CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota 2027 (2621319)18.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1 alinea's met “openstaande”: 146

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................. 3 2. Financieel vertrekpunt ....................................................................................................... 5 3. Financieel perspectief........................................................................................................ 6 Bijlage A: Strategische Investeringsagenda (SIA)................................................................ 32 Bijlage B: 10e begrotingswijziging 2026 (begrotingswijziging Kadernota 2027) .................... 43 Bijlage C1: 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging 2026 ................................................... 44 Bijlage C2: Toelichting 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging 2026 ................................. 45 Bijlage D: Uitgangspunten Programmabegroting 2027-2030 ............................................... 47 Colofon ................................................................................................................................ 53

Leeswijzer De kadernota is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 1 omvat de bestuurlijke inleiding. • Hoofdstuk 2 geeft het financiële vertrekpunt voor deze kadernota. • Hoofdstuk 3 gaat in op het financieel perspectief. Eerst wordt de context geschetst om de meerjarencijfers in het juiste perspectief te kunnen plaatsen. Vervolgens wordt een lokale duiding gegeven van de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk. Daarna wordt een samenvatting van de effecten van deze kadernota geboden, gevolgd door een specificatie hiervan. Tenslotte bevat dit hoofdstuk een toelichting op de financiële positie van de gemeente. • Bijlage A omvat de Strategische Investeringsagenda (SIA). Sinds vorig jaar nemen we bij elke kadernota een geactualiseerde SIA op. Het is belangrijk om op te merken dat dit een indicatieve inventarisatie betreft en geen concreet investeringsplan waarover in één keer beslissingen worden genomen. Het zijn investeringsvraagstukken die tussen nu en 2040 aan de orde (kunnen) zijn. De toekenning van investeringsbudgetten loopt via het budgetrecht van de raad. • Bijlagen B t/m D behoeven geen nadere inleiding.

2

1. Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2027. Deze kadernota geeft een actueel inzicht in de financiële positie van de gemeente en het financieel perspectief voor de komende jaren. Het college stelt vast dat de financiële positie van Delft in de afgelopen jaren is versterkt. En dat mooie resultaten zijn bereikt voor de goede groei van de stad. Resultaten die zijn bereikt dankzij goede samenwerking binnen het college, met de gemeenteraad en partners in de stad en de regio. Bestuurlijk gezien is 2026 een ‘overgangsjaar’: na de verkiezingen in maart is een nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd en wordt een nieuw college gevormd. In aanloop naar de keuzes die het nieuwe bestuur zal maken, is deze kadernota beleidsarm. De kadernota biedt geen voorstellen voor nieuw beleid, maar geeft een overzicht van onvermijdelijke mee- en tegenvallers. Hiermee kan de gemeenteraad besluiten nemen die nu noodzakelijk zijn. Deze kadernota vormt – samen met een nieuw coalitieakkoord – de basis voor de Programmabegroting 2027-2030. Ontwikkelingen Deze kadernota is opgesteld in een periode van veel ontwikkelingen. Na de verkiezingen voor de Tweede Kamer is een nieuw kabinet aangetreden. De accenten en beleidskeuzes van het nieuwe kabinet werken door in het beleid van lokale overheden. Onveranderd blijft de onzekerheid over de financiering van gemeentelijke taken.

De bijdrage van het Rijk dekt onvoldoende wat gemeenten nodig hebben om te doen wat nodig is. De Voorjaarsnota 2026 die het kabinet heeft gepresenteerd biedt nog geen zicht op structurele verbetering. Dit betekent dat de financiële ruimte voor alle gemeenten – ook voor Delft – vooralsnog beperkt blijft. Daarnaast is sprake van een te grote druk op het elektriciteitsnet. Mede als gevolg van netcongestie en stikstofbeperkingen stagneren nieuwe ontwikkelingen en stijgen kosten. Nieuwe innovatieve oplossingen bieden perspectief, maar lossen niet alle problemen op. Zorgen zijn er over de impact van wereldwijde onrust, oorlogen en nieuwe geopolitieke verhoudingen. En de gevolgen hiervan voor Delft, zowel op sociaal als economisch gebied. Er is onder andere rekening te houden met substantiële kostenstijgingen. Ook Delft bereidt zich voor op een toenemende dreiging. Door alert te blijven, bewoners maatschappelijk en digitaal weerbaarder te maken en hen te wijzen op de noodzaak zich voor te bereiden op noodsituaties. Samen werken aan Delft De stad maken we met elkaar: het college, de gemeenteraad, de mensen die hier wonen, werken, ondernemen of studeren, bedrijven, organisaties en verenigingen die hier actief zijn. Samen bepalen we hoe Delft leeft, werkt en zich ontwikkelt. We zien dat samenwerkingen verduurzamen, intensiveren en vruchten afwerpen.

Gezamenlijk boeken we zichtbare resultaten in onze wijken en zien we voortgang bij de realisatie van grote opgaven. Komende jaren neemt het belang van regionale samenwerking en netwerken verder toe. Met onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en medeoverheden – gemeenten, de Metropoolregio, de provincie en het Rijk – kan Delft als kraamkamer van innovaties belangrijke bijdragen leveren aan grote maatschappelijke opgaven en transities. Bijdragen die niet alleen in het belang zijn van onze regio, maar van heel Nederland. Denk aan: schone energie, arbeidsproductiviteit, zorg, veiligheid en weerbaarheid.

