Memo Rekenfout toedeling BUIG en gevolgen BUIG budget 2021 en 2022
Tekst van het document
Samenleving Advies Doorkiesnummers: Telefoon 06-53986106
Aan
Het college van B&W Van
Fred Wosgien Afschrift aan
4690712
Memo
Datum
Onderwerp
15-10-2021
Rekenfout toedeling BUIG en gevolgen BUIG budget 2021 en 2022
Opsteller
Fred Wosgien Bijlage
INHOUD 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Inleiding. Wat is het BUIG budget? Hoe vindt de verdeling van het macro BUIG budget plaats? Rekenfout bij voorlopig BUIG budget 2021. Wat betekent dit voor 2021? Hoe gaat het in 2022 en verder? Hoe ziet de andere financiering Loonkostensubsidie er uit? Wat betekent dit voor de meerjarenbegroting? De vangnetregeling en wat houdt deze in? Wat zijn de samenvattende punten? Wat stellen we voor?
1. Inleiding. Bij de vaststelling van het voorlopige bijstandsbudget (BUIG) over 2021 heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een rekenfout gemaakt. Bij vier gemeenten, waaronder Delft, is een onjuiste waarde van één van de verdeelkenmerken toegepast en daardoor heeft de gemeente Delft teveel BUIG budget ontvangen. Delft hoeft niet voor deze fout op te draaien. Bij het herstel van de rekenfout zou de gemeente er zoveel op achteruit gaan dat het ministerie daar vanaf heeft gezien. Naast deze incidentele fout wordt vanaf 2022 het BUIG budget door ingrepen van het Rijk ook anders toegerekend. Het gaat hier met name om de instrumenten Loonkostensubsidie en de No-risk polis. Om de goede keuzes voor de toekomst te maken wordt in deze memo ingegaan op het BUIG budget, hoe het wordt verdeeld in de komende jaren en wat de rekenfout voor gevolgen heeft voor Delft.
2. Wat is het BUIG budget? Gemeenten krijgen voor de bijstandsuitkeringen die zij verstrekken van de rijksoverheid een budget, de Gebundelde Uitkering, ook wel ‘BUIG-budget’ geheten. De hoogte van dit budget wordt voor kleinere gemeenten bepaald op basis van historische maatstaven, voor grote gemeenten op basis van objectieve maatstaven en voor middelgrote gemeenten op basis van een combinatie hiervan. Gemeenten krijgen per uitkeringsjaar driemaal informatie over de hoogte van het budget: • Eind september voorafgaand aan het begrotingsjaar: het voorlopig budget • Eind mei tijdens het begrotingsjaar: het nader voorlopig budget • Eind september tijdens het begrotingsjaar: het definitief budget De hoogte van het toegekende budget hangt af van twee factoren: 1. De omvang van het macrobudget (het budget dat voor alle gemeenten gezamenlijk beschikbaar is. Dit kan overigens bij alle drie de momenten verschillen). 2. Het aandeel van een specifieke gemeente in dat macrobudget. Dit kan bij de vaststelling van het definitief budget niet meer wijzigen. 3. Hoe vindt de verdeling van het macro BUIG budget plaats? Delft is een grote gemeente en krijgt zijn budget tot nu toe 100% op basis van objectieve maatstaven. Grofweg betekent dat, dat op basis van bevolkingskenmerken1 wordt berekend wat in die gemeente de bijstandskans is, en wat op basis daarvan de voorspelde bijstand uitgaven zijn.
Dit wordt de objectieve grondslag genoemd. Dit bedrag wordt gedeeld door de objectieve grondslag voor alle gemeenten samen en dan vermenigvuldigd met het te verdelen macrobudget. Zo ontstaat een budgetaandeel per gemeente2. Een gemeente kan voor- of nadeel behalen in een begrotingsjaar door het ‘beter’ te doen dan de voorspelling van het verdeelmodel. 4. Rekenfout bij voorlopig BUIG budget 2021. In september 2021 bleek dat bij de bepaling en bekendmaking van het voorlopig budget 2021, dus in september 2020, een rekenfout was gemaakt waardoor de gemeente Delft een budgetaandeel van 0,8954% kreeg toegekend in plaats van 0,8210% , een verschil van ongeveer € 4,6 miljoen euro. Het ministerie van Sociale Zaken heeft besloten bij de vier gemeenten (waaronder dus Delft) die vanwege deze rekenfout teveel hebben ontvangen het 1
aantal huishoudens in een sociale huurwoning, aantal huishoudens met een immigratie-achtergrond van een bepaald type, aantal huishoudens met specifieke Human Capital Index, samenstelling van huishoudens, stapeling van problematiek 2
De uitkomst van deze verdeelsystematiek is moeilijk te voorspellen, en zelfs achteraf moeilijk te verklaren, laat staan beïnvloeden, omdat daarvoor een uitgebreide kennis nodig is van de diverse wegingsfactoren, en hoe deze binnen de eigen gemeente uitpakken (ook nog eens in relatie t.o.v. andere gemeenten).
