Rapport DRK - Gezamenlijk rekenkameronderzoek jeugdzorg H10
Tekst van het document
67
Ontwikkeling van de kosten voor de jeugdzorg in de Haaglanden, opgesplitst naar gemeente en kostensoort: ingekochte jeugdzorg via het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden, overige gemeentelijke kosten en PGB-kosten
3.3 Persoonsgebonden Budget Bevinding Op H10 niveau hebben tussen 2015 en 2019 de kosten en het aantal jeugdigen met PGB eenzelfde dalende trend gevolgd. De gemiddelde PGB-besteding per jeugdige is in 2019 (ten opzichte van 2015) met €1000 afgenomen. Per gemeente zijn de ontwikkelingen verschillend. De ontwikkeling in de kosten voor PGB hebben geen bijdrage geleverd aan de algehele kostenstijging voor jeugdzorg.
Toelichting In dit onderzoek is gekeken naar het aandeel van het Persoonsgebonden Budget (PGB) in de totale kosten van de jeugdzorg, en de ontwikkeling hiervan. Om de ontwikkeling hiervan in beeld te brengen is naast de kosten van PGB’s ook gekeken naar het aantal jeugdigen dat een PGB ontvangt. In onderstaande grafieken is te zien dat, als wordt gekeken naar de H10 als geheel, de ontwikkeling van de PGB-bestedingen en het aantal jeugdigen met een PGB sterk overeenkomen. Alleen het jaar 2016 vormt hierop een uitzondering, omdat in dat jaar de kosten stegen maar het aantal jeugdigen daalde.
68
Ontwikkeling van de totale PGB-bestedingen op H10-niveau.
69
Ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen met een PGB op H10-niveau.
Procentuele ontwikkeling van zowel de totale PGB-bestedingen als het aantal unieke jeugdigen met een PGB op H10-niveau.
Jaar
Kosten
Aantal jeugdigen
2015 €9.284.710 1293 2016 €6.195.989 1195 2017 €6.487.101 1085 2018 €7.210.426 1146 2019 €6.434.437 1037 De totale PGB-bestedingen en het aantal unieke jeugdigen met een PGB op H10-niveau.
3.3.1 Gemeente-specifieke ontwikkelingen Wanneer wordt gekeken naar de kostenontwikkeling en het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van een PGB per gemeente (zie onderstaande grafieken), valt op dat bij meerdere gemeenten zowel de kosten als het aantal jeugdigen hetzelfde patroon volgen; dit geldt onder andere voor Den Haag, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten en Wassenaar. In deze gemeenten is de ontwikkeling van de kosten toe te wijzen aan een evenredige ontwikkeling van het aantal jeugdigen. Dit is echter niet van toepassing op iedere gemeente. In Delft nemen bijvoorbeeld de kosten van PGB af maar neemt het aantal jeugdigen toe. In het feitelijk wederhoor heeft de gemeente aangegeven dat de kosten in 2020 na een stijging in 2019 weer zijn gedaald. In Midden-Delfland zijn de kosten voor PGB in 2019 met 45% toegenomen ten opzichte van het jaar ervoor maar is het aantal jeugdigen juist afgenomen ten 70
opzichte van 2018. In 2017 zijn de kosten voor Midden-Delfland afgenomen, terwijl het aantal jeugdigen juist is toegenomen. Met de beschikbare data kunnen deze ontwikkelingen niet verklaard worden. In bijlage 2 is voor iedere H10-gemeente een grafiek weergegeven met daarin de procentuele ontwikkelingen van de PGB-bestedingen en het aantal jeugdigen met een PGB.
Ontwikkeling van de totale PGB-bestedingen per gemeente.
71
Ontwikkeling van het aantal unieke jeugdigen met een PGB per gemeente.
