Plan van Aanpak Transitiestrategie Omgevingsplan Delft
Tekst van het document
Plan van Aanpak Transitiestrategie Omgevingsplan Delft
Versie 2.0
1
Inhoudsopgave VERSIEBEHEER ............................................................................................................3
1 1.1
Versie geschiedenis .................................................................................................. 3
1.2
Begrippenlijst .......................................................................................................... 3 DOEL VAN DIT PLAN VAN AANPAK ...................................................................................5
2 2.1
Inleiding ................................................................................................................. 5
2.2
Leeswijzer .............................................................................................................. 7 PROJECTDEFINITIE .......................................................................................................8
3 3.1
Introductie .............................................................................................................. 8
3.2
Bereik (scope) en afbakening ....................................................................................... 9
3.3
Aannames en randvoorwaarden................................................................................... 10 AANPAK EN FASERING ................................................................................................ 12
4 4.1
Visie op de aanpak .................................................................................................. 12
4.2
Toelichting fasering en activiteiten ................................................................................ 14
4.3
Financiën ............................................................................................................. 18 PROJECTORGANISATIE ............................................................................................... 19
5 5.1
Projectmanagementstructuur ...................................................................................... 19
5.2
Organisatie transitie omgevingsplan .............................................................................. 21 KWALITEIT EN RISICO’S ............................................................................................... 23
6 6.1
Risico’s en beheersmaatregelen .................................................................................. 23
6.2
Ten slotte .............................................................................................................. 25
7
BIJLAGE ABC-PLANNEN ............................................................................................... 26
8
BIJLAGE PROCES WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN ................................................................ 27
2
1 Versiebeheer 1.1
Versie geschiedenis
Versiedatum
Veranderingen
8 juli 2022
Eerste uitgave (concept) voorgelegd aan Ruimte
15 september 2022
Tweede uitgave (concept) ter bespreking voorgelegd aan Ruimte en Regieteam Ow
1 oktober 2022
Derde uitgave ter bespreking Ruimte en Regieteam Ow Versie 1.0 ter bespreking in Klankbordgroep
15 november 2022 29 november 2022
28 maart 2023 27 maart 2023
1.2
Versie 1.1 per mail voorgelegd aan Klankbordgroep voor akkoord Versie 2.0 ter bespreking MT
Opmerkingen
Ter kennisname in het MT d.d. 28 maart 2023
Versie 2.0 ter bespreking PO
Besproken in het PO d.d. 27 maart 2023. Check bij JZ of PvA ter besluitvorming of ter kennisname naar college gaat. Dit wordt ter besluitvorming. College behandeld, alvorens Vastgesteld in het college d.d. ter kennisname door te zetten naar raad
Begrippenlijst • •
•
•
•
•
Plan van Aanpak: het voorliggende Plan van Aanpak Transitiestrategie Omgevingsplan Delft. Omgevingswet (hierna Ow): is een aangenomen (februari 2023 nog niet in werking getreden) wet die een verregaande vereenvoudiging en inzichtelijkheid van het stelsel van wetgeving voor de fysieke leefomgeving beoogt. De Ow staat voor een goede balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. Omgevingsplan: in het omgevingsplan staan de gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld; regels over bouwen, gebruik, en milieu. Het omgevingsplan is hierbij een juridisch bindend instrument waarmee de gemeente uitvoering geeft aan de Ow. Fysieke leefomgeving: een van de kernbegrippen in de Ow is de 'fysieke leefomgeving'. Dit begrip bepaalt de werkingssfeer van de Ow en omvat ten minste: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, en erfgoed. Bopa: buitenplanse/ binnenplanse omgevingsplanactiviteit. Een omgevingsvergunningprocedure waarbij de activiteit binnenplans of buitenplans van het omgevingsplan afwijkt. Beleidsneutraal: alleen vastgesteld beleid wordt doorgevoerd bij de overgang naar en bij het wijzigen van het Omgevingsplan.
3
•
•
Bruidsschat: alle regels van het Rijk die naar gemeenten en waterschappen verhuizen. Het Rijk zorgt ervoor dat deze regels automatisch in het (tijdelijk) omgevingsplan of de waterschap verordening komen. Toepasbare regels: Voor een vergunning geldt bepaalde wet- en regelgeving. De juridische taal daarvan is voor veel mensen niet goed te begrijpen. Daarom maken gemeenten en andere overheden ‘toepasbare regels’. Dit zijn juridische regels in gewone mensentaal. Inwoners zien deze regels als vragen.
4
2 Doel van dit Plan van Aanpak 2.1
Inleiding
Op 14 maart jl. heeft de Eerste Kamer ingestemd met de inwerkingtreding van de Ow op 1 januari 2024. Dan is de Ow nog niet af. Het Rijk zal de Ow (waarschijnlijk) nog meerdere keren door reparatiewetgeving aanpassen. Op het moment van inwerkingtreding vervangt het tijdelijk omgevingsplan de huidige instrumenten die regels stellen over de fysieke leefomgeving. Onder de huidige instrumenten verstaat het Rijk de huidige bestemmingsplannen, (gemeentelijke) verordeningen en de aangeleverde rijksregels. Dit laatste noemen we de bruidsschat. Met de inwerkintreding van de Ow ontstaat een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege. In de transitieperiode (wettelijk overgangstermijn) tot 20301 gaat de gemeente het tijdelijke omgevingsplan beleidsneutraal transformeren naar een nieuw omgevingsplan dat voldoet aan de Ow, én bijdraagt aan de ambities van Delft richting 2040. De raad is bevoegd tot het vaststellen van omgevingsplanwijzigingen. Al een paar jaar werkt de gemeente aan de voorbereiding van het omgevingsplan. De gemeente investeerde in een pilot ‘simulatie wijziging omgevingsplan’, richtte nieuwe omgevingsplansoftware in en werkte aan de inhoudelijke ontwikkeling van regels. Daarom is dit het moment om het Plan van Aanpak transitiestrategie (hierna; PvA) vast te stellen.
Dit plan heeft tot doel om het maken van het omgevingsplan op tijd, overzichtelijk en op eenduidige manier te kunnen organiseren. De gemeente moet verschillende keuzes maken. Deze transitie, zoals te zien in de figuur hieronder, is een grote opgave die vraagt om strategische keuzes/ uitgangspunten aan de voorkant. Op deze manier kan de ontwikkeling van het omgevingsplan doelgericht en gestructureerd plaats vinden.
1
Dit zal waarschijnlijk nog wel worden aangepast, maar momenteel nog geen einddata bekend.
5
Het voorliggend PvA is de basis voor het gefaseerd planproces voor het wijzigen van het tijdelijk naar het nieuwe omgevingsplan voor Delft.
