MRDH Jaarstukken 2020
Tekst van het document
GEWIJZIGDE BEGROTING 2020
3.920.331
370.139
3.550.192
Bestuurszaken
64.701
-51.851
116.552
ICT/DIV
522.810
-59.242
582.052
Overige personele lasten
458.108
-252.892
711.000
Financiën/Juridische zaken
173.409
-16.591
190.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
905.677
-173.023
1.078.700
Communicatie/Public Affairs
258.136
-81.864
340.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
-43.857 -48.206
-43.857 -48.206
0 0
6.211.109
-357.387
6.568.496
Personele overhead (salarislasten)
Doorbelasting overhead projecten
Totalen
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
79
Roadmap 2021 en het bijbehorende budget. Tevens bleek een gebudgetteerde software-update in 2020 niet noodzakelijk en zijn er minder kosten gemaakt voor afschrijving automatisering door een heroverweging van de voorgenomen aanschaf. In het eerste kwartaal van 2020 vond er nog extra ondersteuning voor de nieuwe digitale werkplek en begeleiding Roadmap 2020 plaats. Om dit te kunnen realiseren, is een gedeelte van de bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging gebruikt.
Overige personele lasten Ondanks de uitgaven voor aanschaf van thuiswerkproducten en de tijdelijke thuiswerkvergoeding bedraagt de onderschrijding binnen deze kostensoort € 252.892. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de deelbudgetten opleidingen/trainingen, ondernemingsraad en vergoeding woon-werk. Door de coronacrisis zijn minder medewerkers gestart aan een opleiding/training en zijn voorgenomen trainingen voor de ondernemingsraad uitgesteld. Tevens heeft de Nederlandse Spoorwegen op eigen initiatief een pauzeregeling ingelast. Hierdoor zijn de kosten voor de openbaar-vervoerabonnementen tijdelijk stopgezet.
Financiën/juridische zaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 16.591. In 2020 zijn de kosten met betrekking tot de accountant en inhuur externe expertise lager dan begroot.
Huisvesting/facilitaire zaken Het pand aan de Westersingel was in 2020 grotendeels gesloten. Deze sluiting heeft een groot effect op alle deelbudgetten binnen deze kostencategorie. De onderschrijding bedraagt € 173.023. Vooral op de deelbudgetten voor schoonmaakkosten, facilitaire diensten, cateringkosten bij vergaderingen en kopieerkosten/drukwerk zijn de gemaakte kosten veel lager dan begroot. Ook zijn vervangingsinvesteringen op het op het gebied van kantoor- en vergadermeubilair in 2020 uitgesteld. Daardoor is er een onderbesteding op de ingecalculeerde afschrijvingskosten.
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
Communicatie/public affairs Aan communicatie en public affairs is in 2020 € 81.864 minder besteed dan begroot, voornamelijk vanwege lagere kosten voor regiobijeenkomsten (als gevolg van minder bijeenkomsten door de coronacrisis), minder specialistische inhuur op communicatie en lagere lasten voor media monitoring.
Bijdrage samenwerkingsverbanden De opbrengst van de doorbelasting werkplekken en overheadkosten aan Bereik! is niet in de begroting opgenomen en is in die zin een meevaller van € 43.857.
Doorbelasting overhead projecten De MRDH is de uitvoerder voor het ABRI-project namens vier gemeenten. Vanuit voortschrijdend inzicht is besloten een deel van de overheadkosten van ondersteunende diensten door te belasten aan dit project. In 2020 is hier geen rekening mee gehouden in de begroting. Ook dit is een meevaller van € 48.206.
Personele en materiële overhead Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat Hierna volgen de overzichten van de verdeling van de hiervoor verantwoorde kosten van de overhead over de Vervoersautoriteit/de Rijksbijdrage BDU verkeer en vervoer, Economisch Vestigingsklimaat/de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en een incidentele bijdrage uit de reserve Interne kwaliteitsverhoging. De materiele kosten van de overhead komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Voor een toelichting op de verdeling van de personele lasten van de overhead zie 3.4.1 MRDH-organisatie.
