CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Gladheidsbestrijding Delft 2025-2030

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota Gladheidsbestrijding Delft 2025-2030 (2511120)4.884 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Gladheidsbestrijding Delft 2025-2030

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Beleid, Gladheidsbestrijdingsplan en Uitvoeringsplan Randvoorwaarden Juridische Aspecten Aansprakelijkheid Arbo-aspecten

2 Visie en Doelen 2.1 Visie 2.1.1 Veiligheid weggebruikers 2.1.2 Preventie boven bestrijding 2.1.3 Mobiliteitsplan Delft 2040 2.1.4 Milieu en duurzaamheid 2.2 Inzetperiode 2.3 Participatie

3 Prioritering bij inzet 3.1 3.2 3.3 3.4

Inzetduur strooiactie Primaire routes Secundaire routes Areaal

4 Uitvoering 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Basismethode gladheidbestrijding Materieel en personeel Verantwoordelijkheden Signalering Strooibesluit Verantwoording Communicatie Gladheidbestrijdingsplan Uitvoeringsplan

2 2 3 3 4 4

6 6 6 7 7 8 8 8

10 10 10 10 10

12 12 12 12 12 12 13 13 13 13

5 Kosten

14

6 Bijlage

15

1

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

1 Inleiding De gemeente heeft de zorg voor het in goede staat houden en brengen van de openbare weg. In de winterperiode kan deze door weersomstandigheden glad worden. Ook onder deze omstandigheden moet de gemeente er zo goed mogelijk voor zorgen dat de weg veilig is. Onder extreme weersomstandigheden is het niet altijd mogelijk om aan dit gewenste beeld te voldoen. Het is immers ondoenlijk om bij gladheid alle verharding binnen de gemeente sneeuw- en ijsvrij te houden. Delft heeft ruim 170 hectare wegen en fietspaden in beheer. In het seizoen 20242025 is 94 hectare hiervan (55%) in het gladheids-areaal opgenomen. Dit beleidsplan bevat de wettelijke kaders en de gemeentelijke visie op de gladheidsbestrijding. Daarnaast bevat dit plan de beleidskeuzes op het gebied van de uitvoering en het financiële kader, passend binnen het vastgestelde budget op het taakveld verkeersvoorzieningen. Ook geven we aan hoe we verder invulling geven aan de voetganger op één en de fietser op twee ten aanzien van de gladheidbestrijding.

1.1 Beleid, Gladheidsbestrijdingsplan en Uitvoeringsplan Dit beleidsplan vormt voor de periode 2025-2030 de basis voor het gladheidsbestrijdingsplan. Hierin worden de kaders in dit beleid voor de uitvoering van de gladheidsbestrijding praktisch uitgewerkt. Het college stelt dit gladheidsbestrijdingsplan (zie bijlage) vast. Het bij dit beleidsplan horende gladheidsbestrijdingsplan is voor de volledigheid opgenomen in de bijlagen. Jaarlijks wordt op basis van dit beleidsplan in samenwerking met onze contractpartij een operationeel uitvoeringsplan opgesteld. Dit uitvoeringsplan heeft een looptijd van één gladheidsbestrijding seizoen (november t/m april). Dit uitvoeringsplan wordt in mandaat ambtelijk vastgesteld.

2

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

Beleidsplan

Bestrijdingsplan

Uitvoeringsplan

•kaders en visie •vaststelling door gemeenteraad •looptijd: 6 jaar, t/m 2030 •methode, middellen en planning •vaststelling door College van B&W •looptijd: 3 seizoenen

•areaal, communicatie en Plan van Aanpak contractpartij •vaststelling door afdelingshoofd Stadsbeheer & Realisatie •looptijd: 1 seizoen

1.2 Randvoorwaarden In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de uitgangspunten die van belang zijn voor de gladheidbestrijding. Het merendeel van de uitgangspunten volgen uit wetgeving (juridische aspecten), de mate waarin de gemeente verantwoordelijk is (aansprakelijkheid), de belastbaarheid van medewerkers (arbo-aspecten) . De gladheidsbestrijding wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder vastgelegd in de Wegenwet. Bij het invullen van deze taak hebben wij ook te maken met Arbo-technische aspecten en met consequenties voor het milieu, onder andere als gevolg van het gebruik van dooimiddel (duurzaamheid).