6
2.2
Leeswijzer
Dit PvA gaat in op: -
de context en het doel waarvoor het omgevingsplan wordt opgesteld, in het kortom de definitie van het project (hoofdstuk 3); beschrijving van de stappen om te komen tot een omgevingsplan, de uitgangspunten, fasering en de activiteiten (hoofdstuk 4); de (interne en externe) organisatie voor het opstellen van het omgevingsplan (hoofdstuk 5); kwaliteitsborging en risico’s (hoofdstuk 6);
7
3 Projectdefinitie 3.1
Introductie
De Ow kent 6 kerninstrumenten voor het benutten en beschermen van de leefomgeving. Dit zijn de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan (decentrale regels), algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. Gemeente Delft werkt in verschillende werkgroepen (zie § 4.1) en het Regieteam Ow aan de implementatie van de Ow met oog voor de Delftse ambitie. De ambities voor Delft zijn op hoofdlijnen ruimtelijk vertaald in de omgevingsvisie. Hoewel erg relevant voor de transitie van het omgevingsplan, staan de vervolgstappen uit de omgevingsvisie hier nog los van. 3.1.1 Het wettelijk kader van het omgevingsplan Het doel van de Ow (art. 1.3) is de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving om te voldoen aan maatschappelijke behoeften. • In het omgevingsplan kan de gemeenteraad met het oog op het doel van de Ow regels stellen over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving 2 (art. 2.4 en 4.1 Ow).
• Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties 3 (art. 4.2 Ow).
3.1.2 Belangrijkste veranderingen Ow De ontwikkeling van een omgevingsplan dat voldoet aan de wettelijke eisen is alleen juridischtechnisch gezien al een forse opgave. In de tabel hieronder zijn de belangrijkste verschillen met het huidige stelstel samengevat. De belangrijkste wijziging is de bredere reikwijdte van het omgevingsplan. Het omgevingsplan neemt bijvoorbeeld ook milieuaspecten mee, naast de traditionele ruimtelijke ordening aspecten. Bestemmingsplannen Regels in 584 bestemmingsplannen, lokale verordeningen en de bruidsschat Planhorizon van 10 jaar Ruimtelijke ordening
Omgevingsplan Regels in één omgevingsplan Geen planhorizon, wijzigingen door middel van bopa’s binnen 5 jaar na transitiefase verwerken Fysieke leefomgeving
Weinig lokale afwegingsruimte en maatwerk
Meer mogelijkheden voor lokale afwegingsruimte en maatwerk
Inspraak
Participatie + inspraak
2 Tot de fysieke leefomgeving horen in ieder geval: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem,
lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed 3 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Deze regels houden meer in dan alleen het bestemmen in een bestemmingsplan. Denk bij een functie bijvoorbeeld aan een netwerkfunctie (kabels en leidingen) of waterbergende functie (milieu). 4 Actuele stand van zaken medio 2022
8
Bestemmingsplaninformatie staat digitaal ‘los’ van veel andere informatie.
Nieuwe integrale manier van weergeven en digitaal raadplegen van informatie.
Uitgebreide procedure bij afwijken van het bestemmingsplan, tenzij Raad altijd bevoegd gezag wijziging bestemmingsplan
Reguliere procedure bij afwijken van het omgevingsplan (zonder tussenkomst raad), tenzij Mogelijkheid delegatie aan college bij aanpassen omgevingsplan
3.1.3 Aanleiding Het omgevingsplan van rechtswege is een verzameling van bestaande regels op gemeentelijk niveau en de gedecentraliseerde Rijksregels (Bruidsschat). In de transitieperiode moet de gemeente het tijdelijk omgevingsplan wijzigen in het omgevingsplan nieuwe stijl: één omgevingsplan voor Delft dat voldoet aan alle regels en doelen van de Ow, én bijdraagt aan de ambities van Delft. Dat omgevingsplan is de basis voor besluitvorming en vergunningverlening die gewenste ontwikkelingen gaan stimuleren en voor het beschermen van de fysieke leefomgeving. De Ow laat hierbij veel ruimte en keuzevrijheid aan de gemeente voor de inzet van het instrument omgevingsplan, zoals het al dan niet benutten van mogelijkheden voor maatwerk, deregulering en flexibiliteit. Een PvA en het formuleren van strategische keuzes/ uitgangspunten voor het omgevingsplan aan de voorkant zijn daarmee belangrijk voor een succesvolle totstandkoming van het omgevingsplan.
3.2
Bereik (scope) en afbakening
Binnen de scope van het project vallen: •
Het opstellen van het eerste omgevingsplan voor Delft (de basisversie om aan de minimale eisen van de Ow te voldoen). Na de eerste versie is het aanpassen van het omgevingsplan een doorlopend proces dat structureel belegd moet worden in de organisatie. Dat valt buiten de scope van dit project.
•
Het vervangen van de huidige bestemmingsplannen door het Omgevingsplan. Voor gebiedsontwikkelingen worden aparte trajecten opgestart. Wijzigingen om gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken vallen buiten de scope van dit project.
•
Een beleidsneutrale versie van het eerste omgevingsplan. Alleen ontwikkeling van nieuw beleid als dat nodig is om aan de Ow te voldoen.
•
Tot de fysieke leefomgeving behoren in lijn met de Ow ook regels over bijvoorbeeld milieuactiviteiten en gezondheid. Dit is nu grotendeels geregeld in Rijkregels (de bruidsschat) en lokale verordeningen. Aangezien deze in het omgevingsplan moeten worden geïntegreerd behoren de bruidsschat en lokale verordeningen over de fysieke leefomgeving ook tot de scope van het project.
9
Afbakening en relaties met stedelijk programmeren en andere gebiedsontwikkelingen: •
•
•
• • •
3.3 • •
•
De ontwikkeling van nieuwe beleidsambities voor de fysieke leefomgeving volgens de beleidscyclus van de Ow behoort niet tot de scope van het project. Echter, beleidsontwikkeling is wel randvoorwaardelijk om de doelen van dit PvA volledig te bereiken (zie §3.1). Het omgevingsplan heeft daarom een belangrijke relatie met de omgevingsvisie en de uitwerking daarvan. Bijvoorbeeld in stedelijk programmeren, beleidsregels en programma’s. De ontwikkeling van het vergunningen, toezicht en handhaving proces (BBO) behoort niet tot de scope van het project, maar heeft hiermee wel een sterke relatie. Als voorbereiding op een goede aanvraag en een soepele vergunningprocedure, is het proces voor verkennen en begeleiden van initiatieven belangrijk om te sturen op goede ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan vormt immers de basis voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het ontwikkelen van participatiebeleid onder de Ow is geen onderdeel van het project, maar met de ontwikkeling van het omgevingsplan wordt er wel uitvoering gegeven aan participatie in lijn met het participatiebeleid. Invoering omgevingswaarden (en daarbij behorende verplichtingen) vallen ook buiten de scope. Het mogelijk gebruik maken van tijdelijke maatregelen, zoals het TAM-IMRO plan, wordt desgewenst in een afzonderlijk traject behandeld.
