CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerp Geluidsbeleid

Commissie Ruimte en Verkeer 13 februari 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief - Ontwerp Geluidsbeleid23.902 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maatregelen aan de gevel zorgen namelijk niet voor een lagere geluidbelasting op de gevel en ook niet voor een prettiger leefklimaat buiten de woning. Daarnaast heeft de aanwezigheid van een (relatief) stil gebied in de woonomgeving een positief effect op de gezondheid. Weliswaar wordt met dit soort maatregelen het geluid op de meest belaste gevel van

19

Voor een definitie van de begrippen geluidgevoelig gebouw, gemeenteweg, waterschapsweg, lokale spoorweg, wijziging van een weg wordt verwezen naar het Bkl. 20 Voorbeeld hiervan is het opnemen van een vergunningplicht in het omgevingsplan, waarbij in de beoordelingsregels een verwijzing naar een beleidsregel is opgenomen. 21 Ingeval van gemeentelijk grondbezit waarop een grondexploitatie van toepassing is, zal dit ten koste gaan van de grondopbrengst, aangezien de gemeente cf. het Grondprijzenbeleid veelal residueel rekent en de ontwikkelaar te maken krijgt met hogere bouwkosten . Ingeval er sprake is van privaat grondbezit, zal dit de opbrengsten voor de gemeente door middel van kostenverhaal verminderen. Afgezien van de financiële gevolgen voor de gemeente, kan dit ook de haalbaarheid van betaalbare woningen onder druk zetten. Derhalve vraagt de stedenbouwkundige situering van de nieuwbouw om de nodige aandacht.

25

Geluidbeleid

het geluidgevoelige gebouw niet verlaagd, maar wel vergroot het de acceptatie van een hoger geluidniveau. 3.3.1 Stedenbouw In de nabijheid van geluidbronnen kan, ondanks de (soms hoge) geluidbelasting, met een goede (steden)bouwkundige inrichting toch een goed of in ieder geval aanvaardbaar akoestisch klimaat worden gerealiseerd. De inzet van de gemeente is deze middelen optimaal te benutten. De beste aanpak bij nieuwbouw is de bouwblokken zoveel mogelijk parallel aan de geluidbron te realiseren, zodat de woningen een geluidluwe zijde hebben. Bij hoge geluidbelastingen vormen gesloten (carrévormige en u-vormige) bouwblokken of hofjesstructuur veelal de optimale oplossing, vanwege het ontstaan van een geluidluwe binnentuin. Het gaat er daarbij uiteraard niet om dit soort bebouwingsvormen voor te schrijven. Er zijn echter veel meer bouwvormen waarmee een goed resultaat kan worden bereikt. Kort samengevat: het gaat om het resultaat in ontwerpkeuzes.

Handreiking voor (steden)bouwkundige inrichting Mogelijke bouwstenen voor een stedenbouwkundige setting met een beter akoestisch klimaat of minder dan wel lagere overschrijdingen van de standaardwaarden zijn: • vermijden appartemententorens als eerstelijns bebouwing ten opzichte van geluidbron (deze schermen het geluid niet af); • niet haaks ten opzichte van de bron bouwen (het geluid dringt eenvoudig het gebied binnen); • bebouwing die de geluidbron zo goed mogelijk afschermt (zorgt voor een lage geluidbelasting van achterliggende bebouwing); • u-vormige bebouwing (geeft een geluidluwe buitenruimte); • vermijden van eenzijdig georiënteerde woningen (hebben niet allemaal een geluidluwe zijde en buitenruimte).Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld dat er geen bebouwingsvorm wordt voorgeschreven of verboden. Het gaat om maatwerk waarbij geluid onderdeel is van een integrale afweging. Hierna is een matrix weergegeven. De matrix maakt voor verschillende bebouwingsvormen inzichtelijk wat het effect is op het akoestisch klimaat van het gebouw en de omgeving.

26

Geluidbeleid

Uit de matrix volgt bijvoorbeeld dat wanneer een gebouw en de bijbehorende buitenruimte omringd is door één geluidbron, er dan aan één zijde een geluidbelaste gevel en buitenruimte is. Het achterliggende gebied wordt afgeschermd als er sprake is van aaneengesloten bebouwing. Dit geldt voor alle gebouwvormen in de matrix. In de matrix is ook te zien dat een gebouw met een carrévorm nog steeds een geluidluwe gevel en buitenruimte beschikt, ook al wordt deze omringd door 4 geluidbronnen (zie rechtsboven in matrix). De voordelen van dit soort bouwvormen voor het akoestisch klimaat komt tot uitdrukking in de volgende positieve kenmerken: • de bouwblokken beschikken, naast een geluidbelaste zijde, ook over een geluidluwe zijde; • er ontstaat de mogelijkheid om geluidluwe buitenruimtes te realiseren; • door een goede woningindeling (zonering binnen de woning) kan hinder binnen de woningen worden geminimaliseerd: entrees, badkamers etc. aan de geluidbelaste zijde, geluidgevoelige ruimtes22 zoals woon- en slaapkamers zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde. Bouwblokken parallel aan de geluidbron hebben bovendien als voordeel dat daarmee het erachter gelegen gebied wordt afgeschermd. Daarmee kan het aantal woningen waarbij de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde zo beperkt mogelijk blijven.

22

Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een gebouw met een woonfunctie (artikel 3.22, lid 1, onder a Bkl). Ook een bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van een woonfunctie van een verzorgingshuis (bijvoorbeeld een recreatiezaal), is een geluidgevoelige ruimte.

27

Geluidbeleid

3.4 Welke voorwaarden en eisen gelden er? Zoals eerder is vermeld kan er alleen onder voorwaarden worden afgeweken van de wettelijke geluidnormen. In deze paragraaf staat beschreven hoe hier invulling aan wordt gegeven. Een samenvatting van deze voorwaarden en eisen staan in bijlage 1. In bijlage 1 is ook een vragenboom opgenomen, zodat er voor verschillende initiatieven een overzicht is met welke voorwaarden rekening gehouden moet worden.

3.4.1 Maatregelen Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen en bij de aanleg of wijziging van wegen vindt akoestisch onderzoek plaats. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat in het omgevingsplan een geluidbelasting is toegestaan die hoger is dan de standaardwaarde. Dit kan alleen als geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen. Daarbij moet worden gezocht naar maatregelen die ertoe leiden dat het geluid bij zo veel mogelijk gevels onder de standaardwaarde blijft en voor de gevels waarbij dat niet kan de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk wordt beperkt. Er moet worden uitgegaan van de voorkeursvolgorde: 1. Bronmaatregelen 2. Overdrachtsmaatregelen 3. Maatregelen bij de ontvanger Als maatregelen niet doeltreffend zijn en er bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het mogelijk om van de standaardwaarde af te wijken tot aan de grenswaarde. De kosten voor maatregelen zijn voor rekening van de initiatiefnemer van een plan. Hieronder staan een aantal voorbeelden van de meest voorkomende maatregelen beschreven en de aandachtspunten die daarbij horen. Deze lijst is dus niet uitputtend. Bronmaatregelen Bronmaatregelen behoren tot de maatregelen die als eerste overwogen en onderzocht moeten worden.