1.3 Juridische Aspecten Op grond van de Wegenwet ligt de zorg voor het in goede en veilige staat verkeren van de weg bij de wegbeheerder (Rijk, Waterschap, Provincie of gemeente). Hier hoort ook het bestrijden van gladheid op deze wegen bij. Binnen de gemeente Delft zijn vier partijen verantwoordelijk voor de gladheidbestrijding (PZH provinciale weg, Rijk voor Rijkswegen, gemeente voor gemeentelijke wegen en TU Delft voor de campus). De gemeente heeft op basis van de Wegenwet1 en het Burgerlijk Wetboek2 een inspanningsverplichting op het gebied van de gladheidsbestrijding. Dit houdt in dat de gemeente moet kunnen aantonen dat op structurele wijze aan de zorgplicht voor gladheidsbestrijding is voldaan. De gemeente heeft echter geen resultaatsverplichting ten aanzien van de gladheidbestrijding. Dit toont de gemeente aan door: •

1 2

een vastgesteld gladheidsbestrijdingsbeleid met een gladheidsbestrijding/uitvoeringsplan dat is gepubliceerd;

Wegenwet artikel 15 ev, zorgplicht BW, artikel 6:162 en artikel 6:174, aansprakelijkheid

3

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

• • • •

een gladheidsmeldsystematiek; een goede administratie van tijden en gereden strooiroutes; het voorhanden hebben van voldoende materieel; consistentie in beleid en uitvoering.

Het CROW heeft met de publicatie ‘Organisatie en bestrijding van winter-gladheid’ (2024), niet dwingende richtlijnen geformuleerd. Deze richtlijnen hebben geen wettelijke status, maar aan deze richtlijn wordt wel een zekere status ontleend.

1.4 Aansprakelijkheid Helaas is het niet altijd te voorkomen dat er schade wordt geleden. Een gladheidsbestrijdingsbeleid is van belang bij de beoordeling van schadeclaims, in geval de gemeente aansprakelijk wordt gesteld. De beheerder van een weg die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar oplevert is aansprakelijk voor de opgelopen schade. Het betreft hier een zogenaamde ‘risicoaansprakelijkheid’, dat wil zeggen: aansprakelijkheid zonder schuld of verwijtbaarheid. Een aansprakelijkheidstelling is gebaseerd op het algemene aansprakelijkheidsartikel uit het Burgerlijk Wetboek, waarbij moet worden aangetoond dat de wegbeheerder niet aan de zorgplicht heeft voldaan. Dit neemt echter niet weg dat op de gemeente als wegbeheerder een zwaarwegende zorgplicht rust voor de goede en veilige staat van de weg, omdat onzorgvuldigheid in dit verband al snel tot aansprakelijkheid kan leiden. Bij het beoordelen van de aansprakelijkheid is niet het resultaat van de gladheidsbestrijding van belang, maar de mate waarin de wegbeheerder zich heeft ingespannen om tot zo goed mogelijke resultaten te komen. De zorgplicht van de gemeente gaat niet zover dat de veiligheid van de weg altijd wordt gegarandeerd.

Aan de weg die door (nacht)vorst, sneeuwval, ijzel en dergelijke glad is geworden, kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan een weg in de zomer. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij bij ‘winterse’ omstandigheden met een grote mate van oplettendheid en voorzichtigheid aan het verkeer deelneemt of dat men bij extreme omstandigheden (ijzel, sneeuwval) zoveel mogelijk thuis blijft. Als de gemeente aantoonbaar heeft voldaan aan haar zorgplicht of inspanningsverplichting, dan is zij niet aansprakelijk voor ontstane schade. Dit kan worden aangetoond aan de hand van de actuele beleidsstukken en een accurate verslaglegging van de gladheidsbestrijdinginzetten.

1.5 Arbo-aspecten Gladheidsbestrijding vindt vrijwel altijd plaats onder moeilijke omstandigheden voor het uitvoerend personeel. Er wordt gewerkt in koude omstandigheden, in de avond en de nacht, op soms nog gladde wegen en met agressieve dooimiddelen. De kaders voor de inzet en de arbeidsomstandigheden van het personeel zijn bepaald in de Arbeidstijdenwet en de Arbowet. De contractpartij is verantwoordelijk voor de 4

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

arbeidsomstandigheden van de door de hun ingezette medewerkers. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid als opdrachtgever door dit vast te leggen in het contract met de contractpartij en het jaarlijkse plan van aanpak dat door hen wordt opgesteld. Via directievoering op het contract wordt toegezien op de correcte uitvoering van de ARBO kaders.