Het omgevingsplan bestaat alleen in digitale vorm in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (hierna; DSO). Besluiten worden in het DSO gepubliceerd en zijn pas rechtsgeldig, als ze dáár raadpleegbaar zijn. Een goed digitaal omgevingsplan is daarom randvoorwaardelijk voor de dienstverlening aan burger en ondernemer en de samenwerking intern en met de ketenpartners. Het is daarom van groot belang om te voldoen aan de eisen die het DSO stelt ten aanzien van het maken van het omgevingsplan en de daarop gebaseerde vergunning checks en aanvraagformulieren waar de burger en ondernemer zich op baseren (de toepasbare regels). Er is dan een systeem met communicerende vaten; het Omgevingsplanproces, het vergunning proces en de toepasbare regels. Aangezien dit allemaal in het DSO samenkomt vraagt dit om een blijvend goede afstemming tussen deze onderdelen en stevig functioneel beheer op de benodigde softwarepakketten. Daarnaast is de onderlinge afhankelijkheid een grote uitdaging in de doorontwikkeling van het DSO en het omgevingsplan. Het leren werken met de taal en systematiek van het omgevingsplan is een net zo grote opgave met net zoveel uitdagingen als de juridische kant. Denk hierbij niet alleen aan de toepasbare regels, maar ook aan het annoteren.
Aannames en randvoorwaarden De ontwikkeling van het hele instrumentarium van de Ow is belegd in de organisatie. Een actueel beleidskader voor de fysieke leefomgeving is in lijn met de beleidscyclus een randvoorwaarde om het omgevingsplan in te zetten als instrument voor het behalen van de ambities van Delft richting 2040 De aanname voor de uitvoering van dit PvA is dat er een afstemming is voor het borgen van de samenhang tussen het omgevingsplan en de andere projecten (zoals stedelijk programmeren) onder de Ow. Momenteel wordt die afstemming geboden door het Regieteam Ow, en het DT. Na inwerkingtreding van de Ow hebben we geen projectorganisatie Omgevingswet meer. Alle onderdelen zijn dan belegd in de lijn. Het maken van het Omgevingsplan is wel te organiseren als project, maar het vergunning proces, initiatievenproces en wijzigen omgevingsplanproces zijn dan geen projecten meer. Die laatste zijn processen die op basis van ervaringen steeds verbetert zullen worden. Aangenomen wordt dat ook na de inwerkintreding de afstemming tussen de verschillende onderdelen geborgd wordt.
10
•
•
De agendering en bestuurlijke besluitvorming voor wijzigen van het Omgevingsplan verloopt via het Kernteam en Opdrachtgever Omgevingsplan naar het DT (zie ook bijlage Proces wijzigen omgevingsplan). Er wordt uitgegaan van de volgende plaatsing van het instrument omgevingsplan in relatie tot de ambitie van Delft en binnen het volledige instrumentarium van de Ow:
11
4 Aanpak en fasering 4.1
Visie op de aanpak
Bij de ontwikkeling van het omgevingsplan zijn er tal van aspecten die een rol spelen en die elkaar beïnvloeden. De Eerste Kamer heeft weliswaar ingestemd met de inwerkingtreding van de Ow op 1 januari 2024, maar het is momenteel nog ongewis of het DSO dan wel optimaal functioneert. Ook is de Ow na de inwerkingtreding nog niet af. Het Rijk zal de Ow (waarschijnlijk) herhaaldelijk door reparatiewetgeving aanpassen. Aanscherping en bijstellingen zijn daarnaast te verwachten als gevolg van voortschrijdend inzicht en jurisprudentie die vanaf 2024 zal ontstaan. In deze context is het niet reëel of zinvol om een gedetailleerd/ blauwdruk PvA te maken tot het einde van de transitiefase. Het PvA is daarom een plan op hoofdlijnen, met een focus op de periode tot fase 3. We sturen aan om op tijd een omgevingsplan te hebben dat voldoet aan de Ow. Flexibiliteit en ruimte voor innovatie en lerend vermogen in de uitvoering zijn wenselijk, met het einddoel helder voor ogen. Het monitoren en zo nodig bijstellen en aanscherpen van (onder andere de planning uit) het PvA blijft een continu proces. Het PvA is hiermee een dynamisch document, daarom is versiebeheer (hoofdstuk 1) van belang. Het managen van de risico’s en de kwaliteit (zie hoofdstuk 6) is daarnaast een belangrijke randvoorwaarde. In onderstaand tabel staat in vier fases wat de resultaten zijn die nodig zijn voor het omgevingsplan.
Fase 1: t/m januari 2024
Fase 2: 2024
Fase 3: 2025
Fase 4: 2027 e.v.
Er is een inventarisatie van de Delftse regelgeving:
Regels van verschillende BP’s zijn zoveel mogelijk uniform opgenomen in het casco nieuw omgevingsplan. Maatwerk waar nodig.
Verordeningen en beleidsregels zijn omgezet naar regels voor het casco nieuw omgevingsplan. Eventueel als tussenstap in een Verordening fysieke leefomgeving vastgesteld.
Alle regels over de fysieke leefomgeving staan in het omgevingsplan
-
Bestemmingsplannen (BP’s);
-
verordeningen en beleidsregels;
-
bruidsschat (decentralisatie wetgeving).
Van de bruidsschat is bepaald welk deel uit tijdelijk omgevingsplan over te nemen en welk niet of in gewijzigde vorm
Overzicht van regels die strijdig zijn; daar zijn keuzes over gemaakt. Overzicht van regels die kunnen worden ingetrokken, omdat ze niet meer nodig zijn. Die zijn ingetrokken.
12
Casco omgevingsplan wordt getest in het tijdelijk DSO
Alle huidige en nieuw te maken (bp- en bruidsschat) regels zijn/kunnen worden ontsloten via het DSO.
Regels vanuit verordeningen/beleid worden ontsloten via het DSO.
Het casco omgevingsplan wordt gevuld met Delftse regelgeving (tw BP’s en bruidsschat).
De eerste vulling van het omgevingsplan staat klaar. Deze regels zijn activiteitgericht beschreven, in begrijpelijke taal, digitaal vertaalbaar en uitvoerbaar voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Vertaling van verordeningen/beleid ook in het omgevingsplan vullen.