80
(Bedragen in euro’s)
OVERHEAD VERVOERSAUTORITEIT
REALISATIE 2020
VERSCHIL GEWIJZIGDE BEGROTING EN REALISATIE 2020
GEWIJZIGDE BEGROTING 2020
3.020.474
312.775
2.707.699
Bestuurszaken
51.761
-41.481
93.242
ICT/DIV
418.249
-47.393
465.642
Overige personele lasten
366.486
-202.314
568.800
Financiën/Juridische zaken
138.727
-13.273
152.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
724.541
-138.418
862.959
Communicatie/Public Affairs
206.509
-65.491
272.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
-35.086 -38.565
-35.086 -38.565
0 0
4.853.096
-269.246
5.122.342
REALISATIE 2020
VERSCHIL GEWIJZIGDE BEGROTING EN REALISATIE 2020
GEWIJZIGDE BEGROTING 2020 842.493
Personele overhead (salarislasten)
Doorbelasting overhead projecten
Totalen
OVERHEAD ECONOMISCH VESTIGINGSKLIMAAT Personele overhead (salarislasten)
899.857
57.364
Bestuurszaken
12.940
-10.370
23.310
ICT/DIV
104.562
-11.848
116.410
Overige personele lasten
91.622
-50.578
142.200
Financiën/Juridische zaken
34.682
-3.318
38.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
181.135
-34.606
215.741
Communicatie/Public Affairs
51.627
-16.373
68.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
-8.771 -9.641
-8.771 -9.641
0 0
1.358.013
-88.141
1.446.154
Doorbelasting overhead projecten
Totalen
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
81
3.4.3 Rechtmatigheid Rechtmatigheid is een van de kernbegrippen van goed overheidsbestuur. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat overheden publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Daarom nemen overheden zelf maatregelen in de organisatie die waarborgen verschaffen en zijn er ook in de regelgeving eisen aan de interne en externe controle op rechtmatigheid opgenomen. De in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de verordeningen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De accountant geeft een oordeel over de rechtmatigheid volgens het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Dit oordeel maakt onderdeel uit van de controleverklaring bij de jaarrekening. Deze verklaring helpt het bestuur om de rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen te beoordelen en te controleren.
De bepalingen uit het Treasurystatuut zijn in 2020 goed opgevolgd.
Naleving financiële verordening MRDH 2015 Met betrekking tot de financiële verordening was er gedurende het verslagjaar nog één artikel waar niet aan werd voldaan. Hieronder volgt het betreffende artikel en de toelichting daarop. Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer is vooral extra aandacht nodig voor de volgende drie criteria: 1. het begrotingscriterium; 2. het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium); 3. het voorwaardencriterium.
Jaarlijks wordt in dit kader gerapporteerd over de naleving van de financiële verordening en het Treasurystatuut.
Deze onderwerpen zijn verder uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en verwerkt in het Controleprotocol accountantscontrole MRDH jaarrekening 2020-2021, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 11 december 2020. Hierna volgt een analyse van de rechtmatigheid over het verslagjaar 2020.
ARTIKELNUMMER
OMSCHRIJVING
TOELICHTING
Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf subsidies in elk geval een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend.
Er worden slechts enkele MRDH subsidies buiten de subsidieverordening om verleend. De verleende subsidies worden in de betreffende programma’s verantwoord.
Artikel 9 lid 4
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
Naleving Treasurystatuut MRDH 2016
82
Ad 1) Begrotingscriterium Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging is - voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft - mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van het algemeen bestuur. Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het algemeen bestuur geformuleerde beleid en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen óf respectievelijk welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan het algemeen bestuur.
