Rapport DRK - Informatievoorziening Jeugdzorg Delft
Tekst van het document
Voor de gemeente Delft gaat het concreet om de volgende inhoudelijke beleidsstukken: • Bestuursprogramma • Inkoopstrategie Haaglanden • Het regionale beleidsplan ‘Mogelijk maken wat nodig is’ - Jeugdhulp regio Haaglanden • Lokale inkoopplannen • Jeugdpreventiebeleid ‘Jeugd nu en straks’ Hieronder geven we een korte beschrijving van deze kaders en de doelen die daarin staan genoemd. Bestuursprogramma’s Het bestuursprogramma is de vertaling van de ambities in het collegeakkoord naar de concrete uitvoering. Het bestuursprogramma wordt in Delft door de raad vastgesteld. In het bestuursprogramma van de gemeente Delft worden aan de verschillende opgaven die de gemeente heeft zogenaamde prestaties toegevoegd. In het bestuursprogramma 2014-2018 is er één prestatie direct gerelateerd aan jeugdhulp, namelijk ‘adequate jeugdhulp’. Verder zijn er twee prestaties
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
24
indirect gekoppeld aan jeugdhulp, namelijk ‘geen toename jeugdcriminaliteit’ en ‘terugdringen schooluitval’. De opgaven worden in het bestuursprogramma verder geconcretiseerd door het benoemen van prestaties in meetbare termen. Deze resultaten worden teruggekoppeld via de Staat van Delft. Tabel 2
Opgaven bestuursprogramma 2014-2018
Prestatie
Indicator
Nulmeting
Streefcijfer 1-1-2016
Adequate jeugdhulp
KING/VNG-monitor: • uitval • tevredenheid • doelrealisatie (geslaagde hulp)
geen
Niet uit de pas lopen met referentiegemeenten (100.000-300.000 inwoners)
Terugdringen schooluitval
Aantal nieuwe VSV'ers
165
Landelijk criterium
Geen toename jeugdcriminaliteit
Individuele werkplannen
geen
50
Voor de prestaties, indicatoren en streefcijfers in 2014-2018 is aangesloten bij de verplichte indicatoren vanuit de BBV. Voor de indicatoren met betrekking tot het Sociaal Domein is aangesloten bij de al bestaande 'Gemeentelijke monitor Sociaal Domein'. In het bestuursprogramma 2018-2022 is het college specifieker ingegaan op de doelen rondom jeugdhulp in relatie tot de opgave dan het voorgaande programma 2014-2018. Aan de eerste en tweede opgave, respectievelijk ‘een stevige basis’ en ‘sterke wijken’ zijn diverse doelstellingen gekoppeld. Deze doelstellingen en de indicatoren zijn echter niet direct te relateren aan de andere doelen die bijvoorbeeld zijn opgesteld in het regionale jeugdbeleidsplan.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
25
Tabel 3
Opgaven bestuursprogramma 2018-2022
Programma’s begroting 2019
Programma’s in begroting vanaf 2020
Programmadoelen vanaf 2019
Indicator
Huidige staat
Streefcijfer 2022
Zorg en ondersteuning
Sterk en sociaal - zorg 18+ en 18- Volksgezondheid - Welzijn
De noodzaak van zorg zoveel mogelijk voorkomen en de zorg zelf tijdig en effectief, gericht op ondersteuning van zelfstandigheid
Iedereen doet mee
Zelfredzaamheidsscore
Nulmeting 2019
Kwaliteit van Zorg (SDG 3)
Cliëntervaring: 78% doelrealistatie
80%
Cliëntervaring: 71% doelrealistatie
Nulmeting Delft 2019
2,4% schoolverlaters
2,4%
Jeugdhulp
Sterke samenleving
Solide maatschappelijke basis
Stedelijke aantrekkelijkheid door ontwikkelingskansen voor elk kind via onderwijs, mogelijkheden voor sporten, een onderscheidend cultureel aanbod
Minder schoolverlaters (SDG 4)
Regionale inkoopstrategie 2016- 2017 en 2020-2024 De regionale inkoopstrategie 2020-2024 is door alle gemeenteraden in de H10 vastgesteld en vormt de basis voor het inkopen van de jeugdhulp per 1 januari 2021. Het plan is al in mei 2018 vastgesteld door de verschillende H10 raden. Doordat de jeugdhulpaanbieders naar aanleiding van het nieuwe (resultaatgerichte) bekostigingsmodel juridische stappen zetten, werd de invoering ervan in oktober 2019 uitgesteld. Het plan is om de nieuwe strategie vanaf 2021 in te laten gaan. In de regionale inkoopstrategie zijn geen aanvullende doelen genoemd ten opzichte van ‘Mogelijk maken wat nodig is: sturen op resultaat in de jeugdhulp’ (2016). Wel wordt verwezen naar doelrealisatie, cliënttevredenheid en uitval als indicatoren voor het uitvoeren van een goede resultaatmeting. Omdat de nieuwe regionale inkoopstrategie met daarin een resultaatgerichte inkoop door juridische stappen vanuit de aanbieders niet in de praktijk gebracht kon worden, is in de ‘Uitgangspuntennotitie Inkoop en bekostiging Jeugdhulp 2019 e.v. aangegeven dat het oude regionale inkoopkader van 2019 is vormgegeven op basis van de afspraken in het oude kader.
Daarmee zijn de volgende uitgangspunten nog van toepassing geweest tot 2020: • De hulp (ook specialistisch) wordt zoveel mogelijk in eigen omgeving geboden en waar mogelijk verbonden met hulp in de wijk, op school, in het gezondheidscentrum en met jeugdgezondheidszorg. •
De opdracht aan de professional is primair ‘doen wat nodig is’: vraaggericht, op maat. Van de professional wordt verwacht dat deze verantwoordelijkheid krijgt en neemt.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
26
•
De ketenverantwoordelijkheid houdt niet op bij de Jeugdwet en niet bij 18 jaar; jeugdhulp zorgt wanneer nodig voor warme overdracht naar 18+ voorzieningen of levert in uitzonderingssituaties nog een korte periode de noodzakelijke hulp zelf.
In het Bestuurlijk Overleg Jeugd hebben de wethouders van de tien gemeenten in de regio Haaglanden naar aanleiding van het kort geding en op basis van landelijke initiatieven van de VNG en het Rijk besloten tot het ontwikkelen van een regiovisie jeugdhulp. De voornemens van het Rijk staan verwoord in de brief van maart 2020 ‘Perspectief voor de Jeugd’. De regiovisie gaat verder dan de Inkoopstrategie waar nu mee wordt gewerkt. Doel van de regiovisie is het definiëren van de uitgangspunten voor een duurzame samenwerking tussen de gemeenten en het uitzetten van de koers voor de komende jaren, 2021-2025, op transformatie van de jeugdhulp, de verbinding met andere aanpalende velden in het sociaal domein en het onderwijs, de samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en de ketenpartners. De regiovisie zal als inhoudelijk kader dienen voor de resultaatgerichte jeugdhulp in de komende jaren. Naast de inhoudelijke uitgangspunten beschrijft de regiovisie ook de overeengekomen rollen en verantwoordelijkheden in de regionale samenwerking. De uitgangspunten van de Inkoopstrategie worden meegenomen in de Regiovisie jeugdhulp en de Regiovisie wordt vervolgens aan alle individuele raden voorgelegd ter besluitvorming. De Regiovisie wordt in het eerste kwartaal van 2021 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd.
