CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2024-2027

Raadsvergadering 9 november 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Begrotingsbehandeling39.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

-11.458

De positieve saldi betekenen dat de nieuwe begroting tot en met 2025 structureel in evenwicht is. Hoe het structureel evenwicht zich ontwikkelt in 2026, is gezien de hiervoor geschetste onzekerheden over een stabiele financieringssystematiek voor gemeenten vooralsnog de vraag. Een overzicht van de incidentele baten en lasten in deze begroting is opgenomen bij de verzameloverzichten. Hierbij hoort ook het complete overzicht van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Voor de beoordeling van het begrotingsevenwicht schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) het gebruik van het financiële kengetal Structurele exploitatieruimte voor. Dit kengetal vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. In het begrotingsjaar 2024 is de structurele exploitatieruimte voor Delft 1,5% positief.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

25

Programma-begroting 2024-2027

Toelichting bouwstenen Hierna volgt een toelichting op de bouwstenen in de tabel met het begrotings- en meerjarenbeeld. Een uitgebreide toelichting op de verschillende voorstellen is opgenomen bij de beleidsprogramma's en/of de paragrafen. Kadernota 2023 Met de voorstellen in de kadernota (vastgesteld in de raadsvergadering van 30 juni 2023) hebben we de strategische keuze gemaakt om te blijven investeren in de stad. Voor de tekorten die hierdoor tot en met 2026 ontstaan, beschikken we over voldoende incidentele dekkingsmogelijkheden. Naast onontkombare bijstellingen zoals inflatiecorrecties voor 2022 en 2023, groei zorgkosten (jeugd, Wmo), tegenvallers (BUIG) en het beheer van de openbare ruimte, is de opvolging van een aantal moties en toezeggingen verwerkt. Met eventuele opbrengsten van de hervormingsagenda jeugd is nog geen rekening gehouden. Voor de opgaven Delft-West, Innovatiedistrict Delft en Energietransitie ontvangen we middelen van het Rijk en hebben we met eigen dekkingsmiddelen reserveringen gedaan. Ook voor de investeringen Prinsenhof en Gelatinebrug zijn dekkingsmiddelen gereserveerd. Tenslotte zijn vanuit de financiële ruimte middelen geoormerkt voor cofinanciering en bevat de kadernota richtinggevende voorstellen voor nieuw beleid (bestuurlijke accenten) die in deze begroting ter goedkeuring worden voorgelegd.

De voorstellen in de kadernota zijn verwerkt door middel van de 11e begrotingswijziging 2023 (inclusief het amendement Oprichting Delfts Volwassenenfonds Sport en Cultuur). Programmabegroting 2024-2027 De nieuwe begroting kent een aantal bouwstenen. Voor zover de voorstellen bij deze bouwstenen een effect hebben in het lopende jaar zijn ze onderdeel van de Najaarsrapportage 2023. 1. Moties en toezeggingen Voor de motie Sterke lokale media (10 november 2022) is éénmalig aanvullend € 75.000 geraamd in 2024 (ten laste van budget Impuls cultuur). De overige moties en toezeggingen waarvoor in de bijlage Stand van zaken moties en toezeggingen bij de Kadernota 2023 een (vervolg-)actie is aangekondigd voor deze begroting, hebben geen effect op het begrotingssaldo. Voor uitvoering van de motie Armoede verder bestrijden (29 juni 2023) is € 304.000 gereserveerd in het programma Werk en inkomen (dekking is beschikbaar via hogere inkomsten uit de toeristenbelasting). Over de motie Toekomst voor de kinderboerderijen (29 juni 2023) is eind dit jaar meer informatie beschikbaar. Een voorstel volgt bij de Kadernota 2024. Voor de toezegging over een integraal huisvestingsplan cultuur is een budget geraamd van € 50.000 (ten laste van reserve Maatschappelijk Vastgoed).

Voor de toezegging over een overzicht van de compensatie van culturele partners (22 juni 2023) is bij de bouwsteen Nominale ontwikkeling een toelichting opgenomen. De motie Eén regie voor groengebied Regiopark Buytenhout (10 november 2022) krijgt opvolging door de afsluiting van een intentieovereenkomst met de gemeenten Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Staatsbosbeheer. De uitwerking vindt plaats in 2024, inclusief de financiële gevolgen (zie ook Duurzame stad). Voor de motie Zonnepanelen op monumenten en beschermd stadsgezicht (10 november 2022) zijn drie vervolgacties voorgesteld waarbij voor het derde deel (inclusief digitale kansenkaart) nog dekking gevonden moet worden (24 maart 2023, kenmerk 2312153). Dit wordt betrokken bij de voorbereiding van de Kadernota 2024.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

26

Programma-begroting 2024-2027

2. Meicirculaire 2023 De meicirculaire is op 31 mei 2023 gepubliceerd en geeft aan wat de bijstellingen zijn in de Algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Een toelichting staat in de 'Bestuurlijke reactie meicirculaire 2023' (van 21 juni 2023, kenmerk 2325365). Het saldo van de mutaties in de meicirculaire is in alle jaren positief. De financiële ruimte is met name bedoeld voor loon- en prijsbijstelling en specifieke taken. Per saldo is hierdoor effect op het begrotingssaldo in 2023 en 2026 negatief. Nadat in de septembercirculaire 2022 een éénmalige bijdrage voor 2026 is opgenomen, is in de meicirculaire de nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten structureel verwerkt (vanaf 2027). Inclusief deze positieve mutatie in de meicirculaire laat de totale uitkering uit het gemeentefonds nu vanaf 2026 een aanzienlijke daling zien van circa € 20 miljoen die het gevolg is van de nieuwe financieringssystematiek. Dit is het 'ravijn' dat de oorzaak is van de tekorten in het begrotings- en meerjarenbeeld vanaf 2026. 3. Nominale ontwikkelingen 2024 Op basis van de afgesproken uitgangspunten in de Kadernota 2023 zijn de middelen voor loon- en prijsbijstelling in de meicirculaire verdeeld. Aanvullend is voor 2024 een incidenteel budget geraamd voor extra loon- en prijsontwikkeling bij de subsidies en bij de materiële budgetten voor het sociaal domein.

Hiermee is het prijspeil van de nieuwe begroting aangepast aan de verwachte ontwikkeling van lonen en prijzen in 2024. Hierbij is rekening gehouden met te betalen subsidies, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de stijging van de inkomsten uit leges, toeristenbelasting, parkeerinkomsten en precario: • • •

•

De loonontwikkeling is 4,7% vanaf 2024 en betreft met name een reservering voor de nieuwe cao. De materiële prijscompensatie betreft goederen en diensten (3,4%), vastgoed (op basis van de uitgangspunten Vastgoedanalyse) en de gemeenschappelijke regelingen. Voor het Socaal domein is aanvullend € 319.000 gereserveerd in 2024 (incidenteel). Tijdens de commissiebehandeling van de Kadernota 2023 heeft het college op basis van de motie Indexering van subsidies conform Consumenten Prijsindex CBS toegezegd in kaart te brengen wat het indexeren van cultuursubsidies betekent voor de komende begroting. Aangezien dit vraagstuk ook in het Sociaal domein en bij Welzijn relevant is, is voor alle subsidies in 2024 bezien of een extra compensatie voor gestegen lonen en prijzen nodig is, bovenop de al afgeproken indexatie (4,46%). Hiervoor is nu € 757.000 geraamd en wordt uitholling van organisaties en activiteiten voorkomen. In de extra indexering zijn de kostenstijgingen van lonen en prijzen realistisch verwerkt. Dit komt ook tegemoet aan de aandacht die hiervoor gevraagd is vanuit de cultuursector. Omdat gemeenten voor de extra inflatie in 2022 door het Rijk uitsluitend zijn gecompenseerd voor de prijsontwikkeling (en dus niet voor de loonontwikkeling), ontbreekt op dit moment structurele dekking voor de extra compensatie van het Sociaal domein, Welzijn en Cultuur.

Ten aanzien van het Sociaal domein wordt hier in het risicoprofiel aandacht aan besteed. In de Kadernota 2024 volgt een nieuw voorstel voor de loon- en prijsontwikkeling vanaf 2025 op basis van dan beschikbare informatie over de structurele financiële positie van gemeenten. De tarieven van de overige baten (leges, precario, reclame) stijgen met de CPI van 3,1%. Voor de toeristenbelasting (11,84%) en de huurbaten (3,9%) zijn afwijkende percentages afgesproken.

