CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo voortgangsrapportage Programma betaalbare bedrijfsruimte

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 14 november 2024, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - voortgang Programma betaalbare bedrijfsruimte (2443582)4.482 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimte en Economie Advies Kenmerk: 5957407

Aan

De Gemeenteraad Van

College van B&W Afschrift aan

Memo Datum

Voortgangsrapportage Programma betaalbare bedrijfsruimte

08-10-2024 Opsteller

Jolijn Weisscher Bijlage

In navolging van de vaststelling van het geactualiseerde Actieprogramma Ruimtelijk Economische Visie 2024-2026 (volgend uit de Ruimtelijk Economische Visie Delft 2030) en de aangenomen moties vanuit de raad met betrekking tot het programma betaalbare bedrijfsruimte (respectievelijk M.20240516.7.6.1 Red de REV, M.20240627.5.3.04 Red de REV #2, M.20230629.6.1.9 Betaalbare bedrijfsruimte Delft-West en M.20240516.7.6.4 Meer stadsverzorgende economie in Delft) informeren we u met deze rapportage over de concrete invulling en voortgang van dit programma. Let op: in voorliggend stuk worden maatregelen beschreven die nu worden opgepakt omdat deze passen binnen bestaande kaders, capaciteit en middelen, maar zijn ook maatregelen opgenomen die de komende maanden nader worden uitgewerkt om de haalbaarheid (financieel, juridisch en wenselijkheid) ervan te kunnen bepalen. Dit betreft daarom nog geen volledig uitgewerkt plan, die stap volgt in het eerste kwartaal van 2025. Daarna kunnen specifieke uitgewerkte maatregelen ook worden gekoppeld aan de verschillende hierboven genoemde moties zodat deze dan kunnen worden afgedaan. Om werkgelegenheid voor een brede doelgroep mee te laten groeien met de groei van de stad, gaat het college voldoende passende en betaalbare plekken voor ondernemerschap ruimtelijk borgen.

Het programma betaalbare bedrijfsruimte wordt vormgegeven aan de hand van vier bouwstenen: beter benutten, beter beschermen, inzet eigen vastgoed en stimuleren markt. Voor elk van deze vier bouwstenen worden concrete maatregelen genomen c.q. voorgesteld. Het college heeft al een voortvarende start gemaakt met maatregelen die passen binnen bestaande kaders, middelen en beschikbare capaciteit. Voor andere maatregelen moet beleid worden geactualiseerd, is er nadere afstemming met samenwerkingspartners nodig, dan wel nader onderzoek en/ of een aanvullende investering. Voor elk van deze

maatregelen wordt de komende maanden dan ook uitgewerkt wat de maatregel inhoudt, wat de maatregel mogelijk oplevert, op welke termijn het wat kan opleveren, welke afhankelijkheden/consequenties er mee samenhangen en wat de eenmalige/structurele kosten zijn. De resultaten hiervan worden in het eerste kwartaal van 2025 als een separaat voorstel aan de raad voorgelegd. Wat van belang is om expliciet al in deze inleiding te vermelden is dat om meer betaalbare bedrijfsruimte in Delft te krijgen er überhaupt eerst meer aanbod bedrijfsruimte gecreëerd moet worden, conform de ambities uit de Ruimtelijk Economische Visie 2030. Onvoldoende aanbod aan beschikbare bedrijfsruimte werkt prijsopdrijvend, hetgeen juist haaks staat op de ambitie van betaalbaarheid. Anders gezegd: we moeten eerst zorgen voor meer aanbod aan bedrijfsruimte om vraag en aanbod meer in balans te brengen1. Om deze reden richt een groot deel van de geschetste maatregelen zich allereerst op het vergroten van het aanbod bedrijfsruimte. Het realiseren van extra aanbod dat financieel toegankelijk is voor een brede doelgroep is daar een vervolg op. In het hiernavolgende deel worden nut & noodzaak, kaders van het programma en de beoogde maatregelen geschetst.

