Nota Samen thuis in Delft
Tekst van het document
Nota Samen thuis in Delft
42
Maatschappelijke voorzieningen Laagdrempelige buurtvoorzieningen zoals bibliotheken, wijk centra en sportparken/sportaccommodaties zijn belangrijke verblijfsplekken voor bewoners. Met name in kwetsbare buurten groeien basisvoorzieningen mee met de veranderende vraag. Maatschappelijke voorzieningen zijn voor iedereen toegankelijk die dat wil of nodig heeft. Toegankelijkheid gaat over de aanwezigheid, nabijheid, bekendheid, betaalbaarheid en fysieke en sociale toegankelijkheid. Deze voorzieningen dragen bij aan een complete en inclusieve stad. Bij verschillende voorzieningen kunnen nog drempels weggenomen worden en kan de toegankelijkheid nog verbeteren. Dit betreft bijvoorbeeld het Rietveld Theater en Theater de Veste. Er zijn voorstellen gedaan om tot aanpassingen in deze gebouwen te komen, die komend jaar verder worden uitgewerkt en uitgevoerd (bij Theater de Veste nog op voorwaarde dat hier middelen voor beschikbaar komen). Door aan te haken op ontwikkelingen in de wijken wordt bijvoorbeeld ook aan het thema van nabijheid gewerkt.
Sportstimulering Ook vanuit het Delfts Sportakkoord (I en II)67 is aandacht voor dit thema. Zo hebben diverse bijeenkomsten/workshops plaatsgevonden, bijvoorbeeld in samenwerking met de John Blankenstein Foundation en DWH en is een PR-campagne geweest over een inclusieve sport. Ook worden sportverenigingen vanuit het Delfts Sportakkoord (I en II) gestimuleerd om te voldoen aan de vier basiseisen voor een sociaal veilige sport.68 De sportpedagoog (combinatiefunctionaris van Haaglanden Beweegt/Delft voor Elkaar) is ook actief op dit thema en ondersteunt verenigingen waar mogelijk. Vanuit het Hoofdlijnen Sportakkoord (landelijk Sportakkoord) is de verplichting
opgenomen dat gemeenten een Actieplan Sociaal Veilig Sportklimaat moeten opstellen. Vanuit het Delfts Sportakkoord II wordt dat nu ook uitgewerkt.
Armoede en schulden Delft werkt aan toegankelijke communicatie over armoedebestrijding en schuldhulpverlening, onder andere via beeldende en anderstalige middelen. Ook verstevigen we het lokale netwerk: meer verbinding tussen het informele netwerk (bijvoorbeeld van
sleutelfiguren en belangenverenigingen, maar ook van jongerenwerk) en professionele organisaties (gemeenten, organisaties financiële hulpverlening). In het kader van de Kinderopvangtoeslagaffaire (KOTA) bieden we gedupeerde ouders persoonlijke begeleiding en herstelondersteuning. We doen dit in samenwerking met landelijke en lokale partners, met als doel het vertrouwen te herstellen en perspectief te bieden.
67 Zie link: Delfts Sportakkoord 2 68 Basiseisen sociale veiligheid in de sport - NOCNSF
Nota Samen thuis in Delft
43
Museum Prinsenhof Delft De gemeente Delft weet uit ervaring dat elkaar beter leren kennen, maar ook historisch besef69 bijdraagt aan een gevoel van verbondenheid. Door middel van het programma De Delftse Blik is het museum Prinsenhof de afgelopen vier jaar een aanjager geweest om verschillende perspectieven samen te brengen in het museum én in de stad. En om saamhorigheid te creëren onder stadsgenoten. Ook mensen die het gevoel hebben niet gezien te worden en daarmee minder onderdeel van de samenleving zijn, worden betrokken actief deel te nemen. Door het gesprek te stimuleren en ruimte te bieden voor de meerstemmigheid binnen de samenleving droeg de Delftse Blik bij aan diversiteit en inclusie binnen Delft. Museum Prinsenhof Delft heeft ook een toegankelijkheidsvisie opgesteld. Door investeringen in de fysieke, sociale, inhoudelijke, digitale, financiële en representatieve toegankelijkheid van het museum zijn letterlijk en figuurlijk de drempels weggehaald en is het museum als het weer open gaat voor iedereen toegankelijk.
Gelijke kansen/Onderwijs In de Delftse Educatieve Agenda 2024-2027 (DEA) hebben gemeente, schoolbesturen en kinderopvang de gezamenlijke opdracht vastgelegd om toe te werken naar een grotere kansengelijkheid in het onderwijs en de kinderopvang. Vanuit deze opdracht zijn drie ambities opgesteld; 1. Aansluiting zorg en onderwijs (onder andere verbeteren preventieve zorgstructuur); 2. Educatie voor iedereen (inclusiever onderwijs en doorgaande leerlijnen en betere overgangen); 3. Kansen vergroten (taalontwikkeling en toegankelijk maken van het educatieve aanbod).
Er is een uitvoeringsagenda opgesteld met een jaarplan 20242025 waarin de activiteiten zijn opgenomen om de ambities uit de DEA te realiseren.
Sociale basis De sociale basis gaat over de mogelijkheden die inwoners hebben om elkaar te ontmoeten, om te ontspannen en zich te ontplooien. En het gaat over het geven en krijgen van steun van mensen in de eigen omgeving. Als de sociale basis sterk is, nemen mensen deel in verschillende sociale netwerken op een manier die hen goed doet. Een stevige sociale basis is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Niet iedereen heeft een netwerk waar men zich thuis voelt en op terug kan vallen. Daarom is extra aandacht nodig om ook hen een sterke sociale basis te bieden en versterkt de gemeente dit fundament. Zodat inwoners in Delft prettig kunnen samenleven en kunnen meedoen.
Zorg en Wmo Vanuit de gemeente sturen we erop dat Delftse zorgaanbieders ervoor zorgen dat hun professionals alert en sensitief zijn als het gaat om inclusie en diversiteit, zodat zij maatwerk kunnen leveren voor alle verschillende groepen burgers.
Communicatie De gemeente wil verbindend zijn en vindt heldere taal belangrijk. Ook willen we graag dat elke Delftenaar onze dienst verlening goed kan vinden. Onze teksten in brieven en op de website zijn daarom op B1-niveau. Belangrijke brieven en communicatiemiddelen testen we bij bewonerspanels. En op onze kanalen (Stadskrant en social media) laten we zoveel mogelijk verschillende Delftenaren aan het woord over onze
dienstverlening of wat zij voor de stad doen en wat zij van de stad vinden. Zo investeren we in een inclusiever beeld van de stad. Ook zijn wij als gemeente voortdurend op zoek naar manieren waarop we beter in contact kunnen komen met Delftenaren die we nu moeilijk weten te bereiken. Dit kan bijvoorbeeld zijn via huisbezoeken of sleutelorganisaties/personen. Om het belang van heldere communicatie te benadrukken, ondertekende de gemeente in 2019 de Direct Duidelijk-deal, een initiatief voor heldere overheidscommunicatie.