4. Opgaven In de Programmabegroting 2023-2026 zijn drie opgaven afgesproken: de gebiedsprogramma's DelftWest en Innovatiedistrict Delft en de Energietransitie. In de Kadernota 2023 zijn reserveringen opgenomen voor Delft-West (€ 10 miljoen) en Innovatiedistrict Delft (€ 8 miljoen). Een deel van de reserveringen is bedoeld voor bekostiging van concrete initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen voor Delft-West en Innovatiedistrict Delft. Voor Delft-West gaat dit over capaciteit voor cultuur, inclusie en emancipatie en armoedebestrijding (inclusief schuldhulpverlening), het programma Langer en Weer Thuis, het stimuleren van sporten en bewegen in de openbare ruimte en een bijdrage

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

27

Programma-begroting 2024-2027

aan nieuwbouw wijkcentrum BuitenGewoon (mede in relatie tot ontwikkeling Buurtfabriek). Toegevoegd ten opzichte van de Kadernota 2023 zijn voorstellen voor cultuur in de wijken (combinatiefunctie cultuur, cultuureducatie). Bij Innovatiedistrict Delft levert de reservering dekking voor extra programmakosten, een impuls voor het grond- en vastgoedbeleid (samenwerken aan de stad), een bijdrage aan de ontwikkeling van het ecosysteem Planet B.io, onderzoeken voor gebiedsontwikkeling (Schieoevers-Zuid, Vulcanusweg, Rotterdamseweg) en capaciteit voor Smart Makers Delft. Voor de energietransitie zijn exta budgetten geraamd voor isolatie, energiearmoede en de warmte uitvoeringsplannen. Dekking is beschikbaar via specifieke uitkeringen van het Rijk en de reserve Beleid en uitvoering. De voortzetting van de specifieke uitkering voor de uitvoeringskosten wordt, op basis van de richtlijn voor het financieel toezicht door de provincie, vanaf 2026 door middel van een stelpost geraamd. De initiatieven in 2023 zijn reeds onderdeel van de Kadernota 2023 (11e begrotingswijziging). 5. Nieuw beleid De keuzes voor nieuw beleid zijn reeds gemaakt in de Kadernota 2023. In de nieuw begroting is slechts sprake van bijstellingen in programma Samenleving, onderwijs en cultuur (inzet Impuls cultuur voor motie Sterke lokale media) en bij Overhead (voorstel voor informatiebeveiliging). 6.

Bestaand beleid (inclusief uitvoering Herstelplan) Binnen het bestaande beleid zijn enkele meevallers (veiling rechten benzinestation) en tegenvallers (correctie afdracht Ondernemersfonds, herstelplan: taakstelling KCC) verwerkt. 7. Sociaal domein Voor Delft Support zijn noodzakelijke kosten geraamd voor implementatie, licentiekosten en beheer van een nieuw systeem voor het sociaal team. De stelpost Extra middelen jeugdzorg (arbitrage) vanaf 2026 is neerwaarts aangepast aan de richtlijn voor het financieel toezicht door de provincie. Bij de stelpost die anticipeert op lagere lasten als gevolg van de taakstelling in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte IV (€ 500 miljoen in 2025 en in 2026 en vanaf 2027 € 511 miljoen structureel) ontstaat vanaf 2027 een voordeel. Deze stelpost is geraamd omdat het Rijk garant staat voor de invulling van de taakstelling zonder dat duidelijk is waar de invulling plaatsvindt. Ook voor de hervormingsagenda jeugd is nog niet bekend tot welke concrete opbrengsten dit gaat leiden. De uitgaven en inkomsten voor het sociaal domein zijn geraamd op basis van lokale ramingen. Ook is rekening gehouden met mutaties in de meicirculaire (taakmutaties, decentralisatie- en integratieuitkeringen). Het actuele financiële kader op basis van de verplichte taakvelden voor het sociaal domein is nu als volgt (exclusief overhead).

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

28

Programma-begroting 2024-2027

Financieel kader Soclaal domein

2023

2024

2025

2026

2027

Gezonde en sociale stad 62 - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 66 - Maatwerkvoorziening (Wmo) 671a - Hulp bij het huishouden (Wmo) 671b - Begeleiding (Wmo) 671c - Dagbesteding (Wmo) 671d - Overige maatwerkarrangementen (Wmo) 672a - Jeugdhulp begeleiding 672b - Jeugdhulp behandeling 672c - Jeugdhulp dagbesteding 672d - Jeugdhulp zonder verblijf overig 673a - Pleegzorg 673b - Gezinskracht 673c - Jeugdhulp met verblijf overig 674a Jeugd behandeling GGZ zonder verblijf 674b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 674c Gesloten plaatsing 681a - Beschermd wonen (Wmo) 681b - Maatschappelijke en vrouwenopvang (Wmo) 682a - Jeugdbescherming 682b - Jeugdreclassering 71 - Volksgezondheid

15.031 3.926 9.939 13.335 569 1.643 5.425 2.998 3.284 2.676 1.770 542 2.969 7.109 2.427 428 14.575 9.340 1.513 171 5.493

16.021 4.152 10.804 15.247 591 1.021 5.989 3.185 3.374 3.705 1.881 576 3.367 7.853 2.359 455 15.916 10.704 1.861 182 5.559

15.863 4.272 11.237 14.823 591 940 6.053 3.221 3.407 3.705 1.902 583 3.405 7.937 2.378 460 15.138 11.473 1.879 184 5.521

15.149 3.286 11.237 14.830 591 940 6.054 3.221 3.408 3.706 1.902 583 3.405 7.939 2.379 460 17.154 9.168 1.626 184 5.520

15.241 3.302 11.237 14.832 591 940 6.054 3.221 3.408 4.006 1.902 583 3.405 7.939 2.379 460 17.161 9.206 1.626 184 5.520

Samenleven, onderwijs en cultuur 61 - Samenkracht en burgerparticipatie

12.668

12.025

12.041

10.842

12.436

Werk en inkomen 63 - Inkomensregelingen 64 - WSW en beschut werk 65 - Arbeidsparticipatie 671 - Maatwerkdienstverlening 18+

174 25.463 11.902 12.387

9 10.679 12.138 12.978

9 10.033 11.847 13.250

9 10.053 11.436 13.284

9 10.001 11.420 13.282

167.757

162.631

162.152

158.366

160.345

8. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) Het bestaande investeringsprogramma is geactualiseerd. Dit betreft met name de herfasering van de investeringsprojecten en de verschuivingen van investeringsagenda naar -plan. Op basis van nieuwe ramingen ontstaan incidenteel voordelen als gevolg van lagere afschrijvingslasten. Nieuw zijn de kapitaallasten voor de tijdelijke huisvesting van het Mercuriuscollege (wissellocatie Marlotlaan) en de vrijval van kapitaallasten voor Prinsenhof die gestort wordt in de reserve Museum Prinsenhof ten behoeve van de investering die in voorbereiding is. In het kader van realistisch ramen is vorig jaar een bijstelling opgenomen van de kapitaallasten die rekening houdt met de verwachte realisatie per jaar. Voor de nieuwe begroting is bijstelling geactualiseerd en gebaseerd op een realisatie van 70%. Een nadere toelichting staat bij Investeringen. 9. Herfasering reserves en voorzieningen Bij de reserves is het effect verwerkt van de omzetting van de reserve Vastgoed naar een voorziening. Voor de concrete bestedingsvoorstellen ten laste van de reserveringen voor Delft-West en Innovatiedistrict Delft zijn de onttrekkingen geraamd (zie bouwsteen Opgaven). De begroting is structureel in evenwicht.

Om ook tot een sluitend begrotings- en meerjarenbeeld te komen in 2024 en 2025 is voldoende compensatie beschikbaar door de incidentele dekkingsmiddelen in de Algemene reserve. 10. Woonlasten In 2024 worden de woonlasten, bestaande uit de onroerende zaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, aangepast voor inflatie, actuele kosten in de gesloten circuits en areaaluitbreiding.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

29

Programma-begroting 2024-2027

De OZB stijgt niet en wordt uitsluitende gecorrigeerd voor inflatie en de groei van de stad (areaaluitbreiding). Het effect van de inflatie wordt bepaald door een gewogen gemiddelde van de consumentenprijsindex (CPI: 3,1%) en het rekentarief dat het ministerie van BZK hanteert voor de maatstaf OZB in het gemeentefonds (7%). De maatstaf OZB maakt een inschatting van de eigen inkomsten uit de OZB per gemeente (WOZ-waarde x rekentarief). De berekende opbrengst van de maatstaf wordt in mindering gebracht op de uitkering uit het gemeentefonds. Door de inflatiecorrectie mede te baseren op de ontwikkeling van het rekentarief, houdt de aanpassing van de OZB rekening met de verlaging van het gemeentefonds. Inclusief de areaaluitbreiding (€ 225.000) is de totale stijging van de OZB € 1,6 miljoen (5,96%). Voor de afvalstoffen- en de rioolheffing zijn de aan de heffing toerekenbare kosten en de aantallen huishoudens geactualiseerd. De tarieven stijgen met 4,14% (Afvalstoffenhefing) en 1,59% (Rioolheffing). In 2021 heeft het college met de raad afgesproken de verhoging van de OZB in 2025 terug te draaien, als daarvoor voldoende financiële ruimte beschikbaar is en met als randvoorwaarde het behoud van een structureel begrotingsevenwicht.

