CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma-begroting 2022-2025 (5 - Raad (erratum))

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Begrotingsbehandeling 2022-202533.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programmabegroting 2022-2025

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Telefoonnummer 14015 www.delft.nl September 2021

2

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Inleiding In Delft staan we voor grote opgaven. Met elkaar willen we een duurzame, leefbare en bereikbare stad, waar inwoners, ondernemers, instellingen en bezoekers zich thuis voelen. Opgaven als Delftenaren aan het werk, goed onderwijs, passende zorg en voldoende voorzieningen vragen veel inzet. Inzet van ons én van onze partners, organisaties en bedrijven. Opgaven die we alleen waar kunnen maken met de inzet alle mensen die samen onze stad maken. De financiële middelen die we daarvoor hebben zijn echter schaars. De lastige positie waarin Delft verkeert, maakt scherpe keuzes noodzakelijk. Bij de behandeling van het herstelplan en de Kadernota 2021 heeft de gemeenteraad hiervoor de afwegingen gemaakt. Het gevolg is dat we onze ambities hebben aangepast en opgaven minimaal uitvoeren, dat we diverse trajecten en projecten betaald uit incidentele budgetten stopzetten en dat we genoodzaakt zijn de woonlasten te verhogen. Dit zijn de kaders waarmee we deze Programmabegroting 2022-2025 hebben opgesteld. In deze nieuwe begroting hebben we ook de extra middelen verwerkt die het Rijk vrijmaakt voor jeugdzorg in 2021 (vastgelegd in de meicirculaire) en 2022 en verder, als resultaat van arbitrage. Verder hebben we in deze begroting de autonome groei van het sociaal domein doorgetrokken en hebben we de nominale ontwikkeling verwerkt.

Per saldo ontstaan hierdoor nieuwe tekorten, dit vangen we gedeeltelijk op door de ruimte te verlagen voor de nominale ontwikkeling. Daarnaast gaan we uit van een extra stijging van de onroerendezaakbelasting vanaf 2025. Om de tekorten binnen Jeugd in de toekomst op te kunnen vangen, is het van groot belang dat het Rijk bijspringt met structurele financiële middelen of voorziet in gewijzigde wetgeving die de instroom tot de Jeugdwet beperkt. De keuzes die we moesten maken waren moeilijk. Ze hebben namelijk gevolgen voor onder meer het onderhoud van de openbare ruimte, voor de kwaliteit van voorzieningen in de stad en ook voor de woonlasten die Delftenaren moeten opbrengen. De keuzes zijn echter noodzakelijk om de begroting op orde te houden en om ruimte te houden voor uitgaven die we moeten doen voor Delft en voor de Delftenaren. Het nieuwe kabinet bepaalt de daadwerkelijke hoogte van de extra middelen die we de komende jaren ontvangen. Dit kan afwijken van de bedragen zoals we die nu hebben opgenomen. Een ander onderwerp van belang is de herijking van het gemeentefonds. Op dit moment is hierbij het beeld dat Delft ook in de toekomst niet wordt gecompenseerd voor haar centrumfunctie. Een perspectief op een passende vergoeding van het Rijk ontbreekt helaas nog. Blik op de toekomst De opgaven waar we voor staan blijven intussen onverminderd groot.

Ondanks de financiële uitdagingen blijven we daarom werken aan Delft met onze blik op de toekomst. In de komende periode zetten we onder meer in op de uitvoering van het Warmteplan, waarover de raad in december kan besluiten. Verder werken we aan de uitvoering van het mobiliteitsplan en de ontwikkeling van Schieoevers Noord, met ruimte voor onderwijs en de maakindustrie. De plannen voor Museum Prinsenhof Delft krijgen verder vorm, mede door de gulle gift die de gemeente hiervoor heeft ontvangen. In de binnenstad breiden we het autoluwplus-gebied uit. De ruimte die vrijkomt, richten we (tijdelijk) in voor onder andere vergroening, verblijven en fietsparkeren. Ook maken we extra budget vrij voor inrichting en gebruik van de openbare ruimte. Het gaat om een reservering van € 6 miljoen in de reserve Investeringsplan (ten laste van de Algemene reserve) die tot doel heeft om individuele projecten te financieren. Hiermee kunnen we een eerste aanzet geven aan het van gevel tot gevel vernieuwen van de openbare ruimte en het groener inrichten ervan. Ook de aanpak van hittestress en het toekomstbestendig maken van de openbare ruimte komen hiermee binnen handbereik. De reservering is inclusief de benodigde ambtelijke capaciteit en wordt nader onderbouwd door middel van een bestedingsplan. In het sociaal domein voeren we diverse maatregelen van het actieplan uit om met

3

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

innovatie, transformatie en sturing op de kostenbesparing de oplopende kosten te beperken. Daarbij blijven wij in gesprek met provincie en Rijk over een passende vergoeding voor de centrumfunctie van Delft. Financieel gezond Het blijft daarnaast een grote opgave voor ons om financieel gezond te blijven. Met de maatregelen uit het herstelplan, de ophoging van de woonlasten in de kadernota en de bijsturing in de programmabegroting zijn we erin geslaagd om de begroting te sluiten en in evenwicht te houden. Maar de maatregelen snijden tot op het bot. We hebben dit jaar de noodklok geluid, omdat de situatie onhoudbaar is geworden, na jaren van bezuinigingen en het afschalen van ambities. Het is noodzakelijk dat het Rijk structureel met voldoende – en dus extra – financiële middelen komt. De raad heeft de nijpende situatie ook aangekaart, in een brief aan de informateur voor het nieuwe kabinet. Delft staat niet alleen in deze oproep. De disbalans tussen taken en bevoegdheden van gemeenten en de bekostiging daarvan door het Rijk is een nationaal vraagstuk. We werken daarom nauw samen met de VNG, de provincie en andere overheden om te bereiken dat het Rijk de hoge nood van gemeenten erkent en de financiering daarop aanpast. Extra incidentele middelen geven enige verlichting, maar zijn niet afdoende. Wat nu nodig is zijn structurele oplossingen.

Als financiële ruimte ontstaat, bezien we ook de mogelijkheid om de nu aangekondigde verhoging van de onroerendezaakbelasting vanaf 2025 te beperken. De weg uit de coronacrisis De coronapandemie vergroot de bestaande uitdagingen. Corona heeft in de afgelopen anderhalf jaar grote invloed gehad op het leven van veel Delftenaren en het economisch klimaat bepaald. Het uitvoeren van het landelijk beleid en het opvangen van negatieve effecten van de pandemie heeft ook van de gemeente een grote inspanning gevraagd. We zien dat de stad zich inmiddels aan het herstellen is. Dat is positief. We kunnen echter nog niet voorspellen hoe de verdere weg uit de coronacrisis en de pandemie verloopt. We blijven daarom ook in de komende periode nauwgezet volgen welke gevolgen de pandemie heeft en hoe de landelijke maatregelen uitwerken op de stad. We blijven alert, zodat we binnen onze mogelijkheden op tijd actie kunnen ondernemen. Balans opmaken In 2022 gaan Delftenaren naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad te kiezen. Dat is ook het jaar waarin wij onze bestuursperiode afsluiten. In de komende maanden maken wij de balans op van de afgelopen vier jaar. Het resultaat daarvan verwerken we in ‘de Staat van Delft’, een document dat wij begin 2022 aan de raad aanbieden.

4

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Inhoudsopgave Colofon..................................................................................................................................

2

Inleiding.................................................................................................................................