2/7
budgetaandeel bij de definitieve vaststelling niet alsnog omlaag te brengen, vanwege de impact die dat op de begroting zou hebben. Alle andere gemeenten in Nederland hebben door deze fout een te laag voorlopig BUIG-budget over 2021 toegekend gekregen. Deze gemeenten worden hiervoor gecompenseerd. 5. Wat betekent dit voor 2021? In 2021 zijn er twee tegengestelde effecten op het BUIG budget: een meevaller en een tegenvaller. Door de rekenfout is er voor 2021 een meevaller van € 4,6 miljoen. Als tegenvaller is echter ook het verdeelmodel aangepast. Deze aanpassing betreft een nadelige verlaging van het budgetaandeel van Delft van 0,03% (van 0,85% naar 0,82%) in 2021 en een verdere verlaging naar 0,80% in 2022. In euro’s betekent deze 0,03% een bedrag van € 2,0 mln. Hiermee komt per saldo de meevaller voor 2021 uit op € 2,6 miljoen. Definitief ontvangen BUIG 2021 Recht op volgens verdeelmodel Verschil
0,90% 0,82% 0,07%
57,1 52,4 4,6
In begroting: prognose NJR 2021 (o.b.v. 2020) Recht op volgens verdeelmodel Aanpassing verdeelmodel
0,85% 0,82% -0,03%
54,4 52,4 -2,0
Per saldo voordeel 2021 t.o.v. begroting
2,6
6. Hoe gaat het in 2022 en verder? Door de rekenfout is wel een jaar lang onduidelijk geweest dat de hoogte van het bijstandsbudget voor Delft een dalende tendens heeft. Zoals hiervoor aangegeven daalt het budgetaandeel van ongeveer 0,85% in 2020 via (zonder rekenfout) 0,82% in 2021 naar 0,80% in 2022. In dit laatste cijfer speelt ook een gewijzigde financiering van loonkostensubsidies (LKS) een rol. In de volgende paragraaf wordt dit nader uitgewerkt. Ook vindt er nog een overheveling vanuit het macrobudget BUIG plaats naar het UWV als gevolg van de inzet van het re-integratie instrument: de no-risk polis. Met deze polis worden de mogelijke ziektekosten, die kunnen optreden bij het plaatsen van een langdurig werkloze, voor de werkgever vergoed. Voorheen was dit voor de mensen met een Participatiewet uitkering een gemeentelijk instrument, maar vanaf 2016 is deze taak inclusief de bijbehorende middelen verschoven naar het UWV. De uitgaven aan de no-riskpolis worden elke vijf jaar herijkt op basis van de realisaties in de voorafgaande periode. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis voor de gemeentelijke doelgroep hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit heeft een extra overheveling tot gevolg naar het UWV. 3/7
Het betreft een extra uitname uit het macrobudget van € 5,5 miljoen in 2021, oplopend tot € 17 miljoen in 2026. Hoe dit precies zijn weerslag heeft in de ingewikkelde toedeling van het BUIG budget per gemeente is lastig in te schatten, maar met een budgetaandeel van 0,82% in 2021 zal het hier voor de gemeente Delft om ongeveer € 45.000 gaan. In onderstaand schema is het BUIG budgetaandeel Delft weergegeven van 2020, 2021 (inclusief en exclusief de rekenfout) en het voorlopige budget 2022. BUIG-budgetten
Incl. fout
Excl. fout
2020 - 2022 (bedragen in € dzd.)