Er is een set basisregels per gebiedstype van de Omgevingsvisie, die wordt opgenomen in een casco standaardregels.
Deel nieuw omgevingsplan wijzigen voor specifieke gebieden (zgn. A plannen, zie bijlage).
Voorliggend PvA
Er is strategie om het tijdelijk omgevingsplan te actualiseren. Hoofdzakelijk gebiedsgewijs steeds een deel wijzigen. Daarnaast themagewijs ten aanzien van de prioritaire thema’s bodem, geluid en gpp’s5).
Het omgevingsplan wordt doorontwikkeld. Voortzetten proces wijzigen nieuw omgevingsplan voor gebieden (zgn. B plannen, zie bijlage). Deel nieuw omgevingsplan wijzigen voor prioritaire thema’s geluid, gpp’s en bodem.
Het omgevingsplan wordt doorontwikkeld. Voortzetten proces wijzigen nieuw omgevingsplan voor gebieden (zgn. C plannen, zie bijlage). Voortzetten proces vullen nieuw omgevingsplan voor thema’s. Er is uiteindelijk een werkend en juridisch houdbaar omgevingsplan
Naast gebiedsgewijs ook themagewijs het omgevingsplan wijzigen.
Wijziging naar aanleiding van initiatief of stedelijke ontwikkelingen valt buiten dit PvA.
5
Geluidsproductieplafonds (gpp’s) stellen een heldere grens aan de toelaatbare hoeveelheid geluid en voorkomen een onbelemmerde groei van geluid door toenemend verkeer. Voor zowel de weg als het spoor zijn gpp’s vastgesteld.
13
Als raakvlakproject wordt Plan van aanpak toepasbare regels opgesteld. Werkgroep gestart en extern bureau ingeschakeld.
Een aantal regels dat hoort bij vijf veel aangevraagde vergunningen, is vertaald naar toepasbare regels.
Voorstel aan de raad ten aanzien van de bruidsschat
De raad heeft een besluit genomen over de bruidsschat
Voorstel aan de raad ten aanzien een delegatiebesluit
De raad heeft een besluit genomen over het delegeren van bevoegdheden aan het college
Het college heeft besloten een half jaar voor inwerkingtreding van de Ow (per 1 juli 2023) een bestemmingsplanstop in te voeren.
Inzicht in de werkvoorraad BP Wro6
4.2
Er wordt inventarisatie gedaan en indien nodig meer regels vertaald naar toepasbare regels
Zo veel mogelijk regels zijn toepasbaar gemaakt Proces wordt geëvalueerd.
Plan van Aanpak hoe en wanneer BP Wro te actualiseren naar Omgevingsplan
Toelichting fasering en activiteiten
Het PvA deelt het project in vier fases op hoofdlijnen:
Fase 1 Voorbereiden (tot en met januari 2024) Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow is deze fase gericht op de noodzakelijke voorbereidingen om klaar te zijn voor de inwerkingtreding van de Ow. Deze zijn gericht op het kunnen werken met het tijdelijke omgevingsplan dat van rechtswege ingaat, en de bestuurlijke uitgangspunten voor het nieuwe omgevingsplan. Met de activiteiten in deze fase is voldaan aan de minimale actielijst van de VNG. We zijn gestart in de eerste fase met voorbereidende werkzaamheden: we hebben algemeen geldende regels opgesteld. Hiermee gaan we uit voor zoveel mogelijk uit van de gebiedsindeling zoals opgenomen in de Omgevingsvisie, te weten: -
Historische binnenstad en Nieuw Delft Woonwijken Kennis, innovatie en technologiegebieden Groene vensters en buitengebieden
6
Hiermee wordt bedoeld de bestemmingsplannen die voor inwerkingtreding Ow ter inzage liggen en na inwerkingtreding Ow nog onder de wetgeving van de Wro door de raad worden vastgesteld.
14
Deze nieuwe omgevingsplanregels zijn een omzetting van regels uit onze bestemmingsplannen en de bruidsschat. De vertaling van de verordeningen volgt in fase 3. De vertaling en omzetting van de verordeningen (en eventuele knel- of vraagpunten) bespreken we met de raad. De nieuwe regels nemen we op in ons casco. In fase 1 is ook de Simulatie wijzigen Omgevingsplan afgerond. De geleerde lessen van de simulatie worden toegepast in het vervolgtraject.
Fase 2 Raamwerk (2024) In de opbouw in fase 1 kiezen we ervoor om gebieden van min of meer gelijke typologie in één wijzigingsprocedure op te nemen. Hiermee geven we ook de prioritering aan in de volgorde waarin we de gebieden oppakken. Met deze prioritering bepalen we de financiële consequenties voor de capaciteit op basis waarvan wij jaarlijks bestedingsvoorstellen zullen doen. De volgorde is gekozen op basis van: −
−
−
complexiteit: om ervaring op te doen, starten we in fase 2024-2026 met het gebiedsgericht actualiseren van delen van Delft waar naar verwachting de komende tijd geen (grote) ontwikkelingen te verwachten zijn en ook op grond van de omgevingsvisie geen aanpassingen nodig zijn (de zogenaamde A plannen). We stellen voor om dan concreet in die fase van het omgevingsplan een gebied per gebiedsteam West, Zuidoost en Noordoost te wijzigen. Hiermee kan per gebiedsteam ervaring worden opgedaan met het wijzigen van het omgevingsplan. Die ervaring zal in het vervolg van de transitiefase worden toegepast bij de gebieden waar naar verwachting meer(dere grote) ontwikkelingen te verwachten zijn dan wel de actualisering van eerdere grote ontwikkelingen (de zogenaamde B en C plannen) (zie bijlage ABC-plannen). beschikbare capaciteit binnen de organisatie: Aan de hand van de ABC-plannen zijn keuzes voorgesteld in de complexiteit en urgentie van de plannen welke als eerste op te pakken. Per planonderdeel wordt uitgegaan van een doorlooptijd van de actualisatie van 2 jaar. actualiteit van bestemmingsplannen: met het project actualisering bestemmingsplannen (AUB) zijn de meeste van onze bestemmingsplannen de afgelopen 10-15 jaar geactualiseerd. We kiezen ervoor om de oude(re) plannen als eerste te actualiseren en uiteindelijk de meer recent geactualiseerde plannen.
