Rolneming Gemeente Delft bij Open Warmtenet Fase 2
Tekst van het document
Programma's en Projecten bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft 0-1Telefoon +316 52 73 90 29 0Internet www.delft.nl Telefoon 14015
Aan
De leden van de gemeenteraad Delft Van
Het college van burgemeester en wethouders Afschrift aan
Ons kenmerk 6009292
Memo
Datum
17-12-2024 Opsteller
Onderwerp
GJ Lammers
Onderzoek over publieke sturing en rolneming gemeente Delft bij Open Warmtenet Fase 2
Bijlage
Dit memo dient als bijlage bij het collegebesluit terzake met kenmerk 6009294 d.d. 17 december 2024.
Inhoud 1 Inleiding.......................................................................................................1 2 Achtergrond.................................................................................................2 3 De publieke belangen.................................................................................2 4 Wettelijke sturingsmogelijkheden................................................................3 5 De ruimte voor de gemeente om te sturen op publieke belangen is beperkt .......................................................................................................................4 6 Sturen op transparantie en publieke belangen met gemeentelijk karakter. 5 7 De opties.....................................................................................................6 8 Het vervolg..................................................................................................7
1
Inleiding In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 alle woningen goed geïsoleerd zijn en dat aardgas niet langer de standaard is om gebouwen te verwarmen: de warmtetransitie. Woningen kunnen individueel zonder aardgas worden verwarmd, bijvoorbeeld met een elektrische warmtepomp, en ze kunnen collectief worden aangepakt, door aanleg van een warmtenet. Bij de aanleg van een warmtenet is er een maatschappelijk belang en het is de rol van de gemeente om die te behartigen. Bij de ontwikkeling van het warmtenet in de Delftse wijken Voorhof en Buitenhof heeft de gemeente Delft geen mogelijkheden daartoe. Ook de nieuwe warmtewet, de Wet Collectieve Warmte (WCW) die mogelijk medio 2025 van kracht wordt, geeft waarschijnlijk beperkte sturingsmogelijkheden aan de gemeente. Planning, fasering, transparantie etc. zijn wel van belang voor gemeente maar liggen buiten haar invloedssfeer. Daarom wil de gemeente verkennen of ze de 0/mnt/SAN/_hosted_documents/opdf_files/opdf_temp_files/ 677d203c04483_TEMP_OPDF
publieke belangen beter kan behartigen via een deelneming in het warmtebedrijf en onder welke randvoorwaarden. Dit memo schetst achtergrond en beargumenteert dat het gewenst is om gesprekken te voeren die nodig zijn om de gemeenteraad in de positie te brengen om in een later stadium een weloverwogen keuze te maken over een deelname in een warmtebedrijf.
2
Achtergrond In de zomer van 2024 is het definitieve besluit genomen over de aanleg van fase 1 van het Open Warmtenet Delft (OWD). In deze eerste fase wordt een deel van het woningcorporatiebezit in de wijken Voorhof en Buitenhof aangesloten, circa 5.000 woningen. De exploitatie zal worden verzorgd door het private warmtebedrijf InWarmte, dat gebruik zal maken van het publieke distributienet van NetVerder en van de geothermiebron van de private warmteproducent Geothermie Delft (GTD). Deze drie partijen hebben de ambitie uitgesproken om dit warmtenet zo spoedig als mogelijk in een 2e fase uit te breiden zodat ook de overige 10.000 woningen en gebouwen in deze wijken op dat warmtenet kunnen worden aangesloten. Die ambitie is in lijn met het door de gemeente vastgestelde Warmteplan Delft 20211. De aanleg van een warmtenet heeft maatschappelijke gevolgen voor zowel de gemeente als haar inwoners. De gemeente dient de publieke belangen te behartigen maar heeft in de faciliterende en vergunnende rol van fase 1 geen positie om dat te doen. Die positie geeft de gemeente formeel geen invloed of zeggenschap bij het warmtebedrijf, inclusief beslissingen die het publiek belang raken.