Nut & noodzaak van een programma betaalbare bedrijfsruimte Ondernemerschap komt in vele vormen en maten. Waar sommige ondernemers prima zonder hulp van buitenaf zichzelf kunnen bedruipen en een plek kunnen vinden om hun bedrijf te runnen, is dat voor anderen geen vanzelfsprekendheid. Delft is een zeer compacte stad in een zeer stedelijke omgeving waar schaarste aan ruimte in combinatie met een grote woningbouwopgave leidt tot verdrukking en verschraling van vestigingsmilieus (minder verschillende soorten plekken met verschillende vormen van economie). Bij de vaststelling van de Ruimtelijk-Economische

1 De aanbod-voorraad ratio voor bedrijfsruimte is een maatstaf die de verhouding

weergeeft tussen het beschikbare aanbod van bedrijfsruimte en de totale voorraad bedrijfsruimte in een bepaald gebied. Deze ratio helpt bij het beoordelen van de marktdynamiek en de mate van krapte of overvloed in de bedrijfsruimtemarkt. Een laag aanbod-voorraad ratio (<5%) duidt op een krappe markt, waar weinig bedrijfsruimte beschikbaar is in verhouding tot de totale voorraad. Dit kan leiden tot hogere huurprijzen en minder keuze voor bedrijven die op zoek zijn naar ruimte. Een hoge ratio (>8%) wijst op een (te) ruime markt met hoge mate van leegstand. Een bandbreedte van 5-7% duidt doorgaans op een gezond marktevenwicht. Een structureel laag aanbod-voorraad ratio remt innovatie, werkgelegenheidsgroei en brede welvaart. In Delft zit het aanbod-voorraadratio bedrijfsruimte al meer dan 5 jaar ruim onder de 5%. 2/14

Visie 2030 in 2018 werd als doel gesteld om tot aan 2040 alleen al circa 100.000 m2 aan éxtra ruimte voor de innovatieve maakindustrie te borgen. De praktijk wijst echter uit dat deze ambitie voorlopig nog ver uit beeld is2, maar dat er volop plannen zijn in de stad waarbij vierkante meters bedrijfsruimte worden gerealiseerd, optellend tot een waarde hoger dan de ambitie van 100.000 m2 in 2040, maar dit gaat niet vanzelf. Daar waar het gaat om ruimte voor de kennisintensieve economie zijn er in samenwerking met verschillende partners al betekenisvolle mijlpalen bereikt: Op TU Campus Zuid is de eerste fase van tech-scale-up gebouw Next!Delft gerealiseerd en is het pand ook al volledig verhuurd. Fase 2 (de volgende 10.000m2) is inmiddels in aanbouw. Ook op de Biotech Campus Delft zijn er twee gebouwen welke voorheen door DSM werden gebruikt, volledig vernieuwd en beschikbaar gemaakt voor biotech-startups en scale-ups (beide ontwikkelingen zijn mede tot stand gekomen door gedeeltelijke garantstelling gemeente). Op Schieoevers-Noord worden de voorbereidingen getroffen voor de realisatie van Kabeldistrict met daarin bijna 35.000m2 aan huisvesting voor bedrijven, waarvan 15.000m2 betaalbaar. Let wel, in het Kabeldistrict is sprake van vervanging van de bestaande vierkante meters voor nieuwe gebouwen.

Er worden geen nieuwe vierkante meters toegevoegd, hetzelfde geldt voor de twee gebouwen op de Biotech Campus Delft. Op het gebied van nieuwe kantoorruimte (bijvoorbeeld in Nieuw Delft) en ruimte voor stadsverzorgende- en wijkeconomie is echter meer inzet nodig. Er is te weinig ruimte voor het reguliere midden- en kleinbedrijf (inclusief maatschappelijke voorzieningen zoals huisartsenpraktijken) en er wordt nauwelijks voor deze doelgroep bijgebouwd. De afgelopen jaren zijn er via transformatie en sloop hoofdzakelijk meters bedrijfshuisvesting verdwenen om woningbouw mogelijk te maken. Niet méér ruimte voor werk zoals geambieerd, maar dus minder. Dit terwijl de nood al hoog was en is. Het is daarom noodzakelijk dat de gemeente actief stuurt op behoud en uitbreiding van ruimte voor deze vormen van werk, om te voorkomen dat deze ruimte voor werk met de tijd steeds verder gemarginaliseerd wordt door de principes van marktwerking. Ook hiervoor worden reeds acties opgezet. Zo wordt er op Schieoevers-Zuid gewerkt aan een ‘beter-benutten’ aanpak. Doel hiervan is om de bestaande voorraad bedrijfspanden beter te benutten door oneigenlijk gebruik van bedrijfspanden tegen te gaan en uit te faseren.