Begrotingsoverschrijdingen Voor het operationaliseren van de rechtmatigheidstoets worden de volgende zeven categorieën onderscheiden (Kadernota rechtmatigheid 2018). 1. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel voor begrotingsaanpassing heeft ingediend zijn onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 2. Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd, zijn onrechtmatig en tellen wel mee in het oordeel. 3. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet, zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel. 4. Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. 5. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn, zijn
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 6. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd, omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Indien deze overschrijdingen tijdens het verantwoordingsjaar worden geconstateerd, betreft het een onrechtmatigheid die wel meetelt voor het oordeel. Indien deze overschrijdingen na het verantwoordingsjaar worden geconstateerd, betreft het een onrechtmatigheid die niet meetelt voor het oordeel. 7. Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren. In het jaar van investeren is de budgetoverschrijding onrechtmatig en telt wel mee voor het oordeel. De hogere afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee voor het oordeel. In deze jaarrekening 2020 is binnen het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer sprake van een budgetoverschrijding. De overschrijding binnen dat programma bedraagt per saldo € 16 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit een overbesteding van € 23,7 miljoen en daarnaast een aantal kleinere onderbestedingen.
In het jaar 2020 heeft het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding uitgekeerd om de financiële gevolgen van de coronacrisis op het openbaar vervoer op te vangen. In de begroting is rekening gehouden met 80% voorschot op deze regeling. In de werkelijke kosten is ook de resterende afrekening met de vervoerders van 20% opgenomen. Dit verklaart een verschil van € 23,7 miljoen. Het gaat om een begrotingsonrechtmatigheid die valt onder bovenstaande categorie 3. De budgetoverschrijding wordt namelijk geheel gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, namelijk de nog te ontvangen laatste 20% van de beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk. Deze overschrijding
83
telt daarom niet mee in het oordeel van de accountant over rechtmatigheid.
Ad 2) Het M&O-criterium geldt in het bijzonder voor bijdragen om niet en subsidies. Worden subsidies terecht verstrekt en worden ze ook voor het doel waarvoor het is gegeven gebruikt? Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen en is dan ook onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik is feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar is dit in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. De MRDH geeft hier invulling aan door aanvragen voor en verantwoordingen van subsidies en bijdragen te toetsen op de te behalen doelstellingen. Daarnaast verzoekt de MRDH in veel gevallen een controleverklaring bij subsidieverantwoordingen. Een groot deel van de geldstromen binnen de MRDH gaat naar partijen als gemeenten en vervoerders. Er zijn nauwelijks particuliere begunstigden van de gelden, waardoor het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik lager is. Uit de interne controles op verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken.
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
Ad 3) Bij het voorwaardencriterium gaat het erom dat bepalingen in wet- en regelgeving worden nageleefd. Het kan hier zowel om interne regelgeving (verordeningen etc.) als externe regelgeving gaan. In het jaarlijks opgestelde controleprotocol staat de regelgeving opgenomen onder het normenkader. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn vooral de gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht (heeft de ontvanger wel recht op de vergoeding of subsidie?), hoogte (klopt het bedrag, is de berekening juist?) en duur (zijn de juiste termijnen in acht genomen?) van belang. Een voorbeeld van het niet naleven van het voorwaardencriterium is het ten onrechte niet Europees aanbesteden van een opdracht. Het voorwaardencriterium is verder uitgewerkt in interne controleprogramma’s. Uit de interne controles op inkopen, verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken.
84
3.5 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties).
ER IS ZEGGENSCHAP VERKREGEN OVER DE RET EN HTM IN DE VORM VAN ÉÉN AANDEEL VAN VOORNOEMDE VENNOOTSCHAPPEN
voor de MRDH nihil zijn. Aan deze zeggenschap zijn bijzondere rechten gekoppeld. Over een aantal onderwerpen vindt namelijk besluitvorming door alle aandeelhouders van het betreffende vervoerbedrijf plaats op basis van unanimiteit. Het betreft onder meer het goedkeuren van de begroting, het vaststellen van de statuten en het benoemen van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. De MRDH heeft bij een aantal besluiten feitelijk het vetorecht.