3
De publieke belangen De publieke belangen die spelen bij de aanleg van een warmtenet zijn samengevat in de volgende tabel. De lijst is niet limitatief en een opbrengst van ten behoeve van deze memo gevoerde gesprekken. Algemene publieke belangen Goed product Betaalbare warmte en goede dienstverlening voor iedereen Continuïteit en betrouwbaarheid die horen bij nutsfunctie Transparantie Duurzaamheid Publieke belangen met gemeentelijk karakter Planning Tijdige realisatie die past bij gemeentelijk beleid Gemeentelijke belangen Koppeling andere gemeentelijke opgaven, bijvoorbeeld 1
Warmteplan Delft 2021
2
rioolvervanging Belangen die voorkomen uit toekomstig beleid Terugbetaling fonds2040 subsidies
De gemeente wil daarnaast, waar dat kan en zinvol is, aansturen op wat inwoners in de raadpleging 2 als belangrijk hebben aangegeven. Deelnemers aan de raadpleging hebben de gemeente met name geadviseerd om drie dingen te doen: 1) Zorg dat de gemeente een stem heeft bij beslissingen die het warmtebedrijf neemt 2) Zorg dat inwoners betrokken zijn bij de beslissingen die het warmtebedrijf neemt 3) Stel eisen aan het warmtebedrijf over de klantenservice
4
Wettelijke sturingsmogelijkheden De sturingsmogelijkheden van de gemeente worden bepaald door “het wettelijk kader”. Dat is nu nog de Warmtewet maar binnen afzienbare tijd wordt de nieuwe Wet Collectieve Warmte (WCW) van kracht. We gaan in dit memo uit van de WCW als wettelijk kader omdat daar uiteindelijk aan voldaan moet worden. De WCW hanteert een strakke rolverdeling. De gemeente wijst een kavel en een warmtebedrijf aan waarna het warmtebedrijf verantwoordelijk is voor ontwikkeling en exploitatie van het warmtenet. De gemeente heeft verder geen zeggenschap over ontwikkeling en exploitatie van het warmtenet en alles wat daarmee samenhangt.3 De WCW geeft de gemeente een aantal specifieke sturingsmogelijkheden: - bij de aanwijzing van het warmtebedrijf kan de gemeente alleen als het door het kandidaat-warmtebedrijf voorgestelde kavelplan niet uitvoerbaar is het plan afwijzen en kan ze naar een ander kandidaat warmtebedrijf gaan zoeken. - Als het aangewezen warmtebedrijf gedurende de aanwijzingsperiode van 30 jaar niet de taken uitvoert en verplichtingen nakomt zoals opgesomd in de WCW kan de aanwijzing worden ingetrokken en kan worden gezocht naar een nieuw warmtebedrijf. - Door het aanwijzen van een warmtekavel bepaalt de gemeente het fysieke gebied waarbinnen socialisatie van de kosten plaats moet vinden.
Hiermee heeft ze een beperkte invloed op de prijsvorming en betaalbaarheid van de warmte. 2
'Rapportage sociale haalbaarheid warmtenet in Voorhof en Buitenhof, Delft', 17 oktober 2024, uitgevoerd door Populytics 3 De WCW voorziet dus niet in de aanbesteding van een warmtebedrijf. Er ontstaat geen opdrachtgevers- opdrachtnemersrelatie tussen gemeente en warmtebedrijf en er ontstaan dus ook niet de bijbehorende sturingsmogelijkheden
3
5
De ruimte voor de gemeente om te sturen op publieke belangen is beperkt De gemeente heeft in haar rol van aanwijzer geen zeggenschap over de warmtetarieven die het bedrijf haar afnemers rekent en daarmee heeft de gemeente ook geen zeggenschap over de betaalbaarheid. Die zeggenschap ligt bij het warmtebedrijf dat moet opereren binnen de grenzen die de wetgeving stelt. De gemeente heeft alleen heel zware instrumenten die niet zo geschikt zijn om te sturen. Ze kan het ingediende kavelplan afwijzen en naar een ander warmtebedrijf zoeken, of het warmtebedrijf zodanig subsidiëren dat de tarieven daarmee dalen. - De huidige Warmtewet reguleert de betaalbaarheid van warmte door het stellen van landelijke plafonds voor de prijs van warmte. Die zijn gekoppeld aan de gasprijs. Blijkens verschillende persberichten voorkomt die regulering niet dat er veel onvrede bestaat bij consumenten over de prijs van warmte. - Binnen de WCW wordt voor het warmtenet (niet voor de warmtebron) ook een prijsplafond (maximumtarief) vastgesteld. Dat plafond wordt door de ACM voor elk warmtenet individueel bepaald op een kostprijs plus-basis. Daarbij worden grenzen gesteld aan de winstmarges waardoor de warmtetarieven lager kunnen zijn dan onder het regime van de bestaande warmtewet.
