CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport DRK - Informatievoorziening Jeugdzorg Delft

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van de voorzitter van de commissie SDW aan de raad inzake rapport Delftse Rekenkamer ‘Informatievoorziening Jeugdzorg’ (nr. 2138727)16.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDZORG

De Delftse Rekenkamer Juli 2021

Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen. De bestuurlijke nota betreft een beknopte samenvatting van het onderzoek , conclusies, aanbevelingen en de bestuurlijke reactie. De nota van bevindingen betreft de rapportage over het integrale onderzoek. Daarin treft u de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen. Ook wordt hierin kort uiteengezet wat de strekking en reikwijdte is van de Jeugdwet en welke taken daar voor de gemeente uit voortkomen. Naast dit onderzoek naar de informatievoorziening heeft De Delftse Rekenkamer (DRK) ook geparticipeerd in een gezamenlijk rekenkameronderzoek van de in H10-verband samenwerkende gemeenten naar de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg. Beide onderzoeken worden gelijktijdig aan de gemeenteraad aangeboden en hangen dus met elkaar samen.

Informatievoorziening Jeugdzorg

BESTUURLIJKE NOTA

Informatievoorziening Jeugdzorg

Inhoud 1.

Aanleiding van het onderzoek ....................................................................................................... 3

2.

Doel van het onderzoek ................................................................................................................. 4

3.

Conclusies ....................................................................................................................................... 5

4.

Aanbevelingen ................................................................................................................................ 7

5.

Bestuurlijke reactie ......................................................................................................................... 8

Informatievoorziening Jeugdzorg

2

1. Aanleiding van het onderzoek De DRK heeft onderzocht hoe de raad wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen in de jeugdzorg. De uitvoering van de jeugdzorg staat sinds de decentralisatie van deze taak aan de gemeenten per 1 januari 2015 permanent in de belangstelling. Gemeenten zijn nu verantwoordelijk voor de zorg aan kinderen, jongeren en hun ouders bij alle denkbare opgroei- en opvoedproblemen. Gemeenten bepalen zelf hoe zij het jeugdzorgsysteem inrichten. Zij organiseren onder andere naar eigen inzicht de toegang tot de jeugdzorg, soms samen met andere gemeenten. Ook kopen gemeenten individueel of gezamenlijk zorg in bij instellingen voor jeugd- en opvoedzorg. Bij aanvang van de decentralisatie bestond grote belangstelling of gemeenten deze nieuwe en maatschappelijk belangrijke verantwoordelijkheid aankonden. Gaandeweg bleek dat de kosten voor de uitvoering van de jeugdzorg toenamen, met de nodige gevolgen voor de financiële situatie van gemeenten. Het belang van (inrichting en uitvoering van) de jeugdzorg rechtvaardigt op zichzelf al dat de gemeentelijke organisatie aandacht besteedt aan het adequaat informeren van de gemeenteraad, zodat de raad de kaderstellende en controlerende verantwoordelijkheid kan waarmaken. De stijgende uitgaven hebben het belang van een goede informatievoorziening alleen maar versterkt.

Voor u ligt het bestuurlijk rapport van het DRK-onderzoek naar de informatievoorziening over de jeugdzorg. Dit rapport bevat de aanleiding, vraagstelling, conclusies en aanbevelingen van dit onderzoek. In de nota van bevindingen zijn de uitgebreide beantwoording van de onderzoeksvragen en onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Gezamenlijk onderzoek van gemeentelijke rekenkamers in Haaglandenverband Naast dit onderzoek naar de informatievoorziening over de jeugdzorg onderzocht de DRK ook de ontwikkeling van de kosten in de jeugdzorg. Dat onderzoek heeft de DRK samen met andere rekenkamers in Haaglanden-verband gedaan, omdat een belangrijk deel van de uitvoering van de jeugdzorg van Delft is ondergebracht in een regionaal samenwerkingsverband, kortweg aangeduid als de H10-gemeenten. Dit onderzoek geeft inzicht in de ontwikkelingen van de uitgaven voor jeugdzorg die via het H10servicebureau lopen en de uitgaven die door de afzonderlijke gemeen-ten worden bekostigd. Het laat zien dat sinds de decentralisatie van de jeugdzorg de uitgaven zijn toegenomen, zowel op het niveau van de H10-gemeenten gezamenlijk als op het niveau van de afzonderlijke gemeenten1.

1

Deze bevinding is in lijn met eerder landelijk onderzoek dat in opdracht van de VNG door AEF is uitgevoerd. Zie hiervoor; AEF: Stelsel in Groei, Een onderzoek naar de financiële tekorten in de Jeugdzorg. Utrecht, 2020.

Informatievoorziening Jeugdzorg

2

2. Doel van het onderzoek De Delftse Rekenkamer heeft de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: In hoeverre is de gemeenteraad van Delft met de verstrekte informatie in staat geweest zijn kaderstellende en controlerende taak rond de jeugdzorg uit te voeren? Dit is uitgewerkt in de volgende deelvragen: Inrichting van de informatievoorziening 1. Hoe is de gemeenteraad van Delft tot 1 januari 2015 geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdzorg? 2. Zijn de kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college met elkaar afgesproken hebben voor de jeugdzorg en de transformatie daarvan (beleidsplan, beleidsregels, verordeningen) voldoende concreet geformuleerd, met eenduidige en meetbare doelen? 3. Hoe is de gemeenteraad van Delft vanaf 1 januari 2015 geïnformeerd over de keuzes en ontwikkelingen in de uitvoering van het jeugdzorgbeleid? Met als aandachtspunten: • Is er een vaste systematiek van informatievoorziening? • Wordt deze systematiek toegepast? • Is deze systematiek aangepast? • Welke documenten zijn er aan de gemeenteraad verstrekt? 4. Hoe zijn de aan de gemeenteraad verstrekte documenten door de raad (waaronder ook raadscommissies) behandeld? Beoordeling van verstrekte informatie 5. Is de informatieverstrekking in de ogen van de gemeenteraad voldoende in termen van: • tijdigheid; • juistheid; en • volledigheid? 6.

Hoe gaf de gemeenteraad van Delft invulling aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden? Het onderzoek geeft inzicht in de informatievoorziening aan de raad over de uitvoering en inrichting van de jeugdzorg. Daarvoor zijn de informatiestromen in beeld gebracht. Daarnaast is bij raadsleden getoetst hoe zij deze informatie beoordelen en of zij daarmee hun kaderstellende en controlerende taak goed kunnen vervullen. Het onderzoek is gericht geweest op de informatievoorziening vanuit het college van B&W in de periode 2013 tot en met 2020. BMC heeft dit onderzoek uitgevoerd.

Informatievoorziening Jeugdzorg

3

3. Conclusies Op basis van de bevindingen, zoals uitgebreid beschreven in het onderzoeksrapport komt de Delftse Rekenkamer tot de volgende inzichten en conclusies. Conclusies over de inrichting van de informatievoorziening Vraag 1 Hoe is de gemeenteraad van Delft in de periode tot 1 januari 2015 geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdzorg? De gemeenteraad van Delft is overwegend goed geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdzorg. Vraag 2

Zijn de kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college met elkaar afgesproken hebben voor de jeugdzorg en de transformatie van jeugdzorg (beleidsplan, beleidsregels, verordeningen) voldoende concreet geformuleerd, met eenduidige en meetbare doelen? De afgesproken kaders voldoen aan basisvereisten (vooral wat juridische uitgangspunten betreft), maar zijn weinig concreet. De kaders verschaffen weinig duidelijkheid over de samenhang tussen lokale en regionale beleidsambities.

