CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

MRDH Jaarstukken 2020

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 2 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Metropoolregio Rotterdam Den Haag33.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

GEWIJZIGDE BEGROTING 2020

3.920.331

370.139

3.550.192

Bestuurszaken

64.701

-51.851

116.552

ICT/DIV

522.810

-59.242

582.052

Overige personele lasten

458.108

-252.892

711.000

Financiën/Juridische zaken

173.409

-16.591

190.000

Huisvesting/Facilitaire zaken

905.677

-173.023

1.078.700

Communicatie/Public Affairs

258.136

-81.864

340.000

Bijdrage samenwerkingsverbanden

-43.857 -48.206

-43.857 -48.206

0 0

6.211.109

-357.387

6.568.496

Personele overhead (salarislasten)

Doorbelasting overhead projecten

Totalen

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

79

Roadmap 2021 en het bijbehorende budget. Tevens bleek een gebudgetteerde software-update in 2020 niet noodzakelijk en zijn er minder kosten gemaakt voor afschrijving automatisering door een heroverweging van de voorgenomen aanschaf. In het eerste kwartaal van 2020 vond er nog extra ondersteuning voor de nieuwe digitale werkplek en begeleiding Roadmap 2020 plaats. Om dit te kunnen realiseren, is een gedeelte van de bestemmingsreserve Interne kwaliteitsverhoging gebruikt.

Overige personele lasten Ondanks de uitgaven voor aanschaf van thuiswerkproducten en de tijdelijke thuiswerkvergoeding bedraagt de onderschrijding binnen deze kostensoort € 252.892. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de deelbudgetten opleidingen/trainingen, ondernemingsraad en vergoeding woon-werk. Door de coronacrisis zijn minder medewerkers gestart aan een opleiding/training en zijn voorgenomen trainingen voor de ondernemingsraad uitgesteld. Tevens heeft de Nederlandse Spoorwegen op eigen initiatief een pauzeregeling ingelast. Hierdoor zijn de kosten voor de openbaar-vervoerabonnementen tijdelijk stopgezet.

Financiën/juridische zaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 16.591. In 2020 zijn de kosten met betrekking tot de accountant en inhuur externe expertise lager dan begroot.

Huisvesting/facilitaire zaken Het pand aan de Westersingel was in 2020 grotendeels gesloten. Deze sluiting heeft een groot effect op alle deelbudgetten binnen deze kostencategorie. De onderschrijding bedraagt € 173.023. Vooral op de deelbudgetten voor schoonmaakkosten, facilitaire diensten, cateringkosten bij vergaderingen en kopieerkosten/drukwerk zijn de gemaakte kosten veel lager dan begroot. Ook zijn vervangingsinvesteringen op het op het gebied van kantoor- en vergadermeubilair in 2020 uitgesteld. Daardoor is er een onderbesteding op de ingecalculeerde afschrijvingskosten.

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

Communicatie/public affairs Aan communicatie en public affairs is in 2020 € 81.864 minder besteed dan begroot, voornamelijk vanwege lagere kosten voor regiobijeenkomsten (als gevolg van minder bijeenkomsten door de coronacrisis), minder specialistische inhuur op communicatie en lagere lasten voor media monitoring.

Bijdrage samenwerkingsverbanden De opbrengst van de doorbelasting werkplekken en overheadkosten aan Bereik! is niet in de begroting opgenomen en is in die zin een meevaller van € 43.857.

Doorbelasting overhead projecten De MRDH is de uitvoerder voor het ABRI-project namens vier gemeenten. Vanuit voortschrijdend inzicht is besloten een deel van de overheadkosten van ondersteunende diensten door te belasten aan dit project. In 2020 is hier geen rekening mee gehouden in de begroting. Ook dit is een meevaller van € 48.206.

Personele en materiële overhead Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat Hierna volgen de overzichten van de verdeling van de hiervoor verantwoorde kosten van de overhead over de Vervoersautoriteit/de Rijksbijdrage BDU verkeer en vervoer, Economisch Vestigingsklimaat/de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en een incidentele bijdrage uit de reserve Interne kwaliteitsverhoging. De materiele kosten van de overhead komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Voor een toelichting op de verdeling van de personele lasten van de overhead zie 3.4.1 MRDH-organisatie.

