Raadsbesluit Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027 (kenmerk 6510724)
Tekst van het document
Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het derde lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken. Artikel 6.3 Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s 1. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 2. Het college onderzoekt periodiek met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b, van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. 19
3. Het college treft de nodige maatrelen om de doelmatigheid en rechtmatigheid van de verstrekte individuele voorzieningen in natura en pgb te waarborgen en fraude te voorkomen. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. het college verricht zo nodig, al dan niet met tussenkomst van derden, onderzoek bij aanbieders die een subsidie- of contractrelatie met het college van de gemeente Delft onderhouden; c. het college beperkt waar nodig de looptijd van de indicaties en voert periodiek controles uit bij indicaties; d. het college bezoekt cliënten en locaties, waarbij door middel van een schouw een feitelijk onderzoek gedaan wordt naar de ervaringen met en de uitvoering van de geboden ondersteuning; e. het college monitort het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen. 4. Wanneer onderzoek naar rechtmatigheid of doelmatigheid leidt tot het beëindigen of wijzigen van de overeenkomst met een aanbieder, worden de jeugdigen en ouders die hulp ontvangen van de betreffende aanbieder hierover door het college geïnformeerd en spant het college zich ervoor in dat de jeugdhulp aan deze jeugdigen en ouders wordt gecontinueerd.
Artikel 6.4 Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet gebruik 1. Het college maakt met de door hem gecontracteerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. 2. Het college maakt met de door hem gecontracteerde jeugdhulpaanbieders afspraken over het monitoren van de gemiddelde trajectduur tijdens de looptijd van een contract. HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 7.1 Kwaliteit 1. Jeugdhulpaanbieders en jeugdhulpverleners zorgen voor een goede kwaliteit van jeugdhulp, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. In aanvulling op hoofdstuk 4 van de wet, gelden de volgende kwaliteitseisen voor jeugdhulp: a. de jeugdhulp die geïndiceerd is, wordt in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouder(s) besproken; b. de jeugdhulp is veilig: de relatie tussen de jeugdige en/of zijn ouder(s) en beroepskracht is vertrouwd en stabiel waarbij de privacy in acht wordt genomen; c.
de jeugdhulp garandeert continuïteit, samenhang en resultaten: de beroepskracht is deskundig en gericht op het behalen van resultaten en werkt waar nodig samen met andere jeugdhulpverleners dan wel andere professionals en onderhoudt contacten met de personen uit het sociaal netwerk van de jeugdige; d. de leefomgeving (wonen en verblijf) past bij de leeftijd en ondersteuningsbehoefte van de jeugdige. 2. Behoudens andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de eisen door periodieke overleggen met de jeugdhulpaanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig na overleg met de jeugdige en/of zijn ouder(s) ter plaatse controleren van de geleverde jeugdhulp.
20
Artikel 7.2 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college baseert in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op ten minste de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten; en d. kosten voor indexering. 2. Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid. 3. Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouders en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
Artikel 7.3 Klachtregeling Het college stelt een regeling vast voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en/of hun ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening. Artikel 7.4 Inspraak en medezeggenschap 1. Het college stelt jeugdigen en hun ouders en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN Artikel 8.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 8.2 Intrekking oude verordening 1. De Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2024 wordt ingetrokken per de dag van inwerkingtreding van de Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027. 2.
Een jeugdige en/of zijn ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van een eerdere verordening, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen op basis van de Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027, tenzij deze verordening nadeliger uitpakt voor de jeugdige en/of zijn ouders. 21
4. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2024, wordt beslist met inachtneming van de Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027. Artikel 8.3. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2027 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Delft 2027.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van #* DD/MM/JJJJ *#
A. Pechtold - voorzitter.
J. Mimpen -griffier.
22
Bijlage I – Samenvattend overzicht van ontwikkelingstaken, opvoedopgaven en ‘normale’ uitdagingen Onderstaand overzicht is niet uitputtend maar geeft voorbeelden van ontwikkelingstaken en opvoedingsopgaven die kenmerkend zijn voor de verschillende leeftijdsgroepen. Vaak begint de ontwikkeling al in een eerdere fase, maar staat het in het schema in de fase waarin dit het meeste speelt. Leeftijd 0-2 jaar
Belangrijkste milieus Gezin Opvang
Ontwikkelingstaken Veilige hechting; Lichaamsbeheersing; Exploratie & spelen; Autonomie en individuatie.
