CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

NOTA Dierenwelzijn 2026 6283995

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota Dierenwelzijn 2026 (2614192)9.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Dierenwelzijn 2026

Nota Dierenwelzijn 2026

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. Doel van deze nota 1.2. Afbakening 2. Onze visie op dierenwelzijn 2.1 Context en afwegingskader 2.2 Uitgangspunten beleid dierenwelzijn 3. Wet- en regelgeving 3.1 Inleiding 3.2 Taken en bevoegdheden 4. Aanpak gehouden dieren 4.1. Dieren in nood 4.2. Afspraken over noodopvang 4.3. Ketenoverleg 4.4. Dierenwelzijn in samenhang met welzijn van mensen 4.5. Chipbeleid katten en honden 4.6. Hondenbeleid 4.7. Zorgplicht en neutralisatie katten 4.8. Dieren in kinderboerderijen en hertenweide 4.9. Evenementen 4.10. Calamiteiten 4.11. Hittestress 4.12. Wat gaan we doen voor gehouden dieren 5. Aanpak in het wild levende dieren 5.1. Zorgplicht 5.2. Communicatie 5.3. Soortenbescherming en biodiversiteit 5.4. Diervriendelijk beheer 5.5. Biotoopontwikkeling en faunavoorzieningen 5.6. Jacht en schadebestrijding 5.7. Buitenevenementen 5.8. Hittegolven 5.9. Beheersing van overlast van dieren 5.10. Exoten 5.11. Wat gaan we doen voor in het wild levende dieren 6. Samenwerkingspartners 7. Financiële kaders Bijlage 1. Overzicht opvang en dierenambulance 2025 Bijlage 2. Wet- en regelgeving Bijlage 3. Samenwerkingspartners anno 2025

1

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 1. Inleiding De gemeente wil een samenleving waarin dierenwelzijn vanzelfsprekend is en dieren met respect worden behandeld. Dieren verdienen onze zorg en aandacht. Niet alleen onze huisdieren, maar ook de in het wild levende dieren om ons heen. De gemeente Delft heeft met de vaststelling van de Visie Groen en Biodiversiteit, de “stad als ecosysteem” (2023) neergezet. In die visie richt de aandacht voor dieren zich op leefgebieden en soortbescherming. De voorliggende nota richt zich op het welzijn van alle dieren in de stad. Aan- en afwezigheid van dieren zoals insecten is een duidelijke indicator voor de gezondheid van een gebied, omdat insecten een cruciale rol spelen in ecosystemen als opruimers, bestuivers en voedselbron voor andere dieren, en een achteruitgang in hun populatie duidt op een verstoring zoals verlies van habitat of vervuiling. Een rijkdom aan diverse soorten wijst op een gezond en veerkrachtig ecosysteem, terwijl afname duidt op problemen. Met de verstedelijkingsopgave wordt de impact op “in het wild levende dieren” groter, maar de groei van het aantal inwoners betekent ook dat er meer huisdieren komen waar we mee samenleven. Voor al deze ontwikkelingen is de vraag hoe we met elkaar willen samenleven en hoe we ervoor zorgen dat de gemeente voor mens en dier een fijne plek is en blijft.

Binnen de gemeente Delft staat dierenwelzijn op de politieke en ambtelijke agenda. Hoewel de gemeente niet overal invloed op heeft, speelt zij een belangrijke rol op het gebied van dierenwelzijn. We zorgen ervoor dat de wettelijke taken goed worden uitgevoerd en bieden zorg, bescherming en welzijn aan huisdieren (de zogenaamde gedomesticeerde dieren) en andere dieren die om verschillende redenen hulp nodig hebben. Daarnaast voert de gemeente ook een aantal taken uit die niet wettelijk verplicht zijn, zoals het opruimen van dode wilde dieren in de openbare ruimte (zoals eenden, vogels en egels). Dit gebeurt om onhygiënische situaties te voorkomen, de volksgezondheid te bevorderen en de leefbaarheid te verbeteren. Terugblik In 2020 heeft de gemeente Delft een nota dierenwelzijn vastgesteld. Deze nota was zeer beknopt en beperkte zich met name tot een beschrijving van beleid en regelgeving. Beleid en regelgeving zijn echter aan verandering onderhevig en er zijn verschillende maatschappelijke ontwikkelingen rond dieren(welzijn). Ook zijn er groeiende aandacht en zorgen vanuit de stad met betrekking tot dieren en dierenwelzijn. Dit blijkt o.a. door het grote aantal moties en amendementen m.b.t. tot dit onderwerp. Zo is in 2024 een motie aangenomen om Delft een diervriendelijk gestalte te geven en te zorgen voor 2

Nota Dierenwelzijn 2026

morgen door bij de kadernota middelen vrij te maken, en om -in de begroting vanaf 2024- dierenwelzijn zichtbaar te maken met duidelijke doelstellingen, meetbare resultaten en de voortgang op de Nota Dierenwelzijn. Ook is er een algemene leaflet (2528287) van de Landelijke Dierenbescherming voor een diervriendelijke samenleving binnengekomen, met daarin een aantal acties. In de periode tussen 2020 en 2026 heeft de gemeente fors ingezet op dierenwelzijn, zowel op het gebied van gehouden dieren als in het wild levende dieren. Deze koerswijziging wordt voortgezet waarbij Dierenwelzijn als rode draad in beleid als standaard wordt meegenomen. 1.1 Doel van deze nota In de omgevingsvisie van Delft is de ambitie vastgelegd om een leefbare gemeente te zijn voor mens, dier en plant. Hieronder vallen onder meer de wettelijke verantwoordelijkheden zoals het opvangen van zwerfdieren en het beschermen van in het wild levende dieren bij beheer en ruimtelijke ontwikkelingen. Het beoogde effect van het nieuwe beleid Dierenwelzijn is een integrale kijk op het thema dierenwelzijn. Dieren(welzijn) en wetgeving is in principe volledig geregeld in verschillende landelijke wetgeving. In deze nota is aangegeven wat valt onder de verantwoordelijkheid en de regel stellende bevoegdheid van de gemeente. De rol van de gemeente op dit onderwerp is beperkt en ligt vooral in het scheppen van voorwaarden.

Uitgangpunt is dat de samenwerking met organisaties gecontinueerd wordt en daar waar nodig wordt bijgesteld. Hierbij staat de zorg voor het dier centraal. Extra aandacht is besteed aan het opstellen van een duidelijk afwegingskader en richtlijnen rondom de aanpak van ervaren overlast door dieren. Dit ook in relatie tot dierenwelzijn. Hierbij is het belangrijk om duidelijk te zijn over waar de gemeente handelingsperspectief heeft en waar niet. Verder wordt specifiek ingegaan op zaken zoals het verminderen van lijden van dieren (minder verkeersslachtoffers, negatieve effecten van het voeren van vogels, etc.), opvang en zorgplicht rondom gedomesticeerde dieren, veiligheid in de openbare ruimte voor mens én dier, samenwerking met externe partners en het ontmoedigen van het gebruik van dieren bij evenementen. Deze nieuwe nota is vooral bedoeld om de verantwoordelijkheden rondom dierenwelzijn vast te leggen. Daarnaast omvat de nota een aantal voorstellen en een lijst met actiepunten. De Nota Dierenwelzijn geldt voor onbepaalde tijd en wordt regelmatig geëvalueerd. Indien nodig wordt de nota geactualiseerd.

3

Nota Dierenwelzijn 2026

1.2. Afbakening Deze nota richt zich specifiek op het welzijn van de (individuele) dieren binnen de gemeente Delft, voor zover dit binnen de bevoegdheid van de gemeente valt. Veel wettelijke verantwoordelijkheden op het gebied van dierenwelzijn zijn toegewezen aan instanties zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Landelijke Inspectiedienst (LID). Dierenwelzijn voor in het wild levende dieren is vastgelegd in de visie Groen & Biodiversiteit en het beleidskader Natuurinclusief bouwen. Daarbij wordt ingezet op Basis Kwaliteit Natuur (BKN) en soortenmanagementplannen (SMP) voor gebouw bewonende soorten. Ook wordt vanuit het beheerplan groen, water en recreatie ingezet op het behoud en versterken van soorten en leefgebieden middels inrichting en beheermaatregelen. Binnen voorliggende nota ligt de focus op het welzijn van het individuele dier. Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over dierenwelzijn en welke uitgangspunten de gemeente hanteert. In hoofdstuk 3 wordt een beknopt overzicht gegeven van de wet- en regelgeving die invloed uitoefenen op dierenwelzijnsbeleid. In de hoofdstukken 4 en 5 wordt ingegaan op de ambities voor zowel gehouden dieren als in het wild levende dieren inclusief overlast en plaagdieren en een uitvoeringsprogramma. Hoofdstuk 6 gaat over de rol van de samenwerkingspartners met tot slot de financiële kaders in hoofdstuk 7.

