uitsluitend verstrekt voor zover de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zonder winstoogmerk worden uitgevoerd. Artikel 20:4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan het bereiken van het doel als genoemd in artikel 20:2 en: a. gericht zijn op burgers, die zijn aangewezen op dagbesteding of andere vormen van ondersteuning, die zinvolle activiteiten in en voor Delft kunnen verrichten; b.
die het mogelijk maken om voor inwoners van Delft, waarvan wordt ingeschat dat regulier werk op korte termijn nog niet tot de mogelijkheden behoort, hun participatieen tegenprestatieplicht in te vullen. Artikel 20:5 Subsidievoorwaarden en verplichtingen
1. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 20:4 wordt uitsluitend verstrekt indien en voor zover: a. de activiteiten bijdragen aan de Delftse duurzaamheidsdoelstellingen of een inclusieve samenleving: iedereen kan deelnemen; b. de activiteiten worden uitgevoerd door organisaties met voor de gesubsidieerde activiteiten gekwalificeerde trajectbegeleiders; c. de activiteiten plaatsvinden in de gemeente Delft; d. de subsidieaanvrager samenwerkt met in Delft gevestigde (maatschappelijke) organisaties; e. de activiteiten gericht zijn op inwoners van Delft; f. de subsidieontvanger bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten samenwerkt met Werkse!; g. de activiteiten aansluiten bij de behoefte en belangen van de doelgroep van de activiteiten. 2. Het college kan van het bepaalde in het eerste lid, onder c gemotiveerd afwijken.
Hoofdstuk 21 Volkshuisvestingsfonds Multatulibuurt Artikel 21:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -
-
-
-
Standaard: de Standaard voor woningisolatie zoals beschreven door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De Standaard geeft aan wat de warmtevraag en de daarbij behorende noodzakelijke isolatiegraad is om over te stappen naar een aardgasvrije manier van verwarmen; Multatulibuurt: de buurt Multatulibuurt (CBS-buurtcode BU05032407) volgens de buurtindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek; Maatwerkplan: een energieadviesrapport dat beschrijft welke bouwkundige en installatietechnische maatregelen er nodig zijn om de woning tot de Standaard te isoleren. Dit plan moet zijn opgesteld door de door de gemeente aangestelde adviseur en beschrijft: o het adres, of in het geval van een Vereniging van Eigenaren de adressen, waarvoor het plan is opgesteld; o de huidige energieprestatie van de woning(en); o de te behalen standaard en benodigde isolatiemaatregelen om deze te behalen; en o de kosten, baten en terugverdientijden van deze maatregelen; Redelijkerwijs haalbaar: de mate waarin het technisch, financieel en bouwkundig mogelijk is om een woning te isoleren tot de Standaard, met inachtneming van redelijke kosten, bouwkundige beperkingen, afwijkende plannen van woningcorporaties bij gespikkeld bezit en/of regelgeving die isolatiemaatregelen belemmert; Ontzorgingsroute: de ondersteuning die de door de gemeente aangestelde maatwerkbegeleider biedt in het vinden van
isolatiebedrijven en opvragen van offertes die passen bij het maatwerkadvies. Hierbij zorgt de maatwerkbegeleider voor een passend aanbod waar de woningeigenaar akkoord mee gaat. Dit in tegenstelling tot de route ‘ik kies zelf een aannemer’, waarbij de woningeigenaar zelf een isolatiebedrijf zoekt.
Artikel 21:2 Doel
Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het laten uitvoeren van isolatiemaatregelen die bijdragen aan het behalen van de Standaard bij bestaande woningen in particulier eigendom in de Multatulibuurt in Delft. Artikel 21:3 Doelgroep Het college kan subsidie verstrekken aan: a. particuliere woningeigenaren van grondgebonden woningen in de Multatulibuurt die nog niet aan de Standaard voldoen. Onder particuliere woningeigenaar wordt verstaan: de natuurlijk persoon of rechtspersoon die de woning ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd in eigendom heeft of krijgt, met uitzondering van woningcorporaties; b. het bestuur van de Vereniging van Eigenaren als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; het gaat hier om het bestuur van de Vereniging van Eigenaren welke optreedt namens de eigenaren van woningen in een appartementencomplex in de Multatulibuurt ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd. Artikel 21:4 Activiteiten en kosten die (niet) voor subsidie in aanmerking komen 1. Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor isolatie- en ventilatiemaatregelen die bijdragen aan het behalen van de Standaard. De maatregelen die hieronder vallen zijn: a. spouwmuurisolatie met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van minimaal 1,1 m2K/W; b.