3

Financiële positie................................................................................................................... 7 Begroting in één oogopslag.............................................................................................................

8

Inkomsten en uitgaven in 2022........................................................................................................

9

Toelichting op financiële positie....................................................................................................... 11

Financiële begroting 2022 & meerjarenbeeld 2023-2025..................................................... 25 Baten en lasten per programma...................................................................................................... 27 Investeringen................................................................................................................................... 29

Beleidsbegroting.................................................................................................................... 35 Duurzaam Delft................................................................................................................................ 38 Bereikbare en leefbare stad............................................................................................................ 44 Goed wonen.................................................................................................................................... 52 Schone en veilige stad ................................................................................................................... 57 Sterk en sociaal............................................................................................................................... 66 Solide maatschappelijke basis........................................................................................................ 74 Economische zelfstandigheid.......................................................................................................... 85 Stad in bedrijf...................................................................................................................................

91 Stad en bestuur............................................................................................................................... 99 Raad................................................................................................................................................ 103

Algemene dekkings-middelen en Overhead.........................................................................107 Overhead ........................................................................................................................................108 Financieel gezond........................................................................................................................... 112

Paragrafen.............................................................................................................................119 Weerstandsvermogen en risicobeheersing..................................................................................... 121 Lokale heffingen.............................................................................................................................. 141 Grondbeleid..................................................................................................................................... 153 Onderhoud kapitaalgoederen.......................................................................................................... 161 Agenda en Fonds Delft 2040...........................................................................................................167 Verbonden partijen en subsidies..................................................................................................... 170 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................182 Financiering..................................................................................................................................... 185

5

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Overzichten...........................................................................................................................190 Uitvoeringsinformatie.......................................................................................................................191 Reserves en voorzieningen............................................................................................................. 194 Incidentele baten en lasten..............................................................................................................201

6

Financiële positie

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Begroting in één oogopslag

Financiële positie / Begroting in één oogopslag

8

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Inkomsten en uitgaven in 2022 De inkomsten (inclusief onttrekkingen aan reserves) en uitgaven (inclusief stortingen in reserves) van de gemeente Delft zijn als volgt verdeeld: Inkomsten Bedragen x € 1.000 Algemene uitkering Specifieke rijksbijdragen Woonlastenheffingen Overige heffingen Parkeren Huren en pachten Overige inkomsten

Uitgaven 223.347 Lonen premies 52.418 Personeel van derden 58.004 Sociale tegemoetkoming 7.312 Subsidies 7.230 Goederen en diensten 6.073 Rentelasten en afschrijvingen 57.654 Reserves/voorzieningen

84.916 1.772 203.670 16.531 79.587 23.365 1.999

412.039

411.841

Bron: financiële administratie

Algemene uitkering: 54.2% Specifieke rijksbijdragen: 12.7% Woonlastenheffingen: 14.1% Overige heffingen: 1.8% Parkeren: 1.8% Huren en pachten: 1.5% Overige inkomsten: 14%

Inkomsten De inkomsten van de gemeente Delft kunnen worden ingedeeld in twee categorieën: inkomsten van het Rijk en de eigen inkomsten. De inkomsten van het Rijk zijn de belangrijkste categorie en bestaan uit de algemene uitkering en specifieke rijksbijdragen (bijvoorbeeld voor bijstandsuitkeringen). De eigen inkomsten omvatten de woonlasten (onroerendezaakbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing), parkeerinkomsten, huuropbrengsten en overige inkomsten (onder meer rente/dividend, eigen bijdragen in het sociaal domein, verkoop gronden en panden, onttrekkingen aan reserves en voorzieningen).

Financiële positie / Inkomsten en uitgaven in 2022

9

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Lonen premies: 20.6% Personeel van derden: 0.4% Sociale tegemoetkoming: 49.5% Subsidies: 4% Goederen en diensten: 19.3% Rentelasten en afschrijvingen: 5.7% Reserves/voorzieningen: 0.5%

Uitgaven De uitgaven zijn gebaseerd op de geraamde lasten voor de programma's. Daarnaast is ook budget gereserveerd voor de gemeenteraad, Financieel gezond (algemene dekkingsmiddelen) en de overhead. De uitgaven betreffen salariskosten, uitkeringen, subsidies, programmatische uitgaven, rente en afschrijving en stortingen in reserves en voorzieningen.

Financiële positie / Inkomsten en uitgaven in 2022

10

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Toelichting op financiële positie Hierna lichten we de financiële positie toe aan de hand van de vijf pijlers waarmee we de financiële gezondheid van de gemeente in beeld brengen: 1. 2. 3. 4. 5.

Begrotingssaldo Algemene reserve Stadsschuld Ruimte voor investeringen Woonlasten.

Begrotingssaldo Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo Programmabegroting 2021-2024

-6.591

-5.920

-3.948

-3.696

-4.136

Herstelplan 2021-2024 Actualisering begroting Sociaal domein Ombuigingen Inzet Algemene reserve

-535 -5.203 5.919 6.410

-1.019 -8.473 6.194 9.217

-1.110 -3.173 6.646 1.584

-807 -3.173 8.253

-517 -3.173 7.740

Herstelplan 2021-2024

0

0

0

578

-86

-847 -9 21 834 -

-2.105 -275 541 418

-2.072 -278 760 2.113

-1.919 -350 282 2.113

-3.275 -1.669 882 2.113

0

-1.422

521

703

-2.036

2.559 2.559

7.086 -749 -334 75 -41 583 5.198

4.230 -958 -5.300 -216 67 89 304 -1.262

3.870 -1.265 -5.300 -185 61 -45 14 -2.147

3.438 -556 -5.300 -195 60 383 50 -4.157

1.500 550

1.800 550

2.100 2.300 550

788

203

793

Kadernota 2021 1. Stedelijke opgaven - basis op orde 2. Stedelijke opgaven - investeringen in de stad 3. Overige voorstellen 4. Jaarstukken 2020 5. Woonlasten (OZB) Kadernota 2021 Programmabegroting 2022-2025 1. Extra middelen jeugdzorg (arbitrage) 2. Gemeentefonds - meicirculaire 3. Sociaal domein 4. Nominale ontwikkeling 5. Woonlasten 6. Nieuw en bestaand beleid 7. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) Bijsturing: - Terugstorting in Algemene reserve - OZB +7% - Landelijk afgesproken maatregelen arbitrage - Nominale ontwikkeling Saldo Programmabegroting 2022-2025

-5.000

2.559

198

De tabel laat de opbouw van het nieuwe begrotings- en meerjarenbeeld zien. De Programmabegroting 2021-2024 is hiervoor het uitgangspunt. Vervolgens zijn het Herstelplan 2021-2024 en de Kadernota 2021 toegevoegd. Nieuw zijn de bouwstenen voor de Programmabegroting 2022-2025 en een aantal bijsturingsmaatregelen om tot een structureel begrotingsevenwicht te komen. Het resultaat in de jaren 2021 en 2022 is positief, met name als gevolg van de extra middelen voor de jeugdzorg (zie meicirculaire en arbitrage). Omdat de hiermee corresponderende uitgaven al geraamd zijn, verbetert het begrotingsbeeld. Wel geldt hierbij dat in het herstelplan de algemene reserve nodig was voor een sluitend begrotingsbeeld in de jaren 2021-2023. Door de overschotten in 2021 en 2022

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

11

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

vervalt de noodzaak van deze incidentele dekking en kan de onttrekking aan de Algemene reserve in 2022 gedeeltelijk worden teruggedraaid (voor het lopende jaar 2021 gebeurt dit in de Najaarsrapportage 2021). Hiermee is bij de bijsturing rekening gehouden. Vanaf 2023 is voor de extra middelen voor de jeugdzorg een aflopende stelpost opgenomen (op basis van afspraken tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg). Het volgende kabinet bepaalt de daadwerkelijke hoogte van de extra middelen, die kan afwijken van de bedragen zoals nu opgenomen in de stelpost. Vóór de bijsturing is het resultaat negatief vanaf 2023 door de kosten van de autonome groei van de Wmo en de jeugdzorg. In de Kadernota 2021 was deze groei nog volledig onderdeel van het risicoprofiel, omdat hiervoor extra middelen van het Rijk verwacht werden. De autonome groei is nu toegevoegd en constant gehouden op het niveau van 2022. De verwachte toename is en blijft onderdeel van het risicoprofiel. Een andere oorzaak voor verslechtering van het beeld is dat de groei (‘accres’) in de meicirculaire onvoldoende is voor de loon- en prijsontwikkeling.