Mogelijk maken wat nodig is: Sturen op resultaat in de jeugdhulp (2016) Dit beleidsplan beschrijft hoe de gemeenten in Haaglanden willen sturen op de jeugdhulp. De wijze van sturen is gebaseerd op de transformatiedoelstellingen en regionale uitgangspunten uit het Regionaal Inkoopkader 2016-2017. Concreet is de vertaling gemaakt naar een drietal doelstellingen met bijbehorende indicatoren: 1. We sturen op passende hulp ○ Indicator: uitval van cliënten 2. We sturen op kwaliteit en innovatie ○ Indicator: tevredenheid van cliënten over het nut en effect van de jeugdhulp ○ Doelrealisatie van de hulp 3. We sturen op budget ○ uitgaven per inwoner tot 18 jaar ○ gemiddelde kostprijs per unieke cliënt ○ budgetrealisatie per productgroep en perceel ○ verhouding prognose en begroot budget en daadwerkelijke realisatie De hierboven genoemde doelen beschrijven de richting waar de gemeente Delft naartoe werkt. De uitwerking van de indicatoren onder de doelstelling ‘sturen op budget’ is behoorlijk SMART. De vertaling van de doelstellingen naar de lokale situatie is gedaan middels het lokale inkoopplan. Het is uit het onderzoek niet duidelijk geworden in hoeverre op deze regionale indicatoren ook is teruggekoppeld.
Lokale inkoopplannen Wmo en Jeugd Met het lokale inkoopplan is het voor de raad mogelijk geweest om kaders te stellen voor de inzet van jeugdhulp in de lokale situatie en het geeft richting aan financiële keuzes ten behoeve van de contractering. In Delft is in het verleden gewerkt met gezamenlijke inkoopplannen voor Jeugd en
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
27
Wmo. Het inkoopplan geeft lokale kleuring en verdieping op het regionale kader op het gebied van Jeugd (H10 en Wmo H4). De regionale inkoop van jeugdhulp was tot en met 2020 gebaseerd op de lokale inkoopplannen van de tien gemeenten in de regio Haaglanden. De lokale inkoopplannen van alle gemeenten in de regio vormen tezamen de regionale inkoopopdracht voor het inkoopbureau. Sinds de decentralisatie heeft de raad drie inkoopplannen vastgesteld: • • •
Lokaal inkoopplan Wmo en Jeugd 2016 Lokaal inkoopplan Wmo en Jeugd 2017 Lokaal inkoopplan Wmo en Jeugd 2018
Uit aanvullende gesprekken is duidelijk geworden dat na 2018 geen lokale beleidsplannen meer zijn gemaakt in de H10 gemeenten (Pijnacker-Nootdorp is hier bijvoorbeeld ook in 2018 mee gestopt). De reden hiervoor is dat er vanuit de samenwerking waarmee regionaal wordt ingekocht er geen behoefte/noodzaak meer was voor een lokaal inkoopkader. In het inkoopplan van 2017 staan de zes uitgangspunten uitgewerkt van Delft waarnaar ook in het plan van 2018 wordt verwezen: 1. Delft kiest voor aanbieders die, in samenwerking met andere aanbieders, integrale arrangementen hebben en/of deze aan het ontwikkelen zijn. 2. Delft kiest voor aanbieders die lacunes in de zorg aanpakken. 3. Delft kiest voor zorgaanbieders die de zorg innoveren. 4. Delft kiest voor aanbieders die hun aanbod inzichtelijk en flexibel inzetbaar maken. 5. Delft stelt de geraamde inkoop ten opzichte van 2015 en 2016 naar beneden bij voor de Landelijke Werkende Instellingen (LWI’s). 6. Delft handhaaft de geraamde inkoop voor de jeugdbeschermingstrajecten, jeugdbescherming en jeugdreclassering, van de gecertificeerde instellingen en de trajecten residentiële opvang. Wanneer gekeken wordt naar de uitgangspunten (doelstellingen) in het lokale beleidsplan dan valt het op dat deze zeer uitvoerig en specifiek zijn uitgewerkt per thema.
Niet alle doelen zijn SMART geformuleerd, maar er is ten aanzien van ieder thema wel een set heldere doelen gesteld. Het is uit de documentenstudie echter niet duidelijk geworden of er ook indicatoren aan de uitgangspunten zijn gekoppeld en of er in algemene zin teruggekoppeld wordt over het behalen van de doelstellingen (dit punt zal ook in de volgende paragrafen terugkomen). Preventie in het jeugddomein nu en straks (2016) Het meeste recente preventiebeleid van de gemeente Delft stamt uit 2016. In deze nota staat de route beschreven naar een samenhangend preventieprogramma. De gemeente Delft stuurt hierop aan de hand van monitoring, prestatieafspraken en evaluaties. Deze zijn geconcretiseerd in resultaten en indicatoren. Drie type indicatoren worden hierbij onderscheiden: • Output-indicatoren: interventies die bedoeld zijn om het probleem op te lossen/tegemoet te komen aan behoeften van de doelgroep. • Throughput-indicatoren: processen die ervoor zorgen dat de beleidsvorming en –uitvoering op legitieme, effectieve en efficiënte wijze verlopen. • Outcome-indicatoren: de verandering die de ondersteuning heeft veroorzaakt bij de doelgroep. Bijvoorbeeld in termen van kennis, gedrag, houding en aspiratie. In het beleidsplan zijn de volgende doelen genoemd: 1.
Samenhang tussen activiteiten van formele organisaties op het gebied van informatie en advies en preventieprogramma’s binnen het VO.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
28
2. Samenhang tussen activiteiten van informele organisaties op het gebied van opvoeden en opgroeien. 3. Samenhang tussen preventie Wmo en Jeugd. 4. Samenhang en bundeling van formele en informele activiteiten rondom een zestal functies van preventie. 5. Samenhang en bundeling van activiteiten ten behoeve van de functie informatie en advies. 6. Samenhang en bundeling van preventie-activiteiten ten behoeve van weerbaar maken van jongeren. 7. Samenhang en bundeling preventie-activiteiten in de nulde en eerste lijn. 8. Samenhang en bundeling van preventie-activiteiten ten behoeve van de bevordering leerprestatie van leerlingen in de Buitenhof. 9. Realiseren dekkend aanbod voortkomend uit de vraag van burgers. 10. Samenhang en bundeling van preventie-activiteiten vanuit onderwijs en gemeentelijk domein (JGZ, Brijder). 11. Realiseren verbinding tussen maatwerk en vangnet organisaties en informele basisvoorzieningen voor preventie. 12. Realiseren verbinding tussen basis en maatwerk in het passend onderwijs. 13. Denktank realiseren verbindingen tussen maatwerk/vangnet en basisvoorzieningen. 14. Per schoollocatie wordt de opbrengst van de ingezette preventieprogramma’s gemeten. 15. Opbrengst ISD meten. 16. Opbrengst preventieprogramma’s meten om publieke waarde zichtbaar te maken en daarmee politiek draagvlak voor investeringen in preventie-activiteiten.
De hierboven genoemde doelen zijn grotendeels algemeen en niet (allemaal) SMART geformuleerd. Daarnaast lijkt er geen directe te koppeling te zijn met de doelen die zijn benoemd in het regionale beleidsplan en het bestuursprogramma. Verder valt het op dat niet alle doelstellingen zijn voorzien van indicatoren. Wel wordt in het stuk onderscheid gemaakt tussen output-, throughput- en outcome-indicatoren. Deze indeling wordt vervolgens niet toegepast op de doelstellingen, zoals benoemd in de bijlage van de notitie. Vastgesteld moet worden dat er geen vertaling is van het regionale beleidsplan naar een lokaal beleidsplan met lokale doelen voor bijvoorbeeld de toegang en preventie 7. Het dient wel vermeld te worden dat op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe beleidsnota ‘preventie in het jeugddomein’. In deze nota is het de bedoeling om meer de verbinding te maken tussen jeugdpreventie en jeugdhulp, die in de oude nota nog gescheiden werelden waren. 8.3 Hoe is de raad van Delft vanaf de decentralisatie geïnformeerd over de keuzes en ontwikkelingen in de uitvoering van het jeugdhulpbeleid? In deze paragraaf wordt beschreven welke informatie op dit moment wordt gedeeld met de raad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp.
