CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake actualisering Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft (nr. 2202013)3.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit

Datum Registratie nr. BBV

: : 4685407 : 4685395

Onderwerp

: Actualisering Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft

De raad van de gemeente Delft; Gelezen het voorstel van het college van 16 november 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de raadscommissie Economie, Financiën en Bestuur; overwegende dat het aanbeveling verdient regels te stellen ter handhaving van de openbare orde BESLUIT: I. Vast te stellen de navolgende wijzigingen in de Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft: Artikel 1:1 Begripsbepalingen Toevoegen van een nieuw sublid i) : i) Deeltweewieler: een publiek te gebruiken fiets, snor- en (bijzondere) bromfiets, die voor een korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder. Hiermee luidt het artikel in zijn geheel als volgt: “Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b: b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b; van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn: d. bebouwde kom: de bebouwde kom waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgelegd overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 bij raadsbesluit van 24 juni 2004; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f.

bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid van de Bouwverordening gemeente Delft; g. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet;

1

h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. i. Deeltweewieler: een publiek te gebruiken fiets, snor- en (bijzondere) bromfiets, die voor een korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder.”

Artikel 2:7 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg Toevoegen van een nieuw sub e) aan het vijfde lid: “e. deeltweewielers als bedoeld in artikel 2:7a.” Hiermee luidt het artikel in zijn geheel als volgt: “Artikel 2:7 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg 1. Het is toegestaan tijdelijk voorwerpen te plaatsen in de openbare ruimte, mits: a. plaatsing op eigen terrein niet mogelijk is; b. niet langer dan 6 maanden c.

de omvang niet groter is dan 12 vierkante meter;

d. het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de

bruikbaarheid en bereikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; e. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving voldoet

aan redelijke eisen van welstand. 2. Plaatsing van voorwerpen groter dan 12 vierkante meter dient uiterlijk 10 werkdagen

voor de voorgenomen plaatsing in de openbare ruimte, gemeld te worden aan het college op een door het college voorgeschreven manier. De bepalingen van lid 1 onder a, b d en e zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Het college kan nader regels stellen ten aanzien van voorwerpen of stoffen op, aan of

boven de weg. 4. Het college kan indien werkzaamheden of omstandigheden daartoe aanleiding geven,

gebieden aanwijzen waar het onder lid 1 van dit artikel bepaalde, tijdelijk niet van toepassing is. Wanneer een dergelijk gebied wordt aangewezen, dan is lid 2 van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15; b. terrassen; c.

reclame als bedoeld in de Reclameverordening 2005; 2

d. evenementen als bedoeld in artikel 2:17; e. deeltweewielers als bedoeld in artikel 2:7a.”

Artikel 2:7a Deeltweewielers Toevoegen van een nieuw artikel ‘2:7a’ met als opschrift ‘Deeltweewielers’ met de volgende inhoud: 1. Het is verboden zonder vergunning van het college deeltweewielers ten behoeve van het gebruik door derden in de openbare ruimte te plaatsen en aan te bieden, anders dan vanuit speciaal daarvoor ingerichte voorzieningen; 2. Het college kan voorschriften of beperkingen verbinden aan de vergunning: a. ter voorkoming van overlast; b. in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente; c. in het belang van de veiligheid van de weggebruikers; d. in het belang van de doorstroming van het verkeer; e. ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik; f. ter bescherming van het milieu; g. ter bescherming van de privacy. 3. Het college kan ter bescherming van de in het vorige lid genoemde belangen een maximum stellen aan: a. het aantal deeltweewielers per vergunninghouder per categorie deeltweewielers; b. het totaal aantal deeltweewielers. 4. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verboden is om deeltweewielers ter gebruik aan te bieden. 5. Het college kan plaatsen aanwijzen waar uitsluitend deeltweewielers ter gebruik aangeboden kunnen worden. 6.

Het college kan nadere regels stellen en wanneer een vergunningsaanvraag in strijd is met de nadere regels kan het college de vergunning weigeren.

7. Op een aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen).

Artikel 2:44 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Wijzigingen van het opschrift van artikel 2:44 ‘Vervallen’ in ‘Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties’ De volgende inhoud toevoegen aan artikel 2:44: 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke 3

uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:59 Drugshandel op straat Wijzigingen van het opschrift van artikel 2:59 ‘Vervallen’ in ‘Drugshandel op straat’ De volgende inhoud toevoegen aan artikel 2:59: ‘Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.’