Vraag 3

Hoe is de gemeenteraad van Delft vanaf 1 januari 2015 geïnformeerd over de keuzes en ontwikkelingen in de uitvoering van het jeugdzorgbeleid? Met als aandachtspunten: • Is er een vaste systematiek van informatievoorziening? • Wordt deze systematiek toegepast? • Is deze systematiek aangepast? • Welke documenten zijn er aan de gemeenteraad verstrekt? De gemeenteraad wordt sinds 1 januari 2015 goed geïnformeerd over de ontwikkelingen in het jeugdzorgbeleid. Er is geen vaste systematiek van informatievoorziening. Er is veel informeel overleg en afstemming, een wijze van informeren die door alle betrokkenen wordt gewaardeerd. Een overzicht van verstrekte documenten staat in het onderzoeksrapport.

Vraag 4

Hoe zijn de aan de gemeenteraad verstrekte documenten door deze raad (waaronder ook raadscommissies) behandeld? Volgens alle betrokkenen worden er voldoende documenten aan de raad verstrekt en worden die zowel informeel, als formeel - in de raadscommissie - voldoende behandeld.

Toelichting De gemeenteraad van Delft is in de periode van 2013 tot 1 januari 2015 adequaat geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdzorg door het college van B&W. Daarbij is aandacht besteed aan financiën, de inrichting van de toegang, de inrichting van de inkoop en de risico’s van de transformatie. Per 1 januari 2015 zijn er juridische kaders opgesteld in de verordening en inhoudelijke kaders in beleidsstukken. Er is weinig verbinding tussen het lokale beleid en de regionale prioriteiten. De voor jeugdzorg geformuleerde doelen zijn voor een groot deel algemeen, zoals ‘doen wat nodig is’. De doelstellingen in de regionale plannen zijn weinig concreet geformuleerd en niet (duidelijk) vertaald naar lokale (beleids)plannen. De raad heeft evenmin aangedrongen op concretere doelen en indicatoren.

Informatievoorziening Jeugdzorg

4

Er is weinig samenhang tussen de doelen in de verschillende beleidsstukken: in de beleidsstukken zijn doelen benoemd zonder dat die onderling zijn verbonden. Doordat de doelen over verschillende beleidsonderdelen variëren en los van elkaar worden gepresenteerd in verschillende beleidsvoorstellen, is het voor raadsleden lastig om de voortgang op de uitvoering van de jeugdzorg in samenhang te beoordelen. Vanuit zowel de eigen P&C-cyclus als vanuit het H10-samenwerkingsverband ontvangt de raad informatie over jeugdzorg. Daarnaast zijn er periodieke evaluaties (zoals de Staat van Delft). De informatie-momenten en informatietypen zijn niet gestructureerd in een vaste systematiek met een formele status. Er bestaan daarvoor geen concrete afspraken. Als het gaat om het H1o-servicebureau zijn er - samen met de andere gemeenten - wel afspraken gemaakt over de wijze en het moment van informeren. Een groot deel van de informatievoorziening en -deling komt tot stand in informele bijeenkomsten tussen de wethouder en de gemeenteraad. Een voorbeeld hiervan zijn de tafeltjesavonden met de Werkgroep Sociaal Domein. Deze beeldvormende bijeenkomsten worden doorgaans goed bezocht door raadsleden. De verkregen informatie tijdens bijeenkomsten wordt overwegend als helder en eenduidig ervaren.

Het geeft raadsleden naar eigen zeggen de mogelijkheid om in een vroeg stadium voldoende informatie te verzamelen en verdiepende vragen te stellen. Dit wordt ook als verklaring gegeven voor het feit dat er - vergeleken met de andere gemeenten in de H10 weinig moties en amendementen worden ingediend door de gemeenteraad van Delft. Om de samenwerking tussen raadsleden in de H10-gemeenten te verbeteren is in 2019 een H10platform opgericht waar raadsleden informatie, zienswijzen, moties, amendementen, technische vragen en signalen met elkaar kunnen uitwisselen. Vanuit dit initiatief is verder ingezet op een betere samenwerking tussen griffies rondom informatie-uitwisseling. Er bestaat ook een WhatsApp-groep voor het H10-platform. Hierin wisselen raadsleden onderling informatie, zienswijzen, moties, amendementen, technische vragen en signalen met elkaar uit. Deze WhatsApp-groep wordt veel door de Delftse raadsleden gebruikt. Conclusies over de verstrekte informatie Vraag 5 Is de informatieverstrekking in de ogen van de gemeenteraad voldoende in termen van: • tijdigheid • juistheid • volledigheid De Delftse raadsleden vinden de informatieverstrekking voldoende in termen van tijdigheid, juistheid en volledigheid. Vraag 6

Hoe gaf de gemeenteraad van Delft invulling gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden? De Delftse raadsleden geven enthousiast en betrokken invulling aan hun verantwoordelijkheden ten aanzien van jeugdzorg. Dit gebeurt vooral door (informeel) overleg met het college en minder door inzetten van formele raadsinstrumenten zoals moties, amendementen of schriftelijke vragen.

Informatievoorziening Jeugdzorg

5

Toelichting Voor dit onderdeel is de raad gevraagd naar zijn oordeel over de informatie. Als het gaat om de tijdigheid van de informatie, vinden de meeste raadsleden zowel de actualiteit als het aansluiten van de informatie op eerdere nota’s voldoende. In zijn algemeenheid is er vertrouwen in de juistheid van de aangeleverde informatie. Met betrekking tot de volledigheid van de informatie weet een meerderheid van de raadsleden niet of ze alles ontvangen overeenkomstig de globale afspraken die daarover bestaan tussen raad en college. Door de verschillende informatiestromen (H10 en lokaal) ontbreekt een overkoepelend beeld. Daar staat wel tegenover dat de verschillende perspectieven van waaruit over dezelfde of nauw verwante thema’s wordt gerapporteerd, voor het wegen van informatie ook profiel geven aan die informatie. Er bestaan geen concrete en gedetailleerde afspraken over wat de raad aan informatie wil ontvangen. Weliswaar zijn er periodieke rapportages, maar deze zijn in betrekkelijk algemene termen geformuleerd. Al met al zijn de raadsleden beperkt in het sturen op basis van ‘harde cijfers en doelstellingen’. Mocht de raad dat meer en beter willen kunnen doen, dan moet de raad de eigen behoefte vaststellen en delen met het college. Ongeveer de helft van de raadsleden vindt dat de informatie niet goed aansluit op hun behoeften.

Concreet is er behoefte aan: • een overzicht van de financiën waarin ook duiding en verklaring wordt gegeven bij de cijfers zodat ook niet-financieel onderlegde raadsleden het kunnen doorgronden; • een overzicht van de doelen en indicatoren; • nadere duiding van de aantallen; • inzicht in risico’s en gevolgen van bepaalde keuzes, uitgewerkt in scenario’s; • een overkoepelend beeld van de jeugdzorg in de regio. De raadsleden zijn zeer gemotiveerd om invulling te geven aan hun kaderstellende en controlerende verantwoordelijkheden ten aanzien van jeugdzorg. In de Delftse politiek wordt op het onderwerp weliswaar geen ‘harde politiek’ bedreven, maar de meeste partijen hebben veel aandacht voor jeugdzorg. Ook is er een goede verstandhouding tussen raad en college en wordt informatie proactief gedeeld. Uit het onderzoek blijkt dat de raad doorgaans weinig gebruik maakt van (formele) instrumenten om (bij) te sturen. Bij andere gemeenten in de regio worden (veel) meer moties en amendementen ingediend. Dit lijkt voor een deel verklaarbaar door de goede verstandhouding tussen raad en college en het proactief informeren door de wethouder. De verschillende informele overleggen en bijeenkomsten (zoals de werkgroep Sociaal Domein en de tafeltjesavonden) dragen hieraan bij.