Concreet wordt op basis van voornoemde criteria de volgende plangebieden voorgesteld om in fase 2024-2026 te wijzigen: • • •
West: Voordijkshoorn en vervolgens Voorhof Noordoost: Hof van Delft en vervolgens Delftse Hout Zuidoost: Buitengebied en vervolgens Wippolder
Deze plangebieden kunnen naar gelang de ervaringen die we opdoen nog wijzigen. Wel wordt voorgesteld om voorafgaand aan de wijziging van de gefaseerde plangebieden eerst de gewijzigde versie van de Rijksregels (de bruidsschatregels) voor het gehele grondgebied van Delft vast te stellen. Het is niet mogelijk in een keer een nieuw omgevingsplan voor heel Delft vast te stellen. Vandaar dat we de wijziging voornamelijk per deelgebied gaan aanpakken. De gebiedsgerichte opbouw heeft wel als consequentie dat er een aantal jaren met verschillende systemen wordt gewerkt. In verschillende delen van de gemeente zullen verschillende regels gelden met verschillende grondslagen (tijdelijke omgevingsplan, verordeningen, nieuwe omgevingsplan). Dit vraagt om een goede coördinatie van besluiten die de fysieke leefomgeving aangaan door BBO en Veiligheid Advies.
15
Het is van groot belang om overzicht te houden en duidelijkheid voor burgers, ontwikkelende partijen, maar ook vergunningverleners, toezichthouders en handhavers. Aan de hand van het volgende voorbeeld wordt dit verduidelijkt: Bij de gebiedsgerichte opbouw worden regels uit de APV (en andere verordeningen) per gebied overgeheveld naar het omgevingsplan. Consequentie is dat er gedurende de transitie steeds twee systemen gelden als grondslag voor vergunningen en handhaving die afhankelijk van het gebied op enig moment wijzigen. Dit levert – met name op gebied van handhaving – in een aantal gevallen onwenselijke situaties op bij de uitvoering. Een overtreding is in het ene gebied een overtreding van de APV en in het andere gebied een overtreding van het omgevingsplan. Dit is vooral bij overtredingen die plaatsvinden in de openbare ruimte praktisch niet uitvoerbaar en bovendien lastig uit te leggen aan de overtreder.
Per regel beoordelen we of de gebiedsgerichte opbouw uitvoerbaar is. Wanneer blijkt dat dit niet uitvoerbaar is zal de regel aan het einde van de transitieperiode, in één keer (gemeentebreed) worden overgeheveld naar het omgevingsplan. Wanneer dit wel eerder duidelijk is, wordt dit themagewijs in deze fase van het omgevingsplan gewijzigd. Ook starten we in deze tweede fase met de uitwerking van milieuthema’s waarvoor we als gemeente nieuwe taken en bevoegdheden krijgen: bodem en geluid. Een voordeel van een thematische opbouw is dat we per thema omgevingsplanregels vaststellen voor – in dit geval – bodem en geluid. Een nadeel van deze werkwijze is dat we verschillende belangen en regels binnen de verschillende thema’s niet in samenhang kunnen beschouwen. Daarnaast blijft bij deze route het onderliggende systeem (omgevingsplan van rechtswege en lokale verordeningen) daardoor langer in stand.
Fase 3 en 4: Gefaseerde doorontwikkeling Naar verwachting hebben we vanaf 2026 met alle gebiedstypen ervaring opgedaan. Stap voor stap lopen we de andere delen van ons grondgebied langs in de B en C-plannen. In deze fase wordt daarnaast de verschillende -al geïnventariseerde- verordeningen en beleid naast de (aangepaste versie van de) Bruidsschat in het casco geïntegreerd. Dit wordt themagewijs in het omgevingsplan geactualiseerd. Verder gaan we ook aan de slag met de overige thema’s. De thematische wijzigingen zijn in maart 2023 nog onderwerp van nadere uitwerking. Thema’s waarvoor in de transitieperiode in elk geval beleidswijzigingen plaatsvinden die naar verwachting zullen leiden tot regels in het omgevingsplan zijn: • • • • • • •
Verordeningen; Vergunningvrije bouwwerken; Invulling bestuurlijke afwegingsruimte; Woonbeleid (verkamering, doelgroepenverordening, opkoopbescherming, toeristisch verhuur) Economische visie Horeca/hotelbeleid Monumentenbeleid
De volgorde waarin we deze gebieden en thema’s oppakken, is onder andere afhankelijk van koppelingen die we kunnen leggen met de op dat moment actuele ontwikkelingen en voor
16
onderwerpen waarop de komende jaren overkoepelend beleid wordt ontwikkeld of herzien. Vandaar dat in de bijlage ook het onderscheid in de A, B en C plannen is gemaakt. Overkoepelende regels voor het omgevingsplan kunnen ook volgen uit (eventuele) programma’s. Vooralsnog wordt ervan uit stedelijk programmeren aan gedacht om voor de gebieds- en stadsagenda een programma op te stellen. De voorlopige planning van de ABC-plannen kan hierdoor nog worden aangepast, om zoveel mogelijk aan te sluiten bij die programma’s. Verder zal een programma geluid vanaf medio 2023 worden opgesteld7. We wijzigen steeds voor een gebied of voor een thema een deel van ons omgevingsplan om uiteindelijk te komen tot een volledig gevuld nieuw omgevingsplan. Op dit moment hebben we ingeschat dat het eind 2029 ongeveer zo ver zou moeten zijn. De praktijk moet uitwijzen of deze inschatting realistisch is. De wetgever biedt ons de mogelijkheid tot 20308. Als het nodig is kunnen we gebruik maken van deze extra ruimte. Gebiedsontwikkelingen, eigen beleidsinitiatieven en instructies van hogere overheden moeten doorgevoerd kunnen worden in omgevingsplanregels. Het is niet de bedoeling dat de opbouw van een omgevingsplan ernstig vertragend werkt voor deze initiatieven.
Een initiatief dat niet past in het (tijdelijk) omgevingsplan kan meestal vergund worden met een omgevingsvergunning (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Ook het Rijk geeft nadrukkelijk als tip om alles wat met een omgevingsvergunning (bopa) kan, ook met een vergunning te doorlopen en dus niet onnodig postzegelplannen te maken. Het is dan wel aan te bevelen om de verleende bopa’s goed te laten bijhouden, zodat ze bij een wijziging van het omgevingsplan ook gegarandeerd meegenomen worden 9. Omgevingsvergunningen worden voorbereid met een reguliere voorbereidingsprocedure. De beslistermijn is 8 weken10. In enkele11 gevallen wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure toegepast. Deze heeft een beslistermijn van 26 weken.