80

(Bedragen in euro’s)

OVERHEAD VERVOERSAUTORITEIT

REALISATIE 2020

VERSCHIL GEWIJZIGDE BEGROTING EN REALISATIE 2020

GEWIJZIGDE BEGROTING 2020

3.020.474

312.775

2.707.699

Bestuurszaken

51.761

-41.481

93.242

ICT/DIV

418.249

-47.393

465.642

Overige personele lasten

366.486

-202.314

568.800

Financiën/Juridische zaken

138.727

-13.273

152.000

Huisvesting/Facilitaire zaken

724.541

-138.418

862.959

Communicatie/Public Affairs

206.509

-65.491

272.000

Bijdrage samenwerkingsverbanden

-35.086 -38.565

-35.086 -38.565

0 0

4.853.096

-269.246

5.122.342

REALISATIE 2020

VERSCHIL GEWIJZIGDE BEGROTING EN REALISATIE 2020

GEWIJZIGDE BEGROTING 2020 842.493

Personele overhead (salarislasten)

Doorbelasting overhead projecten

Totalen

OVERHEAD ECONOMISCH VESTIGINGSKLIMAAT Personele overhead (salarislasten)

899.857

57.364

Bestuurszaken

12.940

-10.370

23.310

ICT/DIV

104.562

-11.848

116.410

Overige personele lasten

91.622

-50.578

142.200

Financiën/Juridische zaken

34.682

-3.318

38.000

Huisvesting/Facilitaire zaken

181.135

-34.606

215.741

Communicatie/Public Affairs

51.627

-16.373

68.000

Bijdrage samenwerkingsverbanden

-8.771 -9.641

-8.771 -9.641

0 0

1.358.013

-88.141

1.446.154

Doorbelasting overhead projecten

Totalen

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

81

3.4.3 Rechtmatigheid Rechtmatigheid is een van de kernbegrippen van goed overheidsbestuur. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat overheden publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Daarom nemen overheden zelf maatregelen in de organisatie die waarborgen verschaffen en zijn er ook in de regelgeving eisen aan de interne en externe controle op rechtmatigheid opgenomen. De in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de verordeningen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De accountant geeft een oordeel over de rechtmatigheid volgens het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Dit oordeel maakt onderdeel uit van de controleverklaring bij de jaarrekening. Deze verklaring helpt het bestuur om de rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen te beoordelen en te controleren.

De bepalingen uit het Treasurystatuut zijn in 2020 goed opgevolgd.

Naleving financiële verordening MRDH 2015 Met betrekking tot de financiële verordening was er gedurende het verslagjaar nog één artikel waar niet aan werd voldaan. Hieronder volgt het betreffende artikel en de toelichting daarop. Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer is vooral extra aandacht nodig voor de volgende drie criteria: 1. het begrotingscriterium; 2. het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium); 3. het voorwaardencriterium.

Jaarlijks wordt in dit kader gerapporteerd over de naleving van de financiële verordening en het Treasurystatuut.

Deze onderwerpen zijn verder uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en verwerkt in het Controleprotocol accountantscontrole MRDH jaarrekening 2020-2021, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 11 december 2020. Hierna volgt een analyse van de rechtmatigheid over het verslagjaar 2020.

ARTIKELNUMMER

OMSCHRIJVING

TOELICHTING

Het dagelijks bestuur geeft in de paragraaf subsidies in elk geval een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend.

Er worden slechts enkele MRDH subsidies buiten de subsidieverordening om verleend. De verleende subsidies worden in de betreffende programma’s verantwoord.

Artikel 9 lid 4

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

Naleving Treasurystatuut MRDH 2016

82

Ad 1) Begrotingscriterium Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging is - voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft - mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van het algemeen bestuur. Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het algemeen bestuur geformuleerde beleid en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen óf respectievelijk welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan het algemeen bestuur.