2020 definitief (okt 2020)
2021 definitief (okt 2021)
2021 definitief (okt 2021)
2022 voorlopig (okt 2021)
Nederland Delft
6.375 54,5
6.372 57,1
6.372 52,4
6.444 51,8
Aandeel Delft
0,85%
0,90%
0,82%
0,80%
Het BUIG budget is opgebouwd uit diverse onderdelen. In onderstaand schema3 zijn deze weergegeven, met daarbij de verandering ten opzichte van dit jaar. DTI is hierbij een budget wat de gemeenten krijgen voor bijstandsverstrekkingen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners. bedragen in € dzd.
Budget 2021
Budget 2022
Verandering 2022 t.o.v. 2021
DTI LKS Historisch Objectief
1.711 2.093 0 48.505
2.069 1.474 0 48.234
357 -619 0 -271
Totaal
52.309
51.777
-532
7. Hoe ziet de andere financiering van LKS er uit? Een LKS is in bijna alle gevallen goedkoper dan het verstrekken van een uitkering. Daarom wil het Rijk de inzet van LKS vergroten en zijn er een aantal nieuwe maatregelen bedacht, zoals een uniforme loonwaardemeting, een preferent werkproces en een financiering op basis van realisatie. 3
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/10/01/voorlopige-bijstandsbudgetten-2022-endefinitieve-budgetten-2021-bekend, bewerking Berenschot©
4/7
Tot eind 2021 zijn de middelen voor LKS verdisconteerd in het BUIG-budget. Zoals eerder aangegeven is het moeilijk terug te zien hoe dit aandeel tot stand komt. Het Rijk vermoedt dat gemeenten daarom terughoudend zijn in het toepassen van LKS, om geen financieel risico te lopen. Daarom komt er vanaf 2022 een apart macrobudget voor het LKS-deel. Het Rijk raamt dit budget niet op basis van kenmerken, maar op basis van realisatie. Hoe meer LKS de gemeente verstrekt, hoe meer budget we hiervoor ontvangen. Het budget voor de loonkostensubsidies en het budget voor de algemene bijstand worden daarbij onafhankelijk van elkaar bepaald. Een hoger (lager) budget voor loonkostensubsidies leidt dus niet tot een lager (hoger) budget voor algemene bijstand. De verdeling van het macrobudget voor LKS sluit echter wel aan op het uitgavenaandeel LKS van de gemeente van één jaar daarvoor. De verdeling van de middelen is dus gebaseerd op een situatie ruim voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Delft heeft ten opzichte van andere gemeenten in het verleden beneden gemiddeld het instrument LKS toegepast. Het macrobudget LKS komt als volgt tot stand: • macrobudget loonkostensubsidies 2022 = werkelijke uitgaven gemeenten aan loonkostensubsidies in 2021 + raming stijging loonkostensubsidies in 2022.
Dit macrobudget LKS wordt als volgt verdeeld: • voorlopige budget van gemeente voor loonkostensubsidies in 2022 = aandeel gemeente in loonkostensubsidies in 2020 * voorlopige macrobudget 2022. •
definitieve budget van gemeente voor loonkostensubsidies in 2022 = aandeel gemeente in loonkostensubsidies in 2021 * definitieve macrobudget 2022.
Omdat de gemeente Delft met een inhaalslag met het verstrekken van LKS bezig is betekent deze nieuwe financieringssystematiek een niet-toereikend LKS budget voor 2022. We hadden in 2021 immers een minder aantal LKS verstrekkingen dan landelijk gemiddeld. Vanaf 2023 zou in principe dit tijdelijke financiële nadeel niet meer aan de orde hoeven te zijn. Dan hebben we de inhaalslag gemaakt en zal het macrobudget nagenoeg gelijk kunnen lopen met het gewenste en grotere volume loonkostensubsidies. Hierbij zijn wij wel afhankelijk van toedeling van de macrobudgetten en de ontwikkelingen bij andere gemeenten. In de aparte notitie ‘Standaard inzet loonkostensubsidie en financiering in 2022’ wordt het voorstel voor een bredere inzet LKS, de aantallen en de financiële gevolgen daarvan nader uitgewerkt. 8. Wat betekent dit voor de meerjarenbegroting? In de meerjarige begroting van de gemeente Delft zijn de baten en de lasten van het BUIG budget in beeld gebracht en is een verwacht positief saldo BUIG van € 6,8 miljoen verwerkt. De aanpassing van het verdeelmodel zal een effect op dit verwachte positieve saldo hebben. De verwachting is dat dit effect ergens tussen de € 0,3 miljoen en 5/7
maximaal € 1,4 miljoen zal liggen. Het betreft hier echter dagkoersen. Medio 2022 hebben we een beter inzicht in het tekort en weten we onder andere ook of de huidige dalende trend in het aantal uitkeringen zich zal doorzetten. Is dat het geval, dan zal dit een positief effect op het tekort hebben.
