ODH Pijnacker Concept zienswijze ontwerpbegroting 2022 Omgevingsdienst Haaglanden
Tekst van het document
Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker telefoon 14 015 e-mail info@pijnacker-nootdorp.nl internet www.pijnacker-nootdorp.nl adres post
Aan het bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden Postbus 14060 2501 GB Den Haag
onderwerp nadere informatie
Zienswijze ontwerpbegroting 2022, meerjarenraming 2023/2025 van de Omgevingsdienst Haaglanden C.W. van Wijk
verzenddatum zaaknummer briefnummer
1242974 1121632
uw brief van uw kenmerk
ODH/2021/00062879
Geacht bestuur, Bij brief van 15 april 2021 is de ontwerpbegroting 2022, meerjarenraming 2023-2025 van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) aan de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp toegestuurd. Conform de Gemeenschappelijke Regeling en de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft de gemeenteraad de mogelijkheid een zienswijze ten aanzien van de voorgestelde begroting in te dienen. De gemeenteraad stemt in met de ontwerpbegroting 2022, meerjarenraming 2023-2025, maar heeft de volgende opmerkingen ten aanzien van de ontwerpbegroting. 1. Indexering en stijging deelnemersbijdrage Voor 2022 is voor de indexering van de deelnemersbijdrage uitgegaan van de in de Macro Economische Verkenning van september 2020 opgenomen indices. Voor 2022 heeft de ODH de loonkosten geïndexeerd met 1,3% en de materiële kosten met 1,5%. Deze indexaties zijn conform de gemeentelijke kaderbrief. Naast de indexering heeft met name de structurele overdracht van de asbesttaken een verhoging van de deelnemersbijdrage tot gevolg. In de begroting 2021 is rekening gehouden met een loonindex van 2,5%. De verhoging van de pensioen- en sociale verzekeringspremies in 2021 heeft tot gevolg dat de loonkosten ten opzichte van 2020 met 1,6% zijn gestegen. De effecten van een nieuwe cao Gemeenten zijn in de voorliggende ontwerpbegroting 2022 nog niet meegenomen.
Vanwege de coronacrises is de financiële situatie bij gemeenten zorgelijk. Wij vragen uw bestuur de lastenverhoging voor 2021 zo veel mogelijk op te vangen binnen de eigen begroting. 2. Kostenstijging en Omgevingswet Bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022 is geen rekening gehouden met de komst van de Omgevingswet. In de ontwerpbegroting 2022, op pagina 3, is opgenomen dat de ontwerpbegroting 2022 vooralsnog sluitend is. In de primitieve begroting 2022 zijn geen intensiveringen opgenomen met betrekking tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Uit onderzoek blijkt dat na invoering een lastenstijging van 10-12 procent niet ondenkbaar is.
pagina
1/3
Wij verzoeken u de verhouding tussen kosten en de opbrengsten scherp in de gaten te blijven houden en hierop in een vroegtijdig stadium bij te sturen. Uitgangspunt voor de Omgevingswet is dat intensiveringen als gevolg van de komst van de Omgevingswet in principe binnen de begroting worden opgevangen met zo veel mogelijk behoud van de kwaliteit en de kwantiteit van de taakuitvoering. 3. Verantwoording en sturing Het Algemeen Bestuur van de ODH heeft op 27 juni 2016 de 'Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement' vastgesteld. Uit het risicoprofiel blijkt een kwantificeerbaar risico van € 1.020.000,-. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt € 1.071.400,-. De verhouding tussen de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 1,05. Het risicoprofiel laat hiermee zien dat het weerstandsvermogen toereikend is. In de 'Kaderbrief begroting 2021 gemeenschappelijke regelingen' was effectief risicomanagement een speerpunt voor 2021. Wij hebben u om deze reden verzocht in de begroting 2022 een geactualiseerde onderbouwde risicoparagraaf op te nemen. Ook is aangegeven dat in principe een ratio van maximaal 1,0 aangehouden kan worden, omdat een hogere risicobuffer bij de verbonden partij niet noodzakelijk is. In de reactie op de zienswijze is aangegeven dat u hiertoe een extern bureau in handen heeft genomen.
Dit heeft niet geleid tot het actualiseren van de 'Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement' uit 2016. Wij zijn benieuwd naar de reden en verzoeken u in de planning aan te geven wanneer de nota door het Algemeen Bestuur alsnog zal worden vastgesteld. 4. Ziekteverzuim en Covid-19 Wij stellen het zeer op prijs dat de ODH in het Covid-19 tijdperk in staat is geweest de werkzaamheden zoveel mogelijk op te pakken en veel van de taken heeft kunnen uitvoeren. Covid-19 zal ook zijn effect hebben op de activiteiten en cijfers voor de komende jaren. Medewerkers gaan mogelijk meer thuiswerken. Wij zijn benieuwd naar de gevolgen voor de bedrijfsvoering en de daaraan gekoppelde kosten, zoals onder andere de kosten voor overhead. In een eerdere zienswijze is gevraagd om aandacht te besteden aan het ziekteverzuim binnen de ODH. De daling van het ziekteverzuim is een opvallende verbetering. Het is goed om te lezen dat langdurige gevallen op regelmatige basis worden besproken in het Sociaal Medisch Team (SMT). Ziekteverzuim verdient continue aandacht, niet alleen voor de langdurige ziektegevallen maar ook voor het korte ziekteverzuim is blijvend aandacht nodig. Wij zijn dan ook benieuwd of er nog onderzoek komt naar de positieve verandering van het ziekteverzuim. Is de daling het gevolg van het thuiswerken of zijn er nog andere oorzaken aan te wijzen? 5.
Toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken Het Rijk (commissie Van Aartsen) en de provincie (doorontwikkeling omgevingsdiensten) hebben beide recent een rapport gepubliceerd over de toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken. Centraal staat dat omgevingsdiensten meer moeten gaan investeren in deskundigheid om maatschappelijk van grotere betekenis te zijn. Graag worden wij door het bestuur geïnformeerd over de mogelijke inhoudelijke en financiële consequenties van de rapporten voor de gemeente Tot slot gaan wij ervan uit dat de aanbevelingen van de rekeningcommissie worden overgenomen.
pagina
2/3
briefnummer
1121632
Na de vergadering van het Algemeen Bestuur, waarin de begroting wordt vastgesteld dienen wij geïnformeerd te worden over wat er met onze zienswijze is gebeurd. Uw schriftelijke reactie op de zienswijze ontvangen wij graag zo spoedig mogelijk na die vergadering.
Hoogachtend, de raad van Pijnacker-Nootdorp,
drs. B.S.M. Sepers griffier
pagina
3/3
mw. F. Ravestein voorzitter