Hierdoor kan de bestaande voorraad bedrijfspanden straks beter benut worden door bedrijven die passen bij het economisch profiel in plaats van bedrijven die er niet horen zoals consumentenwinkels, tattooshops en fitnessclubs. 2 De ambitie voor 2023 ligt op 353.000 m2 bedrijfsruimte, de realiteit laat zien dat

Delft 317.444 m2 bedrijfsruimte heeft. 3/14

Actieve inzet vanuit de gemeente om voldoende en betaalbare bedrijfsruimte te borgen is dan ook essentieel om een diverse en veerkrachtige stedelijke economie te ondersteunen. Van belang daarbij is dat net zoals dat geldt voor het bouwen van sociale en middeldure huurwoningen, ruimte voor werk om aanvullende (publieke) investeringen vraagt binnen een grondexploitatie. Ontwikkelaars op binnenstedelijke locaties zijn, los van bouwen voor horeca, supermarkten en hoogwaardige kantoren, doorgaans niet geïnteresseerd in het bouwen van werkruimtes voor kleine ondernemers, simpelweg omdat het ze geld kost in plaats van oplevert. Sterker nog, er wordt door vastgoedpartijen veelvuldig druk gezet op de gemeente om het werkprogramma in nieuwe gebiedsontwikkelingen zo klein mogelijk te houden. Vandaar dat het college voor de komende jaren strenger stuurt op de gemaakte afspraken, zoals vastgelegd in het Actieprogramma RuimtelijkEconomische Visie 2024-2026. Met het programma betaalbare bedrijfsruimte stelt het college zich ten doel om voldoende passende ruimte voor werk en voorzieningen te borgen bij het (her)inrichten van de stad. Dit kan met inzet van beleid, middelen en actieve samenwerking met partners in de stad.

Een leidend principe dat het college daarbij hanteert is om genoeg te doen om voldoende passende ruimte voor werk en voorzieningen te realiseren, maar niet meer in te grijpen op marktwerking dan strikt noodzakelijk. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is: Alleen daar waar vrije marktwerking niet of onvoldoende leidt tot het maatschappelijk gewenste resultaat, zet het college een stap naar voren om middels publieke inzet bij te sturen. Uiteraard binnen de kaders van daartoe geldende wetgeving.

Kaders Doelgroepen Het college ziet voor haarzelf een specifieke taak om drie specifieke doelgroepen extra te ondersteunen. Het gaat hierbij om het borgen van functies als meerwaarde voor de leefbaarheid en levendigheid in stad, en niet om specifieke ondersteuning aan individuele ondernemers. 1. Stadsverzorgende bedrijvigheid Dit zijn vormen van bedrijvigheid die noodzakelijk zijn voor het leefbaar en levendig houden van de stad, en banen bieden aan zowel praktisch als theoretisch talent. Het belangrijkste kenmerk van stadsverzorgende bedrijven 4/14

is dat ze de eigen buurt, stad als verzorgingsgebied hebben. Dit kan de plaatselijke fietsenmaker, loodgieter of ambachtelijke bakker om de hoek zijn. De economische activiteiten van deze bedrijven zijn onlosmakelijk verbonden met een lokale of regionale klantenkring. Het gaat zodoende om functies en beroepen die direct gericht zijn op het omliggende verzorgingsgebied maar voor vastgoedpartijen financieel gezien niet per se heel interessant zijn gegeven de beperkte huuropbrengsten (in vergelijking tot activiteiten met hogere verdiensten). 2. Startups en scale-ups uit de innovatieve maakindustrie Startups en scale-ups uit de innovatieve maakindustrie (high tech sytems & materials oftewel HTSM) vormen een specifieke doelgroep omdat deze versterkend zijn voor datgene waar Delft een relatief concurrentievoordeel heeft in regionaal en nationaal opzicht. Gezien het kennisintensieve karakter van deze bedrijvigheid duurt het vaak relatief lang om een product te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Daarom hebben deze jonge bedrijven voor een langere periode behoefte aan relatief goedkope bedrijfsruimte. Er is geen stad in Nederland met een zo hoge dichtheid aan technologische kennis- en onderzoeksinstituten, een volledige doorlopende leerlijn qua techniek/technologie-onderwijs en bijbehorende bedrijvigheid.