Openbare orde en veiligheid Binnen de aanpak radicalisering, extremisme en polarisatie zetten we in op het bevorderen van inclusiviteit, onder andere door de veerkracht en weerbaarheid van jongeren te versterken. Een belangrijk instrument hierbij is de BOUNCE-training, die jongeren ondersteunt bij het ontwikkelen van een sterke identiteit, hen helpt hun eigen talenten en kwaliteiten te ontdekken, en hen stimuleert om met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Tegelijkertijd leren zij overeenkomsten met anderen te herkennen en op een positieve en respectvolle manier om te gaan met verschillen. Verder is in Delft het Strategisch Netwerk Radicalisering en Polarisatie (SNRP) actief. Hierin werken vijftien betrokken inwoners, die diverse religieuze, culturele en maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen, samen aan het versterken van dialoog en verbinding in de stad. Voor professionals bieden we daarnaast trainingen aan op het gebied van interculturele professionaliteit. Deze trainingen vergroten het bewustzijn van de eigen culturele achtergrond en de invloed daarvan op gedrag en interactie met anderen. En ze stimuleren om vanuit verschillende perspectieven naar problemen te kijken en inclusiever te denken en handelen.
69 Historisch besef helpt om te snappen waar mede-inwoners vandaan komen en wat diegene meenemen uit het verleden.
Nota Samen thuis in Delft
44
Preventie met Gezag (PmG) Binnen Preventie met Gezag stimuleren we de positieve ontwikkeling van de jeugd, zodat zij op een positieve manier van invloed kunnen zijn op hun leefomgeving. Waar dat nodig is, stellen we grenzen. Ons doel is dat minder kinderen, jongeren en jongvolwassenen in contact komen met crimineel gedrag of daarin afglijden. We werken vanuit de filosofie van Bronfenbrenner, waarin de jongere wordt gezien in samenhang met alle omringende systemen. Daarom zoeken we actief de samenwerking met netwerken rondom jongeren. In Delft zijn veel zelforganisaties, maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren actief die opereren rond thema’s die in de stad leven. Op basis van inhoudelijke thema’s gaan we vanuit partnerschap gericht de verbinding aan met deze informele organisaties, met bijzondere aandacht voor Delft-West.
Re-integratie en participatie Het gemeentelijke ontwikkelbedrijf Werkse! heeft een groot arsenaal speciale instrumenten om mensen met een beperking te ondersteunen bij het vinden van werk. Denk hierbij aan onder meer Jobcoaching, werkplekaanpassingen, meeneembare voorzieningen, loonkostensubsidies en beschut werk. Speciale aandacht is er hierbij voor mensen met een psychische kwetsbaarheid waar in samenwerking met GGZ Delfland een speciale aanpak voor is ontwikkeld. Er is een werkgeversnetwerk opgezet om het toepassen van het speciale instrumentarium bij werkgevers te vergroten alsmede de inclusiviteitsgedachte. Veel aandacht wordt besteed aan het vergroten van de bekendheid van de mogelijkheden via websites, marketing, events, en zichtbaar zijn in de wijk (zoals Wij West in de Hoven).
Ook zijn er diverse plekken beschikbaar waar mensen met een beperking een zinvolle dagbesteding kunnen hebben als regulier werk (nog) niet aan de orde is (denk aan Stunt, Firma van Buiten en Doel Delfland).
Basisvaardigheden Als je laaggeletterd bent dan beïnvloedt dat bijna elk aspect van het dagelijks leven. Het vormt een verborgen barrière voor emancipatie, omdat het mensen belemmert om volledig deel te nemen aan de samenleving. In Delft vinden we het belangrijk dat alle inwoners voldoende basisvaardigheden (taal-, reken- en digivaardigheden) hebben om hun eigen leven vorm te geven en naar vermogen mee te doen in de samenleving. Zodat zij goed kunnen wonen, werken en leven in Delft. Om dit te bereiken werkt de gemeente Delft aan het verbeteren van het bereik en de kwaliteit van het aanbod voor basisvaardigheden. Dit gebeurt onder andere via de nota ‘Taal werkt! 2.0 Delfts programma voor basiseducatie voor volwassenen 2021-2025’, en in samenwerking met andere gemeenten in de regio Haaglanden. Ons doel is om meer laaggeletterde Delftenaren te bereiken met een op maat gemaakt aanbod.
Toegankelijkheid van cultuuraanbod in Delft is belangrijk. Het cultuuraanbod is gelijkwaardig toegankelijk voor iedereen. Meedoen met cultuur in een inclusieve én verbonden stad betekent in onze ogen dat inwoners zich herkennen in en deelnemen aan het inclusieve aanbod van een representatieve cultuursector. In samenwerking met culturele en maatschappelijke partners in de stad stimuleren we dat inwoners zo min mogelijk drempels ervaren om deel te nemen aan het cultuuraanbod. Een meer toegankelijk en inclusief cultuuraanbod begint bij onze representatieve cultuurpartners. Hun programma, publiek, personeel en hun samenwerkende partners zijn een weer spiegeling van een diverse samenleving. Hun herkenbare aanbod sluit aan bij de behoeften en wensen van een brede groep inwoners van Delft.
Cultuur Delft werkt aan een verbonden stad. Cultuur brengt ontmoeting en verbinding tussen mensen tot stand en bevordert de actieve deelname van mensen aan de samenleving. Immers, door vanuit gezamenlijke interesses en talenten kunst en cultuur te beleven en te maken, overbruggen we verschillen. Dit draagt bij aan meer begrip voor elkaar en aan een open geest. Kunst en cultuur dragen op die manier actief bij aan burgerschap, aan het tegengaan van polarisatie, aan gedeelde waarden van een democratische samenleving. Cultuur werkt verbindend en preventief en draagt daarmee bij aan een verbonden stad.
Nota Samen thuis in Delft
45
Monitoring en voortgang
Nota Samen thuis in Delft
46
Het meetbaar maken van beleid op het gebied van inclusief samenleven is belangrijk, maar tegelijkertijd uitdagend. De effecten van dit beleid laten zich niet altijd gemakkelijk vangen in harde cijfers, mede doordat maatschappelijke en politieke ontwikkelingen van invloed zijn op zowel de uitvoering als het effect van onze inzet. Toch willen we het beleid op verschillende manieren gaan monitoren en blijven volgen hoe het gaat in de stad en waar behoefte aan is. Voor deze nota hebben we gebruikgemaakt van de resultaten uit de Omnibusenquête 2023. In 2025 volgt een nieuwe editie. De resultaten daarvan beschouwen we als eerste meetmoment na het vaststellen van deze nota, en gebruiken we als uitgangspunt voor het vervolg. Daarbij richten we ons op vier indicatoren: • Discriminatie • Sociale acceptatie LHBTI+ in Delft • Vertrouwen in de politiek • Sociale leefbaarheid Mogelijk passen we enkele vragen in de Omnibusenquête aan of breiden we deze uit, zodat we gerichter kunnen meten wat het beleid oplevert. De nota Samen thuis in Delft is beleid in beweging. Onderweg ontdekken we wat wel of niet bijdraagt aan het realiseren van onze ambities. De thema’s rond inclusief samenleven zijn bovendien gevoelig voor veranderingen in de samenleving. Daarom is het van belang om goed in contact te blijven met inwoners van de stad.
