Nota zienswijzen Geothermie
Tekst van het document
4747736
Nota Zienswijzen Zienswijze en beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan Geothermie Rotterdamseweg
Gemeente Delft Ruimte Advies Februari 2022
2
Zienswijzen Van 30 november 2021 tot en met 10 januari 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen op het Stadskantoor, via bekendmakingen.nl en op ruimtelijkeplannen.nl (de landelijke voorziening). De schriftelijke zienswijzen zijn hieronder weergegeven. Nr. 1 2 3
Datum 2 januari 2022 7 januari 2022 10 januari 2022
Belangenvereniging TU Noord AM Bedrijven Kring Schieoevers (BKS)
In dit onderdeel zijn de Zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Hierbij wordt ook steeds aangegeven of de reactie leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De reacties zijn – met uitzondering van de reacties van rechtspersonen - geanonimiseerd in verband met privacy. Alvorens hieronder de zienswijzen worden besproken nog een algemene opmerking voorafgaand. Het project Geothermie Rotterdamseweg kent verschillende bevoegd gezagen. De provincie is bevoegd gezag over de warmtekrachtcentrale (WKS) en het ministerie van EZK is bevoegd gezag ten aanzien voor de omgevingsvergunning diepboringen, omgevingsvergunning aardwarmteproductie inrichting, de winningsvergunning en instemming winningsplan. De gemeente is bevoegd gezag ten aanzien het herzien van het bestemmingsplan om het winnen van aardwarmte planologisch mogelijk te maken en het verlenen van de omgevingsvergunning aanleg locatie. Ten tijde van de ter visie legging en ook bij de zienswijzen zijn naast reacties op de herziening van het bestemmingsplan ook reacties c.q. technische vragen gesteld die buiten de bevoegdheid van de gemeente vallen. Deze vragen heeft de Belangenvereniging TU Noord een op een met (de technisch specialisten van) GTD besproken. Deze zijn ten dele wel meegenomen in deze Nota zienswijzen, met dien verstande dat de gemeente hier verder niet over kan besluiten.
Voor de volledigheid is als bijlage bij deze Nota zienswijzen een oplegger van GTD opgenomen met de technische vragen en de beantwoording daarop van GTD. Bij de vragen is ook expliciet aangegeven in welke (omgevingsvergunning)fase dit nader wordt uitgewerkt/ onderzocht en beoordeeld.
3
1.1
Zienswijze
In het Ontwikkelplan Schieoevers Noord wordt expliciet aandacht besteed aan de wenselijkheid van geothermische warmte, waarbij tijdige beschikbaarheid echter ook wordt betwijfeld. De plannen voor onder andere Nieuwe Haven (Schiekwartier) en het Kabeldistrict bevinden zich reeds in een vergevorderd stadium. Kan worden toegelicht hoe dit plan concreet aansluit op deze ontwikkelingen?
Beantwoording
De lijn van inzet van warmte in Delft is dat bronnen met een hoge temperatuur zoals restwarmte uit de WarmtelinQ en diepe aardwarmte uit geothermie worden ingezet voor de bestaande bebouwde omgeving. Hiervoor wordt gekozen omdat de warmtevraag bij bestaande bouw ondanks verregaande isolatiemaatregelen per Woning Equivalent nog vele malen hoger is dan die van nieuwbouw. Nieuwbouw ontwikkelingen op de Schieoevers zoals de Nieuwe Haven en het Kabeldistrict voorzien in principe in hun eigen warmtevoorziening, bijvoorbeeld d.m.v. bodemenergiesystemen. Mogelijk kan de warmte van de hoge temperatuur warmtenet in de zomer wel worden gebruikt voor opwarming (regeneratie) van warmte koude opslagsystemen in de bodem.