Een voorbeeld van een bronmaatregel is het toepassen van een geluidreducerend wegdek (“stil asfalt”). Een geluidreducerend wegdek is niet in alle situaties toepasbaar. Bijvoorbeeld bij wringend verkeer zoals op een kruispunt of bij scherpe bochten of bushaltes. Voor railverkeer kunnen raildempers overwogen worden als bronmaatregel. Een andere bronmaatregel is de verlaging van de rijsnelheid. Deze maatregel sluit goed aan bij de ambities uit het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Aandachtspunt bij snelheidsverlaging is de inrichting van de weg. Wanneer de snelheid wordt verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur betekent dit vaak ook dat de inrichting van de weg gewijzigd moet worden. Vaak wordt dan overwogen om asfaltverharding te vervangen door een klinkerbestrating. In sommige gevallen kan dit juist zorgen voor een toename van het geluid in plaats van de beoogde afname van het geluid.

28

Geluidbeleid

Bij het geluid vanwege de activiteiten op een gezoneerd industrieterrein zijn bronmaatregelen vaak alleen af te dwingen als er nieuwe bedrijven zich willen vestigen, omdat bestaande bedrijven vaak al bestaande rechten hebben. Toch zijn bij bestaande bedrijven soms nog maatregelen mogelijk, zoals het toepassen van dempers. Dit is echt maatwerk, waardoor het lastig is om hier beleidsregels voor op te stellen. In paragraaf 2.5.2 staat meer informatie over bronmaatregelen. Overdrachtsmaatregelen Maatregelen in de overdracht kunnen een dempend effect hebben op het geluid dat bij de ontvanger binnenkomt. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een geluidscherm tussen de bron en de ontvanger. Bij geluidschermen moet wel aandacht zijn voor reflectie, zodat er geen ongewenste neveneffecten ontstaan. Geluidschermen kunnen ook weer een bijdrage leveren aan de energietransitie door bijvoorbeeld geluidschermen te integreren met zonnepanelen. Geluidschermen worden vooral toegepast in buitenstedelijke situaties (bijvoorbeeld langs een rijksweg), omdat geluidschermen in binnenstedelijke situaties vaak stedenbouwkundig ongewenst zijn. Sinds een aantal jaar worden ook diffractoren toegepast als overdrachtsmaatregelen. Dit is een betonnen constructie met holtes die parallel aan het wegdek lopen, waardoor geluid geabsorbeerd wordt en de geluidgolven naar boven worden afgebogen.

Hetzelfde concept wordt ook wel aangeduid als geluidgoot of geluidafbuiger. Deze maatregel is meer geschikt om bij wegen toe te passen waar naast het wegdek nog voldoende ruimte beschikbaar is. Ook de afstand tussen geluidbron en ontvanger (vaak woningen) vergroten of het toepassen van groen is een overdrachtsmaatregel. Het effect van groen (waaronder bomen) is in veel gevallen maar zeer beperkt maar kan wel een positieve bijdrage leveren aan de beleving van het geluid. Daarnaast zijn er ook een aantal stedenbouwkundige principes die toegepast kunnen worden om geluidhinder te voorkomen (zie hiervoor ook paragraaf 3.3.1). Maatregelen bij ontvanger Maatregelen bij de ontvanger, zoals gevelisolatie, hebben geen effect op de buitenruimte van woningen of achterliggende woningen. Wel kunnen ze invloed hebben op de woonkwaliteit van die woning met ontvangermaatregelen. Aandachtspunt bij gevelisolatie is dat de geluidwering wordt berekend met gesloten ramen. In de praktijk blijkt dat veel mensen graag met het raam open slapen (vooral in de zomer). Het effect van gevelisolatie op geluidniveaus in de woning is op dat moment beperkt. Ventilatievoorzieningen zijn belangrijk in woningen vanwege de luchtkwaliteit binnenshuis. Het is dus niet wenselijk om ventilatiemogelijkheden te beperken. 29

Geluidbeleid

In de nabijheid van geluidbronnen kan, ondanks de (soms hoge) geluidbelasting, met een goede (steden)bouwkundige inrichting toch een goed of in ieder geval aanvaardbaar akoestisch klimaat worden gerealiseerd. In paragraaf 3.3.1 worden hiervoor bouwstenen aangereikt ter inspiratie. Beleidsvoornemen: maatregelafweging Voordat de Omgevingswet inwerking trad kende de Wet geluidhinder ook de verplichting om maatregelen te onderzoeken zodra de standaardwaarde werd overschreden. Er was echter geen beoordelingskader waarin staat welke criteria gelden om te kunnen beoordelen of sprake is van financiële bezwaren. In de Omgevingswet is dit ook niet het geval. Door vooraf duidelijkheid te hebben in welke situaties een initiatiefnemer rekening moet houden met bron- of overdrachtsmaatregelen kan hier al in een vroeg stadium van het planproces rekening mee worden gehouden. Hiermee wordt ook voorkomen dat er achteraf geconcludeerd wordt dat de geluidbelasting onnodig hoog is of dat er gebouwgebonden maatregelen worden gerealiseerd die in sommige gevallen ook voorkomen hadden kunnen worden. In de komende planperiode onderzoekt de gemeente de uitvoerbaarheid van een criterium voor bron- en overdrachtsmaatregelen. Onderdeel van de onderzoeksvraag is ook hoe het gebruik van dit criterium geborgd kan worden. Het Rijk gebruikt al jaren een criterium voor bron- en overdrachtsmaatregelen.

Er zijn ook een aantal gemeenten in Nederland die een vergelijkbaar criterium gebruiken. Ook is de Provincie Zuid-Holland voornemens om gemeenten en omgevingsdiensten hierbij te ondersteunen. Voor de volledigheid wordt vermeld dat de keuze voor een criterium niet zozeer een beleidswijziging is maar meer een methode om duidelijkheid aan ontwikkelaars te geven over wanneer hij verplicht is bron- of overdrachtsmaatregelen toe te passen.

3.4.2 Geluidluwe zijde Onderzoek toont aan dat de aanwezigheid van een geluidluwe zijde een positief effect heeft op hinder en slaapverstoring. Een geluidluwe zijde houdt in dat een woning een kant heeft waar de geluidbelasting duidelijk lager is dan aan de meest lawaaiige kant van de woning. Bij voorkeur is de geluidluwe zijde ook een aangename zijde. Een geluidluwe zijde is aangenaam als deze toegankelijk en bruikbaar is. De geluidluwe zijde geeft mensen de mogelijkheid om zich (tijdelijk) aan het geluid te onttrekken en om te slapen met een open raam. Als mensen het raam moeten sluiten vanwege lawaai, doen ze dat niet graag vanwege andere nadelen zoals bedompte lucht. Woningen kunnen in veel gevallen zo worden gebouwd dat ze ten minste één geluidluwe zijde hebben. Aan die kant kan dan wel een raam worden geopend zonder veel lawaai binnen te laten.

30

Geluidbeleid

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt het belang van een geluidluwe zijde erkend. Bij het afwijken van de standaardwaarden voor geluid moet daarom in het belang van het beschermen van de gezondheid ook de aanwezigheid van een geluidluwe zijde worden betrokken. Het Bkl schrijft niet voor wat wordt verstaan onder een geluidluwe zijde. In het belang van het beschermen van de gezondheid is volgens de gemeente Delft sprake van een geluidluwe zijde als voldaan wordt aan de volgende definitie: De gecumuleerde geluidbelasting (terug gerekend naar wegverkeer) op de geluidluwe zijde bedraagt maximaal 53 dB Lden en 45 dB Lnight, waarbij de (ongewogen) geluidbelasting: • door gemeentewegen en waterschapswegen niet hoger is dan 53 dB Lden; • door provinciale en rijkswegen niet hoger is dan 50 dB Lden; • door industrieterreinen met een geluidaandachtsgebied niet hoger is dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight; • door lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen niet hoger is dan 55 dB Lden; • per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A).