In vergelijking met andere gemeenten in het H10-gebied kan worden vastgesteld dat op het gebied van jeugdzorg weinig raadsvragen worden gesteld. De ambtelijke organisatie zoekt naar mogelijkheden om in de beleidsvoorbereiding intensiever met raadsleden van gedachten te kunnen wisselen over doelen, maar ook over indicatoren waarmee straks gekeken kan worden of uiteindelijk ‘de goede dingen worden gedaan en dingen goed worden gedaan’.

Informatievoorziening Jeugdzorg

6

4. Aanbevelingen De DRK stelt vast dat de voor Delft gebruikelijke informele werkvormen voor informatiedeling en overleg in het kader van de jeugdzorg positief worden gewaardeerd door de raad. In de huidige werkwijze is echter niet geëxpliciteerd welke informatie stelselmatig moet worden gedeeld en besproken. Door de aard van de verstrekte informatie is het momenteel niet eenvoudig voor de raad om te komen tot een samenhangende en gestructureerde sturing en overzicht van de jeugdzorg. Door het versterken van het inzicht in de samenhang van de doelen krijgt de gemeenteraad de mogelijkheid om informatie over de doelstellingen te bezien vanuit het geheel. Bovendien maakt het meer in verbinding brengen, concretiseren en prioriteren van de doelstellingen het mogelijk om de gemeenteraad in samenhang te informeren over de voortgang. Onze aanbevelingen zijn daarom: Aanbevelingen over de inrichting van de informatievoorziening 1. Voor raad en college: Continueer de informatiedeling via de informele overlegstructuren. Het delen van informatie op een laagdrempelige wijze werpt vruchten af: de raad is hier tevreden over en hoeft niet snel te grijpen naar formele sturingsinstrumenten. 2.

Voor raad en college: Benut de context van deze goed functionerende informele overlegstructuren om met elkaar te bespreken aan welke uitgangspunten de raadsinformatie moet voldoen en met welke frequentie deze informatie wordt verstrekt en besproken.2 3. Voor de raad: Bepaal of er binnen de raad behoefte is om doelstellingen te vertalen in concrete en meetbare indicatoren die systematisch en periodiek worden gemonitord, en zo ja: verzoek het college om daarvoor een voorstel aan de raad te doen. 4. Voor het college: Investeer meer in het systematisch en gestructureerd informeren van de raad. De verzameling cijfers en indicatoren die nu in verschillende stukken wordt aangeboden, biedt gefragmenteerd inzicht en maakt het niet mogelijk om goed zicht te krijgen op de mate waarin doelen behaald worden. Ook om goed te kunnen bijsturen op de uitgaven is het nodig dat de indicatoren in gezamenlijkheid worden opgesteld. 5. Voor het college: Zorg dat de informatie een overkoepelend beeld geeft over de voortgang, resultaten en effecten van de beleidskeuzes. Doe dit door meer toelichting te geven bij de indicatoren, cijfers en aantallen: geef ook het verhaal achter de cijfers.

2

Door raadsleden is in dit verband genoemd dat zij behoefte hebben gestructureerde informatieverschaffing over (de ontwikkelingen in) de kosten, de doelstellingen van het beleid en daarbij aansluitende te hanteren indicatoren, een inhoudelijke toelichting bij de ontwikkelingen in de uitvoering van het beleid, inzicht in risico’s en de gevolgen van bepaalde keuzes (eventueel uitgewerkt in scenario’s) en een overkoepelend beeld van de jeugdzorg in de regio.

Informatievoorziening Jeugdzorg

7

Samenleving

;,/fit

5. Bestuurlijke reactie

Gemeente Delft

Advies bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Internet www.delfl.nl Telefoon 14015

Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

Rekenkamer Delft rekenkamer@delft.nl

Datum

18-05-2021

Onderwerp

Rekenkameronderzoek informatievoorziening jeugd

Ons kenmerk

4559849

Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte leden van de Delftse Rekenkamer, In deze reactie gaan wij in op het bestuurlijk rapport 'Informatievoorziening Jeugdzorg' dat door de Delftse Rekenkamer op 9 april is aangeboden aan het college voor bestuurlijk wederhoor.

Aanleiding en onderzoeksopzet

Voordat we ingaan op de conclusies en aanbevelingen spreken wij hierbij onze waardering uit voor de wijze waarop de inhoudelijke onderzoeksopzet en het proces is georganiseerd voor dit lokale onderzoek naar de informatievoorziening rond het thema jeugd in gemeente Delft. Ten aanzien van hoofdstuk 1 'Aanleiding van het onderzoek' en hoofdstuk 2 'Doel van het onderzoek' hebben wij geen opmerkingen. Daarnaast is de waarderende toon van de conclusies (hoofdstuk 3) en aanbevelingen (hoofdstuk 4) bemoedigend en de inhoud herkenbaar. In deze reactie gaan we dieper in op deze hoofdstukken.

Conclusies inrichting informatievoorziening

Op basis van de deelvragen concludeert u over de inrichting van de informatievoorziening jeugdzorg dat: • De gemeenteraad van Delft in de periode tot 1 januari 2015 overwegend goed is geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdzorg; • De afgesproken kaders voldoen aan basisvereisten (vooral wat juridische uitgangspunten betreft), maar weinig concreet zijn. De kaders weinig duidelijkheid verschaffen over de samenhang tussen lokale en regionale beleidsambities; • De gemeenteraad sinds 1 januari 2015 goed wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen in het jeugdzorgbeleid. Er geen vaste systematiek is van informatievoorziening. Er veel informeel overleg en afstemming is, een wijze van informeren die door alle betrokkenen wordt gewaardeerd; • Volgens alle betrokkenen er voldoende documenten aan de raad worden verstrekt en zowel informeel, als formeel - in de raadscommissie - voldoende worden behandeld.

NOTA VAN BEVINDINGEN

Informatievoorziening Jeugdzorg

INHOUDSOPGAVE 6. Onderzoeksverantwoording ................................................................................................... 11 6.1

Hoofd- en deelvragen .................................................................................................. 11

6.2

Normenkader .............................................................................................................. 12

6.3

Onderzoeksaanpak ..................................................................................................... 12

7. De Jeugdwet ............................................................................................................................ 13 7.1

Nieuwe verantwoordelijkheden en afspraken .......................................................... 13

7.2

Wat de gemeente dient te regelen ............................................................................ 14

7.3

Landelijke ontwikkelingen en onderzoek ten aanzien van jeugdhulp ..................... 15

7.4

Regionale samenwerking ........................................................................................... 17

8. Inrichting informatievoorziening .......................................................................................... 20 8.1 Hoe is de gemeenteraad van Delft in de periode voor de decentralisatie geïnformeerd over de voorbereiding op de transitie? .......................................................... 21 8.2 Zijn de kaders en richtlijnen die de raad en het college met elkaar hebben afgesproken ten aanzien van de jeugdhulp voldoende concreet geformuleerd met eenduidige en meetbare doelen? .......................................................................................... 24 8.3 Hoe is de raad van Delft vanaf de decentralisatie geïnformeerd over de keuzes en ontwikkelingen in de uitvoering van het jeugdhulpbeleid? ................................................. 29 8.4

Op welke wijze zijn de aan de raad verstrekte documenten door de raad behandeld? 31

8.5

Samenvatting van bevindingen ten aanzien van de informatie inrichting ............. 34

9. Beoordeling verstrekte informatie ....................................................................................... 36 9.1 Is de informatieverstrekking volgens de raad voldoende geweest in termen van tijdigheid, juistheid en volledigheid? ..................................................................................... 36 9.2 Op welke manier heeft de gemeenteraad van Delft zelf invulling gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden? .......................................................... 38 9.3

Samenvatting van bevindingen ten aanzien van de verstrekte informatie ............ 40

Bijlage 1

Normenkader ......................................................................................................... 42

Bijlage 2

Bestudeerde documenten ..................................................................................... 44

Bijlage 3

Lijst van gevoerde gesprekken .............................................................................. 47

Bijlage 4

Vragenlijst raadsleden ............................................................................................ 48

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

6. Onderzoeksverantwoording Dit deel van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in de bestuurlijke nota zijn gebaseerd en kent de volgende hoofdstukindeling: • Hoofdstuk 6: Onderzoeksverantwoording • Hoofdstuk 7: De Jeugdwet • Hoofdstuk 8: Inrichting informatievoorziening • Hoofdstuk 9: Beoordeling verstrekte informatie 6.1 Hoofd- en deelvragen De Delftse Rekenkamer heeft de volgende hoofdvraag geformuleerd: In hoeverre zijn de raden met de verstrekte informatie in staat gesteld om hun kaderstellende en controlerende taak goed uit te voeren? De hoofdvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen: Inrichting van de informatievoorziening 1. Hoe is de gemeenteraad van Delft in de periode tot 1 januari 2015 geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdhulp? 2. Zijn de kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college met elkaar afgesproken hebben ten aanzien van de jeugdhulp en de transformatie van jeugdhulp (beleidsplan, beleidsregels, verordeningen) voldoende concreet geformuleerd, met eenduidige en meetbare doelen? 3.