Informatie vanuit de gemeente Als het gaat om jeugdhulp is er feitelijk sprake van twee informatiestromen: informatie uit de regio van de H10, voornamelijk gericht op de inkoop van (specialistische) jeugdhulp, en informatie vanuit
7 Het is niet mogelijk om alle aspecten ten aanzien van jeugdhulp
te vertalen naar een lokaal beleidsplan met lokale doelen, denk daarbij bijvoorbeeld aan hoog-specialistische en bovenregionale voorzieningen of afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
29
de gemeente zelf over de (financiële) voortgang op de uitvoering van de jeugdhulp. Deze informatie wordt met name via de P&C-cyclus aangeleverd. De raad krijgt in ieder geval via de P&C-cyclus: • kadernota’s • programmabegrotingen • najaarsnota’s • jaarstukken • accountantsverslagen • jaarverslagen van Delft Support (toegang) en de H10 (inkoop) • voortgangsnotities vanuit de H10 • het verplichte cliëntervaringsonderzoek Daarnaast zijn er verscheidene documenten die niet jaarlijks worden behandeld, maar die zich voordoen op bepaalde momenten zoals het vaststellen van een nieuwe inkoopstrategie of het Actieplan voor het Sociaal Domein 2.0. Een compleet overzicht van de gedeelde informatie per jaar is te vinden in bijlage 2. Uit interviews komt naar voren dat een groot deel van de raad op dit moment geen idee heeft of zij alle benodigde informatie ontvangen om goed te kunnen controleren (zie ook paragraaf 6.1). In de “Staat van Delft” wordt elke collegeperiode onderzocht of de doelstellingen uit het bestuursprogramma zijn behaald. In 2018 werd geconcludeerd dat aan het eind van de periode 20142018 de doelstellingen in het kader van jeugdhulp waren behaald, namelijk adequate jeugdhulp en niet uit de pas met referentiegemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners.
In de collegeperiode 2018-2022 is besloten om een tussentijdse rapportage te delen met de raad, zodat doelen eventueel kunnen worden bijgesteld. In de tussentijdse Staat van Delft 2020 staan vier doelstellingen die vooral kwalitatief zijn ingestoken en die niet direct zijn te koppelen aan de eerdere doelen vanuit het bestuursprogramma. • Zelf monitoren (middels een continu-onderzoek) • Omvang jeugdhulp • Meer regie en jeugdhulp dichter bij de inwoners • Jeugdhulptrajecten worden volgens plan afgesloten In 2020 heeft de gemeente Delft een nieuwe (financiële) strategie gepresenteerd met het actieplan Sociaal Domein 2.0. Hierin staat dat de gemeente zorg blijft bieden als het nodig is, maar ook moet versoberen. Zij zetten daarmee in op vier maatregelen, namelijk: 1) Intensivering c.q. versnelling lopende maatregelen: versterking Verwijzing Huisartsen en Beter Samenspel 2) Lokaal implementeren van de lokale ruimte in de nieuwe inkoopcontracten 3) Jeugdpreventie en jeugdhulp in samenhang 4) Bijsturing verwijzingen jeugdhulp: Delft Support sleutelrol Informatie over de toegang (Delft Support) De gemeentelijke toegang tot jeugdhulp is - zoals in hoofdstuk 3 besproken - belegd bij Delft Support. Ontwikkelingen over Delft Support worden meegenomen in de P&C-cyclus en ook ontvangt de raad het jaarverslag en de begroting.
Kwartaalrapportages met kwalitatieve en financiële informatie worden op dit moment niet gedeeld met de raad . Reden hiervoor is onder andere de achterstallige declaraties van jeugdhulpaanbieders waardoor een vertekend dan wel wisselend beeld ontstaat, meldt de ambtelijke organisatie. Medewerkers van Delft Support sluiten regelmatig aan bij de informatiebijeenkomsten rondom het Sociaal Domein (zie ook paragraaf 5.4). Delft Support kan
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
30
op verzoek toelichtingen geven aan de gemeenteraad in de Werkgroep Sociaal Domein of in de commissie, bijvoorbeeld over hun werkwijze en organisatie. Informatie uit de regio en regionale afspraken rondom de informatievoorziening vanuit de H10 Als het gaat om de informatievoorziening vanuit de H10, zijn er regionale afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in de strategische regiovisie informatievoorziening Haaglanden. Daarin is onder andere afgesproken dat de H10 en de jeugdhulpaanbieders samen gaan werken aan de regionale jeugdhulpmonitor. In de monitor staan gegevens over wát ze doen (zoals het gebruik van zorg per perceel) samen met analyses over hóe ze het doen (trends, benchmarken). 80% van deze informatie komt uit het landelijke berichtenverkeer, de overige 20% wordt gehaald uit andere, veelal kwalitatieve, bronnen. Daarvoor worden onderzoeken naar klanttevredenheid en mate van zelfredzaamheid gebruikt. Ook is daarbij de ambitie uitgesproken om te ‘tellen en vertellen’. Aan de hand van diverse Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) langs vier sporen, verzamelen gemeenten in de regio Haaglanden, samen met instellingen, informatie voor deze monitor. Het is in dit onderzoek niet duidelijk geworden of deze monitor ook jaarlijks met de gemeenteraad wordt gedeeld. 8 Er zijn ook afspraken gemaakt over de communicatie en informatiedeling vanuit de H10.
Wanneer de H10 een voorstel doet, dan volgt er een centraal communiqué op het moment dat er iets ter besluitvorming wordt voorgelegd aan de gemeenten. In het begeleidende schrijven is er altijd ruimte voor het college om invulling te geven aan en aan te sluiten op de lokale situatie. In 2018 is de motie ‘raadsbetrokkenheid bij de regionale samenwerking en inkoop jeugdhulp’ door veel gemeenten aangenomen, waarin staat dat de colleges tegelijkertijd moeten communiceren over besluitvorming (deze motie is niet in Delft ingediend). Hierdoor is de informatievoorziening afhankelijk van de langzaamste schakel. Doorgaans vindt er iedere anderhalve maand een BOJ plaats. De wethouder kan de informatie vanuit dit overleg terugkoppelen via raadsinformatiebrieven of mondeling in bijvoorbeeld de Werkgroep Sociaal Domein of in de raadscommissie Sociaal Domein en Wonen. Als er regionale ontwikkelingen zijn, is de afspraak wel dat de communicatie via een centraal communiqué verloopt. Uit de online vragenlijst en het gesprek met de raad komt naar voren dat de raad nog onvoldoende zicht heeft op wat er in de H10 (en dan met name het BOJ) wordt besproken en wat er met de input van de raad wordt gedaan. Op dit vlak is er een duidelijke wens van de raad om meer terugkoppeling te ontvangen over de stand van zaken en de ontwikkelingen.
8.4 Op welke wijze zijn de aan de raad verstrekte documenten door de raad behandeld? In de vorige paragraaf is besproken welke informatie er wordt gedeeld met de raad. In deze paragraaf gaan we in op de wijze waarop de informatie wordt behandeld, dat wil zeggen in welke overleggen en in welke sfeer dat gebeurt. BOB-systematiek In Delft wordt, zoals in veel gemeenten, met de BOB-systematiek gewerkt. Daarbij wordt er eerst laagdrempelig informatie gedeeld voor de beeldvorming, waarna terugkoppeling plaatsvindt in de commissievergadering voor een oordeelsvorming en besluitvorming in de raadsvergadering. Het resultaat van dit proces moet zijn dat gezamenlijke criteria en belangen boven tafel komen en dat op deze vitale punten consensus ontstaat.