5

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

2 Visie en Doelen 2.1 Visie De gladheidsbestrijding in Nederland is een verantwoordelijkheid van verschillende wegbeheerders. Al deze partijen hanteren hun eigen beleid voor gladheidsbestrijding en gaan op verschillende wijzen (curatief: als het al glad is of preventief: voordat het glad wordt) te werk. Met de formulering van de integrale visie in de leidraad wordt beoogd dat wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Ons beleid is gebaseerd op de CROW publicatie organisatie en bestrijding van wintergladheid. Onze visie wordt gekarakteriseerd door de volgende punten: • • • •

De veiligheid van de weggebruiker staat voorop; Preventieve gaat boven curatieve gladheidsbestrijding. Beperken van schade aan het milieu Aansluiten op de prioritering uit het Mobiliteitsplan Delft 2040 (MPD 2040)3

2.1.1 Veiligheid weggebruikers Belangrijkste uitgangspunt van onze visie is dat weggebruikers veilig gebruik kunnen maken van de weg. Omdat we niet altijd en overal direct de gladheid kunnen nemen we de wegen met één of meer van de volgende functies met prioriteit op in het areaal: 1. 2. 3. 4.

Hoofdroutes nood- en hulpdiensten OV routes (Bus routes en OV Knooppunten) Hoofdverkeersaders voor fietsers en auto's Fiets- en autoroutes naar openbare voorzieningen

Onder hoofdverkeersaders voor fietsers verstaan we de in het MPD 2040 vastgestelde kwaliteits- en hoofdfietsnetwerken en voor auto's de gebieds- en wijkontsluitingswegen. Veel openbare voorzieningen liggen aan hoofdverkeersaders. Waar dat niet het geval is zorgen wij ervoor dat een route hier naar toe is opgenomen in het areaal. Onder openbare voorzieningen vallen: • • • •

winkelcentra, basis- en VO-scholen, verpleeg/verzorgingstehuizen, gezondheidscentra

Doel is om in 2030 alle genoemde voorzieningen onderdeel te laten zijn van het areaal. Omdat deze voorzieningen soms ontsloten worden door erftoegangswegen waar de verkeersintensiteit lager is dan op de hoofdverkeersaders vraagt dit om een andere manier van gladheidbestrijding. Samen met onze contractpartij onderzoeken we de komende jaren de juiste inzet van materieel en dooimiddel op deze routes.

3

RIS mobiliteitsplan Delft 2040 (2023455)

6

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

Als ondergrens wordt landelijk veelal een straal van 350 tot 500 meter aangehouden waarbinnen fietsers en auto's een weg moeten kunnen bereiken die onderdeel is van het areaal. De 400 meter straal die we al lange tijd in Delft hanteren valt hierbinnen en behouden we.

2.1.2 Preventie boven bestrijding Zowel voor weggebruikers als voor de uitvoerder is het veiliger om zoveel mogelijk preventief in te zetten. De voertuigen hoeven dan niet bij slechte weersomstandigheden in druk verkeer hun werk te doen. Bij plots optredende gladheid of langdurige sneeuwval zetten we natuurlijk ook curatief in. In geval van een curatieve inzet werken we met de prioritering zoals die onder ‘veiligheid weggebruikers’ is vastgesteld.

2.1.3 Mobiliteitsplan Delft 2040 Het Mobiliteitsplan Delft 2040 geeft een hoge prioriteit aan voetgangers en fietsers. Ook de gladheidsbestrijding moet hierop aansluiten. Dat doen we door extra aandacht te geven aan het hoofdfietsnetwerk. Een groot deel van dit netwerk is al onderdeel van het huidige areaal. Gedurende de looptijd van dit beleid breiden we het areaal uit over de rest van het hoofdfietsroutenet. Doel is om in 2030 het gehele hoofdfietsnetwerk onderdeel te laten zijn van het areaal. Hiermee neemt het areaal met ongeveer 10% toe. Omdat de verkeersintensiteit op deze fietspaden soms lager is vraagt dit om een andere manier van gladheidbestrijding. Samen met onze contractpartij onderzoeken we de komende jaren de juiste inzet van materieel en dooimiddel op deze routes. Te denken valt aan (o.a. verwarmd en onder druk) pekelwater sproeien. Hierbij kijken we ook naar ontwikkelingen bij andere gemeenten. Gladheidsbestrijding op voetgangersroutes kan alleen handmatig plaats vinden. Door de vele obstakels (lichtmasten, bebording, fietsstalvoorzieningen) op looproutes is machinale inzet geen optie. De bestrijding op looproutes heeft een hoge impact op het milieu doordat er relatief veel dooimiddel gebruikt moet worden door de lage verkeerintensiteit. Inzet is dan ook alleen nuttig op plekken met een zeer hoge intensiteit.