2-4 jaar
Gezin Buurt Opvang Media
4-6 jaar
Gezin Basisschool Opvang Verenigingen Mediaomgeving
6-12 jaar
Gezin Opvang
Representationele vaardigheid; Taalvaardigheid en denkontwikkeling; Zelfsturing (enige mate kunnen beheersen van emoties en gedrag); Constructieve omgang met leeftijdgenootjes; Socialisatie; Zelfredzaamheid; Sekserol-identificatie Schoolse vaardigheden Taal- en denkontwikkeling Executieve vaardigheden (zelfsturing) Gezinsnormen eigen maken, houden aan regels; Vriendschappen sluiten; Ontwikkeling gewetensontwikkeling / schaamte- gevoelens; Digitale vaardigheden (apparaten gebruik beheersen/besturen) Vergroten zelfstandigheid Gebruik infrastructuren (geld,
Opvoedingsopgaven Soepele verzorging; sensitief en responsief reageren op gedrag van het kind; Letterlijk beschikbaar zijn; Structuur bieden; Ruimte geven voor exploratie; Spelen en praten; Ontwikkeling stimuleren. Sensitiviteit voor cognitief niveau (praten, informatie en uitleg geven, ontwikkeling stimuleren); Respect voor autonomie én grenzen stellen; Bevorderen zelfsturing (impulscontrole)
Normale uitdagingen Voedingsproblemen; Slaapproblemen; Scheidingsangst; Angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties; Incidenteel huilen.
Aanmoedigen sociaal gedrag Gelegenheid geven voor omgang met leeftijdsgenootjes; Respectvol omgaan met verschillen in etniciteit en gender; Mediaopvoeding; Regels en grenzen uitleggen en stellen (bv. Gedrag, mediagebruik, televisie); Loslaten en vertrouwen geven.
Angst voor vreemden, donker, geluiden en onbekende situaties; Koppigheid; Driftbuien; Agressie; Ongehoorzaamheid; Druk gedrag; Niet zindelijk zijn; Zeuren/driftbuien om beeldschermgebruik. Niet gegronde angsten; Ruzies met leeftijdgenoten; Zindelijkheid; Schoolweigering; Gebrek zelfsturing.
Bevorderen zelfsturing (taakgerichtheid);
Ruzies, pesten; Concentratieproblemen;
Leeftijd
Belangrijkste milieus School Verenigingen Peergroep Mediaomgeving
Ontwikkelingstaken vervoer, vrijetijdsvoorzieningen sociale media) Schoolsevaardigheden; Internet en sociale media vaardigheden; Acceptatie door leeftijdgenoten; Sociaal gedrag: Samenwerken, conflicten oplossen.
12-16 jaar
Gezin School Verenigingen Peergroep Mediaomgeving Werkkring
16-23 jaar
Gezin School Verenigingen Peergroep Internetgroep Werkkring
Emotionele en praktische zelfstandigheid; Ontwikkeling waardensysteem Afstand nemen van ouders peergroep wordt referentiekader; Sociale contacten en vriendschappen leggen en onderhouden; Seksualiteit; Omgang met sociale media en gevaren onderkennen; Onderwijs en beroepsvoorbereiding.
Overgang van jeugd naar volwassenheid; Loskomen van ouderlijk gezag; Ontwikkeling eigen waarden en normen; Onafhankelijkheid; Duurzame relaties aangaan.
Opvoedingsopgaven Bewust leren omgaan met media (tijd, inhouden, contacten); Gelegenheid geven voor omgang met leeftijdgenootjes; Respectvol omgaan met verschillen in etniciteit en gender; Ondersteunen bij onderwijs; Waardering voor schoolprestaties; Ruimte bieden om te experimenteren en zich seksueel te kunnen ontwikkelen; Toezicht houden; Emotionele beschikbaarheid; Tolerantie voor experimenten; Leeftijdsadequaat structuur bieden en grenzen stellen; Voorbeeldfunctie vervullen m.b.t. leefstijl en gedrag
Normale uitdagingen Laag prestatieniveau; Niet naar school willen; Incidenteel stelen of vandalisme; Overmatig gamen/ televisie/netflix, cyberpesten.
Meer symmetrische relatie aan gaan met de jongere; Emotionele, financiële en praktische steun; Eigen keuzes en beslissingen laten maken; Accepteren seksuele keuzes.
Onzekerheid over bijvoorbeeld uiterlijk; Onderschatting of soms overschatting van zichzelf; Wisselend humeur; Incidenteel spijbelen; Incidenteel gebruik van alcohol en drugs; Twijfels over identiteit of toekomst; Problemen met autoriteiten; Overmatig gamen/mediagebruik, cyberpesten, sexting (dader en slachtoffer). Stemmingswisselingen; Incidenteel gebruik van alcohol en drugs; Twijfels over identiteit of toekomst; Problemen met autoriteiten.