Begrotingsoverschrijdingen Voor het operationaliseren van de rechtmatigheidstoets worden de volgende zeven categorieën onderscheiden (Kadernota rechtmatigheid 2018). 1. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel voor begrotingsaanpassing heeft ingediend zijn onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 2. Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd, zijn onrechtmatig en tellen wel mee in het oordeel. 3. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet, zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel. 4. Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. 5. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn, zijn

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 6. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd, omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Indien deze overschrijdingen tijdens het verantwoordingsjaar worden geconstateerd, betreft het een onrechtmatigheid die wel meetelt voor het oordeel. Indien deze overschrijdingen na het verantwoordingsjaar worden geconstateerd, betreft het een onrechtmatigheid die niet meetelt voor het oordeel. 7. Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren. In het jaar van investeren is de budgetoverschrijding onrechtmatig en telt wel mee voor het oordeel. De hogere afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee voor het oordeel. In deze jaarrekening 2020 is binnen het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer sprake van een budgetoverschrijding. De overschrijding binnen dat programma bedraagt per saldo € 16 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit een overbesteding van € 23,7 miljoen en daarnaast een aantal kleinere onderbestedingen.

In het jaar 2020 heeft het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding uitgekeerd om de financiële gevolgen van de coronacrisis op het openbaar vervoer op te vangen. In de begroting is rekening gehouden met 80% voorschot op deze regeling. In de werkelijke kosten is ook de resterende afrekening met de vervoerders van 20% opgenomen. Dit verklaart een verschil van € 23,7 miljoen. Het gaat om een begrotingsonrechtmatigheid die valt onder bovenstaande categorie 3. De budgetoverschrijding wordt namelijk geheel gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, namelijk de nog te ontvangen laatste 20% van de beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk. Deze overschrijding

83

telt daarom niet mee in het oordeel van de accountant over rechtmatigheid.

Ad 2) Het M&O-criterium geldt in het bijzonder voor bijdragen om niet en subsidies. Worden subsidies terecht verstrekt en worden ze ook voor het doel waarvoor het is gegeven gebruikt? Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen en is dan ook onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik is feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar is dit in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. De MRDH geeft hier invulling aan door aanvragen voor en verantwoordingen van subsidies en bijdragen te toetsen op de te behalen doelstellingen. Daarnaast verzoekt de MRDH in veel gevallen een controleverklaring bij subsidieverantwoordingen. Een groot deel van de geldstromen binnen de MRDH gaat naar partijen als gemeenten en vervoerders. Er zijn nauwelijks particuliere begunstigden van de gelden, waardoor het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik lager is. Uit de interne controles op verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken.

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

Ad 3) Bij het voorwaardencriterium gaat het erom dat bepalingen in wet- en regelgeving worden nageleefd. Het kan hier zowel om interne regelgeving (verordeningen etc.) als externe regelgeving gaan. In het jaarlijks opgestelde controleprotocol staat de regelgeving opgenomen onder het normenkader. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn vooral de gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht (heeft de ontvanger wel recht op de vergoeding of subsidie?), hoogte (klopt het bedrag, is de berekening juist?) en duur (zijn de juiste termijnen in acht genomen?) van belang. Een voorbeeld van het niet naleven van het voorwaardencriterium is het ten onrechte niet Europees aanbesteden van een opdracht. Het voorwaardencriterium is verder uitgewerkt in interne controleprogramma’s. Uit de interne controles op inkopen, verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken.

84

3.5 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties).

ER IS ZEGGENSCHAP VERKREGEN OVER DE RET EN HTM IN DE VORM VAN ÉÉN AANDEEL VAN VOORNOEMDE VENNOOTSCHAPPEN

voor de MRDH nihil zijn. Aan deze zeggenschap zijn bijzondere rechten gekoppeld. Over een aantal onderwerpen vindt namelijk besluitvorming door alle aandeelhouders van het betreffende vervoerbedrijf plaats op basis van unanimiteit. Het betreft onder meer het goedkeuren van de begroting, het vaststellen van de statuten en het benoemen van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. De MRDH heeft bij een aantal besluiten feitelijk het vetorecht.

Onder bestuurlijk belang verstaan we een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: • een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen, indien de verbonden partij failliet gaat; • aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij de verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., RET N.V. en De Verkeersonderneming, waarvan hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens zijn opgenomen. De verbonden partijen kunnen onderverdeeld worden in vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (De Verkeersonderneming). Er is zeggenschap verkregen over de RET en HTM in de vorm van één aandeel van voornoemde vennootschappen. Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 was dit nodig om de inbesteding van het railvervoer aan beide bedrijven mogelijk te maken.