Onder bestuurlijk belang verstaan we een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: • een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen, indien de verbonden partij failliet gaat; • aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij de verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., RET N.V. en De Verkeersonderneming, waarvan hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens zijn opgenomen. De verbonden partijen kunnen onderverdeeld worden in vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (De Verkeersonderneming). Er is zeggenschap verkregen over de RET en HTM in de vorm van één aandeel van voornoemde vennootschappen. Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 was dit nodig om de inbesteding van het railvervoer aan beide bedrijven mogelijk te maken.
Op basis van juridische adviezen (en contra-advies) is gekozen voor een zo licht mogelijke vorm van zeggenschap, waarbij de risico’s
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
85
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
NAAM
HTM PERSONENVERVOER N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap.
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de HTM Personenvervoer van € 1,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 91.868.126
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 459.222.369
Financieel resultaat
Over 2019: € 3.919.927
Risico’s
Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV-concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
NAAM
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap.
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 159.645.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 178.407.000
Financieel resultaat
Over 2019: € 5.828.000
Risico’s
Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV-concessies in regio Rotterdam.
Monitoring prestaties Programma en activiteit
Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
86
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
NAAM
DE VERKEERSONDERNEMING
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
e Verkeersonderneming heeft als doel het bereikbaar maken en houden van de Rotterdamse haven, stad en regio door D onder meer het ontwikkelen en tot uitvoering brengen van innovatieve concepten.
Openbaar behartigd belang
Bereikbaarheid van de stad, regio en havengebied van Rotterdam.
Deelnemende partijen
e Verkeersonderneming wordt aangestuurd door de Stuurgroep en bijgestaan door de Raad van Advies. D De Stuurgroep bestaat uit het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat/RWS, het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De Raad van Advies wordt gevormd door de vertegenwoordigers van relevante partners voor de bereikbaarheidsopgave van de Rotterdamse regio, die niet in de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd. Dit zijn VNO-NCW West, MKB Rotterdam Rijnmond, Deltalinqs, ECT, KPN, Erasmus MC, Vopak, Van der Ent, Topmovers, Breeman, CGI en Hogeschool Rotterdam.
Rechtsvorm
Stichting.
Bestuurlijk belang
(Vice-)voorzitter bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is lid van de Stuurgroep.
Financieel belang
en jaarlijkse bijdrage in de exploitatiekosten ad € 209.000 plus de bekostiging van één formatieplaats (€ 105.000). E Deze bijdrage is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Eigen vermogen
Per 31-12-2019: € 301.539
Vreemd vermogen
Per 31-12-2019: € 17.846.162
Financieel resultaat
Over 2019: € 48.880
Risico’s
et risico bestaat dat De Verkeersonderneming verplichtingen aangaat buiten het kader van de vastgestelde begroting H en daarmee dus boven het bedrag van de inbreng van de deelnemers. Dit risico wordt beperkt, doordat in de statuten is opgenomen dat de bestuurder in specifieke gevallen goedkeuring van de Raad van Toezicht en de deelnemers van de Stuurgroep nodig heeft, bijvoorbeeld waar het overeenkomsten of investeringen betreft die het daarvoor in de jaarbegroting vastgestelde bedrag te boven gaan.
Beleidsvoornemens
e samenwerkingsovereenkomst met De Verkeersonderneming is verlengd t/m 2021 of zoveel eerder de nieuwe D bereikbaarheidsorganisatie is ingeregeld. Tot die tijd toetst De Verkeersonderneming haar operaties aan de looptijd van de samenwerking. Ondertussen werken partijen aan moeder- en aan uitvoeringzijde aan de nieuwe organisatie met (werktitel) samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar.