1.2
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
Zienswijze
Het beleidskader is uitgebreid beschreven al is de relevantie in veel gevallen niet concreet gemaakt. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt genoemd. Deze is vervallen en opgevolgd door de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Belangrijk rijksbeleid voor aardwarmte is te vinden in de Structuurvisie Ondergrond (STRONG). Ook ontbreekt de relatie met de regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag. Kan het beleidskader worden aangevuld met relevante verwijzingen?
Beantwoording
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is in het beleidskader van de toelichting van het bestemmingsplan vervangen door de Nationale Omgevingsvisie (Novi). Verder is de Structuurvisie Ondergrond alsmede de regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag opgenomen. In de Structuurvisie Ondergrond staat het beleid
4
voor activiteiten in de diepe ondergrond, met centraal de drinkwatervoorziening en mijnbouw. Veel aandacht is er voor veiligheid en het tijdig betrekken van de omgeving bij nieuwe activiteiten in de ondergrond. Tevens is vastgelegd om de potenties voor geothermie zoveel mogelijk te benutten. De Regionale Energie Strategie 1.0 Rotterdam Den Haag is een belangrijk beleidskader voor deze ontwikkeling. Hierin is o.a. opgenomen dat de regio de beschikbare rest- en aardwarmte wil benutten in een toekomstbestendige energiemix. De potentie van aardwarmte in de regio wordt geschat op 23 tot 33 PJ.
1.3
1.4
Conclusie
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan
Zienswijze
Kan informatie over de ondergrond worden aangevuld?
Beantwoording
Het risico op bodem- of drinkwaterverontreiniging door geothermieprojecten is momenteel een actief discussiepunt tussen de geothermie- en drinkwatersector. Algemene richtlijnen (de industriestandaard Duurzaam Putontwerp) wordt voor ieder project gehanteerd. Dat is opgezet om bodem- en drinkwaterverontreiniging te voorkomen. Daarnaast wordt er per definitie niet in grondwaterbeschermingsgebieden of drinkwatervoorraden geboord. Ter plaatse van het plangebied is geen grondwaterbeschermingsgebied aanwezig. Er wordt geen drinkwater gewonnen in en rondom Delft. De gevraagde informatie over de ondergrond wordt aangevuld in het kader van winningsvergunning- en plan. Hiervoor worden geologische onderzoeken en een SRA (Seismische Risico Analyse) uitgevoerd. In de Seismische Risico Analyse wordt onderzoek gedaan naar de kans op trillingen en de aanwezigheid van breuklijnen.
Conclusie
Deze zienswijze kan niet bij de behandeling van de bestemmingsplanprocedure worden meegenomen en hoort thuis bij een ander bevoegd gezag (provincie of ministerie van EZK).
Zienswijze
In het plan zien we een aantal akoestische onderzoeken in detail beschreven. Wij zien echter ook dat een aantal mogelijke vormen van geluidhinder in deze onderzoeken nog niet is onderzocht:
5
a. De geluidbelasting op de nog te bouwen woningen in het gebied Nieuwe Haven (Schiekwartier) recht tegenover het plangebied en daarmee dichter bij de geluidbron dan de onderzochte woningen en gebouwen; b. Kan de geluidbelasting ten gevolge van flaring worden meegenomen in de akoestische onderzoeken? Geluidoverlast door laagfrequent geluid via de bodem en de lucht? Beantwoording
1.5
a. Hoewel niet expliciet benoemd, is bij de beoordeling ook rekening gehouden met de beoogde nieuwbouw van het Schiekwartier/Nieuwe Haven. De geluidsbelasting op deze beoogde woningen als gevolg van de bestemde activiteit vormt hiervoor met een berekende hoogste gevelbelasting van 48 dB(A) etmaalwaarde geen belemmering. Dit wordt alsnog expliciet opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. b. Het geluid van de flare is weldegelijk meegenomen in het akoestisch onderzoek. In de reguliere bedrijfssituatie wordt de flare dagelijks 5 minuten getest. In incidentele gevallen kan de flare worden gebruikt. Gelet op de frequentie en tijdsduur is dit incidentele gebruik ruimtelijk goed inpasbaar; ook met betrekking tot de beoogde nieuwbouw van het Schiekwartier. In het kader van vergunningverlening zal het bevoegd gezag (Min EZK) een verdere afweging maken omtrent nut en noodzaak (ook van aanvullend onderzoek). c. Gelet op de activiteit Geothermie kan niet worden uitgesloten dat laagfrequent geluid op kan treden. Staatstoezicht op de Mijnen (Sodm) hanteert sinds 2019 een protocol laagfrequent geluid en is gestart met een proactieve aanpak voor laagfrequent geluid. In het kader van vergunningverlening zal het bevoegd gezag (Min EZK) een verdere afweging maken omtrent nut en noodzaak (ook van aanvullend onderzoek).
