Nota handelingspersp onderst opstall sportverenig
Tekst van het document
Samenleving Advies Doorkiesnummers: Telefoon 06 53 19 87 77
Aan
Afschrift aan
Nota Datum
Onderwerp
.
Handelingsperspectief gemeentelijke financiële ondersteuning opstallen sportverenigingen
Ons kenmerk Opsteller
Paula Boom Bijlage
1
Doel van het handelingsperspectief Dit document is bedoeld als handvat voor het vraagstuk omtrent de verbouwing/renovatie/nieuwbouw van de opstallen van sportverenigingen in Delft. Het biedt een overzicht van het speelveld waar sportverenigingen en gemeente Delft mee te maken hebben. En een stappenplan hoe om wordt gegaan met de gemeentelijke financiële ondersteuning van opstallen van sportverenigingen.
2
De maatschappelijke opgave: toekomstbestendige en duurzame opstallen van sportverenigingen Sporten en bewegen zijn een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl. Wekelijks sporten duizenden inwoners bij Delftse sportverenigingen. Bovendien is de sportvereniging de plek om elkaar te ontmoeten, om mee te doen en talenten te ontwikkelen. Sportverenigingen en hun faciliteiten zijn daarmee een essentieel onderdeel van het Delftse sportbeleid. We zien echter ook dat de maatschappij andere eisen stelt aan sportverenigingen en hun opstallen. De samenstelling van sportverenigingen is veranderd en de sport wordt inclusiever. Dat vraagt om meer of andere faciliteiten, bijvoorbeeld met betrekking tot kleedkamers of wasgelegenheden. Daarbij is meer aandacht voor duurzaamheid. Aanpassingen aan hun verenigingsopstal kunnen verenigingen veelal niet alleen. Dit vraagt om helderheid over of en hoe de gemeente hierin financieel kan ondersteunen.
3
Vraagstuk verkend Met de opstallen van sportverenigingen worden bedoeld: kantines, kleedaccommodaties, tribunes en sporthallen (bij vier exploitatiestichtingen). In lijn met het gemeentelijk beleid zijn deze opstallen allemaal in eigendom van sportverenigingen of -stichtingen.
Maatschappelijke waarde sportverenigingen en hun opstallen Veel sportverenigingen willen en zijn meer dan enkel een plek waar leden komen sporten. Op sportverenigingen komen alle lagen van de samenleving samen. Sporters in groepsverband, onder andere bij sportverenigingen, schrijven sociale waarde toe aan hun vereniging. Zij waarderen onder andere de goede sfeer, het ontmoeten van andere mensen, het maken van vrienden en het ontvangen van hulp en steun bij privézaken. Daarmee heeft sport, en de sportvereniging, een verbindende en overbruggende waarde. De opstallen van sportverenigingen zijn faciliterend in het, tegen contributie, aanbieden van sporten en bewegen op de vereniging. Het is de plek waar sporters zich voorbereiden op trainingen en wedstrijden en waar men na afloop weer samenkomt. Kwalitatieve en passende opstallen dragen bij aan de uitstraling van een sportvereniging en het inclusieve karakter. We zien dat nieuwe en inclusieve(re) opstallen een aanzuigende werking hebben. Daarbij kan een opstal bijdragen aan de aantrekkelijkheid van en deelname bij een sportvereniging. Eigendomssituatie Als eigenaar is de vereniging/stichting zelf verantwoordelijk voor het (groot) onderhoud van de opstallen en de verduurzaming ervan.
Hoewel verenigingen met haar vrijwilligers veel voor elkaar weten te krijgen ten aanzien het klein onderhoud en verduurzaming van de opstal, vraagt dit veel van vrijwilligers en staat de inzet van vrijwilligers onder druk. Financiële draagkracht De financiële slagkracht en draagkracht van sportverenigingen is wisselend, maar over het algemeen beperkt. Eventueel met een gemeentelijke garantstelling lukt het sportverenigingen nog wel om investeringen te doen in renovatie en/of uitbouw, maar investeringen in complete nieuwbouw is voor hen onmogelijk zonder financiële steun vanuit de gemeente. Door de gevolgen van Covid-19 en stijgende energielasten zien we dat sportverenigingen hebben ingeteerd op hun reserves. Mede daardoor hebben sportverenigingen onvoldoende draagkracht om te verduurzamen, groot onderhoud te plegen of (ver)nieuwbouw te realiseren. Daarbij zijn financiële instellingen huiverig sportverenigingen of -stichtingen van financiering te voorzien zonder gemeentegarantie. Ook vragen de financiële instellingen een hoog rentepercentage, waardoor de financiële haalbaarheid voor verenigingen/stichtingen verder onder druk staat. Ontwikkelingen Een groot deel van de opstallen van sportverenigingen in Delft zijn verouderd.