Geluidluw geveldeel in plaats van geluidluwe zijde Er wordt zoveel mogelijk toegewerkt naar het realiseren van een geluidluwe zijde waaraan een geluidgevoelige ruimte grenst. Dit zal niet altijd mogelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan eenzijdige georiënteerde woningen. Er is daarom gekeken naar oplossingen om toch een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen realiseren, waarbij gecompenseerd moet worden voor de afwezigheid van een geluidluwe zijde. Als de woning géén geluidluwe zijde heeft, dan kan, ook aan de hoog geluidbelaste zijde, een geluidluw geveldeel (grenzend aan een geluidgevoelige ruimte) gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Voor al deze voorzieningen de volgende voorwaarden: 1. De verglaasde balkons, serres en loggia’s, moeten geheel buiten de thermische schil van de woning liggen en zodanig worden uitgevoerd dat het achterliggende geveldeel geluidluw is, met een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 53 dB Lden en 45 dB Lnight23. 2. De oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s bedraagt minimaal 6 m2. 3. In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan 23

waarbij de (ongewogen) geluidbelasting als volgt is:

•

door gemeentewegen en waterschapswegen niet hoger is dan 53 dB Lden;

•

door provinciale en rijkswegen niet hoger is dan 50 dB Lden;

•

door industrieterreinen met een geluidaandachtsgebied niet hoger is dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight;

•

door lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen niet hoger is dan 55 dB Lden;

•

per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A).

31

Geluidbeleid

dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien van een woonkamer, bij het spuien van de woonkamer mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting. In de hiervoor genoemde voorwaarden is rekening gehouden met compensatie voor afwezigheid van een geluidluwe zijde. Dit wordt gedaan in de vorm van de aanwezigheid van een afgeschermde buitenruimte. Dit sluit aan bij het advies van de GGD. De GGD adviseert dat een geluidluwe zijde ook toegankelijk en bruikbaar moet zijn. Daarnaast adviseren zij dat de geluidluwe zijde een aangename zijde is en het liefst een groene zijde. Ook bij woningen waar volgens het Bbl geen eigen buitenruimte is vereist zal een (afgeschermde) buitenruimte moeten worden gerealiseerd. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat een coulissenkast of een Harbour Fenster niet als een alternatieve vergelijkbare voorziening wordt gezien voor een verglaasd balkon, serre of loggia, waarmee een geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd. Dergelijke voorzieningen zijn wel denkbaar bij niet-geluidgevoelige gevels (zie paragraaf 3.4.4). Studentenwoningen Bij studentenwoningen kan van de voorwaarden die in deze paragraaf zijn aangegeven worden afgeweken, omdat studentenwoningen doorgaans zijn bedoeld voor bewoning voor een relatief korte periode.

Voorwaarde is wel dat bij studentenwoningen op gebouwniveau ten minste 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluidbelaste zijde worden gesitueerd, oftewel de zijde die het minst wordt belast. Aan deze zijde zijn worden voor studentenwoningen verder geen eisen over de aanwezigheid van een geluidluwe zijde gesteld. Transformatie van niet-geluidgevoelig gebouw naar geluidgevoelig gebouw Bij transformatie van een niet-geluidgevoelig gebouw naar een geluidgevoelig gebouw geldt een 5 dB minder strenge eis voor de geluidluwe zijde als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan die eis te voldoen. Aandachtspunten Er is een risico dat woningen bij hoog geluidbelaste locaties op papier een geluidluwe zijde hebben maar in de praktijk de geluidluwe zijde wordt belast door geluidbronnen waarvoor geen standaardwaarden zijn en dus het geluid van bijvoorbeeld bezoekers op een onverwarmd terras of spelende kinderen buiten de beoordeling van een geluidluwe zijde vallen. Bij het toedelen van functies aan locaties moet extra aandacht zijn voor dit soort ontwikkelingen. • De positieve effecten van een geluidluwe zijde zijn vooral zichtbaar bij woningen waarbij aan de achterkant van een woning geen of weinig verkeer is.

Verkennend onderzoek laat zien dat de positieve effecten in iets mindere mate gelden voor oplossingen waarin een geluidluwe zijde wordt ‘gecreëerd’ door bijvoorbeeld een loggia. Een geluidluwe zijde heeft dus de voorkeur. Bij eenzijdig georiënteerde woningen of niet-zelfstandige woningen waar geen geluidluwe zijde kan worden gecreëerd is het daarom belangrijk om naast de aanwezigheid van een geluidluwe geveldeel ook andere compenserende maatregelen te treffen. Hierbij 32

Geluidbeleid

•

kan worden gedacht aan de aanwezigheid van een stille plekken in de directe omgeving. Positieve effecten van geluidluwe zijde kunnen verloren gaan door bijvoorbeeld airco’s, burenlawaai, locatie van slaapkamer, openbare toegang tot de geluidluwe zijde en aanzicht van geluidluwe zijde. Verstoring door geluid van geluidbronnen zonder geluidaandachtsgebied, zoals parkeerterreinen, terrassen en speeltuinen, moet bij de geluidluwe gevel zo veel mogelijk worden voorkomen.

3.4.3 Woningindeling Wanneer de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde worden net als in het oude geluidbeleid voorwaarden gesteld aan de woningindeling. Met betrekking tot de woningindeling en het gebruik van woningen gelden de volgende eisen: • Elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer die aan de niet hoogst geluidbelaste zijde is gesitueerd; bij voorkeur wordt de helft van de geluidgevoelige ruimte of de helft van het oppervlak van alle geluidgevoelige ruimtes samen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde gesitueerd. • Voor zover relevant, geldt dat op eenzelfde wijze voor andere geluidgevoelige bebouwing; zo ligt bijvoorbeeld in scholen het merendeel van de leslokalen (in aantal) aan de geluidluwe zijde.

Uitzondering Bij niet zelfstandige woonruimten (bijvoorbeeld studentenwoningen of woningen in een woonzorgcentrum), eenzijdig georiënteerde zelfstandige wooneenheden en daarmee te vergelijken bouwvormen zijn de richtlijnen voor de woningindeling niet van toepassing, omdat dergelijke complexen anders over het algemeen niet kunnen worden gerealiseerd. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gesitueerd aan de hoogst geluidbelaste zijde. Hier staat wel tegenover dat bij de (niet zelfstandige) woningen met een geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight een compenserende maatregel wordt toegepast. Deze compenserende maatregel bestaat uit een geluiddempende maatregel, zodat een raam kan worden geopend in de slaapkamer die aan hoog belaste zijde is gesitueerd. Voorbeelden van geluiddempende maatregelen zijn een harbour fenster, metaglas of coulissenkast. 3.4.4 Niet-geluidgevoelige gevels In het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden opgenomen dat de grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving overschreden mogen worden als sprake is van een nietgeluidgevoelige gevel. Er zijn daarbij 2 situatie te onderscheiden: 1.

Als er aan de gevel waarop de grenswaarden worden overschreden bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die borgen dat het geluid op de te openen delen niet hoger is dan de grenswaarde. In dat geval moet het omgevingsplan bepalen dat de betreffende gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is.