8
De monitor is niet aangetroffen bij de aangeleverde stukken, ook is hij niet aangetroffen in het raadsinformatiesysteem, dan wel online.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
31
Figuur 2
BOB-model
Informele informatie behandeling De gemeente Delft kent verschillende informele overlegstructuren die onder de B van beeldvorming vallen.
•
•
•
De eerste daarvan is de Werkgroep Sociaal Domein. In het werkgroepoverleg ontvangen raadsleden informatie over onder andere jeugdhulp. In de werkgroep zijn acht van de elf fracties vertegenwoordigd. Het karakter van de werkgroep is laagdrempelig en de agenda voor de werkgroep wordt door hen zelf vastgesteld. Alle thema’s die binnen het Sociaal Domein vallen kunnen aan bod komen. Daarnaast is er ruimte voor verdiepende technische vragen en dialoog. Daarnaast kent Delft zogenaamde tafeltjesavonden die voorafgaand aan de oordeels- en besluitvorming plaatsvinden. Raadsleden krijgen voorafgaand aan de politieke discussie in de commissie- of raadsvergadering de mogelijkheid om technische vragen te stellen. Dit gaat in de vorm van een gesprek. Ten slotte zijn er regelmatig raadsinformatiebijeenkomsten. Deze worden vaak georganiseerd voorafgaand aan het vaststellen van nieuw beleid of rondom majeure veranderingen in het stelsel, inkoop of de uitvoering.
Uit gesprekken komt naar voren dat een groot deel van de informatievoorziening en -deling wordt gerealiseerd aan de hand van informele bijeenkomsten met de gemeenteraad. Uit gesprekken blijkt dat de beeldvormende bijeenkomsten goed bezocht worden door raadsleden. Uit de online vragenlijst onder raadsleden komt naar voren dat de meeste raadsleden tevreden zijn over hoe de informatie op dit moment wordt behandeld. Het gemiddelde cijfer dat de raadsleden hiervoor geven is een 6,6 (slechts drie raadsleden geven een onvoldoende). Formele behandeling In de raadscommissie Sociaal Domein en Wonen wordt een (eerste) politieke oordeel gegeven over een voorstel of een beleidsplan. Hier vindt een politieke discussie plaats over de aangeleverde informatie. Idealiter heeft de voorafgaande fase van beeldvorming de juiste context en informatie geboden om deze discussie op het juiste niveau te voeren. Uit gesprekken komt naar voren dat raadsleden, door de wijze waarop informatie wordt behandeld in de beeldvormende fase, in de oordeelsvormende en besluitvormende fase goed geïnformeerd discussie kunnen voeren.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
32
Na de oordeelsvorming wordt een besluit genomen in de raadsvergadering. Afhankelijk van de discussie in de commissievergadering gaat het om een hamerstuk (eventueel met stemverklaring) of een bespreekstuk. Een bespreekstuk biedt de ruimte voor verdere discussie en het vormen van een standpunt. Raadsleden hebben diverse instrumenten waarmee ze opdrachten kunnen geven (motie) of wijzigingen kunnen aanbrengen aan het ontwerpbesluit (amendement). Uit de documentenstudie komt naar voren dat er op het gebied van jeugdhulp de afgelopen jaren nauwelijks moties of amendementen zijn ingediend.9 Meerdere respondenten geven hiervoor als verklaring dat er in Delft vanuit de politieke cultuur niet snel naar dergelijke instrumenten wordt gegrepen, maar het is mogelijk ook terug te voeren op de transparante en proactieve wijze waarop informatie wordt gedeeld. Op basis van de documentenstudie moet ook vastgesteld worden dat er nauwelijks (officiële) raadsvragen zijn gesteld.10 Behandeling van de regionale informatie (Platform H10) Informatie vanuit de H1o wordt in iedere deelnemende raad afzonderlijk besproken. Ook moeten besluiten door iedere raad afzonderlijk worden vastgesteld. Toch is het wel mogelijk voor de raden om samen te werken.
Om de samenwerking tussen raadsleden in de H10 te verbeteren heeft de gemeente Rijswijk in juni 2019 een ‘Startbijeenkomst Verbetering samenwerking gemeenteraden H10-gemeenten in jeugdhulp’ georganiseerd. Na afloop van deze bijeenkomst is besloten om een platform op te richten waar raadsleden informatie, zienswijzen, moties, amendementen, technische vragen en signalen met elkaar kunnen uitwisselen. Ook is er gesproken over een betere samenwerking tussen griffies om informatie met elkaar (via bijvoorbeeld iBabs) uit te wisselen. Naar aanleiding van die bijeenkomst in Rijswijk is in september 2019 een vervolgbijeenkomst georganiseerd. Hier is onder andere de informatiepositie van de gemeenteraden aan bod gekomen. Gezamenlijk hebben zij de informatievoorziening in de beleids- en begrotingscycli besproken en vier mogelijke verbeterpunten geformuleerd: • Breng de griffies beter in positie. • Investeer in het gesprek langs de (partij)politieke lijn • Investeer in het gesprek tussen raden onderling. • Stel als gemeenteraden een gezamenlijke commissie in. Het streven van het platform is om circa drie keer per jaar samen te komen. Tijdens de laatste bijeenkomst van het platform (26 november 2020) is de regiovisie Jeugdhulp Haaglanden besproken. Na de startbijeenkomst is er ook een Whatsappgroep (Platform H10 Jeugd) opgericht die erg veel wordt gebruikt door raadsleden.
Ieder gemeenteraadslid in de H10 kan hierbij aansluiten om informatie, zienswijzen, moties, amendementen, technische vragen en signalen uit te wisselen. De Whatsappgroep draagt bij aan een goede samenwerking met raadsleden uit andere gemeenten in de H10.
9
Uit de aangeleverde stukken en een zoekactie in het raadsinformatiesysteem blijkt dat er voor de decentralisatie één motie is ingediend over ‘Gemeentelijke Ombudsman zorg en jeugdzorg’ maar dat deze is verworpen. 10
De Fractie Onafhankelijk Delft heeft schriftelijke vragen gesteld inzake pgb jeugdzorg Jeugdwet (2015).
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
33
8.5 Samenvatting van bevindingen ten aanzien van de informatie inrichting De gemeenteraad van Delft is in de periode tot 1 januari 2015 voor zover de documenten uitwijzen adequaat geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdhulp. In de stukken is volop aandacht besteed aan het financiële aspect, de inrichting van de toegang, de inrichting van de inkoop en de risico’s van de transformatie. Na de decentralisatie zijn er in de verordening juridische kaders en in de verschillende beleidsstukken inhoudelijke kaders gesteld11. Er is echter geen (duidelijke) vertaling gemaakt van de regionale plannen en doelstellingen naar een lokaal beleidsplan. De doelen die veelal op regionaal niveau zijn geformuleerd zijn doorgaans niet allemaal SMART geformuleerd. Daarnaast lijkt er geen directe koppeling te zijn tussen doelen die in de verschillende kaders zijn benoemd. Juist omdat de doelen over verschillende kaders zijn verdeeld is het voor raadsleden lastig om de voortgang op de uitvoering van de jeugdhulp te monitoren. Met andere woorden, de voortgang op het jeugddomein is op basis van de huidige inrichting van de informatievoorziening niet duidelijk door het gebrek aan samenhang. De raad ontvangt vanuit de P&C-cyclus, maar ook vanuit de H10 doorgaans alle benodigde informatie. Ook buiten de P&C-cyclus om wordt er veel informatie gedeeld.