Naar aanleiding van de moties 8.2.6 'Niet blind bezuinigen op DOK' en 8.2.8 'Begrotingssaldo achter de hand' (behandeling Herstelplan 2021-2024, 30 maart 2021) is in het programma Financieel gezond een reservering opgenomen van € 400.000 (vanaf 2024). Aanvullend hierop is de motie 8.1.5 'Ook voor de VAK het begrotingssaldo 2024 achter de hand' aangenomen (behandeling Kadernota 2021, 15 juli 2021). De moties verzoeken het college om inzicht te geven in de maatschappelijke en financiële gevolgen van de voorgestelde bezuinigingen op activiteiten die de sociale basis versterken, in het bijzonder voor DOK, VAK en Delft voor Elkaar. En om daarbij de keuzes voor de jaren 2022-2024 aan te geven. Afzonderlijk van deze programmabegroting bieden we de raad nog nadere informatie aan over de omgang met deze moties. Daarbij gaan we ook in op mogelijke verzachtingen van de bezuinigingen. De raad kan dit betrekken bij de bespreking van de Programmabegroting 2022-2025. Voor het bereiken van een positief begrotingssaldo en een structureel evenwicht zijn extra bijsturingsmaatregelen noodzakelijk: • Ophoging OZB (+7%) In de Kadernota 2021 staat: “Vanaf 2023 gaan we uit van een (tijdelijke) extra stijging van de OZB van 6% ten opzichte van 2022. Deze stijging is helaas onvermijdelijk om tot een sluitend begrotingsbeeld te komen.

En als het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten is in 2025 opnieuw een stijging van de OZB van circa 7% noodzakelijk”. De in de kadernota aangekondigde stijging van 7% is nog steeds noodzakelijk en levert € 2,1 miljoen op. • Landelijk afgesproken maatregelen arbitrage Op 29 juni 2021 heeft het ministerie van BZK een brief gepubliceerd waarin de uitkomst van de arbitrage wordt bevestigd evenals het commitment om besparingsmaatregelen te treffen en om een Hervormingsagenda (maatregelen, financieel kader) op te stellen. De maatregelen waarover overeenstemming bestaat tussen Rijk en VNG hebben een budgettaire opbrengst van € 214 miljoen in 2022, oplopend naar € 570 miljoen in 2025. Hierop zijn dezelfde uitgangspunten toegepast als voor de meerjarige raming van de extra middelen. Dit leidt dit tot een besparing van € 1,5 miljoen in 2023, oplopend tot € 2,3 miljoen in 2025. • Beperking ruimte voor inflatiecorrectie (nominale ontwikkeling) Dit betreft een verlaging van de ruimte voor nominale ontwikkeling, met name de prijsbijstelling van de materiële budgetten. De opbrengst van het niet corrigeren voor inflatie is € 0,55 miljoen. In het najaar van 2021 brengen we in kaart wat de concrete opbrengst is van de besparingsmaatregelen voor de jeugzorg.

Dit doen we met een nadere analyse van de beoogde opbrengsten waarbij we nagaan in hoeverre besparingen al onderdeel zijn van het Actieplan Sociaal Domein en/of wetswijzigingen

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

12

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

vereisen die nog moeten worden geïmplementeerd. In het risicoprofiel is rekening gehouden met de onzekerheid over de opbrengst (zie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing). Tevens bezien we in het najaar 2021 de ontwikkeling van de autonome groei van de kosten Wmo en jeugdzorg en houden we rekening met maatregelen van het nieuwe kabinet om de gemeenten te compenseren voor hun taken (inclusief de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds). Als voldoende financiële ruimte ontstaat, benutten we deze voor het terugdraaien van het voorstel voor verhoging van de OZB in 2025. Randvoorwaarde hierbij blijft het behoud van een structureel begrotingsevenwicht, uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming. Vanuit financiële behoedzaamheid houden we in de algemene reserve voldoende dekking achter de hand voor incidentele tekorten. Over het uitvoeringsjaar 2021 volgt meer informatie in de Najaarsrapportage 2021. De tot nu toe ontvangen compensatie van het Rijk voor de financiële gevolgen van de coronacrisisis is in hoofdzaak verwerkt in de circulaires over het gemeentefonds. In de vijfde bestuurlijke rapportage over de financiële gevolgen van de coronacrisis – die we als bijlage bij de Najaarsrapportage 2021 voegen – lichten we de actuele ontwikkeling van de beschikbare middelen en oorstellen voor noodzakelijke aanwendingen toe.

Daarbij wordt ook een geactualiseerd inzicht geboden in het verloop van de reserve Maatregelen coronacrisis en een beeld geschetst van toekomstige ontwikkelingen. Incidentele baten en lasten Voor de (meerjaren-)begroting geldt als randvoorwaarde dat deze structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Dit betekent dat: 1. structurele lasten worden gedekt door structurele baten, 2. ramingen volledig en realistisch zijn. Om vast te stellen of sprake is van een structureel evenwicht, corrigeren we de begroting voor incidentele baten, lasten en reservemutaties. Na correctie is het structurele begrotingssaldo als volgt. Begrotingsevenwicht (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Begrotingssaldo programma's Resultaat PB 2022-2025 Incidentele baten en lasten programma's Incidentele mutaties in reserves

198 4.376 -9.719

788 187 -3.015

203 126 151

793 469

Structureel begrotingsevenwicht

-5.145

-2.040

480

1.262

De negatieve saldi betekenen dat de begroting tot en met 2023 structureel niet in evenwicht is. Een volledig overzicht van de incidentele baten en lasten in deze begroting is opgenomen bij de verzameloverzichten. Hierbij hoort ook het complete overzicht van toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Voor de beoordeling van het begrotingsevenwicht schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) het gebruik van het financiële kengetal Structurele exploitatieruimte voor. Dit kengetal vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. In het begrotingsjaar 2022 is de structurele exploitatieruimte voor Delft 1,3% negatief. Ook voor het jaar 2023 is het kengetal negatief. Dit betekent dat de structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2024 2025 is dankzij de bijsturingsmaatregelen een structureel evenwicht bereikt. Hierna volgt op hoofdlijnen een toelichting op de tabel met het begrotings- en meerjarenbeeld. Een uitgebreide toelichting op de voorstellen is opgenomen bij de programma's en/of de paragrafen. Saldo Programmabegroting 2021-2024 Uitgangspunt is de niet sluitende Programmabegroting 2021-2024 (vastgesteld in de raadsvergadering van 5 november 2020). Het negatieve saldo van deze begroting heeft geleid tot preventief toezicht door de provincie Zuid-Holland en het Herstelplan 2021-2024.