Voor de duurzame versterking van dit bijzondere ecosysteem is het van evident belang voor zowel Delft zelf als ook voor de regio dat startende Tech ondernemers de kans en plek krijgen om hun innovatieve ideeën te kunnen ontwikkelen en hun bedrijf door te laten groeien. Eenmaal gegroeid bieden dergelijke bedrijven ook brede werkgelegenheid op alle niveaus. 3. De creatieve industrie De creatieve industrie bestaat uit een zeer heterogene groep van bedrijven die zeer verschillen in schaalomvang, financiering, innovatie, bedrijfsvoering en conjunctuurgevoeligheid. TNO hanteert een indeling in drie deelsectoren: 1. Kunst en cultureel erfgoed 2. Media en entertainment 3. Creatieve zakelijke dienstverlening. Deze ondernemers spelen een betekenisvolle rol in stedelijke gebieden, onder meer door het creëren van werkgelegenheid, het bevorderen van innovatie, en zo bij te dragen aan de economische groei. Ze versterken bovendien het DNA en de aantrekkelijkheid van Delft, wat weer andere ondernemers, bewoners en bezoekers aantrekt. Ten slotte stimuleren ze een levendige cultuur en sociale cohesie, wat weer leidt tot een inspirerende leefomgeving. Deze ondernemers zijn vaak de katalysatoren voor stedelijke

5/14

vernieuwing en dragen bij aan de ontwikkeling van hubs voor (creatief) ondernemerschap. Voor wat betreft de eerder beschreven specifieke doelgroepen geldt dat deze niet gelimiteerd zijn tot een selectie uit de standaard bedrijfsindeling (SBI). Het gaat in hoofdzaak om kleinere ondernemingen (1-15 medewerkers) met een beperkte ruimtevraag (1-100m2 bruto vloeroppervlak) die financieel niet of moeilijk bij machte zijn om marktconforme tarieven voor binnenstedelijke werkruimte te betalen, maar met hun dienstverlening wel van belang zijn voor de wijken en de stad als levendig gebied, dan wel het Delftse innovatieve ecosysteem versterken. We kunnen echter niet voor ieder type bedrijf specifieke ruimte programmeren. Zeker bij binnenstedelijke gebiedsopgaven zal er vaak sprake zijn van functiemenging waarbij de plintruimtes van een gebouw ingezet kunnen worden voor allerlei maatschappelijke en commerciële functies. Het slim ontwerpen van deze gebouwen en plintruimtes kan ertoe bijdragen dat deze ruimten multi-inzetbaar zijn voor verschillende functies en verschillende doelgroepen. Bij de inpassing van ruimte voor maatschappelijke functies en betaalbare ruimte voor kleine ondernemers wordt telkens gekeken naar het geheel van te bouwen woningen, de samenstelling van de wijk, bestaande voorzieningen en uiteraard de maatschappelijke kosten en opbrengsten.

Niet alles past overal in ongelimiteerde vorm en omvang, zowel ruimtelijk als financieel niet. In samenspraak met gebieds- en ontwikkelpartners wordt er verkend wat waar mogelijk is, of mogelijk gemaakt kan worden. Betaalbaarheid Betaalbare bedrijfsruimte verwijst naar werkruimten die financieel toegankelijk zijn voor een brede doelgroep. Voor iedere ondernemer kan het begrip ‘betaalbaar’ een andere lading hebben door de individuele context van de betreffende ondernemer. Betaalbare bedrijfsruimte wordt doorgaans gedefinieerd door huurprijzen die substantieel lager liggen dan het marktgemiddelde voor vergelijkbaar bedrijfsaanbod. Daarbij is het van belang te vermelden dat marktprijzen ook zijn gekoppeld aan type vastgoed (kantoor, werkruimte, praktijkruimte, winkel, etc.), omvang van de ruimte (te huren metrage), of het zelfstandige of onzelfstandige ruimte betreft, de staat van het pand, de geboden faciliteiten en de locatie van het pand. Bij de verdere uitwerking van dit programma wordt deze definitie nader uitgewerkt en concreet gemaakt voor de situatie in Delft. Nogmaals geldt hier de notie dat het realiseren van betaalbare ruimte een investering vergt die doorgaans niet zonder meer binnen een standaard grondexploitatie van een gebiedsontwikkeling past.

6/14

Uitwerking en toepassing in Delft Programmering Voor wat betreft de totale programmering netto3 extra bedrijfsruimte geldt een ambitie van 100.000 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) aan extra bedrijfsruimte zoals beschreven in de Ruimtelijk-Economische Visie 2030. Dit metrage volgt enerzijds uit de Delftse ambitie om als stad levendig en leefbaar te blijven, en anderzijds uit de resultaten van een recent Delfts onderzoek naar de huidige omvang en het huidige ruimtebeslag van de stadsverzorgende economie in Delft ten opzichte van een viertal referentiesteden. Hieruit blijkt dat Delft relatief (fors) minder ruimte voor stadsverzorgende economie heeft in vergelijk tot de benchmark. Het aandeel ‘betaalbaar’ binnen deze totale programmering zal nog nader worden uitgewerkt. Maatregelen In de onderstaande tabel worden 20 beoogde maatregelen geschetst welke zijn onderverdeeld in vier bouwstenen. Dit zijn maatregelen die de gemeente Delft zou kúnnen toepassen om extra bedrijfsruimte te (laten) realiseren, het is echter niet gezegd dat al deze maatregelen daadwerkelijk ingezet zullen worden. Getoetst wordt in hoeverre de maatregelen binnen de bestaande kaders en middelen kunnen worden doorgevoerd en wat deze (in potentie) opleveren.