Op dit vlak lijkt er geen vaste systematiek te zijn. Er zijn een aantal periodieke evaluaties (zoals de Staat van Delft) uitgebracht over in hoeverre doelen uit het bestuursprogramma zijn behaald, maar over de informatievoorziening rondom de ontwikkelingen in de uitvoering, zijn geen verdere afspraken gemaakt. Op het vlak van de H1o zijn er wel afspraken gemaakt samen met de andere gemeenten over de wijze en het moment van informeren. In Delft wordt met de BOB-systematiek gewerkt waarbij er eerst laagdrempelig informatie wordt gedeeld voor de beeldvorming, dan hierover wordt teruggekoppeld in de commissievergadering voor een oordeelsvorming en vervolgens in de raadsvergadering een besluit wordt genomen. Uit de gesprekken komt naar voren dat een groot deel van de informatievoorziening en -deling wordt gerealiseerd aan de hand van informele bijeenkomsten met de gemeenteraad. Raadsleden krijgen daarbij in een vroeg stadium voldoende informatie en ruimte voor het stellen van verdiepende vragen. Dit kan bijvoorbeeld tijdens tafeltjesavonden en de Werkgroep Sociaal Domein. Uit gesprekken blijkt dat de beeldvormende bijeenkomsten goed bezocht worden door raadsleden. De verkregen informatie wordt doorgaans als helder en eenduidig ervaren, met name omdat in de informele sfeer veel toelichting plaatsvindt.
Dit wordt ook als verklaring gegeven voor het feit dat er, vergeleken met de andere gemeenten in de H10, weinig moties en amendementen worden ingediend door de gemeenteraad in Delft. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat de raad nog onvoldoende zicht heeft op wat er in de H10 en dan met name het Bestuurlijk Overleg Jeugd (BOJ) wordt besproken en wat er met de input van de raad wordt gedaan bij de vorming van het beleid. Op dit vlak is er een duidelijke wens van de raad om meer terugkoppeling te ontvangen over de stand van zaken en de ontwikkelingen.
11
De beleidsdoelstellingen en indicatoren zijn vastgelegd in een viertal documenten: • Het regionale beleidsplan ‘Mogelijk maken wat nodig is’ - Jeugdhulp regio Haaglanden • Inkoopstrategie Haaglanden 2020-2024 • Jeugdpreventiebeleid ‘Jeugd nu en straks’ • Bestuursprogramma
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
34
Om de samenwerking tussen raadsleden in de H10 te verbeteren is in 2019 een ‘Startbijeenkomst Verbetering samenwerking gemeenteraden H10-gemeenten in jeugdhulp’ georganiseerd. Na afloop van deze bijeenkomst is een platform opgericht waar raadsleden informatie, zienswijzen, moties, amendementen, technische vragen en signalen met elkaar konden uitwisselen. Ook is er ingezet op een betere samenwerking tussen griffies om informatie uit te wisselen. Tijdens een vervolgbijeenkomst is ook de informatiepositie van de gemeenteraden aan bod gekomen. Gezamenlijk hebben de raden vier verbeterpunten geformuleerd: • Breng de griffies beter in positie. • Investeer in het gesprek langs de (partij)politieke lijn. • Investeer in het gesprek tussen raden onderling. • Stel als gemeenteraden een gezamenlijke commissie in. Er bestaat ook een Whatsappgroep voor het H10 Platform die veel door raadsleden wordt gebruikt. Ieder gemeenteraadslid in de H10 kan hierbij aansluiten om informatie, zienswijzen, moties, amendementen, technische vragen en signalen uit te wisselen. De Whatsappgroep draagt bij aan een goede samenwerking met raadsleden uit andere gemeenten in de H10.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
35
9. Beoordeling verstrekte informatie In dit hoofdstuk gaan we in op de manier waarop de gemeente Delft in staat is geweest om haar kaderstellende, sturende en controlerende verantwoordelijkheden waar te maken. Ook wordt beoordeeld in welke mate de gemeenteraad zelf actief invulling heeft gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden. In dit hoofdstuk komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde:
De daarbij geldende normen zijn:
5.
Tijdigheid Naar mening van de raadsleden: • Is de informatie actueel? • Is de informatie tijdig aangeboden aan de raad? • Sluit de informatie aan op eerdere rapportages, nota’s en dergelijke?
Is de informatieverstrekking volgens de raad voldoende geweest in termen van: • tijdigheid • juistheid • volledigheid
Juistheid Naar mening van de raadsleden: • Is de informatievoorziening aan de gemeenteraad juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar)? Volledigheid Naar mening van de raadsleden: • Sluit de informatie aan op de informatiebehoefte van de gemeenteraad? • Is er voldoende reikwijdte (beslaat de informatie verschillende perspectieven en beleidsterreinen)? • Heeft de informatie het juiste detailniveau (maken van vertaling naar het niveau van een lekenbestuur)? 6.
Op welke wijze heeft de gemeenteraad van Delft zelf invulling gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden?
●
De gemeenteraad heeft het college van B&W bevraagd op de mate waarin de doelen gerealiseerd worden.
9.1
Is de informatieverstrekking volgens de raad voldoende geweest in termen van tijdigheid, juistheid en volledigheid? Voor het beantwoorden van deze vraag is de raad zelf bevraagd naar hun oordeel ten aanzien van de informatie, in de vorm van een online vragenlijst en een groepsgesprek. De online vragenlijst is door zestien raadsleden en commissieleden ingevuld en de resultaten hieruit geven dus een indicatief beeld. In het groepsgesprek met de raad zijn de resultaten van de vragenlijst besproken en is hier op doorgevraagd. Tijdigheid Als het gaat om de tijdigheid van de informatie kan dit in een aantal onderdelen worden opgesplitst, zoals actualiteit en het op tijd zijn. Uit de enquête en het groepsgesprek komt naar voren dat de meeste raadsleden zowel de tijdigheid (wanneer komt de informatie) en de actualiteit (hoe oud zijn de gegevens) als voldoende beschouwen. Ook als het gaat om consistentie van de informatie (het laten aansluiten van de informatie op eerdere nota’s) wordt als voldoende beschouwd.