Grauwe gans 4

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 2. Onze visie op dierenwelzijn In dit hoofdstuk wordt ingegaan op dierenwelzijn in het algemeen en uitgangspunten die de gemeente hanteert in haar beleid. Dierenwelzijn betreft zowel het fysieke welzijn (diergezondheid) als het geestelijke welzijn van dieren (hoe voelen dieren zich). Gemene deler is dat het dier en de kwaliteit van leven centraal staat en dat een dier een wezen is met gevoel en dat pijn kan ervaren. De volgende aspecten zijn essentieel voor het welzijn van dieren. • • • • •

Dieren moeten toegang hebben tot een gezonde leefomgeving met schoon water en voldoende voedsel; Dieren leven in een leefomgeving waarbinnen het natuurlijk gedrag gewaarborgd kan worden; Dieren hebben geen onnodige pijn, verwondingen en /of ziekten; Dieren hebben zo min mogelijk angst en stress; Dieren hebben voldoende ruimte, goede voorzieningen en, indien mogelijk, gezelschap van soortgenoten.

De erkenning van de intrinsieke waarde van dieren is een belangrijk uitgangspunt van deze nota. Gestreefd wordt naar een samenleving waarin dieren op een respectvolle en zorgzame manier deel uitmaken van onze leefomgeving. 2.1 Context en afwegingskader Contact met dieren draagt bij aan lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen. Veel houders van dieren en andere betrokkenen hebben een innige band met hun dier. Een goede relatie met een dier is geen garantie voor goed dierenwelzijn. Bij problemen zal het beleid van de gemeente het welzijn van het dier zwaar laten meewegen. Dierenwelzijn gaat zowel over gehouden dieren als over in het wild levende dieren. Natuurlijk leven zij in een andere omgeving, waardoor een ander type maatregel belangrijk is voor hun welzijn. Die andere omgeving zorgt ervoor dat we anders kijken naar bepaalde aspecten van het dierenwelzijn. In de natuur komt immers honger, dorst en ziekte voor op een manier die we bij gehouden dieren willen voorkomen. Ook zit er een spanningsveld tussen gehouden dieren en in het wild levende dieren. Met name geldt dit voor loslopende honden en katten. Voor katten speelt geregeld de discussie of zij niet binnengehouden moeten worden in relatie tot de zorgplicht voor m.n. vogels en zoogdieren. De gemeente kan en wil niet alles regelen.

Bij keuzes in maatregelen en middelen wordt eerst beoordeeld in hoeverre deze daadwerkelijk het welzijn van de soort stimuleert. Vervolgens worden de mate van invloed, de juridische 5

Nota Dierenwelzijn 2026

houdbaarheid, de haalbaarheid, het mogelijk aansluiten bij andere maatregelen en bijkomende kosten meegewogen. 2.2 Uitgangspunten beleid dierenwelzijn De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten: • Er wordt minimaal voldaan aan wettelijke eisen en verplichtingen (basis op orde); • De gemeente kan en wil niet alles regelen. Het moet aantoonbaar zijn dat een te treffen maatregel bijdraagt aan het welzijn van de soort; • Afwegingen zijn passend bij de soort en kunnen daardoor anders zijn voor gehouden dieren dan voor in het wild levende dieren. In het wild levende dieren worden daarbij zoveel mogelijk met rust gelaten; • Beheer is te allen tijde gericht op preventie. Het doden van in het wild levende dieren is alleen gerechtvaardigd als er sprake is van ernstige schade of overlast (economische schade of in het kader van de volksgezondheid, diergezondheid, biodiversiteit, voedselveiligheid of veiligheid in ander zin) en alternatieve, diervriendelijke oplossingen niet voorhanden zijn. Dit is in lijn met het beleid van de Omgevingswet en de Dierenbescherming; • Bij situaties waarin menselijke belangen wringen met het welzijn van het dier, zal de gemeente belangen van het dier zwaar meewegen; De intrinsieke eigen waarde van dieren is het belangrijkste uitgangpunt voor Dierenwelzijn en is vastgelegd in de Wet Dieren.

In deze nota brengen we de belangen van dieren in beeld en beschrijven we hoe we deze meer voor het voetlicht kunnen brengen. We hanteren een integraal en eenduidig beleid waarbij belangen van gehouden-, hobby- en wilde dieren worden meegewogen tegen andere belangen. Daarnaast streven we ernaar dat het welzijn van dieren bevorderd wordt en dat we inwoners bewust maken van diervriendelijkheid door het informeren van inwoners en lokale instanties, het bevorderen van samenwerkingen en het scheppen van voorwaarden voor een gezond leefklimaat voor dieren. De gemeente heeft op het gebied van dierenwelzijn een aantal wettelijke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Deze taken hebben met name betrekking op de zorg voor gewonde en zieke dieren, het bestrijden en voorkomen van dierplagen en de zorg voor intrinsieke waarde van dieren. Deze nota geeft inzicht in de diverse taken en beleidsvelden van de gemeente rondom dieren en op welke manier de gemeente hier invulling aan geeft. Daarbij zetten we in op een proactief en integraal dierenwelzijnsbeleid van de gemeente.

6

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 3. Wet- en regelgeving 3.1 Inleiding Veel wettelijke taken en bevoegdheden rondom dieren liggen bij landelijke of provinciale instanties. De landelijke overheid is op grond van de Wet Dieren het bevoegd orgaan voor de regelgeving over dierenwelzijn. Provincie ZuidHolland is op grond van de Omgevingswet (mede)bevoegd om regels te stellen over het beheer en bestrijding van in het wild levende dieren, maar hebben geen directe verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn. De Wet Dieren is de belangrijkste wet voor gehouden dieren, zoals landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren. De Omgevingswet is dat voor dieren die in het wild leven. Gemeenten hebben verschillende taken en verantwoordelijkheden op het gebied van dierenwelzijn. In het geval van gehouden dieren is de houder van het dier verantwoordelijk voor het dier, maar de gemeente is medeverantwoordelijk voor dieren binnen hun grenzen. Als blijkt dat de houder niet meer goed voor het dier kan zorgen, gaat de zorgplicht over op de gemeente. Ook is de gemeente wettelijk verplicht om te zorgen voor dieren in nood, ook als dit in het wilde levende dieren zijn. In bijlage 2 wordt nader ingegaan op de wet- en regelgeving. Daarnaast geeft de wegwijzer Wet- en regelgeving Dierenwelzijn van Stichting Dierenlot (2025) een goed overzicht hoe de groep “dieren” over verschillende soorten wetgeving is verdeeld.

3.2 Taken en bevoegdheden Volgens de Wet Dieren zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het naleven ervan. De handhaving van de meeste regels van deze wet is een bevoegdheid van de politie (taakaccent dierenwelzijn) of de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID). De LID houdt toezicht en treedt handhavend op bij welzijnsverstoringen van hobby- en gezelschapsdieren. De controle van dierenwelzijnsregels bij bedrijfsmatig gehouden dieren ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Dat gaat onder meer over houders van landbouw(huis)dieren, maar ook over fokkers van huisdieren en kinderboerderijen en opvangcentra. De gemeente heeft ten opzichte van gehouden dieren geen wettelijke regulerende, controlerende of handhavende taken. Wel hebben de gemeentelijke handhavers een belangrijke signalerende functie en komen zij in de praktijk soms in aanraking met dierenwelzijnsproblematiek of dieren die uit huis moeten worden geplaatst. Dat gaat vooral over huisdieren. Om het welzijn van gehouden dieren te stimuleren kan de gemeente wel diverse maatregelen faciliteren en informeren.