Artikel 2:64 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Toevoegen van een nieuw artikel 2:64 met als opschrift ‘Tegengaan onveilig, niet leefbaar en

malafide ondernemersklimaat’. 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die feitelijk leiding geeft of de leiding heeft over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3.

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of

4

b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien:

5

a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit artikel niet worden nageleefd; of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j.

de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. Na het indienen van een aanvraag voor een wijziging in de exploitatie, verleent de burgemeester een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.

6

14. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:65 Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen Toevoegen van een nieuw artikel 2:65 met als opschrift ‘Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen’ Toevoegen van de volgende inhoud aan artikel 2:65: “1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 3. Het in het eerste lid gepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.”

Artikel 5:12 Begripsbepalingen Toevoegen van een nieuw sub c) aan het tweede lid: “c. een plaats voor deeltweewielers als bedoeld in artikel 2.7a, vierde lid.” Daarmee luidt het artikel in zijn geheel als volgt: “Artikel 5:12 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;

7

2. Onder venten wordt niet verstaan: a) het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b) het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:19; c) het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:16; d) het plaatsen van deeltweewielers ten behoeve van het gebruik door derden als bedoeld in artikel 2:7a.”

Artikel 5:15 Begripsbepaling Aan het tweede lid een nieuw sublid c toevoegen: “c. een plaats voor deeltweewielers als bedoeld in artikel 2:7a, vierde lid.” Daarmee luidt het artikel in zijn geheel als volgt: “Artikel 5:15 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder een standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h. van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:17. c. een plaats voor deeltweewielers als bedoeld in artikel 2:7a, vierde lid. 3. In deze afdeling wordt verstaan onder een winkeluitstalling: goederen – inclusief één reclamebord of reclameobject of één of twee menubord(en) – uitgestald door de desbetreffende ondernemer op een strook grond in de openbare ruimte. 4. In deze afdeling wordt verstaan onder overige uitstalling: voorwerpen ter verfraaiing van de entree van woonhuizen, bedrijfs- of kantoorpanden, zoals een plantenbak of bankje of soortgelijke voorwerpen.”

8

Artikel 6:2 Toezichthouders Schrappen van de volgende inhoud van het huidige eerste lid: “a. Controleur openbare ruimte en inspecteur openbare ruimte van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; b. Senior van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; c. (ass.) Havenmeester van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; d. Inspecteur buitendienst van de afdeling Vergunningen, Toezicht en handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; e. Adviseur (monumentenzorg) van de afdeling Erfgoed van het Cluster Samenleving van de gemeente Delft.” En te vervangen door: “a. Controleur en inspecteur openbare ruimte, afdelingshoofd, teamleider, senior, (ass.) havenmeester, medewerker projecten en data-analyse en juridisch medewerker kwaliteit en scholing van de afdeling Toezicht en Handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; b. Inspecteur buitendienst van de afdeling Bouwen en Bijzonder Onderzoek van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; c. Adviseur (monumentenzorg) van de afdeling Erfgoed van het Cluster Samenleving van de gemeente Delft.” Hiermee luidt het artikel in zijn geheel als volgt: “Artikel 6:2 Toezichthouders 1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de personen werkzaam in de functies van: a. Controleur en inspecteur openbare ruimte, afdelingshoofd, teamleider, senior, (ass.) havenmeester, medewerker projecten en data-analyse en juridisch medewerker kwaliteit en scholing van de afdeling Toezicht en Handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; b. Inspecteur buitendienst van de afdeling Bouwen en Bijzonder Onderzoek van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; c. Adviseur (monumentenzorg) van de afdeling Erfgoed van het Cluster Samenleving van de gemeente Delft d. Inspecteur buitendienst van de afdeling Vergunningen, Toezicht en handhaving van het Cluster Veiligheid van de gemeente Delft; e. Adviseur (monumentenzorg) van de afdeling Erfgoed van het Cluster Samenleving van de gemeente Delft 2. Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.”

9

II. Dat de toevoeging van de artikelen 2:64; 2:65 en wijziging van de artikelen 1:1; 2:7; 2:7a; 2:44; 5:12; 5:15 per 15 februari 2022 inwerking treedt;

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 februari 2022. J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart,

, burgemeester.

R. Jeene

, griffier.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10806833/1