Toegevoegd is het jaar 2025.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

13

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Herstelplan 2021-2024 'Delft in balans' Naast het wegwerken van het negatieve saldo in de Programmabegroting 2022-2024 is in het herstelplan aanvullend rekening gehouden met actuele ontwikkelingen in de begroting en het sociaal domein. De raad heeft het herstelplan vastgesteld in de raadsvergadering van 30 maart 2021. Het herstelplan bevat ombuigingsvoorstellen voor: • apparaatskosten • materiële kosten • subsidies • verbonden partijen • beleidsversoberingen en overige verlagingen van uitgaven • hogere inkomsten • financiële keuzes (onder meer Algemene reserve en Fonds Delft 2040). In de eerste jaren is de Algemene reserve gebruikt voor de tekorten in de begroting. Daardoor blijft er weinig vrije bestedingsruimte over voor investeringen in stedelijke opgaven. Toch is gekozen voor inzet van de Algemene reserve om onze partners in de stad en de organisatie voldoende tijd te geven voor aanpassing van de dienstverlening aan de noodzakelijke maatregelen. Met het herstelplan is de begroting structureel in evenwicht gebracht. Na beoordeling door de provincie Zuid-Holland is het preventief toezicht beëindigd. De voorstellen in het herstelplan zijn verwerkt door middel van de 7e begrotingswijziging 2021. Kadernota 2021 De Kaderrnota 2021 is vastgesteld in de raadsvergadering van 15 juli 2021.

De kadernota omvat scherpe keuzes om de basis verder op orde te brengen en voor de uitvoering van een aantal majeure stedelijke opgaven: het integraal huisvestingsplan voor onderwijs (IHP 2020-2035), gebiedsontwikkeling Schieoevers en de Investeringsagenda Sport. Aanvullend zijn voorstellen gedaan voor de woonlasten. Een verhoging van de OZB vanaf 2023 is pijnlijk maar noodzakelijk, zolang het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken van gemeenten en voor de ambities die samen met gemeenten moeten worden opgepakt. Voor reiniging en riolering hebben we rekening gehouden met extra kosten, die leiden tot een verhoging van de tarieven. Dit sluit aan op het uitgangspunt dat leges 100% kostendekkend moeten zijn. De voorstellen in de kadernota zijn verwerkt door middel van de 12e begrotingswijziging 2021. Programmabegroting 2022-2025 De nieuwe begroting kent een aantal bouwstenen. Voor zover deze bouwstenen een effect hebben in het lopende jaar zijn ze onderdeel van de Najaarsrapportage 2021. 1. Extra middelen jeugdzorg (arbitrage) Het demissionaire kabinet heeft besloten om incidenteel € 1,3 miljard beschikbaar te stellen voor de tekorten in de jeugdzorg (2022).

Op 29 juni heeft het ministerie van BZK een brief gepubliceerd waarin de uitkomst van de arbitrage wordt bevestigd evenals het commitment om besparingsmaatregelen te treffen (€ 214 miljoen) en om een hervormingsagenda (maatregelen, financieel kader) op te stellen. Ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding bij gemeenten is in de brief indicatief aangegeven hoe de middelen verdeeld worden. Voor Delft is dit € 7,086 miljoen in 2022. De middelen worden definitief verdeeld via de septembercirculaire 2021. Over de structurele compensatie vanaf 2023 beslist het nieuwe kabinet. Hierop vooruitlopend hebben het ministerie van BZK, de VNG en het IPO een voorstel uitgewerkt over de structurele doorwerking: 1. opnemen stelpost met als grondslag het tekort jeugdzorg minus het effect van de afgesproken maatregelen. 2. Van dit saldo wordt 75% als stelpost geraamd.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

14

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

In de stelpost is geen rekening gehouden met de besparing als gevolg van de maatregelen waarover commitment is. Dit gebeurt wel bij de bijsturingsmaatregelen. 2. Meicirculaire 2021 De meicirculaire is op 31 mei 2021 gepubliceerd en geeft aan wat de bijstellingen zijn in de Algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. De circulaire gaat niet over de verdeling van de extra middelen voor de jeugdzorg naar aanleiding van de arbitrage (+ € 1,3 miljard in 2022) en de herverdeling van het gemeentefonds (met ingang van 2023). Een toelichting hebben we opgenomen in de raadsbrief 'Bestuurlijke reactie meicirculaire 2021' (van 24 juni 2021, kenmerk 4583372). De inhoud op hoofdlijnen: 1. De meicirculaire bevat de verdeling van (een deel van) de € 613 miljoen voor acute problematiek in de jeugdzorg in 2021. Vooralsnog staan hier geen uitgaven tegenover. 2. In de bestuurlijke reactie op de circulaire zijn voorstellen gedaan voor inzet van de financiële ruimte. De grootste post betreft een reservering voor nominale ontwikkelingen. 3. Het effect van de circulaire en de bestedingsvoorstellen is positief voor het lopende jaar (als gevolg van extra middelen jeugdzorg). Voor het meerjarenbeeld zijn de effecten nadelig, met name omdat de groei van het gemeentefonds (‘accres’) ontoereikend is voor de (verwachte) loon- en prijsbijstelling.

De voorstellen zijn nu verwerkt in de Programmabegroting 2022-2025. 3. Sociaal domein De autonome groei van jeugdzorg en Wmo is in het Herstelplan 2021-2024 als risico geduid vanaf 2023. In de nieuwe begroting hebben we de raming voor 2022 verwerkt in het meerjarenbeeld. De uitgaven voor het sociaal domein stijgen hierdoor met € 5,3 miljoen vanaf 2023. Door deze raming daalt het risico, omdat alleen de (mogelijke) extra stijging in 2023, 2024 en 2025 nog onderdeel is van het risicoprofiel. Aanname is dat het Actieplan Sociaal Domein wordt gerealiseerd. Voor het risico als gevolg van de toepassing van het woonplaatsbeginsel bij de verdeling van de middelen voor jeugdzorg, zijn geen aanvullende maatregelen opgenomen. De uitgaven en inkomsten voor het sociaal domein zijn geraamd op basis van lokale ramingen. Ook is rekening gehouden met mutaties in de meicirculaire (algemene uitkering, decentralisatie- en integratieuitkeringen). Als later dit jaar blijkt dat kosten harder groeien en/of risico’s tegenvallen en/of besparingsverliezen ontstaan, bepalen we de consequenties. Het actuele financiële kader voor het sociaal domein is nu als volgt (exclusief overhead). Financieel kader Soclaal domein

2021

2022

2023

2024

2025

Sterk en sociaal 62 - Wijkteams 66 - Maatwerkvoorziening (Wmo) 671 - Maatwerkdienstverlening 18+ 672 - Maatwerkdienstverlening 18681 - Geëscaleerde zorg 18+ 682 - Geëscaleerde zorg 1871 - Volksgezondheid

10.524 3.170 22.892 25.974 25.927 4.042 5.122

10.616 3.337 23.183 27.625 24.384 4.215 5.040

10.091 3.147 22.848 25.824 24.456 4.215 5.032

10.091 3.147 22.792 25.520 24.466 4.215 5.033

10.091 3.147 22.791 25.018 24.465 4.215 5.033

Solide maatschappelijke basis 61 - Samenkracht en burgerparticipatie

11.690

10.031

9.436

9.168

9.168

Economische zelfstandigheid 63 - Inkomensregelingen 64 - Begeleide participatie 65 - Arbeidsparticipatie 671 - Maatwerkdienstverlening 18+