Hoe is de gemeenteraad van Delft vanaf 1 januari 2015 geïnformeerd over de keuzes en ontwikkelingen in de uitvoering van het jeugdhulpbeleid? Hierbij is gekeken naar: • Is er sprake van een vaste systematiek van informatievoorziening? • Wordt deze systematiek in de praktijk toegepast? • Is deze systematiek in de loop der jaren aangepast? • Welke documenten zijn er, op jaarbasis, aan de gemeenteraden verstrekt? 4. Op welke wijze zijn de aan de gemeenteraad verstrekte documenten door deze raad (waaronder ook raadscommissies) behandeld? Beoordeling van verstrekte informatie 5. Is de informatieverstrekking in de ogen van de gemeenteraad voldoende in termen van: • tijdigheid • juistheid • volledigheid 6. Op welke wijze heeft de gemeenteraad van Delft zelf actief invulling gegeven aan zijn sturende en controlerende verantwoordelijkheden?

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

11

Afbakening onderzoek De focus van dit onderzoek ligt op het beoordelen van de informatievoorziening aan de gemeenteraad. De vraag die daarmee beantwoord dient te worden is op welke wijze de informatievoorziening aan de raad is ingericht en in hoeverre deze adequaat is geweest. Dit onderzoek heeft daarbij drie focuspunten: • De inrichting van de informatievoorziening vanuit de colleges van B&W in de periode 2014 tot en met 2019 (er is een doorkijk gegeven in 2020). • De beoordeling van de informatievoorziening vanuit de colleges van B&W in de periode 2014 tot en met 2019 (er is een doorkijk gegeven in 2020). • Aanbevelingen en verbeterpunten ten aanzien van de informatievoorziening in de toekomst. Bij het eerste focuspunt gaat het om de inrichting van de informatievoorziening. Hiermee worden deelvraag 1 t/m 4 beantwoord. Bij het tweede focuspunt gaat het om een beoordeling van deze informatie (deelvraag 5 en 6) en als derde wordt er gekeken naar aanbevelingen en verbeterpunten ten aanzien van de informatievoorziening (deelvraag 7 en 8). 6.2 Normenkader Om de verzamelde informatie te beoordelen en om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, is gebruikgemaakt van een normenkader. Dit kader is bij dit rapport gevoegd als bijlage 1.

6.3 Onderzoeksaanpak Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Documentenstudie Op basis van de documentenstudie zijn topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. Vragenlijst raadsleden Om zoveel mogelijk raadsleden in staat te stellen een bijdrage aan het onderzoek te leveren is er naast een documentenstudie gebruikgemaakt van een vragenlijst die is uitgezet onder alle gemeenteraden. Deze vragenlijst bevatte een beperkt aantal vragen om een grote tijdsbelasting te voorkomen. Onderwerpen die daarin aan de orde kwamen zijn: • Inrichting informatievoorziening • Actualiteit, juistheid, volledigheid van de informatie • Mogelijkheid tot goed uitoefenen van de controlerende taak • Mogelijkheid tot goed uitoefenen van de kaderstellende taak • Verbeterpunten (wat zou de raad willen zien) De vragenlijst voor raadsleden gaf input voor het tweede deel van het onderzoek, waarin we met een vertegenwoordiging van de raad een groepsgesprek hebben gevoerd (de volledige vragenlijst is opgenomen in bijlage 4). Interviews met betrokkenen Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden.

Er zijn intern gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, de verantwoordelijke portefeuillehouder en de gemeenteraad. De complete lijst van geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 3. Voor de interviews met intern en extern betrokkenen hebben we topiclijsten gehanteerd.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

12

7. De Jeugdwet In dit hoofdstuk zetten we uiteen wat de Jeugdwet behelst, welke taken de gemeente toebedeeld heeft gekregen en waar de gemeenteraad beleidsregie op kan voeren. 7.1 Nieuwe verantwoordelijkheden en afspraken Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten sinds januari 2015 verantwoordelijk voor de hulp aan en zorg voor kinderen, jongeren en hun ouders bij alle denkbare opgroei- en opvoedproblemen. De Jeugdwet heeft gezorgd voor een nieuw stelsel. Samen met de jeugdgezondheidszorg (JGZ), het jeugd-/schoolmaatschappelijk werk en de ondersteuning bij opvoeden en opgroeien is de gemeente verantwoordelijk voor bijna alle hulp aan en ondersteuning van jeugdigen en hun ouders (uitzonderingen daarop zijn somatische en langdurige zorg). Jeugdhulp wordt ingedeeld in verschillende niveaus van ondersteuning, de zogenaamde ondersteuningspiramide (zie figuur 1). Het eerste niveau betreft de algemene voorzieningen, zoals de kinderopvang, scholen, sportverenigingen, jeugdhonken, et cetera. Het tweede niveau betreft de preventie zoals vroegschoolse educatie, landelijke en lokale campagnes, welzijnswerk, of zoals in de gemeente Delft de stichting Jeugdgezondheidszorg of Kansrijke Start. De eerste twee niveaus worden tot het zogenaamde ‘voorliggend veld’ gerekend. Daarna volgen de eerstelijns voorzieningen.

Hiertoe behoren de GGD, het Team Jeugd, de huisarts, Veilig Thuis en schoolmaatschappelijk werk. De eerstelijns voorzieningen zijn belangrijk, omdat hier signalering plaatsvindt en vroegtijdig lichte hulp wordt geboden. Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/of zijn ouders.1 Er zijn op dit moment ruim 200 zorgaanbieders gecontracteerd waaruit inwoners in de gemeente Delft met een verwijzing voor jeugdhulp kunnen kiezen. Deze zorgaanbieders worden door het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (voorheen H10 inkoopbureau) gecontracteerd. De toegang tot de jeugdhulp wordt in Delft uitgevoerd door Delft Support, huisartsen, medisch specialisten en door Gecertificeerde Instellingen. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. De jeugdige of zijn/haar ouders hebben hiervoor een verwijzing van de huisarts of een besluit van Delft Support nodig. Figuur 1

Piramide jeugdhulp2 Tweedelijns voorzieningen (specialistisch e hulp) Eerstelijns voorzieningen

(vrij toegankelijk) Preventie

Algemene voorzieningen

De verschillende vormen van jeugdhulp worden ook op verschillende geografische niveaus ingedeeld, zoals in tabel 1 is weergegeven. Zwaardere jeugdhulpvormen zijn vaak bovenregionaal of 1

Verordening Jeugdhulp gemeente Delft 2020.