Conclusie
Deze zienswijze onder a. leidt tot aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan. De overige delen van de zienswijze kunnen niet bij de behandeling van de bestemmingsplanprocedure worden meegenomen. Deze horen thuis bij een ander bevoegd gezag (provincie of ministerie van EZK).
Zienswijze
We vragen over flaring het volgende
6
a. Te onderzoeken of er aanvullende veiligheidsopties mogelijk zijn die het aantal keren dat een flare gebruikt moet worden verder kan terugbrengen. We denken bijvoorbeeld aan het tijdelijk terug injecteren van het gas in de koude put in het geval van een calamiteit. b. Het toepassen van een geluiddemper of muffler die de geluidsdruk van flaring reduceert en de vlam aan het gezicht onttrekt. Als voorbeeld zou de Kathedraal in Den Haag kunnen dienen. c. Om tijdens het fakkelen roetvorming te voorkomen bijvoorbeeld door stoom (gegenereerd in de naastgelegen warmtekrachtinstallatie) mee te injecteren in de flare. d. Na te gaan of het gebruik van een continue waakvlam beter vervangen kan worden door gebruik te maken van een alternatief ontstekingssysteem, spark ignition device.
1.6
Beantwoording
Aangezien het bestemmingsplan het planologisch mogelijk maakt dat het geothermieproject wordt ingepast in stedelijke omgeving, wordt door ons verwacht dat initiatiefnemer in afstemming met de omgeving en het bevoegd gezag bij het ontwerp ook nadrukkelijk de wijze betrekt hoe om te gaan met flaring. Dit valt echter onder de omgevingsvergunning van de installatie zelf en niet onder het bestemmingsplan.
Conclusie
Deze zienswijze kan niet bij de behandeling van de bestemmingsplanprocedure worden meegenomen en hoort thuis bij een ander bevoegd gezag (provincie of ministerie van EZK).
Zienswijze
Ten aanzien van chemische stoffen: a. Welke maatregelen worden getroffen om filtering, opslag, vervoer en verwerking van deze stoffen veilig te laten verlopen? b. Welke corrosiewerende stoffen en/of technieken zullen er worden toegepast en welke maatregelen worden er getroffen om effecten daarvan op de omgeving, grondwater en omwonenden uit te sluiten of zoveel mogelijk te beperken? c. Wordt het gebruik van dit soort middelen bij het Geothermie Delft project uitgesloten en zo niet, kan er dan inzicht gegeven worden in het gebruik van deze middelen en de maatregelen die genomen worden om de effecten daarvan op de omgeving en omwonenden uit te sluiten?
7
Beantwoording
1.7
1.8
a. Gebruik van chemische stoffen wordt beschreven en uitgelegd in winningsvergunning/winningsplan. Stoffen worden afgevoerd door een gecertificeerde verwerker. b. In aanvulling op a; naar verwachting wordt een inhibitor gebruikt om integriteit van geothermie installatie te borgen. Dit is echter aan de initiatiefnemer. c. Fracking wordt voor deze locatie niet toegepast.
Conclusie
Deze zienswijze kan niet bij de behandeling van de bestemmingsplanprocedure worden meegenomen en hoort thuis bij een ander bevoegd gezag (provincie of ministerie van EZK).
