Raadsbesluit Bomenverordening 2025
Tekst van het document
Raadsbesluit Datum Documentnr. Stuk
: #*dd-maand-jaar*# : 6301540 : #*Wordt ingevuld door Griffie*#
Onderwerp
: Vaststellen Bomenverordening Delft 2025
De raad van de gemeente Delft; Gelezen het voorstel van het college van #* DD/MM/JJJJ *#; Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet en de Omgevingswet BESLUIT: 1. de onderstaande Bomenverordening Delft 2025 vast te stellen. 2. de vaststelling van de Bomenverordening Delft 2025 op de gebruikelijke wijze bekend te maken in het elektronisch gemeenteblad Bomenverordening Delft 2025 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen Bijlage 1 bij deze verordening bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen. Artikel 1.2 Toepassingsbereik en oogmerk 1. Deze verordening is van toepassing op de activiteiten vellen, doen vellen of laten vellen van houtopstanden. 2. Het doel van de regels is het behouden en beschermen van houtopstanden, binnen de bebouwingscontour houtkap. HOOFDSTUK 2 AANWIJZINGEN IN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING Artikel 2.1 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Als bebouwingscontour houtkap, zoals bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden de gebieden aangewezen die zijn gemarkeerd op de als bijlage 3 bij deze verordening behorende topografische kaart.
Artikel 2.2 Aanwijzing beschermde houtopstanden De bomen en houtopstanden genoemd in bijlage 4 bij deze verordening (Monumentale bomenlijst) zijn aangewezen als beschermde houtopstanden. HOOFDSTUK 3 REGELS VOOR ACTIVITEITEN Artikel 3.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op degene die de betrokken activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Artikel 3.2 Vergunningplicht Het is verboden om binnen de bebouwingscontour houtkap, zonder een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit ‘vellen houtopstand’, een houtopstand te vellen, te doen vellen of te laten vellen. Artikel 3.3 Uitzondering vergunningsplicht Een vergunningplicht als bedoeld in artikel 3.2 geldt niet wanneer de omgevingsplanactiviteit ‘vellen houtopstand’ betrekking heeft op: 1. Een houtopstand met een stamomtrek kleiner dan 63 cm, gemeten op 130 cm boven maaiveld. Bij meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. 2. Een houtopstand op percelen met een totaal oppervlakte van minder dan 200 m2. 3. Ingeval het perceel opgedeeld is in meerdere delen die afzonderlijk worden verhuurd, dan geldt in afwijking van het tweede lid van dit artikel een totaal oppervlakte van minder dan 200 m2 voor ieder deel van het perceel, mits deze delen van het perceel in gebruik zijn als tuin. 4. Een houtopstand die in het kader van dunning van een houtopstand moet worden geveld. 5.
Een houtopstand, die gemeten op 1.30 meter boven maaiveld, minder dan 2 meter vanaf de gevel van een hoofdgebouw staat. 6. Het uitvoeren van de volgende beheer- en onderhoudsmaatregelen: a. het periodiek oogsten van hakhout voor regulier onderhoud; b. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan een boom of houtopstand met achterstallig onderhoud; c. d. het periodiek scheren, knotten, kandelaberen kandelaren als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen voor regulier onderhoud. Het voor de eerste keer knotten, kandelaberen of kandelaren is wel vergunningplichtig 7. Een houtopstand die moet worden geveld krachtens een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester
Artikel 3.4 Beperking uitzondering vergunningsplicht Het bepaalde in artikel 3.3 is niet van toepassing op de beschermde houtopstanden genoemd in artikel 2.2. Artikel 3.5 Algemene beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening kan worden geweigerd als: a. de belangen van het vellen van de houtopstand niet opwegen tegen de belangen voor het behouden van de houtopstand. Voor de afweging tussen behoud of vellen van de houtopstand wordt gebruik gemaakt van een puntenscore in bijlage 5 van deze verordening, b. niet wordt voldaan aan bij of krachtens deze verordening gestelde vereisten om voor de omgevingsvergunning in aanmerking te komen, waaronder een positieve score aan de hand van de puntenscore zoals neergelegd in de als bijlage 5 bij deze verordening opgenomen ‘Beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning vellen van een houtopstand’; c. naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders het onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de houtopstand niet kan worden behouden door deze in te passen in het project/de (bouw)plannen.