6.080 12.131 10.454 60

6.574 11.338 11.184 61

6.320 10.932 11.026 60

5.670 10.972 10.805 60

5.670 11.002 10.794 60

138.066

137.588

133.387

131.939

131.454

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

15

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

In dit financiële kader is nog geen rekening gehouden met de besparing als gevolg van de maatregelen voor de jeugdzorg waarover commitment is (zie bijsturingsmaatregelen). Deze besparing is gebaseerd op aannames die gemaakt zijn op rijksniveau. Omdat een deel van de maatregelen al onderdeel is van het Actieplan Sociaal Domein, kent de beoogde besparing nog een belangrijke mate van onzekerheid. Hierom is besloten dit toe te voegen aan het risico sociaal domein in het risicoprofiel in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. We voeren nader onderzoek uit naar de opbrengst van de bijsturingsmaatregelen. Nominale ontwikkelingen Het prijspeil van de nieuwe begroting is aangepast aan de verwachte ontwikkeling van lonen en prijzen in 2022. Hierbij is ook rekening gehouden met subsidies, bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en de stijging van de inkomsten uit leges, toeristenbelasting, parkeerinkomsten en precario: • de loonontwikkeling is 1,65% vanaf 2022, waarvan 1,40% wordt gereserveerd voor de toekomstige cao (loonontwikkeling en pensioenpremie) en 0,25% voor additionele ontwikkeling. NB: dit betreft ook de indexatie van de uitvoering van de Participatiewet door Werkse!. • De materiële prijscompensatie betreft goederen en diensten (1,3%), vastgoed (op basis van de uitgangspunten Vastgoedanalyse) en de gemeenschappelijke regelingen.

• De tarieven stijgen met de consumentenprijsindex (CPI) (1,5%). In het Herstelplan 2021-2024 is een structurele besparing van € 100.000 afgesproken door in 2022 de nominale ontwikkeling van de materiële kosten vanaf 2022 niet volledig toe te passen. De taakstelling in het herstelplan betekent dat het indexpercentage voor de materiële budgetten is verlaagd van 1,4% naar 1,3%. Ook is in het Herstelplan 2021-2024 een besparing van € 325.000 afgesproken, door in 2022 de subsidies eenmalig niet te indexeren (van deze opbrengst is € 25.000 nodig voor een aanvullende subsidie voor dierenwelzijn/wildopvang). De grondslag voor de nominale ontwikkeling van subsidies is een volume van ongeveer € 28 miljoen. De berekende nominale ontwikkeling bedraagt circa € 227.000 en is daarmee niet toereikend voor de taakstelling in het herstelplan. In plaats van de eerder afgesproken aanvullende, generieke bezuiniging is nu afgezien van de extra korting (€ 98.000) die nodig is om de totale taakstelling te realiseren en is hiervoor een besparingsverlies verwerkt. Voor het bereiken van structureel begrotingsevenwicht is een extra korting van € 0,55 miljoen verwerkt op de nominale ontwikkeling van goederen en diensten (zie bijsturingsmaatregelen). Woonlasten De woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelasting (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Zoals al opgenomen in de Kadernota 2021 stijgt de OZB-opbrengst in 2022 alleen met de inflatiecorrectie (CPI: 1,5%). De opbrengst van deze inflatiecorrectie maakt deel uit van de nominale ontwikkeling en is bedoeld als dekking voor de loon- en prijsbijstelling om uit te komen op het prijspeil 2022. Vanaf 2023 is een (tijdelijke) extra stijging van de OZB verwerkt van 6% ten opzichte van 2022. Deze stijging is noodzakelijk voor een sluitend begrotingsbeeld. Het nieuwe areaal levert extra inkomsten op. In het dekkingsplan van het Bestuursprogramma 2018-2022 hebben we hierop geanticipeerd. Het voordeel is per saldo € 172.000. Dit is nodig voor de kosten van areaaluitbreiding als gevolg van de groei van de stad. Als het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten is in 2025 opnieuw een stijging van de OZB van circa 7% noodzakelijk (zie bijsturingsmaatregelen). In de Kadernota 2021 is rekening gehouden met de hogere kosten voor verwerking restafval en compensatie van de incidentele dekking vanuit de algemene reserve (€ 772.000), het aangenomen amendement (4 maart 2021) om grofvuil gratis te blijven inzamelen (€ 300.000), de dienstverleningsovereenkomst met Avalex (€ 160.000) en toerekening van perceptiekosten van de Regionale Belasting Groep (€ 375.000). De baten zijn inclusief inflatiecorrectie (1,5%) en

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

16

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

areaaluitbreiding. Gegeven het uitgangspunt bij de gesloten circuits dat het tarief alle kosten moet dekken, is de tariefstijging 9,8%. De afgelopen 5 jaar is de rioolheffing gelijk gebleven. Het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan (GRP) houdt rekening met een aantal grote projecten en (tijdelijk toegevoegde) kosten voor maatregelen voor klimaatadaptatie (€ 826.000) en toerekening van perceptiekosten van de Regionale Belasting Groep (€ 350.000). De baten zijn inclusief inflatiecorrectie (1,5%) en areaaluitbreiding. Gegeven het uitgangspunt bij de gesloten circuits dat het tarief alle kosten moet dekken, is de tariefstijging 12,9%. Bij de raadsbehandeling van de Kaderbrief 2018 (5 juli 2018) is een motie aangenomen voor watergerelateerde belastingheffing en is een toezegging gedaan om een verdere tariefdifferentiatie bij de afvalstoffenheffing te onderzoeken. Op het moment van opstellen van deze begroting is een brief in voorbereiding over de motie voor watergerelateerde belastingheffing. De toezegging over tariefdifferentiatie is afgedaan met de raadsbrief 'Afdoening toezegging 2018-07, tarieven afvalstoffenheffing' (van 13 juli 2021, kenmerk 4598701). Conclusie van de brief is dat differentiatie leidt tot forse verschuivingen in woonlasten van bewoners en met name de kwetsbare groep van éénoudergezinnen treft.

Om die reden wordt afgezien van het verder differentiëren van tarieven. Nieuw en bestaand beleid De gebiedsontwikkelingen in Delft zorgen voor een uitbreiding van het areaal waarvoor beheer en onderhoud nodig is. Op basis van toe te voegen areaal en eenheidsprijzen per m2 hebben we de aanvullend benodigde budgetten geïnventariseerd. De benodigde financiële ruimte is beschikbaar vanuit de areaaluitbreiding OZB. Vanaf 2025 is aanvullend dekking beschikbaar vanuit de groei van het gemeentefonds. Voor de Kadernota 2022 wordt een procesvoorstel voorbereid om van de areaaluitbreiding een reguliere bouwsteen voor de begrotingsvoorbereiding te maken (afbakening, raming en financiële kaderstelling). Het verzoek van de Stichting Islamitisch College (SIC) voor het starten van een nieuwe school is gehonoreerd. Voor de tijdelijke huisvesting worden de huisvestingsmogelijkheden onderzocht. Realisatie is gepland tussen januari en juni 2022, het onderwijs start op 1 augustus 2022. Met het benodigde bedrag (maximaal € 1,1 miljoen) hebben we in de begroting rekening gehouden. Hiervoor is gedeeltelijk dekking beschikbaar in de reserve Onderwijshuisvesting (€ 365.000). Daarnaast bereiden we een structurele oplossing voor. Mede naar aanleiding van de vertraging van de invoering Omgevingswet inventarisen we dit najaar de incidentele en structurele kosten alsmede de dekkingsmogelijkheden.

