Nota aanpassingen BP Hoek Abtswoudseweg Zuideinde
Tekst van het document
Nota Aanpassingen Bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg Zuideinde Hieronder een overzicht van de (ambtshalve) aanpassingen van het bestemmingsplan Hoek Abtswoudseweg Zuideinde. De aanpassingen zijn onderverdeeld in de regels, verbeelding en de toelichting.
• REGELS ARTIKEL 4 WONEN 4.2 Nadere detaillering bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1: 4.2.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging en beheersmaatregelen grondwater De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend voor wonen worden gebruikt, mits: a. uiterlijk 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan een waterberging van 335 m3 is gerealiseerd, instand wordt gehouden en te allen tijde effectief beschikbaar wordt gehouden. b. uiterlijk 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de beheersmaatregelen, als bedoeld in paragraaf 3.3 van Bijlage 2 Beheersmaatregelen grondwater, zijn gerealiseerd en instand worden gehouden. Deze verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning. Is vervangen door (vervangingen zijn geel gearceerd):
4.2 Nadere detaillering bestemmingsomschrijving In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1: 4.2.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging en beheersmaatregelen grondwater De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend voor wonen worden gebruikt, mits uiterlijk ten tijde van ingebruikname van het laatst gerealiseerde woonblok van het appartementengebouw ten behoeve van wonen: a. een waterberging van 496 m3 is gerealiseerd, instand wordt gehouden en te allen tijde effectief beschikbaar wordt gehouden; b. de beheersmaatregelen, als bedoeld in paragraaf 3.3 van Bijlage 2 Beheersmaatregelen grondwater, zijn gerealiseerd en instand worden gehouden; De onder a en b genoemde verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning.
4.2.2 Voorwaardelijke verplichting natuurinclusieve bouw a. De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits uiterlijk ten tijde van ingebruikname van het laatst gerealiseerde woonblok van het appartementengebouw ten behoeve van wonen maatregelen in het kader van een natuurinclusieve bouw zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen bij deze regels; b. Het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat andere natuurinclusieve maatregelen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden welke een ecologisch gelijkwaardig alternatief vormen voor de in Bijlage 4 Natuurinclusieve maatregelen bij deze regels genoemde maatregelen en ook met deze alternatieve natuurinclusieve maatregelen de minimaal benodigde aantal punten per onderdeel wordt behaald; c. De onder a genoemde verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning.
4.2.3 Voorwaardelijke verplichting: inrichtingsplan buitenruimte a. De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' mogen uitsluitend overeenkomstig het bepaalde in de bestemmingsomschrijving worden gebruikt, mits uiterlijk ten tijde van ingebruikname van het laatst gerealiseerde woonblok van het appartementengebouw ten behoeve van wonen de inrichtingsmaatregelen van de buitenruimte (niet zijnde een privétuin behorend tot een woning), als bedoeld in Bijlage 3 Inrichtingsplan buitenruimte, voorzover deze betrekking hebben op beplanting en voorzover gelegen binnen het plangebied zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden; b. het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a door toe te staan dat de in Bijlage 3 Inrichtingsplan buitenruimte opgenomen beplanting, voorzover gelegen binnen het plangebied, op alternatieve posities worden gerealiseerd en in stand worden gehouden en ook met deze alternatieve posities van de beplanting sprake is van een kwalitatief gelijkwaardige inrichting van de buitenruimte; De onder a genoemde verplichting geldt niet voor een al in het plangebied voorkomende bestaande woning.
• BIJLAGEN BIJ DE REGELS De bijlagen van de regels worden aangevuld met: o Bijlage 3: Inrichtingsplan buitenruimte; o Bijlage 4: Natuurinclusieve maatregelen.
• TOELICHTING EN BIJBEHORENDE BIJLAGEN In het vast te stellen bestemmingsplan is een aantal zaken aangepast in de toelichting, het betreft tekstuele aanvullingen en correcties die op zich geen andere (bouw)mogelijkheden bieden in het plangebied, maar wel relevant zijn voor de beschrijving, toetsing aan beleid en onderbouwing. Veelal zijn naar aanleiding daarvan ook de bijbehorende onderzoeken (tekstueel) aangepast en aangevuld. De aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. is geactualiseerd zonder dat aanpassing van paragraaf 4.11 van de toelichting noodzakelijk was. In onderstaande wordt hiervan een (globaal) overzicht per hoofdstuk gegeven (actualisaties in de plantoelichting zijn in de vast te stellen versie van het bestemmingsplan geel gearceerd): Hoofdstuk 1: Beschrijving van het plan in paragraaf 1.1. is tekstueel enigszins verduidelijkt/aangepast. Hoofdstuk 3: De beschrijving van het provinciaal en gemeentelijk beleid is deels geactualiseerd en aangevuld. Hoofdstuk 4: De beschrijvingen in paragraaf 4.1 (water), 4.2 (ecologie), 4.5 (verkeer en parkeren) zijn geactualiseerd Hoofdstuk 8: De beschrijving van paragraaf 8.1 (inspraak, overleg, zienswijzen) is geactualiseerd.