CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota aanpassingen herstelbesluit

Raadsvergadering 6 maart 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Vaststellen bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 (2505060)8.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Aanpassingen bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) HERSTELBESLUIT 2 NL.IMRO.0503.BP0093-2001 TOELICHTING 1. Paragrafen 4.2.4 en 5.2.3 Toetspunten op gevels STAB: De STAB concludeert (bladzijde 57) dat de geluidwaarden in artikel 29.2, onder a van de planregeling alleen zijn vastgelegd op de grens van het bestemmingsplan. De STAB vindt het logischer om de geluidwaarden in dat artikel te laten gelden op de gevel van nieuwe geluidgevoelige objecten en functies. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat De STAB hier waarschijnlijk 29.2, onder b bedoelt. Dit punt is overgenomen en artikel 29.2, onder b is gewijzigd. Door de aanpassing van artikel 29.2 onder b in de zin dat de geluidwaarden gaan gelden op de gevels, leidt dit tot aanpassing van de paragrafen 4.2.4 en 5.2.3 van de toelichting. Aanpassingen: - Paragrafen 4.2.4 (geluidregeling) en 5.2.3 ( Lijm & Cultuur) zijn aangepast in de zin dat is verwoord dat de toetspunten op de gevels van geluidsgevoelige objecten en functies liggen. 2. Paragraaf 4.2.7 (Toekomstig gebruik) en paragraaf 5.2.3 (artikel 40 Afwijkende bedrijfssituatie) STAB: De STAB begrijpt dat het aantal keer dat een ABS is toegelaten is afgewogen tegen de hoogte van het geluidniveau en begrijpt dat een beperkter aantal dagen ABS is toegestaan dan bij andere inrichtingen (bladzijde 73).

Naar aanleiding van deze opmerking is de motivering van de hoeveelheid dagen ABS opgenomen in de toelichting. Ambtshalve: In paragraaf 4.2.7 (vlak boven Toekomstig gebruik) is een dubbele tekst verwijderd.

Aanpassingen: - In paragraaf 4.2.7 (Toekomstig gebruik) en paragraaf 5.2.3 (Afwijkende bedrijfssituatie) is de hoeveelheid dagen ABS voor Lijm & Cultuur nader gemotiveerd. - De dubbele tekst is uit deze paragraaf verwijderd. 3. Paragraaf 4.2.7 Aanvaardbaarheid STAB: De STAB concludeert dat geen nulmeting bij Lijm & Cultuur is verricht (bladzijde 53), maar op de bedrijfssituaties zoals die in het verleden zijn gemeld. Daardoor staat het voor STAB niet vast dat de geluidwaarden passend zijn voor de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van Lijm & Cultuur. De STAB merkt op dat niet bekend is of de 18 x ABS passend is voor de door Lijm & Cultuur gewenste

activiteiten door het ontbreken van een nulmeting (bladzijde 73) en dat de hoeveelheid ABS minder is dan bij andere inrichtingen. Een vergelijking van de situatie op basis van Schieoevers Noord (2013) en op basis van Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) is inzichtelijk gemaakt. In deze memo wordt ingegaan op de gebruiksmogelijkheden die beide plannen voor Lijm & Cultuur en Improve bieden en wordt de oude en nieuwe geluidruimte vergeleken.

Aanpassingen: - Een verwijzing naar de nulmeting is opgenomen in paragraaf 4.2.7 (aanvaardbaarheid). 4. Paragrafen 4.4.2, 4.4.3 en 5.3 STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict zijn aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er wordt een splitsing gemaakt tussen samenloop van geluid en cumulatie. Deze splitsing is toegelicht in de paragrafen 4.4.2 en 4.43 van de toelichting. Ook zijn de kaders duidelijker in beeld gebracht. Voor de aanvaardbaarheid van het plan worden alle bronnen (boven de 45 dB(A)) meegenomen in de cumulatie. Ook nestgeluid, bedrijven en terrassen binnen Kabeldistrict en Nieuw Haven zijn meegenomen in de cumulatie. Tevens heeft dit geleid tot technische aanpassingen in de paragrafen 5.2.5 en 5.3. Aanpassingen: - De paragrafen 4.4.2, 4.4.3, 5.2.5 en 5.3 zijn hierop aangepast.

5. Paragraaf 5.2.3 Geluidregeling (nieuwe) andere inrichtingen en na splitsing STAB: De STAB merkt op dat niet duidelijk is vastgelegd wat het planologisch kader na splitsing is (bladzijde 107 en 118). Volgens de STAB is er niet duidelijk bepaald welke regels voor nieuwe activiteiten gelden. Ook volgt uit de planregels niet dat duidelijk dat de geluidzone of de afstand van 50 meter van de terreingrens van toepassing blijft en dat daarbinnen de beschikbare geluidruimte onderling verdeeld kan worden. De geluidregeling voor andere (nieuwe) inrichtingen en de geluidregeling na splitsing is in paragraaf 5.2.3 toegelicht, zodat duidelijk is dat de geluidwaarden voor de nieuwe inrichtingen (50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter, tenzij de ‘geluidzone – bedrijven’ op kleinere afstand dan 50 meter vanaf de terreingrens ligt. Bij splitsing geldt dat de inrichtingen moeten voldoen aan 50 dB(A) op 10 meter.

Aanpassingen: - Paragraaf 5.2.3 onder het kopje algemeen is aangepast door aanvulling met een toelichting op de geluidregelingen die gelden voor andere (nieuwe) inrichtingen en na splitsing.

Ambtshalve: Naar aanleiding van de door de STAB gestelde vragen is gebleken dat artikel 27.6 niet overeen komt met paragraaf 5.2.3 (algemeen) van de toelichting voor wat betreft piekgeluiden. Daarom is de toelichting op dit punt aangepast. Aanpassingen: - Paragraaf 5.2.3 onder het kopje Algemeen: Deze waarden worden als de laatste inzichten omtrent een passend evenwicht tussen beschermen en benutten beschouwd. Voor de dagperiode worden in het Bkl in het geheel geen waarden gesteld aan de hoogte van piekgeluiden. Voor dit bestemmingsplan is op het Bkl geanticipeerd.

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING 1. Bijlage 1 en Bijlage 3 bij de toelichting STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict worden aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er wordt een onderscheid gemaakt tussen samenloop van geluid en cumulatie. Voor de aanvaardbaarheid van het plan worden alle bronnen (boven de 45 dB(A)) meegenomen in de cumulatie. Dat betekent dat ook nestgeluid, bedrijven en terrassen binnen Kabeldistrict en Nieuw Haven zijn meegenomen. Aanpassingen: Bijlage 1 en Bijlage 3: De akoestische onderzoeken voor Kabeldistrict (bijlage 1) en Nieuwe Haven (bijlage 3) Zijn hierop aangepast.