7

Nota Dierenwelzijn 2026

De controle op de natuurwetgeving, met name gericht op in het wild levende dieren wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ), in opdracht van de Provincie Zuid Holland.

Nijlgans met jongen

8

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 4: Aanpak Gehouden dieren 4.1 Dieren in nood Als gemeente hebben we specifieke wettelijke verplichtingen als het gaat om de opvang en het transport van gehouden dieren (dieren die verondersteld worden een eigenaar te hebben). In Delft hebben we in dit kader afspraken gemaakt met meerdere organisaties om deze dieren tijdelijk op te vangen, te verzorgen en 14 dagen voor de vermeende eigenaar te bewaren. Onderdeel van de gemaakte afspraken is dat het ophalen en transporteren van dieren door de dierenambulance wordt uitgevoerd. De opvang en het vervoer van hulpbehoevende (huis)dieren, die alleen rondzwerven, is een wettelijke taak van de gemeente. Op basis van de voorschriften in de Wet Dieren en de Omgevingswet, hebben we een plicht tot het verlenen van de nodige zorg aan hulpbehoevende dieren, ook als het om wilde dieren gaat. Deze zorgplicht is feitelijk de achtergrond van het ontstaan van een aantal gespecialiseerde dierenopvang organisaties. Voor de verzorging van de diersoorten binnen dergelijke dierenopvang organisaties, zijn speciale faciliteiten nodig en voor de verzorging van deze dieren is ook certificering van toepassing. In de praktijk zien we dat de aangetroffen zwerfdieren of hulpbehoevende dieren niet alleen gehouden dieren zijn. Voorbeelden hiervan zijn in het wild levende dieren, zoals gewonde vogels en egels.

Hoe om te gaan met zwervende, zieke of gewonde dieren die aangetroffen worden in de openbare ruimte is weergegeven in het figuur hierna. Op de gemeentelijke website bestaat al de mogelijkheid om dode dieren, ongedierte en hondenoverlast te melden. Deze opties worden uitgebreid met informatie over wat inwoners kunnen doen als zij een dier in nood zien.

9

Nota Dierenwelzijn 2026

De gemeente heeft afspraken met een aantal gespecialiseerde dierenopvang organisaties. Op dit moment zijn dit: ▪ Dierenambulance De Wijs; ▪ Streekdierenopvang “t Julialaantje” voor de opvang van honden, katten; ▪ Vogelopvang De Wulp en Karel Schot voor (wilde) vogels; ▪ Wildopvang Haaglanden o.a. voor kleine zoogdieren als egels; ▪ Het Knagertje voor tamme konijnen, cavia’s etc. De afspraken met bovenstaande organisaties zijn feitelijk een uitvloeisel van onze wettelijke taak. We gaan de overeenkomsten die wij hebben met de diverse opvang organisaties nader onder de loep nemen, zodat de zorg op een passende en professionele wijze kan worden verleend. 4.2 Afspraken over noodopvang Dieren komen niet alleen in de opvang terecht omdat zij op straat zijn gevonden. Een dier kan ook opvang nodig hebben als gevolg van een huisontruiming. In dat geval is de gemeente verplicht volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om achtergelaten ‘zaken’ maximaal 13 weken ‘op te slaan’. Maar ook als mensen moeten worden opgenomen of bij voorbeeld om redenen van huiselijk geweld tijdelijk hun huis moeten verlaten of om andere redenen tijdelijk niet voor hun huisdier kunnen zorgen, is de (tijdelijke) opvang van dieren van groot belang. Als gemeente hebben wij hierin een faciliterende 10

Nota Dierenwelzijn 2026

rol. Zo faciliteren we in dit kader gesprekken tussen hulpdiensten, organisaties in het sociaal domein en opvang organisaties. Over het algemeen zijn dit op dit moment nog redelijk incidentele situaties en opgenomen in de overeenkomst met een van de opvanglocaties. 4.3 Ketenoverleg In het kader van de doorontwikkeling van het dierenwelzijnsbeleid, wil de gemeente de samenwerking met partnerorganisaties (hoofdstuk 6) en betrokken collega’s intensiveren en minimaal 1x per jaar met elkaar van gedachten wisselen over de wijze waarop we gezamenlijk een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van het welzijn van dieren binnen onze gemeente. Het doel hiervan is om de kennis en ervaring van de partnerorganisaties te delen en beter op in te kunnen zetten. Vervolgens zullen we met partnerorganisaties de noodzakelijke stappen ondernemen om deze kennis ook met de inwoners te delen. 4.4 Dierenwelzijn in samenhang met welzijn van mensen Dieren spelen een belangrijke rol in het hebben van sociale contacten en kunnen het verschil maken wanneer eenzaamheid op de loer ligt. Sinds de veranderingen in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2015, komt de sociale hulpverlener vaker ‘achter de voordeur’. Sociale hulpverleners spelen een belangrijke rol bij het signaleren van dierenwelzijnsproblemen.

Dat kan gaan om het onthouden van medische zorg of voeding aan het huisdier door geldzorgen, of een gebrek aan aandacht en verzorging vanwege fysieke beperkingen of psychische aandoeningen van de eigenaar. Dit punt willen we met sociaal hulpverleners onder de aandacht brengen zodat zij tijdig signalen kunnen opvangen en actie ondernemen. Vanuit armoedebestrijding wordt incidenteel ook voeding verstrekt voor dieren door de voedselbank. 4.5 Chipbeleid katten en honden Huisdieren en met name honden en katten, kunnen kwijtraken en gaan zwerven. Het chippen van dieren helpt om eigenaren op te sporen, opvangtijd te verkorten en kosten voor opvang te beperken. Vrijwilligers helpen geregeld met het uitlezen van de chips. Dieren die in Delft worden aangetroffen zonder chip, worden momenteel opgevangen in het ‘t Julialaantje te Rijswijk. Het chippen van honden is verplicht en hondenbezitters moeten sinds 2021 een hondenpaspoort met (o.a. medische) informatie over de betreffende hond hebben. Voor katten is chippen nog niet wettelijk verplicht. Minder dan een kwart van deze katten kan bij het baasje worden teruggeplaatst. Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft een landelijke chip- en registratieplicht aangekondigd voor huiskatten, de datum van invoering is nog

11

Nota Dierenwelzijn 2026

niet bekend maar naar verwachting zal dat medio 2026 zijn. Of ook zwerfkatten hieronder vallen, wordt nog onderzocht door het Ministerie. 4.6 Hondenbeleid Hondenuitlaatgebieden De laatste jaren neemt het aantal meldingen van overlast van loslopende honden en met name van honden uitlaatservices (HUSsen) in Delft en de regio toe. In samenwerking met Staatsbosbeheer worden regels opgesteld waar honden-uitlaatservices aan moeten voldoen. Ook wordt in 2026 het aanlijngebod voor honden in de stad uitgebreid naar de natuur- en recreatiegebieden, tenzij anders is aangegeven. Zo zijn honden in kwetsbare delen van gebieden soms niet (meer) welkom, of alleen op specifieke plekken. De reden daarvoor is dat aanwezigheid van honden de natuur (ernstig) kan verstoren zoals vogels die op de grond broeden of verstoren en doden van kleine zoogdieren. In andere delen mogen honden buiten het broedseizoen wel loslopen. Om tegemoet te komen aan de behoefte van honden om vrij te kunnen rennen en spelen zijn er in de stad een aantal losloopgebieden en een hondenstrand (Delftse Hout). Op deze plekken komen honden met elkaar in contact en kunnen ze samen spelen. Opruimplicht Er geldt in Delft een opruimplicht, opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit houdt in dat hondeneigenaren verplicht zijn om overal binnen de gemeentegrenzen uitwerpselen op te ruimen.