7
In maart 2023 is verder nog niet duidelijk of, wanneer en welke programma’s (verder) worden ontwikkeld. Verwachting is dat met het steeds uitstellen van de start van de inwerkingtredingsdatum Ow, bij het definitieve besluit ook de einddatum mee zal schuiven. In maart 2023 is dit echter nog niet duidelijk. 9 Roxit is bezig met een zaaksgericht systeem op te bouwen die bij de start van de inwerkingtreding van de Ow gebruikt kan worden om bopa’s te archiveren. 10 Eenmalig te verlengen met 6 weken en in gevallen waar de raad als adviseur is aangewezen: 12 weken 11 Hierbij moet worden gedacht aan o.a. Rijksmonumenten, gevallen welke de raad heeft aangewezen en op aanvraag van de initiatiefnemer. De raad heeft al een lijst van categorieën vastgesteld waarbij de raad verplicht advies moet worden gevraagd als er sprake is van een bopa. Ook kan het college besluiten de uitgebreide procedure toe te passen. De gemeente gaat erop sturen dat initiatiefnemers gebruiken maken van de mogelijkheid om vooraf goed te overleggen en dat initiatiefnemers goede participatie uitvoeren. Bij het vormgeven van overleg vooraf is het procesmodel van de Omgevingstafel van de VNG als basis gebruikt. Goed overleg en goede participatie vooraf moeten leiden tot een betere aanvraag en snellere besluitvorming. 8
17
4.3
Financiën
De begroting voorziet (structureel) in de inzet van aanvullende capaciteit voor planbegeleiding en annoteren. Voor wat betreft de dekking betreft dit Programma ruimtelijke en leefomgeving, taakveld 81. Het beschikbare restantbudget, is voldoende voor het dekken van de incidentele kosten die worden voorzien voor de implementatiekosten van de Ow. Deze kosten bestaan uit frictiekosten die het gevolg zijn van de transitie van het oude wetgevingsstelsel naar de Ow. De ontwikkeling van diverse deelproducten, zoals het verwerken van de bruidsschat houdt hiermee één op één verband.
18
5 Projectorganisatie 5.1
Projectmanagementstructuur
De tijdelijke projectmanagementstructuur is specifiek ontworpen om het project te managen. Een effectieve organisatiestructuur is voor het project een voorwaarde voor succes. Uitgangspunt is dat elke afdeling verantwoordelijk is en blijft voor (de wijziging) van haar (nieuwe) producten, zoals beleid, vergunningen (bopa’s) en verordeningen. Bij onherroepelijk worden van de genoemde producten, is waar nodig vervolgens een jurist van RE&A verantwoordelijk voor het verwerken hiervan in het omgevingsplan. De structuur maakt effectieve communicatie met de besluitvormende organen mogelijk, en waarborgt de noodzakelijke afstemming met de andere projecten onder de Ow en de samenhang tussen de activiteiten voor het omgevingsplan. Die afstemming dient ook na de inwerkingtreding Ow goed te worden geborgd12. De werkgroepen voor het omgevingsplan zijn met de te behandelende onderwerpen, samenstelling en welke afdeling het trekt, weergegeven in het onderstaande schema. In onderstaand schema worden de onderwerpen behandeld voor fase 1 (tot inwerkingtreding Ow). Werkgroep
Onderwerpen
Kernteam
•
•
12
Opstellen omgevingsplan • Inventariseren mogelijkheden hergebruik bestemmingsplannen • Bepalen formulering/ type regels • Algemene regels/melding/vergunningvrij • Open normen en beleidsregels • Annoteren en werkingsgebied • Verschuiven onderzoek naar vergunningfase • Inzet omgevingswaarden + validatie + monitoring • Wat vergunningvrij • Bestuurlijke afwegingsruimte • Planregels mbt kostenverhaal en nadeelcompensatie (infoplicht) • Monumenten
Samenstelling
• • • • • • • • • • • •
Jurist RE&A Stedenbouwkundige Mobiliteit Milieu EZ Jurist Veiligheid Advies Toezicht en handhaving BBO Veiligheid Erfgoed ICT (DSO) Samenleving Regelanalist
Welke afdeling trekker RE&A (jurist)
Voorbereiden testplannen
We moeten nog uitzoeken/bedenken hoe de afstemming tussen de verschillende onderdelen geborgd wordt.
19
• • • Milieu in omgevingsplan
• • • • • • • • • • • • •
Bruidsschat (m.u.v. milieudeel) en Wkb
Maken definitief standaardplan voor transitiefase Opstellen standaard-besluiten en publicatieteksten Opstellen delegatiebesluit wijziging omgevingsplan • •
Milieunormen in omgevingsplan en maatwerkregels Milieudeel bruidsschat Herverdelen gebruiksruimte Schaarse rechten Evenementen Aandachtsgebieden EV Geluidproductieplafonds industrielawaai Geluid infra Trillingen Welke delen bruidsschat milieu houden? Water en ecologie Duurzaamheid, circulariteit, klimaatadaptatie, natuurinclusief bouwen Indien niet beleidsneutraal, ook m.e.r.-procedure doorlopen.
• Reparatie per 1 januari 2024 meteen nodig? • Aanpassingen ivm Wet kwaliteitsborging • Indieningsvereisten omgevingsvergunning • Bouwtechnische regelgeving • GPR-eis • Eisen circulair bouwen13 • Huisaansluitingen (gas, water, elektriciteit, riool) • Opstellen vragenbomen
Nieuwe onderwerpen fysieke leefomgeving
•
Verordening
•
•
Gezondheid, wonen, sociale veiligheid Concreet maken onderwerpen/ vertaling naar omgevingsplan Voorbereiding verordeningen op
• • •
•
Jurist RE&A Milieucoördinator RE&A BBO Veiligheid RHDHV (externe adviseur) ODH
Jurist Veiligheid Advies BOR Jurist RE&A Medewerker circulariteit BBO Veiligheid
• • • •
Samenleving • Gezondheid • Milieu • Sociale veiligheid • Wonen •
Jurist JZ
RE&A (milieu)
Veiligheid Advies
Samenleving
JZ14
13 Het beleid wordt opgesteld door RE&A, de check op uitvoerbaarheid en indieningsvereisten wordt getrokken
door Veiligheid Advies. 14 In overleg met JZ, BBO Veiligheid en RE&A wordt als trekker een externe jurist ingehuurd . Op dit moment is wel een onderscheid gemaakt welke verordeningen wel/niet moeten en welke mogen overgaan naar het omgevingsplan. Echter de selectie en vertaling naar het omgevingsplan moet nog verricht worden. Evenals de keuze om die selectie eerst in een tussenstap te laten vaststellen in een Omgevingsverordening dan wel de selectie in een later stadium themagewijs in het nieuwe omgevingsplan te actualiseren.