STAB: De STAB geeft aan (bladzijde 89 laatste alinea) niet in het akoestisch onderzoek voor Nieuwe Haven te kunnen terugvinden dat voor de nachtperiode een waarde van 50 dB(A) is berekend, zoals in de toelichting staat vermeld. In de tekst van het akoestische onderzoek Nieuwe Haven zijn de resultaten aangepast maar per abuis niet in de bijlagen. Dit is aangepast, zodat de waarde voor de nachtperiode is terug te vinden.

Aanpassingen: Bijlage 3: De bijlagen bij het geluidonderzoek voor Nieuwe Haven is aangepast.

2. Bijlage 20 Geluidskader Schieoevers Noord STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict worden aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen en cumulatie.

Aanpassingen: - Bijlage 20 Geluidskader Schieoevers Noord is aangepast op terminologie van samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen en cumulatie. 3. Bijlage 41 memo Nulmeting Lijm & Cultuur STAB: De STAB concludeert dat geen nulmeting bij Lijm & Cultuur is verricht (bladzijde 53), maar op de bedrijfssituaties zoals die in het verleden zijn gemeld. Daardoor staat het voor STAB niet vast dat de geluidwaarden passend zijn voor de huidige en toekomstige bedrijfsvoering van Lijm & Cultuur. De STAB merkt op dat niet bekend is of de 18 x ABS passend is voor de door Lijm & Cultuur gewenste activiteiten door het ontbreken van een nulmeting (bladzijde 73) en dat de hoeveelheid ABS minder is dan bij andere inrichtingen. Een vergelijking van de situatie op basis van Schieoevers Noord (2013) en op basis van Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) is inzichtelijk gemaakt. In deze memo wordt ingegaan op de gebruiksmogelijkheden die beide plannen voor Lijm & Cultuur en Improve bieden en wordt de oude en nieuwe geluidruimte vergeleken. Aanpassingen: Bijlage 41 bij toelichting: Een memo over de kaders ten aanzien van de activiteiten Lijm & Cultuur is als bijlage bij de toelichting opgenomen.

PLANREGELS 1. Begrip bestemmingsplanactiviteit (artikel 2.18) Ambtshalve: In dit artikel werd verwezen naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Dit moet zijn artikel 7c lid 14 van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet.

Aanpassingen: - In artikel 2.18 is verwezen naar artikel 7c lid 14 van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet.

2. Begrip dove gevel Schieoevers Noord (artikel 2.37) STAB: De STAB geeft aan dat voor de dove gevel Schieoevers Noord niet is bepaald welke gevelwering moet worden behaald (bladzijde 95). STAB geeft wel aan dat Hordijk geen belang heeft bij welke gevel waar wordt gerealiseerd. De geluidwaarden voor Hordijk gelden namelijk niet op de gevel maar op de geluidzone. Naar aanleiding van de opmerking van de STAB over het ontbreken van de gevelwering, is in artikel 2.37 opgenomen welke gevelwering moet worden behaald.

Aanpassingen: - In artikel 2.37 is de gevelwering opgenomen. STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict zijn aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er is onderscheid gemaakt tussen samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen en cumulatie. Bij de berekening van de samenloop van geluid van inrichtingen, zoals bedoeld In de artikelen 2.37, 25.4 onder c (25.5 onder c oud), 29.4 onder c (29.5 onder c oud), 40.1.2 onder c en 40.2.3 onder c (40.2.4 onder c oud), is sprake van samenloop van geluid door inrichtingen en industrieterreinen. Hier is vastgehouden aan de berekening van bedrijven van 51 dB(A) of meer. Doordat het onderscheid tussen cumulatie en samenloop van geluid is gehanteerd, is artikel 2.37 hierop aangepast.

Aanpassingen: - In artikel 2.37 is cumulatie vervangen door samenloop van geluid.

3. Begrip equivalente geluidniveau (artikel 2.45) STAB: De STAB concludeert (bladzijde 79) dat in artikel 37.2 onder b en 38.2 onder b het ‘equivalente geluidniveau’ wordt gehanteerd en in artikel 29.2 onder f het ‘equivalente muziekgeluidniveau’. De STAB vraagt zich af of dat de bedoeling is. Als dat het geval is dan adviseert de STAB om een definitie van ‘equivalente muziekgeluidniveau’ in de planregels op te nemen. Dit is niet de bedoeling. Het gaat om het equivalente geluidniveau als bedoeld in artikel 2.45. Hierin is een verwijzing naar de Wet geluidhinder opgenomen. Die verwijzing ziet op het geluid door een industrieterrein ingevolge artikel 110 d Wet geluidhinder. Aangezien alleen bij Dyckerhoff Basal sprake is van lawaai door een industrieterrein, is het logischer om in artikel 2.45 direct te verwijzen naar de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999.

Aanpassingen: - Artikel 2.45 is aangepast door de verwijzing naar artikel 110d Wet geluidhinder te laten vervallen en te verwijzen naar de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999.

4. Begrip evenement (artikel 2.46) STAB: De STAB stelt vast dat er wel enige verwarring is over de toepassing van het begrip ‘cultuur en ontspanning’ (bladzijde 75) en ‘evenement’ (bladzijde 77) uit bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven), maar concludeert dat het begrip ‘cultuur en ontspanning’ niet van toepassing is op Lijm & Cultuur en dat Lijm & Cultuur niet is gehouden aan de 2.500 bezoekers in dat artikel. Ondanks dat de STAB concludeert dat het begrip evenement uit bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) niet van toepassing is op Lijm & Cultuur, is voor de duidelijkheid toch een aanpassing gedaan van het begrip evenement. Aanpassingen: - Artikel 2.46 is aangevuld in de zin dat duidelijk dat dat begrip alleen geldt voor de bestemmingen Gemengd - Kabeldistrict 1, Gemengd - Kabeldistrict 2 en Gemengd - Nieuwe Haven.