Op basis van juridische adviezen (en contra-advies) is gekozen voor een zo licht mogelijke vorm van zeggenschap, waarbij de risico’s

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

85

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

NAAM

HTM PERSONENVERVOER N.V.

Vestigingsplaats

Den Haag

Visie

Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.

Openbaar behartigd belang

Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.

Deelnemende partijen

De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.

Rechtsvorm

Naamloze vennootschap.

Bestuurlijk belang

Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Financieel belang

Deelneming in de HTM Personenvervoer van € 1,-

Eigen vermogen

Per 31-12-2019: € 91.868.126

Vreemd vermogen

Per 31-12-2019: € 459.222.369

Financieel resultaat

Over 2019: € 3.919.927

Risico’s

Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Beleidsvoornemens

Uitvoeren OV-concessies in regio Haaglanden.

Monitoring prestaties

Via aandeelhoudersvergaderingen.

Programma en activiteit

Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

NAAM

RET N.V.

Vestigingsplaats

Rotterdam

Visie

Door middel van zeggenschap in RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.

Openbaar behartigd belang

Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.

Deelnemende partijen

De andere aandelen van RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.

Rechtsvorm

Naamloze Vennootschap.

Bestuurlijk belang

Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Financieel belang

Deelneming in de RET van € 1.000,-

Eigen vermogen

Per 31-12-2019: € 159.645.000

Vreemd vermogen

Per 31-12-2019: € 178.407.000

Financieel resultaat

Over 2019: € 5.828.000

Risico’s

Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Beleidsvoornemens

Uitvoeren OV-concessies in regio Rotterdam.

Monitoring prestaties Programma en activiteit

Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

86

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

NAAM

DE VERKEERSONDERNEMING

Vestigingsplaats

Rotterdam

Visie

 e Verkeersonderneming heeft als doel het bereikbaar maken en houden van de Rotterdamse haven, stad en regio door D onder meer het ontwikkelen en tot uitvoering brengen van innovatieve concepten.

Openbaar behartigd belang

Bereikbaarheid van de stad, regio en havengebied van Rotterdam.

Deelnemende partijen

 e Verkeersonderneming wordt aangestuurd door de Stuurgroep en bijgestaan door de Raad van Advies. D De Stuurgroep bestaat uit het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat/RWS, het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De Raad van Advies wordt gevormd door de vertegenwoordigers van relevante partners voor de bereikbaarheidsopgave van de Rotterdamse regio, die niet in de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd. Dit zijn VNO-NCW West, MKB Rotterdam Rijnmond, Deltalinqs, ECT, KPN, Erasmus MC, Vopak, Van der Ent, Topmovers, Breeman, CGI en Hogeschool Rotterdam.

Rechtsvorm

Stichting.

Bestuurlijk belang

(Vice-)voorzitter bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is lid van de Stuurgroep.

Financieel belang

 en jaarlijkse bijdrage in de exploitatiekosten ad € 209.000 plus de bekostiging van één formatieplaats (€ 105.000). E Deze bijdrage is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

Eigen vermogen

Per 31-12-2019: € 301.539

Vreemd vermogen

Per 31-12-2019: € 17.846.162

Financieel resultaat

Over 2019: € 48.880

Risico’s

 et risico bestaat dat De Verkeersonderneming verplichtingen aangaat buiten het kader van de vastgestelde begroting H en daarmee dus boven het bedrag van de inbreng van de deelnemers. Dit risico wordt beperkt, doordat in de statuten is opgenomen dat de bestuurder in specifieke gevallen goedkeuring van de Raad van Toezicht en de deelnemers van de Stuurgroep nodig heeft, bijvoorbeeld waar het overeenkomsten of investeringen betreft die het daarvoor in de jaarbegroting vastgestelde bedrag te boven gaan.

Beleidsvoornemens

 e samenwerkingsovereenkomst met De Verkeersonderneming is verlengd t/m 2021 of zoveel eerder de nieuwe D bereikbaarheidsorganisatie is ingeregeld. Tot die tijd toetst De Verkeersonderneming haar operaties aan de looptijd van de samenwerking. Ondertussen werken partijen aan moeder- en aan uitvoeringzijde aan de nieuwe organisatie met (werktitel) samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar.

