Procedure wensen en bedenkingen bij bevoegdheid van college
Tekst van het document
4.11
WENSEN- EN BEDENKINGENPROCEDURE
Er zijn verschillende momenten dat de raad een wensen en bedenkingenprocedure kan volgen, bij de bevoegdheid van college of burgemeester of bij bevoegdheid van de raad inzake een gemeenschappelijke regeling. In alle andere gevallen is er sprake van consultatie.
4.11.1
Bij bevoegdheid college of burgemeester
Als het college of de burgemeester bevoegdheden uitoefent waarvan de Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad eerst de gelegenheid moet krijgen om wensen en bedenkingen in te brengen, wordt een zogenaamde wensen- en bedenkingenprocedure gevolgd. Wettelijke bepalingen In de Gemeentewet is vastgelegd wat de bevoegdheden zijn van de gemeenteraad (hoofdstuk IX), van het college van burgemeester en wethouders (hoofdstuk X) en van de burgemeester (hoofdstuk XI). Voor een viertal gevallen geldt dat het college of de burgemeester weliswaar bevoegd is om een besluit te nemen, maar dat de gemeenteraad eerst de gelegenheid moet krijgen om wensen en bedenkingen in te brengen. Dit betreft de volgende bepalingen: 1. artikel 160 lid 2: voornemen van het college tot oprichten van en deelnemen aan privaatrechtelijke rechtspersonen (stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen); 2. artikel 165: voornemen van het college om bepaalde bevoegdheden over te dragen aan een bestuurscommissie 3. artikel 169 lid 4 als de uitoefening door het college van de in artikel 160 lid 1 e, f, g en h genoemde bevoegdheden ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, 4.
artikel 178 lid 1 en 4: voornemen van de burgemeester om bepaalde bevoegdheden over te dragen aan een bestuurscommissie Werkwijze In de gevallen zoals hierboven onder punt 1, 2 en 4 genoemd, is in de betreffende artikelen in de Gemeentewet vastgelegd dat het college eerst een “ontwerpbesluit” aan de gemeenteraad voorlegt met betrekking tot de uitoefening van de betreffende bevoegdheid. Voor de situaties zoals genoemd onder punt 3 is dit niet expliciet bepaald, maar geeft het college de raad “vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden”. De werkwijze voor een wensen- en bedenkingenprocedure is niet wettelijk voorgeschreven. In Delft is de volgende procedure afgesproken: Wensen en bedenkingen in een brief namens de commissie. Het college of de burgemeester delen het voornemen met de raad via een raadsinformatiebrief. Dit voornemen wordt besproken in de overlegvergadering van de desbetreffende commissie. Bij de bespreking in een overlegvergadering van het betreffende voornemen krijgt elke fractie gelegenheid om wensen en/of bedenkingen hierover in te brengen. Het college of de burgemeester zal vervolgens hierop ingaan. Na deze bespreking zal vervolgens door de commissievoorzitter worden geïnventariseerd welke wensen en/of bedenkingen zijn ingebracht door de diverse fracties en door welke fracties deze worden ondersteund.
Ook zal daarbij worden nagegaan of er behoefte is bij één of meerdere fracties om het betreffende onderwerp ook nog in de raad te bespreken.
Na afloop van de commissievergadering zal door de commissiegriffier, namens de betreffende commissie, een brief worden opgesteld aan het college in cc aan de gemeenteraad. In deze brief zal worden aangegeven: dat de commissie een bepaald onderwerp heeft besproken waarvoor de wensen- en bedenkingenprocedure van toepassing is; welke wensen en/of bedenkingen door een bepaalde fractie zijn ingebracht; de uitgesproken steun van andere fracties voor ingebrachte wensen en/of bedenkingen (de commissievoorzitter inventariseert dit tijdens de commissievergadering, hieruit kan blijken of er een meerderheid voor is); of door één of meerdere fracties een verzoek is gedaan tot vervolgbespreking in de eerstvolgende raad ; hoe de raad verder wil worden geïnformeerd over de verwerking van de wensen en bedenkingen. Deze brief wordt namens de commissie aan college in cc aan de raad verzonden en indien gewenst aan de stukken voor de raadsvergadering toegevoegd. Vervolgens is het, na eventuele aanvullende besluitvorming in de raad, aan het college om die wensen en bedenkingen al dan niet mee te nemen in de verdere besluitvorming. Vanuit de actieve en passieve informatieplicht is het college gehouden om de raad te informeren over hoe zij de wensen en bedenkingen heeft meegewogen in het uiteindelijke besluit.