Artikel 3.6 Aanvullende beoordelingsregels beschermde houtopstand In aanvulling op artikel 3.5 wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2, voor zover van toepassing op het vellen van een beschermde houtopstand, door het college van burgemeester en wethouders alleen verleend indien alternatieven voor behoud zijn onderzocht en: a. indien naar boomdeskundige maatstaven instandhouding van deze houtopstand niet langer verantwoord is ter voorkoming van door tak- of stambreuk veroorzaakt letsel of schade, ter voorkoming van onrechtmatige hinder of dat de houtopstand aan vervanging toe is; en b. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van deze houtopstand of de levensverwachting van deze houtopstand minder dan 5 jaar is; en c. wordt voldaan aan de monumentale herplant- en instandhoudingsplicht waarbij de plek als zodanig is opgenomen in het omgevingsplan. Artikel 3.7 Aanvraagvereisten 1. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze Verordening worden de volgende ondertekende gegevens en bescheiden verstrekt: a. ingeval de omgevingsvergunning niet door de eigenaar van de grond waarop zich de houtopstand bevindt wordt aangevraagd: een ondertekende machtiging van de eigenaar van de houtopstand.
Een machtiging is niet nodig ingeval de aanvraag omgevingsvergunning mede door de eigenaar van de houtopstand wordt ondertekend;
b. een aanduiding van de te vellen houtopstand op een situatieschets en op foto’s, waarbij iedere houtopstand waarop de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft met een nummer wordt aangegeven; c. de boomsoort van de houtopstand; d. de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel achtererf e. een onderbouwing van de noodzaak voor het vellen van de houtopstand; f. de mogelijkheid tot herbeplanten, evenals het eventuele voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal en boom soorten over te gaan; g. een overzicht van de overige omgevingsvergunningen, ontheffingen of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project; h. de omtrek van de te vellen of te doen vellen houtopstand in centimeters, gemeten op een hoogte van 1,30 meter vanaf maaiveld. 2. In aanvulling op het eerste lid worden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een Bomen-Effect-Analyse (BEA); b. een geanonimiseerde versie van de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden.
Artikel 3.8 Wijziging van gegevens 1. Voor zover gegevens en bescheiden op grond van de landelijke indieningsvereisten voor het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning wijzigen, dan worden/wordt: a. voordat de naam, het adres en het telefoonnummer van aanvrager wijzigen, de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders; b. op verzoek van het college van burgemeester en wethouders een geanonimiseerde versie van de naam, het adres en het telefoonnummer van de aanvrager verstrekt. 2.
Ingeval de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening reeds is verleend, worden ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, de volgende gewijzigde gegevens aan het college van burgemeester en wethouders verstrekt: a. de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen krachtens welke de activiteiten worden verricht; b. de naam, het adres en het telefoonnummer van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan gelden; c. de contactpersoon van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan gelden; d. het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor de onder b. bedoelde persoon.
Artikel 3.9 Vergunningvoorschriften 1. Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening stelt het college van burgemeester en wethouders voorschriften, zoals: a. dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college van burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant. In het betreffende voorschrift kan tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen; b. over het aantal bomen waarvoor een herplantplicht geldt;
c. over de groeipotentie van de te herplanten bomen; d. dat tot het vellen van de houtopstand op of bij een locatie waarvoor op grond van het omgevingsplan een vergunningplicht voor bouwactiviteiten of aanlegactiviteiten is vereist, slechts mag worden overgegaan, nadat voor deze activiteiten de vergunningen zijn verleend en voldoende aannemelijk is gemaakt dat deze activiteiten daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd; e. omtrent het tijdstip en de werkwijze van de velling ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna; f. overige voorschriften ten dienste aan het in artikel 1.2 tweede lid van deze verordening bepaalde belang. 2. Indien de in het eerste lid onder a. genoemde herplantplicht ter plaatse niet mogelijk is, kan het college van burgemeester en wethouders aan een omgevingsvergunning het voorschrift verbinden dat door de aanvrager van de omgevingsvergunning een geldelijke bijdrage moet worden gestort in het gemeentelijke Herplantfonds. Deze geldelijke bijdrage wordt vastgesteld op grond van de boomwaarde. Artikel 3.10 Intrekking of wijziging Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening intrekken of wijzigen: a. indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de omgevingsvergunning of ontheffing zijn verstrekt; b.
veranderde omstandigheden, feiten of inzichten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning of ontheffing is verleend, zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten; c. indien aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nageleefd; d. van de omgevingsvergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien het een omgevingsvergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand betreft, geldt dat de omgevingsvergunning kan worden ingetrokken indien niet alle houtopstanden, binnen de in de omgevingsvergunning gestelde termijn, geveld zijn; f. de vergunninghouder dit verzoekt. Artikel 3.11 Gevaarzetting De burgemeester kan, als een beschermde boom of houtopstand direct gevaar oplevert of bij een vergelijkbare situatie van spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid, besluiten tot noodkap, zowel van houtopstanden in particulier eigendom als van die in gemeentelijk eigendom. Dit besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt aan belanghebbenden. Na velling als gevolg van noodkap, blijft de verplichting tot herplant als bedoeld in artikel 3.9 van kracht.