Omdat de structurele financiële positie van gemeenten vanaf 2026 verslechtert en omdat nog onzeker is of hierover aanvullende afspraken gemaakt kunnen worden met het (demissionaire) kabinet, is het terugdraaien van de stijging prematuur. In de Programmabegroting 2025-2028 zal opnieuw bezien worden welke mogelijkheden er zijn.

Financiële conditie index Financiële positie Voor een oordeel over de financiële gezondheid van de gemeente gebruiken we de Financiële Conditie Index (FCI). Dit instrument is ontwikkeld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en kijkt naar de belangrijkste aandachtsgebieden van de financiële gezondheid. Uitgangspunt voor de index is: als de gezondheid goed is, dan is een gemeente prima in staat om financiële risico’s op te vangen. Met de index ontstaat een geobjectiveerd beeld van de vermogenspositie, de exploitatie, het voorzieningenniveau en de weerbaarheid. De uitkomst is een rapportcijfer over de financiële gezondheid dat vergeleken kan worden in de tijd en met andere gemeenten die de index gebruiken. Als de uitkomst (op onderdelen) onvoldoende is kan dit aanleiding zijn om bij te sturen. Hierna is de Financiële Conditie Index voor Delft opgenomen.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

30

Programma-begroting 2024-2027

Financiële Conditie Index (FCI) De FCI test de houdbaarheid van de financiële conditie aan de hand van 10 financiële kengetallen en bijbehorende signaalwaarden. De kengetallen zijn gerangschikt naar de thema’s vermogenspositie, exploitatie, voorzieningenniveau en weerbaarheid: Vermogenspositie 1. Netto schuldquote: druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie 2. Effectieve netto schuldquote: hoogte van de schuld 3. Solvabiliteitsratio: schuldbelasting van het bezit Exploitatie 4. Exploitatieresultaat: mate waarin de uitkomst van de exploitatierekening positief is 5. Onbenutte belastingcapaciteit: ruimte voor verhoging van de eigen belastinginkomsten 6. Afhankelijkheidsratio: gevoeligheid voor bezuinigingen op Rijksoverdrachten Voorzieningenniveau 7. Netto lasten per inwoner: hoogte van de netto lopende uitgaven op de exploitatie 8. Netto investeringsquote: hoogte van de investeringsuitgaven Weerbaarheid 9. Houdbaarheidsquote: benodigde structurele ombuigingen bij een slechtweer-scenario 10. Kasgeldratio: gevoeligheid op de korte termijn voor renteverhogingen Elk kengetal belicht een aandachtsgebied (deze staan hierboven achter de kengetallen). Voor het signaleren van financiële stress op een aandachtsgebied maakt de index gebruik van signaalwaarden per kengetal.

Als de uitkomst op een kengetal de signaalwaarde overschrijdt, is potentieel sprake van financiële stress op het desbetreffende aandachtsgebied. Er wordt gebruik gemaakt van de signalen licht op groen, licht op oranje en licht op rood. De financiële conditie index start op tien en wordt bij een kengetal met het licht op oranje met een half punt verlaagd, bij een kengetal met het licht op rood is de verlaging een vol punt. Bij het overschrijden van de signaalwaarden op een, twee, drie of vier kengetallen heeft een gemeente nog steeds een voldoende financiële conditie. De financiële conditie index bedraagt dan respectievelijk

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

31

Programma-begroting 2024-2027

negen (zeer goed), acht (goed), zeven (ruim voldoende) en zes (voldoende). Daarmee staat de financiële conditie index bijvoorbeeld toe dat een gemeente met een goede financiële vermogenspositie zich exploitatietekorten en hoge investeringen kan veroorloven. De financiële conditie is dan niet onder de maat. Er wordt tijdelijk op grote voet geleefd, maar daar is ook eenmalig geld als vermogensbuffer voor beschikbaar. Als de signaalwaarden van meer dan vier kengetallen worden overschreden en staan de lichten daarvan op rood, dan is sprake van potentieel onhoudbare gemeentefinanciën. De financiële conditie is dan zwak (vijf) of onvoldoende (vier of lager). Kengetallen en signaalwaarden Netto schuldquote (inclusief uitgeleende gelden) De signaalwaarde voor de netto schuldquote bedraagt 130% (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een overschrijding van deze signaalwaarde is sprake van een erg hoge schuldendruk. Al bij een netto schuldquote hoger dan 100% springt het licht op oranje (½ punt aftrek). De netto schuldquote geeft indirect antwoord op de vraag of met het inkomen blijvend de schuldverplichtingen kunnen worden gedragen. Een hoge netto schuldquote geeft aan dat bij een recessie de druk van de schuldverplichtingen op de exploitatie-uitgaven hoog kan oplopen. Ook de gestegen rente doet de schuldverplichting stijgen. Delft heeft een relatief gunstige score van circa 50%.

Daarmee zit de gemeente ruimschoots onder de kritische signaalwaarde. De netto schuldquote is inclusief uitgeleende gelden. De omvang van deze uitzettingen is circa € 55 miljoen (zie paragraaf Financiering). Het wanbetalingsrisico van deze portefeuille wordt als laag ingeschat. Effectieve netto schuldquote De signaalwaarde voor de effectieve netto schuldquote van de gezamenlijke gemeenten bedraagt 120% (licht op rood, 1 punt aftrek). Als de effectieve netto schuldquote de individuele signaalwaarde overschrijdt, heeft een gemeente een erg hoge schuld. Al bij een effectieve netto schuldquote hoger dan 90% sprint het licht op oranje (½ punt aftrek). Uit de netto schuldquote wordt in samenhang met de risico's en de omvang van uitgeleende gelden en van de voorraden het kengetal effectieve netto schuldquote gedefinieerd. Een hoge effectieve netto schuldquote geeft aan dat er mogelijk al sprake is van een risico op financiële stress door hoge schulden. Een lage effectieve netto schuldquote geeft aan dat er geen sprake is van te hoge schulden. Solvabiliteitsratio Bij een solvabiliteitsratio van 20% springt het licht op oranje (½ punt aftrek). Bij een lagere waarde is sprake van een hoge schuldbelasting van het bezit. De signaalwaarde voor het licht op rood voor de solvabiliteitsratio bedraagt 0% (1 punt aftrek).

De solvabiliteitsratio meet in hoeverre het bezit op de balans niet met schulden is belast. Een lage solvabiliteitsratio is een teken dat een gemeente met zijn exploitatieresultaten weinig tot niet spaart voor de financiering van zijn investeringen. Exploitatieresultaat Dit kengetal beantwoordt de vraag of een gemeente zijn bezit zwaarder met schuld belast, doordat het exploitatieresultaat negatief is. Structureel negatieve exploitatieresultaten bij gemeenten zijn ongewenst. Een exploitatietekort kan een signaal zijn voor het ontstaan van financiële stress. De signaalwaarde voor het kengetal exploitatieresultaat bedraagt daarom 0%.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

32

Programma-begroting 2024-2027

De score in de financiële conditie index is gebaseerd op twee oordelen over het exploitatieresultaat. Ten eerste wordt gekeken naar het exploitatieresultaat in het lopende jaar. Is dat negatief dan springt het licht op rood (1 punt aftrek). Ten tweede wordt gekeken naar de uitkomsten van de exploitatieresultaten in het lopende jaar en de twee daaraan voorafgaande jaren. Is er sprake van drie negatieve exploitatieresultaten op rij dan springt er nog een licht op rood (extra punt aftrek). Het exploitatieresultaat is in dat geval structureel negatief. Bij twee negatieve exploitatieresultaten in drie jaar springt het licht op oranje (extra ½ punt aftrek). Onbenutte belastingcapaciteit OZB Het kengetal onbenutte belastingcapaciteit OZB (onroerende zaakbelasting) geeft aan hoeveel een gemeente de inkomsten kan verhogen. Een negatieve uitkomst geeft aan dat een gemeente geen ruimte voor extra belastingbaten heeft en dat de belastingdruk hoger is dan wat als een aanvaardbaar belastingtarief wordt gezien. Daarmee is het kengetal ook een signaal voor het ontstaan van financiële stress. Het redelijk tarief voor een aanvraag van saneringssteun artikel 12 Financiële-verhoudingswet bedraagt 120% van het gewogen gemiddelde tarief voor de onroerende-zaakbelastingen van alle gemeenten in het voor-voorgaande jaar.