Om de kwaliteit van deze opstallen op voldoende niveau te houden, is het de verwachting dat het aantal vraagstukken rondom vervangende nieuwbouw van opstallen van sportverenigingen de komende jaren gaat toenemen. Daarnaast gaat de gemeente Delft de komende jaren verder groeien tot ca. 140.000 inwoners in 2040. Naast toenemende druk op woningen en maatschappelijke voorzieningen, zal dit mogelijk ook leiden tot een groei bij sportverenigingen. En andere samenstellingen van het ledenbestand. Bovendien zien we al langer de trend dat mensen op andere
2/7
manieren willen sporten en bewegen. Sportverenigingen moeten hierin meebewegen. Dit vraagt wat anders van hun opstallen. Bovendien leidt de “Investeringsagenda Sportaccommodaties” op kortere termijn op twee sportcomplexen tot herinrichting van het complex. Dit heeft tot gevolg voor deze verenigingen dat zij een geheel nieuw opstal moeten realiseren. Dit biedt kansen om te verduurzamen en de faciliteiten zo in te richten dat zij toekomstbestendiger zijn. Een geheel nieuw opstal vraagt echter om forse investeringen. Hoewel deze verenigingen financieel gezond zijn, zijn zij niet draagkrachtig genoeg om een dergelijke ontwikkeling zonder financiële steun te realiseren. Gezien de groeiontwikkelingen van de stad, herstructureringen van sportparken vanuit de Investeringsagenda Sportaccommodaties, verouderde opstallen en verduurzamingsopgaves in relatie tot de beperkte financiële draagkracht, is het de verwachting dat sportverenigingen zich tot de gemeente zullen wenden. Huidige rol gemeente De rol van de gemeente is in relatie tot de opstallen van sportverenigingen tot dusver reactief. Daarmee is het instrumentarium ook beperkt tot een gemeentegarantie. Wat betreft verduurzamingsvraagstukken biedt de gemeente geen financiële ondersteuning. De gemeente verwijst naar landelijke regelingen zoals de Sportlening van de BNG en de BOSA-subsidie.
4
Analyse Om een beeld te krijgen van de omvang van het vraagstuk, is een beknopte analyse uitgevoerd. Hiervoor is gekeken naar het bouwjaar en eventuele renovatiejaar. Bovendien hebben een aantal gesprekken plaatsgevonden met eigenaren van verenigingsopstallen over hun opstal. De uitkomsten van de analyse zijn opgenomen in bijlage I.
5
Uitgangspunten voor gemeentelijke financiële ondersteuning opstallen sportverenigingen Een opstal van een sportvereniging is en blijft het eigendom van een sportvereniging. Daarmee zijn en blijven zij verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer en eventuele nieuwbouw van de opstal. Dit betekent ook dat de financiële consequenties hiervan voor rekening komen van een sportvereniging.
6
Stappenplan Bij een vraagstuk omtrent een opstal van een sportvereniging hanteert de gemeente de volgende stappen. Tijdens dit proces is de gemeente tijdens en tussen stappen in gesprek met de desbetreffende vereniging.
3/7
1. Verzoek tot financiële ondersteuning Een sportvereniging dient een verzoek tot financiële ondersteuning ten behoeve van een opstal in bij de gemeente. Bij dit verzoek levert een vereniging de volgende documenten aan: • de jaarverslagen van de afgelopen drie boekjaren; • doorrekening van de business case door middel van een meerjarenbegroting (5 jaar) waarbij in de cijfers geen rekening wordt gehouden met een bijdrage vanuit de gemeente; • een door de vereniging aangegeven geschatte benodigde bijdrage van de gemeente; • plan van aanpak of uitgebreide toelichting van ontwikkelingen op de vereniging in relatie tot voorgestelde aanpassingen; • 2-3 offertes van aannemers; • aanvullende (externe) financieringsmogelijkheden (fondsen, ledenacties, verhoging van contributie etc.). 2. Beleidsmatige toets Bij een aanvraag voor financiële ondersteuning door de gemeente, wordt allereerst een beleidsinhoudelijke toets uitgevoerd. Waarbij wordt gekeken naar de nut en noodzaak en de maatschappelijke (meer)waarde. Hierbij gaat het bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, om de volgende aspecten: bijdrage aan sport en gezondheid, kansengelijkheid, ontmoeten/sociale cohesie, inclusie en duurzaamheid/toekomstbestendigheid. Op basis van dergelijke aspecten wordt de wenselijkheid bepaald, wat de basis vormt voor de mate van gemeentelijke (financiële) ondersteuning. 3.