Voor voetgangers vindt preventieve gladheidsbestrijding plaats op de volgende locaties: • •

OV knooppunten Drukke locaties binnen het Kernwinkelgebied Binnenstad

Bij extreem winterweer (langdurige ijzel of sneeuwval) wordt curatief ook ingezet op bushaltes. Gedurende de beleidsperiode wordt onderzocht of het mogelijk is met de bestaande middelen conform het MPD bij langdurige gladheid curatieve inzet voor voetgangers te realiseren. Uitgangspunten daarbij zijn een focus op veelgebruikte locaties, zoals routes rond OV-knooppunten en logische looproutes tussen maatschappelijke voorzieningen. Op deze locaties zetten we de nog in bezit zijnde zoutbakken in, deze worden gedurende het seizoen gevuld en na het seizoen verwijderd. Hierbij accepteren we het risico op extra milieubelasting (zie ook onder participatie bij gladheidbestrijding)

7

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

2.1.4 Milieu en duurzaamheid De gladheidsbestrijding brengt voor het milieu negatieve effecten met zich mee. Een deel van het gebruikte dooimiddel komt terecht in de directe omgeving van de wegen waarop het is gestrooid. Uiteindelijk bereikt het dooimiddel ook de bodem en het grondwater. We beperken deze effecten zo veel als mogelijk. Ons beleid is om de gladheidsbestrijding verder te verduurzamen. Hiervoor streven wij ernaar om zo min mogelijk dooimiddel in het milieu te brengen door: • • • •

Het gebruik van nat zout in plaats van droog zout. Inzet strooimanagement systeem om overbodig zout gebruik te voorkomen. Groter percentage natte component op fietspaden. Gerichte strooirondes door middel van het eigen gladheidsmeldsysteem en bewaking door een weerbureau.

Daarnaast maken we afspraken met de leverancier van ons materieel en onze contractpartij over duurzame inzet van materiaal en materieel. Te denken valt aan hergebruik van strooiers en terugdringen van uitstoot door tractie.

2.2 Inzetperiode Het 24/7 paraat houden van mensen en middelen voor gladheidsbestrijding vraagt een forse investering. Daarom wordt de preventieve inzet van de dienst beperkt tot de winterse periode. De lengte van deze periode waarin gladheidsbestrijding plaats vindt wordt in eerste instantie bepaald door het risico op gladheid. Dit risico is sterk afhankelijk van de klimatologische omstandigheden: aan de kust is de gemiddelde temperatuur in de winter hoger dan in het binnenland, en is de kans op winterse neerslag met name aan het begin en eind van de winter kleiner. Landelijk is het uitgangspunt voor een winterdienstseizoen 1 oktober t/m 1 mei. Door eerdere beleidskeuzes was de periode waarin in Delft de winterdienst werd uitgevoerd beperkt tot de maanden met het hoogste risico op gladheid in onze regio: 15 november t/m 15 maart. Op basis van de daadwerkelijke ervaringen is die periode de afgelopen seizoenen weer uitgebreid naar 1 november t/m 15 april. Voor de komende beleidsperiode behouden we deze inzet termijn voor de preventieve inzet. Buiten deze periode kan bij extreme gladheid nog wel curatief worden ingezet.

2.3 Participatie In het verleden heeft de gemeente bruggen en voorzieningen voorzien van zoutbakken zodat bewoners daar zelf gladheid konden bestrijden. Het resultaat hiervan was zeer wisselend: de bakken werden soms leeggehaald voor particulier gebruik in plaats van voor de locatie waar de bak geplaatst was. Wanneer bewoners zelf uit bakken strooien wordt vaak te veel dooimiddel gebruikt met een grote impact op het milieu. Daarnaast zijn de bakken vandalisme gevoelig. Het gevuld houden van de bakken is bovendien een arbeidsintensief en daarmee kostbaar proces.

8

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

Om tegemoet te komen aan de maatschappelijke wens om meer aan gladheidsbestrijding voor voetgangers te doen voeren we deze beleidsperiode een proef uit met het plaatsen van bakken bij voorzieningen waar afspraken over het beheer van de bak gemaakt kan worden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de bestaande voorraad aan zoutbakken waar de gemeente nog over beschikt. Het plaatsen van zoutbakken bij bruggen buiten het areaal is niet wenselijk. Er is geen garantie op effectieve bestrijding en de gladheid op de aansluitende wegen blijft bestaan. Het schept de valse verwachting dat op de route de gladheid bestreden wordt en daarmee passen gebruikers hun weggedrag onvoldoende aan. Zo ontstaat dan juist een onveilige situatie en aansprakelijkheidsrisico voor de gemeente. De bruggen binnen het areaal die snel glad worden zijn opgenomen in een speciale preventieve route die extra wordt ingezet ten opzichte van de reguliere preventieve rondes.