5. Begrip gecumuleerde geluidbelasting (artikel 2.51 nieuw) STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid

van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict worden aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er is een splitsing gemaakt tussen samenloop van geluid van inrichtingen en cumulatie. Cumulatie is onderverdeeld in cumulatie in het kader van een goede ruimtelijke ordening en cumulatie in het kader van het vaststellen van hogere waarden Wet geluidhinder. Wanneer hogere waarden worden vastgesteld verplicht de Wet geluidhinder te onderzoeken wat de gecumuleerde geluidbelasting is. Aan de lijst van begrippen wordt het begrip gecumuleerde geluidbelasting (artikel 2.51). Aanpassingen: - Aan de lijst van begrippen is het begrip gecumuleerde geluidbelasting (artikel 2.51) toegevoegd. De overige artikelen zijn vernummerd.

5. Begrip hogere waarde (artikel 2.62) Ambtshalve: In een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (202404539/1/R1, 18 december 2024) was abusievelijk het maximale geluidniveau opgenomen in plaats van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Om duidelijk te maken dat het hier steeds om het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus gaat en niet om de maximale geluidniveaus is “maximaal xx dB(A)” vervangen door “ten hoogste xx dB(A)” of is “maximale” verwijderd. Hetzelfde geldt voor de artikelen 25.2.1 onder d, 25.2.2, 25.2.3, 29.2 onder a, 29.2, onder b, 29.2 onder c, 29.2 onder d, 29.2.2, 29.2.3, 37.2 onder b, 37.4 onder b, 38.2 onder b, 43.1.2 onder a (tabel, bovenaan 4e kolom), 43.3 onder c, 43.3 onder d.

Aanpassingen: - de artikelen 2.62, 25.2.1 onder d, 29.2 onder a, 29.2, onder b, 29.2 onder c, 29.2 onder d, 29.2 onder e, 37.2 onder b, 37.4 onder b, 38.2 onder b, 43.1.2 onder a (tabel, bovenaan 4e kolom), 43.3 onder c, 43.3 onder d.

6. Begrip muziektoeslag (artikel 2.77) STAB: De STAB merkt op dat in artikel 2.76 niet is aangegeven op welk toetspunt muziekgeluid hoorbaar moet zijn (bladzijde 59). In artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) is opgenomen dat het toetspunt ligt op het beoordelingspunt van een geluidgevoelige functie of object. Aanpassingen: - Artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) is aangepast in de zin dat het toetspunt in dit artikel is opgenomen.

STAB: De STAB oordeelt dat muziektoeslag op grond van de planregels moet worden toegepast over de tijdsduur dat sprake is van (duidelijk hoorbaar) muziekgeluid (bladzijde 63). Dit omdat in de planregels wordt verwezen naar de Handleiding meten en rekenen industrielawaai voor wat betreft de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het ontbreken van een specifieke planregel over het niet toepassen de bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid. Hier wijkt de planregeling af van het Activiteitenbesluit en van artikel 6.6 lid 2 Omgevingsregeling. Volgens artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit mocht bedrijfsduurcorrectie niet worden toegepast voor muziektoeslag. Deze regel wordt binnen dit bestemmingsplan tevens toegepast. Voor de ABS wordt hier bewust van afgezien. Daar wordt de bedrijfsduurcorrectie op het muziekgeluid wèl toegepast. Artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) van de planregels is aangepast, in de zin is opgenomen dat muziektoeslag een toeslag van 10 dB is zonder bedrijfsduurcorrectie. Aanpassingen: - Artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) is aangepast.

7. Begrip RBS – Schieoevers Noord artikel 2.95(oud) STAB: De STAB concludeert dat het geluidmodel voor Basal niet is vastgelegd in de planregels. Hierdoor kan de 40 dB Lnight bij herberekening afwijken (bladzijde 144). Naar aanleiding van de opmerking van de STAB is in artikel 27.7 het geluidmodel opgenomen en in de artikelen 25.6 (25.7 oud) en 40.5 de verwijzing naar het geluidmodel aangepast overeenkomstig de verwijzing naar het geluidmodel in artikel 27.6. Daarmee kan artikel 2.95 (oud) vervallen. Aanpassingen: - Artikel 2.95 (oud) vervalt. De overige artikelen nummeren door.

7. Samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen (artikel 2.98) STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict zijn aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er is onderscheid gemaakt tussen samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen en cumulatie. Bij de berekening van de samenloop van geluid van inrichtingen, zoals bedoeld in de artikelen 2.37, 25.5 (25.4 nieuw) , 29.5 (29.4 nieuw), 40.1.2 en 40.2.4 wordt vastgehouden aan de berekening van bedrijven van 51 dB(A) of meer. Aan de lijst van begrippen is daarom samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen (artikel 2.98) toegevoegd.

Aanpassingen: - Aan de lijst van begrippen is het begrip samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen (artikel 2.98) toegevoegd. 8. Artikel 4 STAB: In het akoestisch onderzoek voor Nieuwe Haven is uitgegaan van een worst case situatie met productiewerkzaamheden in de bedrijfshal met een binnenniveau van 85 dB(A), maar dat in de feitelijke situatie uitsluitend opslag in het pand aan de Rotterdamseweg plaatsvindt. Echter, productiewerkzaamheden maken ook deel uit van de bestaande inrichting van Octatube, de huidige huurder van een deel van het pand. Het is derhalve niet uitgesloten dat deze locatie als werkplaats wordt aangewend. De daarvoor noodzakelijke geluidreducerende maatregelen heeft STAB tijdens het onderzoek ter plaatse niet waargenomen (bladzijde 115). Naar aanleiding van deze opmerking is geconstateerd dat om een geluidscherm van 4 meter binnen de bestemming ‘Bedrijf’ mogelijk te maken, de hoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde moet worden verhoogd naar 4 meter. Binnen de andere bestemmingen is dit al mogelijk.

Aanpassingen: - Artikel 4.2.2 aanhef onder a sub 5: de hoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde is verhoogd naar 4 meter.

9. Artikel 5 STAB: De STAB concludeert dat de terrassen binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven moeten worden meegenomen in de cumulatieberekening (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4). In de planregels is opgenomen dat de terrassen tot 1.00 uur ’s nachts open mogen zijn. Dit legt een grote druk qua geluid op het gebied en past niet bij de 16-uurs economie binnen Schieoevers. Daarom is de openingstijd teruggebracht naar 23 uur. Aanpassingen: Artikel 5.4 onder e sub 7 is aangepast in de zin dat de openingstijd van de eilandterrassen is vervroegd naar 23.00 uur. 10. Artikel 6 STAB: De STAB concludeert dat de terrassen binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven moeten worden meegenomen in de cumulatieberekening (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4). In de planregels is opgenomen dat de terrassen tot 1.00 uur ’s nachts open mogen zijn. Dit legt een grote druk qua geluid op het gebied en past niet bij de 16-uurs economie binnen Schieoevers.