Ook betrekken we hierbij de wet Kwaliteitsborging en de (nadelige) gevolgen voor de leges Omgevingsvergunningen (kostendekkendheid, tarief). Voor de dekking geldt als uitgangspunt de afspraak met het Rijk dat de overgang op middellange termijn (< 10 jaar) budgetneutraal moet verlopen en dat gemeenten ‘besparingen’ mogen houden. Onderzoek wijst uit dat de terugverdientijd 35-40 jaar is en dat maatschappelijke baten vooral bij initiatiefnemers ontstaan. Omdat gemeenten decentrale beleidsruimte nauwelijks invullen, is de kans op structurele nadelen groter. De VNG vraagt extra compensatie van de transitiekosten in 2022 en aanscherping van de budgetneutrale invoering. Resultaten worden verwacht in de septembercirculaire en in de kabinetsformatie. Op basis van de actuele leningenportefeuille, het nieuwe investeringsprogramma en de financiële ruimte is de financieringsbehoefte bepaald. Dit leidt tot een meerjarig voordeel bij de rentelasten. Theater De Veste houdt rekening met een structureel exploitatietekort vanaf 2022 als gevolg van gestegen kosten voor o.a. huisvesting en covid-19. In deze begroting is een eenmalige oplossing geboden door middelen te ramen voor een extra subsidie van € 229.000 voor 2022. Dekking is deels beschikbaar in de reserve Maatregelen coronacrisis (€ 67.000). Participatie van de stad is een vast onderdeel van de gemeentebrede werkwijze.

Dit vergt een budget voor tools die randvoorwaardelijk zijn voor de dialoog met inwoners en partners.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

17

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

In het herstelplan is een structurele korting op subsidies opgenomen die ten laste kwam van een incidenteel budget. Vanwege het beperkte nadeel wordt nu voorgesteld dit besparingsverlies te accepteren. Actualisering investeringsprogramma (herfasering) Het bestaande investeringsprogramma is geactualiseerd. Dit betreft met name de herfasering van de investeringsprojecten en de verschuiving van investeringsagenda naar -plan. Op basis van nieuwe ramingen ontstaan incidenteel voordelen als gevolg van lagere afschrijvingslasten.

Algemene reserve De algemene reserve heeft na het opmaken van de Jaarstukken 2020 en de voorstellen in het Herstelplan 2021-2024 en de Kadernota 2021 een positieve stand. Inclusief de voorstellen in de Programmabegroting 2022-2025 voor terugstorting van de eerder afgesproken inzet voor het herstelplan en de ophoging van de bestemmingsreserve Investeringsplan is het saldo aan het eind 2022 bijna € 83 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van het risicoprofiel bedraagt € 47,2 miljoen. De score voor de ratio weerstandsvermogen, ofwel de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit, is in 2022 1,75 positief. Volgens landelijk gehanteerde normen wordt deze score gewaardeerd als 'ruim voldoende'. De ontwikkeling van de Algemene reserve is toegelicht in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemene reserve Bedragen x 1.000 Beginsaldo

2021

2022

2023

2024

2025

109.184

98.412

82.822

80.172

79.659

Jaarrekening 2020 Resultaat 2020 Bestemming resultaat 2020 (voorstellen) Ophoging reserve Maatregelen coronacrisis

2.130 -2.296 -266

Overige voorstellen Ontvlechting reserve Vastgoed Verkoop Staalweg Dekking incidenteel beleid Motie Mediafonds GC Reiniging Voorziening Stovod Incidentele voorstellen t.l.v. AR (Herstelplan) Verrekening bijdrage voorziening PFAS

-462 3.000 -2.875 -30 -172 -400 -1.156 1.505

Inzet opbrengst aandelen Eneco Stimulerings- en investeringspakket Compensatie dividend Eneco/Stedin/BNG (Herstelplan) Negatief saldo Herstelplan 2021-2024 Positief saldo PB 2022-2025 Openbare ruimte (reserve Investeringsplan) w.v. restant Enecogelden

-398 -500 -480

-806

-1.290

-1.650

-40

-2.050 -6.410

-1.538 -9.218 5.000 -6.000

-1.025 -1.585

-513

98.412 39.958

82.822 26.552

80.172 23.902

79.659 23.389

79.659 23.389

In de Algemene reserve is de opbrengst van de verkoop aandelen Eneco verwerkt. De extra dekkingsmogelijkheden die hiermee zijn ontstaan, hebben we ingezet voor nieuwe investeringen in de Programmabegroting 2020-2023 (€ 45,3 miljoen), de reserve Maatregelen coronacrisis (€ 4,4 miljoen), het Stimulerings- en investeringspakket (na bijstelling € 3,0 miljoen) en voor maatregelen in het Herstelplan 2021-2024: • compensatie van wegvallend dividend Eneco/Stedin/BNG (€ 5,1 miljoen) • compensatie tekorten in 2021-2023 (€ 17,2 miljoen).

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

18

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

In deze begroting komt daar nu de terugstorting van het positieve saldo in 2022 bij (+ € 5 miljoen) en de ophoging van de reserve Investeringsplan ten behoeve van de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte (-/- € 6 miljoen). Investeringen in Programmabegroting 2020-2023 In de Programmabegroting 2020-2023 zijn (reserveringen voor) nieuwe investeringen opgenomen ter grootte van € 45,3 miljoen: • investeringen die starten in 2020 (€ 22 miljoen) • reservering voor ontwikkelingsvisie Prinsenhof(gebied) (€ 15 miljoen) • investeringswensen Bovenwijkse voorzieningen, Rietveldtheater en ISK (€ 8,3 miljoen) De investeringen ad € 22 miljoen en de investeringswensen ad € 8,3 miljoen zijn verwerkt in het investeringsprogramma. De kapitaallasten worden gedekt uit de bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten die is gevuld vanuit de Algemene reserve. De onttrekking uit de Algemene reserve en de storting in de reserve is verwerkt in de begrotingswijziging die is vastgesteld bij de Kaderbrief 2020.

Nadat rekening is gehouden met bovengenoemde inzet, is van de opbrengst aandelen Eneco nog € 23,4 miljoen beschikbaar als dekking.

Stadsschuld De stadschuld beoordelen we op basis van (1) omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld, (2) betaalbaarheid en (3) financiële ratio’s. 1. Omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld Voor de bepaling van de omvang van de stadsschuld sluiten we aan bij het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Hierin is de bruto schuld opgebouwd uit vaste en vlottende schulden + verplichtingen die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. De opbrengst van de verkoop van de aandelen Eneco is, conform het Treasurystatuut, ingezet voor de bestaande financieringsbehoefte (aflossing van aflopende leningen en nieuwe financieringen). Dit leidt tot een stijging van de activa, een daling van het vreemd vermogen en – per saldo – tot een stijging van het eigen vermogen. De actuele bruto stadsschuld is eind 2021 ruim € 361 miljoen. In het nieuwe begrotingsjaar 2022 daalt de schuld naar bijna € 324 miljoen. De verschillen worden verklaard door de geactualiseerde financieringsbehoefte van het nieuwe investeringsprogramma. Van de totale schuld is in 2022 totaal € 76 miljoen doorgeleend aan bijvoorbeeld ParkerenDelft BV (€ 45,5 miljoen), woningcorporaties (€ 20 miljoen), SVN (€ 9,8 miljoen) en de sportsector (€ 0,6 miljoen). In 2023 dalen de doorgeleende gelden naar € 73 miljoen.

