Samengevoegd BP Toelichting Regels en Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
Hoek Abtswoudseweg Zuideinde
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel planvorming 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Opbouw plan
4 4 4 4 5
Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Historische ontwikkeling en bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie en stedenbouwkundige opzet
7 7 9
Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal / regionaal beleid 3.3 Hoogheemraadschap Delfland 3.4 Gemeentelijk beleid
13 13 15 30 31
Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten en onderzoek 4.1 Water 4.2 Ecologie 4.3 Bodem 4.4 Milieuzonering bedrijven 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Geluid 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid 4.9 Duurzaamheid 4.10 Bezonning en wind 4.11 Aanmeldingsnotitie vormvrije mer
52 52 63 66 68 70 73 74 75 76 77 81
Hoofdstuk5 Cultuurhistorie 5.1 Archeologie 5.2 Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing
83 83 83
Hoofdstuk6 Juridische planbeschrijving 6.1 Inleiding 6.2 Systematiek bestemmingen
85 85 85
Hoofdstuk7
89
Handhaving
Hoofdstuk8 Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid 8.1 Inspraak, overleg, zienswijzen 8.2 Financiële uitvoerbaarheid
2
90 90 90
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Toelichting
3
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel planvorming
De hoek van de Abtswoudseweg met het Zuideinde behoort tot de wijk Delftzicht. Op dit moment is op deze locatie kantoor- en bedrijfsbebouwing aanwezig die als gevolg van de planvorming plaats zal maken voor woningbouw. Ter plaatse wordt voorzien in de realisatie van 120 woningen, passend binnen de Woonvisie van de gemeente Delft (zie § 3.4.4). Hierbij wordt uitgegaan van 4 woongebouwen bovenop een halfverdiepte parkeerkeergarage met gevarieerde opbouw in bouwhoogten. Bovenop de parkeergarage is voorzien in een groene leeflaag. Hiermee en met het doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit 'Delftzicht' tot in het plangebied wordt ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden, een klimaat adaptieve en een biodiverse omgeving. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de planologisch-juridische regeling voor de realisatie van dit planvoornemen. Er is voor gekozen om voor de realisatie van het woningbouwplan gebruik te maken van de zogenoemde coördinatie-regeling die ervoor bedoeld is om de benodigde besluiten (zo veel mogelijk) gezamenlijk voor te bereiden en bekend te maken. De besluitvorming kan zodoende gedegen en efficiënt verlopen. Het proces is ook voor belanghebbenden overzichtelijker, omdat sprake is van één gecoördineerde procedure waartegen beroep openstaat.
Indien de procedure leidt tot een onherroepelijk besluit, kan worden gestart met de realisatie.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de westzijde van de Schie, op de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde. Beide wegen vormen tevens de zuidelijke en oostelijke plangrens. De overige plangrenzen worden bepaald door de noordelijke perceelsgrens met de bebouwing aan de Hillenlaan en oostelijke perceelsgrens met de bebouwing elders aan de Abtswoudseweg. Op onderstaande afbeelding is de begrenzing nader aangegeven.
Afbeelding: Ligging van het plangebied in directe omgeving (bron: Google Maps).
1.3
4
Vigerende bestemmingsplannen
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Het voor de locatie geldende bestemmingsplan is "Schieoevers Noord", vastgesteld op 28 maart 2013. De gronden van de planlocatie hebben de bestemming 'Bedrijventerrein' en zijn bestemd voor bedrijven en groothandel. Daarbij is op de verbeelding aangegeven dat hier alleen bedrijven zijn toegestaan tot maximaal categorie 2, 3.1 en 3.2 uit de bij het bestemmingsplan behorende Lijst van Bedrijfsactiviteiten (LvB). De percelen mogen volledig worden bebouwd met een maximale bouwhoogte van 8 meter. De strook langs het Zuideinde heeft een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering', waar uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Om daarvan af te wijken is vooraf schriftelijk advies van het Hoogheemraadschap nodig. Er mag dan geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de waterkering. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt een voorschot genomen op de geleidelijke transformatie naar een gemengd stedelijk gebied met wonen, werken, recreatie en voorzieningen. Ten aanzien van de Abtswoudseweg wordt daarbij gesteld dat deze weg zal transformeren naar een aantrekkelijk ingerichte fiets-/wandelroute met nadruk op de ecologische kwaliteit die de Voorhof en de TU-wijk met elkaar verbindt.
Hieraan is inmiddels invulling gegeven: de Hooikade, het Zuideinde en de Abtswoudseweg zijn ingericht als fietsstraten waar de auto te gast is. Tevens is conform het gemeentelijk groenbeleidsplan aan de Abtswoudseweg een ecologische zone ingericht.
Afbeelding: Uitsnede geldende bestemmingen waarbij het plangebied rood is omkaderd; bron: ruimtelijke plannen) De realisatie van woningen is niet mogelijk binnen de bepalingen van dit bestemmingsplan. Daarom is gekozen voor een nieuw bestemmingsplan voor dit gebied. De dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' blijft daarbij behouden.