3.3.2 Gemiddelde PGB-besteding per jeugdige (H10 Totaal) In de periode van 2015 tot en met 2019 zijn de PGB-kosten harder gedaald dan het aantal jeugdigen met een PGB. Dit betekent dat de gemiddelde PGB-besteding per jeugdige is gedaald met ongeveer €1.000 per jeugdige minder besteedt. Dit kan veroorzaakt zijn doordat jeugdigen een lichtere (en dus goedkopere) vorm van jeugdzorg hebben ontvangen, of doordat jeugdigen korter (minder uren/dagen) jeugdzorg hebben ontvangen. Jaar
Bedrag
Aantal jeugdigen
Bedrag per jeugdige
Procentueel verschil
2015
€ 9.284.710
1293
€ 7.181
2016
€ 6.195.989
1195
€ 5.185
−27.79%
2017
€ 6.487.101
1085
€ 5.979
15.31%
2018
€ 7.210.426
1146
€ 6.292
5.23%
2019
€ 6.434.437
1037
€ 6.205
−1.38%
Ontwikkeling van de gemiddelde PGB-besteding per jeugdige en het procentuele verschil ten opzichte van het voorgaande jaar op H10-niveau. Een aantal gemeenten wijkt af van de gemiddelde besteding per jeugdige op H10-niveau. Zo zijn er verschillende gemeenten met een stijging van het gemiddelde bedrag per jeugdige. Dit geldt voor de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Zoetermeer. Bijlage 6 geeft in tabellen de totale kosten, het aantal jeugdigen en de gemiddelde besteding per jeugdige voor elke gemeente weer. 72
3.4 Overige gemeentelijke kosten Bevinding Binnen de kostencategorie Overige gemeentelijke kosten vinden op het niveau van de gehele H10 de grootste kostenstijgingen plaats bij de direct personeelskosten. Door de diversiteit binnen de gemeenten zijn onderling echter grote verschillen zichtbaar. Zo zijn gemeente Den Haag en Zoetermeer grotendeels verantwoordelijk voor de gestegen directe personeelskosten. Toelichting Naast de kosten aan het servicebureau en de PGB’s, vallen onder de totale kosten van jeugdzorg ook de overige gemeentelijke kosten. Deze overige gemeentelijke kosten zijn op te delen in vier onderwerpen: • • • •
Overheadskosten; Toegangskosten; Uitvoeringskosten; Kosten voor Zorg in Natura buiten het servicebureau om.
Ieder onderwerp is opgesplitst in onderdelen met een bijbehorend taakveld. Zie onderstaand tabel voor een overzicht. Onderwerp
Onderdeel
Toelichting
Taakveld
Overhead
Afdelings- en concernoverhead Toegang; niet zijnde het eigen jeugdteam
Alleen van toepassing in 2015 en 2016 Praktijkondersteuning huisartsen (POH)/ Schoolmaatschappelijk werk (SMW)/enz. Eigen contract gemeente Deelnemersbijdrage Personeels- en uitvoeringskosten -
-
Projectkosten
Wijkteams
Huur locaties jeugdteam, tolkdiensten,
Wijkteams
Toegang
Uitvoeringskosten
Vervoerskosten GR Veilig Thuis Jeugdbeschermingstafel Regionale projectkosten Implementatiekosten inkoop jeugdhulp Overig
25
Wijkteams25
Maatwerkdienstverlening 18Geëscaleerde zorg 18Wijkteams Wijkteams
De gemeente Zoetermeer geeft aan niet over wijkteams te beschikken, maar over een wijkzorgnetwerk. Zoetermeer heeft alle overige kosten m.b.t. Jeugd aan het taakveld ‘wijkteams’ gehangen, ook al betreft het geen concreet wijkteam. Het betreft alle personeelskosten (Beleid, JGH en de Jeugdbeschermingstafel), de ingehuurde toegangsmedewerkers zoals praktijkondersteuners huisarts en schoolmaatschappelijk werk en diverse overige kosten.
73
Directe personeelskosten
software, onderzoeken etc. Waar mogelijk opsplitsen in Advies & Indicatie, Behandelen en Beleid & Management. -
ZIN buiten Zorg in Natura eigen Servicebureau gemeente Overzicht van de verschillende overige gemeentelijke kosten.