Monitoring prestaties

 oor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een monitoringsrapportage opgesteld. Voorts wordt uiterlijk V twee maanden voorafgaande aan het komende jaar een jaarplan opgesteld, dat met uitzondering van het onderdeel Vraagbeïnvloeding (dat door de Raad van Toezicht wordt vastgesteld) door de Stuurgroep wordt vastgesteld. Dit plan bevat tenminste de volgende onderwerpen: beschrijving, planning en prioritering werkzaamheden en projecten inclusief beoogde meerjarige resultaten, exploitatie, de organisatie en uitvoerders en de risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen.

Programma en activiteit

Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.

87

3.6 Covid-19 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Het openbaar vervoer is een van de kerntaken van de MRDH die door de covid-19-pandemie hard is geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2020 (Beschikbaarheidsvergoeding), die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Zie in de toelichting van ‘Wat heeft het gekost’ Exploitatie verkeer en openbaar vervoer voor de financiële uitwerking hiervan. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2020 wordt verlengd tot 1 juli 2021. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2021 biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij sprake zal zijn van versobering. Verlenging geschiedt verder onder de voorwaarde dat decentrale overheden en vervoerders gezamenlijk uiterlijk 1 april 2021 een transitieprogramma opstellen en indienen bij het Rijk.

In dit transitieprogramma worden maatregelen uitgewerkt die een positief financieel effect zullen hebben voor de korte termijn (tweede helft 2021, of begin 2022), maar ook voor de langere termijn. Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde korteretermijncontext, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Bestuurlijke keuzes zijn noodzakelijk om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven.

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

Verder lijkt het aannemelijk dat het Rijk verwacht dat de MRDH de exploitatievergoedingen ook in 2021 zal blijven uitkeren aan de vervoersbedrijven, ook als er minder voor wordt gereden. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit heeft op 25 mei 2020 besloten om het bovenstaande in elk geval te doen voor de periode van 16 maart 2020 tot 1 juni 2020, waarin sprake was van veel minder aanbod aan OV. Dit was een voorwaarde van het Rijk om te komen tot de Beschikbaarheidsvergoeding 2020. Dit zal, na een nog te nemen bestuurlijk besluit hierover, geen impact hebben op de MRDH-begroting van 2021.

Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De effecten van covid-19 op de mobiliteit worden wekelijks gemonitord op nationale schaal. Door het toevoegen van regionale panels geven wij deze landelijke monitor een meer regionaal karakter. Uit de landelijke monitor is gebleken dat het autoverkeer weer op het niveau is van voor de covid-19pandemie, maar meer gespreid is over de dag. Hierdoor is er tijdens de spits nauwelijks sprake van filevorming of vertraging. Uitvoeringsorganisaties als Bereikbaar Haaglanden & Rijnland en De Verkeersonderneming onderzoeken de mogelijkheden dit positieve effect te behouden. In 2020 hebben de wegbeheerders niet aangegeven dat covid-19 effect heeft op de uitvoering van de projecten die zijn opgenomen in het investeringsprogramma verkeer en openbaar vervoer.

Programma Economisch Vestigingsklimaat Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat is er gewerkt aan een pakket van projecten, onder de noemer Sterker uit de crisis. Deze projecten dragen bij aan zowel het economisch herstel als aan de transitie naar de nieuwe economie, zoals de digitalisering van het midden- en kleinbedrijf, zorgtechnologie, productiesoevereiniteit in de maakindustrie en een Leven Lang Ontwikkelen. Naast het pakket ‘Sterker uit de crisis’ wordt kennisdeling over de economische gevolgen van de covid-19-crisis tussen gemeenten

88

gestimuleerd; op een webpagina waar gemeenten aan elkaar vragen kunnen stellen of informatie kunnen delen. Ook zijn er de afgelopen maanden webinars georganiseerd over diverse economische thema’s.