1.4
Opbouw plan
5
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Hoofdstuk 2 van dit bestemmingsplan, de planbeschrijving, beschrijft de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. In hoofdstuk 3 is het beleid beschreven. Hoofdstuk 4, 'Omgevingsaspecten en onderzoek', beschrijft het voor het bestemmingsplan uitgevoerde onderzoek en de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling. Hoofdstuk 6 gaat in op handhaving en in hoofdstuk 7 worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven.
6
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het voornemen. Alvorens in te gaan op de beoogde toekomstige situatie, wordt eerst aandacht besteed aan de bestaande situatie en het huidig gebruik van de omgeving.
2.1
Historische ontwikkeling en bestaande situatie
Zoals aangegeven behoort de locatie tot de wijk Delftzicht en maakt het deel uit van het westelijke deel van het transformatiegebied Schieoevers Noord. Onderstaand wordt aandacht besteed aan de historische ontwikkeling van het gebied en de bestaande situatie. Historische ontwikkeling Delft heeft zich in eerste instantie in zuidelijke richting ontwikkeld langs de Schie. Al vrij lang zijn bedrijfsmatige ontwikkelingen zichtbaar tussen de Schie en de Rotterdamseweg en vanaf 1900 ook tussen de Schie en de spoorlijn Den Haag - Rotterdam. De omgeving van de locatie is dan nog polderland. Het tracé Mercuriusweg - Abtswoudseweg is als "Papsouscheweg" reeds lang aanwezig. Als afbuiging van de weg naar Schiedam is deze al in 1712 op de kaart van Delfland te vinden.
Afbeelding: Kaartbeeld 1900 (links) en 1958 (rechts) (bron: PUK).
Afbeelding: Kaartbeeld 1974 (links) en 1990 (rechts) (bron: PUK). In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog begint ook Delft met grote uitbreidingsplannen. Het Uitbereidingsplan Voorhof gaat uit van een zogenaamde Tabula Rasa, het 'onbeschreven blad papier'. De gehele wijk is integraal met zand opgehoogd en daarmee is de onderliggende polderverkaveling uitgewist. Geheel naar de ideeën van die tijd is Voorhof als één concept ontworpen met herhaalde stempelstructuur. De Papsouscheweg is in de door stedenbouwkundige Van Embden
7
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde ontworpen structuur wel uitgespaard en terug te vinden in het huidige Poptapark en de Mercuriusweg Abtswoudseweg. Begin jaren '90 van de vorige eeuw is op de locatie van de Koninklijke Fabriek F.W. Braat een woonwijk ontwikkeld met 300 woningen naar een stedenbouwkundig plan van Roelf Steenhuis. Het plan omvat een aantal straten met grondgebonden woningen. De bedrijfsbebouwing langs de Abtswoudseweg vormt de zuidelijke begrenzing van deze wijk. Ruimtelijke opzet van de wijk Delftzicht Het gebied tussen de Engelsestraat, de Hooikade, Plein Delftzicht, het Zuideinde en de Abtswoudseweg vormt de begrenzing van de bestaande wijk Delftzicht. Aan de Schie is sprake van een rand van gedeeltelijk historische bebouwing met nieuwe invullingen, waaronder mede begrepen de appartementencomlexen aan het Plein Delftzicht. De zuidelijke rand van de wijk wordt gevormd door de Abtswoudseweg met (binnen de wijk) aan de westelijke en oostelijke zijde van deze straat bedrijfsbebouwing welke middenin onderbroken wordt door grondgebonden woningen. Het plangebied ligt hierbij aan de oostelijke begrenzing van de Abtswoudseweg ter hoogte van de kruising met het Zuideinde.
De westelijke rand langs de Engelsestraat wordt gevormd door appartementenblokken langs het inmiddels ondergrondse spoor met daarachter in het middengebied grondgebonden woningen. De in het middengebied oost-west lopende straten met de grondgebonden woningen laten een eenvoudige opzet zien met afwisselend twee tot drie bouwlagen en een platte dakafdekking. De aan het plangebied belendende Laan van Braat heeft hierbij als onderdeel van het middengebied drie bouwlagen met een platte dakafdekking. In noord-zuidelijke richting wordt de wijk dooraderd met een groene route.
Afbeelding: Zicht op Abtswoudseweg en Zuideinde (bron: Google Streetview). Ten zuiden van de Abtswoudseweg bevindt zich de woon- en keukenboulevard Leeuw & Stein. Verder verkeert Schieoevers hier nog in zijn oorspronkelijke bedrijfsmatige staat. Zowel de Abtswoudseweg als het Zuideinde zijn belangrijke fietsroutes naar de TU Delft; de Abtswoudseweg vanuit de westelijke woongebieden en het Zuideinde vanaf het station. Vandaar dat deze wegen recentelijk zijn ingericht als fietsstraat, waar geldt dat de auto te gast is. Daarnaast zijn zij ingericht als ecologische verbindingszone.
8
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: Kaartfragment uit 'Ruimtelijke Structuurvisie Ontmoetingen met Delft 2030' met de Abtswoudseweg als belangrijke oost-west route met ecologische kwaliteit (bron: PUK).