Bijtprotocol Af en toe zijn er bijtincidenten met honden. Het gaat dan meestal om honden die niet-sociaal gedrag vertonen tegenover andere honden. Als dit een gevaar kan opleveren voor mens of dier, wordt er een muilkorfgebod en/of aanlijngebod opgelegd als vastgelegd in de APV. 4.7 Zorgplicht en neutralisatie katten In Nederland is het de gewoonte om huiskatten vrij buiten te laten lopen. Sommigen van deze katten jagen op wilde (beschermde) dieren als vogels en kleine zoogdieren. Dit is in strijd met de Omgevingswet vanuit zorgplicht voor beschermde soorten. In de communicatie zal hier aandacht aan worden besteed. Om de toename van zwerfkatten te verminderen is het wenselijk om huiskatten te neutraliseren (castreren van katers/ steriliseren van poezen). De voorkeur is dat huisdiereigenaren zelf hun huisdieren laten neutraliseren.

12

Nota Dierenwelzijn 2026

4.8 Dieren in kinderboerderijen en hertenweide Delft heeft twee kinderboerderijen: kinderboerderij Tanthof (Tanthof) en Buyten Delft (Delftse Hout). Deze worden door stichtingen beheerd. Zij volgen de richtlijnen binnen de sector kinderboerderijen en werken volgens het keurmerk voor kinderboerderijen. In dit keurmerk zijn criteria opgenomen op het gebied van hygiëne en dierenwelzijn, onder andere volgens de Wet Dieren. Zo moeten dieren passende verzorging en huisvesting krijgen en worden dieren dagelijks gecontroleerd op afwijkende gezondheid en gaan ze op tijd naar de dierenarts als het nodig is. De Hertenkamp is in beheer van de gemeente Delft. De verzorging van de dieren in de herten wei is geregeld met Hoeve Biesland.

Hertenkamp 4.9 Evenementen De gemeente toetst aanvragen voor evenementen aan de algemene en specifieke weigeringsgronden die zijn vastgelegd in de APV. Een aanvraag voor een evenement (met of zonder dieren) kan onder andere worden geweigerd als de openbare orde of veiligheid in het geding is. Dierenwelzijn is geen (autonome) weigeringsgrond in de APV, dus alleen op grond van dierenwelzijn kan een vergunningsaanvraag niet geweigerd worden. Er zijn enkele uitzonderingen waarin een vergunning voor een evenement geweigerd kan worden op grond van het gebruik van specifieke dieren, of wanneer het in strijd is met de Wet Dieren. 13

Nota Dierenwelzijn 2026

Dit betreft: • Evenementen waarbij dieren als prijs, beloning of gift worden uitgereikt, bij het organiseren van dierengevechten of evenementen waarbij een dier onnodig pijn of letsel wordt veroorzaakt of zijn gezondheid of welzijn wordt aangetast. • Sinds 2015 geldt een landelijk verbod op het gebruik van wilde zoogdieren bij circussen of andere optredens. Ook mogen dieren niet voor dit doel worden vervoerd. Een vergunning kan geweigerd worden indien er strijdigheid is met de zorgplicht als opgenomen in de Omgevingswet ten aanzien van in wild levende dieren (zie 5.7 buitenevenementen). 4.10 Calamiteiten Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor rampenbestrijding en daarvoor wordt iedere vier jaar een plan opgesteld volgens de Wet Veiligheidsregio’s dat valt onder de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsregio Haaglanden. De brandweer, onderdeel van de Veiligheidsregio, heeft als taak het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen, inclusief het waarschuwen van de bevolking. Daarnaast is er aandacht voor dierenwelzijn in rampenbestrijding, waarbij organisaties zoals Stichting Dieren in Rampen zich inzetten voor een betere positie van dieren in noodsituaties. 4.11 Hittestress In het kader van het hitte actieplan wordt speciaal aandacht geschonken bij hittegolven aan maatregelen voor zowel huisdieren als in het wild levende dieren.

Oververhitting is gevaarlijk en kan zelfs dodelijk zijn voor huisdieren. De focus daarbij ligt op voorlichting waaronder het uit de zon houden van huisdieren, voldoende water beschikbaarheid en specifiek het risico op oververhitting van honden. 4.12 Wat gaan we doen voor gehouden dieren 1. Op de gemeentelijke website kunnen inwoners al doorgeven of zij overlast ervaren van plaagdieren of honden. Ook kunnen ze er dode dieren melden. Daaraan voegen we informatie toe over het melden van zorgen over (huis-) dieren. Ook zal de gemeente aandacht vragen om katten (in ieder geval ‘s nachts) binnen te houden vanwege het effect op o.a. vogels, kleine zoogdieren en vleermuizen en de katten te voorzien van een belletje en binnen te houden. Dit geldt zeker voor het broedseizoen. Ook blijft de gemeente inzetten op het stimuleren van het opruimen van hondenpoep. In de communicatie zullen we verwijzen naar het hitteactieplan en de website van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren en de Dierenbescherming voor meer specifieke tips per diersoort. 14

Nota Dierenwelzijn 2026

2. De gemeente zal de zorgplicht voor dieren in het kader van de Omgevingswet nader uitwerken. 3. Er worden duidelijke afspraken gemaakt met de dierenambulance en dierenopvang over uitvoering en monitoring van de taken, financiering en te zorgen voor efficiënte, stabiele en doelgerichte uitvoering van taken. 4. Er wordt een overleg ingepland met sociale hulpverleners om signalen rondom dierenwelzijn te bespreken zodat zij tijdig signalen kunnen opvangen en actie ondernemen. 5. De regels voor hondenzonering voor de Delftse Hout en de recreatiegebieden rond Delft (Kerkpolder, Abtswoudse polder en Ackerdijkse polder) worden aangepast en vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De gemeente en Staatsbosbeheer (eenheid Hof van Delfland als beheerder van de Coöperatief Beheer Groengebieden Midden Delfland), zullen dit actief communiceren en met bebording duidelijk aangeven. 6. Vanuit armoedebestrijding wordt incidenteel eten verstrekt voor dieren bij de voedselbank. 7. Middels de communicatiekanalen van partners stimuleren we eigenaren om vooruitlopend op de chipplicht al te starten met het chippen en neutraliseren van de huiskatten. 8. Streekdierenhuis ’t Julialaantje vangt binnen de gemeentegrenzen van Delft gevonden zwerfhonden en zwerfkatten waar vermoedelijk geen eigenaar van is op. 9. Opvang konijnen en knaagdieren door het Knagertje

Kat

15

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 5. Aanpak in het wild levende dieren Onder in het wild levende dieren verstaan we alle diersoorten die niet gehouden worden en zich in principe vrij kunnen verplaatsen. Zij vormen een essentieel onderdeel van het leven in de stad. Deze dieren kunnen in de problemen raken, verzwakken, lijden en sterven, al dan niet door toedoen van predatoren en menselijk handelen. 5.1 Zorgplicht De Omgevingswet biedt het belangrijkste wettelijke kader voor de bescherming van in het wild levende dieren. In de wet zijn richtlijnen voor de bescherming van specifieke soorten opgenomen. Ook is in de wet een zorgplicht opgenomen. Hiermee worden alle in het wild levende dieren beschermd. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt: • Dergelijke handelingen achterwege laat; • Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of; • Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

De gemeente hanteert een “nee, tenzij” beleid waarbij doden van deze dieren alleen (tijdelijk) gerechtvaardigd is als er sprake is van zeer ernstige schade of overlast (economisch of in het kader van volksgezondheid, diergezondheid, biodiversiteit, voedselveiligheid of veiligheid in andere zin) en alternatieve diervriendelijke oplossingen niet voorhanden zijn. Aan elke beslissing gaat een nauwkeurig afwegingsproces vooraf en wordt gehandeld aan de hand van duidelijke afspraken. 5.2 Communicatie In het wild levende dieren maken deel uit van onze stad. Zij worden vaak wel in hun leefomgeving beïnvloed door menselijke beslissingen. Zo zijn er dieren die verblijven in of bij menselijk bouwwerken, zoals gierzwaluwen of vleermuizen. En insecten die afhankelijk zijn van bloeiende bermen. Maatregelen als slopen, verbouwen, isoleren, maaien etc. hebben ook gevolgen voor deze dieren. Zij hebben echter een intrinsieke waarde en zijn belangrijk voor de ecosystemen in en rond de stad. Dat we de beschikbare ruimte moeten delen en niet altijd zomaar kunnen opeisen ten koste van dieren, is een opvatting die langzaam terrein wint. Toch levert dat samenleven in de dagelijkse praktijk nog wel eens een uitdaging op. Bewoners verwachten dat de gemeente actie onderneemt als er overlast is of overlast wordt ervaren door dieren.