Overhead/bedrijfsvoering De eigen organisatie was al volledig ingericht om thuis te kunnen werken. Voor de ondersteuning van het personeel in het thuiswerken zijn wel de nodige thuiswerkproducten aangeschaft. Daarnaast is er besloten om een tijdelijke thuiswerkvergoeding uit te keren aan het personeel. Zie een verdere uitwerking in paragraaf 3.4.2 bedrijfsvoering. Vanuit de organisatie is het bestuur voortdurend meegenomen in alles wat er gebeurde rondom covid-19 en de MRDH. Dit is gebeurd in de vorm van bestuurlijke updates waarin het managementteam van de MRDH de leden van het algemeen bestuur en de MRDH-coördinatoren binnen de gemeenten op de hoogte bracht van de laatste ontwikkelingen rondom de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Voor het taakveld treasury en dan vooral de financiering aan de vervoersbedrijven is onze inschatting dat het risicoprofiel niet wijzigt. Er is op dit moment geen sprake van een duurzame waardevermindering van de gefinancierde activa. Voor onze risico-inschatting verwijzen wij naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 1 Jaarverslag

89

Deel 2

JAARREKENING

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

90

Hoofdstuk 4

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

91

4.1 Overzicht van baten en lasten per programma STAAT VAN BATEN EN LASTEN

REALISATIE

2020

VERSCHIL GEWIJZIGDE BEGROTING EN REALISATIE 2020

(Bedragen in euro’s)

GEWIJZIGDE BEGROTING

PRIMAIRE BEGROTING

REALISATIE

2020

2020

2019

Lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

538.380.403

16.036.539

522.343.864

422.554.578

409.569.601

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

180.056.143

-67.960.676

248.016.819

284.006.738

264.540.397

Economisch Vestigingsklimaat

4.573.744

-844.258

5.418.002

4.964.600

5.148.601

Overhead

6.211.109 0

-357.387 0

6.568.496 0

6.541.500 0

6.841.115 0

729.221.399

-53.125.783

782.347.181

718.067.416

686.099.714

Onvoorzien

Totaal lasten

Baten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

546.144.811

16.231.858

529.912.953

428.704.176

416.952.857

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

180.056.143

-67.960.676

248.016.819

284.006.738

264.540.397

5.035.423 6.168.005

101.916 -357.387

4.933.507 6.525.392

4.964.600 6.541.500

4.866.927 6.401.421

737.404.382

-51.984.289

789.388.671

724.217.014

692.761.602

8.182.983

1.141.493

7.041.490

6.149.598

6.661.888

7.569.089

0

7.569.089

6.149.598

6.737.208

-163.030

364.569

-527.599

0

-721.368

776.924

776.924

0

0

646.048

Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonersbijdrage

Totaal baten Gerealiseerd saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Structureel Geaccordeerd bij bestuursrapportage Onttrekking aan reserves Geaccordeerd bij bestuursrapportage

Gerealiseerd resultaat

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

92

4.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 4.2.1 Analyse afwijkingen De verschillen tussen realisatie en begroot worden in de programmaverantwoordingen toegelicht in de hoofdstukken 2.1.3, 2.2.3, 2.3.3 en 2.4.2.

kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven.

4.2.2 Overzicht van de incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de exploitatie materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor een materieel sluitende exploitatie. Onder incidentele baten en lasten worden onder meer de volgende posten verstaan: • stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. Echter, er zijn ook verrekeningen met reserves die structureel van aard zijn. Binnen de MRDH zijn dat de verrekeningen met de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. De Egalisatiereserve EV bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat. Deze reserve heeft een langlopend karakter. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU), betreft in principe een structurele geldstroom en is daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Wel

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

93

(Bedragen in euro’s)

INCIDENTELE BATEN EN LASTEN PROGRAMMA’S

REALISATIE 2020 LASTEN

BATEN

118.325.000

118.325.000

DOTATIES

ONTTREKKINGEN

SALDO

1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Beschikbaarheidsvergoeding

0 -7.569.089

7.569.089

Dotatie risicoreserve financiering

118.325.000

118.325.000

7.569.089

0

-7.569.089

Rotterdamsebaan

44.686.773

44.686.773

0

Actieprogramma Regionaal OV (AROV)

5.853.739

5.853.739

0

Beter benutten

3.786.000

3.786.000

0

St. Sebastiaansbrug

3.022.079

3.022.079

0

0 29.000

0 29.000

0 0

57.377.591

57.377.591

0

6.156

2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

No Regret pakket CID-Binckhorst Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet

0

0

0

0

0

6.156

3. Economisch Vestigingsklimaat 6.156

Project Bridge

6.156

Overhead Doorbelasting werkplekken Bereik!