Continuïteit en betrouwbaarheid van warmtebedrijf en warmtevoorziening worden door de WCW bewaakt door middel van vergunningverlening, periodieke rapportages en toezicht door de ACM (Autoriteit Consument en Markt). Het warmtebedrijf dient jaarlijks te rapporteren aan de ACM over organisatorische, technische en financiële aspecten en de ACM zal daarop handelen. De gemeente heeft op dit publieke belang geen rol te vervullen. De WCW biedt de gemeente in beperkte mate transparantie (inzicht in het opereren en de financiën van het warmtebedrijf). - Tijdens de aanwijsprocedure legt het warmtebedrijf ter goedkeuring een kavelplan aan de gemeente voor met een indicatieve business case - Tijdens de exploitatieperiode rapporteert het warmtebedrijf jaarlijks aan de ACM op generieke aspecten: technische, organisatorische bekwaamheid en financiële situatie van het warmtebedrijf. Dit geeft de gemeente naar verwachting onvoldoende inzicht in activiteiten van het warmtebedrijf met een publiek belang zoals in de eerdere tabel opgesomd. De gemeente heeft geen zeggenschap over de duurzaamheid van de warmte. Ook die zeggenschap ligt bij het warmtebedrijf dat binnen de grenzen moet blijven van de door de WCW (en Besluit Collectieve Warmte (BCW)) gestelde grenzen.
Een gemeentelijk belang met een specifiek Delfts karakter is de terugbetaling van de fonds2040 subsidies die door gemeente aan Netverder en GTD zijn verstrekt. Dit belang wordt voldoende afgedekt door de 4
subsidiebeschikkingen en de daaraan gekoppelde terugbetalingsovereenkomsten. De overige in de tabel genoemde publieke belangen (tijdige realisatie, koppeling met andere gemeentelijke opgaven, tegemoetkomen aan toekomstige, nu nog niet bekende, publieke belangen) worden niet door de WCW gereguleerd en de gemeente heeft er geen zeggenschap over. Het zijn onderwerpen die normaalgesproken worden opgelost in goede onderlinge samenwerking waarbij de transparantie, die niet wettelijk geregeld is, essentieel is. Het is aan het warmtebedrijf om transparant te zijn, al dan niet in te gaan op verzoeken van de gemeente en om niet haar eigen belang boven dat van de gemeente te zetten. Samengevat wordt een aantal in de in de tabel genoemde algemene publieke belangen afgedekt door het wetgevend kader en is het wenselijk om specifiek op het onderwerp van transparantie en enkele publieke belangen met een gemeentelijk karakter te onderzoeken of het mogelijk is om aanvullend publieke sturing te geven die verder gaat dan wat de WCW mogelijk maakt.
6
Sturen op transparantie en publieke belangen met gemeentelijk karakter Een warmtebedrijf heeft geen enkele juridische verplichting om de gemeente transparantie te bieden of te betrekken bij haar besluitvorming. Deelname in het warmtebedrijf kan daarvoor een oplossing zijn. In de statuten of aandeelhoudersovereenkomst kunnen dan afspraken worden gemaakt over het informeren van de aandeelhouders in het warmtebedrijf. Als de gemeente deelneemt vanaf het begin, bij de oprichting van het warmtebedrijf, dan kan ze het warmtebedrijf op belangrijke aspecten zoals het missiestatement mede vormgeven. De mate van zeggenschap van aandeelhouders over specifieke onderwerpen zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en klanttevredenheid kan in de statuten of een aandeelhoudersovereenkomst worden opgenomen. Deelname in een warmtebedrijf zou de gemeente plaatsen in de rol van aandeelhouder, naast de rol die de gemeente heeft als regievoerder conform WCW. Daarbij moeten enkele kanttekeningen worden geplaatst: - Een eventuele gemeentelijke deelname in een warmtebedrijf zal goed moeten worden onderbouwd. De gemeente zal dan moeten aangeven hoe zij haar wettelijke regierol onder de WCW kan combineren met haar rol als aandeelhouder in een warmtebedrijf.
Als aandeelhouder dient de gemeente een gezonde bedrijfsvoering bij het warmtebedrijf na te streven en gemeentelijke politiek te scheiden van bedrijfsvoering van het warmtebedrijf. Voor potentiële partners is onafhankelijkheid van politiek vaak een voorwaarde voor samenwerking. 5
-
Door een aandeel in het gemeentelijk warmtebedrijf te nemen wordt de gemeente ondernemer, zal ze moeten ondernemen en investeren. De gemeente zal in staat moeten zijn de daarmee gepaard gaande risico’s te beheersen en zal daarvoor over de juiste kennis en ervaring moeten beschikken.