2.2
Toekomstige situatie en stedenbouwkundige opzet
Met het plan 'Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde' wordt invulling gegeven aan de grote stedelijke opgave in Delft voor wat betreft het bouwen van meer woningen in de stad. Hierbij wordt gelijktijdig invulling gegeven aan de uitgangspunten: verdichten, vergroenen en klimaatbestendig bouwen (waaronder begrepen een forse verbetering van de mogelijkheden voor waterberging). De ontwikkeling is uitgewerkt aan de hand van een leidraad die is meegegeven in een zogenoemd 'Planuitwerkingskader' (PUK). In het PUK komen ontwerpaspecten aan de orde, zoals de inpassing van het plan in de wijk Delfzicht en de directe omgeving. Daarbij zijn met name de rooilijn en de uitstraling van de gevels aan de zijde van de Abtswoudseweg en het Zuideinde belangrijk. Aan het Zuideinde is de nieuwbouw immers onderdeel van het rivierfront. De stedenbouwkundige opzet/massa, waaronder de landschappelijke invulling en de verschijningsvorm (architectuur en gevelmaterialen), is een aspect dat in het kader van het vooroverleg reeds is beoordeeld door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en is voorzien van een positief advies. Het bestemmingsplan legt hierbij de ruimtelijke kaders vast, waaronder de bouwhoogte, bouwmassa en plaats van de bebouwing alsmede de mogelijkheden voor inrichting van de openbare en semi-openbare ruimte.
Afbeelding: Impressie van de te realiseren gebouwen en tussen- en omliggend verblijfsgebied, gezien vanuit de Schiezijde (bron: DP6 Architectuurstudio). Het ontwerp, waarvan in bovenstaande afbeelding een impressie is opgenomen, gaat uit van de
9
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde realisatie van vier woongebouwen ten behoeve van 120 woningen (54 koopappartementen en 66 huurappartementen in het middeldure en dure segment) die mede bestemd zijn voor zelfstandig wonende ouderen. In de stedenbouwkundige hoofdopzet is met de 4 woongebouwen ingespeeld op het creëren van aantrekkelijke verblijfsgebieden en het aansluiten op / doortrekken van de noord-zuidgerichte groene informele route uit 'Delftzicht'. Doordat het parkeren voor de bewoners wordt voorzien in een halfverdiepte parkeergarage, wordt het mogelijk de ruimte tussen (bovenop het halfverdiepte parkeerdek) en rond de gebouwen in te richten als aantrekkelijk verblijfsgebied met veel groen en mogelijkheden voor waterberging. De gebouwen zijn daarbij zodanig gepositioneerd dat tussen de nieuwe en bestaande bebouwing langs de Abtswoudseweg sprake is van voldoende open ruimte om een groene verbinding mogelijk te maken naar het groen langs het Crommelinpad ten noorden van de ontwikkeling.
Afbeelding: impressie groene leeflaag op parkeerdek (bron: impressie bouwplan DP6)
10
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: impressie voortzetting informele noord-zuid gerichte groene route met links de woongebouwen uit het plangebied en rechts de bestaande woningen aan de Laan van Braat en omgeving (bron: impressie bouwplan DP6)
Op maaiveldniveau zal ook sprake zijn een tweezijdige ontsluitingsweg en een aantal parkeerplaatsen voor (met name) bezoekers. De tweezijdige ontsluiting is het resultaat van meerdere participatiemomenten, waarbij met name vanuit de Laan van Braat de wens is geuit om zowel via de Laan van Braat als het Zuideinde te ontsluiten (zie hiervoor ook paragraaf 4.5). Voor wat betreft de stedenbouwkundige opzet van de woongebouwen is sprake van een gelaagde opbouw om hiermee aan te sluiten op de bouwhoogten in het binnengebied van Delftzicht en toe te werken naar een stedenbouwkundig accent op de hoek van de Abtswoudseweg en het Zuideinde. De woongebouwen hebben hierbij aan de Schiezijde ofwel het waterfront meer ranke vormen om een aaneengesloten wand te voorkomen en een opbouw in hoogte richting de hoek van Zuideinde en Abtswoudseweg mogelijk te maken. Het stedenbouwkundig accent op de hoek van Zuideinde en Abtswoudseweg spiegelt zich hierbij met het 10 bouwlagen tellende appartementencomplex aan de andere zijde van het Zuideinde / Plein Delftzicht. Aan de Abtswoudseweg is met het zuidwestelijke woongebouw met een opbouw van 4 naar 5 lagen, in combinatie met een tussenliggend groen gebied, een passende aansluiting gevonden op de hoogte van bestaande woningen aan deze zijde van de Abtswoudseweg.
Door een grotere frontbreedte van dit gebouw aan de zijde van de Abtswoudseweg wordt invulling gegeven aan voldoende wandvorming om de Abtswoudseweg als verbindingsroute te begeleiden. Het binnengebied aan de noordwestelijke zijde sluit met een opbouw van 3 bouwlagen aan op de hoogte van woningen in de Laan van Braat. Deze opbouw is tevens het resultaat is van participatiemomenten tussen de ontwikkelaar en de omgeving Laan van Braat. Vanaf 4,50 meter boven maaiveld zijn balkons mogelijk. Ten behoeve van de stedenbouwkundige inpassing is tevens een bezonningstudie en een windhinderonderzoek uitgevoerd (zie daarvoor hoofdstuk 4). Daarnaast is in paragraaf 3.4.3 nader ingegaan op de bouwhoogten in relatie tot de beleidsnota bouwhoogten Delft.