gevelisolatie, dak- of zoldervloerisolatie, vloer- of bodemisolatie met een isolatiewaarde (Rd-waarde) van maximaal 3,5 m2K/W; c. HR++ glas met een isolatiewaarde (U-waarde) van maximaal 1,2 W/m2K of triple-glas met een isolatiewaarde (U-waarde) van maximaal 0,7 W/m2K; d. isolerende deur met een isolatiewaarde (U-waarde) van maximaal 1,5 W/m2K; e. isolerende kozijnpanelen met een isolatiewaarde (U-waarde) van maximaal 1,2 W/m2K; f. het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor een CO2-gestuurde ventilatie of het voor de eerste keer aanleggen van een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%.; g. kierdichting; of h. achterstallig onderhoud en werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van bovengenoemde maatregelen, zoals het toegankelijk maken van de kruipruimte, dakafwerking en herstel van betonrot indien dit nodig is voor het isoleren van de vloer. 2. Indien het behalen van de Standaard niet redelijkerwijs haalbaar is, kan het college subsidie verstrekken voor isolatie- en ventilatiemaatregelen die leiden tot het maximaal haalbare isolatieniveau op basis van een gemotiveerd maatwerkadvies. 3. Materiaal- en arbeidskosten voor het aanbrengen van de isolatie- en ventilatiemaatregelen komen voor subsidie in aanmerking.
Onder materiaalkosten wordt verstaan de kosten van nieuw isolatiemateriaal, bijvoorbeeld minerale wol, gespoten isolatieschuim, dubbel glas, en de benodigde constructie, bijvoorbeeld een nieuw raamwerk om het isolatiemateriaal tussen te klemmen. 4. Kosten voor het laten vaststellen van het energielabel na renovatie van de woning komen voor subsidie in aanmerking.
5. Wanneer de subsidieontvanger al voor het opstellen van het maatwerkplan een of meerdere maatregelen als bedoeld in artikel 21:4 heeft laten uitvoeren, komen deze voor subsidie in aanmerking, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de al genomen maatregel(en) hebben bijgedragen tot het behalen van de Standaard. Dit moet blijken uit het maatwerkplan; b. de subsidieaanvrager heeft een op naam van de subsidieontvanger gestelde factuur/facturen inclusief bijbehorend betaalbewijs, waaruit blijkt dat het isolatiebedrijf is erkend conform artikel 21:7, tweede lid, onder c, ingediend bij de aanvraag. 6. Niet voor subsidie in aanmerking komen: a. maatregelen die voor 1 juli 2024 zijn uitgevoerd; b. maatregelen bij een nieuwe op- of aanbouw van de bestaande woning; c. maatregelen die verplicht zijn vanuit wet- of regelgeving, doordat ze bijvoorbeeld geëist worden in de bouwvoorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving of regelgeving van de gemeente; d. maatregelen voor funderingsproblematiek; e. isolatiemaatregelen waar reeds subsidie voor is ontvangen vanuit de isolatiesubsidie ‘Duurzaamheid Delft’. Artikel 21:5 Aanvraag en aanvraagperiode 1. Een aanvraag om subsidie via de ontzorgingsroute van de maatwerkbegeleider wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier ‘Subsidie voor isolatie Multatulibuurt ontzorgingsroute’. 2.
Een aanvraag om subsidie buiten de ontzorgingsroute om wordt ingediend bij het college met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier ‘Subsidie voor isolatie Multatulibuurt route ik kies zelf’. 3. Indien de maatregelen als bedoeld in artikel 21:4 in afwijking van artikel 10, tweede lid van de ASV al zijn uitgevoerd, wordt in afwijking van artikel 9 van de ASV bij de aanvraag uitsluitend ingediend: a. het maatwerkplan; b. een beschrijving van de isolatiemaatregelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; c. een op naam van de subsidieaanvrager gestelde factuur of facturen inclusief bijbehorend betaalbewijs, waaruit blijkt dat het isolatiebedrijf is erkend conform artikel 21:7, tweede lid, onder b; d. als de aanvrager een onderneming is, een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring). 4. Indien de maatregelen als bedoeld in artikel 21:4 nog niet zijn uitgevoerd, wordt in afwijking van artikel 9 van de ASV bij de aanvraag uitsluitend ingediend: a. het maatwerkplan, met indien de Standaard niet redelijkerwijs haalbaar is, een motivatie welk isolatieniveau wel haalbaar is; b. een beschrijving van de isolatiemaatregelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; c. een op naam van de subsidieaanvrager gestelde offerte van de te nemen maatregelen; d.
als de aanvrager een onderneming is, een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring).
