CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

raadsbrief septembercirculaire 2021

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststelling 17e begrotingswijziging en effecten n.a.v. septembercirculaire 2021 (nr. 2141766)5.281 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Interne dienstverlening Financien bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Auke van der Heide Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

Telefoon 0652739395 avdheide@delft.nl

Aan de gemeenteraad

Internet www.delft.nl Telefoon 14015

Datum

Onderwerp

12-10-2021

Bestuurlijke reactie Septembercirculaire 2021

Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 27 september 2021 is door het ministerie van BZK de septembercirculaire over de uitkering uit het gemeentefonds gepubliceerd1. De septembercirculaire is gebaseerd op de Miljoenennota 2022. De belangrijkste componenten in deze circulaire zijn een bijstelling van het accres, het bevriezen van de opschalingskorting, een nieuw compensatiepakket voor de coronacrisis en de verdeling van de middelen voor jeugdzorg (restant 2021, arbitrage). Dit memo bevat een nadere toelichting op de Algemene uitkering (paragraaf 1), Decentralisatie-uitkeringen (paragraaf 2) en Integratie-uitkeringen Sociaal domein (paragraaf 3). Tevens is een toelichting op overige ontwikkelingen opgenomen (paragraaf 4). In bijlage 1 staat een toelichting op de onderdelen van het Corona steunpakket. Bijlage 2 geeft een toelichting op de taakmutaties en wijzigingen in de Decentralisatie-en Integratie-uitkeringen. 1. Algemene uitkering Algemene mutaties De algemene mutaties in de Algemene uitkering zijn van invloed op de financiële ruimte van de gemeente, zonder dat sprake is van veranderingen in het takenpakket.

1 Dit betrof een nieuwe versie in plaats van de septembercirculaire die op

Prinsjesdag is verschenen.

Datum

12-10-2021

Tabel 1. Algemene mutaties Specificatie Algemene uitkering Algemene mutaties a. Accres b. Bevriezen opschalingskorting c. BCF d. Maatstaven e. Belastingcapaciteit Mutatie algemene uitkering

* € 1.000

2021 -68 1.323 855 -26 2.084

2022 3.650 1.646

2023 3.652

2024 3.437

2025 4.112

382 -22 5.656

313 -22 3.943

567 -22 3.982

562 -22 4.652

a. Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (trap-op-trap-af). De toename of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. Om schommelingen te dempen is vorig jaar besloten het accres voor de jaren 2020 en 2021 te bevriezen op de stand van de Voorjaarsnota 2020. In de septembercirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. Dit leidt tot een forse toename van de Algemene uitkering en is aanzienlijk meer dan in vorige circulaires werd aangekondigd. NB: de uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt. De stijging van het accres komt door een hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling, een positieve volumeontwikkeling en aanvullende middelen voor klimaatmaatmaatregelen, compensatie van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, zorg en EU-afdrachten. b. Bevriezen opschalingskorting Het kabinet heeft besloten de oploop van de opschalingskorting voor gemeenten in het jaar 2022 incidenteel te schrappen en te bevriezen op het niveau 2019. Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 270 miljoen in 2022. c.

BCF Voor het BTW CompensatieFonds (BCF) is een plafond afgesproken waarbij overschotten/tekorten worden verrekend met het gemeentefonds. Jaarlijks wordt in de septembercirculaire een voorschot verwerkt voor de afrekening van de ruimte onder het plafond. Op deze ruimte is geanticipeerd met een stelpost. Tabel 2. BTW Compensatiefonds Plafond BTW compensatiefonds Aframen oude stelpost Ruimte onder het plafond BTW Compensatiefonds Effect Financieel meerjarenbeeld

* € 1.000

2021 -690 1.323 633

2022

2023

2024

2025

-

-

-

-

d. Maatstaven (hoeveelheidsverschillen) Bij de septembercirculaire zijn de maatstaven voor Delft geactualiseerd, o.a. voor bijstandsontvangers. De verdeling van de algemene uitkering wordt voor een groot deel bepaald op basis van deze maatstaven. Maatstaven zijn bijvoorbeeld aantallen inwoners, woonruimten, bijstandsontvangers en oppervlakte. e. Belastingcapaciteit Van de RBG zijn de actuele WOZ-waarden met peildatum 1 januari 2020 ontvangen die worden gebruikt voor de inkomstenmaatstaf Belasting-