Monitoring prestaties
oor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een monitoringsrapportage opgesteld. Voorts wordt uiterlijk V twee maanden voorafgaande aan het komende jaar een jaarplan opgesteld, dat met uitzondering van het onderdeel Vraagbeïnvloeding (dat door de Raad van Toezicht wordt vastgesteld) door de Stuurgroep wordt vastgesteld. Dit plan bevat tenminste de volgende onderwerpen: beschrijving, planning en prioritering werkzaamheden en projecten inclusief beoogde meerjarige resultaten, exploitatie, de organisatie en uitvoerders en de risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
87
3.6 Covid-19 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Het openbaar vervoer is een van de kerntaken van de MRDH die door de covid-19-pandemie hard is geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020 (Beschikbaarheidsvergoeding), die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Zie in de toelichting van ‘Wat heeft het gekost’ Exploitatie verkeer en openbaar vervoer voor de financiële uitwerking hiervan. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk.
In dit transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022), maar ook voor de langere termijn. Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde korteretermijncontext, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Bestuurlijke keuzes zijn noodzakelijk om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven.
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
Verder lijkt het aannemelijk dat het Rijk verwacht dat de MRDH de exploitatievergoedingen ook in 2021 zal blijven uitkeren aan de vervoersbedrijven, ook als er minder voor wordt gereden. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit heeft op 25 mei 2020 besloten om het bovenstaande in elk geval te doen voor de periode van 16 maart 2020 tot 1 juni 2020, waarin sprake was van veel minder aanbod aan OV. Dit was een voorwaarde van het Rijk om te komen tot de Beschikbaarheidsvergoeding 2020. Dit zal, na een nog te nemen bestuurlijk besluit hierover, geen impact hebben op de MRDH-begroting van 2021.
Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De effecten van covid-19 op de mobiliteit worden wekelijks gemonitord op nationale schaal. Door het toevoegen van regionale panels geven wij deze landelijke monitor een meer regionaal karakter. Uit de landelijke monitor is gebleken dat het autoverkeer weer op het niveau is van voor de covid-19pandemie, maar meer gespreid is over de dag. Hierdoor is er tijdens de spits nauwelijks sprake van filevorming of vertraging. Uitvoeringsorganisaties als Bereikbaar Haaglanden & Rijnland en De Verkeersonderneming onderzoeken de mogelijkheden dit positieve effect te behouden. In 2020 hebben de wegbeheerders niet aangegeven dat covid-19 effect heeft op de uitvoering van de projecten die zijn opgenomen in het investeringsprogramma verkeer en openbaar vervoer.
Programma Economisch Vestigingsklimaat Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat is er gewerkt aan een pakket van projecten, onder de noemer Sterker uit de crisis. Deze projecten dragen bij aan zowel het economisch herstel als aan de transitie naar de nieuwe economie, zoals de digitalisering van het midden- en kleinbedrijf, zorgtechnologie, productiesoevereiniteit in de maakindustrie en een Leven Lang Ontwikkelen. Naast het pakket ‘Sterker uit de crisis’ wordt kennisdeling over de economische gevolgen van de covid-19-crisis tussen gemeenten
88
gestimuleerd; op een webpagina waar gemeenten aan elkaar vragen kunnen stellen of informatie kunnen delen. Ook zijn er de afgelopen maanden webinars georganiseerd over diverse economische thema’s.