Minstens twee keer per jaar organiseren we een open participatiesessie. Tijdens deze bijeenkomsten gaan we in gesprek met geïnteresseerden over wat zij belangrijk vinden, halen we signalen op en bespreken we de voortgang. Daarnaast vindt gedurende het jaar afstemming plaats met
samenwerkingspartners, waarbij wordt besproken welke signalen zij ontvangen vanuit hun achterban en waar mogelijk aanvullende beleidsmatige aandacht nodig is. De actiepunten in deze nota zijn niet in beton gegoten. Wat nodig is om de ambities van Samen thuis in Delft te realiseren, verandert mee met de stad. Daarom bekijken we elk jaar wat de inzet van het afgelopen jaar heeft opgeleverd, en wat nodig is voor het jaar dat volgt. Op basis van signalen uit de stad, gesprekken met partners en lopende evaluaties herijken we jaarlijks onze koers. Dat doen we aan het einde van het kalenderjaar, zodat we deze herijking kunnen meenemen in de voortgangsbrief aan de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van het beleid voor inclusief samenleven. In een voortgangsbrief rapporteren we welke acties zijn ondernomen voor het realiseren van de vijf ambities en welke inzichten zijn opgehaald via de participatiebijeenkomsten en partners. Ook nemen we in deze brief de jaarlijkse herijking van het actie programma mee: op basis van wat werkt, wat nodig is en wat verandert in de stad, stellen we prioriteiten voor het komende jaar. Zo houden we uitvoering en verantwoording overzichtelijk en verbonden. Elke twee jaar vullen we deze brief aan met de resultaten van de Omnibusenquête, waarmee we trends en ontwikkelingen structureel monitoren.
Nota Samen thuis in Delft
47
Financiën
Nota Samen thuis in Delft
48
De gemeente Delft heeft serieuze ambities op het gebied van inclusief samenleven. Tegelijkertijd opereren we binnen een beperkt financieel kader. Jaarlijks is vanuit de gemeentebegroting een bedrag van € 223.455 beschikbaar voor subsidies, activiteiten en uitvoerende maatregelen binnen dit beleidsterrein. Dit vormt een noodzakelijke basis, maar is beperkt in verhouding tot de brede en hoge ambities uit deze nota. Het budget biedt weinig ruimte om extra in te zetten op aanvullende acties die deze ambities kunnen versterken of versnellen. Daarom richten we ons op effectieve, betaalbare maatregelen en zoeken we actief de samenwerking met partners in de stad. De uitvoering van de nota Samen thuis in Delft is een verantwoordelijkheid van de hele gemeentelijke organisatie. Omdat inclusie raakt aan alle gemeentelijke opgaven, dragen ook andere afdelingen vanuit hun eigen programma bij aan het inclusiever maken van Delft. Het beschikbare centrale budget voor inclusief samenleven wordt volledig ingezet voor uitvoering van de activiteiten en doelstellingen zoals beschreven in deze nota.
Budget 2025 t/m 2029 Het beschikbare centrale budget voor het beleidsveld inclusief Samenleven bestaat uit een vast bedrag uit de gemeente begroting en enkele aanvullende financieringsstromen vanuit de meicirculaire70.
Beschikbare budget 2025 t/m 2029 Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Inclusief Samenleven***
€223.455
€223.455
€ 167.455 223.455
€ 167.455 223.455
€ 167.455 223.455
Meicirculaire regenboogstad (t/m 2026*)
€ 20.000
€ 20.000
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Meicirculaire preventie discriminatie (t/m 2026**)
€ 15.000
€ 15.000
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Vrijgemaakt bedrag voor inrichting herdenkingsplek koloniaal- en slavernijverleden
-
€ 300.000
-
-
-
Totaal
€ 258.455
€ 558.455
€167.455 - 223.455
€ 167.555 223.455
€ 167.555 223.455
* De continuering van deze regeling wordt nog bevestigd, waarschijnlijk komt eind 2025 duidelijkheid. ** Het is onbekend of deze regeling na 2026 voortgang vindt in verband met de invoering van de wets- en stelselwijziging antidiscriminatievoorziening met een beoogde inwerkingtreding van 1 januari 2027. *** Delft ontvangt jaarlijks €0,77 per inwoner via het gemeentefonds voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (WGA). Het is nog onbekend of de gemeente dit bedrag na 2026 blijft ontvangen, in verband met de voorgenomen wets- en stelselwijziging rond antidiscriminatievoorzieningen, die op 1 januari 2027 in werking moet treden.
70 De meicirculaire 2024 informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2024 en verder. Daarnaast gaat de circulaire in op andere financiële onderwerpen die voor de gemeenten van belang zijn.
Nota Samen thuis in Delft
49
Toelichting op aanvullende financieringsstromen • LHBTI-beleid Regenboogsteden: Als officiële Regenboogstad ontvangt Delft jaarlijks tot en met 2026 € 20.000 via de meicirculaire vanuit het ministerie van OCW. Deze middelen zijn bestemd voor de uitvoering van het Actieplan Regenboogstad 2023-2026. De gemeente levert daarnaast ambtelijke capaciteit uit eigen middelen voor het LHBTI+-beleid. • Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (WGA) Jaarlijks ontvangt Delft € 0,77 per inwoner via het gemeentefonds voor de uitvoering van de WGA. Stichting iDb dient jaarlijks een subsidies aanvraag bij ons in voor de uitvoering van de WGA en voor de uitvoering van preventiemaatregelen. • Preventie discriminatie op lokaal niveau: Sinds 2024 ontvangt Delft € 15.000 via de meicirculaire van het ministerie van BZK voor het versterken van de preventie van discriminatie. Deze regeling loopt tot en met 2026. In 2024 is dit budget ingezet voor de ontwikkeling en lancering van een gemeentelijke antidiscriminatiecampagne. • Herdenkingsplek koloniaal- en slavernijverleden: Voor de inrichting van een fysieke herdenkingsplek is in 2026 eenmalig € 300.000 vrijgemaakt (zie Kadernota 2024).
Uitgaven 2025 t/m 2029 Het beschikbare centrale budget voor inclusief samenleven wordt ingezet voor uitvoering van de activiteiten en doelstellingen zoals beschreven in deze nota. De uitgaven voor de uitvoering van al geformuleerde projecten zijn in het indicatief overzicht opgenomen. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 moeten verschillende uitgaven nog vastgesteld worden. Aan de uitwerking hiervan wordt in 2025 gewerkt.