2/14

Datum

12-10-2021

capaciteit in 2021. Omdat de WOZ-waarden iets harder is gestegen dan eerder aangenomen, ontstaat een klein nadeel bij deze maatstaf. 6e Corona steunpakket In de septembercirculaire is een steunpakket opgenomen van ruim € 358 miljoen voor de jaren 2021 en 2022. De maatregelen zijn nader toegelicht in bijlage 1. De middelen in het steunpakket zijn vrij besteedbaar voor gemeenten. De toelichtingen illustreren met welke extra kosten als gevolg van corona gemeenten geconfronteerd worden. Het doel hiervan is niet een bestedingsdoel nader te omschrijven of, op welke manier dan ook, de middelen te oormerken. Omdat de economie naar verwachting weer opengaat in de tweede helft van dit jaar zijn voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers dan zal tijdig met de medeoverheden overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie. Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2020. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is. Ook voor 2021 wordt de inkomstenderving 2021 in kaart gebracht en gecompenseerd in 2022.

Taakmutaties (inclusief jeugdzorg) Naast algemene mutaties is ook sprake van taakmutaties. Dit zijn mutaties die veelal corresponderende gevolgen hebben voor uitgaven van de gemeente. Als het door het rijk geformuleerde beleid in lijn is met door de raad geformuleerde doelstellingen, vindt aanpassing van het uitvoeringsbudget conform het rijksbeleid plaats. In bijlage 2 staat een toelichting op alle taakmutaties. De grootste taakmutaties gaan over de verdeling van: • de resterende (incidentele) middelen voor acute problematiek in de Jeugdzorg in 2021. Van de toegezegde € 613 miljoen is nu het restant van € 51,825 miljoen verdeeld (Delft: € 278.000). • de middelen voor tekorten in de jeugdzorg in 2022 (€ 1,3 miljard). In de septembercirculaire vindt een beperkte verlaging van dit bedrag plaats omdat, na overleg met de VNG, € 9 miljoen beschikbaar wordt gesteld aan de VNG ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Tegenover de extra middelen in 2022 staan geen nieuwe uitgaven omdat deze al in de Programmabegroting 2022-2025 zijn geraamd. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng.

Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (onder andere cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een hervormingsagenda, die bestaat uit een combinatie van een set 3/14

Datum

12-10-2021

van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving. Het is aan een nieuw kabinet om over de hervormingsagenda te besluiten. 2. Decentralisatie-uitkeringen Onderdeel van het Gemeentefonds zijn decentralisatie-uitkeringen. Dit zijn uitkeringen die (nog) niet via de reguliere verdeelmaatstaven aan gemeenten worden toegekend. De middelen zijn vrij besteedbaar en er is geen verantwoording naar het Rijk benodigd zoals bij Specifieke uitkeringen. Wel geldt dat de uitkeringen met een bepaald doel worden verstrekt en dat mutaties corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven hebben. Als het door het rijk geformuleerde beleid in lijn is met door de raad geformuleerde doelen, vindt ophoging van het bijbehorende budget conform het rijksbeleid plaats. In bijlage 2 staat een toelichting op de diverse uitkeringen. De grootste wijziging betreft de voortzetting van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) in het jaar 2022. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren.