Beoogde maatregelen die nog niet passen binnen bestaand beleid, beschikbare capaciteit en/of huidige financiële middelen, worden uitgewerkt en in een apart voorstel aan de raad voorgelegd.

Beter benutten De bouwsteen beter benutten omvat maatregelen die geënt zijn op het optimaal benutten van de bestaande ruimte. 1. Uitplinten/ optoppen4 bestaand (corporatie) vastgoed t.b.v. realisatie bedrijfshuisvesting. 2. Activering ondernemersnetwerken Delft om ruimtevragers/ ruimtebieders te koppelen (bijv. via Delft Maakt Ruimte). 3. Benutten en waar nodig actualiseren van ruimtelijke kaders om verdichting op bijvoorbeeld bedrijventerreinen mogelijk te maken/te versnellen. Hierdoor kan meer (betaalbare) ruimte worden gecreëerd op bestaande werklocaties. Tegelijkertijd dient het 3 Netto=Totaal metrage bedrijfsruimte per januari 2018, vermeerderd met de extra

gerealiseerde metrages en verminderd met de getransformeerde/ gesloopte metrages. 4 Uitplinten en optoppen refereert aan het toevoegen van nieuwe ruimte aan een bestaand gebouw. Dit kan bijvoorbeeld door een aanbouw of een extra verdieping. 7/14

actualiseren van ruimtelijke kaders om oneigenlijke activiteiten via voorzienbaarheid uit te kunnen faseren zonder risico op nadeelcompensatie. Door oneigenlijke activiteiten op bedrijventerreinen uit te faseren ontstaat meer ruimte voor bedrijven die er daadwerkelijk horen/passen. Voorbeelden van oneigenlijke activiteiten zijn bijvoorbeeld winkels en schoonheidssalons die gevestigd zijn op bedrijventerreinen in plaats van in de binnenstad, in een wijk of in een winkelstraat.

Beter beschermen De bouwsteen beter beschermen gaat over maatregelen die ervoor zorgen dat de schaarse ruimte voor bedrijven die er is, beter wordt beschermd tegen bijvoorbeeld transformatie. Daarnaast gaat het over beschermen van economische functies die van belang zijn voor de leefbaarheid en levendigheid in Delft. 4. Zeer zuinig zijn op het bestaande aanbod bedrijfsruimte, alleen bij uitzondering mee te werken aan transformatie van bestaande bedrijfsruimte. 5. Compensatieplicht instellen voor te transformeren solitaire bedrijfsruimte (geldt niet voor incourante kantoren) zolang aanbodvoorraadratio lager is dan 5% (verkenning). Deze maatregel wordt de komende maanden nader onderzocht op impact en haalbaarheid, conform de opdracht in de motie Red de REV (M.20240516.7.6.1). 6. Verkenning naar implementatie van het begrip DAEB (dienst van algemeen economisch belang) en dit ruimtelijk en financieel vertalen voor bepaalde typen bedrijvigheid naar gelijkenis van sociale woningbouw. Inzet eigen vastgoed/grond De bouwsteen inzet eigen vastgoed/grond heeft betrekking op het inzetten van de panden en kavels die de gemeente zelf in bezit heeft of kan verwerven voor specifieke doelstellingen (maatschappelijk vastgoed). 7. Contracteren realisatie gemeentelijk starterspand, bijvoorbeeld in het Kabeldistrict. 8.

Incidenteel strategisch verwerven van panden/kavels voor realisatie van (al dan niet tijdelijke) bedrijfsruimte voor onder meer startups/scale-ups.