Financiële toets Zoals eerder aangegeven is het uitgangspunt de financiële draagkracht van sportverenigingen en in welke mate zij de voorgestelde ontwikkelingen zelf kunnen bekostigen. Op basis van de aangeleverde business case toetst de gemeente de draagkracht van de vereniging. Hierbij wordt gekeken naar wat de vereniging zelf verantwoord kan investeren. Ook wordt, voor zover van toepassing, gekeken naar de staatssteunregels en of aan die regels wordt voldaan.
4. Terugkoppeling van gemeente op het ingediende verzoek Op basis van de beleidsmatige en financiële toets geeft de gemeente een terugkoppeling aan de vereniging. Indien uit de toetsen blijkt dat de vereniging in aanmerking komt voor financiële ondersteuning, licht de gemeente toe de vervolgstappen toe. Hierbij kan de gemeente twee instrumenten inzetten: 1) gemeentegarantie, 2) directe gemeentelijke financiële bijdrage. Hierbij is het uitgangspunt is dat het instrument “subsidie” alleen wordt ingezet als de business case ook na een gemeentegarantie niet sluitend is. Bovendien hanteert de gemeente, in het geval van een subsidie, het principe ‘basis op orde’-niveau voor verenigingsopstallen.
4/7
Na terugkoppeling kan de vereniging een formeel verzoek indienen voor een gemeentegarantie of gemeentelijke lening. En eventueel een gemeentelijke subsidie, als in overeenstemming met de gemeente is bepaald dat een gemeentegarantie of gemeentelijke lening niet toereikend is.
Instrumentarium A. Gemeentegarantie/gemeentelijke lening Indien een vereniging onvoldoende eigen middelen heeft om de investeringen te dragen, wordt gekeken wat een vereniging hypothecair verantwoord kan lenen. Daarmee wordt bedoeld dat de (gemeentelijke) lening de kernactiviteiten van de vereniging niet beïnvloed en deze activiteiten betaalbaar en toegankelijk zijn en blijven. Hiervoor dienen de aangeleverde stukken wederom als basis. Bovendien dient de vereniging in lijn met een aanvraag voor een gemeentegarantie aanvullende stukken aan te leveren. Voor een gemeentegarantie of gemeentelijke lening komen overigens alleen onroerende zaken in aanmerking1. B. Subsidie bijdrage Indien na inzet van eigen middelen en een gemeentegarantie of (gemeentelijke) lening de benodigde investering alsnog niet volledig is gedekt, is het mogelijk dat de gemeente een aanvullende financiële ondersteuning in de vorm van een subsidie verstrekt. Hieraan zijn wel aanvullende voorwaarden verbonden. Deze zijn opgenomen in de vastgestelde subsidieregeling "Subsidieregeling Investeringen opstallen sportverenigingen Delft". Daarnaast zal ook moeten worden voldaan aan de van toepassing zijnde staatssteun regels voordat subsidie kan worden verleend.