Een lokale en integrale aanpak is daarbij van belang. 3. Integratie-uitkeringen Sociaal domein Integratie-uitkeringen maken net als de Decentralisatie-uitkeringen deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling. Deze uitkeringen zijn vrij besteedbaar en er vindt geen verantwoording plaats naar het Rijk. Wel zijn de uitkeringen verbonden met een zeker doel. De aanpassingen leiden tot ophoging van lasten vanwege uitbreiding van het takenpakket en/of prijsaanpassingen. In bijlage 2 staat een nadere toelichting op de diverse uitkeringen. In de septembercirculaire zijn middelen beschikbaar gesteld voor Beschermd wonen (uitname voor overheveling Wlz, correctie loon- en prijsontwikkeling) en minder middelen voor Participatie (banenafspraak/beschut werk, SW-bedrijven). 4. Overige ontwikkelingen Herijking verdeling gemeentefonds Het ministerie van BZK heeft de uitkomsten van het voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds geactualiseerd van 2017 naar 2019. Daarmee wordt bezien of het voorstel voor de nieuwe verdeling de ontwikkeling over de tijd goed volgt. De actualisatie is voor de fondsbeheerders geen aanleiding om het voorgestelde verdeelvoorstel voor de verdeling van de middelen in het gemeentefonds te herzien. Het ministerie benadrukt dat het hier gaat om voorlopige cijfers. Na advisering door ROB en VNG en definitieve besluitvorming over invoering 4/14

Datum

12-10-2021

van het verdeelvoorstel zal nog een laatste actualisatieslag plaatsvinden voordat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2023. Publicatie volgt in de meicirculaire 2022. De VNG betrekt de geactualiseerde cijfers bij de bestuurlijke consultatie van het verdeelvoorstel. Deze consultatie start medio oktober, nadat de ROB advies heeft gegeven over het verdeelvoorstel. De nieuwe verdeelmodellen laten voor Delft een geringe verbetering zien ten opzichte van het voorstel uit juli. De ontwikkeling van de uitkomsten per inwoner is voor Delft als volgt: (210202) Verdeling: Sociaal domein Klassiek domein Specifieke vaste bedragen Overige Eigen Middelen (OEM)* OZB

oud

2017 -54 150 0 -35 -53 8

(210722)

(210812)

nieuw 2017 -61 179 0 -66 -53 -1

nieuw 2019 -70 202 0 -72 -56 4

* Belastingen exclusief OZB, treasury, grondexploitaties, gronden en gebouwen, reserves

Voor Delft geldt nu een beperkt voordeel (€ 0,4 miljoen). Het aandeel van het structuurkenmerk centrumfuncties in de verdeling stijgt. Dit leidt in de nieuwe verdeling tot een verschuiving van middelen naar centrumgemeenten. Delft profiteert hier niet van omdat de verdeelmodellen de centrumfunctie van Delft als matig waarderen. Voor de invoering van het verdeelvoorstel gelden de volgende randvoorwaarden: • De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Gezien de ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën, kiezen de fondsbeheerders ervoor de herverdeeleffecten te maximeren op € 60 per inwoner over een periode van vier jaar, oftewel € 15 per inwoner per jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect. • De ontwikkeling van de kosten van gemeenten en de invloed daarvan op de verdeling wordt nauwgezet in de gaten gehouden. Als opvallende effecten optreden, voeren de fondsbeheerders onderzoek uit naar verdere verbetering van het model. Vier jaar na invoering (per 1 januari 2027) zal bekeken worden of bijstelling van de verdeling nodig is. Evaluatie normeringssystematiek Vorig jaar is de evaluatie van de normeringsmethodiek (beter bekend als ‘trap-op-trap-af’) afgerond.

Daarna is de ROB om advies gevraagd en daarvoor een afweging te maken tussen actualiteit enerzijds en stabiliteit anderzijds binnen de normeringssystematiek en in het bijzonder op de verschillende beleidsopties uit het evaluatierapport normeringssystematiek. Op 2 juni 2021 heeft de ROB zijn advies gepubliceerd. In het advies trekt de ROB de discussie over de normering in een breder perspectief. Hij geeft 5/14

Datum

12-10-2021

daarbij aan dat de vormgeving van de normeringssystematiek onderdeel is van het bredere vraagstuk van een passende inrichting van de bestuurlijke en financiële verhoudingen. Voor de beantwoording volgt de Raad daarom de lijnen van zijn recente advies Rust-Reinheid-Regelmaat. Uitgaande van de huidige wet- en regelgeving en stelselafspraken, doet de ROB als hoofdaanbeveling een brede koppeling op basis van het meerjarig rijksuitgavenkader inclusief de geraamde investeringsuitgaven van het Nationaal Groeifonds zoals die bij het opstellen van het Regeerakkoord gelden. Dit betekent in feite een volumeafspraak voor de duur van een kabinetsperiode. Hierbij is het wel van belang om afspraken te maken over de spelregels voor onvoorziene gevallen, en die afspraken tweezijdig te borgen. De redenen voor deze keuze zijn gelegen in stabiliteit (en dus niet actualiteit), evenredigheid, eenvoud en transparantie. Uiteindelijk is het aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan. Klimaat en energie Medeoverheden krijgen naar aanleiding van het Klimaatakkoord veel nieuwe taken op het terrein van de sectoren gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, landbouw en elektriciteit. De ROB heeft advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten van deze nieuwe taken voor medeoverheden vanaf 2022.