Nota Samen thuis in Delft
50
Uitgaven 2025 t/m 2029 (indicatief overzicht) Ambitie# Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
1
Subsidie voor kleinschalige activiteiten die bijdragen aan verbinding, ontmoeting en wederzijdse ondersteuning binnen de Delftse gemeenschap
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
2
Wettelijke taak ADV*
€ 51.588
€ 55.000
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Subsidie antidiscriminatiepreventie
€ 21.987
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
Anti-discriminatie campagne**
€ 15.000
€ 15.000
PM
PM
PM
Netwerk verstevigen***
-
PM
PM
PM
PM
Training en communicatie
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Subsidie voor bevorderen emancipatie van vrouwen in € 10.000 Delft
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Subsidie DWH voor uitvoering actieplan regenboogstad 2023-2026****
€ 14.684
€ 15.000
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Nog niet bekend
Subsidie bewustwording, kennisdeling en dialoog kolo- € 15.000 niaal- en slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
Uitgaven organisatie herdenking 30 juni 2025 (incidenteel)
€ 8.000
-
-
-
-
Financiële bijdrage Week van Verbinding*****
€ 27.500
PM
PM
PM
PM
Subsidie voor herdenken*****
-
PM
PM
PM
PM
Subsidie voor vieren*****
-
PM
PM
PM
PM
Uitgaven voor herdenkingsmonument
-
€ 300.000
-
-
-
Subsidie voor ‘Draden van ons Nederlandse slavernijverleden’ - wandkleed (landelijk project – incidenteel)
€ 30.000
-
-
-
-
Totaal
€ 223.759
€460.000
€ 75.000
€ 75.000
€ 75.000
3 4
5
* Wettelijke taak ADV: Delft ontvangt jaarlijks €0,77 per inwoner via het gemeentefonds voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (WGA). Het is nog onbekend of de gemeente dit bedrag na 2026 blijft ontvangen, in verband met de voorgenomen wets- en stelselwijziging rond antidiscriminatievoorzieningen, die op 1 januari 2027 in werking moet treden. ** Antidiscriminatie campagne: Het is op dit moment onzeker of deze regeling na 2026 via de meicirculaire wordt voortgezet, vanwege de geplande wets- en stelselwijziging per 1 januari 2027. Indien de regeling stopt, zal een aanvraag voor structurele financiering worden ingediend via de kadernota. *** Netwerk verstevigen: Voor deze maatregel moet nog een opdracht worden opgesteld, waarin ook het benodigde budget zal worden gespecificeerd. **** Regenboogstad: De continuering van deze regeling via de meicirculaire moet nog worden bevestigd. Naar verwachting komt hierover eind 2025 duidelijkheid. ***** Herdenken en vieren: Zoals aangegeven in deze nota willen we ‘herdenken en vieren’ in 2025 verankeren als een jaarlijks verbindend moment voor alle Delftenaren. We maken keuzes over een vaste datum, een passend budget en betrokken uitvoeringspartners.
# Ambities: 1. We zijn allemaal anders, maar Delft is ons thuis. 2. In Delft kan iedereen zichzelf zijn. 3. Een andere mening hebben mag, dat respecteren we van elkaar. 4. Iedereen heeft recht op een volwaardige plaats in de samenleving. 5. We erkennen het verleden en bouwen aan verbinding in het heden.
Nota Samen thuis in Delft
51
Bijlagen
Nota Samen thuis in Delft
52
Bijlage1: In gesprek met de stad Bij het maken van beleid vinden we het belangrijk om aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners. Daarom zijn we voor de nota ‘Samen thuis in Delft’ in gesprek gegaan met mensen uit de stad. We wilden horen wat zij denken, ervaren en nodig hebben. Door hun signalen, verhalen en ideeën op te halen, die anders misschien onzichtbaar waren gebleven, konden we beleid maken dat beter past bij het dagelijks leven in Delft. Daarnaast hebben de gesprekken bijgedragen aan meer onderlinge verbinding in de stad. De gesprekken vonden plaats tussen november 2024 en maart 2025. We voerden gesprekken over thema’s als je thuis voelen, discriminatie, polarisatie, emancipatie, het slavernijverleden en regenboogbeleid. Daarbij spraken we met uiteenlopende groepen inwoners: jongeren (leerlingen van het Stanislascollege en PrO Grotius), studenten van de TU Delft, bezoekers van Café Positief Gezond en vertegenwoordigers van organisaties zoals de Ouderenbond (SSBO), de Delftse LHBTI+-vereniging DWH, de Stichting voor Inclusie en discriminatiebestrijding (iDb), het Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft (KMC) en het Vrouwen in Delft platform/Human House Delft. Ook gingen we in gesprek met wijkregisseurs, de gemeenteraad en de Adviesraad Sociaal Domein (ASD).
Wat doen we met de input uit de gesprekken? Deze bijlage biedt een rijk overzicht van wat er leeft in de stad. De opgehaalde signalen, zorgen en ideeën vormen een waardevolle basis voor de nota ‘Samen thuis in Delft’. Veel van wat is gedeeld door inwoners en organisaties is terug te vinden in de voorgestelde maatregelen. Sommige thema’s vragen nog om verdere verdieping of extra middelen; die nemen we mee in toekomstige beleidsontwikkeling. Zo bouwen we stap voor stap aan beleid dat recht doet aan de dagelijkse werkelijkheid van Delftenaren in al hun verscheidenheid. Het schema hiernaast geeft per thema de rode draad van de gesprekken weer. Het laat zien welke ervaringen, zorgen en wensen het meest zijn genoemd door inwoners en organisaties.
Samenvattend schema uitkomsten gesprekken met de stad Thema
Rode draad uit de gesprekken
Inclusief samenleven
Vraag om structurele aandacht, ontmoeting, voorbeeldrol gemeente
Je thuis voelen
Veiligheid, sociale verbinding, schone en toegankelijke wijken
Discriminatie
Onzekerheid over meldpunten, behoefte aan educatie en handhaving
Polarisatie
Verschillen ervaren, dialoog en ontmoeting als remedie
Emancipatie
Brede invulling (gender, beperking, afkomst), focus op waardering
Regenboogbeleid / LHBTI+
Acceptatie wisselt per context, behoefte aan zichtbaarheid en steun
Koloniaal- en slavernijverleden
Beperkte kennis, brede steun voor herdenking en educatie
Nota Samen thuis in Delft
53
Uitkomsten gesprekken met de stad Hieronder volgt de uitwerking van wat we tijdens de participatiegesprekken hebben opgehaald. De opbrengst is per thema uitgewerkt en waar relevant aangevuld met perspectieven van specifieke doelgroepen.