Om te bepalen of de gewenste investering voor de opstal realistisch is, is het mogelijk dat de gemeente een second-opinion aanvraagt op de bouwplannen waarbij het uitgangspunt is 'basis op orde'. Het ‘basis op orde’ principe betekent dat de gemeente kijkt naar wat echt noodzakelijk is om de sport te beoefenen en eventueel multifunctioneel gebruik. Eventuele aanvullende wensen of duurdere keuzes zijn voor rekening van de vereniging. Hierbij wordt onder andere gekeken naar: - Benodigde ‘bruto vloeroppervlak’ op basis van aantal spelende leden in relatie tot vigerende normen voor kantines, kleedkamers en wasgelegenheden; - Voorgestelde afwerkingsniveau. Het uitgangspunt voor gemeentelijke voorzieningen is schoon, heel en veilig. Daarmee wordt een sobere en doelmatige voorziening beoogd;
1
alle voorwaarden en eisen aan een gemeentegarantie of gemeentelijke lening zijn opgenomen in de Verordening Gemeentegaranties en Geldleningen Delft | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) 5/7
-
-
Duurzaamheid. De gemeente heeft ambities op het gebied van duurzaamheid en kan aanvullende eisen stellen aan de verduurzaming van een opstal Multifunctioneel gebruik. Het kan mogelijk zijn dat het multifunctioneel kunnen inzetten van een opstal leidt tot een initieel hogere investering. Indien een accommodatie langdurig multifunctioneel kan worden ingezet, waarvoor geen andere voorziening beschikbaar is of voldoet, maakt de gemeente de afweging of de hogere investering noodzakelijk is.
Op deze wijze wil de gemeente voorkomen dat overbodige investeringen worden gedaan met gemeenschapsgeld. Aanvullende voorwaarden Afhankelijk van de casus en de uiteindelijke vorm en omvang van de gemeentelijke bijdrage, kan de gemeente aanvullende voorwaarden stellen aan de toe te kennen financiële bijdrage. Deze voorwaarden kunnen onder andere betrekking hebben op het creëren van een grotere meerwaarde door het organiseren van aanvullende maatschappelijke activiteiten.
7. Financiën Op basis van bovenstaande werkwijze wordt per casus gekeken en bepaald wat de financiële draagkracht is van sportverenigingen. Dit geldt als uitgangspunt voor elke aanvraag. Deze werkwijze heeft echter tot gevolg dat op voorhand geen inschatting kan worden gemaakt van het benodigde budget. Dit wordt immers bepaald op basis van het ingediende verzoek, waarna pas kan worden bepaald of ondersteuning van de gemeente via een gemeentegarantie/(gemeentelijke) lening of subsidie nodig is. Binnen de gemeentelijke begroting is momenteel geen (structureel) budget beschikbaar of gereserveerd voor dergelijke subsidieaanvragen. Aangezien dit soort trajecten een doorlooptijd hebben van meerdere jaren is het passend om op het moment zelf binnen de financiële mogelijkheden van de gemeente Delft te bepalen hoe de dekking wordt vormgegeven. Indien er vanuit sport geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn dan kan via de gebruikelijke Planning & Control cyclus een voorstel worden voorbereid voor bijvoorbeeld de Kadernota. Dit heeft tot gevolg dat een voorstel integraal wordt afgewogen ten aanzien van andere voorstellen.
6/7
BIJLAGE I
UITKOMSTEN ANALYSE
Op de gemeentelijke sportparken zijn ongeveer 20 – 30 verenigingsopstallen gevestigd. De meeste van deze opstallen in de periode 1950 – 1990 gebouwd. Hoewel tussentijds aanpassingen en (kleine) renovaties hebben plaatsgevonden, komen deze opstallen aan het einde van hun technische levensduur. Gezien de opstallen eigendom zijn van sportverenigingen, heeft de gemeente onvoldoende in beeld wat de staat is van deze opstallen. Om dit beperkt inzichtelijk te krijgen, zijn hierover bij enkele verenigingen vragen gesteld tijdens beheeroverleggen over de velden. Van de verenigingen waarmee is gesproken, heeft bijna geen één vereniging een actueel Meerjaren Onderhoudsplan. En als deze er al is, is deze door henzelf opgesteld of is deze niet meer actueel. Hierdoor hebben verenigingen eigenlijk onvoldoende in beeld hoe hun opstal ervoor staat en welke investeringen of onderhoudskosten op de korte en langere termijn nodig zijn. Daarbij is het energielabel van de opstal veelal onbekend. Daarmee hebben verenigingen onvoldoende in beeld welke energiebesparende maatregelen zinvol zijn en welke zij kunnen (laten) uitvoeren. Wel hebben alle verenigingen de wens om te verduurzamen, ongeacht dat ze het energielabel niet weten. Dit is vooral ingegeven door de gestegen energieprijzen. Verenigingen hebben echter onvoldoende financiële middelen dit zelf te bekostigen.
Daarnaast hebben verenigingen de wens (meer) multifunctionele (kleed)ruimtes in of aan hun opstal toe te voegen. Dit biedt ze de mogelijkheid ruimtes flexibel in te zetten.
7/7