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) adviseerde dat de gemeenten in 2022 € 448,8 miljoen nodig hebben voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Het kabinet heeft, in afwachting van besluitvorming van het nieuwe kabinet over het advies van de ROB, besloten om in de begroting 2022 in totaal € 72,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de klimaatakkoordtaken van gemeenten, ondersteuning van medeoverheden en RES. Hoeveel de gemeenten krijgen voor de klimaatakkoordtaken is nog steeds niet bekend. Het is aan een nieuw kabinet om een besluit nemen over de totale uitvoeringskosten voor de periode 2022 tot en met 2024.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

S. Brandligt Loco-burgemeester

M. Berger Loco-secretaris

6/14

Datum

12-10-2021

Bijlage 1: toelichting Corona steunpakket De middelen in het steunpakket zijn vrij besteedbaar voor gemeenten. De toelichtingen illustreren met welke extra kosten als gevolg van corona gemeenten geconfronteerd worden. Het doel hiervan is niet een bestedingsdoel nader te omschrijven of, op welke manier dan ook, de middelen te oormerken. Voorstel is om de middelen te storten in de reserve Maatregelen coronacrisis. Op basis van lokaal geraamde afwijkingen bij lasten en baten en voorstellen met betrekking tot (verwachte) knelpunten in Delft worden via de bestuurlijke coronarapportages concrete aanwendingen ten laste van de reserve aan de raad voorgelegd. * € 1.000

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Coronacompensatie (AU) Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) Buurt- en dorpshuizen Lokale cultuur Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand Totaal mutaties

2021 1.324 65 322

1.711

2022

2023

2024

2025

102 300 207 104 713

Toelichting: 1. Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, Bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar waarvoor de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. Voor de eerste drie kwartalen van 2021 is een bedrag van € 260 miljoen beschikbaar gesteld voor de TONK. De eerste tranche van € 65 miljoen is reeds toegevoegd aan de algemene uitkering.

Deze tweede en laatste tranche voor de periode tot en met 30 september bedraagt € 195 miljoen, en wordt eveneens beschikbaar gesteld via de algemene uitkering. 2. en 3. Buurt- en dorpshuizen en Lokale cultuur Voor de buurt- en dorpshuizen en de lokale cultuur heeft het kabinet € 60 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 10 miljoen voor buurt- en dorpshuizen en € 50 miljoen voor cultuur, ter compensatie van de extra uitgaven als gevolg van de coronacrisis. 4. Aanvullend pakket re-integratie dienstverlening aan bijstandsgerechtigden Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen beschikbaar voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 14,740 miljoen in 2022). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat 7/14

Datum

12-10-2021

zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. 5. Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden Daarnaast ontvangen gemeenten in 2022 een tijdelijke impuls voor reintegratie (€ 43,438 miljoen) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. 6. en 7. Gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 30 miljoen in 2022) en de bijzondere bijstand (€ 15 miljoen in 2022) beschikbaar. Gericht op het bieden van snelle hulp en ondersteuning aan mensen die vanwege de crisis te maken krijgen met (dreigende) schulden- en armoedeproblematiek.