De gemeente bestrijdt gladheid binnen het vastgestelde areaal, daarbuiten doen wij een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners en bedrijven in de gemeente. Enerzijds om het verkeersgedrag aan te passen bij gladheid, anderzijds om op en rond eigen terrein als dat noodzakelijk is zelf de gladheid te bestrijden. Maatschappelijke voorzieningen en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de gladheidbestrijding op het eigen perceel. Te denken valt dan aan schoolpleinen, ingangen van winkels, bedrijven en wooncomplexen. De gemeente verstrekt geen dooimiddelen aan particulieren. Dooimiddelen zijn voor particulieren in voldoende mate te verkrijgen bij winkels en bouwmarkten. Ieder jaar wordt hier voorafgaand en tijdens het seizoen in de communicatie over gladheidsbestrijding expliciet aandacht aan besteed.

9

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

3 Prioritering bij inzet Voor de prioritering van gladheidsbestrijding en de maximale inzetduur maken wij gebruik van de CROW-richtlijnen en de indeling van wegen op grond van de gemeentelijke wegcategorisering.

3.1 Inzetduur strooiactie De inzet duur is verschillend bij preventieve en curatieve strooiacties. Met inzetduur wordt de tijd bedoeld tussen het moment waarop wordt besloten om tot een strooiactie over te gaan en het moment dat de laatste vierkante meters van het areaal zijn gestrooid. Op basis van de oppervlakte van het areaal in Delft en de aanwezigheid van één steunpunt voor de gladheidsbestrijding in de gemeente, is de uitvoeringstijd van een preventieve strooiactie op 3,5 uur gesteld. Dit is een periode waarin met grotere zekerheid een preventieve actie ingezet en afgerond kan worden. Hierbij wijken we af van de CROW norm van 2 uur voor een preventieve inzet. Deze CROW-norm is gericht op zo kort mogelijk voor de daadwerkelijke gladheid in zetten, dan is de de kans ‘om voor niets te strooien’ het kleinst. De gemeente Delft kiest voor een veiligere inzet in de avonduren buiten de spits, en zo min mogelijk in de nachtelijke uren. Doordat we relatief langer voorafgaand aan de gladheid inzetten hebben we meer tijd om de rondes te rijden en kunnen we met minder materieel toe. Dat we dan soms een ronde teveel rijden omdat de verwachte gladheid toch niet optreedt is acceptabel. Bij langdurige curatieve strooiacties door sneeuwval of ijzel, dus wanneer het wegdek reeds glad is, wordt continu ingezet totdat de gladheid op het areaal bestreden is.

Daarbij wordt met prioriteit de gladheid op de primaire routes bestreden en daarna de gladheid op de secundaire routes.

3.2 Primaire routes Deze routes hebben een hoge prioriteit. Deze primaire routes bestaan uit de hoofdroutes van de hulpdiensten en de OV-routes. Alle vaste busroutes, waaronder de busbanen en busstroken, maar ook bus-routes op reguliere wegen vallen hieronder.

3.3 Secundaire routes Onder secundaire routes vallen alle hoofdverkeersaders die niet onder de primaire routes vallen. Daarnaast vallen ook de verblijfsgebieden hieronder. Deze gebieden zijn: centrumwinkel-gebieden (gedeelte Binnenstad en Winkelcentrum In de Hoven) en routes naar openbare voorzieningen.

3.4 Areaal Voorgaande wordt in het gladheidsbestrijdingsplan vertaald naar een compleet areaal en ingetekend in een strooikaart, waarin alle wegen zijn opgenomen waarop 10

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

gladheidsbestrijding plaatsvindt. Voor elk seizoen wordt het areaal in het uitvoeringsplan vastgesteld.

11

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

4 Uitvoering 4.1 Basismethode gladheidbestrijding In het gladheidsbestrijdingsplan wordt bepaald welke methodes gebruikt worden voor de gladheidsbestrijding. Uitgangspunt is dat gekozen wordt voor de methode die het meest efficiënt is. De in Nederland meest gangbare en effectieve manier van gladheidsbestrijding: het strooien van nat-zout. Dit is een mengsel van pekelwater en droogzoutkorrels. Het mengen zorgt voor een langdurigere en snellere werking dan wanneer er alleen droogzout gestrooid wordt. Dit beperkt de milieuschade en verhoogd de veiligheid van de weggebruikers. Alternatieve, meer circulaire, dooi-middelen zijn nog niet effectief genoeg om op grote schaal toegepast te worden.