Wijkteams
Maatwerkdienstverlening 18-
In dit onderzoek is de analyse van de overige gemeentelijke kosten als volgt uitgevoerd: 1. 2. 3.
Hoe zijn de overige gemeentelijke kosten verdeeld, kijkend naar de verschillende onderwerpen? Welke onderwerpen springen er tussen uit? Hoe zijn de kosten binnen deze onderwerpen verdeeld, kijkend naar de verschillende onderdelen en het bijbehorende taakveld?
In onderstaande grafiek is te zien dat veruit de meeste gemeentelijke kosten op H10-niveau bestaan uit uitvoeringskosten. De uitvoeringskosten over de gehele H10 zijn in 2019 verdriedubbeld ten opzichte van 2015, waarbij de kostenstijging vooral in de jaren 2015 en 2016 heeft plaats gevonden en dan specifiek op het gebied van de uitvoeringskosten. In het feitelijk wederhoor is aangegeven dat in de jaren 2015 en 2016 het Regionaal Transitie-arrangement nog van toepassing was, en dat vanaf 2018 er sprake was van Europese aanbestedingen. Ook de vorming van de Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG’s) per 1 januari 2017 heeft tot kostenstijgingen geleid. Gezamenlijk heeft dit geleid tot hogere uitvoeringskosten. Daarnaast valt op dat er alleen in 2015 en 2016 overhead kosten zijn geweest, en vanaf 2017 alleen kosten voor Zorg in Natura buiten het servicebureau om.
74
Kostenverdeling van de overige gemeentelijke kosten op H10-niveau. Kostenverdeling per Onderwerp Onderwerp Overhead
Jaar 2015 2016 2017 2018 2019
Kosten € 3.100.065 € 3.522.265 €0 €0 €0
Toegang
2015 2016 2017 2018 2019
€0 € 364.898 € 360.757,60 € 919.291 € 1.729.988
Uitvoeringskosten
2015 2016 2017 2018 2019
€ 11.259.720,60 € 17.902.068,10 € 29.290.425,20 € 26.666.147,95 € 30.476.124,15
ZIN buiten SB H10
2015 2016 2017 2018
€ 117.148,80 € 82.264,20 € 5.295.618,70 € 2.493.232,60 75
2019 € 6.645.147,15 Kostenverdeling van de overige gemeentelijke kosten op H10-niveau. Binnen het onderwerp uitvoeringskosten is te zien dat de meeste kosten én ook de grootste kostenstijging Directe personeelskosten en de GR Veilig Thuis (Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis) betreft, zoals in onderstaande grafiek is te zien. De directe personeelskosten zijn ten opzichte van 2015, in 2019 bijna verdubbeld: van rond 6,5 miljoen euro in 2015 naar rond 12,8 miljoen euro in 2019. De kosten voor GR Veilig Thuis hebben een nog hardere stijging doormaakt: in 2015 waren de kosten ongeveer 2 miljoen euro, in 2019 was dit ongeveer 8,4 miljoen euro. Zoals in paragraaf 3.4.2 Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis echter blijkt is deze kostenstijging administratief te verklaren. Ook de regionale projectkosten zijn de afgelopen jaren flink gestegen. In het feitelijk wederhoor werd aangegeven dat dit onder andere komt door de vanaf 2018 verplichte aanbestedingen voor de inkoop van ingekochte jeugdhulp en de doorwerking van een juridische uitspraak op de inkoop van jeugdhulp.26 Opvallend is dat enkel in 2016 geld is uitgegeven aan innovatieprojecten. Dit bedrag (€ 501.000) is volledig afkomstig van de gemeente Zoetermeer. In de volgende paragrafen wordt afzonderlijk gekeken naar de kosten voor directe personeelskosten, gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis en regionale projectkosten.