De belastingopbrengst onroerende-zaakbelastingen bij dit tarief dient als uitgangspunt voor de signaalwaarde van het kengetal onbenutte belastingcapaciteit. Is de belastingopbrengst hoger dan heeft een gemeente geen onbenutte belastingcapaciteit meer en springt het licht op rood (1 punt aftrek). De uitkomst voor het kengetal is in dat geval negatief. Bij een overschrijding van de signaalwaarde voor het kengetal onbenutte belastingcapaciteit heeft een gemeente een erg hoge belastingdruk. Voor dit kengetal is geen signaalwaarde waarboven het licht op oranje springt. Afhankelijkheidsratio Dit kengetal geeft aan in hoeverre een gemeente voor zijn inkomsten afhankelijk is van overdrachten van het Rijk en geeft daarmee de gevoeligheid weer voor kortingen op deze overdrachten bij een recessie. Een hoge afhankelijkheidsratio wordt als een nadeel voor de financiële conditie gezien. De signaalwaarde voor de afhankelijkheidsratio bedraagt 72,5% (licht op oranje, ½ punt aftrek). Als een gemeente deze signaalwaarde overschrijdt, dan is de afhankelijkheid van overdrachten groot en de gevoeligheid voor kortingen op deze overdrachten dus ook groot. Voor dit kengetal is geen signaalwaarde waarboven het licht op rood springt.

Netto lasten per inwoner Het kengetal netto lasten per inwoner geeft informatie over de hoogte van de lopende uitgaven aan de publieke voorzieningen die uit algemene middelen of met schuldfinanciering worden betaald. Lage netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten zijn een indicatie dat het niveau aan noodzakelijke publieke voorzieningen mogelijk onder druk staat. Hoge netto lasten per inwoner ten opzichte van vergelijkbare gemeenten kunnen een signaal zijn dat een gemeente op grote voet leeft. Voor het bepalen of sprake is van afwijkende netto lasten per inwoner vindt een vergelijking plaats met gemeenten met een vergelijkbare sociale structuur en centrumfunctie. De signaalwaarden voor dit kengetal worden bepaald aan de hand van een vergelijking van alle netto lasten per inwoner in een jaar met gemeenten met een vergelijkbaar profiel. Voor gemeenten waar Delft in de index mee wordt vergeleken (redelijke of matige sociale structuur en een redelijke tot geen centrumfunctie) ligt de onderste signaalwaarde in 2023 op € 1.512 (licht op rood, 1 punt aftrek) en de bovenste signaalwaarde op € 1.947 (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een onderschrijding van de lage signaalwaarde heeft een gemeente erg lage netto lasten per inwoner. Bij een overschrijding van de bovenste signaalwaarde heeft een gemeente erg hoge netto lasten per inwoner.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

33

Programma-begroting 2024-2027

De vergelijking van Delft met gemeenten met een redelijke tot geen centrumfunctie, is gebaseerd op de waardering van de centrumfunctie in het gemeentefonds. Omdat onze werkelijke centrumfunctie sterk is, is de score negatief. Netto investeringsquote De netto investeringsquote is geschikt om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert voor het behoud van een aanvaardbaar voorzieningenniveau. Normaal zullen de uitgaven aan de investeringen hoger zijn dan de afschrijvingslasten omdat de investeringen door inflatie duurder worden. En ook doordat door inwonersgroei en economische groei jaarlijks meer en hoogwaardigere publieke investeringen zoals wegen en scholen nodig zijn. De uitkomst van de netto investeringsquote hoort daarom normaal gesproken gematigd positief te zijn. Gemeenten kunnen op de investeringsuitgaven bezuinigen om de schuldquote niet te hoog te laten oplopen. Te lage investeringen kunnen ook een signaal zijn dat een gemeente een probleem heeft om de lopende uitgaven en rentelasten op de exploitatie te beheersen. Door investeringen uit of af te stellen dalen de afschrijvingslasten in plaats van dat ze door de nieuwe (vervangings-)investeringen oplopen. Daarmee daalt eveneens de schuldquote. Bij te lage investeringen zijn op termijn inhaalinvesteringen nodig, omdat anders de leefbaarheid in de gemeente onder druk komt.

Een gemeente kan ook te ambitieus zijn en te veel willen investeren. Te hoge investeringen zorgen voor het oplopen van de netto schuldquote en daarmee voor het oplopen van de schuldverplichtingen. Ook leggen de hogere afschrijvingslasten van de investeringen dan een groter deel van de exploitatierekening vast, waardoor de ruimte voor ombuigingen op de lopende uitgaven van de exploitatie kleiner is. De netto investeringsquote kent dan ook signaalwaarden voor lage investeringen en voor hoge investeringen. Het kengetal kijkt daarbij alleen naar de achterliggende periode. De signaalwaarde voor de netto investeringsquote voor een erg laag investeringsniveau bedraagt 0%. Bij een negatieve netto investeringsquote springt het licht op rood (1 punt aftrek). Bij een investeringsquote lager dan 1% springt het licht al op oranje (½ punt aftrek). De signaalwaarde voor een hoog investeringsniveau bedraagt 5% (licht op rood, 1 punt aftrek). Bij een investeringsquote boven de 4% springt het licht eveneens al op oranje (½ punt aftrek). Houdbaarheidsquote Dit kengetal geeft een indicatie van de ombuigings-inspanning die een gemeente bij een slechtweer scenario moet leveren voor houdbare gemeentefinanciën. Het kengetal is daarmee de maat voor de weerbaarheid van een gemeente. Op dit moment ontbreken relevante gegevens voor de bepaling van de score.

Kasgeldratio Bij de Nederlandse gemeenten is het herfinancieringsrisico door artikel 12 Financiële verhoudingswet en de aanwezigheid van de BNG voor het verstrekken van leningen aan decentrale overheden verwaarloosbaar. Om die reden lopen gemeenten op de aangetrokken financiële middelen van banken en andere vermogensverschaffers alleen een renterisico. De kasgeldratio meet het risico van sterk stijgende rentelasten op de korte termijn door herfinanciering van de kortlopende schuld bij een stijgende marktrente. De ratio geeft weer of het saldo van de kortlopende schulden minus de aanwezige liquide middelen hoog of laag is. Bij een hoog saldo is de gevoeligheid voor stijgende rentelasten door een renteschok op de korte termijn groot. De kasgeldratio is hetzelfde kengetal dat voor het berekenen van de kasgeldlimiet vanuit de Wet financiering decentrale overheden (fido) wordt gebruikt. Voor de signaalwaarde van de kasgeldratio is aangesloten bij de wettelijke signaalwaarde van 8,5% van het begrotingstotaal. Er is alleen een signaalwaarde voor het licht op oranje (½ punt aftrek). Bij een overschrijding van de signaalwaarde voor de kasgeldratio heeft een gemeente een erg hoge rentegevoeligheid op de korte termijn.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

34

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027

Programma-begroting 2024-2027

Baten en lasten per programma De tabellen hierna geven inzicht in de omvang van baten en lasten per programma en van stortingen in en onttrekkingen aan reserves. Zowel voor de Programmabegroting 2024-2027, de realisatie op basis van Jaarstukken 2022 en de vigerende begroting 2023. Bij de programma's staat een toelichting op het beleid en het budget aan de hand van de 3 W-vragen: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat mag het kosten?'. (bedragen × 1.000) Baten Lasten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen reserves Toevoegingen reserves Toevoegingen onttrekkingen reserves

Rekening 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 453.730 453.323 454.450 430.486 467.851 459.686 23.244 -14.529 -5.236 107.956 39.450 23.682 115.473 27.853 18.411

Raming 2025 458.319 452.068 6.251 15.713 21.911

Raming 2026 431.963 440.509 -8.546 5.822 1.636

Raming 2027 424.459 439.486 -15.027 6.922 1.636

-7.517

11.597

5.271

-6.198

4.186

5.286

15.727

-2.932

34

51

-4.363

-9.742

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Baten en lasten per programma