33

Geluidbeleid

2. Als er zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen zijn die de overschrijding rechtvaardigen. In dat geval moet het omgevingsplan bepalen dat de betreffende gevel een niet-geluidgevoelige gevel is. Onder de Wet geluidhinder werd een niet-geluidgevoelige gevel ook wel een “dove gevel” genoemd. In deze dove gevel mocht geen te openen delen zitten, of met uitzondering te openen delen bevatten mits daarachter geen geluidgevoelige ruimte zat. Nieuw ten opzichte van de dove gevel uit de Wet geluidhinder is dat de definitie van de dove gevel iets is verruimd. De niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is een alternatief voor de niet-geluidgevoelige gevel. In een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen mogen ook deuren zitten die onderdeel zijn van een gemeenschappelijke doorgang. Dit betreft bijvoorbeeld gemeenschappelijke toegangsdeuren, tussendeuren en nooduitgangen in een appartementengebouw, maar niet de voordeur van een appartement of de deur naar een bijbehorende buitenruimte. Bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is het mogelijk om een nieuw geluidgevoelig gebouw te voorzien van een bouwkundige constructie waardoor wel het geluid op ramen en deuren (alle te openen delen) aan de geluidbelaste zijde wordt beperkt tot de grenswaarde.

Aan het geluid op de andere vaste constructieonderdelen die geen te openen delen zijn wordt dan geen maximum gesteld. Dat betekent wel dat, in ieder geval aan de geluidbelaste zijde, het geluid in de directe omgeving van het gebouw niet voldoet aan de eis van een goed woon- en leefklimaat. Om hiervoor te kunnen compenseren is onder andere voorgeschreven dat bij het toelaten van een dergelijk gebouw het belang van het beschermen van de gezondheid moet worden betrokken door een geluidluwe gevel. Wanneer staan we een niet-geluidgevoelige gevel toe? Niet-geluidgevoelige gevels zijn niet wenselijk en vormen daarom een terugvalscenario. Een initiatiefnemer kan een niet-geluidgevoelige gevel alleen toepassen als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Om een positieve impuls te geven aan de totale leefomgevingskwaliteit is als gevolg van een niet-geluidgevoelige gevel een compenserende maatregel nodig. Hier is in de voorwaarden een nadere invulling aan gegeven (zie hiervoor het volgende kader). Een verplichte compenserende maatregel bij een niet-geluidgevoelige gevel is de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel. Studies tonen aan dat personen die een woning met een stille zijde hebben, minder hinder rapporteren dan personen die een woning zonder een geluidluwe zijde hebben.

Bij enkelzijdig georiënteerde woningen is het niet mogelijk om een geluidluwe zijde te creëren. Aan de 34

Geluidbeleid

geluidbelaste zijde kan toch een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat ontstaan door het maken van een geluidluw geveldeel (zoals een loggia). Ter compensatie voor het ontbreken van een geluidluwe zijde wordt als voorwaarde gesteld dat de woning een buitenruimte heeft die groter is dan volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is voorgeschreven. Voor kleine appartementen geldt op grond van het Bbl niet de verplichting om een eigen buitenruimte te realiseren. Echter, op grond van het beleid geldt ook voor deze woningen de eis van een geluidluwe zijde of geveldeel. De voorwaarden voor het toepassen van een niet-geluidgevoelige gevel zijn: 1. Een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) mag alleen worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. 2. Er zijn maximaal 2 niet-geluidgevoelige gevels per woning toegestaan. 3. Bij niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is het onderbreken van de gevel tevens toegestaan door geveldelen als verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Op de aldus afgeschermde gevel wordt de geluidbelasting teruggebracht tot de wettelijke grenswaarde(n), zodat in dat deel van de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst.

De hiervoor bedoelde verglaasde balkons, serres en loggia’s moeten buiten de thermische schil van de woning liggen. 4. Wanneer een woning wordt uitgevoerd met een niet-geluidgevoelige gevel moet deze beschikken over een geluidluwe zijde en - als dat niet mogelijk is een geluidluw geveldeel. 5. Indien het onderbreken van de niet-geluidgevoelige gevel noodzakelijk is om een geluidluw geveldeel te realiseren, bedraagt de oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s minimaal 9 m2. Het college kan van deze oppervlakte-eis afwijken als naar het oordeel van het college op een andere wijze wordt voorzien in een compensatie voor de hoge geluidbelasting in combinatie met de afwezigheid van een geluidluwe zijde van de woning, mits de oppervlakte ten minste 6 m2 bedraagt en er een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte is. Deze gezamenlijke geluidluwe buitenruimte heeft een oppervlakte van 1 m2 per persoon met een minimum van 100 m2 per gemeenschappelijke buitenruimte. 6. In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (gelijk aan de eis bij de ruimte tussen vlies en gevel). 7.

Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien van de woonkamer, bij het spuien van de woonkamer mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting. Studentenwoningen Als studentenwoningen die worden voorzien van een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) kan van de voorwaarde over de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel worden afgeweken. Eis is dan wel dat bij

35

Geluidbeleid

studentenwoningen op gebouwniveau ten minste 50% van de studentenwoningen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde moet liggen. Aandachtspunten niet-geluidgevoelige gevels Omgevingsplan Het geluid op de niet-geluidgevoelige gevel van een geluidgevoelige gebouw mag hoger zijn dan de grenswaarde. Dat kan tot problemen leiden bij een wijziging van de geluidbron (weg, spoorweg of industrieterrein) die het geluid op de gevel veroorzaakt. Omdat het geluid al hoger is dan de grenswaarde, is een verdere toename van het geluid vaak lastig te onderbouwen. Bovendien is het achteraf aanbrengen van extra geluidwerende maatregelen vaak niet of nauwelijks mogelijk. Daarom schrijft artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving voor dat de gevel waarop de grenswaarde wordt overschreden in het omgevingsplan moet worden aangemerkt als niet-geluidgevoelige gevel. Gevelwering De geluidregels voor het wijzigen van een geluidbronsoort gelden niet voor een nietgeluidgevoelige gevel. Het gevolg is dat bij het wijzigen van de bronsoort, bijvoorbeeld verbreding van een gemeenteweg, ook de binnenwaarde niet meer hoeft te worden toegepast.

Daarom is in het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaald dat bij een niet-geluidgevoelige gevel de uitwendige scheidingsconstructie al bij de bouw of verbouw een 3 dB betere geluidwering meekrijgt zodat die op voorhand bestand is tegen een toekomstige toename van het geluid (artikel 4.103b Bbl). 3.4.5 Flexibiliteitsbepalingen Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt de mogelijkheid om af te wijken van de geluidnorm (standaardwaarde) tot aan de grenswaarde. Voor de duidelijkheid wordt hierbij benoemd dat het voldoen aan de standaardwaarde de voorkeur heeft. Als niet kan worden voldaan aan de standaardwaarde kan onder voorwaarden worden afgeweken (tot aan het maximum van de grenswaarde). Een geluidbelasting die hoger is dan de grenswaarde is doorgaans niet mogelijk. Voor de invoering van de Omgevingswet waren er echter nog wel een aantal mogelijkheden om ook een geluidgevoelig gebouw te realiseren waarbij de geluidbelasting hoger is dan de standaard- en grenswaarde. Een voorbeeld hiervan is het instrument Stad & Milieu. In Delft is de Stad- en milieubenadering toegepast bij het project De Staal. Bij Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) is gebruik gemaakt van de tijdelijke afwijkingsmogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt. Daarnaast kon onder de Wet geluidhinder ook bij vervangende nieuwbouw een hogere waarden dan de grenswaarde worden toegestaan.