43.857

43.857

Doorbelasting overhead ABRI’s

48.206 43.104

48.206 0

Interne kwaliteitsverhoging

Totaal

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

43.104

43.104

92.063

0

43.104

92.063

175.745.695

175.800.810

7.569.089

43.104

-7.470.870

Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer

Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer

In het jaar 2020 keerde het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding uit om de gevolgen van covicd-19 te kunnen dekken. Het beschikte bedrag is € 118.325.000. In 2021 ontvangen wij eveneens een incidentele vergoeding van het Rijk om de ontstane opbrengstenderving te kunnen dekken. In de gewijzigde begroting was er rekening gehouden met 80% van de Beschikbaarheidsvergoeding. In 2020 hebben we het gehele bedrag verantwoord.

Het betreft incidentele baten en de daarbij behorende lasten voor projecten (Actieprogramma regionaal OV, Beter Benutten Vervolg, Onderzoek mobiliteitstransitie en het wegennet) waar het Rijk incidenteel een bijdrage voor levert via de BDU van € 11 miljoen. Aanvullend ontvangt de MRDH een bijdrage van het Rijk voor de Rotterdamsebaan van € 44,7 miljoen. Tevens is vanuit Delft en de provincie Zuid-Holland een bijdrage voor de St. Sebastiaansbrug van € 3 miljoen ontvangen.

94

Programma 3: Economisch Vestigingsklimaat De in bovenstaande tabel opgenomen baat betreft de laatste betaling van de EU subsidie BRIDGE. Het project is al in 2018 afgerond en met deze laatste betaling was in de begroting geen rekening gehouden (€ 6.156 meer incidentele baten gerealiseerd dan begroot).

Overhead In 2019 zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd met betrekking tot interne kwaliteitsverhoging. De afronding, op het gebied van bestuurszaken in de vorm van digitalisering van vergaderstukken en op het gebied van ICT in de vorm van informatieveiligheid, vond in 2020 plaats. Het samenwerkingsverband Bereik! is gehuisvest in het kantoorpand van de MRDH. De MRDH belast een bedrag door voor het gebruik van werkplekken. Voor het ABRI-project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project.

4.2.3 Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. (Bedragen in euro’s)

BEGROOT PRIMAIR

BEGROOT NA WIJZIGING

REALISATIE

AFWIJKING

484.495

119.926

-364.569

0

484.495

119.926

-364.569

Structurele onttrekkingen Egalisatiereserve Economisch Vestigingsklimaat

Totaal onttrekkingen

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

95

4.2.4 WNT-gegevens Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Deze verantwoording is opgesteld op basis van regelgeving die op de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van toepassing is: het algemene WNT-maximum.

rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. De leden van het algemeen en dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit, de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat en de secretarissen in 2020 zijn allen onbezoldigd.

Het bezoldigingsmaximum in 2020 voor de MRDH is € 204.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar (Bedragen x € 1)

WNT-GEGEVENS LEIDINGGEVENDE TOPFUNCTIONARISSEN MET DIENSTBETREKKING W. Hoogendoorn Functiegegevens

W. Hoogendoorn

secretaris-algemeen directeur

Functiegegevens

2020 Aanvang en einde functievervulling in 2020

2019 1/1 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

secretaris-algemeen directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2019

1/9 - 31/12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,00

Dienstbetrekking?

ja

Bezoldiging € €

168.056 21.882

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

Beloningen betaalbaar op termijn

Beloningen betaalbaar op termijn

€ €

54.441 6.974

Subtotaal

€

189.938

Subtotaal

€

61.415

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

201.000

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€

64.312

Totale bezoldiging

€

61.415

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

€

-

Totale bezoldiging

€

189.938

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

96

(Bedragen x € 1)

WNT-GEGEVENS LEIDINGGEVENDE TOPFUNCTIONARISSEN ZONDER DIENSTBETREKKING

Functiegegevens

A.H.P. van Gils

B. Koopman

wnd secretaris-algemeen directeur

wnd secretaris-algemeen directeur

Kalenderjaar

2020

2019

2020

2019

Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang – einde)

N.v.t.