8/14

Datum

12-10-2021

Bijlage 2 Toelichting op Taakmutaties en DU/IU/SU Taakmutaties Conform de Begrotingsregels is getoetst of de middelen voor taakmutaties exact in deze omvang benodigd zijn. Als dat het geval is, wordt in de begrotingswijziging bij de circulaire een budget geraamd op het programma. Specificatie Algemene uitkering Taakmutaties 1. Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz 2. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen 3. Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp 4. Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Wmo 2015 Taakmutaties: uitname 5. Uitvoering en implementatie Breed offensief 6. Europese richtlijn energieprestatie gebouwen 7. Logisch ontwerp GBA 8. Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden 9. Landelijke structuur interventieteams 10. Toezicht en handhaving gastouderschap 11. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen 12. Jeugdzorg Taakmutaties: uibreiding takenpakket Totaal taakmutaties

* € 1.000

2021 -73 -19

2022 -66

2023 -61

2024 -56

2025 -56

-38 -93 -197

-61

-56

-56

17 40 12

17 40 12

17 40 12

401

17 40 12 6.898 6.967

69

69

69

309

6.770

8

13

13

-92 111 9 3 278

Toelichting taakmutaties: 1. Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlzinstelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 is de nacalculatie over 2020 ad € 16,9 miljoen verwerkt. In deze circulaire is de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. Conform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse Zorgautoriteit. 2. Bijdrage centrale voorziening Basisregistratie Personen Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is in 2021 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Gemeenten dragen € 1,965 miljoen bij in de meerkosten. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten van € 1,299 miljoen voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2020.

De bedragen zijn zoals afgesproken met de VNG in 2021 ten laste gebracht van de algemene uitkering. 3. en 4. Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp en Wmo Ten aanzien van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor de PGB-trekkingsrechten is voor 2022 overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag van € 27,142 miljoen uit de algemene uitkering te nemen, waarvan € 19,979 miljoen uit het subcluster Wmo 2015 en € 7,163 miljoen uit het subcluster Jeugdhulp.

9/14

Datum

12-10-2021

5. Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. Voor de implementatie van de voorstellen uit Breed offensief heeft het ministerie van SZW in totaal € 53 miljoen aan incidentele middelen beschikbaar gesteld voor 2020 en 2021. De verdeling van deze middelen vindt plaats via bestuurlijke afspraken met de VNG. Op basis van die bestuurlijke afspraken ontvangen gemeenten in 2021 € 15,503 miljoen via de algemene uitkering voor de implementatie van de onderdelen van Breed offensief die géén wetswijziging vereisen en sowieso zullen worden doorgezet. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie, het uniformeren van de loonwaardebepaling en werkgeversdienstverlening. 6.

Europese richtlijn energieprestatie gebouwen De algemene uitkering wordt in 2021 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2022 en verder volgt in een volgende circulaire. Meer informatie over EPBD III is beschikbaar via de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. 7. Logisch ontwerp GBA Op korte termijn treedt het Logisch Ontwerp GBA 3.14 in werking ten behoeve van enkele wijzigingen in de Basisregistratie Personen. In verband met aanpassingen in de systemen en de bijbehorende kosten ontvangen gemeenten voor 2021 in totaal € 0,483 miljoen via de algemene uitkering. 8.

Aanpak problematiek jeugdzorg: restant middelen wachttijden De meicirculaire 2021 bevat informatie over de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Hiervan is een bedrag van € 255 miljoen beschikbaar gesteld met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. In totaal € 55 miljoen van de € 255 miljoen is in de meicirculaire 2021 nog niet verwerkt in de verdeling van het algemene uitkering omdat het Rijk en de VNG een klein deel hiervan wilden inzetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Inmiddels hebben de VNG en 10/14

Datum

12-10-2021

het Rijk deze kosten begroot op € 3,175 miljoen waardoor bij deze circulaire het resterende deel (€ 51,825 miljoen) kan worden toegevoegd aan de algemene uitkering. 9. Landelijke structuur interventieteams In de Landelijke Structuur Interventieteams (LSI) werken gemeenten samen met andere overheidsorganisaties ter voorkoming en terugdringing van belasting- en premiefraude, toeslagenfraude, uitkeringsfraude, overtredingen van arbeidswetgeving en daarmee samenhangende misstanden zoals door de LSI aangeduid. Voor de ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van projecten binnen de LSI zal het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar stellen via de algemene uitkering. 10. Toezicht en handhaving gastouderschap Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 6,4 miljoen extra ter beschikking via de algemene uitkering. 11. Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Met ingang van 1 januari 2022 worden naast meisjes ook jongens in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen het Humaan Papillomavirus (HPV-virus). Daarnaast wordt de vaccinatieleeftijd verlaagd naar 10 jaar.