36

Resultaat

Programma-begroting 2024-2027

Baten en lasten, toevoegingen en onttrekkingen (bedragen × 1.000) Baten Duurzame stad Bereikbare stad Goed wonen Schone en veilige stad Gezonde en sociale stad Samenleven,onderwijs en cultuur Werk en inkomen Economie en Vastgoed Stad en Bestuur Raad Financiën Overhead Baten Lasten Duurzame stad Bereikbare stad Goed wonen Schone en veilige stad Gezonde en sociale stad Samenleven,onderwijs en cultuur Werk en inkomen Economie en Vastgoed Stad en Bestuur Raad Financiën Overhead Lasten Saldo van baten en lasten Reserves Onttrekkingen reserves Toevoegingen reserves Toevoegingen onttrekkingen reserves Resultaat

Rekening 2022 Begroting 2023 Begroting 2024

Raming 2025

Raming 2026

Raming 2027

1.296 6.783 17.242 35.331 1.807

3.802 6.740 24.022 33.112 1.345

4.119 6.725 18.784 35.660 999

3.359 6.689 14.967 36.004 961

570 6.689 10.184 35.714 1.946

142 6.689 6.143 35.536 1.924

9.623

9.924

5.068

4.907

4.824

4.824

70.647 10.077 3.421 292.720 4.784 453.730

60.253 5.260 1.283 303.479 4.104 453.323

60.392 5.785 1.324 311.765 3.829 454.450

60.392 6.106 1.324 319.357 4.252 458.319

60.392 6.132 1.324 299.936 4.252 431.963

60.392 6.043 1.324 297.190 4.252 424.459

6.728 11.984 21.769 64.586 96.372

11.660 12.693 34.728 62.765 106.510

11.617 12.577 28.970 67.402 115.800

8.213 12.073 23.442 70.327 115.933

4.281 12.251 17.747 71.290 114.687

3.675 12.211 13.403 71.710 115.120

49.226

57.529

48.664

49.435

49.029

51.105

107.403 12.625 8.307 2.305 5.829 43.352 430.486 23.244

110.178 14.137 10.172 2.595 -420 45.304 467.851 -14.529

96.196 13.724 10.878 2.692 2.968 48.197 459.686 -5.235

95.532 13.762 10.017 2.692 2.959 47.683 452.068 6.251

95.174 13.430 10.080 2.693 2.544 47.302 440.509 -8.546

95.104 14.822 9.666 2.692 3.004 46.974 439.486 -15.027

107.956 115.473

39.450 27.853

23.682 18.411

15.713 21.911

5.822 1.636

6.922 1.636

-7.517

11.597

5.271

-6.198

4.186

5.286

15.727

-2.932

34

51

-4.363

-9.742

Toelichting De kolom Begroting 2023 geeft de stand van de begroting die nu in uitvoering is. Inclusief de door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen. De besluitvorming over nieuwe mutaties in 2023, dus na vaststelling van de Kadernota 2023, is onderdeel van de behandeling van de Najaarsrapportage 2023. De mutatie van de reserves betreft de Algemene reserve en bestemmingsreserves. Een specificatie en toelichting is opgenomen bij het programma Financiën.

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Baten en lasten per programma

37

Programma-begroting 2024-2027

Investeringen Het investeringsprogramma bestaat uit drie onderdelen: • investeringsplan • investeringsplan - bedrijfsmiddelen • investeringsagenda. In het investeringsplan staan de in uitvoering genomen investeringen, vervangingsinvesteringen en investeringen vanuit beheerplannen. Op de investeringsagenda staan de voornemens tot investeren. Voorafgaand aan de uitvoering hiervan wordt een uitvoeringsplan vastgesteld met een kostenraming en planning. Investeringsprogramma tot en met 2027

Toegekend budget na actualisatie Realisatie t/m 2022

Beschikbaar bedrag na actualisatie

Investeringsplan Bedrijfsmiddelen Investeringsagenda

360.958 11.505 101.576

124.598 32 -

236.360 11.473 101.576

Totaal investeringsprogramma

474.039

124.630

349.409

De kapitaallasten (rente en afschrijving) van het investeringsprogramma zijn opgenomen in de meerjarige begroting. Ten opzichte van de Programmabegroting 2023-2026 is het investeringsprogramma geactualiseerd. De aansluiting met de nieuwe begroting is in onderstaande tabel opgenomen. Mutaties investeringsprogramma

Toegekend bedrag

Investeringsplan Toegekend bedrag Investeringsplan 2022-2025 Van 'Agenda' naar 'Plan' Van 'Bedrijfsmiddleen' naar 'Agenda' Kadernota Actualisatie IHP Actualisatie Investeringsplan (incl. afgeronde investeringen) Toegekend bedrag investeringsplan tot en met 2027

274.457 1.500 26.178 30.218 24.343 4.262 360.958

Bedrijfsmiddelen Toegekend bedrag Bedrijfsmiddelen 2022-2025 Van 'Bedrijfsmiddleen' naar 'Agenda' Kadernota 2023 Actualisatie bedrijfsmiddelen Toegekend bedrag bedrijfsmiddelen tot en met 2027

37.909 -26.178 410 -636 11.505

Investeringsagenda Toegekend bedrag Investeringsagenda 2022-2025 Van 'Agenda' naar 'Plan' Adaptieve mobiliteitsagenda (2026-2030) Onderwijs - actualisatie IHP Toegekend bedrag investeringsagenda tot en met 2027

54.690 -1.500 1.500 46.886 101.576

Totaal investeringsprogramma tot en met 2027

474.039

In vergelijking met de vorige programmabegroting is een aantal investeringen afgesloten en heeft de raad nieuwe aanvullende besluiten genomen. In de Kadernota 2023 zijn investeringen opgenomen en geactualiseerd voor het Integraal HuisvestingsPlan onderwijs (IHP) en de nieuwe beheerplannen openbare ruimte.

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Investeringen

38

Programma-begroting 2024-2027

Ten slotte zijn de planning en de ramingen van het bestaande programma geactualiseerd (herfasering op basis van realisatie). De toelichtingen op de investeringen staan in het betreffende programma (3e W-vraag - 'Wat mag het kosten'). Realisatie ten opzichte van begroting Jaarlijks is sprake van een afwijking tussen de geraamde investeringsbedragen en de daadwerkelijke realisatie. Analyse leert dat dit verklaard wordt door diverse (externe) factoren. Zoals beschikbaarheid van aannemers, beschikbaarheid van materieel, inspraak op bestemmingsplannen en capaciteit. Op basis van de realisatie in de afgelopen jaren is nu de reële verwachting dat van het totale investeringsprogramma per jaar circa 70% kan worden gerealiseerd. Vanwege de eerdergenoemde factoren is het niet mogelijk om vooraf aan te geven op welke specifieke investeringen dit betrekking heeft. In het begrotings- en meerjarenbeeld is daarom een bijstelling (stelpost) voor realistisch ramen opgenomen die aansluit bij de aanname dat in een jaar maximaal 70% wordt besteed. Voor de lagere kapitaallasten die hiervan het gevolg zijn, is een stelpost geraamd (zie programmma Financiën).

Investeringsplan In het Investeringsplan staat per investering het totaal toegekende budget, de realisatie van dit budget tot en met 2022 en het nog beschikbare bedrag voor 2023 en verder. Het totaal beschikbare bedrag vanaf 1 januari 2023 is € 353 miljoen. De afschrijvings- en rentelasten die samenhangen met deze investeringen zijn opgenomen bij de programma's. Investeringsplan

Toegekend Realisatie bedrag t/m 2022

Fasering

(bedragen × € 1.000) Duurzame stad Klimaatplan Waterplan / klimaatadaptatie Stapsgewijze verduurzaming vastgoedportefeuille Subtotaal

925 1.375 2.508 4.808

752 97 849

2023 114 275 690 1.079

2024 59 275 428 762

2025 275 1.293 1.568

2026 275 275

2027 275 275

18.115

561

2023 3.024

2024 5.911

2025 8.619

2026 -

2027 -

-6.792

-

-312

-1.538

-4.942

-

-

3.643

2.102

500

1.041

-

-

-

-1.725

-76

-700

-949

-

-

-

500 165

456 -

44 0

-

165

-

-

Bereikbare stad Adaptieve mobiliteitsagenda (2022-2025) Adaptieve mobiliteitsagenda - bijdrage van derden (2022-2025) Mobiliteitsprogramma 2020-2021 Mobiliteitsprogramma 2020-2021 - bijdragen van derden Binnenstad fysiek t.l.v. reserve Halteverplaatsing tramhalte Martinus Nijhofflaan Halteverplaatsing tramhalte Martinus Nijhofflaan bijdrage van derden Havendienst - electra en water aansluiting Julianalaan Midden Julianalaan Midden - bijdrage van derden Microbereikbaarheid Reinier de Graafweg Reinier de Graafweg - bijdrage van derden Spoorzone (inrichting openbare ruimte) Subtotaal