8/14

9. Tenderen specifieke en beschikbare gemeentelijke locaties voor de realisatie van een door de markt te ontwikkelen bedrijfsverzamelcomplex (zelfstandige MKB bedrijfshuisvesting). 10. Verkenning naar inzet/oprichting van een werkcorporatie naar voorbeeld van andere steden zoals Amsterdam en Den Haag. Deze maatregel wordt de komende maanden nader onderzocht op impact en haalbaarheid, conform de opdracht in de motie Meer stadsverzorgende economie in Delft (M.20240516.7.6.4). 11. Aanpassen uitgiftestrategie (invoeren minimale fsi5 om verdichting qua bedrijfshuisvesting te stimuleren)

Stimuleren & sturen markt De bouwsteen stimuleren & sturen markt behelst ten slotte maatregelen die als wortel en stok voor de markt fungeren bij het realiseren van voldoende en voldoende betaalbare bedrijfshuisvesting. Hierbij geldt dat zoveel mogelijk de wortel wordt gehanteerd en waar strikt noodzakelijk de stok (liever verleiden dan dwingen). Dit als aanvulling op de aanvullende beleidsregel uit het Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie 20242026 dat er niet meer mag worden afgeweken van de afgesproken vierkante meters bedrijfsruimte in de anterieure overeenkomst zonder collegebesluit. 12. Ruimtelijke sturing op de realisatie van bedrijfshuisvesting middels ontwikkelagenda’s die een leidraad vormen voor de programmering binnen een gebied (welke functies, waar, hoeveel, hoe en op basis van wat). 13. Sturing op realisatie minimaal aandeel betaalbare bedrijfshuisvesting middels anterieure overeenkomsten bij gebiedsontwikkelopgaven. Deze maatregel wordt de komende maanden nader onderzocht op impact en haalbaarheid, conform de opdracht in de motie Meer stadsverzorgende economie in Delft (M.20240516.7.6.4). 14. Verplichtende afspraken met vastgoedeigenaren voor inzetten leegstaande/ te transformeren bedrijfs-/kantoorpanden voor tijdelijke bedrijfshuisvesting (leegstandsbeheer). Zo nodig via een leegstandsverordening.

5 FSI oftewel de floor space index is een maatstaf binnen gebiedsontwikkeling die

de verhouding aangeeft tussen de totale vloeroppervlakte van een gebouw en de oppervlakte van het perceel waarop het gebouw staat. Het wordt berekend door de totale bruto vloeroppervlakte van alle verdiepingen van een gebouw te delen door de oppervlakte van het perceel. Hoe hoger de FSI des te meer verdicht de bebouwing. 9/14

15. Instellen gemeentelijke bedrijvenloods (een persoon die vraag/aanbod naar kleinschalige werkruimte in brede zin binnen de stad samenbrengt, daar waar marktwerking onvoldoende tot stand komt). 16. Stimuleren benutting/optimalisatie bouwmogelijkheden binnen vigerende bestemmingsplannen/omgevingsplan. 17. Financiële incentive beschikbaar stellen voor exploitanten van nieuwe bedrijfsverzamelconcepten (partij huurt/koopt pand en verhuurt dit in kleinere eenheden aan starters/mkb). 18. Publiek private samenwerking initiëren waarbij middels gezamenlijke investeringen c.q. het delen van opbrengsten en risico’s, projecten voor betaalbare bedrijfshuisvesting kunnen worden gerealiseerd. 19. Ruimte geven aan experiment (tijdelijke bedrijfshuisvesting realiseren in circulaire modulaire units i.s.m. bijvoorbeeld TU Delft en marktpartijen). 20. Wortel & Stok benadering toepassen bij uitfaseren oneigenlijk gebruik bedrijventerreinen. (Wortel: stimuleren en helpen pandeigenaren/ ontwikkelaars met benutten optimalisatie bebouwingsruimte binnen bestaande vigerende kaders/ etc. Stok: informele handhaving tot 2030 d.m.v. gericht accountmanagement op aanpak oneigenlijk gebruik bedrijfspanden, gevolgd door formele handhaving op oneigenlijk gebruik bedrijfspanden vanaf 2030.)

Fasering Aangezien deze maatregelen van elkaar verschillen in type, beoogde effect, maar ook in benodigde tijd/investering/aanpassing van beleid om ze door te voeren heeft het college een prioritering aangebracht in deze 20 maatregelen. Hieronder staan de voorgenoemde maatregelen verdeeld in drie prioritaire categorieën: 1. Wordt in 2024 mee gestart: dit zijn maatregelen waar momenteel al invulling aan wordt gegeven of waar al verkenningen voor zijn opgestart. Daadwerkelijke resultaten in de vorm van extra metrage bedrijfsruimte worden pas na 2024 verwacht. 2. Wordt nog deze collegeperiode een start mee gemaakt: dit zijn maatregelen waarvan de verkenning in de komende maanden wordt opgestart en waar afhankelijk van haalbaarheid, wenselijkheid, kosten versus baten, financiering, draagvlak, invloed vanuit de gemeente en besluitvorming al dan niet uitvoering aan wordt gegeven in 2025/ 2026/ 2027. Voor zover beoogde maatregelen niet passen binnen bestaande kaders en middelen, worden deze eerst voorgelegd aan 10/14