Figuur 3
Tijdigheid en consistentie van de informatie
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
36
Toch zijn er ook raadsleden die aangeven dat ze sommige stukken (met name vanuit de H10) te laat ontvangen en daardoor niet genoeg tijd hebben om de behandeling voor te bereiden. Daarbij wordt wel opgemerkt dat dat meer in zijn algemeenheid geldt voor alle informatie die zij ontvangen. Raadsleden die deelnemen aan de Werkgroep Sociaal Domein geven juist aan dat zij niet het gevoel hebben informatie laat te ontvangen. Juistheid Er is in het gesprek met de raad en in de online vragenlijst ook gevraagd in hoeverre de informatie betrouwbaar is en geen fouten kent. Uit figuur 4 komt naar voren dat slechts een klein deel van de raad op dit aspect twijfels heeft. Het is verder niet geduid waar deze twijfels vandaan komen. In zijn algemeenheid wordt er juist vertrouwen gesteld in de juistheid van de aangeleverde informatie. Figuur 4
Juistheid van de informatie
Volledigheid Ten slotte is als het gaat om de beoordeling van de informatie gevraagd of deze ook volledig is. Opvallend is dat een meerderheid van de respondenten aangeeft niet te weten of zij alle informatie ontvangen die ze horen te ontvangen. Zo is ook in het gesprek met hen aangekaart. Ook in de ambtelijke organisatie is men zich hiervan bewust. Doordat er feitelijk sprake is van verschillende informatiestromen (H10 en lokaal) ontbreekt een overkoepelend beeld. Dit alles wordt verder bemoeilijkt door het ontbreken van centrale doelstellingen en indicatoren waardoor de raad ook niet weet waar ze op moeten sturen.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
37
Figuur 5
Volledigheid van de informatie
Informatiebehoefte In de gesprekken en de vragenlijst is ook gevraagd naar de behoefte van de raad ten aanzien van de informatievoorziening. Ongeveer de helft van de raadsleden vindt de informatie op dit moment niet goed aansluiten op hun behoeften. Uit de nadere toelichting en uit het gesprek blijkt dat veel raadsleden behoefte hebben aan: • Duidelijke overzichten van de financiën. • Een overzicht van de doelstellingen en indicatoren. • Nadere duiding van de aantallen. Hoe komt het dat er relatief veel kinderen in Delft gebruikmaken van jeugdhulp ten opzichte van Nederland? En hoe verhoudt dat zich tot de kwaliteit van de zorg? • Inzicht in risico’s en de gevolgen van bepaalde keuzes, uitgewerkt in scenario’s. • Een overkoepelend beeld van de jeugdhulp in de regio. Figuur 6 Informatiebehoefte
9.2 Op welke manier heeft de gemeenteraad van Delft zelf invulling gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden? Ten slotte is in het onderzoek gekeken in hoeverre de raad zelf invulling heeft gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak. Er is daarom ook in de vragenlijst gevraagd in hoeverre de raadsleden ervaren dat ze met de huidige informatievoorziening in positie zijn gebracht dit te doen. Het gemiddelde cijfer voor zowel het kader stellen als het controleren is een 6,3.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
38
Figuur 6
Mogelijkheid tot uitvoeren kaderstellende en controlerende taak
Politieke cultuur In veel gesprekken is aangekaart dat de raad ‘inhoudelijk gedreven ’ is in vergelijking met andere gemeenten zoals Rotterdam, waar de raad meer politiek opereert. Ondanks dat er geen harde politiek wordt bedreven op het onderwerp, is bij de meeste partijen wel politieke aandacht voor het onderwerp. De raad is over het algemeen ook erg gemotiveerd om het onderwerp inhoudelijk te doorgronden. In gesprekken is verder aangegeven dat er een goede relatie is tussen college en raad als het gaat om het delen van informatie. Er zijn korte lijnen met het bestuur en de raad wordt goed meegenomen in de ontwikkelingen op het gebied van jeugdhulp. De bestuurscultuur in Delft is volgens de geïnterviewden erg transparant en informatie wordt proactief gedeeld. Het college hecht veel belang aan het betrekken van de raad in een vroegtijdig stadium. Gebruik van instrumenten Uit de documentenstudie en de gesprekken kan opgemaakt worden dat de raad weinig gebruikmaakt van (formele) instrumenten om (bij) te sturen. Uit gesprekken die de ambtenaren hebben in de regio blijkt dat bij de andere H10-gemeenten veel vaker moties en amendementen worden ingediend.
Dit is voor een deel te verklaren door de politieke cultuur - het zijn geen middelen waar snel naar wordt gegrepen - maar een andere verklaring ligt waarschijnlijk in het feit dat er zo veel verschillende informele overleggen zijn waarin informatie wordt gedeeld. Ook de proactieve wijze van informeren vanuit het college draagt hier waarschijnlijk aan bij. Daarnaast komt uit gesprekken naar voren dat de raad ook meer begrip heeft voor het feit dat beleid samen met de H10gemeenten wordt gemaakt. De H10 wordt in Delft meer gezien als verlengd openbaar bestuur. Op basis van de documentenstudie komt naar voren dat op het gebied van Jeugd niet veel raadsvragen zijn gesteld. Ook als het gaat om informele bijeenkomsten zoals de tafeltjesavonden, zijn er beperkt vragen gesteld op het gebied van Jeugd, zeker als dat vergeleken wordt met bijvoorbeeld de Wmo. Uit de interviews komt naar voren dat het onderwerp misschien te complex en majeur is, maar ook te ver weg van hen af staat. Tijdens Sociaal Domein avonden kan de Wmo doorgaans op meer aandacht rekenen. Doelen en kaders stellen Meerdere respondenten (buiten de raad) hebben aangegeven dat als het gaat om de inrichting van de (lokale) jeugdhulp, de raad wel meer op de voorgrond mag treden, door duidelijke doelen en kaders te stellen. Er worden vanuit de gemeente op dit moment met verschillende
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
39
uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein gesprekken gevoerd over wat de belangrijkste uitdagingen zijn op de korte en lange termijn. Een belangrijke vraag die daarbij op tafel ligt is het inzichtelijk maken van de uitdagingen middels doelen en (prestatie-)indicatoren. De indicatoren moeten iets zeggen over wat de gemeente wil bereiken; er moeten daarbij niet alleen outputindicatoren geformuleerd worden, maar ook outcome-indicatoren (effect). De organisatie is op dit moment op zoek naar een kader waarmee straks gekeken kan worden of aan het einde de goede dingen zijn gedaan. Ook op dat vlak zou de raad meer input kunnen leveren, niet door er over te debatteren, maar vooral door mee te denken. 9.3 Samenvatting van bevindingen ten aanzien van de verstrekte informatie Als het gaat om de tijdigheid van de informatie dan komt uit de enquête en het groepsgesprek naar voren dat de meeste raadsleden zowel de actualiteit als het aansluiten van de informatie op eerdere nota’s als voldoende beschouwen. Er is ook gevraagd in hoeverre de informatie betrouwbaar is en geen fouten kent. Slechts een klein deel van de raad heeft op dit aspect twijfels. Het is verder niet geduid waar deze twijfels vandaan komen. In zijn algemeenheid wordt er vertrouwen gesteld in de juistheid van de aangeleverde informatie.
Opvallend is verder dat wanneer het gaat om de de volledigheid van de informatie dat de meeste raadsleden aangeven niet te weten of ze alles ontvangen. Ambtelijk is men zich hiervan bewust. Doordat er feitelijk sprake is van verschillende informatiestromen (H10 en lokaal) ontbreekt een overkoepelend beeld. Dit alles wordt verder bemoeilijkt door het ontbreken van centrale doelstellingen en indicatoren waardoor de raad ook niet weet waar ze op moeten sturen. Ongeveer de helft van de raadsleden vindt de informatie op dit moment niet goed aansluiten op hun behoeften. Uit de nadere toelichting en uit het gesprek blijkt dat raadsleden met name behoefte hebben aan: • Een duidelijk overzicht van de financiën. • Een overzicht van de doelstellingen en indicatoren. • Nadere duiding van de aantallen. Hoe komt het dat er relatief veel kinderen zijn in Delft die gebruikmaken van jeugdhulp ten opzichte van Nederland? En hoe verhoudt dat zich tot de kwaliteit van de zorg? • Inzicht in risico’s en de gevolgen van bepaalde keuzes, uitgewerkt in scenario’s. • Een overkoepelend beeld van de jeugdhulp in de regio. Er is ook gekeken naar de vraag in hoeverre de raad invulling heeft gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende taak. Uit gesprekken komt naar voren dat de raad in Delft over het algemeen erg gemotiveerd is om het te snappen en haar huiswerk goed doet.