-83

-

0

-

-83

-

-

280 770 -530 129 9.228 -3.571 66.738 86.867

187 645 -106 67 9.564 -1.782 66.669 78.287

93 125 -424 62 -336 -1.789 69 356

4.465

3.759

-

-

Schone en veilige stad Begraafplaatsen Beheerplan civiele constructies Beheerplan groen en water Beheerplan groen en water t.l.v. reserve Waterberging Beheerplan openbare verlichting

200 20.595 6.415 900 2.500 10.882

120 -

2023 100 3.562 203 300 600 1.994

2024 100 6.465 803 300 970 2.494

2025 5.118 1.003 300 810 1.994

2026 3.750 2.003 2.200

2027 1.700 2.403 2.200

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Investeringen

39

Programma-begroting 2024-2027

Investeringsplan

Toegekend Realisatie bedrag t/m 2022

Fasering

(bedragen × € 1.000) Beheerplan openbare verlichting t.l.v. reserve Uitplaatsing Stedin 2020-2024 t.l.v. reserve Beheerplan wegen Kanaalweg (BHP Wegen) Reconstructie Ireneboulevard Vernieuwen riolen (GRP) Voorziening vernieuwen riolen (GRP) Rioolinvesteringen kostenverhaal Speelplekken Verkeersvoorzieningen Stadsvernieuwing Bomenwijk (Vestia) Voorzieningen - Schieoevers Poptahof Gevel tot gevel Projecten Tramlijn 19 Bijdrage projecten Tramlijn 19 Verplaatsen loswal en Gelatinebrug Verplaatsen loswal en Gelatinebrug - bijdrage van derden Parkeerplaats Roland Holstlaan Subtotaal

618 830 17.586 600 500 31.271 -31.271 9.950 2.470 1.500 1.150 2.000 3.400 2.900 5.600 31.769 -3.422 27.777

577 221 4.209 1.392 117 31.168 -3.423 1.258

206 87 2.786 379 500 7.083 -7.083 100 350 300 230 608 1.000 776 700 601 100

-13.200

-

-

410 133.930

14 35.653

100 15.582

Samenleven, onderwijs en cultuur Librijn, Maria Duystlaan Stanislas, Krakeelpolderweg Sportzaal Tanthof - bewegingsonderwijs IGVO Tanthof complexen IHP Delftse Montessori CLD Hof van Delft Nieuwbouw Pleysier/ISK Marlotlaan - wissellocatie Tijdelijke uitbreiding ISK Tijdelijke huisvesting Gebouw Het Kristal Tijdelijke uitbreiding ISD Tijdelijke uitbreiding SIC Renovatie OHV Karrepad 2 Gele Scheikunde Binnen- en buitensport Sportpark Kruithuisweg t.l.v. reserve Sportpark Biesland t.l.v. reserve Sportpark Voorhof t.l.v. reserve Sportaccommodaties KN2021 Kwaliteitsverbetering gymzalen (7x 700K) Archeologie - Kluizenaarsbocht Rietveldtheater Subtotaal

6.100 700 407 14.400 30.976 7.052 12.341 17.400 4.950 210 1.557 523 2.200 242 1.545 1.500 4.100 700 250 9.700 4.900 234 1.694 123.681

877 474 64 1.292 100 975 509 749 1.091 199 47 543 27 245 7.192

2023 1.500 226 343 1.000 242 25 210 1.048 261 1.451 242 454 80 273 57 223 360 41 180 8.216

206 166 3.100 7.101 -7.101 1.425 530 300 230 1.082 1.400 500

206 3.300 6.629 -6.629 3.500 530 300 230 500 925 1.400 1.800

4.000 6.629 -6.629 716 530 300 230 1.400 6.300

4.400 3.829 -3.829 530 300 230 1.900 700 17.819

-

-

-13.200

-

296 20.367

21.916

8.229

32.182

2024 3.500 9.000 1.300 500 100 8.400 2.500 262 671 1.890 940 700 140 629 30.532

2025 223 3.208 7.650 3.000 300 8.000 2.450 550 1.890 1.800 700 640 30.411

2026 15.708 3.552 3.500 485 700 53 23.998

2027 5.976 8.441 100 6.115 2.800 23.432

2023

2024

2025

2026

2027

Economie en vastgoed Evenementen en kermis inrijbeperkende maatregelen Inrichting Willem van Oranje Subtotaal

30

-

30

-

-

-

-

630 660

-

100 130

530 530

-

-

-

Werk en inkomen Flexwoningen Mozartlaan Subtotaal

8.000 8.000

-

2023 8.000 8.000

2024 -

2025 -

2026 -

2027 -

Overhead Het nieuwe kantoor (HNK) Subtotaal

3.012 3.012

2.617 2.617

2023 395 395

2024 -

2025 -

2026 -

2027 -

Totaal investeringsplan

360.958

124.598

33.758

56.656

57.654

32.502

55.889

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Investeringen

40

Programma-begroting 2024-2027

Investeringsplan - bedrijfsmiddelen De bedrijfsmiddelen vormen een aparte categorie binnen het Investeringsplan. In het Investeringsplan voor de bedrijfsmiddelen is per investering het toegekende budget in de meerjarenbegroting opgenomen. Het totaal beschikbare investeringsbedrag vanaf 1 januari 2023 is € 11,5 miljoen. De afschrijvings- en rentelasten die samenhangen met deze investeringen zijn opgenomen bij de programma's. Investeringen Bedrijfsmiddelen

Toegekend bedrag

Realisatie t/m 2022

750 750

-

2023 150 150

2024 150 150

2025 150 150

2026 150 150

2027 150 150

Schone en veilige stad Tractie Subtotaal

1.015 1.015

-

2023 300 300

2024 115 115

2025 200 200

2026 200 200

2027 200 200

Stad en bestuur KCC Investeringen Meubilair Toegangspoortjes Herinrichting raadszaal Subtotaal

141 250 410 150 951

12 12

2023 50 410 460

2024 129 50 150 329

2025 50 50

2026 50 50

2027 50 50

Overhead ICT Investeringen IT-vergaderfaciliteiten Nieuwe werkplek (deels t.l.v. reserve) Uitbreiding vergaderfaciliteiten Subtotaal

6.531 80 2.058 120 8.789

20 20

2023 3.542 80 2.058 100 5.780

2024 1.343 1.343

2025 646 646

2026 500 500

2027 500 500

Totaal bedrijfsmiddelen

11.505

32

6.690

1.937

1.046

900

900

Fasering

(bedragen × € 1.000) Bereikbare stad Vervanging parkeerautomaten Subtotaal

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Investeringen

41

Programma-begroting 2024-2027

Investeringsagenda Op de Investeringsagenda staan investeringsvoornemens. Een investering op de agenda vraagt om een goedgekeurd uitvoeringsplan (kostenraming, planning) voordat de uitvoering kan starten. Op de Investeringsagenda staat per investering de raming van de voorgenomen investering en de voorgenomen fasering. Een inschatting van de afschrijvings- en rentelasten die samenhangen met deze investeringen is opgenomen bij de programma's. Investeringsagenda

Toegekend bedrag

Realisatie t/m 2022

3.750 3.750

-

2023

2024

2025

2026

2027

4.100

-

-

1.000

1.000

1.000

1.100

2.100

-

500

-

500

-

1.100

6.200

-

500

1.000

1.500

1.000

2.200

Fasering

(bedragen × € 1.000) Bereikbare stad Adaptieve mobiliteitsagenda (2026-2030) Subtotaal Schone en veilige stad Openbare ruimte bovenplanse voorzieningen t.l.v. reserve Schieoevers bovenwijkse voorzieningen t.l.v. reserve Subtotaal

2023 -

2024 -

2025 -

2026 2.585 2.585

2027 1.165 1.165

Samenleven, onderwijs en cultuur IHP Stanislas VMBO /Junius (v)mboschool vervroegd IHP Maurice Maeterlinckschool (V)MBO parkeren/inrichting OR/plankosten IHP Grotius Juniusstraat IHP Sporthal Grotius Mercurius Subtotaal