Thema 1: Inclusief samenleven In vrijwel elk gesprek kwam naar voren dat inclusief samenleven vraagt om méér dan beleid op papier. Het vraagt om concrete actie, zichtbaarheid, ontmoeting en het actief betrekken van de stad. Niet praten over mensen, maar met mensen. Inwoners zien kansen, maar signaleren ook blinde vlekken in de praktijk. Zij willen geen tijdelijke aandacht, maar blijvende inzet en erkenning. Inclusief samenleven mag geen vrijblijvende ambitie zijn, maar moet structureel verankerd zijn in zowel beleid als uitvoering. Alle groepen: In alle groepen werd het belang benadrukt van ontmoeting en contact tussen verschillende mensen. Jongeren willen open gesprekken en buurtactiviteiten. Studenten zoeken verbinding buiten hun bubbel. Ouderen vragen om meer aandacht voor toegankelijkheid, veiligheid en sociale verbinding in hun leefomgeving. In al deze gesprekken klinkt het verlangen naar een stad waar je ertoe doet, ongeacht leeftijd, achtergrond of beperking. Raadsleden en maatschappelijke partners: Tijdens de gesprekstafels werd duidelijk dat inclusief samenleven vraagt om een integrale benadering. Er werd gepleit voor een integrale aanpak, inzet van ervaringsdeskundigheid, community building, ambassadeurs binnen de gemeente en het delen van verhalen. Uit de gesprekstafels kwam ook naar voren dat inwoners zich
pas echt gehoord voelen als hun input uit participatietrajecten wordt opgevolgd en zichtbaar wordt gemaakt.
Subthema bij thema 1: Je thuis voelen In vrijwel alle gesprekken kwam naar voren dat een gevoel van veiligheid, herkenning en sociale verbinding essentieel is om je thuis te voelen. Toch ervaart niet iedereen Delft op dezelfde manier. Sommige groepen voelen zich uitgesloten of ervaren drempels om volledig deel te nemen aan het sociale leven in de stad.
ervaren. Bezoekers Café Positief Gezond: Deelnemers benadrukten dat een rustige, schone wijk en goed contact met buren bijdragen aan een thuisgevoel. Tegelijkertijd werd gewezen op vervuiling (zoals hondenpoep) en het gebrek aan toezicht. Sociale controle en samenleven in de wijk zijn belangrijk. Sommigen gaven aan dat ze zich pas echt thuis voelen als ze zich gezien en begrepen voelen.
Thema 2: Discriminatie Jongeren: Leerlingen van zowel het Stanislascollege als PrO Grotius gaven aan zich over het algemeen thuis te voelen in hun wijk in Delft, mits deze veilig en vertrouwd aanvoelt. Sociale interactie, buurtactiviteiten en acceptatie spelen hierbij een belangrijke rol. Tegelijkertijd gaven enkelen aan zich minder thuis te voelen door gevoelens van ongemak of het idee ‘anders’ te zijn.
Discriminatie blijkt een herkenbaar en breed gedeeld thema in de gesprekken, al verschilt de mate van directe ervaring. Er is sprake van structurele uitsluiting op onder meer de woningmarkt, arbeidsmarkt en in het onderwijs, maar ook van alledaagse vormen van discriminatie en micro-agressie. Daarnaast blijkt de meldingsbereidheid laag en is er vaak onbekendheid over waar men terecht kan om een melding te doen.
Studenten: Internationale studenten gaven aan zich thuis te voelen binnen hun eigen studentenbubbels, maar minder in de stad Delft zelf. Zij ervaren soms uitsluiting vanwege taalbarrières en beperkte aansluiting met lokale bewoners. De gemeente kan bijdragen aan een groter thuisgevoel door expliciet uit te spreken dat ook internationals welkom zijn, en door samenwerkingsprojecten te stimuleren tussen studenten en andere bewoners van Delft.
Jongeren: De meeste jongeren gaven aan zelf weinig of geen discriminatie te ervaren. Tegelijkertijd blijkt dat er veel onduidelijkheid is over waar en hoe discriminatie gemeld kan worden. Voorgestelde maatregelen vanuit de gemeente zijn het verhogen van bewustwording, beter toezicht en strengere handhaving. Jongeren vinden het belangrijk om elkaar aan te spreken, respect te tonen, het onderwerp bespreekbaar te maken en steun te bieden aan slachtoffers. Ook noemen ze het belang van educatie.
Ouderen: Oudere inwoners benoemen verschillende factoren die het thuisgevoel onder druk zetten: fysieke onveiligheid in het verkeer, beperkte toegankelijkheid van voorzieningen en eenzaamheid. Ook de beperkte toegankelijkheid van openbaar vervoer en de hoge kosten van activiteiten worden als obstakels
Bezoekers Café Positief Gezond: Hier kwamen persoon lijke ervaringen met discriminatie nadrukkelijk naar voren. Enkele deelnemers vertelden over ervaringen op de werkvloer of in het dagelijks leven, waaronder etnische discriminatie en
Nota Samen thuis in Delft
54
scheldwoorden op straat. Er werd getwijfeld aan het nut van melden: “Als je gaat melden, geloven ze je toch niet?” Anderen gaven juist aan dat bewustwording en educatie essentieel zijn. Ook werd het voorbeeld genoemd van kinderen in de wijk die een te laag schooladvies krijgen vanwege hun achtergrond of waar ze wonen. Studenten: Internationale en niet-binaire studenten ervoeren discriminatie in de vorm van subtiele uitsluiting, stereotype blikken of opmerkingen. Zo werd genoemd dat kleding (bijvoorbeeld traditioneel of zwart) leidt tot reacties op straat, en dat homo- of lesbische koppels worden nageroepen. Taalbarrières vergroten het gevoel van afstand. Studenten gaven aan dat meer gender- en cultuur sensitieve educatie, en gemeentelijke steun hierin, zou helpen. Raadsleden en maatschappelijke partners: Er werd benadrukt dat uitsluiting diep kan ingrijpen op het zelfbeeld van mensen en het dagelijks leven van mensen. De impact van structurele en institutionele uitsluiting in bijvoorbeeld het onderwijs of op de arbeidsmarkt, moet beter zichtbaar worden gemaakt. In plaats van een klassieke campagne tegen discriminatie opperde iemand om te werken aan een ‘gelijkheids boodschap’, gericht op empathie en verbinding. Ook werd gepleit voor educatieve programma’s voor alle leeftijden. Tegelijkertijd werd duidelijk dat niet iedereen zich aangesproken voelt door het onderwerp.
Sommige deelnemers gaven aan moeite te hebben met hoe het thema wordt benaderd. Zij ervaren het soms als iets dat wordt opgedrongen, en hebben het gevoel dat er weinig ruimte is voor een eigen, afwijkende mening. Hoewel zij respect hebben voor anderen die er anders over denken, willen zij niet overtuigd worden om hun visie aan
te passen. Eén deelnemer trok een vergelijking met Noord- Ierland, waar religieuze tegenstellingen hardnekkig blijven bestaan, en vroeg zich af waarom het streven naar begrip en verbinding hier dan wel zou slagen. Stichting iDb: Stichting voor Inclusie en discriminatie bestrijding (iDb) gaf concrete aanbevelingen voor antidiscriminatiebeleid: • Vergroot de bekendheid van meldpunten, bijvoorbeeld via fysieke loketten en campagnes. • Deel jaarlijks de meldingen en ondernomen acties met de stad. • Voer toezicht en mystery guests in bij woningverhuur, horeca en werkgevers. • Stimuleer antidiscriminatie-trainingen voor personeel van gemeente, politie, onderwijs en woningcorporaties.