Daarom is de openingstijd teruggebracht naar 23 uur.

Aanpassingen: - Artikel 6.5 onder e sub 7 is aangepast in de zin dat de openingstijd van de eilandterrassen is vervroegd naar 23.00 uur. 11. Artikel 7 STAB: De STAB concludeert dat de terrassen binnen Kabeldistrict en Nieuwe Haven moeten worden meegenomen in de cumulatieberekening (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4). In de planregels is opgenomen dat de terrassen tot 1.00 uur ’s nachts open mogen zijn. Dit legt een grote druk qua geluid op het gebied en past niet bij de 16-uurs economie binnen Schieoevers. Daarom is de openingstijd teruggebracht naar 23 uur. Aanpassingen: Artikel 7.3 onder e sub 7 is aangepast in de zin dat de openingstijd van de eilandterrassen is vervroegd naar 23.00 uur. 12. Artikel 23 STAB: De STAB stelt vast dat er wel enige verwarring is over de toepassing van het begrip ‘cultuur en ontspanning’ (bladzijde 75) en ‘evenement’ (bladzijde 77) uit bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven), maar concludeert dat het begrip ‘cultuur en ontspanning’ niet van toepassing is op Lijm & Cultuur en dat Lijm & Cultuur niet is gehouden aan de 2.500 bezoekers in dat artikel.

Artikel 23.2 onder f leidt tot onduidelijkheid, doordat dit artikel ervoor zorgt dat bijlage 2 bij de planregels, waarin alle begripsbepalingen en alle artikelen uit de hoofdstukken 4 en 5 van bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) zijn gekoppeld aan bestemmingsplan Schieoevers Noord. Dit leidt tot verwarring. Daarom is de huidige tekst in artikel 23.2 onder f en bijlage 2 bij de planregels verwijderd, en is in lid 3.3.1 onder e opgenomen dat lid.3.3.1 vervalt (het woord milieucategorie is verwijderd). De ter zake doende milieubepalingen (dus niet de artikelen 37 en 38) zijn voorzien van een schakelbepaling. Aanpassingen: - De huidige tekst in artikel 23.2 onder f vervalt. - Nieuwe tekst van artikel 23.2 onder e luidt als volgt: “…f. lid 3.3.1 vervalt;” - De artikelen 22 t/31, 33, 39, 40 en 41(schakelbepalingen) zijn aangepast.

13. Artikel 25 STAB: De STAB merkt op dat niet duidelijk is vastgelegd wat het planologisch kader na splitsing is (bladzijde 107 en 118). Volgens de STAB is er niet duidelijk bepaald welke regels voor nieuwe activiteiten gelden. Ook volgt uit de planregels niet dat duidelijk dat de geluidzone of de afstand van 50 meter van de terreingrens van toepassing blijft en dat daarbinnen de beschikbare geluidruimte onderling verdeeld kan worden. Aan artikel 25.2 zijn bepalingen toegevoegd die de geluidruimte voor andere (nieuwe) inrichtingen en na splitsing bepalen. Uit die nieuwe bepalingen blijken de geluidwaarden voor de nieuwe inrichtingen (50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter, tenzij de ‘geluidzone – bedrijven’ op kleinere afstand dan 50 meter vanaf de terreingrens ligt) en bij splitsing (50 dB(A) op 10 meter). Door het opnemen van de geluidruimte voor andere inrichtingen en na splitsing geldt voor die activiteiten een meldingsplicht voor zover die activiteiten binnen de geluidruimte van artikel 25.2 vallen. Artikel 25.3 wijzigt hierdoor en 25.4 kan daardoor vervallen. Artikel 25.5 wordt 25.4. Aanpassingen: - Artikel 25.2 is aangevuld met een bepaling over de geluidruimte voor nieuwe inrichtingen en na splitsing. - De artikelen 25.3 wijzigt als gevolg van het opnemen van de geluidruimte voor andere inrichtingen en na splitsing. - Artikel 25.4 vervalt. _ Artikel 25.5 wordt artikel 25.4.

STAB: De STAB onderschrijft (paragraaf 3.2.2 t/m 3.2.4 STAB-verslag) dat niet alle bronnen voor cumulatie moeten worden meegerekend. STAB is van mening dat de drempelwaarde van 50 dB(A) arbitrair is. De gemeente heeft deze drempelwaarde gekozen omdat deze is ontleend aan de systematiek uit het Rmg 2012. STAB geeft hierbij aan dat het Rmg 2012 betrekking heeft op het geluid van alle bedrijven tezamen en niet op het geluid van een bedrijf afzonderlijk. De STAB hanteert een deelbijdrage van 45 dB(A) etmaalwaarde. De cumulatieberekeningen in de akoestische onderzoeken voor Nieuwe Haven en Kabeldistrict zijn aangevuld met alle bronnen met een deelbijdrage van 45 dB(A). Er is onderscheid gemaakt tussen samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen en cumulatie. Bij de berekening van de samenloop van geluid van inrichtingen, zoals bedoeld in de artikelen 2.37, 25.5 (25.4 nieuw) , 29.5 (29.4 nieuw), 40.1.2 en 40.2.4 wordt vastgehouden aan de berekening van bedrijven van 51 dB(A) of meer. Aan de lijst van begrippen is daarom samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen. Daarom wordt in dit artikellid niet meer gesproken van cumulatie maar van samenloop van geluid van inrichtingen en industrieterreinen. Aanpassingen: - In artikel 25.4 (nieuw) is cumulatie vervangen door samenloop van geluid inrichtingen en industrieterreinen.

STAB: De STAB concludeert dat in artikel 25.5 onder d niet is gedefinieerd wat moet worden verstaan onder “..onevenredige belemmering..” (bladzijde 93 en 121).