2023

2024

2025

2026

2027

20.228

-

-

50

100

450

19.628

14.844 2.374 23.906 6.347 23.927 91.626

-

-

150 200

350 50 600 1.100

3.600 50 5.400 9.500

10.744 2.374 23.906 6.247 17.927 80.826

Totaal investeringsagenda

101.576

-

500

1.200

2.600

13.085

84.191

Financiële begroting 2024 & meerjarenbeeld 2025-2027 / Investeringen

42

Beleidsbegroting

Programma-begroting 2024-2027

Inleiding op de beleidsbegroting De programmabegroting omvat tien programma's die in willekeurige volgorde zijn geordend. De namen van de programma's zijn niet gelijk aan de bestuurlijke accenten. Per programma worden de 3 W-vragen beantwoord: 'Wat willen we bereiken?', 'Wat gaan we ervoor doen?' en 'Wat gaat het kosten?'. Bij de eerste W-vraag staan de indicatoren en een actualisering van de effecten en prestaties voor 2024. Bij de tweede W-vraag geven we een opsomming van de activiteiten die worden ondernomen om die effecten en prestaties te bereiken. De derde W-vraag laat de financiële vertaling per programma zien, inclusief investeringen. In een apart overzicht zijn de mutaties ten opzichte van de vorige begroting opgenomen. Nieuwe, nog te besluiten mutaties zijn toegelicht. Het meerjarige beeld, met rekeningcijfers over de afgelopen jaren en de begrote lasen, baten en reservemutaties t/m 2027, zijn te vinden bij Overzichten, onderdeel Uitvoeringsinformatie - Baten en lasten per taakveld. De uitwerking van de drie opgaven (Delft-West, Innovatiedistrict Delft en Energietransitie) en de inzet voor de bestuurlijke accenten komen in de programma's aan de orde. Structuur per programma: 1. Wat willen we bereiken? Tabel met de beleidsindicatoren. 2. Wat gaan we daarvoor doen? Toelichting op de acties voor het begrotingsjaar in relatie tot het beschikbare budget. 3.

Wat gaat het kosten? Overzicht van baten en lasten met een toelichting op de mutaties en een overzicht van investeringen met een toelichting. Indicatoren Met indicatoren laten we transparant en meetbaar zien wat we bereiken in onze stad. Vooraf leggen we een streefcijfer vast in de programmabegroting. Dit voorkomt achteraf spraakverwarring over doelbereiking. Op deze manier leggen we transparant rekenschap af over onze ambities. De streefcijfers van de lokale indicatoren geven in de regel minimaal beoogde waarden weer ("groter of gelijk aan"). Per programma staan de meest relevante indicatoren bij elkaar. Dit zijn de indicatoren uit het coalitieakkoord. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) staan in bijlage Verplichte beleidsindicatoren BBV.

Beleidsbegroting

44

Programma-begroting 2024-2027

1 Duurzame stad (bedragen × € 1.000) Totale baten: Totale lasten:

€ 4.119 € 11.617

Algemeen Duurzaamheid in al zijn facetten is van groot belang voor het leefbaar houden van de stad. Dit geldt voor alle onderdelen die hieronder vallen: de energietransitie, klimaatadaptatie, een circulaire economie en thema’s als natuur, biodiversiteit, schone lucht, geluid en bodemkwaliteit. De ambities zijn hoog en we zullen in de komende begrotingsperiode concrete stappen zetten die de eerder ingeslagen koers volgen. Voor de komende jaren liggen alle kansen bij de drie opgaven, in het bijzonder de energietransitie. Daarnaast draagt dit programma Duurzame stad bij aan de bestuurlijke accenten 'een gezonde en veilige stad' en, uiteraard, 'een duurzame stad'. Verduurzamen leidt tot onzekerheid onder bewoners. Want: hoe moet ik mijn huis verduurzamen, en wat gaat dat kosten? Gaat de rekening voor gas en elektriciteit verder omhoog? En zijn we in de toekomst wel verzekerd van genoeg energie? We merken dat we te maken krijgen met hogere temperaturen en heftiger regenbuien. Om de stad leefbaar te houden moeten we maatregelen nemen.We zetten in de komende jaren concrete stappen om de stad prettig leefbaar te houden en onze energie en warmte duurzaam en betaalbaar. Wij nodigen Delftenaren uit om zelf maatregelen te nemen voor een duurzame toekomst, en waar nodig ondersteunen en stimuleren wij die.

Relevante beleidskaders • Klimaatadaptatiestrategie Delft 2019 • Beleidsregel Klimaatadaptie voor nieuwbouw en renovaties • Nota Groen 2023 (nog vast te stellen eind 2023) • Kader Natuur Inclusief bouwen • Strategische Samenwerking Agenda Water • Beleid Hogere waarden geluid • Actieplan geluid • Op weg naar een circulair Delft in 2050 • Bouwen aan een duurzaam Delft • Warmteplan Delft • Plan van Aanpak Warmte uitvoeringsplannen • Regionale Energie Strategie 1.0 • Stadsanalyse zachte factoren • Isolatieplan Delft • Routekaart verduurzaming vastgoedportefeuille Delft Onder dit programma vallen de volgende onderwerpen: Riolering, Grondwateronttrekking, Milieubeheer/Milieuadvisering, Klimaatadaptatie, Biodiversiteit, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit, Natuur Milieu Centrum-Educatie, Circulaire Economie, Omgevingsdienst Haaglanden, Energietransitie en kostenverdeelstaat (ureninzet op het programma).

Beleidsbegroting / Duurzame stad

45

Programma-begroting 2024-2027

1.1 Wat willen we bereiken? Algemeen Wij willen een stad die op termijn klimaatneutraal, circulair, gezond, groen, klimaatadaptief en biodivers is. Dit zijn ambities die langere tijd om aandacht vragen. Klimaatverandering gaan we tegen bij de bron: we beperken de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) zo snel mogelijk. We richten de stad in op extremer weer. We gaan onze gebouwen energiezuiniger maken. We gaan materialen hergebruiken en we gebruiken grondstoffen zo lang als mogelijk. Onze doelen (zie programma Bereikbare stad voor duurzame mobiliteit en duurzaam zoneren): • • • • •

60% CO2-reductie in 2030 en klimaatneutraal in 2050. 10.000 woningen geïsoleerd van energielabel D, E, F en G naar energielabel A, B of C in 2030. 13 buurten zijn in 2030 gestart met een warmte-uitvoeringsplan. 40% van het geschikte dakoppervlak is in 2030 in gebruik voor zonnepanelen in 2030; dit is 100% in 2050. 100% circulair in 2050.

Overzicht beleidsindicatoren Duurzame stad Stand: CO2-uitstoot in kiloton*

- 44%

Streven: PB 2024 - 48%

% Delftenaren die naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn

55%

63%

Streven: PB 2025 - 50%

67%

Streven: PB Streven: 2050 2026 - 51% Klimaatneutraal: - 100% 70%

100%

Toelichting op de beleidsindicatoren CO2 De visie van Delft is om klimaatneutraal te zijn in 2050: er wordt dan geen CO2 meer uitgestoten. Landelijk is het tussendoel in 2030 gesteld op 55% reductie ten opzicht van 1990, waarbij beleid zich richt op 60%. De CO2-uitstoot in 1990 was 828 kiloton en in 2020 was dit 473 kiloton, een reductie van 44%. Overigens wordt uitstoot van CO2 gerapporteerd met een jaar vertraging door de complexe achterliggende data. % Delftenaren die naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn De Omnibusenquête brengt tweejaarlijks in beeld op welke manieren Delftenaren bezig zijn met duurzaamheid. In 2021 gaf 55% van de inwoners aan ‘vaak’ of ‘altijd’ met de verschillende duurzame elementen bezig te zijn. De ambitie om dit percentage eind 2024 naar 63% te verhogen past bij de hoge inzet op verduurzamen.

1.2 Wat gaan we ervoor doen? De duurzame ontwikkeling van Delft hebben we onderverdeeld in vijf onderwerpen: klimaatadaptatie, groen/natuur en water; geluid en bodem; circulaire economie; energietransitie en mobiliteitstransitie. Klimaatadaptie, groen/natuur en water Klimaatadaptatie, groen/natuur en water Bij het klimaat adaptatief maken en vergroenen van de stad richten wij ons op drie sporen: de openbare ruimte, de gebiedsontwikkelingen en de privégronden. Het klimaatadaptief inrichten en vergroenen van de openbare ruimte combineren wij zoveel mogelijk met de beheeropgave en de mobiliteitsagenda. Hiervoor zetten we onder andere in op de 'van gevel-tot-gevel-aanpak' (zie Schone en veilige stad) en het verwijderen van overbodige verharding.