Thema 3: Polarisatie De mate waarin polarisatie wordt ervaren, verschilt sterk per groep. Sommige inwoners herkennen spanningen of uitsluiting op basis van achtergrond of mening, terwijl anderen polarisatie niet of nauwelijks ervaren. Wel leeft breed het besef dat ontmoeting en dialoog essentieel zijn om verdeeldheid te voorkomen. Jongeren: Polarisatie werd door de meeste jongeren niet sterk ervaren, maar sommigen merkten wel spanningen tussen culturele of etnische groepen. Er bestond bij een aantal leerlingen ook onduidelijkheid over wat polarisatie precies inhoudt. De voorgestelde aanpak richt zich op het bevorderen van verbinding: gezamenlijke activiteiten, educatie over acceptatie en open dialoog op school en in de buurt.
Bezoekers Café Positief Gezond: Hier werd polarisatie nadrukkelijker benoemd. Deelnemers gaven aan dat ze een groeiend gevoel van verdeeldheid ervaren, onder andere door de landelijke politiek en het publieke debat. Geert Wilders werd expliciet genoemd als voorbeeld van een politicus die volgens hen bijdraagt aan polarisatie. Er werd gesproken over het belang van stemmen, en het idee dat “we vechten tegen een systeem” klonk sterk door. Ook het gevoel dat bepaalde groepen “ons niet willen” voedt het idee van uitsluiting. Studenten: Hoewel polarisatie niet expliciet als thema aan bod kwam, werd er wel regelmatig indirect naar verwezen. Studenten spraken over het bestaan van ‘bubbels’ waarin mensen vooral omgaan met gelijkgestemden. Deze sociale scheiding wordt niet per se als problematisch ervaren, maar kan wel leiden tot afstand tussen groepen. Internationale studenten gaven aan zich vaak niet volledig thuis te voelen in Delft buiten de universiteit. Culturele verschillen en taalbarrières dragen bij aan wederzijds onbegrip. Daarnaast werd benoemd dat meer educatie en bewustwording nodig zijn, bijvoorbeeld over genderdiversiteit en culturele achtergronden. Zulke kennis en gesprekken zijn belangrijk om sociale afstand te verkleinen en polarisatie in de stad te voorkomen.
Raadsleden en maatschappelijke partners: Er werd geconstateerd dat polarisatie op allerlei niveaus voorkomt: van politieke tegenstellingen tot verschillen in levensstijl, cultuur of overtuiging. Om het wij-zij-denken te doorbreken, pleitten deelnemers voor een aanpak waarin ontmoeting en het delen van persoonlijke verhalen centraal staan. Laagdrempelige initiatieven in buurten, themaweken of symbolische gezamenlijke acties, zoals een dag waarop alle Delftenaren samen eten, kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Nota Samen thuis in Delft
55
Er is brede behoefte aan dialoogtafels voor alle lagen van de bevolking, en aan educatie over empathie, respect en inclusie, niet alleen voor jongeren, maar ook voor ouders. ‘Community building’ tussen verschillende culturele groepen werd genoemd als een belangrijk middel om bruggen te slaan. Interessant is dat polarisatie soms ook als functioneel werd gezien, mits het leidt tot bewustwording en reflectie. Ideeën als kleurige bolletjes op straat of ludieke interventies in de openbare ruimte werden genoemd als creatieve manieren om het gesprek op gang te brengen. Het netwerk SNRP wil actief bijdragen door werkende methoden te verzamelen en anderen te inspireren tot dialoog en verbinding.
Thema 4: Emancipatie Emancipatie werd door vrijwel alle gesprekspartners gezien als een breed en gelaagd thema, dat verder gaat dan alleen de positie van vrouwen. Het draait om jezelf kunnen zijn, gelijkwaardig mee kunnen doen, en erkend worden in je eigen identiteit en kracht. In vrijwel alle groepen werden meerdere doelgroepen genoemd die daarbij extra ondersteuning nodig hebben. Bezoekers Café Positief Gezond: Het gesprek ging in op stereotypen en verwachtingen: waarom moeten vooral ‘buitenlanders’ emanciperen, en niet ook andere groepen? Emancipatie werd breder getrokken dan alleen vrouwenrechten. Ook mensen die binnen blijven en sociaal geïsoleerd raken, of vrouwen die onder druk van de omgeving beperkt worden in hun bewegingsvrijheid, werden genoemd. Er werd aandacht gevraagd voor de verschillende achtergronden van vrouwen (bijvoorbeeld boerkadraagsters), en het belang van respect voor keuzevrijheid en nuance. Geweld tegen vrouwen werd expliciet benoemd als probleem dat aandacht verdient.
Ouderen: Bij ouderen werd gesproken over sociale uitsluiting, beperkte mobiliteit en ontoegankelijkheid van voorzieningen. Vooral ouderen met een beperking worden vaak vergeten in emancipatiebeleid. Er leeft het gevoel dat jongere beleidsmakers onvoldoende oog hebben voor deze groep. Daarnaast werd benoemd dat emancipatie ook betekent: ruimte krijgen voor je eigen tempo, beleving en waarden, zonder veroordeling of normdruk vanuit jongere generaties.
verbinding en de zichtbaarheid van ‘onzichtbare groepen’; • dialoogsessies en het organiseren van plekken waar ruimte is voor kwetsbaarheid, kunst en expressie; • een cultuur van waardering en samenwerking te stimuleren, ook binnen en tussen gemeentelijke partners; • de participatie van álle Delftenaren mogelijk te maken, ongeacht opleidingsniveau, beperking of achtergrond, met passende begeleiding en ondersteuning van initiatieven.