Met de andere aandeelhouders zal, indien het zover komt, overeenstemming moeten worden bereikt over het gemeentelijk aandeelhouderschap en de zeggenschap van de gemeente. Daarbij zal zeggenschap van de gemeente worden afgewogen tegen de grootte van haar aandeel.
7
De opties Voor het behartigen van alle publieke belangen die wij identificeren rondom een warmtenet, tekent zich voor de gemeente een viertal opties af. Optie 1 is dat de gemeente geen aandeel neemt. De gemeente vertrouwt er dan op dat de publieke belangen voldoende worden behartigd door het wettelijk kader en door NetVerder dat een publiek bedrijf is waarvan de gemeente Delft aandeelhouder is, De publieke belangen met een gemeentelijk karakter zouden kunnen worden behartigd in goed onderling overleg. Bij deze optie hoeft de gemeente niet te investeren in het warmtenet en loopt ze in principe geen financieel risico. De sturing door de gemeente kan dan worden gedaan door vormgeving van het kavel en het kavelplan en de mogelijkheden en beperkingen die daaraan zijn verbonden. Optie 2 is dat de gemeente een zo klein mogelijk aandeel neemt in het warmtebedrijf, met als minimum een enkel aandeel. Het kapitaal dat de gemeente moet inleggen en het financieel risico zijn relatief laag. De gemeente zal een (beperkte) rol krijgen bij de oprichting van het warmtebedrijf en kan tot op zekere hoogte meebeslissen over vorm en missie en er kunnen afspraken worden gemaakt over transparantie. Er kunnen ook afspraken worden gemaakt met betrekking tot de gemeentelijke publieke belangen.
Maar bij een klein aandeel zou moeten worden verwacht dat de overige aandeelhouders weinig zeggenschap willen inleveren. De onderhandeling zal gaan over de vraag over hoe groot de minimale deelname moet zijn voor voldoende resultaat. Optie 3 is dat de gemeente een wat groter, maar beperkt aandeel in het warmtebedrijf neemt. Netverder, dat als netbeheerder onderdeel zal uitmaken van het aan te wijzen warmtebedrijf, geeft in gesprekken aan dat ze bij haar projecten denkt aan een gemeentelijk aandeel van 10%. Het verschil met optie 2 is dat de gemeente meer kapitaal inlegt en risico loopt en in ruil daarvoor ook meer zeggenschap weet te verwerven. Optie 4 is dat de gemeente een meerderheidsbelang in het warmtebedrijf neemt. Dat geeft de gemeente de maximale zeggenschap binnen de grenzen van de wet op de publieke gemeentelijke belangen en de planning. Zoals eerder aangegeven moet de gemeente dan wel de politieke invloed op afstand houden en het belang van het warmtebedrijf vooropstellen. 6
In opties 2, 3 en 4 neemt de gemeente een aandeel. - Dit vereist een akkoord met de andere aandeelhouders. In Delft zijn dat mogelijk Netverder, InWarmte en/of EBN; - De grootte van het aandeel en de daaraan verbonden risico’s zal moeten passen bij de gemeentelijke investeringsagenda en de portefeuille van deelnemingen van de gemeente - Het hebben van een aandeel impliceert dat de gemeente financieel risico loopt: het warmtebedrijf kan onverhoopt verlies maken. - Het aandeel moet passen bij de gemeente: Voor het managen van deelname en risico’s zal de gemeente capaciteit beschikbaar moeten hebben.
8
Het vervolg De vervolgstap is om gesprekken aan te gaan met betrokken partijen, met het doel om een voorstel te ontwikkelen voor organisatievorm en rolneming van de gemeente binnen het hierboven geschetste spectrum. De inzet daarbij is een goede balans tussen aan de ene kant de gewenste transparantie en invloed op de publieke belangen en aan de andere kant de mogelijke investering en het financiële risico. Op basis van de gesprekken wordt een voorstel ontwikkeld dat aan college en raad wordt voorgelegd dat met voldoende informatie een besluit kan nemen over het al dan niet deelnemen in het warmtebedrijf en zo ja, de wijze waarop die deelneming vorm zou kunnen krijgen. We verwachten in het tweede kwartaal van 2025 het college tussentijds te kunnen informeren over het beeld dat de gesprekken met betrokken partijen opleveren.
7