In artikel 25.4 onder d (25.5 onder d oud) is verwezen naar de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord'. Daarin is een nadere invulling van het begrip onevenredige belemmering opgenomen. Hiermee is het begrip voldoende concreet en objectief begrensd, doordat uit de planregel volgt dat de belemmering ziet op het aspect geluid. Daarmee is de context duidelijk. Door de nadere invulling in de beleidsregel bestaat er voldoende rechtszekerheid overeenkomstig de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4871). Aanpassingen: - In artikel 25.4 onder d is voor de nadere invulling van de onevenredige belemmering ten gevolge van de geluidbelasting van oprichting, uitbreiding of wijziging van de inrichting worden verwezen naar de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord. STAB: De STAB merkt op dat niet duidelijk is op welke situatie de beoordelingsregel in artikel 29.5 onder e betrekking heeft: alleen de situatie onder 29.5 onder a, alleen de situatie onder artikel 29.5 onder b of beide situaties (bladzijde 70). De STAB geeft hierbij aan dat als artikel 29.5 onder e betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 29.5 onder a dit niet nodig is, aangezien dit al blijkt uit de aanvraag. Hetzelfde geldt voor artikel 25.4 onder e (25.5 onder e oud).

Dit artikel is zo geformuleerd dat duidelijk is dat het gaat om de situatie dat met behulp van maatregelen de geluidbelasting kan worden beperkt tot 50 dB(A) etmaalwaarde als bedoeld in artikellid 25.4 onder a (25.5 onder a oud). Met artikel 25.4 onder e (25.5 onder e oud) beoogt de gemeente te waarborgen dat de maatregelen ook daadwerkelijk zullen worden getroffen en in stand worden gehouden. Dit lid verplicht de aanvrager dit aan te tonen bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Daarnaast zal een lid f aan dit artikel worden toegevoegd waarin is opgenomen dat in de situatie genoemd in lid b van dat artikel moet worden aangetoond dat het treffen van maatregelen om een geluidbelasting van 50 dB(A) etmaalwaarde te behalen redelijkerwijs niet mogelijk is. Aanpassingen: - Artikel 25.4 onder e (25.5 onder e oud) is aangepast en er is een nieuw lid f toegevoegd. Het oude lid f is lid g geworden. STAB: De STAB concludeert dat het geluidmodel voor Basal niet is vastgelegd in de planregels. Hierdoor kan de 40 dB Lnight bij herberekening afwijken (bladzijde 144). Naar aanleiding van de opmerking van de STAB is de verwijzing naar het geluidmodel aangepast overeenkomstig de verwijzing naar het geluidmodel dat is opgenomen in artikel 27.7. Aanpassingen: Het geluidmodel in artikel 25.6 (25.7 oud) is aangepast overeenkomstig artikel 27.7.

14. Artikel 27 STAB: De STAB concludeert dat het geluidmodel voor Basal niet is vastgelegd in de planregels. Hierdoor kan de 40 dB Lnight bij herberekening afwijken (bladzijde 144). Het geluidmodel is opgenomen in artikel 27. Aanpassingen: - Het geluidmodel is opgenomen in artikel 27.7. 15. Artikel 29 STAB: De STAB concludeert (bladzijde 57) dat de geluidwaarden in artikel 29.2, onder a van de planregeling alleen is vastgelegd op de grens van de bestemming ‘Gemengd Kabeldistrict -2’. De STAB vindt het logischer om de geluidwaarden in dat artikel te laten gelden op de gevel van nieuwe geluidgevoelige objecten en functies. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat De STAB hier waarschijnlijk 29.2, onder b bedoelt. Dit punt is overgenomen en artikel 29.2, onder b is gewijzigd. Door de aanpassing van artikel 29.2 onder b in de zin dat de geluidwaarden gaan gelden op de gevels, leidt dit – om de woningen in Voorhof te beschermen tegen te hoge geluidwaarden - tot aanpassing van artikel 29.2, onder a van de planregels. In dat lid is bepaald dat de hogere waarden die daar zijn opgenomen alleen gelden op de gevels van bestaande woningen ten oosten van de terreingrens van Lijm & Cultuur. Aanpassingen: - Artikel 29.2, onder a is aangepast in de zin dat dit artikel de benodigde bescherming biedt voor de geluidgevoelige objecten en functies in Voorhof.

- Artikel 29.2 onder b is conform het STAB-verslag aangepast waardoor de toetspunten op de gevels van gerealiseerde geluidgevoelige objecten en functies komen te liggen.

STAB: De STAB geeft voorts aan (bladzijde 58 laatste alinea) dat geen rekening is gehouden met de tijdelijke regeling in artikel 29.2c dat de eerste woningen misschien wel op een grote afstand zijn gelegen. Als de geluidwaarden gaan gelden op de gevels van nieuwe geluidgevoelige objecten en functies, dan is een tijdelijke regeling, zoals opgenomen in artikel 29.2, onder c van de planregeling niet meer nodig. Door de toetspunten op de gevels van gevoelige objecten en functies in Kabeldistrict te leggen te leggen, ontstaat er vanzelf een uitgebreider tijdelijke regeling. De toetspunten bewegen immers mee met de woningbouw. Lid c is daarmee overbodig geworden en kan daardoor vervallen. De overige leden vernummeren. Aanpassingen: - Artikel 29.2, onder c vervalt.

STAB: De STAB geeft aan dat het woord ‘etmaalwaarde’ uit artikel 29.2 onder d (oud) moet worden geschrapt (bladzijde 49). Dit woord is per abuis niet verwijderd en is nu geschrapt. Aanpassingen: - Het woord ‘etmaalwaarde’ is uit artikel 29.2.1 onder c (29.2.onder d oud) geschrapt.

STAB: De STAB concludeert (bladzijde 79) dat in artikel 37.2 onder b en 38.2 onder b het ‘equivalente geluidniveau’ wordt gehanteerd en in artikel 29.2 onder f het ‘equivalente muziekgeluidniveau’. De STAB vraagt zich af of dat de bedoeling is. Als dat het geval is dan adviseert de STAB om een definitie van ‘equivalente muziekgeluidniveau’ in de planregels op te nemen. Dit is niet de bedoeling. Daarom is artikel 29.2.1 onder e (29.2 onder f oud) aangepast naar ‘equivalente geluidniveau’ door muziekgeluid. Aanpassingen: - Artikel 29.2.1 onder e (29.2 onder f oud) is aangepast in de zin dat de term ‘equivalente muziekgeluidniveau’ is vervangen door ‘equivalente geluidniveau’ door muziekgeluid. STAB: De STAB vindt het niet logisch dat de muziektoeslag voor de nachtperiode op voorhand van toepassing is verklaard (bladzijde 62), aangezien in de RBS bij Lijm & Cultuur na 23.00 uur geen sprake meer is van muziek van muziekgeluid. Dat was volgens de STAB ook het uitgangspunt van het memo van de gemeente van oktober 2020. STAB is van mening dat de geluidwaarde van 40 dB(A) voor de nachtperiode betrekking zou moeten hebben op de situatie dat muziektoeslag niet aan de orde is. Gelet op deze opmerking is “(inclusief muziektoeslag) uit artikel 29.2 onder c (29.2 onder d oud) geschrapt.