20
integratie in omgevingsplan Opstellen vragenbomen voor de verordeningen
•
Eigenaren verordeningen
Bodemverontreiniging, leidingen, bodemenergie, water, ecologie, erfgoed
• •
Milieu RE&A BOR (kabels en leidingen) Medewerker bodemenergie RE&A Erfgoed Ecologie en water (RE&A)
• Drukte in de bodem
• • •
RE&A (bodem)
Voor de wijziging van het tijdelijk omgevingsplan naar een nieuw omgevingsplan vanaf fase 2 zal per gebied of thema steeds een ander projectteam worden samengesteld. Voor het proces van het wijzigen van het omgevingsplan wordt in samenspraak gewerkt met een projectleider, projectteam, opdrachtgever en een Kernteam Ow. Uit bijlage Proces wijzigen van het omgevingsplan volgt dat er verschillende aanvliegroutes zijn om te komen tot een wijziging van het omgevingsplan. De actualisatie van het tijdelijk omgevingsplan naar het nieuwe verloopt via het Kernteam en het wijzigen van het omgevingsplan voor nieuw beleid via stedelijk programmeren. Wanneer een (veelal) groot initiatief wordt beschouwd als een project, wordt het verzoek tot het wijzigen van het omgevingsplan ook gedaan door de projectleider. In het geval van het verwerken van eerder verleende bopa’s in het omgevingsplan, wordt qua aanvliegroute onderscheid gemaakt tussen de kleine initiatieven en gemiddelde. Bij de eerste verloopt dit via het eenvoudige initiatievenproces en de afdeling BBO. Bij de gemiddelde initiatieven verloopt dit via de Gebiedsteams of de Omgevingstafel en de afdeling BBO. De verwerking van de bopa’s zal afhankelijk van de planning zo veel mogelijk meegenomen worden met de actualisatie van een deel van het omgevingsplan en anders als een veegplan worden geactualiseerd.
Het Kernteam houdt overzicht in de planning en prioriteert aan de hand van dit Plan van Aanpak evenals de capaciteit van alle adviseurs (waaronder de collega toepasbare regels & geo).
5.2
Organisatie transitie omgevingsplan
De werkgroepen bestaan uit de trekkers van de deelprojecten en projectteamleden. In de meeste gevallen zullen de trekkers ook het grootste deel van de inhoudelijke werkzaamheden uitvoeren. Voor participatie en communicatie wordt ondersteuning gevraagd vanuit de lijnorganisatie. Voor de toepasbare regels is in overleg tussen RE&A, KCC en P&P een externe partij (MvR) ingehuurd, aangezien toepasbare regels en de invulling van het nieuwe omgevingsplan niet los van elkaar kunnen worden gezien. Het plan van aanpak toepasbare regels met advies hoe dit te borgen is een apart traject. Voor de continuïteit is het wel noodzakelijk dat een regelanalist in vaste dienst wordt aangenomen. Ook het opstellen van de annotaties bij elke planregel van het omgevingsplan is een nieuwe werkzaamheid, die momenteel nog niet functioneel is ingevuld. Annoteren wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat het omgevingsplan op een simpele manier door mensen kan worden gebruikt. Annoteren is het toevoegen van informatie aan een gedeelte van de tekst van het omgevingsplan. Daarmee kunnen mensen de planregels makkelijker lezen en kunnen ze zien op welk gebied een regel van toepassing is. Daarnaast kunnen regels makkelijker doorzoekbaar worden gemaakt als er zoektermen worden gebruikt. Om dit mogelijk te maken, zullen de regels uit het omgevingsplan moeten worden geannoteerd.
Een markering (label, tag, etc.) heet een annotatie. Het feitelijk
21
‘markeren’, of het voorzien van een (ken)merk voorzien van tekst, kan handmatig of geautomatiseerd gedaan worden. Met het annoteren kan je regels filteren: je kan een selectie van regels oproepen op basis van de aan de teksten toegekende annotatie. Om uniformiteit te bevorderen kunnen gemeenten de annotaties niet vrij kiezen. Er is landelijk een aantal standaard annotaties geformuleerd. Denk daarbij aan de annotatie ‘onderwerp’ waarbij uit een aantal waarden zoals ‘bodem’ of ‘natuur’ een keuze gemaakt kan worden. Annoteren is niet nieuw. Ook in het huidige stelsel van ruimtelijke plannen wordt al geannoteerd. Door op www.ruimtelijkeplannen.nl te klikken op de verbeelding worden de relevante planregels getoond. Dat is mogelijk doordat onderdelen van de bestemmingsplannen zijn voorzien van annotaties. Op dit moment is echter nog veel onduidelijk rondom annoteren. Het is momenteel echter wel duidelijk dat annotaties per planregel handmatig ingevuld moeten worden. Dit kost dus veel tijd en capaciteit. Het maken van het nieuwe omgevingsplan komt deels in de plaats van het herzien of aanpassen van bestemmingsplannen. Daarvoor is reguliere capaciteit beschikbaar. Echter, na inwerkingtreding van de Ow moeten alle bestemmingsplannen worden omgezet en niet alleen die (delen van) plannen waarvoor onder het huidige regime een herziening of wijziging wordt uitgevoerd.
Ook wordt in het omgevingsplan meer onderwerpen geregeld dan in het bestemmingsplan. Tot slot moeten we ons gelet op het voornoemde een nieuwe werkwijze eigen maken.
22
6 Kwaliteit en risico’s De minimale kwaliteitseisen voor het omgevingsplan en de deelproducten volgen uit de Ow. In aanvulling hierop is de kwaliteitsverwachting dat het project wordt uitgevoerd in lijn met kaders van het voorliggende PvA. En dat het omgevingsplan wordt opgesteld conform de uitgangpunten, zoals beschreven in hoofdstuk 4. Voor de kwaliteitsborging is het belangrijk dat de beheer aspecten van het project (benodigde inzet/ capaciteit), projectorganisatie, risico’s, kwaliteit en de fasering/planning op regelmatige basis worden besproken. Dreigende afwijkingen kunnen dan snel worden gesignaleerd, en zo nodig kunnen beheersmaatregelen worden genomen. Dit gaat via de volgende procedure: •
•
•
kleine afwijkingen en (potentiële) risico’s worden besproken in het Kernteam Ow en geagendeerd door de PL of de trekkers van de deelprojecten. Zo nodig houdt de PL hiervoor ruggenspraak met de ambtelijke opdrachtgever; scope wijzigingen in de uitvoering - het hoe - bijvoorbeeld de fasering en activiteiten, of capaciteit/ financiën worden op het advies van het Kernteam Ow voorgelegd aan de opdrachtgever Omgevingsplan en nadien naar het DT. Het DT neemt hierover een besluit, en het PvA wordt gewijzigd vastgesteld. scope wijzigingen in de strategische keuzes/ bestuurlijk uitgangspunten - het wat - vragen om een raadbesluit.
