CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo

Commissie Sociaal Domein en Wonen 14 december 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2137704 Voorstel van het college aan de raad inzake Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden1.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doorkiesnummers:

Samenleving Advies bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Internet www.delft.nl Telefoon 14015

Platform H10-raden t.a.v. Mw. S. v/d Heuvel en Mw. M. Koopmans

Van Afschrift aan

Memo 4576823 Datum

Onderwerp

08-06-2021

Inhoud beantwoording brief platform H10-raden

Opsteller Bijlage

Geachte mevrouw van der Heuvel en mevrouw Koopman, Hartelijk dank voor uw brief van 6 mei jl. naar aanleiding van de regiovisie Jeugdhulp Haaglanden. Het afstemmen van besluitvorming op regioniveau, waarbij mandaten op lokaal niveau liggen, is soms een hele puzzel. Het is goed te constateren dat de raden deze complexiteit herkennen en bijvoorbeeld middels het Platform H10-raden bijdragen aan tijdige afstemming. In het proces voor de totstandkoming van de regiovisie zijn raadsleden in regiobijeenkomsten vroegtijdig in staat gesteld inbreng te leveren rond uitgangspunten en ambities. Ook straks bij de concretisering van de diverse projecten die voortvloeien uit de regiovisie hechten wij aan betrokkenheid van de raden. Primair wordt daarbij uitgegaan van zelforganisatie in de samenwerking tussen de raden, waarbij de colleges u kunnen faciliteren met periodieke informatie over de planning en met informatiebijeenkomsten. Deze bijeenkomsten kunnen plaatsvinden zowel op verzoek van de raadsleden, als op initiatief van de colleges. In het kader van de uitvoering van de regiovisie, die een looptijd heeft van 5 jaar, stellen wij jaarplannen op. Deze ontvangt u ter kennisneming. Daarmee kunt u de stand van de uitvoering volgen en op lokaal niveau de portefeuillehouder hierop bevragen. Het jaarplan voor 2021-2022 ontvangt u te zijner tijd samen met de concept-regiovisie.

In 2021 zijn de activiteiten onder andere gericht op de implementatie van vernieuwingen vanuit de inkoop, op de lopende activiteiten in het kader van het Transformatiefonds en op de voorbereiding van uitvoering van taken voortvloeiend uit de regiovisie. In uw brief vraagt u aandacht voor een viertal thema’s waarop we onderstaand zullen ingaan. 1. Waar zijn we nu precies van? In uw brief stelt u dat de memorie van toelichting van de Jeugdwet en de ontwikkelde jurisprudentie een goed antwoord geven op de vraag waar gemeenten in het kader van de Jeugdwet wel of niet verantwoordelijk voor zijn. Hoewel dit grotendeels klopt, zijn er nog steeds voorbeelden waarbij er

onduidelijkheid is vanuit welke wet hulp dient te worden geboden en is er landelijk discussie of de Jeugdwet niet tot een te brede interpretatie heeft geleid. In jurisprudentie blijven financiële consequenties voor gemeenten buiten beschouwing. Op landelijk niveau zien we in dit kader onder andere het Expertiseteam Reikwijdte Jeugdhulpplicht (maart 2020) en van recente datum de mogelijke maatregelen naar aanleiding van het rapport ‘Stelsel in groei’ (stuurgroep onder leiding van Marjanne Sint), waar de beschikbaarheid van budget centraal staat. Alle kennis ten spijt heeft deze tot nu toe niet geleid tot eensluidende standpunten en besluiten op rijksniveau en wordt het vraagstuk van de interpretatie van de breedte van de Jeugdwet aan het komende Kabinet gelaten. 2. Samenhang lokaal/regionaal Het tweede onderwerp waarvoor u aandacht vraagt is de samenhang tussen lokaal en regionaal. In hoofdstuk 1.1 van de regiovisie leest u dat het lokaal domein het fundament van ons beleid is. Dat heeft niet alleen te maken met het gegeven dat de Jeugdwet expliciet elk college verantwoordelijk maakt, maar vooral met de overtuiging dat de beoogde transformatie vooral lokaal wordt gerealiseerd. Namelijk als de jeugdhulp aansluit bij, en bij voorkeur ook plaatsvindt in, de leefwereld van de betrokken gezinnen.