In sommige situaties zal de gemeente ingrijpen, maar ook benoemen we waar we niet ingrijpen om de ruimte te 16

Nota Dierenwelzijn 2026

geven aan biodiversiteit. Hierbij wordt ook een link gemaakt met plaagdieren, waarbij de gemeente met name inzet op preventie en minder op bestrijding. We zetten ons, samen met natuurorganisaties, in op het ontwikkelen van informatie en verspreiding om bewustwording over het aantal en de verschillende soorten in het wild levende dieren te vergroten. Ook zetten we in op het versterken van het besef dat in het wild levende dieren nu eenmaal deel uitmaken van onze leefomgeving, maar ook over het voorkomen van overlast van bepaalde diersoorten op sommige plekken in de stad. 5.3 Soortenbescherming en biodiversiteit De gemeente heeft veel invloed op de inrichting en beheer van de openbare ruimte en bij gebiedsontwikkelingen. De visie Groen & biodiversiteit (2023) schetst de kaders en geeft handvatten om de 5V’s (voedsel, voortplantingsmogelijkheden, veiligheid, variatie en verbindingen) voor in het wild levende dieren te stimuleren en te borgen. 5.4 Diervriendelijk beheer: gedragscodes, soortenmanagementplannen en vergunningen Om dieren te beschermen tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte volgt de gemeente Delft de gedragscode soortenbescherming van Vereniging Stadswerk, de gedragscode Unie van waterschappen en gedragscode soortbescherming bosbeheer.

Hierin staat beschreven welke werkwijze er gehanteerd moet worden om soorten en hun leefgebied zo min mogelijk te verstoren en te beschadigen. Zo wordt onder meer rekening gehouden met de broedtijd van (water)vogels, paaigedrag van vissen, trek van amfibieën en plekken van zoogdieren. Voor het maai- en slootbeheer wordt gewerkt in lijn met Kleurkeur en Kleurenkoers (hoogheemraadschap van Delfland), waarbij gefaseerd wordt gewerkt in tijd en ruimte en zorg wordt gedragen voor zaadvorming bij planten. Het betekent niet dat er tijdens het broedseizoen geen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, maar wel dat er onderzoek moet worden gedaan en randvoorwaarden, waaronder een ecologisch protocol, in acht moeten worden genomen. Wanneer er gebouwd of verbouwd wordt, gelden de regels van de Omgevingswet ten aanzien van flora en fauna. De Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid voert hierop controles en handhaving uit. Als gemeente stellen we soortenmanagementplannen (SMP) op waar initiatiefnemers in specifieke gebieden gebruik van kunnen maken bij onder meer het verduurzamen van vastgoed. Wanneer initiatiefnemers zich houden aan de voorwaarden als genoemd in het SMP, mogen zij gebruik maken van de ontheffing/vergunning van de gemeente https://www.delft.nl/soortenmanagementplan. Komende jaren wordt ingezet op een uitbreiding van de SMP’s in Delft.

17

Nota Dierenwelzijn 2026

Bij het beoordelen van vergunningsaanvragen door derden toetst de gemeente op het naleven van natuurbescherming zoals beschreven in de Omgevingswet. 5.5 Biotoopontwikkeling en faunavoorzieningen De gemeente zet zich actief in op een dierinclusieve inrichting van de stad en om leefgebieden te behouden en te creëren als opgenomen in de visie Groen & biodiversiteit. Bij ontwikkelingen zetten we in op ‘Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen’ door middel van een puntensysteem (beleidskader Natuurinclusief bouwen 2.0). Hierbij gaat het niet alleen om gebouwbewonende soorten maar om het realiseren van leefgebieden voor soorten in het algemeen vanuit de Basis Kwaliteit Natuur. In de openbare ruimte gaat het vanuit dierenwelzijn om voorzieningen die bijdragen aan het welzijn van individuele dieren zoals effecten van licht, eenden- en paddentrapjes.

Kleine eendjes op een kale kade Voor zowel mens als dier is een gezonde leefomgeving met genoeg groen belangrijk. Ook zijn er tegenstrijdigheden en met name als het donker is. Voor nachtdieren als vleermuizen en nachtvlinders biedt donkerte veiligheid en bescherming. Onverlichte aanvliegroutes zijn voor hen belangrijk. In het beheerplan openbare verlichting houden we, waar mogelijk, rekening met dieren door in te zetten op te dimmen ledverlichting, type lamp en/of sensoren. Maar ook door te kijken of er plekken zijn waar licht kan worden verminderd. In de gebieden binnen de bebouwde kom als parken en in de recreatiegebieden hebben we een nee-tenzij beleid ten aanzien van verlichting. 18

Nota Dierenwelzijn 2026

Kademuren en hoge beschoeiingen leiden ertoe dat jonge watervogels en andere dieren (waaronder egels en katten) die in het water terecht komen niet op de kant kunnen komen en van uitputting dood kunnen gaan. Door de realisatie van fauna uitstapplekken wordt hierin voorzien. Bij het vervangen van beschoeiingen wordt bekeken of deze locatie geschikt is voor de aanleg van een Natuur Vriendelijke oever. Als toch een harde oeverbescherming nodig is, wordt deze zo laag mogelijk aangelegd – ca. 10 cm – indien nodige worden uittreedt voorzieningen voor vogels, zoogdieren en amfibieën aangebracht. Amfibieën trekken jaarlijks van hun voorplantingswater naar hun winterplekken en visa versa. Tijdens de trek (met name in het vroege voorjaar) worden veel amfibieën doodgereden of belanden in rioolputten. Hiervoor worden paddentrappen in putten aangebracht.

Paddentrap Beroepsvisserij en hengelsport is in de Visserijwet (1963) geregeld. De gemeente kan de gemeentelijke wateren, die in eigendom zijn van de gemeente Delft, verhuren. De huurovereenkomsten worden voor zes jaar aangegaan en conform deze visserijwet automatisch met zes jaar verlengd. Wijzigingen van de huurovereenkomsten zijn slechts mogelijk in overeenstemming met de huurder en moeten worden goedgekeurd door de Kamer voor de Binnenvisserij. Gedurende de looptijd van de huurovereenkomst is de visrechthebbende ook verantwoordelijk voor de visstand en de handhaving op de naleving hiervan. De gemeente verhuurt visrecht aan Sportvisserij Delfland en de visfederatie Zuid-Holland. Vislocaties en geldende voorwaarden zijn vastgelegd in overeenkomsten. Op de website van de gemeente staat een link naar de online visplanner, die

19

Nota Dierenwelzijn 2026

actuele informatie op kaart weergeeft van alle viswateren in de gemeente Delft. Dierenwelzijnsaspecten moeten worden nageleefd. De gemeente zet daarbij in op: • Dat actief aandacht wordt besteed aan zo verantwoord mogelijk omgaan met vissen; • Vissen met lood wordt tegengegaan; • Er wordt ingezet op duurzame, verantwoorde visstand waarbij het uitzetten van vis alleen plaatsvindt na goedkeuring door de gemeente • Nachtvissen niet overal wordt toegestaan om verstoring te beperken • Ondersteuning wordt geboden bij calamiteiten zoals botulisme, extreme weersomstandigheden en indien mogelijk aanpak Amerikaanse zoetwaterkreeft. • Het ondersteunen van huurders van gemeentelijke wateren bij het tegengaan en opruimen van zwerfafval • Het ondersteunen en inzetten van huurders van gemeentelijke wateren bij het bestrijden van invasieve soorten zoals waternavel, watercrassula, Amerikaanse zoetwaterkreeft (indien mogelijk) en verschillende soorten veder- en fonteinkruid. 5.6 Jacht en schadebestrijding Volgens de Omgevingswet is jacht het bemachtigen, opzettelijk doden, of het opsporen van bepaalde dieren (zoals hazen, konijnen, wilde eenden, houtduiven en fazanten) en pogingen daartoe, binnen een jachtveld en in overeenstemming met de geldende regels. De wet beschrijft wie mag jagen, wanneer, op welke soorten en met welke middelen dit is toegestaan. De gemeente bedrijft zelf geen jacht.