Ook het gebruik van een niet-geluidgevoelige gevel is een manier om af te wijken van de grenswaarde, omdat de geluidbelasting van deze gevel niet getoetst hoeft te worden. Met de invoering van de Omgevingswet zijn de Interimwet stad-en milieubenadering en de Crisis- en herstelwet komen te vervallen. De lijn voor vervangende nieuwbouw is wel voortgezet. Hetzelfde geldt voor de niet-geluidgevoelige gevels. Nieuw is dat vanaf 1 januari 2024 ook van de grenswaarde kan worden afgeweken bij functiewijziging. Die uitzonderingen zijn nodig om bepaalde gewenste maatschappelijke ontwikkelingen en verbeteringen niet te blokkeren. Daarbij wordt 36

Geluidbeleid

voor die situaties al op voorhand het woningbouw- en/of economische belang onderkend. Bij het toestaan van overschrijdingen van de grenswaarde voor het geluid op de gevel worden zwaardere eisen gesteld aan de motivering dan bij gebruikmaking van de reguliere afwegingsruimte tussen standaardwaarde en grenswaarde. Onderdeel van de motivering is minimaal de geluidisolatie tussen de woningen, het contactgeluid en het installatiegeluid. Naast de flexibiliteitsbepaling voor vervangende nieuwbouw en functiewijziging en het toestaan van niet-geluidgevoelige gevels kent de Omgevingswet nog een andere flexibiliteitsbepaling. Geluidgevoelige gebouwen kunnen ook boven de grenswaarden worden toegelaten als zwaarwegende economische of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. Hiermee worden de meer generieke mogelijkheden van de Crisis- en herstelwet en de Interimwet stad-enmilieubenadering voortgezet. Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw op een dergelijke locatie heeft in beginsel niet de voorkeur omdat niet alleen de standaardwaarde, maar zelfs de grenswaarde voor het geluid op de gevel wordt overschreden. Vanwege de Delftse woningbouwopgave en de schaarse ruimte in de stad willen we het gebruik van de flexibiliteitsbepalingen over geluid niet uitsluiten. In sommige situaties kan de grenswaarde voor geluid gewenste ontwikkelingen blokkeren.

Bijvoorbeeld als nieuwe, beter geïsoleerde woningen dienen ter vervanging van oudere woningen van slechte kwaliteit, kan die vervangende nieuwbouw toch een verbetering van de situatie betekenen. Door middel van de flexibiliteitsbepaling over vervangende nieuwbouw kan hier invulling aan gegeven worden. Uiteraard mogen de flexibiliteitsbepaling alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegepast. Ze mogen alleen worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. De flexibiliteitsbepalingen vormen daarom een terugvalscenario. Voorwaarden hierbij is in ieder geval dat geluid al vroeg in het planproces een prominente plaats krijgt in het stedenbouwkundige ontwerpproces. Uiteraard gelden ook de andere voorwaarden voor afwijken van de geluidnormen zoals beschreven in dit hoofdstuk. Ook wegen in de beoordeling andere compenserende maatregelen mee, zoals de aanwezigheid van een stillere plek in de omgeving.

3.4.6 Wijzigen en aanleg van een weg De aanleg of wijziging van een weg kan leiden tot een toename van het geluid. Binnen de Omgevingswet is geborgd dat de benodigde verkeersbesluiten voor de aanleg of wijziging van een weg moeten worden getoetst aan de geldende normen. Bij fysieke wijzigingen aan een weg waarvoor geen verkeersbesluit benodigd is, maar die wel kunnen leiden tot meer geluid, moet conform de Omgevingswet ook worden

37

Geluidbeleid

onderzocht of aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) kan worden voldaan. Dit is in ieder geval nodig in de volgende situaties: • het verplaatsen van een of meer rijstroken met meer dan 2 m; • het verhogen of verlagen van de rijstroken met meer dan 1 m; • een toename van het aantal rijstroken, niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken; • het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; of • het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen en afschermende bouwwerken langs de weg. Tot eind 2031 kan ook een wijziging van de weg plaatsvinden waarbij de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan van toepassing zijn. De regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan is een overgangsregeling die nodig is door de invoering van de Omgevingswet. Voor de wijziging van de weg worden de regels in het tijdelijk deel van het Omgevingsplan bepaald door de zogenaamde bruidsschatregels. Deze bruidsschatregels komen in grote lijnen overeen met de regels die golden onder de Wet geluidhinder. Net als bij het realiseren van geluidgevoelige gebouwen is het ook belangrijk om bij de aanleg of wijziging van een weg te onderzoek hoe de akoestisch kwaliteit is in de omgeving van de weg. Ook moet er een maatregelafweging plaatsvinden. In paragraaf 3.4.1 is toegelicht dat er voor de maatregelafweging een criterium gaat worden ontwikkeld.

Dit criterium heeft als doel om duidelijkheid te geven in welke gevallen maatregelen nodig zijn. Anders is het ook niet wenselijk om door de aanleg of wijziging van een weg nieuwe geluidknelpunten te laten ontstaan. Het criterium kan hier rekening mee houden.

38

Geluidbeleid

4 Participatie en inspraak Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het Geluidbeleid vast te stellen. In deze paragraaf is toegelicht hoe participatie heeft plaatsgevonden. Commissie Ruimte en Verkeer Tijdens de vergadering van de commissie Ruimte en Verkeer is op 7 september 2023 een beeldvormende sessie geweest over het Geluidbeleid. Er is een toelichting gegeven over de geluidsituatie in Delft en hoe we op dit moment in Delft omgaan met Geluid. Ook is toegelicht wat de stand van zaken is bij de uitvoering van het Actieplan Geluid 2020-2022 en hoe het vervolg eruit ziet. De vragen van de commissieleden gingen bijvoorbeeld over de geluidmodellen die worden gebruikt en de geluidbeleving. Daarnaast wilden commissieleden weten wat de gemeente kan doen tegen het geluid van uitlaten van brommers en optrekkende sportauto’s. Ook werd om aandacht gevraagd voor stille plekken. Werkgroep (ambtelijk) Bij het opstellen van het Geluidbeleid zijn diverse belanghebbende betrokken. Er is een stakeholderanalyse uitgevoerd. Naast de ambtelijke vertegenwoordiging in de werkgroep Geluidbeleid participeerde daarom ook de GGD en Omgevingsdienst Haaglanden in de werkgroep. Ook zijn de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat en ProRail gevraagd om input te leveren.

Informatieavond Op 1 juli 2024 is een informatieavond gehouden en worden belanghebbenden geïnformeerd over de inhoud van het ontwerp Geluidbeleid. Ook was er ruimte om met elkaar in gesprek te gaan over het Geluidbeleid. Van de informatieavond is een verslag gemaakt en staat in bijlage 4 van het Geluidbeleid. Raadswerkgroep Leefomgeving Het Geluidbeleid is op 8 juli 2024 besproken in de raadswerkgroep Leefomgeving. De bespreking begon met een terugblik op de commissievergadering Ruimte en Verkeer van 7 september 2023. Daarna is toegelicht waarom een Geluidbeleid wordt opgesteld en wat de scope is van het Geluidbeleid. Ook is een doorkijk gegeven naar het besluitvormingsproces. Inspraak en inloopavond Nadat participatie heeft plaatsgevonden stelt het college het Geluidbeleid definitief vast. De inspraakprocedure is van 20 januari tot en met 2 maart 2025. Belanghebbenden kunnen hun zienswijzen kenbaar maken bij het college. In februari 2025 wordt een inloopavond georganiseerd. Tegen het Geluidbeleid is geen bezwaar en beroep mogelijk.