4.2 Materieel en personeel De uitvoering van de gladheidsbestrijding ligt in regie bij onze contractpartij. Deze is verantwoordelijk voor de inzet van materieel, materiaal en personeel. De gemeente voorziet de contractpartij van sneeuwploegen en strooimachines ten behoeve van een reguliere inzet en via een overeenkomst met Rijkswaterstaat van dooimiddel op het Steunpunt Delfgauw. In het geval van intensieve gladheidsbestrijding kan de aannemer binnen het areaal extra materieel inzetten.

4.3 Verantwoordelijkheden De gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd door onze contractpartij in opdracht van de gemeente. Het strooibesluit en daarmee de keuze voor het type inzet vindt plaats door de coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente. Om de continuïteit te waarborgen wordt er gedurende de winterperiode (november-april) gewerkt met een 24/7 piketdienst.

4.4 Signalering De gemeente heeft de beschikking over een gladheid-meldsysteem(GMS) met op dit moment twee meetpunten (temperatuur, vocht en zoutgehalte). Deze staan op locaties die het grootste risico op gladheid hebben. De locaties zijn bepaald op basis van een infraroodscan. Door eigen meetpunten is de informatie uit het GMS beter afgestemd op het actuele weer in de gemeente. De gemeente maakte tot nu toe gebruik van regionale gegevens om gladheid op bruggen te monitoren. Tijdens deze beleidsperiode voeren we een proef uit met twee extra flexibele meetpunten die gemakkelijk op bruggen geplaatst kunnen worden. Hierdoor kunnen we beter en accurater de gladheid op bruggen bestrijden.

4.5 Strooibesluit De coördinator gladheidsbestrijding beschikt, naast eigen waarnemingen, over informatie van het GMS en de diensten van een weerbureau met 24/7 bewaking en alarmering, op basis waarvan besloten kan worden over de inzet van een gladheidsbestrijdingsactie. Bij zeer plaatselijke of onverwachte gladheid kunnen ook meldingen van politie, gemeentelijke medewerkers en inwoners leiden tot een gladheidsbestrijdingsactie. De dienstdoende coördinator gladheidsbestrijding beslist uiteindelijk of er wordt ingezet.

12

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

Bij extreme gladheid (ernstige sneeuwval/ijzel) bepaalt de coördinator gladheidsbestrijding van de gemeente in afstemming met onze contractpartij waar inzet gepleegd gaat worden. Ook buiten het vastgestelde seizoen (november-april) vindt bij dit soort omstandigheden gladheidsbestrijding plaats.

4.6 Verantwoording Alle inzetten van strooimachine's (afgelegde route en gebruik dooimiddel) worden automatisch opgeslagen in een online strooimanagementsysteem. Dit is van belang in geval van aansprakelijkheidsstelling bij schade.

4.7 Communicatie Voor externe communicatie naar inwoners is in het uitvoeringsplan een communicatieparagraaf opgenomen, waarin naast de communicatie bij reguliere winterse omstandigheden ook de communicatie bij extreme winterse omstandigheden is beschreven. Om inwoners te informeren over gladheidsbestrijding worden aan de start van het seizoen berichten in de plaatselijke media gepubliceerd, en bij daadwerkelijke gladheid ook op social media. Op de website van de gemeente staat een kaart van alle wegen die gestrooid worden (het areaal).

4.8 Gladheidbestrijdingsplan Het gladheidsbestrijdingsplan bevat: • Uitwerking strooimethodiek • Uitwerking areaal

4.9 Uitvoeringsplan Het jaarlijkse uitvoeringsplan bevat: • Werkafspraken met onze contractpartij en derden • Invulling van de piketdienst • Communicatie-inzet • Vaststelling strooiroutes Jaarlijks evalueren wij het uitvoeringsplan op de hieronder vermelde punten: • effectiviteit van de inzetten • organisatie/sturing • strooiproces De resultaten uit de evaluatie zijn de basis voor het nieuwe uitvoeringsplan.