Risico’s en beheersmaatregelen
6.1
Algemene risico’s: • • • • • •
•
Vergelijkbaar met het sociaal domein; meer taken als decentrale overheid waar (nog) geen financiële vergoeding tegenover staat Structurele consequenties groter dan wij nu in kunnen schatten Het niet georganiseerd krijgen van het werken in ketens lokaal-regionaal Onvoorziene opstartproblemen bij het werken in het DSO Beschikbare capaciteit en het daarvoor benodigde (structurele) budget Ow is bij de inwerkingtreding niet af is en zal nog herhaaldelijk wijzigen (reparatiewetgeving). Daarnaast wordt de invulling van eisen van de Ow grotendeels aan de rechtspraak is overgelaten. Dat kan van invloed zijn op doorlooptijd van het wijzigingen van het omgevingsplan en dus ook op de kosten. Daarnaast staat alle wijzigingen van het omgevingsplan open voor beroep; ook als er materieel of beleidsmatig niets verandert.
Om grip te krijgen op de financiële en organisatorische consequenties van de invoering van de wet wordt de invoering stapsgewijs gedaan en worden voorgenomen wijzigingen of nieuwe producten en processen via pilots getoetst. In het regio overleg Haaglanden met gemeenten en andere ketenpartners wordt met de samenwerking in ketens geoefend en ervaringen elders in het land worden gedeeld. Via deelname aan verschillende pilots van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en regionale werkgroepen blijven we aangehaakt op de laatste ontwikkelingen.
23
In februari 2022 is een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd. Hierin werden de volgende risico’s geïdentificeerd (top 6): 1. Er wordt een piek aan werkzaamheden gevraagd vanwege invoering van de wet en hoge aantal verzoeken voor wijzigingen bestemmingsplannen en vergunningen Beheersmaatregel: • In externe communicatie sturen op het drukken van de piek. Een voorstel voor een bestemmingsplanstop een half jaar voor inwerkingtreding van de Ow (momenteel met ingang van 1 juli 2023) is vastgesteld • Inzichtelijk maken bij welke collega's de piek terecht komt. • Plannen; in agenda's rekening houden met de piek aan werkzaamheden. Collega's vrijstellen voor deze werkzaamheden. 2. Totale plaatje inkomsten en uitgaven van oud naar nieuw is niet inzichtelijk Beheersmaatregel: • Huidige schema (overzicht) structurele financieel consequenties goed invullen en bijhouden. • Urgentiebesef leidinggevende moet worden verhoogd. Zij geven opdracht aan financieel adviseurs. 3. Procesapplicatie plan kan niet/onvoldoende worden aangepast aan lessen die we leren in de praktijk Beheersmaatregel: • Collega's moeten tijd krijgen en nemen om te oefenen. • Strak accountmanagement bij leverancier met veel regie op het proces. • Strak plannen van X-aantal opleidingsmiddagen door de verschillende vakafdelingen die eigenaar zijn van de verordeningen 4.
Te weinig inhoudelijke kennis van nieuwe regelgeving in Ow en Wet kwaliteitsborging Beheersmaatregel: • Deelname aan Omgevingsspel vergroten. Het spel wordt nu live aangeboden in plaats van digitaal. • Afdelingen organiseren opleidingen voor specifieke expertise 5. Te weinig (juiste) mensen in huis om de Ow-processen goed uit te voeren Beheersmaatregel: • Urgentie vergroten bij afdelingshoofden onder andere via klankbordgroep • Samenwerking zoeken met regiogemeenten voor ontbrekende expertise 6. De digitale procesketens werken onvoldoende of vertonen kinderziektes Beheersmaatregel: • Afdelingen reserveren tijd om te oefenen in de lokale en regionale ketens
24
6.2
Ten slotte
De te volgen strategie heeft mogelijk gevolgen voor het moment waarop omgevingsplanwijzigingen in procedure gebracht kunnen worden. Hoewel we uitgaan van 'de winkel is open tijdens de verbouwing', zijn er wel beperkingen tijdens de transitieperiode. Soms moeten initiatieven even wachten en wanneer het een aanpassing van het omgevingsplan van rechtswege betreft (dus in een gebied waar we nog niet het nieuwe omgevingsplan hebben) ziet de regeling er anders uit. Dit heeft te maken met softwarematige beperkingen. Hierover wordt steeds zo vroeg mogelijk geïnformeerd. Daarnaast vinden we het van belang dat de raad vroegtijdig betrokken wordt bij een omgevingsplanwijziging. Als de raad in een laat stadium betrokken wordt, ontstaat het risico dat politieke discussies ook de andere wijzigingen vertragen. Eenieder wordt geïnformeerd bij de ‘vooraankondiging’ over een aanstaande omgevingsplanwijziging. De vooraankondiging is wettelijk verplicht bij de voorbereiding van een omgevingsplanwijziging. Deze moet worden gepubliceerd in de Staatscourant. Hierin moet worden aangegeven op welke manier aan participatie gedaan wordt en zal om die reden dus ook vroegtijdig gedaan worden.
Daarnaast wordt de raad -vergelijkbaar met de huidige bestemmingsplanprocedure- schriftelijk op de hoogte gebracht van een op handen zijnde omgevingsplanwijziging wanneer het college het ontwerpomgevingsplan vrijgeeft voor ter inzagelegging. Dat is ook het moment dat eenieder een zienswijze kan indienen. Dit PvA wordt voorgelegd aan de raad ter informatie. Met dit PvA zijn de proces- en beleidsmatige overwegingen weergegeven hoe de komende jaren de wijziging van het tijdelijk omgevingsplan kan worden opgetuigd. Hierbij worden nog geen belangen van burgers geraakt. Bij de vaststelling van de afzonderlijke wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan wel. Dat zijn ook de momenten waarop verantwoording moet worden afgelegd over het participatietraject en maatschappelijke draagvlak.
25
7 Bijlage ABC-plannen
26
8 Bijlage Proces wijzigen omgevingsplan
De VNG heeft een stappenplan gepubliceerd dat gemeenten helpt bij het doorlopen van het proces voor het wijzigen van het omgevingsplan15. Van voorbereiden via ontwerpen en besluiten naar bekendmaken en rechtsbescherming. Bij elke stap zijn technische en organisatorische randvoorwaarden en praktische aandachtspunten voor gemeenten vermeld. Hoewel bovenstaand proces is gespecificeerd naar het interne Delftse proces, zijn de randvoorwaarden en aandachtspunten vanuit de VNG hier onverkort van toepassing.
15
Stappenplan wijzigen omgevingsplan | VNG
27