Beleidsbegroting / Duurzame stad

46

Programma-begroting 2024-2027

Daarnaast faciliteren we initiatieven uit de stad om te vergroenen en de biodiversiteit te vergroten. Wij werken daarbij met een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie, groen/natuur en water. Voor de gebiedsontwikkelingen en nieuwbouw hanteren we de beleidsregels klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen waardoor alle nieuwbouwontwikkelingen voldoen aan de huidige richtlijnen voor klimaatadaptief bouwen en biodiversiteit. Ook stellen we op wijkniveau een kansenkaart natuur op. Het vergroenen van de private ruimte vraagt om een extra impuls. Om mensen te verleiden en te helpen bij het klimaatadaptief maken en vergroenen van tuinen maken we door herprioritering van bestaande budgetten meer middelen vrij voor de Klimaatmaat van duurzaamheidscentrum De Papaver. Daarnaast ondersteunen we de vergroening van bedrijven op Schieoevers (Innovatiedistrict Delft). Hiermee werken we aan een toekomstbestendige, klimaatadaptieve stad en versterken we de biodiversiteit in Delft. Met het Hoogheemraadschap van Delfland werken we samen aan de uitvoeringsagenda bij de in 2023 overeengekomen Strategische Samenwerking Agenda Water. Hierin werken we onder meer aan het beperken van overlast door zware regenbuien. De blauwalgproblematiek in de Grote Plas van de Delftse Hout blijft een zorg; hiervoor verkennen we nieuwe maatregelen.

Delftse Hout / Buytenhout / Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland Voor de doorontwikkeling van het regiopark Buytenhout is een intentieovereenkomst afgesloten met de gemeenten Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Staatsbosbeheer. We zetten de Buytenhout als geheel beter op de agenda. Van de gebieden in Buytenhout maken we, samen met de partijen in het gebied, één geheel met behoud van de eigen karakteristieken. De entree van de Delftse Hout bij de Korftlaan krijgt een kwaliteitsimpuls. Voor de verbetering van de kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland nemen we actief deel aan de Landschapstafel. Wij werken mee aan het gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarbij we invulling geven aan de hoofddoelstelling voor het versterken van het gebied als groenblauwe oase met natuur, landbouw en recreatie. We werken plannen uit voor het versterken van de toegangsroutes naar Midden Delfland. Ook onderzoeken we de kansen en mogelijkheden voor een goede inpassing van 4-sporigheid Delft-Schiedam. Participatie en groene samenwerking Wij versterken de samenwerking tussen gemeente en de natuur- en milieuverenigingen (onder andere via platform Groen) Met deze verenigingen vindt periodiek overleg plaats over onder andere beheer, inrichting, wensen, ontwikkelingen inclusief monitoring.

Wij onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om De Papaver te ondersteunen in hun toekomstplannen, mogelijk door het inzetten van een bijdrage uit Fonds Delft 2040. Geluid en bodem Vanuit de Omgevingswet zijn we verplicht een omgevingsprogramma geluid op te stellen. Dit programma is deels beleidsmatig en vervangt het bestaande beleid hogere waarden en het actieplan geluid. In het omgevingsprogramma stellen we de ambitie voor geluid vast en bepalen we welke knelpuntlocaties er zijn. Daarnaast geeft het programma maatregelen voor het aanpakken van deze knelpuntlocaties. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking en zijn wij bevoegd gezag voor bodemverontreiniging en -sanering. We richten de organisatie hierop in en beleggen waar logisch taken bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Circulaire economie We gaan aan de slag met de uitvoeringsagenda circulaire economie. Met de koplopers (onder meer ondernemers, kennisinstellingen, bouwende partijen en inwoners) uit de stad starten we initiatieven die bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie. Initiatieven zijn gericht op onderzoek, uitwisseling van reststromen, circulair bouwen, het opzetten van (kennis-)netwerken en het verlagen van de hoeveelheid restafval (het streven is de hoeveelheid restafval terug te brengen naar 100 kilo

Beleidsbegroting / Duurzame stad

47

Programma-begroting 2024-2027

per persoon per jaar). Hierbij kijken we nadrukkelijk naar de kansen die er liggen binnen de drie grote opgaven van Delft: Delft-West, Innovatiedistrict Delft en de energietransitie. Energietransitie Delft pakt een actieve voortrekkersrol in de energietransitie. De strategische richting is vastgesteld in de Regionale Energie Strategie 1.0, Warmteplan Delft, Energie Strategie Delft (in ontwikkeling) en Routekaart Klimaatneutraal 2050 (in ontwikkeling). De uitvoering organiseren we in een programma met drie werkstromen, ondersteund door programmamanagement. Werkstroom 1. Stadsbreed in beweging Samen met inwoners, bedrijven en woningcorporaties werken we aan verduurzaming. Draagvlak voor de energietransitie is essentieel en begint met informeren. De campagne 'Delft wordt groen' wordt daarom uitgebouwd, offline en online. In het bijzonder versterken we de communicatie over het verduurzamen van en plaatsen van zonnepanelen op monumenten. Zo werken we aan onze doelstelling dat meer Delftenaren naar eigen zeggen duurzaam bezig zijn. We starten met de uitvoering van het Isolatieplan met als doel dat 10.000 woningen in 2030 geïsoleerd zijn van energielabel D, E, F en G naar energielabel A, B of C. Hiervoor zetten we het Energieloket en energiecoaches in. Daar voegen we energie-ambassadeurs aan toe die aanspreekpunt zijn in een wijk en proactief inwoners gaan ontzorgen bij het isoleren.

De aanpak energiearmoede met energiehulpen wordt in samenwerking met de woningcorporaties doorontwikkeld tot een aanpak per complex waarbij de energiehulpen deur-tot-deur aanbellen. Deze campagne zal lopen in de winter van 2023-2024. Zij brengen direct energiebesparende maatregelen aan en adviseren hoe ander gedrag de energierekening kan verlagen. Het Rijk heeft middelen vrijgemaakt om hierna de aanpak verder door te ontwikkelen met de focus op Delft-West. In 2024 evalueren we deze aanpak en ontwikkelen we de aanpak voor de volgende winter, in samenwerking met de woningcorporaties. We gaan door met gratis energie-advies voor bedrijven en starten met een aanpak kantoren label C, om ervoor te zorgen dat de wetgeving hierover wordt nageleefd in de stad. Werkstroom 2: Techniek Door de overgang naar duurzame warmte en duurzame elektriciteit zijn aanpassing in de infrastructuur nodig. De gemeente faciliteert deze projecten en is de verlener van de benodigde vergunningen. De aanleg van WarmtelinQ is vergevorderd. In 2024 bouwt Gasunie hiervoor het pompstation. Naar verwachting vraagt NetVerder in 2024 de vergunning aan voor het Open Warmtenet in Voorhof en Buitenhof en start de aanleg. Ook de bouw van de warmtepompcentrale op het terrein van TU Delft start naar verwachting in 2024.

Om het elektriciteitsnet gereed te maken voor de energietransitie vervangt Stedin het hoogspanningsstation in Tanthof; naar verwachting start de bouw in 2024. Werkstroom 3: Warmte-uitvoeringsplannen De overgang naar aardgasvrije warmte verloopt in Nederland met behulp van warmteuitvoeringsplannen. Daarbij stelt een buurt het eigen warmte-uitvoeringsplan op in een participatieproces onder regie van de gemeente. In de warmte-uitvoeringsplannen wordt de samenhang met andere belangrijke uitdagingen in (kwetsbare) wijken georganiseerd. Daarnaast komen de koppelkansen op tafel met de andere duurzame thema’s: klimaatadaptatie groen/natuur en water en circulaire economie. Het eerste warmte-uitvoeringsplan in de Multatulibuurt, onderdeel van Delft-West, doorloopt in 2024 de derde fase: na het buurtpaspoort (2022) en het bepalen van de reikwijdte (2023) wordt in 2024 het ontwerp uitgewerkt. Hierna start de uitvoering. In 2024 starten we het tweede warmte-uitvoeringsplan en wordt de aanpak uitgewerkt van de tweede fase van het warmtenet in Voorhof en Buitenhof. Hier kunnen ongeveer 10.000 woningen op aansluiten. De aanpak zal inzichtelijk maken hoe het proces van warmte-uitvoeringsplannen voor deze buurten eruit zal zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13148405/1