13

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

5 Kosten De kosten voor gladheidsbestrijding bestaan uit een vast en een variabel deel. De vaste kosten bestaan onder andere uit: • • • •

Steunpunt (huur, investering, onderhoud) Materieel (strooimachine’s en sneeuwploegen/borstel etc) Consignatiedienst (piketvergoeding, opleiding etc) Abonnementen (weerbureau, strooimanagement systeem etc)

Voor seizoen 2024-2025 is voor deze vaste kosten een bedrag van €100.000,- begroot. De variabele kosten (strooikosten) bestaan uit: • • •

Inzet aannemer bij strooiacties gebruik van dooimiddel (zout en natte component) Reparatie materieel (materiaalkosten en noodreparaties)

Deze kosten zijn afhankelijk van het verloop van de winter en zijn niet separaat in de begroting opgenomen. Op basis van 10 preventieve en 2 curatieve strooiacties zijn op basis van prijspeil seizoen 2024-2025 de totale variabele kosten € 145.000,-. De daadwerkelijke vaste en variabele kosten worden niet per seizoen maar per boekjaar inzichtelijk gemaakt. Dus de kosten van de periode januari t/m april en november-december zijn in het voorjaar van het eerstvolgende jaar beschikbaar. Deze passen binnen het beschikbare budget van het taakveld verkeersvoorzieningen.

14

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

6 Bijlage Gladheidsbestrijdingsplan Delft 2025-2027 Strooimethodiek De volgende soorten gladheid worden onderscheiden: • • •

gladheid veroorzaakt door het bevriezen van natte weggedeelten (na neerslag); gladheid veroorzaakt door condensatie en/of aanvriezen van mist; gladheid veroorzaakt door winterse neerslag (sneeuw, hagel, ijzel).

Bij nat zout strooien wordt droog zout vochtig gemaakt met een kleine hoeveelheid pekelwater, alvorens het wordt uitgestrooid op de weg. De voordelen van deze methode ten opzichte van de droog-strooimethode zijn: • • •

preventief kunnen bestrijden van optredende gladheid; directe hechting aan het wegdek; minder gebruik van zout met als gevolg een lagere belasting van het milieu.

Bij preventieve strooiacties is nat zout strooien de beste keuze. In de praktijk is 7 g/m2 nat zout strooien dan ongeveer even effectief als 15-20 g/m2 bij droog zout strooien (CROW 270). Dit geldt ook voor curatieve strooiacties bij gladheid veroorzaakt door bevriezing van natte weggedeelten. Door te kiezen voor nat strooien in deze situaties, is het zoutverbruik minder en komt minder zout in het milieu. De exacte dosering is afhankelijk van meerdere factoren zoals weertype, ondergrond en weg-classificering. Met behulp van het stooimanagement systeem worden strooiers zo afgesteld dat er zo min mogelijk overbodig zout gestrooid wordt. Strooibreedte en hoeveelheid worden locatieafhankelijk ingesteld en kunnen tijdens de route worden aangepast. Preventieve en curatieve inzet Een hoofdonderscheid in de methodiek van gladheidsbestrijding betreft het curatief of preventief bestrijden van gladheid. Bij curatief bestrijden wordt pas gestrooid als daadwerkelijk gladheid is opgetreden. Preventief is bijvoorbeeld strooien om gladheid te voorkomen op een moment dat het nog niet glad is, maar er wel gladheid wordt verwacht. Op de wegen en fietspaden waar regulier gladheid wordt bestreden (het zogenoemde areaal) is het doel om gladheid zoveel mogelijk voor te zijn. Hier wordt daarom preventief ingezet. Dit is veiliger voor de uitvoerder en de overige weggebruikers.

Als preventieve bestrijding niet afdoende is, dan zal curatief worden bestreden. Dit is het geval bij langdurige sneeuwval en bij plots opkomende gladheid zoals ijzel.

15

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

In onderstaand overzicht is de standaard natzout dosering aangegeven. Op advies van het weerbureau kan de strooi-coordinator hiervan afwijken. Type gladheid

Type bestrijding

Dosering (gram strooizout per m2)

Bevriezing natte weggedeelten

Preventief, natstrooien

7

Curatief, natstrooien

7

Preventief, natstrooien

7

Curatief, natstrooien

7

Preventief, natstrooien

7-10

Curatief, natstrooien

10-15

Preventief, natstrooien

15-20

Curatief, natstrooien

15-20

Condensatie en/of aanvriezende mist

Sneeuw

IJzel

Prioriteit strooiroutes Als uitgangspunt is gekozen dat voor elk te onderscheiden type weg in combinatie met een bepaald type gladheid een advies geldt voor de wijze van bestrijden en uitvoeringstijden waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd. De wegen worden in eerste instantie naar hun verkeersfunctie onderscheiden in: • • •

stroomwegen; gebiedsontsluitingswegen; erftoegangswegen.