Iedere gemeente past de lokale situatie aan zodat deze zo goed mogelijk aansluit op de (onder andere) demografische en geografische context. Dit gegeven heeft in Nederland geleid tot een diverse uitvoeringspraktijk, ook in onze regio. U vraagt wat de regiovisie gaat betekenen voor het lokale beleid en toegang en of/hoe kostenbeheersing concreet (kunnen) worden gemaakt. De regiovisie heeft inhoudelijke verbetering van de jeugdhulp in een betaalbaar stelsel als centrale doelen. De inhoudelijke doelstellingen gaan daarbij vaak hand in hand met kostenreductie, zoals bij de beleidskeus dat pleegzorg voorkeur geniet bij residentiële jeugdhulp. Kostenbeheersing vindt zowel op regionaal niveau als lokaal niveau plaats. In de regionale samenwerking vindt hierover afstemming plaats. Vanuit de gegeven gemeentelijke verantwoordelijkheid, alsook vanuit de overtuiging van de betekenis van de lokale context, zal de lokale organisatie van de jeugdhulp - bijvoorbeeld in de vorm van het lokaal team, alsmede de samenhang met de sociale basis en het onderwijs – tussen gemeenten blijven verschillen. Ook het debat over normaliseren kan op basis van context tot verschillende uitkomsten leiden in de gemeenten. Daarbij wordt op beleidsniveau regionaal afgestemd en worden bijvoorbeeld standaard op regionaal niveau afspraken gemaakt over administratieve processen.

Elk lokaal team dient te voldoen aan dezelfde landelijk voorgeschreven basisfuncties. Dit wordt naar verwachting in de toekomst versterkt door programma’s als ‘Geweld hoort nergens thuis’ en vooral door de aangekondigde herziening van de jeugdbeschermingsketen. 3. Kwaliteitsslag Onder dit thema stelt u vragen over de relatie tussen de hoeveelheid aanbieders en de kwaliteit. Vooraf is het goed om aan te geven dat aan kwaliteit zowel via de inkoopafspraken als middels inhoudelijke regionale projecten wordt gewerkt, zoals doorontwikkeling Jeugdhulp Plus, Beter Samenspel, Jeugdhulp in Gezinsvormen, Transformatiefonds, uitstroom naar

2/4

de WLZ, jeugdhulpexpertise bij de huisarts etc. en doorontwikkeling van het meten van clienttevredenheid en clientervaring. Over de inkoop hebben de colleges de raden na de publicatie van de inkoopdocumenten (juli 2020) geïnformeerd. Eerder is in de Inkoopstrategie ingegaan op de argumenten voor de huidige inkoopsystematiek. De eerste toets op kwaliteit vond centraal plaats bij de gunning door controle op de wettelijke eisen, aanvullende regionale eisen op het gebied van gezonde bedrijfsvoering en kwaliteit, indien voorkomend inspectierapporten alsmede een referentietoets. Tevens zijn betrokkenheid bij en binding met de Haagse regio geldende voorwaarden. Kwaliteit is vervolgens een belangrijk onderwerp voor het contractmanagement, dat wordt vormgegeven in de driegesprekken tussen aanbieder, gemeenten en het Servicebureau. Belangrijke bouwstenen in de inkoop zijn de nieuwe contracten. Deze bestaan vanaf 1 januari 2021 uit een Ontwikkelovereenkomst (op niveau H1 en H9) en uit Resultaatovereenkomsten per gemeente tussen gemeente en individuele aanbieders. In periodieke herzieningsronden kunnen in de Resultaatovereenkomsten en Ontwikkelovereenkomsten binnen het juridische geheel van de regio-overeenkomst aanpassingen worden doorgevoerd. Aanleiding hiervoor kunnen zowel een achterblijvende inschakeling van de aanbieder zijn als signalen over ontbreken van voldoende kwaliteit.