11
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: Impressie vanuit het noorden richting de Abtswoudseweg met de groene verbinding tussen de bestaande en nieuwe bebouwing (bron: DP6 Architectuurstudio).
Afbeelding: Impressie vanaf de Abtswoudseweg (bron: DP6 Architectuurstudio)
12
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Delft en in het bijzonder die voor dit plan.
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 5. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 6. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 7. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De planlocatie bevindt zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De planontwikkeling vindt plaats in lijn met en geeft invulling aan de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie: zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Het aanbod en de kwaliteit van het groen en waterbergende mogelijkheden in de stad worden met de planontwikkeling versterkt. Grote open ruimten tussen de steden kunnen door stedelijke inbreiding hun groene karakter houden. Beoordeling en conclusie Het voorliggende plan is in lijn met de NOVI. Er is geen strijd met de nationale belangen.
3.1.2
AMvB Ruimte (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt nationale ruimtelijke belangen uit onder meer de SVIR in regelgeving. Het bestemmingsplan is met dit besluit in overeenstemming.
13
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
3.1.3
Duurzame verstedelijking
Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Om die reden schrijft het Besluit ruimtelijke ordening (Bro artikel 3.1.6) per 1 oktober 2012 voor, dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling bevat. Deze plicht is vervat in artikel 3.1.6 Bro. De zogenaamde 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' is bedoeld om te komen tot een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Oorspronkelijk had de ladder drie treden. Per 1 juli 2017 is het aantal treden van de ladder teruggebracht naar in beginsel één trede. In artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening is het volgende opgenomen: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
De ladder hoeft alleen te worden doorlopen indien sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleinschalige ontwikkelingen. De grens van een stedelijke ontwikkeling is voor woningbouw gelegen op 12 woningen, zo blijkt uit jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921, r.o. 4.3). De grens voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij commerciële en maatschappelijke voorzieningen is gelegen bij 500 m² BVO. De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op 120 woningen (54 koopappartementen en 66 huurappartementen in het middeldure en dure segment) die mede bestemd zijn voor zelfstandig wonende ouderen. Hiermee worden de hierboven aangehaalde drempelwaarden voor woningbouw. De ruimtelijke ontwikkeling dient dus te worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor het aspect woningbouw.
Woningen Voor 120 woningen (54 koopappartementen en 66 huurappartementen in het middeldure en dure segment) moet worden beoordeeld of dit past binnen de behoefte. De locatie heeft momenteel een stedelijke bestemming (‘Bedrijventerrein’). Daarmee gaat het volgens de definitie van het Rijk om bestaand stedelijk gebied. Omdat de locatie binnen bestaand stedelijk gebied ligt, kan worden volstaan met een onderbouwing van de behoefte en hoeft geen analyse van alternatieve locaties plaats te vinden. Voor het recent vastgestelde bestemmingsplan Bethelpark is de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woningen recent in beeld gebracht (juni 2019). In onderstaande tabel is de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen in de woningmarktregio bij elkaar gebracht.
Tabel: Kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in het onderzoeksgebied, 2019-2029
Bron: bestemmingsplan Bethelpark (Bureau stedelijke planning, Quickscan ladderonderbouwing wonen, Bethelpark, 28 juni 2019)
14
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Op basis van deze analyse kan worden geconstateerd dat: Wanneer vraag en aanbod tegen elkaar worden afgezet, er zowel kwantitatief als kwalitatief meer dan genoeg behoefte is voor de ontwikkeling van de 120 woningen. In zowel de gemeente Delft als het gehele onderzoeksgebied is er de komende tien jaar aanzienlijk meer vraag naar woningen, dan dat er concrete plannen zijn (harde plancapaciteit). De 120 woningen uit onderhavig plan voorzien nog lang niet in de behoefte in de gemeente Delft. Ook kwalitatief is de behoefte groot. Er is meer vraag dan aanbod in een buitencentrum woonmilieu, ook in de categorie appartementen. Onderhavige ontwikkeling past derhalve ook bij de kwalitatieve vraag naar woningen. Conclusie Voor het woonaanbod is de behoefte onderzocht. Hierbij is op basis van de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking aangetoond dat er ruim voldoende behoefte bestaat voor het realiseren van 120 woningen in het plangebied, waarmee 120 woningen aan de plancapaciteit wordt toegevoegd. Dit geldt zowel voor de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte.
3.2
Provinciaal / regionaal beleid
3.2.1
Provinciaal beleid: de instrumenten
Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, deel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen zijn operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd.
3.2.2
Omgevingsvisie Zuid-Holland
In de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie d.d. 25 oktober 2022 is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving op visieniveau samengevoegd. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities.