Wel heeft zij als grondeigenaar de wettelijke bevoegdheid om jachtrechten uit te geven. Voor Delft zijn jachtrechten uitgegeven aan de Wild Beheer Eenheid Delfland (WBE) binnen de kaders (vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen) van het provinciale faunabeheerplan van de provincie. In Delft richt dit zich op de aanpak ganzenoverlast in het stedelijk gebied door, als een ontheffing wordt verleend, het schudden van eieren in de stad en populatiebeheersing van ganzen in de natuur- en recreatiegebieden vanuit luchtverkeersveiligheid. Om overlast van afval in de binnenstad te voorkomen heeft de gemeente een vergunning ontvangen in het kader van de natuurbeschermingswet tot en met 2028 voor het verjagen van meeuwen in de binnenstad met een roofvogel via een gecertificeerd bedrijf.

20

Nota Dierenwelzijn 2026

5.7 Buitenevenementen We streven ernaar dat in het wild levende dieren niet in het gedrang komen door een evenement. Bij een evenementenvergunning wordt al standaard gekeken naar de mogelijk impact op (beschermde) plant- en diersoorten en het leefgebied. Een vergunning kan geweigerd worden indien er strijdigheid is met de zorgplicht als opgenomen in de Omgevingswet ten aanzien van in wild levende dieren. De organisator van een evenement moet altijd aan deze zorgplicht voldoen. Dit houdt in dat zij respectvol moet omgaan met de natuur om negatieve effecten te voorkomen en moeten preventieve maatregelen worden genomen. Preventieve maatregelen zijn bijvoorbeeld het evenement verplaatsen naar een ander moment (buiten het broedseizoen) of naar een ander terrein, het afschermen van terreindelen met kwetsbare natuur, het aanpassen van de tijden of het schrappen van onderdelen (zoals vuurwerk en gebruik van ballonnen). Afval wordt zoveel mogelijk voorkomen en na een evenement opgeruimd. Dieren kunnen verstrikt raken in het afval of kunnen o.a. plastic innemen. Het maken van nesten met afval is geen gezonde situatie.

Meerkoeten op een nest van takjes en afval 5.8 Hittegolven Ook in het wild levende dieren hebben last van warm weer en vocht nodig. Aanhoudend warm weer kan ook zorgen voor een stijgende watertemperatuur en dalend zuurstofgehalte. Vissen raken daardoor in de problemen. In het hitte actieplan wordt hierop geanticipeerd.

21

Nota Dierenwelzijn 2026

Eenden zoeken de schaduw op bij extreme hitte 5.9 Beheersing van overlast door dieren Van sommige dieren die in het wild leven, kunnen mensen in meer of mindere mate overlast ervaren. Maar overlast is een subjectief begrip. Waar de een veel hinder ondervindt, heeft de ander nauwelijks last. Door het verdwijnen en versnipperen van leefgebied in en om de stad en de verstedelijking, maar ook doordat sommige diersoorten zich steeds beter aanpassen aan het leven in de stad, komen mens en dier elkaar vaker tegen. Dit leidt tot een spanning tussen het genieten van de aanwezigheid van dieren en het ervaren van overlast als geluid, poep en schade. Bij het bestrijden van overlast gaat het vooral over het beheersen ervan. De gemeente laat het recht van het dier om “er te zijn” zwaar meewegen in haar afwegingen. De meeste meldingen en klachten komen van soorten als muizen en ratten, nijlganzen, duiven, wespen, de eikenprocessierups, bladluizen, halsbandparkieten en meeuwen en recentelijk de Aziatische hoornaar. De gemeente heeft de zorgplicht wat betreft preventie en, wanneer nodig, bestrijding van plaagdieren die een bedreiging vormen voor de veiligheid en de volksgezondheid. In de meeste gevallen gaat het om het gedrag van mensen waardoor de dieren worden aangetrokken zoals het voeren van 22

Nota Dierenwelzijn 2026

dieren of het achterlaten van afval. Maar ook zorgen de vele bouwprojecten in de stad voor veel verstoring van dieren waaronder ratten, wat onlosmakelijk een plaagdruk veroorzaakt op de rest van stad. Een groot aantal dieren heeft echter een beschermde status vanuit de Omgevingswet. De gemeente mag hierdoor niet zomaar ingrijpen als deze dieren overlast veroorzaken en worden conform de wet natuurbescherming altijd belangen van mens en dier afgewogen. In sommige situaties neemt de gemeente maatregelen door bijvoorbeeld het plaatsen van waarschuwingsborden voor agressieve vogels of waarschuwingslinten rond een plek met de eikenprocessierups. De gemeente is bevoegd om regels op te stellen als het houden van bepaalde dieren overlast of hinder veroorzaken. Zo is het voeren van dieren in de openbare ruimte verboden (APV). Toch wordt op meerdere plekken in de stad brood en ander voedsel in de openbare ruimte achterlaten of specifiek aan dieren gegeven. Dit heeft een sterk negatief effect op vogels die er ziek van worden of onder meer problemen krijgen als steekvleugels. Ook trekt het voeren van dieren ratten aan.

Gans met steekvleugel als gevolg van brood Kauwen, meeuwen en duiven zijn opportunisten. Ze eten wat ze te pakken kunnen krijgen. Het goed omgaan met ons afval draagt bij aan het voorkomen van overlast. Verjagen van kauwen op overlast gevende plaatsen wordt niet als structurele oplossing gezien. Ze zullen een andere locatie zoeken met als gevolg dat de overlast enkel verplaatst naar elders in de stad. 23

Nota Dierenwelzijn 2026

Meeuwen pikken een vuilniszak stuk Op sommige plekken in de stad leidt de aanwezigheid van ganzen (boerengans, nijlgans, Canadese- of grauwe gans) tot conflicten, onder meer door geluid, agressie en poep op paden en in water. Ook het welzijn van ganzen zelf wordt negatief beïnvloed door grote hoeveelheden verkeerd voedsel als brood dat gevoerd wordt en het risico om aangereden te worden. In een aantal gevallen kiest de gemeente ervoor om samen met de wildbeheer eenheid Delfland, en binnen de gestelde provinciale verordening, de populatie ganzen actief te beheren door nestbeperking toe te passen. De gemeente zet niet in op het actief verwijderen van ganzen (inclusief nijlganzen). Het voorkomen van afval staat voorop. Bij de bestrijding van ratten zet de gemeente in op het voorkomen van specifieke plagen. Bestrijding wordt door een bevoegd bedrijf gedaan, dat werkt volgens geldende regelgeving. Bij hoge uitzondering kan in het geval van een beginnende plaag en onder gecontroleerde omstandigheden, de populatie van ratten met gif teruggedrongen worden naar een beheersbare situatie. In geval van overlast van onder meer luizen en de eikenprocessierups in gemeentelijk groen, zet de gemeente in op natuurlijke bestrijding. Zo wordt onder meer ingezet op de bestrijding door inzet van lieveheersbeestjes en het plaatsen van nestkasten voor koolmezen. De nestkasten worden geplaatst en 24

Nota Dierenwelzijn 2026

onderhouden door Vogelwacht Delft e.o. en de Natuurwacht. Ook wordt op onder meer de Burgwal gebruik gemaakt van vangzakken om overlast van vliegen als gevolg van het afval van de warenmarkt weg te nemen In de zomer komen geregeld verzoeken binnen voor het bestrijden van een nest wespen of Aziatische hoornaars. In de openbare ruimte worden nesten van wespen niet actief bestreden door de gemeente, alleen als deze een direct gevaar kunnen opleveren voor de omgeving zoals in een speeltuin of zwemplek. Wat betreft de Aziatische hoornaar wordt met de imkervereniging Delft samengewerkt in de opsporing van nesten en het verdelgen hiervan.