Raadsleden en maatschappelijke partners: De gesprekstafel Emancipatie benadrukte het belang van een intersectionele benadering, waarbij aandacht is voor verschillen in gender, achtergrond, opleiding, beperking en leeftijd. Emancipatie betekent voor veel deelnemers: jezelf kennen en kunnen ontwikkelen, je erkend voelen in je eigen ruimte en vrijheid, en gelijkwaardig behandeld worden met ruimte voor zowel kracht als kwetsbaarheid. Gelijkwaardigheid begint bij de erkenning en waardering van verschillen. Daarom is het essentieel dat beleid zich richt op een brede groep Delftenaren, waaronder ook mensen die niet zijn aangesloten bij bestaande netwerken of instituties. Zij worden vaak aangeduid als ‘ongeorganiseerden’ of ‘afgehaakten’. Ook jongeren, en in het bijzonder mbo-studenten en anderen in kwetsbare posities, verdienen hierbij expliciete aandacht en ondersteuning
Subthema bij thema 4: Regenboogbeleid
Deelnemers pleitten voor meer aandacht voor mentale gezondheid, het versterken van het zelfbeeld, en het creëren van ruimte om te praten over thema’s als kwetsbaarheid en identiteit. Kinderen en jongeren zouden al op jonge leeftijd in aanraking moeten komen met thema’s als gelijkheid, diversiteit en inclusie via bijvoorbeeld het onderwijs. Wat betreft concrete voorstellen werd onder meer geopperd om: • te investeren in community building, gericht op ontmoeting,
Over het algemeen wordt Delft als redelijk veilig en open ervaren, maar in meerdere gesprekken werd duidelijk dat volledige acceptatie nog niet overal vanzelfsprekend is. Vooral buiten de bekende ‘bubbels’ of binnen specifieke generaties en wijken ervaren mensen nog belemmeringen om zichzelf te zijn. Acceptatie vraagt om blijvende inzet van de gemeente, vooral op het gebied van educatie, zichtbaarheid en ontmoeting. Jongeren: De meeste jongeren vinden dat LHBTI+-personen zichzelf kunnen zijn op school en in de stad. Tegelijkertijd bestaan er twijfels, vooral vanwege de sociale norm binnen vriendengroepen of gezinnen. Sociale media blijken weinig invloed te hebben op hun mening, maar het onderwerp blijft gevoelig. Jongeren zien een duidelijke rol voor de gemeente in het bevorderen van acceptatie via educatie, open gesprekken, rolmodellen en zichtbare steun. Studenten: Studenten benoemden dat er veilige ‘bubbels’ zijn waarin LHBTI+-personen zich kunnen uiten, maar dat het daarbuiten lastig kan zijn. Vooral voor niet-binaire mensen en mensen die zichtbaar ‘anders’ zijn. Reacties op straat, zoals nageroepen of aangestaard worden, zijn geen uitzondering. Acceptatie is daarmee nog situationeel. Studenten gaven aan dat
Nota Samen thuis in Delft
56
gender- en seksuele diversiteit meer normalisatie en educatie vraagt, ook buiten de studentengemeenschap. Bezoekers Café Positief Gezond: Er klonken wisselende geluiden. Sommigen gaven aan dat ze vinden dat acceptatie wordt ‘afgedwongen’ en vroegen zich af waarom seksuele oriëntatie zichtbaar moet zijn. Tegelijkertijd erkenden anderen het belang van zichtbaarheid en veiligheid voor onderdrukte groepen. Er werd benoemd dat regenboogvlaggen worden vernield en dat scholen soms ‘te ver’ gaan of juist te weinig doen. De spanning tussen vrijheid van meningsuiting en acceptatie werd zichtbaar in het gesprek. Ouderen: Bij ouderen leeft het gevoel dat LHBTI+-thema’s ver van hun leefwereld afstaan. Roze ouderen worden genoemd als groep die zich niet altijd gezien voelt. Regenboogbeleid wordt als abstract ervaren. Voorlichting en persoonlijke verhalen zouden volgens sommigen kunnen helpen om bruggen te bouwen tussen generaties. DWH: Tijdens een brainstormsessie met DWH werd een breed palet aan concrete ideeën en aandachtspunten gedeeld om de positie van LHBTI+-personen in Delft te versterken. Zo werd voorgesteld om een Christopher Street Day te organiseren in plaats van een traditionele Pride-maand. Een dag waarin zowel ruimte is voor feest als voor protest.
Ook werden dialoogmarkten, kunstprojecten en zichtbare waarderingssymbolen genoemd als manieren om inclusieve initiatieven in de stad te versterken. Daarnaast klonk een sterke oproep voor meer educatie over de oorsprong van Pride, aandacht voor intersectionaliteit en het creëren van zogenaamde ‘brave spaces’: plekken waar
ook moeilijke of ongemakkelijke gesprekken gevoerd kunnen worden. Ook werd het belang van een inclusieve gemeentelijke uitstraling benadrukt, bijvoorbeeld door brieven, formulieren, stemformulieren en e-mailhandtekeningen op een inclusieve manier vorm te geven. Er werd bovendien gewezen op tekorten in de zorg voor LHBTI+-personen. Zo werd benoemd dat intersekse personen nauwelijks worden meegenomen in beleid of voorlichting. Daarnaast is het voor veel mensen moeilijk om toegang te krijgen tot PrEP om hiv te voorkomen of een soa-test, en ontbreekt het bij huisartsen en ziekenhuizen vaak aan specifieke kennis over de zorgbehoeften van LHBTI+-personen. Deze signalen onderstrepen de noodzaak van betere voorlichting, scholing en toegankelijke zorgvoorzieningen.
Bezoekers Café Positief Gezond: Er werd met verontwaardiging gesproken over het gebrek aan aandacht voor het slavernijverleden in vergelijking met bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog. De impact van de slavernij wordt vaak onderschat, zo werd gesteld: “De oorlog duurde vijf jaar, slavernij eeuwen.” Er was ook erkenning van het feit dat veel mensen van Afrikaanse komaf zich pas recent bewust zijn geworden van hun eigen familiegeschiedenis hierin. Bijeenkomsten en gesprekken worden gewaardeerd, omdat die bijdragen aan bewustwording en verbinding. Ook kwam het thema Zwarte Piet ter sprake, waarbij deelnemers stelden dat het om meer gaat dan een kinderfeest: het raakt aan gevoelens van uitsluiting en anders-zijn. Ervaringen van pesten en racisme tijdens Sinterklaastijd tonen de emotionele lading die dit thema nog steeds heeft.
Thema 5: Koloniaal- en slavernijverleden In meerdere gesprekken kwam naar voren dat het slavernijverleden voor veel inwoners nog onbekend terrein is. Tegelijkertijd groeit het bewustzijn over de betekenis van dit verleden en de doorwerking ervan in het heden. Herkenning, erkenning en educatie zijn sleutelwoorden die herhaaldelijk genoemd worden, net als de behoefte aan rituelen zoals herdenkingen en fysieke plekken van herinnering. Er leeft een duidelijke wens onder Delftenaren om het slavernijverleden niet langer te negeren, maar actief te betrekken bij de stadscultuur. Jongeren: De meeste jongeren gaven aan weinig tot geen kennis te hebben over het slavernijverleden van Nederland, laat staan van Delft. Toch erkennen velen dat bepaalde groepen nog altijd negatieve gevolgen ervaren. Er is brede steun voor initiatieven zoals jaarlijkse herdenking, het vieren van Keti Koti op 1 juli en het realiseren van een herdenkingsplek in Delft.
Ouderen: De meningen waren verdeeld. Sommigen gaven aan geen sterke band te voelen met het slavernijverleden omdat het ‘voor hun tijd’ is gebeurd. Tegelijkertijd werd ook gesteld dat erkenning en educatie belangrijk zijn, zeker als het gaat om gezamenlijke geschiedenis en het overdragen van kennis aan nieuwe generaties. De eerste Keti Koti-herdenking in 2024 werd als een positieve stap gezien. Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft (KMC): In maart 2024 bracht het Kwartiermakers Comité Slavernijverleden Delft (KMC) een adviesbrief uit aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Deze brief sluit aan op eerdere adviezen en stadsgesprekken die het comité organiseerde. De aanbevelingen zijn geordend rond drie centrale thema’s: Verleden, Heden en Toekomst. Hier onder volgt een samenvatting van de belangrijkste adviezen.