Aanpassingen: - In artikel 29.2.1 onder c (29.2 onder d oud) is “(inclusief muziektoeslag)” geschrapt. STAB: De STAB concludeert dat in artikel 29.4 onder d (oud) een drempel voor een vergunningplicht is opgenomen (bladzijde 69) voor het splitsen van Lijm & Cultuur en Improve in twee of meer inrichtingen. De drempel vormt volgens de STAB niet de geluidruimte voor de nieuwe activiteiten. De planregel bevat geen geluidruimte die na de splitsing voor inrichtingen geldt. Aan artikel 29.2 zijn bepalingen toegevoegd die de geluidruimte voor nieuwe inrichtingen en na splitsing bepaalt. Door het opnemen van de geluidruimte voor andere inrichtingen en na splitsing wijzigen de artikelen 29.3 en 29.4 ook. Aan artikel 29.2 zijn bepalingen toegevoegd die de geluidruimte voor andere (nieuwe) inrichtingen en na splitsing bepalen. Uit die nieuwe bepalingen blijken de geluidwaarden voor de nieuwe inrichtingen (50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter en bij splitsing (50 dB(A) op 10 meter). Door het opnemen van de geluidruimte voor andere inrichtingen en na splitsing geldt voor die activiteiten een meldingsplicht voor zover die activiteiten binnen de

geluidruimte van artikel 29.2 vallen. Artikel 29.3 wijzigt hierdoor en 29.4 kan daardoor vervallen. Artikel 29.5 wordt 29.4.

Aanpassingen: - Aan artikel 29.2 zijn bepalingen toegevoegd (lid 29.2.2 en lid 29.2.3) die de geluidruimte voor nieuwe inrichtingen en na splitsing bepalen. In die nieuwe bepalingen zijn de geluidwaarden voor de nieuwe inrichtingen (50 dB(A) etmaalwaarde op 50 meter en bij splitsing (50 dB(A) op 10 meter) opgenomen. - Artikel 29.3 wijzigt als gevolg van het opnemen van de geluidruimte voor andere inrichtingen en na splitsing. - Artikel 29.4 vervalt. - Artikel 29.5 wordt artikel 29.4.

STAB: De STAB concludeert dat de bepaling “… geen onevenredige belemmering…” in artikel 29.5 onder d (29.4 onder d nieuw) niet nader is uitgewerkt (bladzijde 70). In artikel 29.4 onder d (29.5 onder d oud) is verwezen worden naar de beleidsregel Geluid Schieoevers Noord. Daarin zal een nadere invulling van het begrip onevenredige belemmering worden opgenomen. Hiermee is het begrip voldoende concreet en objectief begrensd, doordat uit de planregel volgt dat de belemmering ziet op het aspect geluid. Daarmee is de context duidelijk. Door de nadere invulling in de beleidsregel bestaat er voldoende rechtszekerheid overeenkomstig de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4871).

Aanpassingen: - In artikel 29.4 onder d (29.5 onder d oud) is voor de nadere invulling van de onevenredige belemmering ten gevolge van de geluidbelasting van oprichting, uitbreiding of wijziging van de inrichting worden verwezen naar de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord. STAB: De STAB merkt op dat niet duidelijk is op welke situatie de beoordelingsregel in artikel 29.5 onder e (29.4 onder e nieuw) betrekking heeft: alleen de situatie onder 29.5 onder a (29.4 onder a), alleen de situatie onder artikel 29.5 onder b (29.4 onder b nieuw) of beide situaties (bladzijde 70). De STAB geeft hierbij aan dat als artikel 29.5 onder e (29.4 onder e nieuw) betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 29.5 onder a (29.4 onder a nieuw) dit niet nodig is, aangezien dit al blijkt uit de aanvraag. Dit artikel is zo geformuleerd dat duidelijk is dat het gaat om de situatie dat met behulp van maatregelen de geluidbelasting kan worden beperkt tot 50 dB(A) etmaalwaarde als bedoeld in artikellid 29.4 onder a (29.5 onder a oud). Met artikel 29.4 onder e (29.5 onder e oud) beoogt de gemeente te waarborgen dat de maatregelen ook daadwerkelijk zullen worden getroffen en in stand worden gehouden. Dit lid verplicht de aanvrager dit aan te tonen bij de aanvraag om omgevingsvergunning.

Daarnaast zal een lid f aan dit artikel worden toegevoegd waarin is opgenomen dat in de situatie genoemd in lid b van dat artikel moet worden aangetoond dat het treffen van maatregelen om een geluidbelasting van 50 dB(A) etmaalwaarde te behalen redelijkerwijs niet mogelijk is.

Aanpassingen: - Artikel 29.4 onder e (29.5 onder e oud) is aangepast en er is een nieuw lid f toegevoegd. Het oude lid f is lid g geworden. 16. Artikel 40 STAB: De STAB merkt op dat ook het geluid van de bedrijven, terrassen en muziekgeluid in de ontwikkelgebieden muziekgeluid in de berekening van de cumulatieve geluidbelasting moet worden meegenomen (bladzijde 34). Tevens oordeelt de STAB oordeelt dat muziektoeslag op grond van de planregels moet worden toegepast over de tijdsduur dat sprake is van (duidelijk hoorbaar) muziekgeluid (bladzijde 63). Dit omdat in de planregels wordt verwezen naar de HMRI voor wat betreft de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het ontbreken van een specifieke planregel over het niet toepassen de bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid. Hier wijkt de planregeling af van het Activiteitenbesluit en van artikel 6.6 lid 2 Omgevingsregeling. Volgens artikel 2.18 van het Activiteitenbesluit mocht bedrijfsduurcorrectie niet worden toegepast voor muziektoeslag. Deze regel wordt binnen dit bestemmingsplan tevens toegepast. Voor de ABS wordt hier bewust van afgezien. Daar wordt de bedrijfsduurcorrectie op het muziekgeluid wèl toegepast. Artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) van de planregels is aangepast, in de zin is opgenomen dat muziektoeslag een toeslag van 10 dB is zonder bedrijfsduurcorrectie.