Aziatische hoornaar Zoönosen zijn ziekten die kunnen overspringen van dieren op mensen. Hoewel het risico op besmetting van de ene op de andere diersoort klein is, is dit niet ondenkbaar. Hierbij volgen we het landelijk protocol voor bijvoorbeeld vogelgriep, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van maatregelen. Als gemeente voldoen we aan de gestelde regels en richtlijnen. Het melden van dode dieren door vogelgriep of botulisme is belangrijk om verdere besmettingen te voorkomen. Hiervoor wordt op de website van de gemeente helder informatie verstrekt. Dode dieren en met name vogels en vissen in het water kunnen gemeld worden bij op de website van het Hoogheemraadschap van Delfland. Ook zal er een verwijzing opgenomen worden op de gemeentelijke pagina. Als actieve bestrijding noodzakelijk is, wint de gemeente advies in bij o.a. het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen. 25

Nota Dierenwelzijn 2026

5.10 Exoten Planten, dieren of andere organismen die van nature niet in Nederland voorkomen, kunnen schadelijk zijn voor de natuur. Populaties van soorten genoemd op de Unielijst Invasieve Exoten moeten (als mogelijk) opgespoord en verwijderd worden, om verspreiding en schade zoveel mogelijk te voorkomen. Voor de aanpak van exoten stelt de gemeente een aparte leidraad op. Diervriendelijkheid van de bestrijdingsmethode wordt hierin meegewogen.

Rivierkreeftjes komen van nature niet in Nederland voor 5.11 Wat gaan we doen voor in het wild levende dieren 1. Om sterfte van jonge vogels en katten te voorkomen zijn uittrede- en rustplekken in de binnenstad en Nieuw Delft gerealiseerd. 2. Voor amfibieën wordt tijdens de paddentrek bebording geplaatst. Op plekken in de stad waar amfibieën in putten terechtkomen, wordt ingezet op het aanbrengen van kikkertrappen. 3. In communicatie naar bewoners wordt uitgelegd waarom maatregelen worden uitgevoerd en wat inwoners zelf kunnen doen. Bij hittegolven wordt aandacht geschonken aan dierenwelzijn waaronder het zorgen voor drinkwater voor dieren en afspraken maken rond zorg voor vissen bij zuurstofloosheid. 4. Er worden nadere afspraken gemaakt met opvangorganisaties en dierenambulance over de opvang en vervoer van vogels. 5. Een taskforce met partners in de stad, waarin verschillende disciplines zijn vertegenwoordigd, pakt met elkaar de problematiek 26

Nota Dierenwelzijn 2026

van het voeren van dieren of afval aan. Daaronder valt ook het accepteren van ervaren overlast. 6. Vanuit het contract Plaagdierbestrijding verkennen we wat de mogelijkheden zijn voor extra inzet bij o.a. muizenoverlast en exoten zoals de Aziatische hoornaar. 7. Er wordt een leidraad exoten, overlast gevende planten, dieren en zoönosen opgesteld. Op basis daarvan zal bekeken worden of aanvullende financiering nodig is. 8. Wildopvang Haaglanden verzorgt de opvang voor hazen, wilde konijnen, egels en andere inheemse zoogdieren. 9. Vogelopvang de Wulp is een opvangcentrum voor wilde vogels. Verwonde en verweesde vogels worden hier opgevangen, verzorgd en weer vrijgelaten. 10. Vogelopvang Stichting Vogelklas Karel Schot vangt o.a. hulpbehoevende wilde vogels op. Zij verzorgen zieke, gewonden wilde vogels. Zodra zij instaat zijn om voor zichzelf te zorgen worden zij vrijgelaten.

Egel in het groene gras

27

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 6. Samenwerkingspartners Voor de komende jaren willen we samen met partners in de stad het dierenwelzijnsbeleid intensiveren, verder vormgeven en er uitvoering aan geven. De inzet van de vele organisaties levert een grote bijdrage voor het dierenwelzijn van zowel huisdieren als in wild levende dieren. De samenwerking tussen de verschillende organisaties die actief zijn op het gebied van gehouden dieren en dierenwelzijn willen we nog verder versterken door minimaal 1x per jaar een groot overleg te faciliteren waardoor de organisaties elkaar beter weten te vinden en lacunes in de zorg en hulpverlening kunnen worden besproken. Aan de volgende organisaties kan gedacht worden die deel kunnen nemen aan dit dierenwelzijnsoverleg: Wild opvang, De Papaver, Julialaantje, Dierenambulance De Wijs, Vogelopvang De Wulp en het Knagertje. Intensivering van het beleid richt zich primair op communicatie en het informeren van bewoners op het gebied van dierenwelzijn in de vorm van bijeenkomsten, publicaties, flyers etc., deels opgesteld door derden. Voor in het wild levende dieren worden maatregelen getroffen, deels in samenhang met biodiversiteitsmaatregelen vanuit de visie Groen & Biodiversiteit. Dan gaat het om financiering van maatregelen specifiek vanuit het welzijn van dieren als uittrede voorzieningen, beschermende maatregelen tijdens amfibieëntrek etc.

Specifiek voor exoten en plaagdieren wordt een handreiking opgesteld. In het platform Groen, waarin natuur- en milieuverenigingen uit Delft zijn vertegenwoordigd, wordt dierenwelzijn regulier op de agenda meegenomen en worden bewoners geënthousiasmeerd om zelf maatregelen te treffen t.b.v. biodiversiteit. De activiteiten die zijn opgenomen in 4.12 en 5.11 voeren we in de komende jaren gefaseerd uit. Daarbij werken we samen met partnerorganisaties en collega’s aan dierenwelzijn in de stad. Voorlichting en educatie op lokaal niveau dragen bij aan het vergroten van het bewustzijn rondom dierenwelzijn en het behalen van de beoogde doelen.

Pad 28

Nota Dierenwelzijn 2026

Hoofdstuk 7. Financiële kaders Voor het uitvoeren van de activiteiten die onder de nota Dierenwelzijn vallen is in de begroting structureel budget beschikbaar onder het programma Schone en Veilige stad. Daarnaast zijn er verschillende dier-gerelateerde budgetten in de gemeentelijke begroting opgenomen, zoals voor plaagdierbestrijding, verzorging van dieren in de Hertenkamp en onderhoudsbudget voor honden uitlaatvelden. Bij het opstellen van de nieuwe begroting zijn de uitvoeringsbudgetten geïndexeerd, zodat rekening wordt gehouden met prijsontwikkelingen en de continuïteit van de uitvoering is geborgd. Financiële dekking Activiteiten voor gehouden dieren (zie 4.12)

1 2

Activiteit Communicatie dierenwelzijn Zorgplicht omgevingswet

3

Dierenopvang en -ambulance De Wijs

4

Overleg sociale hulpverleners

5

Hondenzonering

6 7 8

Voedselbank Communicatie huiskatten Opvang katten en honden door Streekdierenhuis ‘t Julialaantje Opvang konijnen en knaagdieren

9

Budget €1.500,Reguliere beleidscapaciteit duurzaamheid Tussen €50.000,- en €75.000,(nog nadere afspraken te maken met dierenambulance) Reguliere capaciteit regie op uitvoering samenleving Reguliere beleidscapaciteit duurzaamheid n.v.t. (partners) n.v.t. (partners) €42.000,€4.000,-

Financiële dekking Activiteiten voor in het wild levende dieren (zie 5.11)

1 2 3 4

Activiteit Uittrede- en rustplekken Borden en kikkertrappen Dieren opnemen in hitte actieplan

5

Dierenopvang en -ambulance De Wijs Taskforce aanpak dieren voeren

6 7

Gerichte plaagdierenbestrijding Leidraad plaagdieren en exoten

29

Budget €30.000,€8.000,Reguliere adviescapaciteit samenleving Zie 3 gehouden dieren Reguliere beleidscapaciteit duurzaamheid Reguliere capaciteit stadsbeheer Reguliere beleidscapaciteit duurzaamheid

Nota Dierenwelzijn 2026

8 9 10

Opvang voor zoogdieren Wildopvang Haaglanden Vogelopvang De Wulp Vogelopvang vogels Karel Schot

€15.000,€16.000,€6.000,-

Ter voorkoming of beheersing van eventuele mogelijke tekorten die zich gedurende het jaar aftekenen geldt dat er heldere afspraken met de stakeholders gemaakt moeten worden in Q1 over wat onder de uit te voeren taak valt, prioritering in belangen (bijvoorbeeld wel of geen exoten ophalen of opvangen) en efficiency in samenwerking. Dat gebeurt middels opdrachtbrieven of middels een gesprek. Op 18 juni 2025 een amendement in de tweede kamer aangenomen om de komende vijf jaar financiering te regelen voor wildopvang en dierenambulances. Onduidelijk is wat de doorwerking van dit amendement voor de gemeente gaat betekenen.