Ten behoeve van deze taakuitbreiding wordt de algemene uitkering vanaf 2022 structureel opgehoogd met € 2,778 miljoen. De middelen zijn toegevoegd aan de eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. 12. Jeugdzorg Per brief van 29 juni jl. zijn gemeenten geïnformeerd dat het kabinet voor 2022 incidenteel € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Hierin is ook meegenomen dat gemeenten uitvoering geven aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen op de jeugdzorguitgaven opleveren. Vanuit de € 1,314 miljard is, na overleg met de VNG, besloten € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Deze € 9 miljoen wordt door VWS beschikbaar gesteld aan de VNG. Het overige deel is toegevoegd aan de algemene uitkering. Vanwege de kosten voor de uitvoering van de hervormingsagenda valt de toekenning aan de algemene uitkering per gemeente in deze circulaire iets lager uit dan het gepresenteerde indicatiebedrag uit de brief van 29 juni jl. Decentralisatie-uitkeringen Decentralisatie-uitkeringen zijn (nog) niet via de reguliere verdeelmaatstaven aan gemeenten toegekend.

De middelen zijn vrij besteedbaar en er is geen verantwoording naar het Rijk benodigd zoals bij Specifieke uitkeringen. Wel geldt dat de uitkeringen met een bepaald doel worden verstrekt en dat mutaties corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven kunnen hebben. Als dat het geval is, wordt in de begrotingswijziging bij de circulaire een budget geraamd op het programma.

11/14

Datum

12-10-2021 * € 1.000

1. 2. 3. 4.

Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen Vrouwenopvang (DU) Suppletie-uitkering integratie sociaal domein Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) Gezond in de stad (DU) Totaal mutaties

2021 10 53 23 86

2022 12 53 39 221 325

2023 12 53 39 104

2024 12 53 39 104

2025 12 53 39 104

Toelichting decentralisatie-uitkeringen: 1. Vrouwenopvang (DU) Voor uitkeringsjaar 2021 geldt dat een bedrag van € 0,105 miljoen is uitgenomen in verband met de landelijke coördinatiefunctie Centrum Seksueel Geweld (CSG). Voor de jaren 2022 en verder blijft de omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang ongewijzigd. Wat betreft de verdeling zijn voor het jaar 2020 en 2021 ten opzichte van de meicirculaire 2021 de aantallen eenheden van de maatstaven van het objectieve verdeelmodel geactualiseerd. De geactualiseerde aantallen voor 2021 zijn ook bij de berekeningen voor latere jaren gebruikt. 2. Suppletie-uitkering integratie sociaal domein Alle gemeenten hebben te maken met de suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). Bij de decembercirculaire 2020 zijn de definitieve bedragen van de suppletie-uitkering voor 2019 en 2020 bekend gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 is in deze circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. In de decembercirculaire 2020 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022, in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. 3. Maatschappelijke opvang en OGGz De omvang van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang wijzigt niet.

De verdeling voor 2021 en verder is ten opzichte van de meicirculaire 2021 gewijzigd door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. 4. Gezond in de stad Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Voor genoemd jaar is een bedrag van € 19,440 miljoen beschikbaar gesteld. Bij de verdeling van de middelen wordt de tot nu gehanteerde systematiek voortgezet. Op basis van de statusscore van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is een selectie van wijken met de laagste statusscore ten opzichte van andere wijken in Nederland gemaakt. De middelen zijn verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal inwoners in deze wijken, met een minimum van € 20.000 per gemeente. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. Een lokale en integrale aanpak is daarbij van belang.

12/14

Datum

12-10-2021

Integratie-uitkeringen Sociaal domein Vanaf uitkeringsjaar 2019 is de integratie-uitkering Sociaal domein opgehouden te bestaan. De betreffende onderdelen zijn of naar de Algemene uitkering overgeheveld of omgezet naar aparte integratieuitkeringen: - Beschermd wonen - Voogdij 18+ - Participatie (exclusief Re-integratie klassiek). In de begrotingswijziging bij de circulaire zijn de aanpassingen geraamd op het programma. * € 1.000

1. 2. 3.