Tegelijkertijd wordt artikel 40 aangepast om duidelijk te maken wanneer sprake is van muziektoeslag. Aanpassingen: - Artikel 40.2.1 onder a is aangepast in de zin dat ‘inclusief muziektoeslag’ wordt toegevoegd. - Artikel 40.3.1 onder a sub 1 is aangepast in de zin dat wordt toegevoegd dat in afwijking van artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) mag bij duidelijk hoorbaar muziekgeluid een bedrijfsduurcorrectie worden toegepast. - Artikel 40.3.3 onder c sub 2 is toegevoegd. Hierin is bepaald dat in afwijking van artikel 2.77 (artikel 2.76 oud) mag bij duidelijk hoorbaar muziekgeluid een bedrijfsduurcorrectie worden toegepast. Het andere lid nummert door. STAB: De STAB wijst erop dat artikel 40.1.2 onder k ziet op geluidbronnen, terwijl artikel 40.1 ziet op de realisatie van geluidgevoelige objecten (bladzijde 130). Dit is correct. Deze bepaling vervalt. Aanpassingen: - Artikel 40.1.2 onder k vervalt. STAB: De STAB concludeert dat in artikel 25.5 onder d (25.4 onder d nieuw) en in artikel 29.5 onder d (29.4 onder d nieuw) niet is gedefinieerd wat moet worden verstaan onder “..onevenredige belemmering..” (bladzijde 93, 121 en respectievelijk bladzijde 70). Dit geldt eveneens voor artikel 40.2.4 onder c. Ook in dat artikel zal worden verwezen naar de beleidsregel 'Geluid Schieoevers Noord'. Daarin zal een nadere invulling van het begrip onevenredige belemmering worden opgenomen.

Hiermee is het begrip voldoende concreet en objectief begrensd, doordat uit de planregel volgt dat de belemmering ziet op het aspect geluid. Daarmee is de context

duidelijk. Door de nadere invulling in de beleidsregel bestaat er voldoende rechtszekerheid overeenkomstig de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4871). Aanpassingen: - In artikel 40.2.4 onder c is voor de nadere invulling van de onevenredige belemmering ten gevolge van de geluidbelasting van oprichting, uitbreiding of wijziging van de inrichting worden verwezen naar de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord. STAB: De STAB merkt op dat niet duidelijk is op welke situatie de beoordelingsregel in artikel 29.5 onder e (29.4 onder e nieuw)betrekking heeft: alleen de situatie onder 29.5 onder a (29.4 onder a nieuw), alleen de situatie onder artikel 29.5 onder b (29.4 onder b nieuw) of beide situaties (bladzijde 70). De STAB geeft hierbij aan dat als artikel 29.5 onder e (29.4 onder e nieuw) betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 29.5 onder a (29.4 onder a) dit niet nodig is, aangezien dit al blijkt uit de aanvraag. Hetzelfde geldt voor artikel 40.2.4 onder e. Dit artikel is zo geformuleerd dat duidelijk is dat het gaat om de situatie dat met behulp van maatregelen de geluidbelasting kan worden beperkt tot 50 dB(A) etmaalwaarde als bedoeld in artikellid 40.2.4 onder a.

Met artikel 40.2.4 onder e beoogt de gemeente te waarborgen dat de maatregelen ook daadwerkelijk zullen worden getroffen en in stand worden gehouden. Dit lid verplicht de aanvrager dit aan te tonen bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Daarnaast zal een lid f aan dit artikel worden toegevoegd waarin is opgenomen dat in de situatie genoemd in lid b van dat artikel moet worden aangetoond dat het treffen van maatregelen om een geluidbelasting van 50 dB(A) etmaalwaarde te behalen redelijkerwijs niet mogelijk is. Aanpassingen: - Artikel 40.2.4 onder e is aangepast en er is een nieuw lid f toegevoegd. Het oude lid f is lid g geworden. STAB: Naar aanleiding van de vraag van de STAB waarom bij de beoordelingsregels voor de ABS (zie artikel 40.3.3, onder a) wordt verwezen naar het geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelige functie of object, is geconcludeerd dat zo lang er geen gerealiseerde woningen staan of zijn vergund we er voor een ABS vergunningaanvraag geen goede toetsingsgrond bestaat. Deze toetsingsgrond moet dan ook in artikel 40.3.3 onder b worden opgenomen.

Aanpassingen: - Artikel 40.3.3 onder b is aangepast. STAB: De STAB concludeert dat het geluidmodel voor Basal niet is vastgelegd in de planregels. Hierdoor kan de 40 dB Lnight bij herberekening afwijken (bladzijde 144). Naar aanleiding van de opmerking van de STAB is de verwijzing naar het geluidmodel aangepast overeenkomstig de verwijzing naar het geluidmodel dat is opgenomen in artikel 27.7.

Aanpassingen: - Het geluidmodel in artikel 40.5 wordt aangepast overeenkomstig artikel 27.7 16. Artikel 43 Ambtshalve: Er is in artikel 43.1.1 alleen een hogere waarde vastgesteld voor woningen en niet voor andere geluidgevoelige functies. Dit had wel gebeurd moeten zijn, aangezien er ook andere geluidgevoelige objecten en functies worden gerealiseerd. Artikel 43.1.1 wordt daarom zo aangevuld dat ook andere geluidgevoelige objecten en functies onder dit artikel vallen. Deze aanpassingen beperkt de bestaande bedrijven en de ontwikkelingen binnen Kabeldistrict verder niet. In artikel 43.2 is de verwijzing naar artikel 40.1.1 vervallen. Aanpassingen: - Artikel 43.1.1 is aangepast. - Artikel 43.2 is aangepast. STAB: De STAB geeft aan dat er met verschillende ondergronden in het rekenmodel wordt gewerkt (bladzijde 145). De STAB stelt vast dat de etmaalwaarde contour behorende bij de ABS niet getoetst hoeft te worden aan de geluidzone. De ABS wordt echter wel getoetst aan de geluidzone. De ABS leidt tot overschrijding van de zonegrens. Die overschrijding is echter tijdelijk. Om dit eenduidig vast te leggen wordt dit verwerkt in artikel 43.1.2. Aanpassingen: - Artikel 43.1.2 is aangepast.