Tegenover de leningen aan ParkerenDelft BV staat, als zekerheid, het recht van eerste hypotheek op de parkeergarages voor de gemeente. De meerjarige financieringsbehoefte bepaalt de ontwikkeling van de schuld. Deze behoefte is een optelsom van inkomsten en uitgaven, afschrijvingen, investeringen, voorzieningen en aflossingen van leningen (zie paragraaf Financiering). In de grafiek hierna is het effect van de financieringsbehoefte op de bruto schuld in beeld gebracht.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

19

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Ontwikkeling stadsschuld

Bedragen x € 1 miljoen

425 400 375 350 325 300 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Jaren PB 2022-2025

Kadernota 2021

2. Betaalbaarheid Over de vaste schulden, kasgeldleningen en het negatieve banksaldo betalen we rente. Deze rentelasten zijn de kosten van de stadsschuld. Daarnaast ontvangen we rente voor de doorgeleende gelden. In de paragraaf Inkomsten en uitgaven in 2022 is het aandeel van de rente in het totaal van de begroting vermeld op basis van de huidige leningenportefeuille, de financieringsbehoefte en de verwachte renteontwikkeling. Hierbij is rekening gehouden met een stijging van de rente en een buffer voor het investeringsprogramma. In de paragraaf Financiering is een toelichting opgenomen op de rente en de renterisico's. De omvang van rentelasten beoordelen we op basis van de rentequote die de rentelasten uitdrukt als percentage van de inkomsten. In 2022 is de bruto rentequote is 1,98% (streefwaarde: < 5%). Na correctie voor uitgezette leningen is de netto rentequote 1,41% (streefwaarde: < 2,5%). 3. Financiële ratio's De omvang en betekenis van de schuldpositie wordt in kaart gebracht met een aantal verplichte financiële kengetallen (BBV, artikel 11) en een extra indicator op verzoek van de raad. Een compleet overzicht van de financiële kengetallen staat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Ratio's

Jaarrekening 2020 Prognose 2021

Prognose 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Prognose 2025

Door BBV voorgeschreven Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitaties

44,5% 28,6% 39,2% 0,5%

62,8% 43,0% 35,9% -1,9%

71,5% 51,9% 37,0% -1,7%

74,8% 56,1% 35,4% -2,6%

79,6% 61,5% 34,1% -1,0%

83,9% 66,7% 32,4% 1,2%

Gemeentelijke aanvulling De ontwikkeling van de netto schuld per inwoner

2.190

2.424

2.683

2.812

2.955

3.137

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de schuldquote. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn als sprake is van doorgeleende gelden aan bijvoorbeeld woningcorporaties die jaarlijks aflossen. In de gecorrigeerde netto schuldquote zijn de verstrekte leningen buiten beschouwing gelaten. De motie 'Beheersbaarheid stadsschuld' (van 9 november 2017) draagt op om te sturen op de netto schuldquote met als bovengrens de in de Programmabegroting 2018-2021 opgenomen percentages 1, zodat deze vanaf 2021 maximaal 100% is, en deze vanaf 2021 verder af te bouwen. In de motie is gesteld

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

20

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

dat bij afwijken van dit principe actief en gemotiveerd in overleg moet worden getreden met de raad. In aanvuling hierop hanteren we, zoals vermeld in het coalitieakkoord, voor de BBV-indicatoren de streefwaarden van de VNG. Een belangrijke notie bij de kengetallen is dat de streefwaarden van de VNG geen doel zijn, maar gelden als maximum (schuldquotes, grondexploitaties) c.q. minimum (solvabiliteit) en fungeren als referentie voor de beoordeling. Streefwaarden VNG In het BBV heeft de wetgever geen normen opgelegd. Wel heeft de VNG een aantal streefwaarden voorgesteld waarbij de kanttekening is dat er geen landelijke normen voor de kengetallen zijn, omdat deze erg afhangen van de lokale situatie. De VNG adviseert om voor de netto schuldquote 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Er is dan sprake van een zeer hoge schuld. Al bij een netto schuldquote van 100% springt het licht voor een gemeente op oranje. Voor de gecorrigeerde netto schuldquote geldt: hoe lager, hoe beter. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 20% bevindt de gemeente zich op glad ijs. Bij een solvabiliteitsratio lager dan 30% springt het licht op oranje. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.

Bronnen: VNG.nl/financiële kengetallen, Houdbare gemeentefinanciën (2013), Handleiding houdbaarheidstest gemeentefinanciën (2017)

De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre er geen schulden op het bezit rusten. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het kengetal grondexploitaties geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is. Omdat dit als risico wordt gezien, geldt: hoe lager het percentage voor dit kengetal, hoe beter. In Delft is de grondpositie beperkt en voor reële marktwaardes opgenomen op de balans. Het risico op de voorraad bouwgrond en de schuld die daarmee samenhangt is daarmee beperkt. Op verzoek van de raad is het kengetal netto schuld per inwoner opgenomen. Dit kengetal brengt de ontwikkeling van de schuld, de zogenaamde schuldevolutie, in beeld. Voor Delft is het beeld stabiel. Conclusie: De schuldpositie is houdbaar. De omvang en ontwikkeling is beheerst, de betaalbaarheid voldoet aan streefwaarden voor de rentedruk en de scores voor de verplichte financiële kengetallen voldoen aan de streefwaarden van de VNG.

Ruimte voor investeringen Nieuwe investeringen Het stimuleringsspakket in de Programmabegroting 2021-2024 is in het herstelplan bijgesteld naar een totale omvang van € 5,1 miljoen. Het betreft nu de prioriteiten: 1. Ruimte voor maakindustrie (2040) en keten techniek-onderwijs versterken 2. Onderhoud (integraal) openbare ruimte en investeren in de wijk 3. Energietransitie en circulaire economie In het investeringsprogramma van de nieuwe begroting zijn de investeringen uit de Kadernota 2021 verwerkt. Dit betreft Ruimte maken in de binnenstad, Entreegebieden (Rode Loper), Mobiliteitsplan Delft, IHP 2020-2035, (V)MBO (parkeren/inrichting OR/plankosten) en de Investeringsagenda 1

2018: 103,9%, 2019: 107,6%, 2020: 107,3%, 2021: 100%

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

21

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Sportaccommodaties. Voor de Prinsenhof is € 15 miljoen gereserveerd in de reserve Dekking kapitaallasten. Agenda Delft 2040 en Fonds Delft 2040 Het Fonds Delft 2040 is het financiële kader voor de Agenda Delft 2040. In 2017 is een inventarisatie gemaakt van wat nodig is voor de opgaven. Dit leidde tot een geschat benodigd totaal investeringsvolume van circa € 1,4 miljard, met een geschat gemeentelijk aandeel van circa € 360 miljoen. Het bestuurlijk commitment is er voor een groei naar een investeringsvolume van € 75 miljoen in Fonds Delft 2040. Na de bijstelling in het herstelplan is er dekking voor een investeringsvolume van bijna € 42 miljoen. Hiervan is inmiddels € 12,7 miljoen ingezet voor Station Delft Zuid, ontwikkeling Gelatinebrug, Next!Delft en Biotech Campus Delft. Jaarlijks, bij de kadernota, vindt de afweging plaats of een voorstel wordt gedaan voor de groei van het fonds. In de paragraaf Agenda en Fonds Delft 2040 staat een toelichting over de voorbereiding en uitvoering van de Agenda Delft 2040. Kwaliteit openbare ruimte Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen (openbaar groen, water, wegen en kunstwerken, verlichting, speeltoestellen, riolering en gebouwen) is het beleid en de daarbij behorende budgetten vastgelegd in beheerplannen.