2

De grenzen of indeling van sommige diensten in 1e en 2e-lijns kunnen per gemeente verschillen.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

13

landelijk georganiseerd waardoor de gemeente daar nauwelijks beleidsregie op kan voeren. Op het lokale en regionale vlak (kolom 1 en 2) kan de gemeente meer invloed uitoefenen. Dat neemt niet weg dat de gemeente alsnog de financiële verantwoordelijkheid heeft voor de taken die bovenregionaal georganiseerd zijn. Tabel 1 Jeugdhulp op niveau Lokaal

Regionaal

Bovenregionaal of landelijk

Collectieve en algemene voorzieningen

Kortdurend verblijf

Boven residentiële zorg (24-uurs opvang)

Delft Support

Jeugdbescherming

Jeugdhulp plus (niet justitieel gesloten)

Welzijnsactiviteiten

Jeugdreclassering

Kindertelefoon

Jeugdgezondheidszorg

Crisisopvang verblijf

Vertrouwenspersoon

Schoolmaatschappelijk werk

Pleegzorg

Beperkt aantal zeer specialistische voorzieningen

Kortdurende gezinsondersteuning

Semi-residentiële zorg (behandelcentra en dagbesteding)

Intensieve gezinsondersteuning thuis (jeugdhulp, geestelijke gezondheidszorg, kinderen met een beperking)

Begeleid zelfstandig wonen

Veilig thuis (voormalig AMHK)

7.2 Wat de gemeente dient te regelen Gemeenten bepalen zelf hoe zij het jeugdhulpsysteem lokaal inrichten. Daarvoor moet onder meer het volgende georganiseerd worden: 1. Vertalen van de Jeugdwet naar lokaal beleid, met daarin aandacht voor het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang. 2. Toegang tot jeugdhulp organiseren en beleidsregels/verordening opstellen. 3. Contractering/inkoop jeugdhulp bij zorgaanbieders, inclusief contractmanagement. 4. Administratieve organisatie (beschikkingen, afhandeling facturatie, monitoring). Punt 1, het beleidskader, valt volledig onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Delft. De gemeente maakt het eigen beleid en kiest daarin op welke wijze ze uitvoering wil geven aan de Jeugdwet. De taken onder punt 2, het organiseren van de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp, heeft de gemeente Delft georganiseerd via Delft Support. Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet voor jongeren tot 27 jaar. Delft Support was in 2017 als projectorganisatie nog integraal onderdeel van de gemeente. Sinds 1 januari 2018 is Delft Support een B.V. (uitvoeringsorganisatie), met de gemeente als enige aandeelhouder en bestaat uit verschillende teams: Team Jeugd, Team Wmo, Sociaal Team, Meldpunt

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

14

Bezorgd en de Jongerenacademie. Jaarlijks rapporteren zij via een jaarverslag aan de gemeente Delft. Delft Support B.V. heeft over 2018 voor het eerst haar eigen financiële cijfers opgesteld en gepubliceerd in een eigen jaarrekening. De gemeente Delft verantwoordt de cijfers van Delft Support B.V. als een verbonden partij in de jaarrekening van de gemeente. Inwoners van de gemeente Delft kunnen een aanvraag voor jeugdhulp doen via Delft Support. Naast deze gemeentelijke toegang kan een andere wettelijke verwijzer een aanvraag doen. Een huisarts, medisch specialist of een zogenaamde Gecertificeerde Instelling kan ook een kind of jongere tot 18 jaar rechtstreeks doorverwijzen naar jeugdhulp. Delft Support of andere partijen in de gemeente kunnen meldingen van vermoedens van onveiligheid in gezinnen melden bij Veilig Thuis. Na onderzoek door Veilig Thuis kunnen deze meldingen weer worden teruggelegd bij Delft Support voor opvolging in een ondersteuningstraject in het ‘vrijwillig kader’. In de gemeente Delft wordt een deel van de taken onder punt 3 en 4 (inkoop, facturatie en contractmanagement) uitgevoerd door het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, een zelfstandige inkoop- en betaalorganisatie die namens tien samenwerkende gemeenten de jeugdhulp inkoopt bij meer dan 200 aanbieders die werkzaam zijn in de regio.

Er zijn jeugdhulpregio's aangewezen door het Rijk waardoor een bepaalde mate van verantwoordelijkheid wordt gedeeld. Het idee is dat de regionale samenwerking verschillende voordelen biedt, zoals inhoudelijke voordelen (kennisdeling) en schaalvoordelen (inkoop). Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden is georganiseerd in de vorm van een Gemeenschappelijke Regeling (GR). Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden werkt volgens het Regionaal Transitie Arrangement (RTA) en het Landelijk Transitie Arrangement (LTA). 7.3 Landelijke ontwikkelingen en onderzoek ten aanzien van jeugdhulp Uitdagingen ten aanzien van jeugdhulp Het sociaal domein in het algemeen, en de jeugdhulp in het bijzonder, leggen een steeds groter beslag op de gemeentelijke begroting. Oplopende tekorten op het gebied van jeugdhulp hebben gevolgen voor andere taken van de gemeente. Het onderwerp staat de laatste tijd dan ook volop in de schijnwerpers, zowel landelijk als in de gemeente Delft. Uit recent onderzoek blijkt dat een flink aantal gemeenten in de afgelopen jaren substantieel meer heeft uitgegeven aan jeugdhulp dan dat zij ontving voor de uitvoering van deze taak. Bij driekwart van de Nederlandse gemeenten was er sprake van een tekort.

Gemeenten luidden in mei 2019 gezamenlijk de noodklok: door de tekorten in de jeugdhulp dreigen jongeren met problemen de dupe te worden en dreigen als gevolg van de tekorten bezuinigingen op tal van voorzieningen, langere wachtlijsten en toenemende overlast.3 Tegelijkertijd is het bieden van de juiste zorg op maat erg belangrijk, mede doordat de problematiek steeds complexer en zwaarder wordt en het aantal cliënten dat ‘in zorg blijft’ groeit, ook in de gemeente Delft. In de gemeente Delft zijn de kosten voor jeugdhulp in de periode 2015-2018 met 12% gestegen, waardoor grote structurele tekorten ontstonden. Ondertussen is het aantal jeugdigen dat zorg ontvangt fors gestegen. In 2015 kreeg 5,8% van de inwoners van Delft tot 18 jaar jeugdhulp, in 2018 was dat 8,5%. In totaal ging het in 2015 om 2.535 trajecten, in 2018 is dat aantal gestegen tot 3.885 trajecten. Voor 2019 ligt de voorlopige inschatting op 9,2% en het aantal trajecten op 4.380. 4

3

Open brief aan onze partijgenoten in het kabinet en de coalitie in de Tweede Kamer 15 mei 2019

4 Bron: CBS Statline.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

15

Jeugdhulp gaat om kwetsbare jongeren waarvan een beperkt aantal hun hele leven ondersteuning nodig zal hebben. Een groot deel van de jongeren kan echter met een klein steuntje in de rug hun leven prima op de rit krijgen. Voor deze groep zetten veel gemeenten – ook de gemeente Delft – zoveel mogelijk in op preventie en de inschakeling van voorliggende voorzieningen (welzijnswerk, jongerenwerk, et cetera), in plaats van dure specialistische zorg. Oplopende kosten in de jeugdzorg AEF heeft in december 2020 een rapport gepubliceerd over kostenontwikkeling in de jeugdzorg. Gemeenten in Nederland geven sinds de decentralisatie steeds meer geld uit aan jeugdzorg. De uitgaven zijn opgelopen van € 3,6 miljard naar ongeveer € 5,5 miljard in 2019. De oorzaak hiervan is gelegen in een stijgend volume, terwijl de instroom achterblijft. Ook de gemiddelde prijs per cliënt nam toe. De stijging van de kosten is niet alleen zichtbaar in de individuele (maatwerk)voorzieningen, maar ook in de voorliggende en preventieve voorzieningen. Diverse aannames over kostenontwikkeling, onderliggend aan de Jeugdwet, komen volgens het AEF-rapport niet uit. Zo hebben voorliggende en preventieve voorzieningen inhoudelijk nut en noodzaak, maar leidt het niet tot kostenbesparing. Verder vallen eventuele baten door integraal werken ook buiten de Jeugdwet, bijvoorbeeld in de Wlz of de Zvw.