Richtinggevende ambities In de Omgevingsvisie zijn de volgende zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: 1. Naar een klimaatbestendige delta Het inrichten van de fysieke leefomgeving op een manier waarop deze klimaatbestendig blijft. Voorbeelden daarvan zijn: meer ruimte bieden aan water en het rekening houden met de impact van klimaatverandering bij nieuwe ruimtelijke projecten. 2. Naar een nieuwe economie: the next level
15
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
De stap naar een circulaire economie in 2050, met grote gevolgen voor onder andere het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. Er wordt ingezet op bijvoorbeeld digitalisering en een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving. 3. Naar een levendige meerkernige metropool De stap naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Er moet een fors aantal woningen worden gerealiseerd en de woonvoorraad dient te worden verduurzaamd. Ook zullen steden met elkaar verbonden moeten worden tot één metropolitaan gebied. In dit gebied wordt ingezet op het versterken van het leef- en vestigingsklimaat. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland wil de fossiele bronnen vervangen door hernieuwbare bronnen. Er worden maatregelen genomen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Ook wordt ingezet op innovatie: nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. 5. Best bereikbare provincie De provincie moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra. Er worden verkeersknelpunten aangepakt en de mobiliteitssector kan schoner worden gemaakt en verduurzamen. Ook wordt ingezet op OV, gebruik van de fiets en vervoer over water. 6.
Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van de provincie, maar het landschap en de biodiversiteit staat ook onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en klimaatverandering. De kwaliteit van de leefomgeving kan worden versterkt door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien.
Beleidsopgaven Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Hieronder zijn de voor onderhavig project relevante beleidsopgaven nader toegelicht, te weten het behouden en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de energietransitie in de gebouwde omgeving en stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied. 1. Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit.
Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: 1. De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied ('korrelgrootte') bepaalt of een
16
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het 'laadvermogen' van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. 2. Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. 3. Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is. De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is.
In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen. Inpassing. Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of de herstructurering van een woonbuurt. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Uitgangspunt is dat bij inpassing een ontwikkeling volledig past binnen de richtpunten. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die niet past bij de aard of de schaal van een gebied en daarmee niet geheel past binnen de richtpunten. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, Ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. De ontwikkeling past niet bij de aard en schaal van het gebied.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen en een kwalitatief optimaal resultaat. Gelet op de verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Ook hierbij kunnen ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig zijn om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Figuur: Soorten ruimtelijke ontwikkelingen
De gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit vormen een uitwerking van de kwaliteitskaart en de richtpunten op gebiedsniveau, en zijn opgesteld in samenwerking met regionale partijen. Ze bieden een
17
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde gebiedsspecifieke handreiking voor het omgaan met ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen. Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Ontwikkeling van 'Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde' in het licht van de beleidsopgave behouden en versterken ruimtelijke kwaliteit: De realisatie van 120 woningen in het bestaand stads- en dorpsgebied sluit aan bij een omliggende woonomgeving en voegt zich in de bestaande stedelijke structuur. De ontwikkeling valt dan ook in de categorie 'inpassing'. De ontwikkeling past binnen de te behouden en te versterken ruimtelijke kwaliteit, door de bestaande ruimte beter te benutten. In onderstaande is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij een dergelijke inpassing horen.
Laag van de ondergrond Het plangebied is deels gelegen in het gebied 'Rivierdeltacomplex, jonge zeeklei'. Binnen dit gebied dienen ontwikkelingen bij te dragen aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Het plangebied is echter niet gelegen in de deltawateren of in buitendijks gebied. Het genoemde richtpunt is daarmee niet relevant voor de beoogde ontwikkeling. Verder is het plangebied gelegen in het 'Bijzonder reliëf en aardkundige waarden'. Binnen dit gebied dienen ontwikkelingen de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand te houden. Waar mogelijk dienen de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt te worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit bestemmingsplan voorziet niet in extra ruimtebeslag (het plangebied is nu al volledig bebouwd/ verhard) en voorziet derhalve niet in een wijziging van de onregelmatige patronen en het reliëf van het landschap. Vanuit het oogpunt van de archeologische waarden is voorts voorzien in overname van de geldende dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' in dit bestemmingsplan waarmee de archeologische waarden afdoende worden beschermd.
Afbeelding: uitsnede kwaliteitskaart thema 'laag van de ondergrond' met indicatieve ligging planlocatie omkaderd
Laag van de cultuur- en natuurlandschappen
18
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde Deze laag is niet van toepassing op het plangebied.
Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen binnen de gebieden 'Historische centra en kernen', 'Steden en dorpen' en 'Bouwwerken voor energieopwekking'.
Afbeelding: uitsnede kwaliteitskaart thema 'laag van de stedelijke occupatie' met indicatieve ligging planlocatie omkaderd
Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stads- en dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Met de ontwikkeling die dit bestemmingsplan voorstaat wordt een vitaal stadscentrum voorgestaan. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het creëren van de planologische ruimte voor woningbouw ter plaatse van het plangebied waar nu sprake is van een bedrijfslocatie die zich vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering niet optimaal verhoudt tot de belendende woongebieden. Wonen op onderhavige locatie versterkt in dit verband de leefkwaliteit van de binnenstad. Daarnaast is de woonlocatie na realisatie vanwege de (semi-) openbare ruimte in het plangebied doorwaadbaar, terwijl die gelegenheid zich nu niet voordoet. In de stedenbouwkundige opzet is rekening gehouden met het ruimtelijke opzet van de omgeving. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.2 en 3.4.3 van deze toelichting.