In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen is een toelichting opgenomen over de voortgang van het geplande onderhoud en de actuele beheerplannen. Voor de Kadernota 2022 werken we een voorstel uit om van de areaaluitbreiding als gevolg van gebiedsontwikkelingen een reguliere bouwsteen voor de begrotingsvoorbereiding te maken. Hierbij bestaat het financieel kader uit de areaaluitbreiding van de OZB en de toename van het gemeentefonds als gevolg van de groei van de stad.

Woonlasten Na de verlaging van de OZB in 2018 en de inflatiecorrectie in 2019, 2020 en 2021 is de OZB in Delft gedaald naar 106% van het landelijk gemiddelde (bron: COELO 2021). Desondanks is de lokale lastendruk nog steeds hoog, vooral door de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Op de COELO-ranglijst 2021 van grote gemeenten staat Delft nu op de achtste plaats van duurste gemeenten voor de woonlasten. Over de woonlasten (OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing) is in het coalitieakkoord het streven opgenomen dat de kosten van het woonlastenmandje niet stijgen, en maximaal met de Consumentenprijsindex (CPI) van het CPB. Voor het totaal van de woonlasten in 2022 is deze afspraak niet houdbaar gebleken. De OZB-opbrengst stijgt in 2022 met alleen de inflatiecorrectie (CPI: 1,5%). Vanaf 2023 gaan we uit van een (tijdelijke) extra stijging van de OZB van 6% ten opzichte van 2022. Deze stijging is helaas onvermijdelijk om tot een sluitend begrotingsbeeld te komen. En als het Rijk geen reële compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten, is in 2025 opnieuw een stijging van de OZB van circa 7% noodzakelijk.

Voor het gesloten circuit reiniging is in het Herstelplan 2021-2024 het tekort als gevolg van de verhoging kosten verwerking restafval en compensatie van de incidentele dekking vanuit de algemene reserve (€ 772.000) in het nieuwe tarief van de afvalstoffenheffing verwerkt. Dat geldt ook voor de kosten die samenhangen met het aangenomen amendement om grofvuil gratis te blijven inzamelen (4 maart 2021) en de dienstverleningsovereenkomst met Avalex. Ook is afgesproken om de perceptiekosten van de

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

22

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Regionale Belasting Groep (RBG) toe te rekenen aan het gesloten circuit. Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die gemaakt worden voor het gesloten circuit ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Per saldo stijgt het tarief met 9,8%. Voor het gesloten circuit Riolering houden we op basis van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP), naast een aantal grotere projecten, ook rekening met (tijdelijk toegevoegde) kosten voor maatregelen voor klimaatadaptatie. Met de vergroting van het rioolstelsel als gevolg van gebiedsontwikkelingen is nog geen rekening gehouden. Een compleet overzicht van deze kosten en de voorgestelde dekking is onderdeel van het nieuwe GRP. Net als bij het gesloten circuit reiniging hebben we rekening gehouden met de toerekening van de kosten van de RBG voor de inning van de rioolheffing. Het uitgangspunt is dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die gemaakt worden voor het gesloten circuit ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Per saldo stijgt het tarief met 12,9%. Totaal woonlastenmandje bedragen x € 1.000

2021

Nominale ontwikkeling

Areaal

Overige

%

Raming 2022

1,50%

28.550

Woonlastengebonden tarieven: Ozb

27.839

293

418

Afvalstoffenheffing

14.700

484

221

1.226

9,84%

16.631

Rioolrechten

11.879

154

178

1.354

12,90%

13.565

Totaal

54.418

931

816

2.580

6,24%

58.745

Voor de beoordeling van de financiële positie is het financiële kengetal Belastingcapaciteit voorgeschreven (BBV). Het kengetal laat zien hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot de landelijk gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). De uitkomst geeft inzicht in de ruimte voor belastingverhoging om bijvoorbeeld een financiële tegenvaller op te vangen of om nieuw beleid te dekken (in het volgende begrotingsjaar). Hiermee geeft dit kengetal een indicatie van de wendbaarheid van de begroting. Voor Delft is het kengetal belastingcapaciteit 114,7%. Dit percentage indiceert dat de ruimte voor belastingverhoging in 2022 beperkt is. Op verzoek van de raad hebben we het kengetal Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) toegevoegd. Dit kengetal laat de ruimte voor stijging van de OZB zien als gekozen wordt voor 120% van het landelijk gemiddelde. Voor Delft is deze ruimte in 2022 ongeveer 1,4% van de totale begroting.

Financiële positie / Toelichting op financiële positie

23

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Financiële begroting 2022 & meerjarenbeeld 2023-2025

25

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Inleiding op de financiële begroting Dit hoofdstuk bevat een overzicht van de baten en lasten in het begrotingsjaar 2022 en de meerjarenperiode 2023-2025. Ook is de realisatie in 2020 en de begroting voor het lopende jaar 2021 opgenomen. Naast de baten en lasten bevat dit hoofdstuk informatie over het investeringsprogramma (plan en agenda).

Financiële begroting 2022 & meerjarenbeeld 2023-2025

26

Programma-begroting 2022-2025

Versie: 01-10-2021

Baten en lasten per programma De tabellen hierna geven inzicht in baten, lasten, stortingen en onttrekkingen, zowel voor de Programmabegroting 2022-2025 als voor de realisatie 2020 en de begroting 2021. Bij de programma's staat een toelichting op het beleid. (bedragen × 1.000)

Rekening 2020 514.004 421.604 92.400 107.377 197.647 -90.270

Begroting 2021 399.909 415.467 -15.558 33.949 15.832 18.117

Begroting 2022 389.082 401.407 -12.324 22.956 10.434 12.522

Raming 2023 391.793 397.359 -5.566 8.179 1.825 6.354

Raming 2024 390.713 392.994 -2.281 3.755 1.271 2.484

Raming 2025 395.092 398.695 -3.603 5.668 1.271 4.397

2.130

2.559

198

788

203

793

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Baten Duurzaam Delft Bereikbare en leefbare stad Goed wonen Schone en veilige stad Sterk en sociaal Solide maatschappelijke basis Economische zelfstandigheid Stad in bedrijf Stad en bestuur Raad Financieel gezond Overhead Baten

748 4.353 23.433 29.906 2.202 5.952 83.329 4.703 1.266 9 353.841 4.260 514.004

519 5.186 21.085 28.606 2.248 6.715 64.666 9.524 1.367 256.290 3.703 399.909

233 4.877 11.328 31.673 2.199 4.826 63.670 5.272 1.354 259.917 3.734 389.082

228 4.675 14.916 31.860 2.199 4.804 63.565 5.272 1.253 259.317 3.703 391.793

229 4.675 13.344 32.000 2.199 4.804 63.565 5.272 1.253 259.670 3.703 390.713

229 4.675 14.550 32.180 2.199 4.709 63.565 5.272 1.253 262.357 4.103 395.092

Lasten Duurzaam Delft Bereikbare en leefbare stad Goed wonen Schone en veilige stad Sterk en sociaal Solide maatschappelijke basis Economische zelfstandigheid Stad in bedrijf Stad en bestuur Raad Financieel gezond Overhead Lasten Saldo van baten en lasten

5.562 11.128 30.197 56.354 91.661 47.691 109.552 12.582 7.987 2.273 2.937 43.681 421.604 92.400

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10636466/1