Commented [JL1]: dit moet b zijn (de certificaten voor erkende isolatiebedrijven)
5. Aanvragen kunnen bij het college worden ingediend van 1 september 2025 tot 1 september 2028. Artikel 21:6 Wijze van verlenen en vaststelling 1. In afwijking van artikel 21, eerste en tweede lid, van de ASV, bevat de aanvraag tot vaststelling: a. het definitieve energielabel van de woning na uitvoeren van de werkzaamheden; en b. de factuur of facturen inclusief bijbehorend betaalbewijs van de genomen isolatie- en ventilatiemaatregelen en het adres, of de adressen, waar deze maatregelen zijn uitgevoerd. 2. Het subsidiebedrag wordt na de definitieve vaststelling volledig betaalbaar gesteld aan de aanvrager indien de factuur of facturen reeds door de aanvrager is voldaan. 3. Indien de maatregelen als bedoeld in artikel 21:4 nog niet zijn uitgevoerd, wordt 75% van het subsidiebedrag voor aanvang van de werkzaamheden betaalbaar gesteld. Het resterende subsidiebedrag wordt, indien aan de orde, na de definitieve vaststelling uitbetaald. a. Het subsidiebedrag wordt betaalbaar gesteld aan het isolatiebedrijf, indien sprake is van een aanvraag via de ontzorgingsroute. b. Het subsidiebedrag wordt betaalbaar gesteld aan de subsidieontvanger, indien sprake is van een aanvraag buiten de ontzorgingsroute. 4. Het deel van het subsidiebedrag dat wordt toegekend voor de al genomen maatregelen zoals bedoeld in artikel 21:4, vijfde lid, wordt na verlening betaalbaar gesteld.
Artikel 21:7 Subsidievoorwaarden en verplichtingen 1. Subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 21:4 kan uitsluitend worden verstrekt indien een pakket van isolatiemaatregelen wordt uitgevoerd dat volgens het maatwerkplan leidt tot het behalen van de Standaard. De hoogte van de Standaard hangt af van het woningtype en de compactheid, zoals beschreven in onderstaande tabel: Hoogte Standaard Woningtype
Standaard Compactheid (Als/Ag)
Netto warmtevraag [kWh/m2 per jaar]
Eengezinswoningen t/m 1945
< 1,00 ≥ 1,00
= 60 = 60 + 105* (Als/Ag - 1,0)
Eengezinswoningen na 1945
< 1,00 ≥ 1,00
= 43 = 43 + 40* (Als/Ag - 1,0)
Meergezinswoningen t/m 1945
< 1,00 ≥ 1,00
= 95 = 95 + 70* (Als/Ag - 1,0)
Meergezinswoningen na 1945
< 1,00 ≥ 1,00
= 45 = 45 + 45* (Als/Ag - 1,0)
Waarbij: Als = het totale verliesoppervlakte van het gebouw (binnen de energieschil). Denk bijvoorbeeld aan de oppervlaktes van het dak, de gevel, de ramen en de vloer. Ag = het totale oppervlakte van het gebouw (binnen de energieschil). 2. De subsidieontvanger is verplicht:
a. de activiteiten uiterlijk 24 maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking in zijn geheel te hebben laten uitgevoerd. Het college kan op verzoek van de aanvrager éénmalig uitstel verlenen voor het uitvoeren van de activiteiten. Verzoek om uitstel, inclusief nieuwe tijdsplanning voor het uitvoeren van de activiteiten op basis van de planning van het isolatiebedrijf, dient uiterlijk een maand voor het verstrijken van de termijn van 24 maanden te zijn ontvangen door het college. b. de activiteiten uit te laten voeren door een erkend isolatiebedrijf. Een erkend isolatiebedrijf is een installatiebedrijf dat werkt volgens de voorschriften van en is aangesloten bij Natuurvriendelijk isoleren, alsmede dat tenminste één van de onderstaande keurmerken bevat: - KOMO-keurmerk; - SKG-IKOB certificering; - Insula certificering; - VENIN. c. de activiteiten uit te laten voeren conform de relevante wet- en regelgeving en het werkprotocol als beschreven in het Soortenmanagementplan Voorhof Buitenhof. d. het college schriftelijk te informeren wanneer de subsidieontvanger verhuist en de maatregelen daardoor niet of niet volledig heeft kunnen realiseren. Artikel 21:8 Hoogte van de subsidie De hoogte van het subsidiebedrag is maximaal €20.000,= inclusief BTW per woning waarvoor de isolatiemaatregelen worden aangevraagd. Artikel 21:9 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1.