De bij 'Steden en dorpen' behorende richtpunten luiden als volgt: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met "zwaartepunten" in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stads- en dorpsranden).
19
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt. Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied. Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de in de omgeving aanwezige functies en bebouwing. Aan de maximale toegestane hoogte ligt een stedenbouwkundige analyse ten grondslag. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf naar paragraaf 2.2 en 3.4.3 van deze toelichting. Naast het karakter van de bebouwing, geldt dat de beoogde functies eveneens aansluiten op het stedelijke karakter van het omliggende gebied, waarin voornamelijk sprake is van woonfuncties die elkaar versterken. De ontwikkeling is niet gelegen in een stedelijke groenstructuur. In het plan wordt evenwel voorzien in een groene leeflaag op het parkeerdek en het doortrekken van een noord-zuid gerichte groenstructuur in het plangebied. Door het toevoegen van een groen dek ontstaat meer stedelijk groen.
Het groen dek draagt door zijn bufferend en zuiverend vermogen bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van het stedelijk watersysteem.
Aan de relevante richtpunten wordt invulling gegeven.
Laag van de beleving Deze laag is niet van toepassing op het plangebied.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past bij de aard en schaal van de omgeving, derhalve is sprake van inpassing. De ontwikkeling sluit aan bij de aanwezige gebiedskwaliteiten en daarmee samenhangende richtpunten voor projecten die worden getypeerd als inpassing. Het project is daarmee in lijn met de het provinciaal beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.
2. Energietransitie in de gebouwde omgeving
De provincie zet zich in voor energiebesparing en -opwekking in bestaand stedelijk gebied, zoals bij beheer en renovatie van woningen (verduurzaming voorraad), woningbouw en herstructurering van bedrijventerreinen, kantorenlocaties en glastuinbouw. Middelen die hiervoor ingezet kunnen worden zijn: isoleren, aansluiten op een warmtenetwerk, cascaderen van lokale warmte, co-siting (bijeenbrengen en plannen van bedrijven met aansluitende warmtebehoeften) en efficiënter gebruik van energie. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans om energie-efficiency te realiseren. In deze tijd is het ondenkbaar dat er niet energiezuinig of zelfs energieneutraal wordt gebouwd al dan niet in combinatie met een decentrale hernieuwbare energievoorziening. De provincie is een groot voorstander van aardgasloze wijken, zowel bij nieuwbouw als renovatie. In paragraaf 4.9 is beschreven welke ambities en uitgangspunten voor duurzaamheid, meer specifiek de energietransitie, zijn meegegeven.
3. Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied
De provincie wil bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), ofwel de bebouwde ruimte, beter benutten. De provincie verstaat daaronder: 'het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met inbegrip van
20
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Volgens de ladder voor duurzame verstedelijking moet de nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het BSD. De ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde vindt plaats binnen het BSD.
3.2.3
Omgevingsverordening Zuid Holland
De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van Provinciale Staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen die worden gesteld aan gemeentelijke bestemmingsplannen, met als doel het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt uitgegaan van de geconsolideerde versie van de omgevingsverordening d.d. 25 oktober 2022. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Op grond van het bepaalde in artikel 6.9 van de omgevingsverordening gelden de navolgende instructieregels voor Ruimtelijke kwaliteit: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2.
Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe
21
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d. 6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; e.
indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11.
Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10. De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.9 betreffende ruimtelijke kwaliteit: In onderstaande is een verantwoording opgenomen ten aanzien van de bovenaangehaalde artikelleden van artikel 6.9 van de omgevingsverordening voor de ruimtelijke ontwikkeling op de hoek Abtswoudseweg-Zuideinde: 1.
De ruimtelijke kwaliteit wordt met de onderhavige ontwikkeling ten opzichte van de feitelijke situatie per saldo verbeterd (en blijft derhalve vanuit het oogpunt van artikel 6.9 lid 1 per saldo tenminste gelijk). Hiervoor wordt verwezen naar hetgeen is beschouwd in de paragrafen 2.1, 2.2 en 3.4.3 van deze toelichting. Van belang hierbij is dat bij deze ruimtelijke ontwikkeling sprake van een gecoördineerde Wro procedure met het bouwplan. Het bouwplan is hierbij beoordeeld door de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en is voorzien van een positief advies. Gelet op het feit dat de inrichting van de buitenruimte, overeenkomstig het inrichtingsplan
22
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde buitenruimte, in belangrijke mate bijdraagt aan de te realiseren ruimtelijke kwaliteit is in dit bestemmingsplan voorzien in een voorwaardelijke verplichting voor realisatie en instandhouding van de buitenruimte overeenkomstig het inrichtingsplan buitenruimte. Hiervoor wordt verwezen naar artikel 4.2.3 en Bijlage 3 Inrichtingsplan buitenruimte. De realisatie en instandhouding van de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de buitenruimte, als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit van het planvoornemen, is hiermee geborgd. 2. In dit verband wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2 van deze toelichting waarin is beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij de inpassing van onderhavige ruimtelijke ontwikkeling horen. Hierbij geldt als conclusie dat aan de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit wordt voldaan. 3. De realisatie van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde is aan te merken als een ontwikkeling die valt in de categorie inpassing. De realisatie van 120 woningen in het bestaand stads- en dorpsgebied sluit aan bij een omliggende woonomgeving en voegt zich in de bestaande stedelijke structuur.