Zienswijze
Kan een duidelijke coördinatie van activiteiten met andere projecten geborgd worden om met name het afvoeren van het boorgruis soepel te laten verlopen via routes die de woonomgeving zo min mogelijk belasten?
Beantwoording
De komende jaren zullen er meerdere ontwikkelingen plaatsvinden rondom het plangebied. Deze ontwikkelingen zullen in verschillende fases worden uitgevoerd, waarbij de belangen van betrokkenen in de omgeving in ogenschouw worden genomen. Voor de Geothermie ontwikkeling zal er met name gedurende de aanleg- en boorwerkzaamheden een toename zijn van bouwverkeer. Het is van belang dat er geen of (zeer) beperkt voor de verschillende verkeersdeelnemers, bedrijven en omwonenden zal ontstaan. De uitwerking hiervan wordt opgenomen in het Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatieplan (BLVC-plan). Ook zal er rekening worden gehouden met de verschillende projecten om (indien mogelijk) de werkzaamheden te coördineren. Dit zal echter afhangen van de planning en fasering van deze projecten.
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
Zienswijze
Vragen die nog leven ten aanzien van monitoring van het plan zijn de volgende. • Wordt micro-seismicity gemonitord en zo ja hoe? • Wordt well-integrity gemonitord en zo ja hoe? • Hoe wordt (zout) afvalwater, bijvoorbeeld voor flushing, geloosd?
8
2.1
Beantwoording
In het algemeen geldt dat juist in dit project veel onderzoek gedaan wordt naar ondergrondse bewegingen en integriteit van de gehele installatie, omdat het geothermieproject ook een onderzoeksproject betreft. De gevraagde informatie over de monitoring ten aanzien van micro-seismicity/well integrity wordt aangevuld in het kader van winningsvergunning- en plan. Hiervoor worden geologische onderzoeken en een SRA (Seismische Risico Analyse) uitgevoerd. Voor Delft wordt er nog aanvullend monitoring op micro-seismicity uitgevoerd in het kader van onderzoek naar geothermie. Afvalwater wordt alleen geloosd in de testfase van het project. Als dit gebeurt, wordt er door de initiatiefnemer een watervergunning aangevraagd en naar verwachting geloosd op een groot (zout) waterlichaam.
Conclusie
Deze zienswijze kan niet bij de behandeling van de bestemmingsplanprocedure worden meegenomen en hoort thuis bij een ander bevoegd gezag (provincie of ministerie van EZK).
Zienswijze
Bij het aspect externe veiligheid is wel rekening gehouden met onze ontwikkelingen. Van het aspect geluid kunnen wij niet uit de stukken achterhalen in hoeverre hier rekening is gehouden met woonfuncties zoals in onze plannen en het concept Bestemmingsplan Schieoevers Noord zijn verwerkt.
Beantwoording
Hoewel niet expliciet benoemd, is bij de beoordeling ook rekening gehouden met de beoogde nieuwbouw van het Schiekwartier/Nieuwe Haven. De geluidsbelasting op deze beoogde woningen als gevolg van de bestemde activiteit vormt hiervoor met een berekende hoogste gevelbelasting van 48 dB(A) etmaalwaarde geen belemmering. Dit wordt alsnog expliciet opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan.
Conclusie
Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan
9
3.1
3.2
Zienswijze
Uit het bestemmingsplan lijkt te volgen dat de warmte vooralsnog alleen zal worden gebruikt ten behoeve van de TU Delft Campus. Wij spreken de hoop uit dat er een vervolg komt waarbij ook de inwoners en ondernemers van Delft gebruik zullen kunnen maken van de voorzieningen ten behoeve van het winnen van aardwarmte. Daarmee kunnen de bedrijven voldoen aan hun duurzaamheidsdoelstellingen en wordt de relatie tussen de TU Delft campus en de bedrijvigheid langs de Rotterdamseweg versterkt.