Mus in het groen

30

Nota Dierenwelzijn 2026

Bijlage 1. Overzicht opvang en dierenambulance 2025 De afgelopen jaren zijn er vanuit Delft circa 25 honden en 70 katten per jaar opgevangen door ‘t Julialaantje. Uit de evaluatie van de afgelopen jaren blijkt dat het aantal social cases toeneemt. De reguliere opvang van zwerfhonden en zwerfkatten is daarentegen licht afgenomen. De social cases zijn honden en katten die niet meer kunnen worden verzorgd door de eigenaar omdat deze bijvoorbeeld (tijdelijk) naar het ziekenhuis moet of wordt opgenomen in een zorginstelling. De veranderingen in het sociaal domein lijken ook hier zijn weerslag te krijgen. Katten die niet worden opgehaald door de eigenaar, mogen na twee weken naar een nieuwe eigenaar. Alle katten die herplaatst worden, worden gecastreerd dan wel gesteriliseerd. Daarnaast geeft het asiel de eigenaren die hun hond of kat komen ophalen, voorlichting over verzorging, chippen etc. Vervoer van gewonde en zieke dieren Voor het vervoer van zieke en gevonden dieren heeft de gemeente Delft een contract met Dierenambulance De Wijs. De dierenambulance voerde in Delft in 2025 904 ritten uit. In zijn algemeenheid blijkt 25% van deze ritten, bij aankomst van de dierenambulance, loos te zijn omdat het dier waarvoor gebeld is inmiddels op eigen kracht zijn weg is vervolgd.

De afspraak is dat de dierenambulance de volgende diensten levert: • Loslopende huisdieren ophalen/vervoeren naar opvang • Ophalen/vervoeren naar opvang, aangereden of gewonde dieren • Ophalen/vervoeren naar arts/opvang, dieren uit benarde posities • Bevrijden van vogels (alleen grote vogels als zwanen, ganzen en reigers) Op jaarbasis worden circa 20 vogels door de dierenambulance opgehaald. Het gaat dan met name om grote vogels als zwanen etc. Zij verzorgen de vogels of ze worden ondergebracht naar o.a. Vogelklas Karel Schot in Rotterdam. In 2023 was het uitgangspunt dat inwoners kleine vogels zelf naar de vogelopvang moesten brengen. De afspraak met de dierenambulance dat zij geen kleine vogels (zoals merels, koolmezen, mussen etc.) ophalen en wegbrengen is in 2025 vervallen, maar toen is gebleken dat dit niet binnen beschikbare middelen past. Er moet nog besproken worden hoe dit kan landen in de nieuwe afspraken en binnen het beschikbare budget. Opvang kleine zoogdieren In Delft was de Wild en vogelopvang Delft gevestigd. De organisatie ving vogels en klein wild (zoals bijvoorbeeld egels) op. In de afgelopen jaren heeft de wild- en vogelopvang Delft in totaal 3000 dieren per jaar opgevangen, 31

Nota Dierenwelzijn 2026

waarvan het overgrote deel vogels betreft. Daarnaast werden er per jaar gemiddeld 230 egels opgevangen en 100 konijnen. Vanaf 2020 was structureel budget vrijgemaakt wordt voor de Wild en Vogelopvang. In 2023 is de vogel- en wildopvang Delft gestopt en heeft Wildopvang Haaglanden de opvang van in het wild levende zoogdieren overgenomen. Zij ontvangen hiervoor tot nu toe geen vergoeding. In 2025 blijkt dat zij te maken hebben met een structureel tekort op kosten voor verzorging van dieren en ophalen van afval, daarom gaan wij in gesprek over een bijdrage vanaf 2026. Opvang van huisdieren gaat via wildopvang het Knagertje. In sommige gevallen zorgt de Dierenbescherming/ambulance ook voor specifieke hulp of opvang van o.a. schildpadden. Daarvoor maken zij gebruik van opvanginstellingen buiten de regio. Voorkomen van dierenmishandeling De gemeente heeft geen mandaat om actief te controleren op dierenmishandeling. Als er een melding of constatering is van dierenmishandeling, verwijst de gemeente door of neemt zij zelf contact op met de dierenambulance of het landelijk meldpunt 114 (dierenpolitie). Zij schakelen de juiste controlerende dan wel handhavende instantie in.

Eenden wachten op eten

32

Nota Dierenwelzijn 2026

Bijlage 2. Relevante wet- en regelgeving Wet dieren De Wet dieren biedt regels om het welzijn en de gezondheid van dieren te beschermen. Deze wet bekijkt dieren als wezens met gevoel en een eigen waarde. De intrinsieke waarde van dieren wordt in deze wet erkend. De regels uit deze wet gelden voor zowel huisdieren als productiedieren. Zo bevat de wet regels over hoe dieren gehouden moeten worden en hoe dieren moeten worden verzorgd. Verder bevat de wet regels voor de beheersing van de risico’s die dieren of van de dieren afkomstige producten met zich meebrengen. In de wet is de algemene zorgplicht voor dieren in nood opgenomen. Dat betekent dat elke burger verplicht is gewonde dieren of dieren in nood te helpen. De burgemeester heeft op grond van deze wet een taak bij de preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, het bewaren en overdragen van kadavers van gezelschapsdieren en bij incidenten met agressieve dieren.

De Wet dieren is een raamwet en is aangevuld met de volgende besluiten en regelingen: ■ Besluit Diergeneesmiddelen (2022) ■ Regeling Diergeneesmiddelen (2022) ■ Besluit en Regeling diervoeders ■ Besluit en Regeling dierlijke producten ■ Besluit en Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren ■ Besluit en Regeling houders van dieren ■ Besluit en Regeling diergeneeskundigen Het Besluit houders van dieren is voor de gemeente van belang in verband met het verzorgen van eigen dieren in de Hertenkamp en de huidige samenwerking met het organisaties die dieren opvangen. In dit besluit staan de algemene regels voor het houden en verzorgen van alle dieren én specifieke regels voor productiedieren. Het bevat ook regels voor de bedrijfsmatige opvang, de verkoop en het fokken van huisdieren. De gemeente heeft een wettelijke taak bij de opvang van dieren waarvan de eigenaar bij de vinder niet bekend is. Dat is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Dat betekent dat de gemeente de taak heeft om gevonden huisdieren veertien dagen op te vangen, te verzorgen en te registreren. In deze veertien dagen kan de eigenaar het dier terughalen. Na de wettelijke termijn van veertien dagen kan het gevonden dier aan een nieuwe eigenaar worden toegekend. De uitvoering van de gemeentelijke wettelijke taak wordt meestal ondergebracht bij organisaties voor dierenopvang. In Delft hebben we 33

Nota Dierenwelzijn 2026

in dit kader overeenkomsten met meerdere organisaties (zie hoofdstuk 6). De exploitant moet zich houden aan het Besluit houders van dieren, dat is gericht op het welzijn van de daar verblijvende dieren. Omgevingswet De wet Natuurbescherming is sinds 1 januari 2024 onderdeel van de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt richtlijnen voor regels en maatregelen die de natuur beschermen. Ook is hierin de zorgplicht opgenomen voor in het wild levende planten en dieren. Dat betekent dat handelingen die schadelijk zijn voor dieren of hun leefomgeving niet zijn toegestaan. De zorgplicht voor in het wild levende dieren is uitgewerkt in de landelijke gedragscode beheer en ontwikkelingen (Vereniging Stadswerk, 2025). Visserijwet (1963) Deze wet is bedoeld voor in het water levend dieren en is gericht op een doelmatige bevissing waarbij rekening wordt gehouden met natuurbescherming. De Omgevingswet heeft een breder toepassingsgebied en integreert verschillende wetten, waaronder de Wet natuurbescherming, wat gevolgen heeft voor visserijactiviteiten in Natura 2000 gebieden en voor de bescherming van vissoorten. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) Deze wet regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt afgegeven als bewoners of bedrijven op een bepaalde locatie willen slopen, verbouwen of bouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16791445/1