Om kosten binnen de Jeugdwet te besparen kunnen gemeenten in ieder geval onderstaande maatregelen invoeren of versterken: • een POH-jeugd bij huisartsenparktijken; • versnellen doorstroom naar Wlz; • directe hulpverlening door lokaal team (hoogopgeleide medewerkers in de toegang); • jeugdhulp in groepsverband naar reguliere kinderopvang of bso; • afbakening Jeugdwet met onderwijs verhelderen. Met bovenstaande maatregelen kan de gemeente de jeugdzorg doelmatiger invullen. Tegelijkertijd blijft er landelijk een structureel tekort in de jeugdzorg tussen de € 1,3 en € 1,5 miljard. Om dit tekort naar beneden te krijgen is een fundamentele discussie nodig tussen alle partijen over de bedoeling van de Jeugdwet en een daarbij passend voorzieningenniveau. Ook is het volgens de onderzoekers nodig om de aannames waarop het budget voor jeugdzorg is gebaseerd te herijken, omdat bepaalde aannames, waaronder dat de inzet op preventie en voorliggende voorzieningen leidt tot een kostenbesparing, onjuist zijn. Het inrichten van een goede monitoring maakt tijdig bijsturen mogelijk. De onderzoekers hebben geconstateerd dat bij veel gemeenten de effecten van het gekozen beleid nog onvoldoende inzichtelijk zijn. Dit maakt (tijdig) bijsturen door de gemeente moeilijk. Daarbij is het belangrijk om de verschillende sturingsinstrumenten in te vullen op basis van een duidelijke visie.

Bij het uitvoeren van maatregelen om de jeugdzorg doelmatiger in te vullen, waaronder de inzet van de POH-jeugd of het versnellen van de doorstroom naar de Wlz, is een goede monitoring cruciaal.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

16

Informatievoorziening nog niet optimaal In 2018 heeft de eerste landelijke evaluatie van de Jeugdwet plaatsgevonden. Uit deze evaluatie komt een aantal zaken naar voren die betrekking hebben op de informatievoorziening tussen de gemeentelijke organisatie en de gemeenteraad. • Gemeenten zijn trots op wat ze in een korte tijd bereikt hebben met het vormgeven van de transitie. Tegelijkertijd geeft een forse meerderheid van de gemeenten ook aan dat zij essentiële zaken nog niet op orde hebben in de transformatie, maar ook in de verantwoording en aansturing. Daarbij gaat het vooral over de regie en grip van gemeenten op de samenwerking met en tussen de verschillende organisaties die actief zijn in het jeugdveld. De zorg is dus wel gecontinueerd, maar nog niet altijd gestructureerd. • Een ander aandachtspunt is de aanbeveling om meer aandacht te besteden aan het democratisch gehalte binnen de regionale samenwerkingsverbanden. Ook uit een onderzoek van Divosa 5 naar rekenkameronderzoek in het sociaal domein komt naar voren dat de informatievoorziening richting de raad vaak niet optimaal is: • Dit rapport verklaart dit als volgt: Gemeenteraden formuleren onvoldoende concrete en meetbare doelstellingen en kaders. Dit komt door de complexiteit van het stelsel. Daardoor ontbreekt het zicht op de informatiebehoefte.

Wanneer niet duidelijk is wat gemeenteraden willen weten om te sturen en te controleren, is niet duidelijk waarover het college van B&W moet rapporteren aan de raad. • Veel gegevens die worden verzameld en gerapporteerd aan de raad zijn niet vertaald in sturingsinformatie. Het ontbreekt veelal aan analyses en duiding om de geleverde informatie op waarde te kunnen schatten en te gebruiken voor de controlerende en kaderstellende rol. 7.4 Regionale samenwerking De gemeente Delft werkt met negen andere gemeenten in de regio Haaglanden samen op het gebied van de jeugdhulp. Er wordt onder meer samengewerkt waar het de inkoop van specialistische jeugdhulp betreft. Hiervoor is de Gemeenschappelijke Regeling Inkoopbureau H10 opgericht. De visie en het kader waarmee het inkoopbureau werkt, worden door de gezamenlijke gemeenten zelf opgesteld (en individueel per gemeente vastgesteld) en is dus geen taak van de GR. Inkoop Per 1 januari 2015 is het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (voor april 2020: H10 inkoopbureau) opgericht voor de inkoop en het contracteren van jeugdhulp voor de gemeenten Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. De H10-samenwerking richt zich primair op sturen op kwaliteit van hulp en ondersteuning vanuit de overtuiging dat dit secundair leidt tot een betaalbaar stelsel.

De gemeenten bepalen zelf de lokale organisatie, de aansluiting van specialisme en de financiële kaders. Lokaal maatwerk, burger centraal, gelijkwaardigheid, gezamenlijke verantwoordelijkheid en samenwerking met de aanbieders liggen daaraan ten grondslag. Lokaal waar het kan, regionaal waar het moet.

5

Rekenkamers over het sociaal domein.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

17

Samenwerking H10-gemeenten De H10-samenwerking kent naast het gezamenlijke inkoopbureau dat in een GR vastligt ook een driedelige overlegstructuur, die niet in een GR is vastgelegd en daarmee in de basis een coalition of the willing vormt. De samenwerking kent ten eerste een Bestuurlijk Overleg Jeugd (BOJ), waarin de H10-wethouders op bestuurlijk niveau overleggen en waarin beleidsvoorstellen voor de colleges van B&W worden voorbereid. Daarnaast is er een regionaal ambtelijk overleg PTJ (programmateam jeugd) waarin de beleidsambtenaren van alle deelnemende gemeenten actief zijn. Hierin wordt het beleid nader uitgewerkt en nader afgestemd op regionale en/of aanpalende beleidsterreinen. Als derde is er een directeurenoverleg waarin de directeuren (Sociaal Domein) van de tien gemeenten deelnemen. Het is dus goed te beseffen dat het Bestuurlijk Overleg Jeugd zelf geen besluiten neemt. . De bevoegdheid voor besluiten ligt bij ieder college en (kaderstellend en/of controlerend) bij iedere deelnemende gemeenteraad.

Regionale en lokale verantwoordelijkheid De regionale gezamenlijke verantwoordelijkheid laat zich samenvatten in het afstemmen van beleid, het gemeenschappelijk inkoopbureau (gemeenschappelijke regeling), advisering, plaatsingscoördinatie residentiële en gezamenlijke inkoop van: • specialistische jeugdhulp (inclusief landelijk/bovenregionaal voor voorzieningen die vanwege de beperkte omvang niet binnen de regio te realiseren zijn); • crisisdienst, Veilig Thuis, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarnaast is er de lokale verantwoordelijkheid die zich vooral richt op het inrichten van de lokale infrastructuur in de vorm van de jeugdteams, de samenwerking met onder andere huisartsen, onderwijs en de veiligheidsketen en het ontsluiten van gespecialiseerde jeugdhulp. Wijzigingen vanaf 2020: resultaatgericht werken In 2019 kampten gemeenten in de H10-regio met tekorten op de jeugdhulp. Jaarlijks geven de H10gemeenten circa € 240 miljoen uit aan jeugdhulp. Volgens het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden was er in 2018 sprake van een overschrijding van 19% van het gezamenlijke budget voor jeugdhulp van de H10-gemeenten. Naar verwachting zullen de uitgaven aan jeugdhulp in de regio Haaglanden stijgen. De gemeenten in de jeugdhulpregio Haaglanden hebben alle jeugdhulpcontracten met een jaar verlengd.