Beantwoording
Het is nadrukkelijk de bedoeling dat nadat het bestaande warmtenet van de TU is voorzien van duurzame warmte uit de geothermie bron het overgebleven potentieel wordt ingezet voor de overige bestaande bebouwde omgeving in Delft. In eerste instantie wordt gedacht aan het Open Warmte Net van Voorhof en Buitenhof, maar daarnaast is ook de nabije omgeving van de TU in beeld. Wij denken dan aan de CBS buurten TU Noord en Bedrijventerrein Rotterdamseweg Noord. E.e.a. is vastgelegd in het Warmteplan Delft.
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
Zienswijze
BKS geeft aan dat de gemeente uitvoerig de tijd neemt om stukken voor te bereiden, maar burgers en ondernemers weinig tijd gegund wordt om een inhoudelijke reactie te formuleren. Mede in het kader van de naderende Omgevingswet willen wij nogmaals benadrukken dat een goede participatie ook inhoudt dat er voldoende tijd beschikbaar is om een reactie te geven.
Beantwoording
Zoals bij de meeste projecten kent ook dit project van de geothermie een lange voorbereidingstijd van zowel de initiatiefnemer als de gemeente. De lange voorbereidingstijd van geothermie komt mede ook doordat voor het project geothermie participatie en overleggen met de betrokken partijen heeft plaatsgevonden. Ten behoeve van de planontwikkeling van geothermie is een intern participatieplan opgesteld. Hierbij zijn alle stakeholders in beeld gebracht. Daarbij geldt dat er verschillende niveaus en vormen van participatie zijn. Voor zover het betreft het bestemmingsplan is het belangrijk dat de directe omgeving en andere betrokken een correct beeld hebben bij de toekomstige functie en gebruik en het proces om te komen tot deze ontwikkeling. Dit gebeurt door met stakeholders in gesprek te gaan en te informeren. De maximale termijn om vervolgens formeel met een zienswijze op een ontwerp bestemmingsplan te reageren is zowel onder de huidige wetgeving als straks onder de Omgevingswet wettelijk bepaald. De gemeente kan hier dus niet van afwijken. 10
3.3
3.4
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
Zienswijze
In de toelichting is aangegeven dat de bron klimaatneutrale warmte voor de TU Delft campus en andere wijken in de stad zal leveren. De wijken Buitenhof en Voorhof zijn genoemd als wijken die daarvoor geschikt zijn. In de aanmeldnotitie ten behoeve van de m.e.r.-beoordeling en in het bestemmingsplan wordt echter geen aandacht besteed aan de ambitie om met de geothermie ook woningen in Buitenhof en Voorhof te verwarmen, inclusief de daarbij behorende infrastructuur richting deze wijken die ook het gebied Schieoevers Noord zullen kruisen. Het is dan ook de vraag of de besluitvorming op dit punt - dat geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld - op juiste gronden is genomen.
Beantwoording
Het bestemmingsplan maakt alleen de installatie van de geothermie mogelijk, en dus niet de aanleg van een open warmtenet richting andere wijken. Het bestemmingsplan zal, voor zover het de boorinrichting betreft (in dit geval de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit) niet méér mogelijk maken dan in de omgevingsvergunning bij het ministerie van EZK. Voor de boorfase is een m.e.r.-beoordeling opgesteld. Overige activiteiten, zoals de parkeergarage, zijn niet activiteiten die voorkomen in het besluit-mer. Op grond daarvan kan op basis van vaste jurisprudentie van de Raad van State (onder andere: ABRvS 20 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2066) worden gesteld dat de vaststelling van het bestemminsplan niet zelfstandig m.e.r.-(beoordelings)plichtig is.