Het subsidieplafond voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 21:4 is €2.700.000,= voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2028 tezamen. 2. Het college beslist op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als datum van ontvangst, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 3. Subsidie kan slechts worden verstrekt voor zover een budget beschikbaar is gesteld en voor zover dit budget toereikend is. 4. In het geval een subsidie niet volledig kan worden verleend als gevolg van het overschrijden van het subsidieplafond, vindt verlening, in overleg met de subsidieontvanger, alleen plaats wanneer de activiteit met het nog beschikbare bedrag kan worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 22 Creatieve makers en kleine culturele initiatieven of organisaties 2025 2026 Artikel 22:1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - creatieve makers: ZZP’ers, zelfstandige zonder personeel, eenmanszaak, niet zijnde een BV, die voor de voorziening in het bestaan aangewezen is op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep in Nederland, die daarbij geen personeel in dienst heeft en die als zodanig ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel, en freelancers, die voor de voorziening in het bestaan aangewezen zijn op zelfstandige werving van arbeid in de vorm van losse opdrachten of kortstondige dienstverbanden, niet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en zich laten verlonen door een onderneming die als juridisch werkgever
-
optreedt ten behoeve van de freelancer bij de uitvoering van een opdracht door de freelancer als bedoeld in deze subsidieregeling, gevestigd of werkzaam in de culturele sector in Delft, die met creatieve uitingen of producten in hun inkomen voorzien. Het gaat om creatieve makers op het gebied van muziek, theater, beeldende kunst, urban, mode, letteren, film, dans, strip of een mix van deze stijlen. Kleine culturele organisaties of kleine culturele initiatieven: instellingen met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk die een cultureel project organiseren gericht op cultuurparticipatie of cultuureducatie of een project of activiteit binnen de gemeente Delft waarbij cultuur een centrale rol speelt.
Artikel 22:2 Doel Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het stimuleren van nieuwe activiteiten van creatieve makers en kleine culturele organisaties of kleine culturele initiatieven die bijdragen aan de volgende programmalijnen genoemd in het Cultuurkader Delft 2021 – 2030, ‘Cultuur, motor van Delft in ontwikkeling’: • Meedoen aan cultuur • Stedelijke aantrekkelijkheid • Cultuur en Innovatie Artikel 22:3 Doelgroep Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan creatieve makers of kleine culturele organisaties of kleine culturele initiatieven. Artikel 22:4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor de uitvoering van culturele of cultuureducatieve activiteiten die bijdragen aan de Programmalijnen genoemd in het Cultuurkader Delft 2021-2023 ‘Cultuur, motor van Delft in ontwikkeling’ Artikel 22:5 Kosten die (niet) voor subsidie in aanmerking komen 1. Bij de beoordeling van de kosten als genoemd in artikel 1:4, eerste lid, onderdeel a wordt er gestreefd naar verloning volgens de Fair Pay methode. 2. kosten die behoren tot de reguliere bedrijfsvoering en de bedrijfscontinuïteit, waaronder kosten van een permanente locatie, afschrijvingen of kosten van reguliere professionele artistieke begeleiding komen niet in aanmerking voor subsidieverlening.
Artikel 22:6 Aanvraag en aanvraagperiode In aanvulling op artikel 9 van de ASV worden bij de aanvraag tevens ingediend: a. een beschrijving hoe het project aansluit op de programmalijnen genoemd in het ‘Cultuurkader Delft 2021 – 2030, ‘Cultuur, motor van Delft in ontwikkeling’ in het kader van de gegevens, te overleggen op grond van artikel 9, tweede lid, onderdelen a en b van de ASV.