Voor de Ontwikkelovereenkomst geldt dat de eerste herzieningsmogelijkheid per 1-1-2023 is en voor de Resultaatovereenkomst is deze mogelijkheid er elk jaar. Dit past bij ons voornemen de ontwikkelingen in het jeugdstelsel jaarlijks te evalueren. In het najaar kunnen wij desgewenst, zoals ook aangeboden tijdens het webinar van 10 mei jl., in samenwerking met het Servicebureau en het Programmabureau een informatiebijeenkomst organiseren over de manier waarop wij werken aan kwaliteitstoetsing en kwaliteitsontwikkeling. 4. Governance Programmabureau In uw brief constateert u een breuk met de tot nu toe gevolgde lijn van een beleidsarme regionale samenwerking en stelt u vragen over de rol van het Programmabureau na de oplevering van de regiovisie. Er is geen sprake van een breuk. De beleidsarme rol geldt alleen voor de gemeenschappelijke regeling ‘H10-Servicebureau’. De beleidsontwikkeling vindt plaats in de netwerksamenwerking van de tien gemeenten. Weliswaar liggen de bevoegdheden daarbij bij de gemeenten, maar dat maakt de samenwerking niet beleidsarm. De Inkoopstrategie 2020-2024 (beleidsrijk) is bijvoorbeeld een product van de regionale netwerksamenwerking, evenals de bestemmingen van het Transformatiefonds en diverse kostenbesparingsinitiatieven. De democratische legitimiteit van de besluiten ligt echter lokaal.

Kaderstellende nota’s en besluiten worden lokaal ter goedkeuring voorgelegd. Dit stelt hoge eisen aan de procedures op het gebied van gelijktijdigheid en informatievoorziening. Hierover wordt ambtelijk en bestuurlijk afgestemd. De totstandkoming van zowel het regionaal inkoopkader als de regiovisie zijn voorbeelden van hoe wij deze complexe besluitvorming door middel van een zorgvuldig proces met alle relevante betrokkenen organiseren. U vraagt er terecht aandacht voor om hiervoor voldoende tijd in te ruimen. De netwerksamenwerking wordt sinds eind 2019 ondersteund en gecoördineerd door een programmabureau dat in opdracht werkt van de 10 3/4

gemeenten. Vanzelfsprekend is er een nauwe samenwerking met het Servicebureau, maar de aansturingslijnen zijn verschillend. Bij de vormgeving van zowel het Programmabureau als het Servicebureau hebben wij rekening gehouden met de binnen de VNG overeengekomen Norm voor Opdrachtgeverschap. Over de kosten die met de netwerksamenwerking zijn gemoeid en losstaan van de kosten voor de gemeenschappelijke regeling H10-Servicebureau, komen wij bij de aanbieding van het jaarplan 2021-2022 terug. 5. Rekenkamer U geeft aan ervan uit te gaan dat de aanbevelingen uit het nog te verschijnen rapport van de Rekenkamers worden meegenomen in de definitieve versie van de regiovisie. Wij kunnen dat niet ongezien toezeggen, maar zullen de resultaten uit het onderzoek en de eventuele adviezen uiteraard zeer zorgvuldig wegen. Tot slot U spreekt de wens uit dat alle raden tegelijkertijd de definitieve versie van de regiovisie zullen ontvangen. Dit is inderdaad in onze procedure opgenomen. De vaststelling van de regiovisie vindt uiterlijk op 7 september in alle colleges plaats. Daarna vindt toezending tegelijkertijd plaats naar alle H10-raden. In elke gemeente vindt vervolgens via de eigen processen en planning besluitvorming plaats.

Met vriendelijke groet, namens het Bestuurlijk overleg Jeugd,

Kavita Parbhudayal, voorzitter

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10286236/1