Ondanks dat er geen harde politiek wordt bedreven op het onderwerp, is er bij de meeste partijen wel aandacht voor. Er bestaat een goede verstandhouding tussen raad en college waarin de lijnen kort zijn en er proactief informatie wordt gedeeld. Het college hecht veel belang aan het betrekken van de raad in een vroegtijdig stadium. Uit de documentenstudie en de gesprekken kan opgemaakt worden dat de raad weinig gebruikmaakt van (formele) instrumenten om (bij) te sturen. Bij andere gemeenten in de regio worden doorgaans meer moties en amendementen ingediend. Dit lijkt voor een deel verklaarbaar door de politieke cultuur, maar uit gesprekken blijkt dat de verschillende informele overleggen (zoals de werkgroep Sociaal Domein) en de proactieve manier van informatiedeling hier ook aan bijdragen.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
40
Op basis van de documentenstudie moet ook worden vastgesteld dat op het gebied van Jeugd niet veel raadsvragen zijn gesteld. Ook als het gaat om informele bijeenkomsten zoals de tafeltjesavonden, zijn er weinig vragen op het gebied van Jeugd. Als het gaat om de (lokale) inrichting van de jeugdhulp kan de raad wel meer op de voorgrond treden, door duidelijke doelen en kaders te stellen. De organisatie is op dit moment op zoek naar een kader waarmee straks gekeken kan worden of aan het einde de goede dingen zijn gedaan. Ook op dat vlak zou de raad meer input kunnen leveren, niet door er over te debatteren, maar vooral door mee te denken, ook over de juiste indicatoren.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
41
Bijlage 1 Normenkader Onderzoeksvraag
Norm
1. Hoe is de gemeenteraad van Delft in de periode tot 1 januari 2015 geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdhulp?
•
2. Zijn de kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college met elkaar afgesproken hebben ten aanzien van de jeugdhulp en de transformatie van jeugdhulp (beleidsplan, beleidsregels, verordeningen) voldoende concreet geformuleerd, met eenduidige en meetbare doelen?
•
•
•
De gemeenteraad is in de periode voor 2015 tijdig, voldoende en juist geïnformeerd over de voortgang van de voorbereiding op de transitie, op de volgende onderwerpen: ○ financieel ○ inrichting van de toegang ○ inrichting van de inkoop ○ risico’s ■ financieel ■ kwaliteit De gemeenteraad heeft input geleverd bij de totstandkoming van de doelen voor de inrichting en uitvoering van jeugdhulp in Delft, oftewel de gemeenteraad heeft kaders meegegeven. De kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college van B&W hebben afgesproken in beleidsplannen en beleidsregels zijn overeenkomstig de wensen en behoeften van de raad op dat moment. Beleidsambities zijn vertaald naar meetbare doelen en resultaten.
3. Hoe is de gemeenteraad van Delft vanaf 1 januari 2015 geïnformeerd over de ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp in deze gemeente? Hierbij dient aandacht te worden besteed aan de volgende aspecten: • Is er sprake van een vaste systematiek? • Wordt deze systematiek in de praktijk uitgevoerd? • Is deze systematiek in de loop der jaren aangepast? • Welke documenten zijn er, op jaarbasis, aan de gemeenteraden verstrekt?
•
4. Op welke wijze zijn de aan de gemeenteraad verstrekte documenten door deze raad (waaronder ook raadscommissies) behandeld?
●
5. Is de informatieverstrekking volgens de raad voldoende geweest in termen van: • tijdigheid • juistheid • volledigheid?
Tijdigheid Naar mening van de raadsleden: • Is de informatie actueel? • Is de informatie tijdig aangeboden aan de raad? • Sluit de informatie aan op eerdere rapportages, nota’s en dergelijke?
• •
Het college van B&W heeft een systematiek opgesteld om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp. Bij de vormgeving van deze systematiek is rekening gehouden met de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Het college van B&W voert deze systematiek in de praktijk ook uit om de gemeenteraad te informeren. Aanpassingen van de systematiek/afspraken zijn in afstemming met de gemeenteraad doorgevoerd.
Hier is geen norm voor, antwoord op deze vraag is beschrijvend van aard. Wel kan gekeken worden of de stukken zijn geagendeerd, besproken, geamendeerd enzovoorts.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
42
Juistheid Naar mening van de raadsleden: • Is de informatievoorziening aan de gemeenteraad juist (de informatie kent geen fouten en is betrouwbaar)? Volledigheid Naar mening van de raadsleden: • Sluit de informatie aan op de informatiebehoefte van de gemeenteraad? • Is er voldoende reikwijdte (beslaat de informatie verschillende perspectieven en beleidsterreinen)? • Heeft de informatie het juiste detailniveau (maken van vertaling naar het niveau van een lekenbestuur)? 6. Op welke wijze heeft de gemeenteraad van Delft zelf invulling gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden?
●
De gemeenteraad heeft het college van B&W bevraagd op de mate waarin de doelen gerealiseerd worden.
7. Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om de informatievoorziening aan de gemeenteraad in Delft over de ontwikkelingen in de jeugdhulp te versterken?
●
Hiervoor bestaat in het beginsel geen norm, dit zal uit het onderzoek moeten blijken.
8. Welke aanbevelingen kunnen worden gedaan om de sturende en controlerende verantwoordelijkheden van de gemeenteraad met betrekking tot de jeugdhulp te versterken?
●
Hiervoor bestaat in het beginsel geen norm, dit zal uit het onderzoek moeten blijken.
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
43
Bijlage 2 Bestudeerde documenten Jaar
Stukken
2014
Gemeente Delft 1. 3620330 Brief college inzake Staat van Delft 2014-2018 2. College van B&W Uitvoeringsprogramma jeugdhulp 2014 3. WMO-raad Delft Jaarverslag 4. College van B&W innovatieagenda jeugdhulp Haaglanden februari 2014 5. Motie gemeentelijke ombudsman zorg en jeugdhulp 27 november 2014 6. Financiële stukken gemeente Delft 7. Coalitieakkoord 2014-2018 8. Bestuursprogramma 2014-2018 9. Jaarstukken 10. Accountantsverslag Regio Haaglanden 11. Jaarwerkplan bureau jeugdhulp Haaglanden 2014 12. Gemeenschappelijke regeling Inkoopbureau november 2014 13. Factsheet jeugd juni 2014 14. Gewijzigde Concept-Gemeenschappelijke regeling Inkoopbureau H-10 november 2014 15. Innovatieagenda jeugdhulp Haaglanden januari 2014
2015
Gemeente Delft 1. Jaarverslag-Wmo-raad-Delft-2015 2. Aanbieden begroting 2015-2018, bestuursprogramma 2014-2018 3. Gemeente Delft. Raadsvoorstel. 10-02-2015 Regiovisie Huiselijk Geweld Kindermishandeling 4. Nota verordening jeugdhulp gemeente Delft 2015 5. Verordening van de gemeenteraad van de verordening jeugdhulp gemeente Delft 2015) 6. Beleidsregels Jeugdhulp, maart 2015 7. Gemeente Delft. Raadsvoorstel 26-05-2015 Inkoopplan Jeugdhulp Delft 2016 8. College van B&W regionale samenwerking rondom inkoop Jeugd (H10) en inkoop Wmo (H4) 9. Jaarstukken 10. Accountantsverslag Regio Haaglanden 11. Regionaal Uitvoeringsprogramma 2015 Jeugdhulp Haaglanden 12. Strategische visie informatievoorziening 2015-2017 Regio Haaglanden-Jeugdhulp 13. Wijziging Gemeenschappelijke regeling Inkoopbureau H-10 juli 2015