Kostenverdeling binnen het onderwerp Uitvoeringskosten. Kostenverdeling per Onderdeel Onderdeel
Jaar
Kosten
26
https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-DenHaag/Nieuws/Paginas/Aanbieders-jeugdhulp-in-het-gelijk-gesteld-in-kort-geding-tegen-10-gemeenten.aspx en https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2019:11096&showbutton=true
76
Directe personeelskosten
2015 2016 2017 2018 2019
€ 6.497.493 € 10.124.168 € 13.024.460 € 11.596.558 € 12.799.912
2015 2016 2017 2018 2019
€ 2.034.030 € 2.163.802 € 7.621.758 € 7.389.779 € 8.422.840
2015
€ 584.206
2016 2017 2018 2019
€ 422.470 € 383.594 € 527.339 € 913.136
Innovatieprojecten
2015 2016 2017 2018 2019
€0 € 501.00028 €0 €0 €0
Jeugdbeschermingstafel
2015 2016 2017 2018 2019
€ 184.428,90 € 371.646,70 € 430.810 € 471.980,10 € 496.772,80
Overig
2015 2016 2017 2018 2019
€ 1.645.715 € 3.594.686,50 € 6.062.327,40 € 3.964.230 € 3.932.970
Regionale projectkosten
2015 2016 2017 2018
€ 109.758 € 431.644 € 1.379.885 € 1.974.434
GR Veilig Thuis
Implementatiekosten inkoop jeugdhulp27
27
Uit het feitelijk wederhoor kwam naar voren dat de implementatiekosten in de eerste jaren niet door alle gemeenten apart zijn bijgehouden. Deze kosten zijn dus gedeeltelijk benaderd. 28
De innovatiekosten in 2016 zijn geheel toe te wijzen aan de gemeente Zoetermeer.
77
2019 Vervoerskosten
2015 2016 2017 2018 2019 Kostenverdeling binnen het onderwerp Uitvoeringskosten.
€ 3.105.306 € 204.090 € 292.631 € 387.591 € 741.828,20 € 805.187
3.4.1 Directe personeelskosten Directe personeelskosten valt onder het taakveld ‘wijkteams’. In onderstaande grafiek is de kostenontwikkeling op H10 niveau te zien. In de volgende paragraaf wordt er gemeente-specifiek gekeken naar de ontwikkelingen van de kosten.
Kostenverdeling van de directe personeelskosten op H10-niveau. Kostenverdeling directe personeelskosten (wijkteams) Jaar 2015 2016 2017 2018 2019
Kosten € 6.497.493 € 10.124.168 € 13.024.460 € 11.596.558 € 12.799.912 Kostenverdeling van de directe personeelskosten op H10-niveau. 78
Gemeente-specifieke ontwikkelingen Met betrekking tot de directe personeelskosten valt op dat met name in de gemeenten Den Haag en Zoetermeer de kosten zijn toegenomen en daarmee grotendeels verantwoordelijk voor de H10-brede kostenontwikkeling. In het feitelijk wederhoor bleek dat de kostenstijging in Den Haag deels te verklaren is door de vorming van het CJG. Voor Zoetermeer bleek een deel van de verklaring te liggen in werkachterstanden die in 2015 waren ontstaan. In de overige gemeenten is de kostenontwikkelingen veel kleiner: in sommige gemeenten is hij in de afgelopen 5 jaar wat gestegen (Delft, Pijnacker-Nootdorp) en in andere gemeenten wat gedaald (Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar). In Leidschendam-Voorburg is over 2015 en 2016 geen informatie over de directe personeelskosten aangeleverd. Deze gemeente kent overigens – evenals de gemeente Zoetermeer – geen wijkteams. In Midden-Delfland en Westland is over alle jaren geen informatie over directe personeelskosten beschikbaar. In Wassenaar zijn de kosten in de loop van de jaren afgenomen. Gemeente Delft heeft in het feitelijk wederhoor aangegeven dat de in vergelijking met andere gemeenten relatief hoge kosten in 2015 en 2016 onder andere verklaard worden door de keuze om schoolmaatschappelijk werk door de lokale teams uit te laten voeren waardoor het in deze rapportage onder directe personeelskosten valt.