Overhead/bedrijfsvoering De eigen organisatie was al volledig ingericht om thuis te kunnen werken. Voor de ondersteuning van het personeel in het thuiswerken zijn wel de nodige thuiswerkproducten aangeschaft. Daarnaast is er besloten om een tijdelijke thuiswerkvergoeding uit te keren aan het personeel. Zie een verdere uitwerking in paragraaf 3.4.2 bedrijfsvoering. Vanuit de organisatie is het bestuur voortdurend meegenomen in alles wat er gebeurde rondom covid-19 en de MRDH. Dit is gebeurd in de vorm van bestuurlijke updates waarin het managementteam van de MRDH de leden van het algemeen bestuur en de MRDH-coördinatoren binnen de gemeenten op de hoogte bracht van de laatste ontwikkelingen rondom de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Voor het taakveld treasury en dan vooral de financiering aan de vervoersbedrijven is onze inschatting dat het risicoprofiel niet wijzigt. Er is op dit moment geen sprake van een duurzame waardevermindering van de gefinancierde activa. Voor onze risico-inschatting verwijzen wij naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag
89
Deel 2
JAARREKENING
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
90
Hoofdstuk 4
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
91
4.1 Overzicht van baten en lasten per programma STAAT VAN BATEN EN LASTEN
REALISATIE
2020
VERSCHIL GEWIJZIGDE BEGROTING EN REALISATIE 2020
(Bedragen in euro’s)
GEWIJZIGDE BEGROTING
PRIMAIRE BEGROTING
REALISATIE
2020
2020
2019
Lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
538.380.403
16.036.539
522.343.864
422.554.578
409.569.601
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
180.056.143
-67.960.676
248.016.819
284.006.738
264.540.397
Economisch Vestigingsklimaat
4.573.744
-844.258
5.418.002
4.964.600
5.148.601
Overhead
6.211.109 0
-357.387 0
6.568.496 0
6.541.500 0
6.841.115 0
729.221.399
-53.125.783
782.347.181
718.067.416
686.099.714
Onvoorzien
Totaal lasten
Baten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
546.144.811
16.231.858
529.912.953
428.704.176
416.952.857
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
180.056.143
-67.960.676
248.016.819
284.006.738
264.540.397
5.035.423 6.168.005
101.916 -357.387
4.933.507 6.525.392
4.964.600 6.541.500
4.866.927 6.401.421
737.404.382
-51.984.289
789.388.671
724.217.014
692.761.602
8.182.983
1.141.493
7.041.490
6.149.598
6.661.888
7.569.089
0
7.569.089
6.149.598
6.737.208
-163.030
364.569
-527.599
0
-721.368
776.924
776.924
0
0
646.048
Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonersbijdrage
Totaal baten Gerealiseerd saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Structureel Geaccordeerd bij bestuursrapportage Onttrekking aan reserves Geaccordeerd bij bestuursrapportage
Gerealiseerd resultaat
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
92
4.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 4.2.1 Analyse afwijkingen De verschillen tussen realisatie en begroot worden in de programmaverantwoordingen toegelicht in de hoofdstukken 2.1.3, 2.2.3, 2.3.3 en 2.4.2.
kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven.
4.2.2 Overzicht van de incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de exploitatie materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor een materieel sluitende exploitatie. Onder incidentele baten en lasten worden onder meer de volgende posten verstaan: • stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Binnen de MRDH zijn dat de verrekeningen met de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. De Egalisatiereserve EV bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat. Deze reserve heeft een langlopend karakter. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU), betreft in principe een structurele geldstroom en is daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Wel
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
93
(Bedragen in euro’s)
INCIDENTELE BATEN EN LASTEN PROGRAMMA’S
REALISATIE 2020 LASTEN
BATEN
118.325.000
118.325.000
DOTATIES
ONTTREKKINGEN
SALDO
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Beschikbaarheidsvergoeding
0 -7.569.089
7.569.089
Dotatie risicoreserve financiering
118.325.000
118.325.000
7.569.089
0
-7.569.089
Rotterdamsebaan
44.686.773
44.686.773
0
Actieprogramma Regionaal OV (AROV)
5.853.739
5.853.739
0
Beter benutten
3.786.000
3.786.000
0
St. Sebastiaansbrug
3.022.079
3.022.079
0
0 29.000
0 29.000
0 0
57.377.591
57.377.591
0
6.156
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
No Regret pakket CID-Binckhorst Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet
0
0
0
0
0
6.156
3. Economisch Vestigingsklimaat 6.156
Project Bridge
6.156
Overhead Doorbelasting werkplekken Bereik!