39

Geluidbeleid

5 Relatie met andere instrumenten 5.1 Omgevingsvisie Elke gemeente maakt een omgevingsvisie waarin de strategische hoofdkeuzen van het beleid voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving staan beschreven. Bij het maken van de omgevingsvisie staat de vraag centraal “Wat voor stad willen we zijn?”. De Omgevingsvisie Delft 2040 geeft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling weer van de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. In de Omgevingsvisie zijn deze keuzes voor de toekomst beschreven. Veel van die keuzes hebben ook raakvlakken met geluid. Belangrijke keuzes uit de omgevingsvisie zijn: • Delft zet in op het toevoegen van een groot aantal woningen en arbeidsplaatsen. • Delft koestert de huidige bedrijven, kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. • Delft zet in op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitssysteem gaat veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft. De ruimte voor de infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteit. • De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van iedere Delftenaar. We dringen negatieve milieueffecten terug en richten ons op een gezond ingerichte leefomgeving. We verminderen de hinder van geluid.

Dit doen we door in kaart te brengen waar zich de knelpuntlocaties bevinden. Vervolgens maken we geluidbeleid voor het terugdringen van de geluidbelasting bij deze knelpuntlocaties. • We streven naar een vitale mix van wonen en werken, zowel in de wijken als in de werkgebieden. Hierdoor kan er een klimaat ontstaan van dynamische stedelijke gemengde gebieden. • In Delft is ook ruimte een schaars goed. Daarom zullen we goed moeten nadenken over welke keuzes we maken bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Deze moeten indien mogelijk altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied. • Er is gekozen voor een geconcentreerde verstedelijking langs bestaande infrastructuur. • De grote ontwikkelgebieden van Delft zullen gemengde stadswijken zijn. In het Geluidbeleid staat beschreven hoe voor het aspect geluid invulling wordt gegeven aan de keuzes uit de omgevingsvisie, maar ook de wettelijke regels.

5.2 Omgevingsplan In de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan voor iedere locatie aangeven welke activiteiten zij wel of niet toestaat, bijvoorbeeld wonen, recreatie of bedrijvigheid. De gemeente zorgt dat de regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2, Omgevingswet). 40

Geluidbeleid

In het omgevingsplan hoeft de gemeente niet specifiek te bepalen wat er in welk gebied komt. Zo kan voor een ontwikkelingsgebied worden gekozen voor een algemenere beschrijving met randvoorwaarden en regels voor de activiteiten. Belangrijk is dat ten alle tijden de regels in het omgevingsplan voldoende borgen dat het plan uitvoerbaar is.

5.3 Wet kwaliteitsborging Op 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Met invoering van deze wet is de gemeentelijke toetsing van een bouwwerk aan de bouwtechnische eisen verplaatst naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fases. Dit betekent ook dat de kwaliteitsborger moet onderzoeken of bij de aanvraag van een omgevingsvergunning aanvullende geluideisen gelden. Deze eisen kunnen in het omgevingsplan staan. Maar ook in bijvoorbeeld een vastgesteld besluit hogere waarden geluid. Voor het inwerking treden van de Omgevingswet werd het afwijken van een geluidnorm en de daaraan gekoppelde eisen doorgaans vastgesteld in het besluit hogere waarden geluid. De gemeente Delft heeft een signaleringskaart waar de bijzondere lokale omstandigheden zijn aangegeven. Deze kaart is in ontwikkeling en is te raadplegen via een webpagina van de gemeente Delft24. Op de kaart is zichtbaar welke gebieden een hogere geluidbelasting kunnen ondervinden. Bij afwijking van de geluidnormen moet een kwaliteitsborger in veel gevallen rekening houden met geluidisolerende maatregelen, om te kunnen voldoen aan de geluideisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.

24

https://www.delft.nl/bijzondere-lokale-omstandigheden

41

Geluidbeleid

Bijlage 1 Vragenboom en samenvatting van voorwaarden en eisen In deel B is in paragraaf 3.3.1 tot en met 3.4.4 onder andere een toelichting gegeven op de voorwaarden en eisen die gelden wanneer de geluidbelasting bij een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde. In deze bijlage is een vragenboom weergegeven die gebruikt kan worden door initiatiefnemers wanneer zij een initiatief hebben met een geluidbelasting als gevolg van wegverkeer-, railverkeerof industrielawaai. Ook is een samenvatting gegeven van de voorwaarden en eisen die gelden bij deze initiatieven.

42

Geluidbeleid

Vragenboom Geluidbelasting als gevolg van weg- of railverkeer of industrielawaai > standaardwaarde?

Nee

Geen maatregelen nodig

Initiatief is akoestisch aanvaardbaar

Ja Zijn bron- en overdrachtsmaatregel en mogelijk? (zie §3.4.1)

Ja

Zorg ervoor dat de uitvoering van de maatregelen is geborgd

Ja

Geluidbelasting als gevolg van weg- of railverkeer of industrielawaai > standaardwaarde?

Nee

Nee Levert het (stedenbouwkundig) ontwerp een goed akoestisch klimaat?

Er vindt een integrale afweging plaats over het het (stedenbouwkundig) ontwerp

Nee

Is het (eventueel aangepaste) ontwerp akkoord?

Ja

(zie §3.3.1)

Ja Voldoet het initiatief aan de eisen voor een geluidluwe zijde? (zie §3.4.2)

Voldoet het initiatief aan de eisen over woningindeling? (zie §3.4.3)

Ja

Nee Voldoet het initiatief aan de eisen over een geluidluw geveldeel? (zie §3.4.2)

Ja Nee

Gaat het om nietzelfstandige woningen? (zie §3.4.3)

Ja

Ja

Nee

Nee Breng initiatief in overeenstemming met eisen of zorg voor geluidbelasting < standaardwaarde

Nee Zijn in het initiatief studentenwoningen voorzien?

Ja Is 50% van de nietzelfstandige woningen aan de niet hoogbelaste zijde gesitueerd?

Ja

Is 50% van de nietzelfstandige woningen aan de niet hoogbelaste zijde gesitueerd?

Nee

Ja

Nee Voorziet het plan in niet-geluidgevoelige gevels?

Nee Breng initiatief in overeenstemming met eisen of zorg voor geluidbelasting < standaardwaarde

Ja

Voldoet het initiatief aan de eisen over niet-geluidgevoelige gevel? (zie §3.4.4)

Zorg voor voldoende gevelwering, confrom artikel 4.103b Bbl

Ja Nee

Gaat het om studentenwoningen? (zie §3.4.4)

Ja

Is 50% van de nietzelfstandige woningen aan de niet hoogbelaste zijde gesitueerd?