Integratie-uitkeringen Sociaal domein Beschermd Wonen (IU) Voogdij/18+ (IU) Participatie (IU) Totaal Integratie-uitkeringen Sociaal domein

2021 862

2022 138

2023 67

2024 62

2025 69

-42 820

-41 97

-64 3

-86 -24

-111 -42

Toelichting Integratie-uitkeringen Sociaal domein: 1. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen verandert als gevolg van de volgende mutaties: De ophoging van de structurele uitname vanaf 2022 met € 149 miljoen vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021. Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen budget en de verdeling over de centrumgemeenten. In de meicirculaire 2020 is hiervoor reeds € 495 miljoen structureel overgeheveld van de integratie-uitkering Beschermd wonen naar de Wlz. Omdat er meer cliënten dan oorspronkelijk geraamd zijn overgegaan van Wmo beschermd wonen naar de Wlz vindt er in deze circulaire een aanvullende uitname plaats van € 149 miljoen. Het totaalbedrag van de structurele uitname vanaf 2022 komt daarmee uit op € 644 miljoen. De ophoging van de uitname in 2021 met € 50 miljoen, eveneens als gevolg van de Wlz-nacalculatie. De ophoging van de uitname in 2021 is € 99 miljoen lager dan die vanaf 2022 omdat in 2021 de zorg langer plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit wordt veroorzaakt door de tijdelijk langere doorlooptijd van het indicatieproces in 2021. Het totaalbedrag van de uitname voor 2021 komt daarmee uit op € 545 miljoen.

Een correctie op de in de meicirculaire 2021 toegekende loon- en prijsbijstelling 2021. De correctie heeft gevolgen voor het uitkeringsjaar 2022 en verder en is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het historische macrobudget stand meicirculaire 2021. Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet. De nacalculatie heeft geen gevolgen voor het aandeel per gemeente in het nieuwe verdeelmodel, maar is wel van invloed op het tempo waarin gemeenten hiernaar toegroeien (de overgangsregeling). 2. Voogdij 18+ Geen wijzigingen in de septembercirculaire. 13/14

Datum

12-10-2021

3. Participatie No risk polis banenafspraak/beschut werk Het UWV voert structureel de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Om dit te financieren zijn middelen verschoven van het gemeentefonds naar het UWV. Met de VNG is bestuurlijk afgesproken de uitgaven aan de no-riskpolis elke vijf jaar te herijken op basis van de realisaties in de voorafgaande periode. Er is daarbij een rekenregel afgesproken voor de wijze waarop meevallers of tegenvallers verrekend zouden worden. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit heeft conform de overeengekomen rekenregel een extra overheveling tot gevolg van de middelen voor begeleiding (middelen voor re -integratie nieuwe doelgroep in het gemeentefonds, integratie-uitkering Participatie) naar het UWV. Het betreft een extra uitname van € 5,459 miljoen in 2021, oplopend tot € 17,141 miljoen in 2026. De volgende herijking vindt plaats in 2026. Dan zal opnieuw bekeken worden hoe de uitgaven zich hebben ontwikkeld. Extra middelen SW-bedrijven Het kabinet heeft besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021.

Aangezien Sociale Werkvoorziening (SW)bedrijven geen aanspraak kunnen maken op Noodmaatregel Ondersteuning Werkgelegenheid (NOW), is in 2020 besloten tot een tegemoetkoming aan gemeenten voor de loonkosten van SW-personeel. Ook in 2021 is er naar verwachting nog sprake van omzetverlies bij SW-bedrijven als gevolg van de coronamaatregelen. Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie. Daarnaast is een bedrag van € 10 miljoen gereserveerd voor een eventuele aanvullende tegemoetkoming voor de periode 1 juli tot 1 oktober 2021. Het kabinet houdt een vinger aan de pols om te kijken of de financiële situatie naar aanleiding van de coronamaatregelen aanleiding geeft om ook (een deel van) het bedrag voor het derde kwartaal beschikbaar te stellen.

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10663392/1