01/01 - 18/03

N.v.t.

18/03 - 30/08

Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar

N.v.t.

3

N.v.t.

6

Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar

€ 193

€

187

€ 193

€

187

Maxima op basis van de normbedragen per maand

N.v.t.

€

71.400

N.v.t.

€

155.400

Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

N.v.t.

€

172.600

N.v.t.

€

155.400

Bezoldiging Werkelijk uurtarief lager dan het (gemiddeld) maximum uurtarief?

N.v.t.

ja

N.v.t.

Bezoldiging in de betreffende periode

N.v.t.

€

36.900

N.v.t.

€

80.597

Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

N.v.t.

€

72.938

N.v.t.

€

80.597

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Totale bezoldiging, exclusief BTW

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

ja

N.v.t.

N.v.t.

72.938

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

€

N.v.t.

€

80.597

97

Hoofdstuk 5

BALANS 2020

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

98

(Bedragen in euro’s)

ACTIVA

31-12-2020

31-12-2019

Vaste activa (art. 33)

PASSIVA

1.445.983

2.781.321

Eigen vermogen (art. 42/43)

Investeringen met economisch nut

1.445.983

2.781.321

Algemene reserve

1.126.494.386

1.159.195.013

1.001

1.001

Leningen aan deelnemingen

1.077.592.198

1.104.365.000

Overige langlopende leningen

48.901.187

54.829.012

1.127.940.369

1.161.976.334

Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen

Totaal vaste activa

Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39)

100.000

29.329.403

21.277.296

Gerealiseerde resultaat

776.924

646.048

1.127.554.201

1.160.252.620

1.126.475.889

1.159.174.308

1.078.312

1.078.312

1.157.760.528

1.182.275.964

12.071.662

33.186.127

12.071.662

33.186.127

332.880.815

362.248.152

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

198.906.796

216.559.892

De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren

131.010.634

143.873.006

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen

2.963.385

1.815.254

344.952.477

395.434.279

1.502.713.005

1.577.710.243

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen

Totaal vaste passiva

Vlottende passiva (art. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48)

Vorderingen op openbare lichamen

45.506.517

46.175.575

Overige schulden

Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

183.144.212

238.435.119

Overlopende passiva (art. 49)

Overige vorderingen

3.588.730

2.353.701

Liquide middelen (art. 40)

3.548.767

2.076.171

Banksaldi

3.548.767

2.076.171

138.984.410

126.693.342

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen

117.371.734

106.439.433

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

21.612.676

20.253.909

374.772.636

415.733.908

Totaal vlottende passiva

1.502.713.005

1.577.710.243

Totaal passiva

Totaal activa

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

22.023.344

Bestemmingsreserves

286.964.395

Totaal vlottende activa

30.206.327 100.000

232.239.459

Overlopende activa (art. 40a)

31-12-2019

Vaste passiva (art. 41)

Materiële vaste activa (art. 35)

Financiële vaste activa (art. 36)

31-12-2020

99

5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt, alsmede schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen. Ook van de baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode, waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden, waarvoor de herziening gevolgen heeft.

Materiële vaste activa met een bruto investeringsbedrag van € 10.000 worden niet geactiveerd, maar worden rechtstreeks ten laste van de exploitatierekening gebracht. Voor investeringen met een economisch nut hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen.

Waarderingsgrondslagen

De volgende materiële vaste activa worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair.

De jaarrekening is overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgesteld.

Financiële vaste activa

Vaste activa

Financiële vaste activa worden, tenzij hierna anders is vermeld, opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de lineaire afschrijvingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kan toerekenen. In de vervaardigingsprijs kunnen verder een redelijk deel van de indirecte kosten worden opgenomen, en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend. In dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. De eerste afschrijving start op 1 juli in het jaar van ingebruikname van de investering. De ontvangen investeringsbijdragen van derden zijn in één keer in mindering gebracht op de activering.

MRDH Jaarstukken 2020 • Deel 2 Jaarrekening

Investeringen met een economisch nut

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de GR participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10413610/1