De ontwikkeling past binnen de te behouden en te versterken ruimtelijke kwaliteit, door de bestaande ruimte beter te benutten.In paragraaf 3.2.2 is in dit verband beoordeeld welke kwaliteitskaarten van toepassing zijn op het plangebied en welke richtpunten bij een dergelijke inpassing horen. Een en ander wordt in deze paragraaf als herhaald en ingelast beschouwd. 4. Het vierde lid is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling nu deze valt in de categorie inpassen. 5. Onder verwijzing naar het bovenaangehaalde is bij deze ruimtelijke ontwikkeling sprake van de categorie inpassen. 6. Het zesde lid is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 7. Het zevende lid is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling die uitgaat van de categorie inpassen. 8. Het achtste lid is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. 9. Idem. 10. Idem. 11. Idem. 12. Idem. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen ' 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. 2. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan wat hierover is vastgelegd in de geldende door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. 3. Gedeputeerde staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 4. Gedeputeerde staten kunnen een regionale visie voor wonen of bedrijventerreinen vaststellen. Een bestemmingsplan bevat geen bestemmingen die in strijd zijn met de door gedeputeerde staten vastgestelde regionale visie.'
23
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.10 In onderstaande is een verantwoording opgenomen ten aanzien van de bovenaangehaalde artikelleden van artikel 6.10 van de omgevingsverordening voor de ruimtelijke ontwikkeling op de hoek Abtswoudseweg-Zuideinde: 1. Voor de ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde is voor de functie wonen een laddertoets uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Uit de laddertoets blijkt dat voor de beoogde 120 woningen voldoende marktruimte beschikbaar is en dat wordt voorzien in een behoefte. Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is voorts een betere benutting van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Een stedelijke ontwikkeling vindt daarom primair plaats binnen het BSD. De ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde voldoet hieraan en vindt plaats binnen het BSD. 2. De woningbouwontwikkeling zelf voorziet niet in sociale huurwoningen (wel huurwoningen in het middeldure en dure segment). De ontwikkeling maakt echter onderdeel uit van de geldende en door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie, waarin de ontwikkeling Hoek-Abtswoudseweg-Zuideinde geldt als één van de meerdere Delftse woningbouwplannen. In de Delftse woningbouwplannen wordt in voldoende mate voldaan aan de vereiste realisatie van sociale huurwoningen. 3.
Voor de ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde is voor de functie wonen een laddertoets uitgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. 4. Zie hiervoor hetgeen is vermeld bij de toelichting op lid 2. Artikel 6.10c Parkeernorm stationsomgevingen 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe woningen in een stationsomgeving, waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd op kaart 22 in bijlage II, hanteert een parkeernorm van maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning. 2. In afwijking van het eerste lid kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.10c In onderstaande is een verantwoording opgenomen ten aanzien van de bovenaangehaalde artikelleden van artikel 6.10c van de omgevingsverordening voor de ruimtelijke ontwikkeling op de hoek Abtswoudseweg-Zuideinde: 1. Het bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde is gelegen binnen de begrenzing van een stationsomgeving, zoals geometrisch vastgelegd op themakaart 22 van de omgevingsverordening. Voor de parkeernorm wordt gebruik gemaakt van de in lid 2 benoemde afwijkingsregel. 2.
Voor de ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde wordt voorzien in de benodigde parkeerplaatsen in lijn met de regeling als opgenomen in het paraplu bestemmingsplan voor parkeren welke regeling in onderhavig bestemmingsplan één op één is overgenomen. Dit betreft op de lokale situatie afgestemde regels voor parkeren als bedoeld in dit artikellid. Artikel 6.10d Bereikbaarheid Een bestemmingsplan voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met de gevolgen van die ontwikkeling voor de bereikbaarheid.
Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.10d In onderstaande is een verantwoording opgenomen ten aanzien van het bepaalde in artikel 6.10d van de omgevingsverordening voor de ruimtelijke ontwikkeling op de hoek Abtswoudseweg-Zuideinde:
24
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
In paragraaf 4.5 van deze toelichting is nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren. Hier wordt integraal naar verwezen.