de raad middels een raadsvoorstel. Daarin wordt eveneens een voorstel gedaan voor prioritering, omdat het niet realistisch zal zijn dat alle maatregelen opgepakt kunnen worden, al is het maar vanwege de (naar verwachting) hoogte van de benodigde investeringen. 3. Maatregelen voor volgende collegeperiode: dit zijn maatregelen die voorlopig geen bestuurlijke prioriteit krijgen. Uitwerking hiervan gebeurt niet in de komende maanden, maar wordt gefaseerd naar een volgende collegeperiode. Dit zijn maatregelen die veel capaciteit vragen om uit te werken, nog nieuw zijn in Nederland, of op voorhand al forse financiële investeringen vragen. In algemene zin geldt voor alle drie de categorieën maatregelen dat er eerst gezaaid moet worden alvorens er geoogst kan worden. Er zijn geen snelle, goedkope en eenvoudig te nemen maatregelen die op hele korte termijn een groot resultaat opleveren in de vorm van daadwerkelijke gerealiseerde vierkante meters bedrijfsruimte. Het college start echter al volop met zaaien door verschillende maatregelen in gang te zetten voor zover passend binnen bestaande kaders, capaciteit en middelen. De resultaten zullen naar verwachting pas gefaseerd zichtbaar worden in de aankomende jaren. Niettemin is het van belang om koers te kiezen en acties in gang te zetten.

Specifieke aandacht van het college gaat daarbij uit naar Delft-West om daar passende vormen van werk ruimtelijk te gaan faciliteren middels betaalbare bedrijfshuisvesting. Elke maatregel is genummerd met verwijzing naar het bovenstaande overzicht. Wordt / is in 2024 mee gestart Zeer zuinig zijn op het bestaande aanbod bedrijfsruimte, alleen bij uitzondering mee te werken aan transformatie van bestaande bedrijfsruimte. (4) Activering ondernemersnetwerken Delft om ruimtevragers/ruimtebieders te koppelen (2). Benutten en waar nodig actualiseren van ruimtelijke kaders (3).6 Ruimtelijke sturing op de realisatie van bedrijfshuisvesting middels opstellen ontwikkelagenda’s (12).

6 In 2024 wordt gestart met stimuleren van pandeigenaren om binnen vigerende

ruimtelijke kaders bebouwing te intensiveren. In 2025 wordt gestart met het maken van het omgevingsplan, dit plan wordt de komende jaren per deelgebied ingevoerd en de voorgestelde ruimtelijke maatregelen zullen hierbij worden meegenomen. 11/14

Wortel & Stok benadering bedrijventerreinen (20).

bij

uitfaseren

oneigenlijk

gebruik

Wordt nog deze collegeperiode een start mee gemaakt (onder voorbehoud van haalbaarheid, financiering/ medewerking partners/ goedkeuring raad in betreffende gevallen) Verkenning naar invoeren compensatieplicht (metrage) voor te transformeren solitaire bedrijfsruimte (incourante kantoren uitgezonderd) zolang aanbodvoorraadratio lager is dan 5% (5). Contracteren realisatie gemeentelijk starterspand, bijvoorbeeld in het Kabeldistrict (7). Incidenteel strategisch verwerven van panden/kavels voor realisatie van (al dan niet tijdelijke) bedrijfsruimte voor onder meer startups/ scale-ups (8). Verkenning naar oprichten werkcorporatie naar voorbeeld van andere steden zoals Amsterdam en Den Haag (10). Sturing op realisatie minimaal aandeel betaalbare bedrijfshuisvesting middels anterieure overeenkomsten bij gebiedsontwikkelopgaven (13). Instellen gemeentelijke bedrijvenloods die vraag/aanbod actief bij elkaar brengt (15). Marktpartijen actief stimuleren bij benutten van bouwmogelijkheden binnen bestemmingsplannen / omgevingsplan (16).

(Mogelijke) Maatregelen voor na deze collegeperiode

Uitplinten/ optoppen bestaand (corporatie)vastgoed t.b.v. realisatie bedrijfshuisvesting (1). Aanpassen uitgiftestrategie (11).