Gemeente Delft heeft 1 stroomweg in beheer; de Beatrixlaan. In onderstaande tabel is de door CROW opgestelde visie ten aanzien van gladheidsbestrijding op basis van verschillende wegcategorieën en soorten gladheid uitgewerkt voor de gemeente Delft. Hierin is aangegeven met welke prioritering de verschillende wegcategorieën bij ons in beheer worden behandeld.

16

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

Categorie

Snelheid (km/u)

kenmerk

Prioriteit

Inzet

Tijd gereed (uur)

Stroomweg

70

Gebiedsontsluitingsweg Hoofd fietsnet

30/50

OV baan

30/50

Speciale bestemming Uitrukroutes

30/50

Erftoegangs-weg

30

30

30/50

Gescheiden rijbanen

hoog hoog

fietspad of rijbaan

hoog hoog

openbare voorziening Routekaart

middel hoog

Intensiteit hoog Intensiteit laag

preventief en curatief preventief en curatief preventief en curatief preventief en curatief preventief en curatief preventief en curatief

3,5

preventief en curatief

3,5

curatief (2)

48

3,5 3,5 3,5 3,5 3,5

(2)Bij gladheid langer dan 48 uur naar oordeel van Coördinator gladheidsbestrijding

De gemeente heeft een contract met een weerbureau dat in het seizoen deze meetpunten 24/7 bewaakt. Door de meetgegevens te combineren met weersverwachtingen kan gladheid nauwkeuriger worden voorspeld. Bij verwachte gladheid of veranderende omstandigheden neemt het weerbureau direct contact op met de gladheidscoordinator van de gemeente De verslaglegging van de gladheidsbestrijdingsactie door de uitvoerder aan de gemeente vindt maandelijks plaats aan de hand van een termijnstaat, waarin de inzet, middelen en strooirondes zijn opgenomen. De gladheidsbestrijding kent drie scenario’s: 1. Schemerroute, geen neerslag verwacht, beperkt risico op gladheid op bruggen door bevriezing van condensatie, verdere neerslagverwachting is gunstig Preventieve inzet op specifieke bruggen en (fiets)paden binnen het areaal. Doel van deze inzet is voorkomen dat een voor een beperkt risico op bruggen het gehele areaal gestrooid wordt. Deze route wordt jaarlijks aangepast op basis van werkzaamheden en ervaringen van eerdere seizoenen. 2.reguliere gladheidsbestrijding, neerslag < 5 cm, verdere neerslagverwachting is gunstig. Preventieve of curatieve inzet op het gehele bestaande areaal binnen het daarvoor vastgestelde tijdspad.

17

Nota Gladheidbestrijding Delft 2025-2030

3.intensieve gladheidsbestrijding, neerslag > 5 cm en/of ijzel, neerslagverwachting is ongunstig. De intensieve gladheidsbestrijding treedt in werking bij heftige gladheid (sneeuwval meer dan 5 cm of heftige ijzel), waarbij het gebruik van de openbare ruimte, met name van wegen, bruggen en fietspaden, ernstig wordt verstoord. De gladheidsbestrijding richt zich dan in eerste instantie op de primaire routes voor hulpdiensten en OV-routes. Wanneer de gladheid hier in afdoende mate bestreden is wordt ook ingezet op de secundaire routes binnen het areaal. Op het moment dat de gladheid binnen het gehele areaal voldoende bestreden is kan, in overleg met het bestuur, besloten worden om de reguliere middelen ook buiten het vastgestelde areaal in te zetten om in met name de woongebieden ook de gladheid te bestrijden. Een dergelijk inzet brengt aanzienlijke kosten met zich mee en omdat de verkeerintensiteit over het algemeen laag is, is er ook geen resultaatgarantie. Interne communicatie Er vindt bij de aanvang van het gladheidsbestrijdings-seizoen een startbijeenkomst plaats, waarbij de betrokkenen geïnformeerd worden over wijzigingen in de gladheidsbestrijding en over hun rol. Aan het Klant Contact Centrum wordt een instructie gegeven, zodat vragen van inwoners ten tijde van gladheid adequaat beantwoord kunnen worden.

In het gladheidsbestrijdingsseizoen wordt door het weerbureau dagelijks een gladheidsverwachting aangeleverd. Na afronding van een gladheidsbestrijdingsactie wordt deze door de aannemer afgemeld bij de coördinator. Daarnaast wordt via het strooimanagementsysteem een strooirapportage gegenereerd. De uitvoerder is verantwoordelijk voor het opleiden van de medewerkers. De gemeente zorgt voor de opleiding van de gladheidscoördinatoren. Waar mogelijk worden deze opleidingen afgestemd tussen gemeente en uitvoerder.

Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl Januari 2025

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15261646/3