Daarvoor zijn de contractvoorwaarden van de afgelopen twee jaar gebruikt, met indexering van de tarieven, nadat de lopende aanbesteding werd stopgezet door de rechter. De regio Haaglanden wilde aanvankelijk vanaf 2020 resultaatgericht werken én resultaatgericht bekostigen invoeren. De opdracht zou voor vier jaar worden aanbesteed. Nadat jeugdhulpaanbieders juridische stappen hadden genomen, werd de invoering van de opdracht in oktober 2019 uitgesteld. De aanbieders stapten alsnog naar de rechter om reële en kostendekkende tarieven af te dwingen. Zowel de voorzieningenrechter als het Gerechtshof Den Haag stelden de aanbieders in het gelijk. De gemeenten in de jeugdhulpregio Haaglanden hebben daartoe in december 2019 alle jeugdhulpcontracten met een jaar verlengd. Daarvoor zijn de contractvoorwaarden van de afgelopen twee jaar gebruikt, met indexering van de tarieven. De jeugdhulpregio is tegen de aanbieders in hoger beroep gegaan, maar gaf direct aan dat er alles aan zou worden gedaan om de zorgcontinuïteit veilig te stellen. In juli 2020 werd bekend dat de jeugdhulpregio Haaglanden het hoger beroep heeft verloren. De tien gemeenten moesten van de rechter opnieuw naar de tarieven kijken en ervoor zorgen dat deze

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

18

kostendekkend en reëel worden. Inmiddels is de aanbesteding achter de rug en zijn er per 1 januari 2021 nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp in de regio Haaglanden.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

19

8. Inrichting informatievoorziening In dit hoofdstuk geven we weer hoe de gemeenteraad van Delft is geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdhulp en de ontwikkelingen in de periode daarna. Ook wordt ingegaan op de vraag in hoeverre de gemeente concrete doelen heeft gesteld. In dit hoofdstuk komen de volgende onderzoeksvragen aan de orde:

De daarbij geldende normen zijn:

1.

Hoe is de gemeenteraad van Delft in de periode tot 1 januari 2015 geïnformeerd over de voorbereidingen op de decentralisatie van de jeugdhulp?

•

2.

Zijn de kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college met elkaar afgesproken hebben ten aanzien van de jeugdhulp en de transformatie van jeugdhulp (beleidsplan, beleidsregels, verordeningen) voldoende concreet geformuleerd, met eenduidige en meetbare doelen?

•

Hoe is de gemeenteraad van Delft vanaf 1 januari 2015 geïnformeerd over de keuzes en ontwikkelingen in de uitvoering van het jeugdhulpbeleid? Hierbij is gekeken naar: • Is er sprake van een vaste systematiek van informatievoorziening? • Wordt deze systematiek in de praktijk toegepast? • Is deze systematiek in de loop der jaren aangepast? • Welke documenten zijn er, op jaarbasis, aan de gemeenteraden verstrekt?

•

3.

•

•

• •

De gemeenteraad is in de periode voor 2015 tijdig, voldoende en juist geïnformeerd over de voortgang van de voorbereiding op de transitie, op de volgende onderwerpen: ○ financieel ○ inrichting van de toegang ○ inrichting van de inkoop ○ risico’s ■ financieel ■ kwaliteit De gemeenteraad heeft input geleverd bij de totstandkoming van de doelen voor de inrichting en uitvoering van jeugdhulp in Delft, oftewel de gemeenteraad heeft kaders meegegeven. De kaders en richtlijnen die de gemeenteraad en het college van B&W hebben afgesproken in beleidsplannen en beleidsregels zijn overeenkomstig de wensen en behoeften van de raad op dat moment. Beleidsambities zijn vertaald naar meetbare doelen en resultaten. Het college van B&W heeft een systematiek opgesteld om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van de jeugdhulp. Bij de vormgeving van deze systematiek is rekening gehouden met de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Het college van B&W voert deze systematiek in de praktijk ook uit om de gemeenteraad te informeren. Aanpassingen van de systematiek zijn in afstemming met de gemeenteraad doorgevoerd.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

20

4.

Op welke wijze zijn de aan de gemeenteraad verstrekte documenten door deze raad (waaronder ook raadscommissies) behandeld?

●

Hier is geen norm voor, antwoord op deze vraag is beschrijvend van aard. Wel kan gekeken worden of de stukken zijn geagendeerd, besproken, geamendeerd enzovoorts.

8.1

Hoe is de gemeenteraad van Delft in de periode voor de decentralisatie geïnformeerd over de voorbereiding op de transitie? In deze paragraaf wordt de, in 2014 aangeleverde, informatie behandeld waarin aandacht wordt besteed aan het financiële aspect, de inrichting van (de uitvoering en) toegang, de inrichting van de inkoop en de risico’s van de transformatie. Ook gaan we in op de informatie die is verstrekt rondom de voortgang van de transitie. In bijlage 2 is een lijst opgenomen met alle stukken die met de raad zijn gedeeld voor de decentralisatie op 1 januari 2015. Transitie In 2013 is het regionaal transitiearrangement (RTA) Jeugd Haaglanden opgeleverd. 6 In het RTA hebben de negen samenwerkende gemeenten in Haaglanden samen met de twaalf focusaanbieders jeugdhulp in de regio een zakelijk partnerschap afgesproken. Dit betrof een periode van drie jaar, namelijk 2015-2016-2017 en werd voorbereid in 2014. Met het vastgestelde RTA werd de realisatie en borging van de volgende landelijk bepaalde doelstellingen beoogd: • de continuïteit van zorg realiseren (wettelijk recht cliënten); • de hiervoor benodigde infrastructuur behouden dan wel realiseren; • de frictiekosten als gevolg van de transitie per 1 januari 2015 beperken. Naar aanleiding van het RTA is een uitvoeringsprogramma opgesteld. In het uitvoeringsprogramma staat de stelselherziening in de jeugdhulp centraal.

In de kern heeft het uitvoeringsprogramma betrekking op de uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van de jeugdhulp. Het gaat dan om de aansluiting met de lokale preventieve jeugdhulp, toeleiding naar geïndiceerde jeugdhulp, onderzoek naar kindermishandeling, jeugdbescherming en jeugdreclassering en het bieden van hulp en zorg. Het Uitvoeringsprogramma 2014, is door het Dagelijks Bestuur van het Stadsgewest vastgesteld op 11 december 2013 en in januari 2014 gedeeld met de gemeenteraad. Het uitvoeringsprogramma 2014 gaat in op de volgende onderdelen: • Transitie en transformatie • Relatie met de gemeentelijke (preventieve) jeugdhulp • Bureau jeugdhulp • Zorgaanbod • Kwaliteit • Financiën Inrichting van de uitvoering en toegang In april 2014 zijn de gemeenteraden van de H10-regio op de hoogte gebracht van de wijzigingen rondom de nieuwe Jeugdwet in de vorm van een factsheet. In de factsheet is relevante informatie over de aard, omvang en kosten weergegeven. Ook werd uitgelegd wat de decentralisatie van jeugdhulptaken voor de gemeente betekent in termen van organisatie, financiering, risico's en sturing.

6

Dit was een verplichting van het Rijk.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

21

Over de toegang werd geschreven dat het Stedelijk Punt Jeugd zou worden opgericht. De ambitie bij gemeente en partners was een bundeling van de verschillende loketten tot één brede loketfunctie, waar alle burgers met hun vragen over opvoeden, opgroeien, zorg en participatie terechtkunnen. Vanaf 2015 zou dit eruit moeten zien als een centrale toegang voor jeugd, gezin en (passend) onderwijs, ingericht bij het Stedelijk Punt Jeugd. Verder is men via de factsheet geïnformeerd over de samenwerking tussen De Haaglandengemeenten en partners in de jeugdhulp, met name in het kader van de continuïteit van de specialistische zorg. De factsheet beschreef ook de afspraken om continuïteit van zorg te waarborgen, die zijn vastgelegd in het RTA Jeugd. Over de samenwerking wordt verder verteld dat deze erop gericht is om de bezuinigingen te realiseren en te werken aan de innovatie van de jeugdhulp. Daarvoor is een innovatieagenda Jeugd 2014-2017 opgesteld. In mei 2014 is de innovatieagenda jeugdhulp Haaglanden door de commissie behandeld. In het debat werd voornamelijk gesproken over hoe de raad samen met het college lokaal invulling en sturing kan geven aan de jeugdhulp die op regionaal niveau wordt geregeld.