Verplichtende afspraken met vastgoedeigenaren voor inzetten leegstaande/ te transformeren bedrijfs-/kantoorpanden voor tijdelijke bedrijfshuisvesting (leegstandsbeheer) (14). Verkenning naar implementatie van het begrip DAEB (Dienst van Algemeen Economisch Belang) (6).

12/14

Tenderen specifieke en beschikbare gemeentelijke locaties voor de realisatie van een door de markt te ontwikkelen bedrijfsverzamelcomplex (9). Financiële incentive beschikbaar stellen voor exploitanten van nieuwe bedrijfsverzamelconcepten (17). Ruimte geven aan experiment (19). Publiek private samenwerking initiëren voor realisatie betaalbare bedrijfshuisvesting (18).

Motie Red de REV #2 Met de bovengenoemde maatregelen voor 2024 wordt een overzicht gegeven van de inzet die het college nu al pleegt om prioriteit te geven aan economie, zoals opgeroepen in motie Red de REV #2 (M.20230629.6.1.9). Voor de uitvoer van deze maatregelen is incidenteel € 165.000,gereserveerd in de programmabegroting 2025-2028 voor het jaar 2025, zoals ook is opgedragen in dezelfde motie. Overige moties Zoals in de inleiding aangegeven hebben meerdere moties raakvlakken met de voorliggende voortgangsrapportage. Met deze rapportage voldoen we aan een aantal dicta uit de moties: we maken concreet welke maatregelen genomen (kunnen) worden om betaalbare bedrijfsruimte te realiseren (dictum 1 uit moties Red de REV en Meer stadsverzorgende economie in Delft) en we geven een overzicht van instrumenten om bedrijfsruimten zeker te stellen (dictum 3 uit motie Betaalbare bedrijfsruimte Delft-West). Echter omvatten de genoemde moties meer dan enkel de genoemde dicta. Die behoren bij de uitwerkingsfase die we nu voorstaan in de komende maanden en zullen dus nog nader worden uitgewerkt.

Specifiek gaat het dan om: • Het onderzoeken van mogelijkheden voor toepassing van compensatie en de resultaten ervan in het tweede kwartaal 2025 te presenteren (motie Red de REV); • Het maken van een inventarisatie van de beschikbare locaties in Delft West die geschikt zijn voor de (her)-ontwikkeling van betaalbare bedrijfsruimte (motie Betaalbare bedrijfsruimte Delft-West); • Samen met corporaties daarbij de herontwikkeling van plinten van bestaande gebouwen te overwegen (motie Betaalbare bedrijfsruimte Delft-West); • Indicatie te geven van wat er aan percentages of vierkante meters bedrijfsruimte wordt gevraagd door de bestaande en startende ondernemers (motie Betaalbare bedrijfsruimte Delft-West);

13/14

•

•

Te onderzoeken of en hoe in anterieure overeenkomsten - met % betaalbaar, type werk en/of lage aanvangshuren - kan worden gestuurd op nieuwe bedrijfsruimtes, zodat bedrijfsruimte niet leeg blijft staan. Verzoek om hierbij in het bijzonder aandacht te besteden aan het toevoegen van stadsverzorgende economie in woonwijken, waaronder Delft-West (motie Meer stadsverzorgende economie in Delft); In het verlengde van gemeente Amsterdam te onderzoeken of er in Delft interesse is om met een werkcorporatie kostprijs dekkend ruimtes te verhuren aan stadsverzorgende bedrijven en lokale sociale ondernemingen zo ja, hoe het opzetten van werkcorporaties in Delft kan worden gerealiseerd. Hierbij te onderzoeken of de €5 miljoen, die voor economie is geoormerkt, in Schieoevers ingezet kan worden als eerste werkkapitaal (motie Meer stadsverzorgende economie in Delft).

Daarom wordt afdoening van moties Red de REV, Betaalbare bedrijfsruimte Delft-West en Meer stadsverzorgende economie in Delft voorzien voor het eerste kwartaal van 2025. Vervolgstappen Bovenstaand overzicht van (beoogde) maatregelen voor deze collegeperiode wordt, zoals al vermeld, eerst onderzocht op haalbaarheid en wenselijkheid. De maatregelen die haalbaar zijn worden vervolgens verder uitgewerkt, juridisch getoetst en financieel vertaald en in het eerste kwartaal van 2025 gedeeld met de raad. Indien aanvullende dekking benodigd is voor de voorstellen, wordt dit betrokken bij de voorbereiding van de Kadernota 2025.

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14664236/1