BUIG meerjarig beeld lasten baten saldo
MJB 20222023 44,6 51,5 6,8
Prognose 2022 min. scenario 45,9 52,5 6,6
Verschil 1,3 1,0 -0,3
Prognose 2022 max. scenario 47,1 52,5 5,4
Verschil 2,5 1,0 -1,4
NB: lasten: algemene bijstand + IOAW + IOAZ + BBZ + LKS NB: baten: uitkering Rijk + terugvorderingen
9. De vangnetregeling en wat houdt deze in? Als het mis mocht gaan en er zich een situatie voordoet dat de gemeente onvoldoende BUIG budget heeft om de uitkeringen te betalen is er een Rijks vangnetregeling. Het moet hier gaan om een tekort op het BUIG budget van meer dan 7½ %. Verder kan een gemeente alleen een beroep op deze regeling doen als er in de afgelopen drie jaar voorafgaande aan het nadeeljaar geen financieel voordeel op het BUIG budget is geweest. Omdat de gemeente Delft de afgelopen jaren een flink voordeel heeft gehad op het BUIG budget, zal de komende jaren een mogelijk beroep op deze regeling niet aan de orde zijn. 10. Wat zijn de samenvattende punten? • • • •
• •
We hebben een incidenteel voordeel op het BUIG budget 2021. Dit als gevolg van een rekenfout van het Rijk. Dit voordeel hoeft niet terugbetaald te worden. We hebben ook een nadeel op het BUIG budget door een bijstelling van het budgetaandeel. We hadden de laatste jaren vaak een overschot op het BUIG budget. De komende jaren wordt het budgetaandeel BUIG van Delft echter steeds lager, waardoor dit overschot er wellicht niet meer zal zijn. Ook kregen wij de afgelopen jaren een groter LKS deel in het BUIG budget dan dat wij uitgaven aan LKS. Dat grotere deel wordt vanaf 2022 uit het Delftse budgetaandeel gehaald, waardoor we het overschot van dit onderdeel ook niet meer hebben. Het positief saldo BUIG wat geraamd is in de meerjarenbegroting zal naar beneden bijgesteld moeten worden. We moeten dus anticiperen op deze trend om uit te blijven komen met voldoende middelen voor het verstrekken van de uitkeringen. Meer mensen uit de bijstand en aan het werk met LKS is hierin één van de oplossingen. 6/7
• •
•
•
In de aparte notitie ‘Standaard inzet loonkostensubsidie en financiering in 2022’ wordt het voorstel voor een bredere inzet LKS, de aantallen en de financiële gevolgen daarvan nader uitgewerkt. Omdat het LKS deel van het BUIG budget nu wordt bepaald op basis van realisatie van het afgelopen jaar, moet je in ieder geval één jaar financieel bijplussen. Daarna helpen de grotere volumes LKS mee de bijstand uitgaven te beheersen. De arbeidsmarkt kent trends en onverwachte gebeurtenissen (zoals bijv. Corona) die van invloed zijn op de werkgelegenheid. De uitgaven BUIG zijn dus niet altijd goed voorspelbaar. Aangezien het Delftse budgetaandeel BUIG dalend is, is het verstandig het incidentiele overschot BUIG 2021 te reserveren voor mogelijk tekort 2022 en 2023. Dit is vooral belangrijk omdat de mogelijkheid om een beroep te doen op de vangnetregeling vooralsnog niet van toepassing lijkt. 11. Wat stellen we voor?
•
Voorgesteld wordt om bij de jaarrekening een voorstel van resultaatbestemming te doen om het incidentele voordeel BUIG gedeeltelijk in te zetten om het incidentele nadeel op de BUIG de komende jaren te compenseren.
7/7