Ja

Nee

43

Geluidbeleid

Maatregelen Er moet worden uitgegaan van de voorkeursvolgorde: 1. Bronmaatregelen 2. Overdrachtsmaatregelen 3. Maatregelen bij de ontvanger

Geluidluwe zijde In het belang van het beschermen van de gezondheid is volgens de gemeente Delft sprake van een geluidluwe zijde als voldaan wordt aan de volgende definitie: De gecumuleerde geluidbelasting (terug gerekend naar wegverkeer) op de geluidluwe zijde bedraagt maximaal 53 dB Lden en 45 dB Lnight, waarbij de (ongewogen) geluidbelasting: • door gemeentewegen en waterschapswegen niet hoger is dan 53 dB Lden; • door provinciale en rijkswegen niet hoger is dan 50 dB Lden; • door industrieterreinen met een geluidaandachtsgebied niet hoger is dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight; • door lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen niet hoger is dan 55 dB Lden; • per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A). Let op: Bij transformatie van een niet-geluidgevoelig gebouw naar een geluidgevoelig gebouw geldt een 5 dB minder strenge eis voor de geluidluwe zijde als het redelijkerwijs en aantoonbaar niet mogelijk is om aan die eis te voldoen. Uitzondering voor studentenwoningen Bij studentenwoningen kan van de voorwaarden over een geluidluwe zijde worden afgeweken. Voorwaarde is wel dat bij studentenwoningen op gebouwniveau ten minste 50% van de studentenwoningen aan de niet hoogst geluidbelaste zijde worden gesitueerd, oftewel de zijde die het minst wordt belast.

Aan deze zijde zijn worden voor studentenwoningen verder geen eisen over de aanwezigheid van een geluidluwe zijde gesteld.

Geluidluw geveldeel in plaats van geluidluwe zijde Er wordt zoveel mogelijk toegewerkt naar het realiseren van een geluidluwe zijde waaraan een geluidgevoelige ruimte grenst. Als de woning géén geluidluwe zijde heeft, dan kan, ook aan de hoog geluidbelaste zijde, een geluidluw geveldeel (grenzend aan een geluidgevoelige ruimte) gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Voor al deze voorzieningen de volgende voorwaarden: 4. De verglaasde balkons, serres en loggia’s, moeten geheel buiten de thermische schil van de woning liggen en zodanig worden uitgevoerd dat het achterliggende geveldeel geluidluw is, met een gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 53 dB Lden en 45 dB Lnight25. 25

waarbij de (ongewogen) geluidbelasting als volgt is:

•

door gemeentewegen en waterschapswegen niet hoger is dan 53 dB Lden;

•

door provinciale en rijkswegen niet hoger is dan 50 dB Lden;

•

door industrieterreinen met een geluidaandachtsgebied niet hoger is dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight;

44

Geluidbeleid

5. De oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s bedraagt minimaal 6 m2. 6. In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien van een woonkamer, bij het spuien van de woonkamer mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting. Voor de duidelijkheid wordt vermeld dat een coulissenkast of een Harbour Fenster niet als een alternatieve vergelijkbare voorziening wordt gezien voor een verglaasd balkon, serre of loggia, waarmee een geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd. Woningindeling Wanneer de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde worden voorwaarden gesteld aan de woningindeling.

Met betrekking tot de woningindeling en het gebruik van woningen gelden de volgende eisen: • Elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer die aan de niet hoogst geluidbelaste zijde is gesitueerd; bij voorkeur wordt de helft van de geluidgevoelige ruimte of de helft van het oppervlak van alle geluidgevoelige ruimtes samen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde gesitueerd. • Voor zover relevant, geldt dat op eenzelfde wijze voor andere geluidgevoelige bebouwing; zo ligt bijvoorbeeld in scholen het merendeel van de leslokalen (in aantal) aan de geluidluwe zijde. Uitzondering Bij niet zelfstandige woonruimten (bijvoorbeeld studentenwoningen of woningen in een woonzorgcentrum), eenzijdig georiënteerde zelfstandige wooneenheden en daarmee te vergelijken bouwvormen zijn de richtlijnen voor de woningindeling niet van toepassing. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gesitueerd aan de hoogst geluidbelaste zijde. Hier staat wel tegenover dat bij de (niet zelfstandige) woningen met een geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight een compenserende maatregel wordt toegepast. Deze compenserende maatregel bestaat uit een geluiddempende maatregel, zodat een raam kan worden geopend in de slaapkamer die aan hoog belaste zijde is gesitueerd. Voorbeelden van geluiddempende maatregelen zijn een harbour fenster, metaglas of coulissenkast.

Niet-geluidgevoelige gevels Niet-geluidgevoelige gevels zijn niet wenselijk en vormen daarom een terugvalscenario. Een initiatiefnemer kan een niet-geluidgevoelige gevel alleen toepassen als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. De voorwaarden voor het toepassen van een niet-geluidgevoelige gevel zijn: •

door lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen niet hoger is dan 55 dB Lden;

•

per bedrijf buiten een industrieterrein niet hoger is dan 50 dB(A).

45

Geluidbeleid

1. Een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) mag alleen worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. 2. Er zijn maximaal 2 niet-geluidgevoelige gevels per woning toegestaan. 3. Bij niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is het onderbreken van de gevel tevens toegestaan door geveldelen als verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Op de aldus afgeschermde gevel wordt de geluidbelasting teruggebracht tot de wettelijke grenswaarde(n), zodat in dat deel van de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst. De hiervoor bedoelde verglaasde balkons, serres en loggia’s moeten buiten de thermische schil van de woning liggen. 4. Wanneer een woning wordt uitgevoerd met een niet-geluidgevoelige gevel moet deze beschikken over een geluidluwe zijde en - als dat niet mogelijk is - een geluidluw geveldeel. 5. Indien het onderbreken van de niet-geluidgevoelige gevel noodzakelijk is om een geluidluw geveldeel te realiseren, bedraagt de oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s minimaal 9 m2.

Het college kan van deze oppervlakteeis afwijken als naar het oordeel van het college op een andere wijze wordt voorzien in een compensatie voor de hoge geluidbelasting in combinatie met de afwezigheid van een geluidluwe zijde van de woning, mits de oppervlakte ten minste 6 m2 bedraagt en er een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte is. Deze gezamenlijke geluidluwe buitenruimte heeft een oppervlakte van 1 m2 per persoon met een minimum van 100 m2 per gemeenschappelijke buitenruimte. 6. In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (gelijk aan de eis bij de ruimte tussen vlies en gevel). 7. Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien van de woonkamer, bij het spuien van de woonkamer mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting. Uitzonering voor studentenwoningen Als studentenwoningen die worden voorzien van een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) kan van de voorwaarde over de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel worden afgeweken.

Eis is dan wel dat bij studentenwoningen op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde moet liggen. Gevelwering De geluidregels voor het wijzigen van een geluidbronsoort gelden niet voor een nietgeluidgevoelige gevel. Daarom is in het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaald dat bij een niet-geluidgevoelige gevel de uitwendige scheidingsconstructie al bij de bouw of verbouw een 3 dB betere geluidwering meekrijgt zodat die op voorhand bestand is tegen een toekomstige toename van het geluid (artikel 4.103b Bbl).