2016
Gemeente Delft 1. Uitvoeringsprogramma Sociaal domein 2016-2020 2. BDO Accountantsverslag 2016 Gemeente Delft 3. Gewijzigd raadsvoorstel inzake jaarstukken 2016 (aangepaste stukken versie 30 mei) 4. Kadernota en stukken commissiebehandeling EFB 5. Jaarstukken 6. Accountantsverslag
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
44
Regio Haaglanden 7. RIS281756 bijlage Regio Haaglanden Inkoopkader Jeugdhulp 2016-2017 8. H10 Inkoopbureau Jaarstukken 2016
2017
Gemeente Delft 1. Kadernota 2017 Financiële positie presentatie, Kadernota Innovatie Sociaal Domein 2017-2030, deel III Basis en Reactie ASD 2. Jaarstukken 3. Accountantsverslag Regio Haaglanden 4. Raadsvoorstel inzake zienswijze conceptbegroting 2017 en jaarstukken 2015 Inkoopbureau H10 - gemeente Westland 5. Concept begrotingswijziging 2017 Inkoopbureau H10 6. H10 Inkoopbureau Jaarstukken 2017 7. Raadsvoorstel - Wijziging gemeenschappelijke regeling regionaal inkoopbureau H10 maart 2017 8. Raadsvoorstel Den Haag - jaarrekening 2017, begrotingswijziging 2018 en begroting 2019 Inkoopbureau H10
2018
Gemeente Delft 1. Coalitieakkoord 2018-2022 2. Bestuursprogramma 2018-2022 3. Annotatie griffie Programmabegroting 2018-2021 (commissie EFB) 4. Annotatie griffie Programmabegroting 2018-2021 (commissie SDW) 5. Gemeente Delft. Raadsvoorstel 22-05-2018. lnkoopstrategie 2020-2024 6. Beleidsregel materieel controleplan Jeugdwet Delft 2018 7. Kaderbrief 8. Jaarstukken 9. Accountantsverslag Regio Haaglanden 10. Kick-off Marktdialoog Resultaatgerichte Inkoop & Implementatie Jeugdhulp 2020-2024 2 november 2018 11. Presentatie H 1 0 Inkooptraject 2020-2024 12. H10 Inkoopbureau Jaarstukken 2018 13. Concept Begroting 2018 Inkoopbureau H10 14. Aanbestedingsleidraad-Jeugdhulp-Regio Haaglanden (H10) 2018 15. Regeling tot derde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling december 2018 16. Rapport Hiemstra Alternatieven inkoop jeugdhulp Gemeente Westland - 2018 17. Raadsvoorstel Den Haag - jaarrekening 2017, begrotingswijziging 2018 en begroting 2019 Inkoopbureau H10
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
45
2019
Gemeente Delft 1. Kaderbrief 2. Jaarstukken 3. Accountantsverslag 4. Jaarverslag-Delft-Support 5. Programmabegroting 2019-2020 6. Controle notitie-inkoopbureau 7. Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Delft 2019 Regio Haaglanden 8. Voorstel voor besteding Transformatiefonds Jeugdhulp 2019-2021 H10 9. H10 Inkoopbureau NIEUWSBERICHT 9 INKOOP JEUGD 24 januari 2019 10. Uitgangspuntennotitie Inkoop en bekostiging Jeugdhulp 2019 e.v. Regio Haaglanden 11. Vierde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling december 2019 12. Inloopmiddag 2019 Inloopmiddag Inkoop & implementatie resultaatgerichte jeugdhulp 2020-2024 13. 1926503 Verslag bijeenkomst raadsleden H10 regio over jeugdhulp van 5 juni 2019 14. H10 onderweg naar Sturen op resultaatgericht werken binnen jeugdhulp (mei 2019) 15. Concept begroting 2020 Inkoopbureau H10 16. Uitnodiging Raadsledenbijeenkomst over Regiovisie Jeugdhulp d.d. 26 november 2020 17. 18 september 2019 Bijeenkomst platform H-10 jeugd in Zoetermeer 18. 5 juni 2019 Startbijeenkomst Verbetering samenwerking gemeenteraden H10 gemeente in jeugdhulp
2020
Gemeente Delft 1. 2029642 College van B en W - Staat van Delft 2020 2. Verordening Jeugdhulp 2020 3. 2041805 College van B en W - actieplan Sociaal Domein 2.0 Uitnodiging Regio Haaglanden 4. Raadsledenbijeenkomst over Regiovisie Jeugdhulp d.d. 26 november 2020
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
46
Bijlage 3 Lijst van gevoerde gesprekken Organisatie/functie/rol Verantwoordelijke portefeuillehouder Afvaardiging van de gemeenteraad Raadsgriffier Commissiegriffier Directeur Samenleving en Veiligheid Senior adviseur Jeugd Programmeur/ambtelijk opdrachtgever Jeugd en Onderwijs
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
47
Bijlage 4 Vragenlijst raadsleden Inrichting van de informatievoorziening Vraag 1: In hoeverre heeft u als raadslid het idee dat u met de huidige inrichting van de informatievoorziening uw kaderstellende taak kunt uitvoeren? NB Dit gaat om de inrichting van de informatievoorziening: de wijze waarop u informatie ontvangt. Schaalscore 1 t/m 10: 1 2 ◯
◯
1 = zeer slecht, 10 = zeer goed 3 4 5 6 7
8
9
10
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
Vraag 2: In hoeverre heeft u als raadslid het idee dat u met de huidige inrichting van de informatievoorziening uw controlerende taak kunt uitvoeren? NB Dit gaat om de inrichting van de informatievoorziening: de wijze waarop u informatie ontvangt. Schaalscore 1 t/m 10: 1 2 ◯
◯
1 = zeer slecht, 10 = zeer goed 3 4 5 6 7
8
9
10
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
Vraag 3: Kunt u uw bovenstaande antwoorden toelichten?
Vraag 4: Is de informatie volledig? Ja ◯
Nee
Weet ik niet
◯
◯
Vraag 5: Mist u iets in de informatievoorziening? ◯ Terugkoppeling op doelstellingen ◯ Mondelinge terugkoppeling vanuit het college ◯ Overzichten van aantallen ◯ Duidelijk overzicht van de financiën ◯ Inzicht in de cliëntervaring ◯ Overzicht van indicatoren ◯ Inzicht in de praktijkervaring van professionals ◯ Analyse en duiding van informatie
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
48
◯ Bijeenkomsten waar de uitvoeringspraktijk wordt besproken (bijvoorbeeld een raadsinformatiebijeenkomst, een gesprek met zorgaanbieders, terugkoppeling vanuit de toegang) ◯ N.v.t. (informatie is compleet genoeg om mijn oordeel op te baseren) Vraag 6: Hoe beoordeelt u de behandeling van de verstrekte informatie? Schaalscore 1 t/m 10: 1 = zeer slecht, 10 = zeer goed 1 2 3 4 5 6 7 ◯
◯
◯
◯
◯
◯
◯
8
9
10
◯
◯
◯
Vraag 7: Kunt u uw bovenstaande antwoord(en) toelichten en daarin aangeven wat u daarin eventueel mist?
Beoordeling van informatie Vraag 8: Kunt u aangeven hoe u de volgende aspecten beoordeelt ten aanzien van de informatie die u ontvangt over de uitvoering van de jeugdhulp? Aspect/score
Ruim voldoende
Voldoende
Neutraal
Onvoldoende
Ruim onvoldoende
Tijdigheid
De actualiteit van de informatie De tijdigheid van de informatie
De aansluiting van de informatie op eerdere nota’s en informatie
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
49
Juistheid
De informatie kent geen fouten
De informatie is betrouwbaar
Volledigheid
De informatie sluit aan op de behoefte van de raad De reikwijdte van de informatie (beslaat de informatie en perspectieven van aanpalende beleidsterreinen) De informatie heeft het juiste detailniveau
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
50
Vraag 9: Wilt u dit toelichten op een of meerdere aspecten? Open antwoord: Tijdigheid:
Juistheid:
Volledigheid:
Verbeterpunten Vraag 10: Wat kan er volgens u worden verbeterd ten aanzien van de informatievoorziening? Waar ziet u ruimte voor verbetering?
Vraag 11: Waar heeft u behoefte aan? Wat ontbreekt er volgens u?
INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP
51