Kostenverdeling van de directe personeelskosten op gemeentelijk niveau. Directe personeelskosten: Taakveld Wijkteams Gemeente Delft
Jaar 2015 2016 2017 2018 2019
Kosten € 1.603.161 € 1.747.648 € 1.720.695 € 2.163.156 € 2.191.156,40 79
Den Haag
2015 2016 2017 2018 2019
€ 390.000 € 1.650.000 € 3.827.000 € 2.393.750 € 3.323.000
Leidschendam-Voorburg
2015 2016 2017 2018 2019
€0 €0 € 1.346.545 € 1.332.809 € 1.705.782
Midden-Delfland
Geen directe personeelskosten in de periode 2015 t/m 2019
Pijnacker-Nootdorp
2015 2016 2017 2018 2019
€ 792.684 € 1.223.853 € 1.327.877 € 1.394.793 € 1.366.867
Rijswijk
2015 2016 2017 2018 2019
€ 791.089 € 1.059.124,90 € 834.372,80 € 907.758,70 € 679.068
Voorschoten
2015 2016 2017 2018 2019
€ 426.185 € 445.252 € 287.311 € 222.640 € 188.287
Wassenaar
2015 2016 2017 2018
€ 398.209 € 398.572 € 269.768 € 196.361
Westland
Geen directe personeelskosten in de periode 2015 t/m 2019
Zoetermeer
2015 € 2.096.165 2016 € 3.599.718 2017 € 3.410.891 2018 € 2.941.962 2019 € 3.149.391 Kostenverdeling van de directe personeelskosten op gemeentelijk niveau van het taakveld Wijkteams. 80
In onderstaande grafieken is de procentuele ontwikkeling van de kostenstijging per gemeente te zien ten opzichte van 2015.29 In de eerste grafiek valt op dat met name gemeente Den Haag in verhouding tot de andere gemeentes een grote procentuele verandering heeft ondergaan. De meeste gemeentes zien jaarlijks een toename in de directe personeelskosten. In Wassenaar en Voorschoten nemen echter de directe personeelskosten vanaf 2016 juist af. In Rijswijk beginnen de directe personeelskosten in 2017 af te nemen en dit loopt door tot 2019. In Zoetermeer tekent zich een inhaalslag in 2016 af, om de in 2015 opgelopen werkachterstanden weg te werken
Procentuele verandering van de directe personeelskosten ten opzicht van 2015.
29
De tweede grafiek betreft dezelfde informatie als de eerste, echter hier is Den Haag buiten beschouwing gelaten. Dit ten bate van de leesbaarheid van de grafiek per gemeente.
81
Procentuele verandering van de directe personeelskosten ten opzicht van 2015, exclusief gemeente Den Haag30
3.4.2 Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis De Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis valt onder het taakveld ‘Geëscaleerde zorg 18-’. De deelnemersbijdrage (de feitelijke gemeentelijke kosten) voor de Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis worden jaarlijks op basis van een verdeelsleutel (op basis van het aantal inwoners per gemeente) bepaald. De stijging van de kosten zijn in die zin voor alle gemeenten gelijk. Logischerwijs neemt gemeente Den Haag – als gemeente met het grootste inwonersaantal - het merendeel van de kosten voor zijn rekening. In onderstaande grafiek en tabel is de kostenontwikkeling op H10 niveau te zien op basis van de door de gemeenten aangeleverde data. Hierin is een opvallende stijging van de kosten te zien sinds 2017.
30
In deze grafiek zijn de lijnen van enkele gemeenten niet zichtbaar om verschillende redenen: Westland heeft geen gemeentelijke kosten; Midden Delfland heeft geen directe personeelskosten; Leidschendam-Voorburg heeft in 2015 en 2016 geen directe personeelskosten.
82
Kostenverdeling van Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis op H10-niveau. Kostenverdeling GR Veilig Thuis (Geëscaleerde zorg 18-) Jaar 2015 2016 2017 2018 2019
Kosten € 2.034.030 € 2.163.802 € 7.621.758 € 7.389.779 € 8.422.840 Kostenverdeling van GR Veilig Thuis op H10-niveau.