43.857
43.857
Doorbelasting overhead ABRI’s
48.206 43.104
48.206 0
Interne kwaliteitsverhoging
Totaal
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
43.104
43.104
92.063
0
43.104
92.063
175.745.695
175.800.810
7.569.089
43.104
-7.470.870
Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
In het jaar 2020 keerde het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding uit om de gevolgen van covicd-19 te kunnen dekken. Het beschikte bedrag is € 118.325.000. In 2021 ontvangen wij eveneens een incidentele vergoeding van het Rijk om de ontstane opbrengstenderving te kunnen dekken. In de gewijzigde begroting was er rekening gehouden met 80% van de Beschikbaarheidsvergoeding. In 2020 hebben we het gehele bedrag verantwoord.
Het betreft incidentele baten en de daarbij behorende lasten voor projecten (Actieprogramma regionaal OV, Beter Benutten Vervolg, Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet) waar het Rijk incidenteel een bijdrage voor levert via de BDU van € 11 miljoen. Aanvullend ontvangt de MRDH een bijdrage van het Rijk voor de Rotterdamsebaan van € 44,7 miljoen. Tevens is vanuit Delft en de provincie Zuid-Holland een bijdrage voor de St. Sebastiaansbrug van € 3 miljoen ontvangen.
94
Programma 3: Economisch Vestigingsklimaat De in bovenstaande tabel opgenomen baat betreft de laatste betaling van de EU subsidie BRIDGE. Het project is al in 2018 afgerond en met deze laatste betaling was in de begroting geen rekening gehouden (€ 6.156 meer incidentele baten gerealiseerd dan begroot).
Overhead In 2019 zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot interne kwaliteitsverhoging. De afronding, op het gebied van bestuurszaken in de vorm van digitalisering van vergaderstukken en op het gebied van ICT in de vorm van informatieveiligheid, vond in 2020 plaats. Het samenwerkingsverband Bereik! is gehuisvest in het kantoorpand van de MRDH. De MRDH belast een bedrag door voor het gebruik van werkplekken. Voor het ABRI-project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project.
4.2.3 Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. (Bedragen in euro’s)
BEGROOT PRIMAIR
BEGROOT NA WIJZIGING
REALISATIE
AFWIJKING
484.495
119.926
-364.569
0
484.495
119.926
-364.569
Structurele onttrekkingen Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat
Totaal onttrekkingen
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
95
4.2.4 WNT-gegevens Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Deze verantwoording is opgesteld op basis van regelgeving die op de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van toepassing is: het algemene WNT-maximum.
rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. De leden van het algemeen en dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit, de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat en de secretarissen in 2020 zijn allen onbezoldigd.
Het bezoldigingsmaximum in 2020 voor de MRDH is € 204.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar (Bedragen x € 1)
WNT-GEGEVENS LEIDINGGEVENDE TOPFUNCTIONARISSEN MET DIENSTBETREKKING W. Hoogendoorn Functiegegevens
W. Hoogendoorn
secretaris-algemeen directeur
Functiegegevens
2020 Aanvang en einde functievervulling in 2020
2019 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,00
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
secretaris-algemeen directeur
Aanvang en einde functievervulling in 2019
1/9 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)
1,00
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging € €
168.056 21.882
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
Beloningen betaalbaar op termijn
Beloningen betaalbaar op termijn
€ €
54.441 6.974
Subtotaal
€
189.938
Subtotaal
€
61.415
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
201.000
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
64.312
Totale bezoldiging
€
61.415
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
€
-
Totale bezoldiging
€
189.938
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
96
(Bedragen x € 1)
WNT-GEGEVENS LEIDINGGEVENDE TOPFUNCTIONARISSEN ZONDER DIENSTBETREKKING
Functiegegevens
A.H.P. van Gils
B. Koopman
wnd secretaris-algemeen directeur
wnd secretaris-algemeen directeur
Kalenderjaar
2020
2019
2020
2019
Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)
N.v.t.