Nota Samen thuis in Delft
57
Verleden: herdenken met impact Er is brede steun in de stad voor het realiseren van een fysieke herdenkingsplek die zichtbaar, betekenisvol en educatief is. Deze plek moet samen met de stad worden ontwikkeld, waarbij nadrukkelijk verschillende perspectieven worden betrokken, zowel uit de West als de Oost. Ook nazaten, jongeren, omwonenden en sleutelfiguren worden actief betrokken bij het ontwerp- en realisatieproces. Het KMC adviseert om de herdenkingsplek binnen twee jaar te realiseren, onder regie van de gemeente. Het beoogde budget hiervoor bedraagt € 300.000, vergelijkbaar met andere steden als Utrecht en Almere.
Heden: een gezamenlijke herdenking én viering Uit de stadsgesprekken blijkt een sterke behoefte aan een jaarlijkse herdenking op 1 juli (Keti Koti), gecombineerd met een feestelijke viering van vrijheid. In 2024 organiseert het KMC in samenwerking met partners een herdenking. Voor 2025 wordt een grootstedelijk festival voorgesteld, ontwikkeld in co-creatie met inwoners, scholen, culturele instellingen en andere organisaties. Dit festival biedt ruimte aan verhalen, kunst, muziek, educatie en ontmoeting, met bijzondere aandacht voor jongeren. De organisatie van de herdenking en viering vraagt om een structurele samenwerking met de gemeente en een jaarlijks passend budget, vergelijkbaar met dat van de vieringen op 4 en 5 mei.
Toekomst: structurele borging en bewustwording Het slavernijverleden moet niet alleen herdacht, maar ook structureel verbonden worden met de toekomst van Delft. Hiervoor formuleerde het KMC een aantal concrete speer punten:
1. Educatie - Ontwikkel lespakketten voor basis- en voortgezet onderwijs over slavernijverleden, kolonialisme, en de doorwerking in het heden. - Leid leerkrachten op via ‘train de trainer’-modules, zodat zij dit onderwerp deskundig en met vertrouwen kunnen behandelen. - Zet educatie breder in: ook buiten scholen, via ontmoetingen, verhalen en culturele programma’s. 2. Onderzoek en stadspublicaties - Maak een publieksvriendelijke versie van het onderzoeksrapport, bruikbaar in het onderwijs en voor een breed publiek. - Start aanvullend onderzoek naar onderbelichte verhalen, bijvoorbeeld over tot slaafgemaakten in Delft. Onderzoek en educatie moeten elkaar versterken. 3. Vrijheidsperiode - Investeer vanaf 2025 in een jaarlijkse vrijheidsperiode tussen 4 mei en 1 juli, met lezingen, workshops en masterclasses over vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. 4. Nieuw beleidskader voor inclusie - Ontwikkel vanaf 2025 een Inclusie Roadmap voor Delft: een praktisch beleidsinstrument waarmee onderwijs, cultuur, media, politiek en bedrijfsleven kunnen bijdragen aan een stad zonder uitsluiting. - Borg racismebestrijding en inclusie structureel in beleid, via een Raad van Wijzen als klankbord en toetsingsorgaan. - Zorg voor inzet op alle domeinen: personeel, beleid, programmering, partners, publiek.
Raadsleden en maatschappelijke partners: Tijdens de gesprekstafel werd het belang onderstreept van meer aandacht voor de rol van het koloniale en slavernijverleden van Delft, zowel binnen het onderwijs als in de culturele programmering. Het werd als essentieel gezien dat jongeren al op jonge leeftijd kennismaken met dit deel van de geschiedenis. Ook werd het belang van zichtbare erkenning in de stad genoemd. Concreet werden hiervoor verschillende suggesties gedaan, zoals een tijdelijk monument dat meebeweegt met de tijd, een vaste herdenkingsplek, kunst in de openbare ruimte en tentoonstellingen. Daarnaast werd het idee geopperd om meerdere plekken in te richten waar ontmoeting, herdenking en dialoog mogelijk zijn. Verder was er aandacht voor het delen van persoonlijke verhalen en ervaringen. Ook werd de wens uitgesproken om de geschiedenis van Delft te belichten vanuit diverse perspectieven, zoals die van tot slaaf gemaakten, slavenhouders, aandeelhouders, kolonisatoren en scheepvaarders. Om zo een vollediger en genuanceerd beeld te geven van het verleden.
Nota Samen thuis in Delft
58
Conclusie De gesprekken met inwoners en maatschappelijke organisaties laten zien dat het thema inclusief samenleven leeft in Delft, maar dat de mate van betrokkenheid en beleving sterk uiteenloopt. Veel Delftenaren voelen zich nauw verbonden met dit onderwerp en zien kansen voor meer gelijkwaardigheid, ontmoeting en zichtbaarheid in de stad. Tegelijkertijd zijn er ook inwoners die zich minder aangesproken voelen door bepaalde thema’s, of zich zelfs buitengesloten ervaren in het maatschappelijke debat. Waar de een kansen en verbondenheid ziet, ervaart de ander juist uitsluiting, afstand of terughoudendheid. In de gesprekken klonk zowel betrokkenheid als aarzeling door, soms zelfs weerstand. Juist die verschillen onderstrepen het belang van een open en inclusieve aanpak. Het is een voortdurende gezamenlijke zoektocht met ruimte voor verschillende ervaringen en perspectieven.
Alle thema’s die aan bod kwamen, tonen elk op hun eigen manier dat inclusief samenleven een voortdurend proces is. Niet iedereen ervaart polarisatie even sterk, maar er is brede consensus over het belang van dialoog en het doorbreken van wij-zij-denken. Er is waardering voor wat er al gebeurt op het gebied van LHBTI+-acceptatie, maar ook een duidelijke oproep tot blijvende inzet. Het slavernijverleden vraagt om erkenning, educatie en herdenking. En emancipatie vraagt om maatwerk en aandacht voor kwetsbaarheid, zelfbeeld en persoonlijke groei voor iedereen, ongeacht achtergrond of positie. Wat al deze thema’s verbindt, is de oproep tot luisteren, leren en samen aan een stad bouwen waar iedereen zich thuis kan voelen. Niet door over elkaar te praten, maar door met elkaar in gesprek te blijven.
De gesprekken met inwoners en maatschappelijke organisaties laten zien dat Delft volop in beweging is als het gaat om inclusief samenleven. Wat inwoners met elkaar verbindt, is de behoefte om gezien en gehoord te worden; als mens, als buurtgenoot, als Delftenaar. Of het nu gaat om het tegengaan van discriminatie, het bespreekbaar maken van lastige onderwerpen of het versterken van het thuisgevoel: in gesprek gaan blijkt telkens opnieuw van grote waarde. Daarbij is het belangrijk dat signalen uit de stad niet blijven steken in goede bedoelingen, maar worden vertaald naar concrete actie en beleid dat daadwerkelijk verschil maakt.
Nota Samen thuis in Delft
59
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl Foto’s onder anderen: Leonique Hardin, Alyssa van Heyst, Megan de Jong, Anna Samoylova, H. Schouten, Marco de Swart, Davita Tupan, Marieke Zelisse en gemeente Delft. September 2025