In de innovatieagenda waren de volgende onderwerpen uitgewerkt: • Partnerschap gemeenten en aanbieders (over welke verantwoordelijkheid waar ligt) • Speerpunten innovatieagenda o Speerpunt 1: Versterken van de basiszorg o Speerpunt 2: Inrichten van de zorgbehoefte bepaling/toegang o Speerpunt 3: Van residentieel naar ambulant • Financiële effecten • Procesafspraken en concreet vervolg Inrichting van de inkoop In juli 2014 zijn de gemeenteraadsleden geïnformeerd over de voorgenomen besluiten, uitkomsten en voortgang vanuit de regionale samenwerking rondom de inkoop Jeugd in de H10-regio. Daarmee is de gemeenteraad op de hoogte gebracht van: 1. Regionale inkoop van jeugdhulp 2015 (het ‘wat’) a. het regionaal uitvoeringsprogramma jeugdhulp (inclusief innovatieagenda) (RUP 2015) b. het budget voor de jeugdhulp (meicirculaire 2014) c. het lokale bestedingsplan 2. Oprichten van een regionaal inkoopbureau (het ‘hoe’) a. het inkoopproces b. de juridische vorm van het inkoopbureau c. het scheiden van beleid en uitvoering d. de sturing van het inkoopbureau e. de regionale subsidieverordening 3. Tijdelijke voorzieningen voor een deel van de medewerkers van Bureau jeugdzorg 4. Risico’s a. mogelijke herverdelingseffecten in de regio als gevolg van ontoereikend budget b. verschuiving van de vraag (toename of vraagverandering) c. noodzakelijke innovatie komt te traag op gang.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

22

Na het vaststellen van de beschikbare budgetten en de kaders voor de regionale samenwerking rondom de inkoop Jeugd in de H10-regio, is in augustus 2014 het Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP) opgesteld als regionale “boodschappenlijst”. Het RUP richtte zich met name op het vaststellen van het kader voor de regionale inkoop van de jeugdhulp. In het kader werden de eisen aan het aanbod uitgewerkt, waardoor richtlijnen zijn ontstaan aan welke voorwaarden een aanbod moest voldoen en welke rol de aanbieder en de gemeente hebben. Ook werden er eisen gesteld aan de kwaliteit van de dienstverlening. Risico’s In de stukken uit de periode van voor de transitie wordt vooral ingegaan op de vraag hoe de stelselwijziging invloed heeft op de rol van de gemeenten en aanbieders. Zo wordt in de RUP de innovatieagenda toegelicht en zijn de risico’s beschreven ten opzichte van de actuele situatie in 2014, waaronder: • herverdelingseffecten ten gevolge van het macrobudget; • verschuiving van de vraag (toename of vraagverandering); • noodzakelijke innovatie komt te traag op gang. Daarbij worden er drie scenario’s geschetst wanneer er een niet-sluitende begroting is: 1. Er ontstaan wachtlijsten. 2. Er worden maatregelen genomen rondom tarieven. 3. Er moet additioneel budget vanuit de gemeente komen.

De gemeenteraad heeft in september 2014 toestemming gegeven aan het college om de gemeenschappelijke regeling te treffen. De regeling is op 24 november 2014 in werking getreden. De regeling diende de belangen van de gemeenten te behartigen op het terrein van uitvoering van inkooptaken op taakonderdelen binnen het sociaal domein. Het H10 inkoopbureau werd daarmee belast met de volgende taken: a. uitvoering van de gezamenlijke inkoop en contractering, dat wil zeggen het bepalen van de wijze van inkoop, de inkoopprocedure en het contract- en leveranciersmanagement; b. het op verzoek namens gemeenten optreden richting leveranciers om de voorwaarden en eisen, waaronder de overeenkomsten worden afgesloten te harmoniseren (gecombineerde inkoop); c. het op verzoek van een individuele (of cluster van) gemeente(n) contracteren van leveranciers (individuele inkoop en contractering). Organisatie van de toegang In de innovatieagenda Haaglanden van januari 2014 zijn de contouren geschetst van de organisatie van de toegang onder speerpunt 2 “Inrichten van de zorgbehoefte bepaling (toegang)”. Duidelijk is dat iedere gemeente binnen de H10 een eigen lokaal model ontwikkelt voor de toegang, inclusief een eigen beschrijving van de wijze waarop de functionaliteiten van Bureau jeugdhulp en de provincie worden belegd. Ook staat beschreven wat gemeenten lokaal organiseren c.q.

inkopen en wat regionaal. Uit de stukken valt op te maken dat de innovatieagenda met daarin het speerpunt ‘toegang’ is gedeeld met de raad, tezamen met het uitvoeringsprogramma.

INFORMATIEVOORZIENING JEUGDHULP

23

8.2 Zijn de kaders en richtlijnen die de raad en het college met elkaar hebben afgesproken ten aanzien van de jeugdhulp voldoende concreet geformuleerd met eenduidige en meetbare doelen? In deze paragraaf wordt beschreven in hoeverre de gemeenteraad input heeft geleverd bij de totstandkoming van de doelen ten aanzien van de jeugdhulp na de decentralisatie. Met name in hoeverre de gemeenteraad kaders heeft meegegeven en of deze voldoende concreet zijn geformuleerd, met eenduidige en meetbare doelen. Verordening: het juridische kader De Jeugdwet schrijft voor dat de gemeenteraad in de verordening regels vaststelt met betrekking tot de uitvoering van de jeugdhulp. In de verordening legt de gemeente de juridische reikwijdte vast van wat jeugdhulp is en wat niet. Een verordening is het wettelijk fundament voor het geven van beschikkingen en vormt daarmee het juridische kader. De verordening wordt vaak gezien als een sluitstuk van een inkoopproces, maar de verordening kan vanuit dit oogpunt ook als vertrekpunt voor de uitvoering worden gezien. In de verordening dient de gemeente een aantal zaken te regelen, waaronder de scope en reikwijdte van algemene en individuele voorzieningen. Daarnaast wordt bepaald op welke manier de toegang is georganiseerd. Artikel 20 uit de verordening bepaalt dat het door het gemeentebestuur gevoerde beleid eenmaal per vier jaar wordt geëvalueerd.

De gemeente Delft heeft de verordening nader uitgewerkt in beleidsregels jeugdhulp. In de beleidsregels wordt een verdere specificering gegeven ten aanzien van de procedure, criteria voor een voorziening, categorieën jeugdhulp en hoogte en omvang van pgb’s. In november 2019 heeft de raad van Delft de verordening voor 2020 vastgesteld. Uit de bestudeerde stukken en de gesprekken komt naar voren dat de nieuwe verordening niet tot discussie heeft geleid in de raad. Wel heeft de Adviesraad Sociaal Domein - die gevraagd en ongevraagd het college adviseert - de nodige opmerkingen gemaakt ten aanzien van de leesbaarheid van de verordening en het aantal onduidelijkheden dat de verordening bevatte. Zo wordt door de Adviesraad geconcludeerd dat om de tekst goed te begrijpen ‘een hoger leesniveau nodig is dan het niveau van de gemiddelde burger’. Beleidskaders en doelen De inhoudelijke beleidskaders en de doelen zijn door de raad vastgelegd in beleidsplannen. Het inkoopkader is vastgesteld in de inkoopstrategie van de H10.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10584728/1