HOOFDSTUK 4 OVERIGE BEPALINGEN Artikel 4.1 Herplantfonds
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening, waarbij sprake is van een financiële bijdrage aan het Herplantfonds op grond van artikel 3.9, tweede lid van deze Verordening, wordt de financiële bijdrage binnen vier weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening voldaan. De hoogte van de financiële verplichting wordt periodiek door het college vastgesteld. 2. De gelden in het Herplantfonds worden aangewend voor het aanplanten van bomen en groen elders in de gemeente Delft en/of het zorgdragen voor voldoende ondergrondse groeiruimte. Artikel 4.2 Beschermde houtopstanden 1. De lijst met beschermde houtopstanden, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze verordening, bevat in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting. 2. Bomen kunnen op de lijst met beschermde houtopstanden, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze verordening, worden opgenomen als deze: a. ten minste ouder is dan 65 jaar en/of; b. bijzondere waarde heeft door schoonheid, zeldzaamheid of een bijzondere functie voor de omgeving (zoals bijvoorbeeld: cultuurhistorische waarde of structuur- of beeldbepalende waarde op landschaps-, buurt- of wijkniveau) en; c. een levensverwachting heeft van ten minste 10 jaar. 3.
Bomen die zijn aangeplant ter vervanging van een monumentale boom behouden de monumentale status. Deze bomen zijn in de als bijlage 4 bij deze verordening opgenomen lijst van monumentale boom aangeduid als "Nieuw Monumentaal". 4. De lijst met beschermde houtopstanden, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze verordening, bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de soort boom; b. het jaar van aanplant, en c. de standplaats van de boom. 5. De eigenaar van de gronden waarop zich een beschermde houtopstand bevindt, dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is ten aanzien van de beschermde houtopstanden, zoals opgenomen in bijlage 4 bij deze verordening, is verplicht het college van burgemeester en wethouders onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van: a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de beschermde houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening; b. de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan. Artikel 4.3 Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen. Artikel 4.4 Bestrijding van boomziekten
1. Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de eigenaar van de gronden waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is ten aanzien van de houtopstanden, indien hij daartoe door het college van burgemeester en wethouders is gelast, verplicht binnen de bij last vast te stellen termijn: a. de houtopstand te vellen; b. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. 2. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een grondslag voor het opleggen van een last onder bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van de aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. 3. Het is verboden zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.2 van deze verordening gevelde houtopstanden of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een geïnfecteerde of zieke houtopstand betreft. 4. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het onder het derde lid van dit artikel gestelde verbod.
HOOFDSTUK 5 HANDHAVING Artikel 5.1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften wordt, voor zover niet al bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Ook kan overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het door het college van burgemeester en wethouders instellen van een privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of houtopstanden. Artikel 5.2 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester aangewezen personen. HOOFDSTUK 6 OVERGANGSRECHT Artikel 6.1 Overgangsrechtelijke bepaling 1. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een omgevingsvergunning of ontheffing op grond van de Bomenverordening gemeente Delft
2013 is ingediend en nog niet op die aanvraag is beslist, blijft de Bomenverordening gemeente Delft 2013 van toepassing voor zover deze gunstiger is voor de aanvrager. 2. Omgevingsvergunningen en ontheffingen verleend op grond van de Bomenverordening gemeente Delft 2013 gelden als omgevingsvergunningen op grond van deze verordening.
HOOFDSTUK 7 NADERE REGELS/WIJZIGINGSBEVOEGDHEID Artikel 7.1 nadere regels Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd nadere regels te stellen betreffende hetgeen in deze verordening is bepaald. Artikel 7.2 Bevoegdheid wijzigen Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de in hoofdstuk 2 weergegeven aanwijzingen, zoals opgenomen op de in bijlage 3. en bijlage 4. bij deze verordening opgenomen kaart bebouwingscontour houtkap en lijst beschermde houtopstanden en de als bijlage 5 bij deze verordening opgenomen de Beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning vellen van een houtopstand, te wijzigen. HOOFDSTUK 8 HARDHEIDSCLAUSULE Artikel 8.1 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van de bepalingen van deze verordening en nadere regels, indien strikte toepassing van deze verordening voor die belanghebbende(n) gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze verordening te dienen doelen.
HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN Artikel 9.1 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking. Na inwerkingtreding van deze verordening is de Bomenverordening gemeente Delft 2013 ingetrokken. Artikel 9.2 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Bomenverordening Delft 2025.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Delft in de vergadering van #*DD/MM/JJJJ*#
,voorzitter.
,griffier.
BIJLAGEN 1. Begripsbepalingen 2. Artikelsgewijze toelichting 3. Bebouwingscontour houtkap 4. Lijst van beschermde houtopstanden 4a Beschermde houtopstanden NW 4b Beschermde houopstanden NO 4c Beschermde houtopstanden ZO 4d Beschermde houtopstanden ZW 5. Beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning vellen van een houtopstand