b. In welke mate het project de Fair Practice Code hanteert in het kader van de gegevens, te overleggen op grond van artikel 9, tweede lid, onderdeel c van de ASV; c. voor de aanvrager zijnde een: i. Freelancer: indien van toepassing een kopie van een arbeidsovereenkomst met het verloningsbedrijf; ii. Culturele organisaties/initiatieven, voor een stichting of vereniging: een kopie van de oprichtingsakte of -statuten. Artikel 22:7 Subsidievoorwaarden en verplichtingen
1. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 22:4 wordt uitsluitend verstrekt indien en voor zover: a. het maakprocesuiterlijk op 31 december 2026 volledig is afgerond; b. de creatieve maker of kleine culturele organisaties of initiatieven zijn gevestigd of werkzaam in de stad Delft; c. de activiteit is gericht op het maken en uitvoeren van een cultureel of cultureeleducatief product; d. de activiteiten hebben een eenmalig of tijdelijk karakter; e. de activiteiten vinden plaats in de gemeente Delft; f. de activiteiten zijn gericht op de inwoners van de gemeente Delft. 2. Per aanvrager kan slechts één subsidieaanvraag worden gehonoreerd. Artikel 22:8 Hoogte van de subsidie 1. De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 22:4 voor kleine culturele organisaties of klein culturele initiatieven bedraagt maximaal € 5000,- per aanvrager. 2. De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 22:4 voor creatieve makers bedraagt maximaal € 3.000,- per aanvrager. Artikel 22:9 Beoordelingscriteria 1. Aanvragen om subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 22:4 die tijdig zijn ingediend, volledig zijn en die voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen genoemd in dit hoofdstuk, worden beoordeeld aan de hand van de criteria in genoemd in het tweede lid. 2. De subsidieaanvragen worden beoordeeld op de volgende criteria waar puntenscores aan verbonden worden: a.
De mate waarin het project bijdraagt aan de programmalijnen (3 punten) b. Artistieke kwaliteit van het project (4 punten): - Vakmanschap; geef een overzicht van de betrokken medewerkers en toon aan dat zij beschikken over de kwaliteiten en professionaliteit (overleg c.v.). De regeling is voor professionele kunstenaars bedoeld maar een samenwerking met amateurkunsten is mogelijk; - Oorspronkelijkheid; toon aan dat u een heldere eigen visie heeft over het project en dat uw project een artistieke meerwaarde heeft; - Zeggingskracht; beschrijf en onderbouw de artistieke keuzes die u maakt en waarom het project relevant is voor de doelgroep die u wilt bereiken. c. Zakelijke kwaliteit van het project (3 punten): - de financiële onderbouwing, een realistisch budget; - bij voorkeur 25% co-financiering (kapitalisatie eigen uren is mogelijk) - beschrijf op welke manier er aandacht is voor publiciteit en promotie. De reikwijdte van het publiek, diversiteit en inclusie; - geef aan of het project alleen of in samenwerking met partners tot stand komt. En zo ja, met welke partners? Artikel 22:10 Subsidieplafond en verdeelsleutel 1. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 22:4 bedraagt € 75.000,- voor de kalenderjaren 2025 en 2026 tezamen. 2. Het college beslist op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Als datum van ontvangst, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is. 3. In het geval een subsidie niet volledig kan worden verleend als gevolg van het overschrijden van het subsidieplafond, vindt verlening, in overleg met de subsidieontvanger, alleen plaats wanneer de activiteit met het nog beschikbare bedrag kan worden uitgevoerd.
Artikel 22:11 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 12 van de ASV en artikel 1:7 van deze regeling weigert het college de subsidie indien: a. bij de beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 22:9 in totaal minder dan 6 punten zijn behaald. b. de aanvrager reeds een subsidie ontvangt op grond van hoofdstuk 5 Cultuur of 6 Evenementen van deze regeling, of op basis van de Cultuurbegroting
Hoofdstuk 23 Slotbepalingen Artikel 23:1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen van een of meer artikelen van deze subsidieregeling afwijken voor zover toepassing ervan gelet op het belang of de belangen die met deze artikelen worden gediend, leidt tot een onevenredigheid van overwegende aard. Artikel 23:2 Overgangsrecht en inwerkingtreding 1. De Subsidieregeling gemeente Delft 2024 wordt ingetrokken met ingang van 1 augustus 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van de Subsidieregeling gemeente Delft 2024 zijn verstrekt. 2. Deze subsidieregeling treedt, na bekendmaking in het elektronische gemeenteblad, in werking op 1 augustus 2025. Artikel 23:3 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling gemeente Delft 2025”.
Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 6 Evenementen Artikel 6:9 Beoordelingscriteria
Hoofddoelen De hoofddoelen van beoordeling zijn: 1. Economische waarde 2. Spreiding in tijd en locatie 3. Innovatie 4. Inclusie en diversiteit 5. Duurzaamheid De hoofddoelen zijn onderverdeeld in specifieke subdoelen, waarvoor punten kunnen worden toegekend op basis van gestelde criteria. Uitstekende prestaties bij een subdoel resulteren in punten, terwijl bij niet voldoen minder of geen punten worden toegekend. Elk subdoel heeft een andere waardering, waarbij bepaalde essentiële subdoelen zwaarder wegen dan andere.