BIJLAGEN BIJ DE PLANREGELS 1. Bijlage 2 bij de planregels STAB: De STAB stelt vast dat er wel enige verwarring is over de toepassing van het begrip ‘cultuur en ontspanning’ (bladzijde 75) en ‘evenement’ (bladzijde 77) uit bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven), maar concludeert dat het begrip ‘cultuur en ontspanning’ niet van toepassing is op Lijm & Cultuur en dat Lijm & Cultuur niet is gehouden aan de 2.500 bezoekers in dat artikel. Artikel 23.2 onder f leidt tot onduidelijkheid, doordat dit artikel ervoor zorgt dat bijlage 2 bij de planregels, waarin alle begripsbepalingen en alle artikelen uit de hoofdstukken 4 en 5 van bestemmingsplan Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) zijn gekoppeld aan bestemmingsplan Schieoevers Noord. Dit leidt tot verwarring. Daarom wordt artikel 23.2 onder f en bijlage 2 bij de planregels verwijderd en worden de ter zake doende milieubepalingen (dus niet de artikelen 37 en 38) voorzien van een schakelbepaling. Hierdoor kan bijlage 2 bij de planregels vervallen. Aanpassingen: - Bijlage 2 (milieuregels partiële herziening Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) vervalt. 2. Bijlage 2 (nieuw Bijlage 3 oud) STAB: De STAB concludeert dat geen geluidzone aan de noordzijde is opgenomen (bladzijde 117). De STAB vindt dit onnodig beperkend.

De geluidzone van Rust zal worden aangepast, zodat ook aan de noordzijde een geluidzone van 10 meter ontstaat. Aanpassingen: - Bijlage 2 (nieuw) De geluidzone van Rust is aangepast. STAB: Tijdens het stellen van vragen aan de gemeente heeft de STAB aangegeven dat de aanduiding ‘overige zone- bedrijven’ verwijderd zou moeten worden van de woningen aan de Rotterdamseweg 316-330. Deze opmerking komt niet terug in het STAB-verslag, aangezien hier geen beroep tegen aangetekend is. Dit neemt niet weg dat het moet worden aangepast. Door het vervallen van de aanduiding ‘overige zone- bedrijven’ ter plaatse van de Rotterdamseweg 316-330 is ook de geluidzone van BMM in bijlage 2 (nieuw) bij de planregels aangepast. Aanpassingen: - Bijlage 2 (nieuw) De geluidzone rondom BMM is aangepast.

3. Bijlage 4 STAB: De STAB concludeert dat de bepaling “… geen onevenredige belemmering…” in de artikelen 25.4 onder d (nieuw 25.5 onder d oud), 29.4 onder d (nieuw 29.5 onder d oud) en 40.2.4 onder c niet nader is uitgewerkt (bladzijde 70). In de artikelen 25.4 onder d (nieuw), 29.4 onder d (nieuw) en 40.2.4 onder c is verwezen naar de beleidsregels Geluid Schieoevers Noord. Ook is ter verduidelijking het gebied van de ruimtelijke ontwikkeling Schieoevers Noord begrensd door te verwijzen naar de in bijlage 4 opgenomen locatie.

Aanpassingen: - Bijlage 4 met de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling Schieoevers Noord is bij de regels gevoegd.

4. Bijlage 5 (nieuw) STAB: De STAB concludeert dat het geluidmodel voor Basal niet is vastgelegd in de planregels. Hierdoor kan de 40 dB Lnight bij herberekening afwijken (bladzijde 144). Naar aanleiding van de opmerking van de STAB is in artikel 27.7 het geluidmodel opgenomen en in de artikelen 25.6 (nieuw) en 40.5 de verwijzing naar het geluidmodel aangepast overeenkomstig de verwijzing naar het geluidmodel in artikel 27.7. In die artikelen wordt verwezen naar de modeluitgangspunten en invoergegevens die toegepast moeten worden bij het geluidmodel. Deze zijn opgenomen in het Bijlagerapport RBS-verslagen bedrijven d.d. 18 december 2024 dat als bijlage 5 bij de planregels wordt gevoegd. Aanpassingen: - Bijlage 5 (Bijlagerapport RBS-verslagen bedrijven d.d. 18 december 2024) met modeluitgangspunten en invoergegevens als bedoeld in de artikelen 25.6 (nieuw), 27.7 en 40.5 is bij de planregels gevoegd.

VERBEELDING 1. Geluidzone Rust STAB: De STAB concludeert dat geen geluidzone aan de noordzijde is opgenomen (bladzijde 117). De STAB vindt dit onnodig beperkend. De geluidzone van Rust zal worden aangepast, zodat ook aan de noordzijde een geluidzone van 10 meter ontstaat. Aanpassingen: - De geluidzone rondom Rust is aangepast. STAB: Tijdens het stellen van vragen aan de gemeente heeft de STAB aangegeven dat de aanduiding ‘overige zone- bedrijven’ verwijderd zou moeten worden van de woningen aan de Rotterdamseweg 316-330. Deze opmerking komt niet terug in het STAB-verslag, aangezien hier geen beroep tegen aangetekend is. Dit neemt niet weg dat het moet worden aangepast. Aanpassingen: - De aanduiding ‘overige zone- bedrijven’ komt ter plaatse van de Rotterdamseweg 316-330 te vervallen. - De geluidzone rondom BMM is aangepast.

BELEIDREGELS ‘GELUID SCHIEOEVERS NOORD’ STAB: De STAB concludeert dat de bepaling “… geen onevenredige belemmering…” in de artikel 25.5 onder d (bladzijde 95 en 121) 29.5 onder d niet nader is uitgewerkt (bladzijde 70). In de artikelen 25.4 onder d, 29.4 onder d en 40.2.4 onder c zal verwezen worden naar de beleidsregel Geluid Schieoevers Noord’. Daarin zal een nadere invulling van het begrip onevenredige belemmering worden opgenomen. Hiermee is het begrip voldoende concreet en objectief begrensd, doordat uit de planregel volgt dat de belemmering ziet op het aspect geluid. Daarmee is de context duidelijk. Door de nadere invulling in de beleidsregel bestaat er voldoende rechtszekerheid. Verwezen wordt naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4871). Aanpassingen: - Het begrip onevenredige belemmering is nader ingevuld. STAB: De STAB geeft aan dat voor de dove gevel Schieoevers Noord niet is bepaald welke gevelwering moet worden behaald (bladzijde 95). STAB geeft wel aan dat Hordijk geen belang heeft bij welke gevel waar wordt gerealiseerd. De geluidwaarde voor Hordijk gelden namelijk niet op de gevel maar op de geluidzone. Naar aanleiding van het opnemen van de gevelwering in artikel 2.37, is ter verduidelijking in de beleidsregels invulling gegeven aan het begrip grenswaarde.

Aanpassingen: - Artikel 1.2 lid 3 onder b sub b is als volgt aangevuld: “… de grenswaarde, zoals bedoeld in de artikelen 40.1.2 onder c tot en met f. “

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15109939/1