46

Geluidbeleid

Bijlage 2 Beleid / thema’s die raakvlakken met geluid hebben Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Delft beschrijven we wat voor stad we in de toekomst graag willen zijn. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen de gewenste ontwikkeling weer van de omgeving waarin we wonen, werken en onze vrije tijd doorbrengen. In de Omgevingsvisie zijn deze keuzes voor de toekomst beschreven. Veel van die keuzes hebben ook raakvlakken met geluid. Hieronder is een samenvatting gegeven van de belangrijkste keuzes: • Delft zet tot 2040 in op het toevoegen van 15.000 woningen. De nieuwe woningen dragen bij aan een kwaliteitsverbetering in de wijken. Waar mogelijk bouwen we in hogere dichtheden. • Delft voorziet tot 2040 in een groei van 10.000 banen. Delft maakt gebruik van de substantiële kansen van kennisintensieve bedrijven en van een kennisgedreven en ambachtelijke ‘maakindustrie’. Delft koestert de huidige bedrijven, kleinschalige economie en biedt waar mogelijk groeiruimte aan bestaande bedrijvigheid. • Delft is in 2040 hard op weg om in 2050 energieneutraal en klimaatbestendig te kunnen zijn. Om daar te komen, zet Delft in op energiebesparing, een warmtenet en zonne-energie. • Delft zet in op een mobiliteitstransitie. Het mobiliteitssysteem gaat veranderen, zodat Delft de komende decennia bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig blijft.

De ruimte voor de infrastructuur in de stad wordt beter benut door voorrang te geven aan ruimte-efficiënte, schone, slimme en veilige mobiliteitsvormen. • De fysieke leefomgeving moet bijdragen aan de gezondheid van iedere Delftenaar. We dringen negatieve milieueffecten terug en richten ons op een gezond ingerichte leefomgeving. Het buitengebied is altijd goed bereikbaar. In 2040 is de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteitsniveau als nu. We verminderen de hinder van geluid. Dit doen we door in kaart te brengen waar zich de knelpuntlocaties bevinden. Vervolgens maken we een beleid voor het terugdringen van de geluidbelasting bij deze knelpuntlocaties. • Om de positie van de historische en culturele stad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen, een verantwoorde ontwikkeling van toerisme en in het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. • We streven naar een vitale mix van wonen en werken, zowel in de wijken als in de werkgebieden. Hierdoor kan er een klimaat ontstaan van dynamische stedelijke gemengde gebieden. • Delft heeft in 2040 hoogwaardige, passende en toegankelijke voorzieningen die nodig zijn voor zorg, welzijn, cultuur, onderwijs en sport. Delft streeft naar een goede spreiding van voorzieningen en clustert waar mogelijk.

• We maken meervoudig gebruik van de beschikbare openbare ruimte en deze is doelmatig onderhouden en sociaal veilig ontworpen. • In Delft is ook ruimte een schaars goed. Daarom zullen we goed moeten nadenken over welke keuzes we maken bij ingrepen in de fysieke 47

Geluidbeleid

• •

•

leefomgeving. Deze moeten indien mogelijk altijd bijdragen aan de versterking van meerdere kwaliteiten van de stad en het gebied. De nieuwe woningen dragen bij aan een kwaliteitsverbetering in de wijken. Waar mogelijk bouwen we in hogere dichtheden. Binnen de alliantie is gekozen voor een geconcentreerde verstedelijking langs bestaande infrastructuur waarin de woningbouwopgave en de versterking van de economische toplocaties in samenhang met investeringen in hoogwaardig openbaar vervoer in een integrale aanpak worden uitgewerkt. Delft ligt strategisch aan de kennis-as Rotterdam-Leiden. De verstedelijkingsopgave is belangrijk, maar geen doel op zich; de kwaliteitsverbetering voor Delft staat voorop. De grote ontwikkelgebieden van Delft zullen gemengde stadswijken zijn, die verbonden zijn met de rest van de stad en zijn omgeving en daarmee nieuwe verbindingen door de stad mogelijk maken. Innovatieve wijken, die verdichting combineren met vergroening en verbinding, en die passen bij de historie van het gebied.

Doorkijk naar Geluidbeleid: Beleid voor nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij gemengd stedelijk gebied. Daarnaast is het ook belangrijk om bestaande situaties te koesteren en verbeteren waar mogelijk. Bijvoorbeeld het beschermen van groen i.c.m. stille plekken, zodat dit ten goede komt van een gezonde en duurzame stad. Stille plekken kunnen een bijdrage leveren aan die kwaliteitsverbetering die wordt nagestreefd in de wijken. Verder staat in Omgevingsvisie 2040 dat Delft de huidige bedrijven koestert en waar mogelijk groeiruimte biedt aan bestaande bedrijvigheid. In het Geluidbeleid staat daarom geen plandrempel voor het geluid afkomstig van bedrijven. Uiteraard moeten bedrijven wel voldoen aan de regels uit het (tijdelijke deel) Omgevingsplan en daar kan op worden gehandhaafd.

Mobiliteitsprogramma Delft 2040 Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (MPD) is een uitwerking van de Omgevingsvisie voor het thema mobiliteit. In Delft willen we de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de duurzaamheid vergroten. Tegelijkertijd willen we de stad de ruimte geven om door te blijven groeien. Om dit te bereiken zet het MPD in op een mobiliteitstransitie. Dit houdt in dat we het mobiliteitssysteem willen veranderen en aansturen op aanpassing van onze mobiliteitskeuzes. De volgende onderwerpen uit het MPD zijn het meest relevant voor het aspect geluid: • We willen een leefbare en gezonde stad. Dit vraagt onder andere om keuzes voor de inrichting van de openbare ruimte, met mogelijk meer ruimte voor verblijven en daardoor minder voor verplaatsen. Ook vraagt het om minder motorvoertuigkilometers in verband met lucht- en geluidkwaliteit en ruimtebeslag. • We gaan in Delft geluidoverlast die veroorzaakt wordt door verkeer terugdringen. Bekend is dat er geluidoverlast wordt ervaren als gevolg van het wegverkeer op de Prinses Beatrixlaan, Julianalaan en Delfgauwseweg. • Het streven is dat iedereen in 2040 een goede nachtrust heeft ondanks het wegverkeer. • Bij de mobiliteitstransitie gaat het ook om bewustwording van keuzes die mensen maken en de impact daarvan op het individu, het mobiliteitssysteem en de omgeving (zoals geluid).

• De maximum rijsnelheid wordt waar mogelijk verlaagd. Vanuit herkenbaarheid wordt het wegprofiel daar ook op aangepast. Bij erftoegangswegen passen we in principe open verharding toe, zoals klinkers. Voor gebiedsontsluitingswegen is het uitgangspunt dat deze in 2x1 rijstroken worden uitgevoerd. 48

Geluidbeleid

•

In de binnenstad rijdt alleen nog vracht- en bestelverkeer zonder uitstoot en de bestaande milieuzone wordt uitgebreid naar de hele bebouwde kom van de gemeente.

Doorkijk naar Geluidbeleid: om toe te kunnen werken naar de ambitie dat iedereen in 2040 een goede nachtrust heeft als gevolg van wegverkeer stellen we ook een plandrempel voor Lnight vast. Uit onderzoek blijkt dat elektrische auto’s meer geluid veroorzaken dan in eerste instantie gedacht. Dit komt dat bij snelheden hoger dan 30 km/uur het bandengeluid overheerst. Doordat elektrische auto’s zwaarder zijn wordt er ook meer geluid geproduceerd. Het verlagen van de maximum rijsnelheid kan soms ook gepaard gaan met een nieuwe inrichting van wegen. Zodra asfalt wordt vervangen door klinkers moet men er van bewust zijn dat klinkers kunnen zorgen voor een grotere geluidbelasting dan asfalt. Geluidreducerende klinkers kunnen hiervoor een oplossing geven. Per situatie zal hierover een afweging worden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15063523/1