01/01 - 18/03
N.v.t.
18/03 - 30/08
Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar
N.v.t.
3
N.v.t.
6
Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar
€ 193
€
187
€ 193
€
187
Maxima op basis van de normbedragen per maand
N.v.t.
€
71.400
N.v.t.
€
155.400
Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
N.v.t.
€
172.600
N.v.t.
€
155.400
Bezoldiging Werkelijk uurtarief lager dan het (gemiddeld) maximum uurtarief?
N.v.t.
ja
N.v.t.
Bezoldiging in de betreffende periode
N.v.t.
€
36.900
N.v.t.
€
80.597
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
N.v.t.
€
72.938
N.v.t.
€
80.597
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
N.v.t.
Totale bezoldiging, exclusief BTW
N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
ja
N.v.t.
N.v.t.
72.938
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
€
N.v.t.
€
80.597
97
Hoofdstuk 5
BALANS 2020
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
98
(Bedragen in euro’s)
ACTIVA
31-12-2020
31-12-2019
Vaste activa (art. 33)
PASSIVA
1.445.983
2.781.321
Eigen vermogen (art. 42/43)
Investeringen met economisch nut
1.445.983
2.781.321
Algemene reserve
1.126.494.386
1.159.195.013
1.001
1.001
Leningen aan deelnemingen
1.077.592.198
1.104.365.000
Overige langlopende leningen
48.901.187
54.829.012
1.127.940.369
1.161.976.334
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
Totaal vaste activa
Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)
100.000
29.329.403
21.277.296
Gerealiseerde resultaat
776.924
646.048
1.127.554.201
1.160.252.620
1.126.475.889
1.159.174.308
1.078.312
1.078.312
1.157.760.528
1.182.275.964
12.071.662
33.186.127
12.071.662
33.186.127
332.880.815
362.248.152
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
198.906.796
216.559.892
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
131.010.634
143.873.006
Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
2.963.385
1.815.254
344.952.477
395.434.279
1.502.713.005
1.577.710.243
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen
Totaal vaste passiva
Vlottende passiva (art. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)
Vorderingen op openbare lichamen
45.506.517
46.175.575
Overige schulden
Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
183.144.212
238.435.119
Overlopende passiva (art. 49)
Overige vorderingen
3.588.730
2.353.701
Liquide middelen (art. 40)
3.548.767
2.076.171
Banksaldi
3.548.767
2.076.171
138.984.410
126.693.342
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen
117.371.734
106.439.433
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
21.612.676
20.253.909
374.772.636
415.733.908
Totaal vlottende passiva
1.502.713.005
1.577.710.243
Totaal passiva
Totaal activa
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
22.023.344
Bestemmingsreserves
286.964.395
Totaal vlottende activa
30.206.327 100.000
232.239.459
Overlopende activa (art. 40a)
31-12-2019
Vaste passiva (art. 41)
Materiële vaste activa (art. 35)
Financiële vaste activa (art. 36)
31-12-2020
99
5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt, alsmede schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen. Ook van de baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode, waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden, waarvoor de herziening gevolgen heeft.
Materiële vaste activa met een bruto investeringsbedrag van € 10.000 worden niet geactiveerd, maar worden rechtstreeks ten laste van de exploitatierekening gebracht. Voor investeringen met een economisch nut hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen.
Waarderingsgrondslagen
De volgende materiële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair.
De jaarrekening is overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgesteld.
Financiële vaste activa
Vaste activa
Financiële vaste activa worden, tenzij hierna anders is vermeld, opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.
Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de lineaire afschrijvingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kan toerekenen. In de vervaardigingsprijs kunnen verder een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen, en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend. In dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. De eerste afschrijving start op 1 juli in het jaar van ingebruikname van de investering. De ontvangen investeringsbijdragen van derden zijn in één keer in mindering gebracht op de activering.
MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening
Investeringen met een economisch nut
Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de GR participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
100