Deze stijging is echter te verklaren door de wijze waarop de cijfers zijn aangeleverd: gemeente Den Haag heeft over de jaren 2015 en 2016 geen kosten opgegeven, omdat de kosten voor de gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis destijds onder de kosten van de GGD vielen (eveneens een gemeenschappelijke regeling). De overige gemeenten hebben de kosten voor de jaren 2015 en 2016 wél opgevoerd. In onderstaande tabel zijn de door de deelnemende gemeenten opgevoerde kosten voor de gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis te vinden. Gr Veilig Thuis: Taakveld Geëscaleerde zorg 18Gemeente Delft
Jaar 2015 2016 2017
Kosten € 432.866 € 449.509 € 626.169 83
2018 2019
€ 607.000 € 709.000
Den Haag
2015 2016 2017 2018 2019
/ / € 4.550.000 € 4.050.000 € 4.840.000
Leidschendam-Voorburg
2015 2016 2017 2018 2019
€ 266.013 € 321.768 € 470.147 € 519.000 € 556.562
Midden-Delfland
2015 2016 2017 2018 2019
€ 36.004 € 45.919 € 54.228 € 180.000 € 190.000
Pijnacker-Nootdorp
2015 2016 2017 2018 2019
€ 111.984 € 120.518 € 211.857 € 285.000 € 298.000
Rijswijk
2015 2016 2017 2018 2019
€ 221.318,60 € 229.828 € 323.205 € 411.000 € 471.991
Voorschoten
2015 2016 2017 2018 2019
€ 101.201 € 95.547 € 106.151 € 78.948 €0
Wassenaar
2015 2016 2017 2018
€ 47.628 € 48.757 € 68.691 € 150.831
Westland
Geen kosten voor GR Veilig Thuis in de periode 2015 t/m 2019
Zoetermeer
2015
€ 817.015 84
2016 € 851.956 2017 € 1.211.310 2018 € 1.108.000 2019 € 1.160.422 Kostenverdeling van de Gemeenschappelijke Regeling Veilig Thuis op gemeentelijk niveau.
3.4.3 Regionale projectkosten Regionale projectkosten vallen onder het taakveld ‘wijkteams’. In onderstaande grafiek is de kostenontwikkeling op H10 niveau te zien. In de volgende paragraaf wordt er gemeente-specifiek gekeken naar de ontwikkelingen van de kosten.
Kostenverdeling binnen de Regionale projectkosten op H10-niveau. Gemeente-specifieke ontwikkelingen Met betrekking tot de regionale projectkosten valt het op dat deze kosten niet in elke gemeente van elk jaar bekend zijn, zoals in onderstaande grafiek is te zien. Voor de gemeente Westland zijn helemaal geen cijfers aangeleverd met betrekking tot de regionale projectkosten. Voor bijvoorbeeld Rijswijk zijn door de wijze van verantwoorden alleen de kosten 2018 en 2019 opgenomen: daar vallen de regionale projectkosten onder uitvoeringskosten. Enkele gemeentes laten opvallende ontwikkelingen zien: in Den Haag zijn bijvoorbeeld de kosten in 2019 meer dan vertienvoudigd ten opzichte van 2016, hetzelfde geldt voor Pijnacker-Nootdorp. In de overige gemeenten zijn de regionale projectkosten ook toegenomen in de loop van de jaren.
85
Kostenverdeling binnen de regionale projectkosten op gemeentelijk niveau. Regionale projectkosten: Taakveld Wijkteams Gemeente Delft
Jaar 2015 2016 2017 2018 2019
Kosten €0 €0 € 134.167 € 341.033 € 244.000
Den Haag
2015 2016 2017 2018 2019
€0 € 157.652 € 664.769 € 912.670 € 1.737.651
Leidschendam-Voorburg
2015 2016 2017 2018 2019
€ 104.423 € 127.128 € 261.839 € 293.303 € 428.358
Midden-Delfland
2015 2016 2017 2018 2019
€ 4.204 € 6.445 € 15.741 € 25.389 € 64.105
86