Artikel 6.12 Bedrijven Op grond van artikel 6.12 van de per 25 oktober 2022 geldende geconsolideerde omgevingsverordening Zuid-Holland gelden instructieregels voor bestemmingsplannen die zien op bedrijventerreinen zoals geometrisch bepaald en verbeeld in deze verordening. Vastgesteld moet worden dat onderhavig bestemmingsplan niet is gelegen binnen de contouren van een op grond van deze omgevingsverordening aangemerkt bedrijventerrein. Alhoewel het geldende bestemmingsplan nog uitgaat van de bestemming 'Bedrijventerrein', zijn de provinciale instructieregels op grond van de omgevingsverordening voor bedrijventerreinen niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan.
Afbeelding: globale duiding plangebied (rood omkaderd) op themakaart 20 Bedrijventerreinen van de per 25 oktober 2022 geldende omgevingsverordening Zuid-Holland.
Artikel 6.22 Regionale waterkeringen 1. Een bestemmingsplan voor gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.2, bestemt die waterkering als zodanig. 2. Een bestemmingsplan voor gronden die deel uitmaken van een beschermingszone langs een regionale waterkering, bestemt die beschermingszone als zodanig of duidt die als zodanig aan. 3. Voor het bepalen van de omvang van de gronden, bedoeld in het eerste lid en in het tweede lid, wordt uitgegaan van de door de beheerder van de waterkering vastgestelde legger. 4. Met betrekking tot de gronden waarop een regionale waterkering of een beschermingszone ligt, kan een bestemmingsplan worden vastgesteld dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt voor zover bij de verwezenlijking daarvan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. 5. Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het vierde lid wordt advies gevraagd aan de beheerder van de waterkering. In onderstaande zijn in opvolgende afbeeldingen de aanduidingen weergegeven die betrekking hebben op de regionale waterkering en de bijbehorende beschermingszone. In de Omgevingsverordening is alleen het waterstaatswerk en een deel van de watergang geduid. In de leggerkaart van het HHD is duidelijk de bijbehorende beschermingszone zichtbaar.
Het bestemmingsplan voor Hoek Abtswoudseweg Zuideinde voorziet in een dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering ter borging van de belangen vanwege de waterkering en de beschermingszone.
25
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: aanduiding regionale waterkering in Omgevingsverordening Zuid Holland
Afbeelding: waterstaatswerk en beschermingszone op legger HHD
26
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde met zichtbaar de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering ter borging van het waterstaatswerk en bijbehorende beschermingszone.
Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.22: Het bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde voorziet in een dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering, waarmee de belangen vanwege de regionale waterkering (waterstaatswerk en beschermingszone) worden geborgd. De planvorming levert geen belemmeringen op voor het waterstaatswerk, waarvoor wordt verwezen naar paragraaf 4.1.
Artikel 6.19 Vrijwaringszone provinciale vaarwegen: 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden waarop een vrijwaringszone van een vaarweg in beheer bij de provincie is gelegen, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en is verbeeld op kaart 2 in bijlage II, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mits rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; b. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; c. de toegankelijkheid van de provinciale vaarweg voor hulpdiensten vanaf de wal; en d. het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de provinciale vaarweg. 2. Voor de beoordeling of sprake is van belemmeringen als bedoeld in het eerste lid wordt advies gevraagd aan de vaarwegbeheerder. 3. De breedte van de vrijwaringszone, bedoeld in het eerste lid, gemeten vanuit de oever van de vaarwegen in beheer bij de provincie, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 2 in bijlage II, bedraagt: a. 10 m aan weerszijden van een recht vaarwegvak; b. 15 m aan een buitenbocht; c. 25 m aan een binnenbocht.
27
vastgesteld bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
Afbeelding: geometrische ligging van de vrijwaringszone vaarweg (oranje arcering zonder strepen) en het vaarwegvak (gestreepte arcering) op de verbeelding van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (welke voor wat betreft de vrijwaringszone feitelijk afwijkt van het bepaalde in artikel 6.19 lid 3 van de Omgevingsverordening)
Ontwikkeling van Hoek Abtswoudseweg-Zuideinde bezien in het licht van artikel 6.19: De rand van het plangebied Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde is gelegen op 10 meter afstand van de rand kade van de Schie die ter plaatse als een rechte vaarweg kan worden aangemerkt. In lijn met het bepaalde in artikel 6.19 lid 3 ligt het plangebied buiten de vrijwaringszone. In dit verband kan dan ook worden aangenomen dat met de planontwikkeling géén belemmeringen worden opgeworpen voor de vaarweg als bedoeld in artikel 6.19 lid 1. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de geometrische ligging van de vrijwaringszone op de verbeelding van de Omgevingsverordening niet aansluit op de regels als bedoeld in artikel 6.19 lid 3. Wanneer het vaarwegvak wordt aangehouden, zoals opgenomen op de verbeelding van de Omgevingsverordening, dan ligt het plangebied op circa 24 meter afstand van de vaarweg af. De vrijwaringszone, zoals opgenomen op de verbeelding van de Omgevingsverordening, bedraagt ten westen van het geduide vaarwegvak circa 40 meter (althans volgens de verbeelding van de Omgevingsverordening). Een dergelijke omvang van de vrijwaringszone is velen malen groter dan de Omgevingsverordening in een worst-case situatie voorziet (bij een binnenbocht wordt 25 meter aangehouden).