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
Zienswijze
Bij de aardwarmtewinning wordt water opgepompt en weer teruggevoerd in de ondergrondse aardlaag. Daarbij ontstaan ook temperatuurverschillen en trillingen. Onduidelijk is welke gevolgen de activiteiten hebben voor de bodem en of dit leidt tot bodemverzakking. BKS vraagt zich af of de gevolgen van de warmteonttrekking op dit punt wel voldoende zijn onderzocht, nu de toelichting en onderliggende rapporten hier niet op in lijken te gaan.
Beantwoording
De gevraagde informatie over de ondergrond wordt aangevuld in het kader van winningsvergunning- en plan. Hiervoor worden geologische onderzoeken en een SRA (Seismische Risico Analyse) uitgevoerd. In de Seismische Risico Analyse wordt onderzoek gedaan naar de kans op trillingen en bodemverzakkingen.
11
3.5
3.6
Conclusie
Deze zienswijze kan niet bij de behandeling van de bestemmingsplanprocedure worden meegenomen en hoort thuis bij een ander bevoegd gezag (provincie of ministerie van EZK).
Zienswijze
De bouw van de geothermiecentrale leidt tot geluidsoverlast binnen een afstand van 300 meter. Zowel tijdens het bouwrijp maken, de boorfase als de inrichting zullen overschrijdingen van de grenswaarden ten aanzien van het binnen-niveau voor zowel het equivalente als het maximale geluidniveau optreden. Wij vragen ons af de beperking van de geluidhinder voldoende is geborgd in het bestemmingsplan en of dit in overeenstemming is met de wettelijke vereisten ten aanzien van geluidhinder. Uitgangspunt is dat er bij de productie niet meer geluid dan 50 dB(A) zal worden geproduceerd. Een onderbouwing hiervoor ontbreekt echter. Er zijn geen gegevens over de te gebruiken transformatoren en pompen verstrekt.
Beantwoording
Het bestemmingsplan richt zich op de gebruiksfase van de geothermie-activiteit. De beoordeling van het bouwrijp maken, de boorfase als de inrichting van de geothermie-activiteit maakt geen deel uit van de beoordeling in het kader van het bestemmingsplan. Dit wordt gereguleerd middels aparte vergunningen dan wel algemene regels. Het akoestisch onderzoek voor de gebruiksfase betreft een prognoserapport. In dit stadium is de inpassing aan de hand van een soortgelijk project akoestisch onderzocht. Naar ons oordeel is voldoende inzichtelijk gemaakt dat de geluidbelasting als gevolg van de geothermie-activiteit bij (toekomstige) woningen voldoet aan de standaardgrenswaarde voor gemengd gebied van 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor de gebruiksfase is tevens een omgevingsvergunning mijnbouwactiviteit vereist. In het kader van deze vergunning zal de geluidsbelasting op de gevel van woningen ook nog worden getoetst.
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
Zienswijze
Van belang is dat er zowel tijdens het bouwproces als de gebruiksfase sprake zal zijn van een voldoende verkeersveilige situatie op de Rotterdamseweg. De weg fungeert als toegangsweg van het gebied en dient in dat kader goed toegankelijk te blijven. Nu de naastgelegen parkeergarage inmiddels is gerealiseerd, betekent dit dat er meer autoverkeer plaatsvindt richting het plangebied. Het is voor de bedrijven van belang dat zij, ook tijdens het bouwproces, goed bereikbaar blijven. De doorstroming, verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling op de Rotterdamseweg dient te worden geborgd. BKS verzoekt u daar rekening mee te houden.
12
Beantwoording
De Rotterdamseweg is een belangrijk onderdeel van het autowegennet en fietsnetwerk. Bij bouwwerkzaamheden is het daarom van belang dat er geen of (zeer) beperkt hinder voor de verschillende verkeersdeelnemers zal ontstaan. De uitwerking hiervan wordt opgenomen in het Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatieplan (BLVC-plan). De doorstroming, verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling op de Rotterdamseweg zal prioriteit hebben in het BLVC-plan, zodat de bedrijven in de omgeving goed bereikbaar blijven.
Conclusie
Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan
13