3

Delft in ontwikkeling Delft is volop in ontwikkeling. Met inwoners, ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen en maatschappelijke partners bouwt de gemeente aan een aantrekkelijke stad. Een stad die iedereen kansen biedt. Nu en in de toekomst. Drie opgaven Afgelopen collegeperiode is een basis gelegd voor drie opgaven voor de lange termijn. In DelftWest werkt de gemeente met bewoners, ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijk partners aan kansengelijkheid, leefbaarheid en veiligheid. Het Innovatiedistrict Delft krijgt vorm, zichtbaar in Delft-Zuidoost, met ruimte voor wonen, werken en leren. Aan de energietransitie wordt onder andere gewerkt via de aanleg van een warmtenet, op weg naar duurzame, lokale en betaalbare warmte. Uit de inzet voor deze opgaven is een netwerk gegroeid van diverse samenwerkingen. Dit resulteert in het aantrekken en bundelen van middelen, gerichte acties en vooruitgang. Het netwerk biedt een stevige basis om in de komende jaren verder op te bouwen. Sociale basis De stad maken we met elkaar – ook op sociaal gebied. Samen moeten we zorgen voor de sociale basis: een gezonde, betrokken en prettige stad, waarin we met elkaar samenleven. Daarbij staat de financiering van het sociaal domein onder druk: het Rijk heeft taken bij gemeenten belegd zonder de benodigde bijbehorende middelen.

Om kosten te kunnen beheersen, blijft het gesprek met het Rijk nodig over structureel voldoende middelen voor gemeentelijke taken. Als college geloven we daarnaast in de werking van preventie en investeren aan de voorkant zodat niet alle hulpvragen zorgvragen worden en in samenwerking in het medische en sociaal domein via het Regionaal Integraal Gezondheidsakkoord (RIGA). Groei van de stad en basis voor voorzieningen Om aan de vraag naar woningen te voldoen en om voorzieningen in stand te kunnen houden, is groei van de stad noodzakelijk. De groei en realisatie van het woningbouwprogramma blijven echter achter. Er is een tempoversnelling nodig. Net als veel gemeenten heeft Delft naast woningbouw, veel investeringsplannen voor maatschappelijke voorzieningen, onderwijs, cultuur en sport gepland. Het gaat om plannen voor zowel uitbreiding als onderhoud en verduurzaming. Met de Strategische Investeringsagenda zijn investeringen tot 2040 geïnventariseerd om wensen en ambities te realiseren. Uitgangspunt blijft dat de kosten voor riolering en reiniging maximaal 100% worden gedekt uit de bijbehorende heffingen. Faseren en kiezen De opgaven zijn groot. Tegelijkertijd is het zo dat niet alles wat moet ook kan – gelet op de middelen en de uitvoeringskracht van de gemeente en partners. De realisatie van geplande investeringen gaat minder snel dan we zouden willen.

Prijsstijgingen, schaarste, juridische procedures, wet- en regelgeving, stikstof en netcongestie, maar ook stapeling van ambities, zijn hier mede debet aan. Het is daarom nodig te faseren in de uitvoering en duidelijke keuzes te maken. Op deze manier kunnen we ook in de komende jaren flexibel blijven en adaptief inspelen op nieuwe ontwikkelingen, kansen en tegenvallers. Het college van burgemeester en wethouders

4

2. Financieel vertrekpunt Het financieel vertrekpunt voor de Kadernota 2027 ziet er als volgt uit: Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000) Programmabegroting 2026-2029

2026

2027

2028

2029

2030

238

438

537

538

3.601

Najaarsrapportage 2025 (14e begrotingswijziging 2025)

-198

Septembercirculaire 2025 (15e begrotingswijziging 2025)

45

38

32

24

-85

Decembercirculaire 2025 (5e begrotingswijziging 2026) Saldo Programmabegroting 2026-2029 (na vastgestelde wijzigingen)

-801 -716

-601 -125

-238 331

-95 467

50 3.566

Jaarstukken 2025 - voorstel voor bestemming van het resultaat (9e wijziging 2026)

-169 -132

Meerjarenprogramma Grondontwikkeling (MPG) 2026-2029 (6e wijziging 2026)

-13

-2

44

22

Grondexploitatie Poptahof veld 4 (8e begrotingswijziging 2026)

-6.551

-126

-129

-132

Grondexp.Poptahof veld 4: rentevergoeding en bijdr. Alg. reserve (8e wijziging 2026)

6.551 -898

126 -127

129 375

132 489

Saldo Programmabegroting 2026-2029 (na voorstellen voor wijziging)

3.434

Voor nadere inhoudelijke toelichtingen op de raadsvoorstellen voor begrotingsaanpassingen vanaf de Programmabegroting 2026-2029 wordt kortheidshalve verwezen naar de betreffende stukken die in bovenstaande tabel zijn benoemd. Samengevat bevat dit vertrekpunt voor de jaren 2026 en 2027 begrote nadelen en voor 2028, 2029 en 2030 is sprake van positieve saldi. Hierna wordt in hoofdstuk 3 het financiële beeld getoond dat ontstaat door de begrotingsmutaties vanuit deze kadernota. Daarbij worden ook inhoudelijke toelichtingen gegeven op de onderliggende posten. Financiële effecten voor investeringen zijn daarbij uitgedrukt in kapitaallasten.

5

3. Financieel perspectief Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van het financiële beeld dat ontstaat na verwerking van wettelijk of contractueel onvermijdelijke en anderszins (bestuurlijk) onontkoombare begrotingsmutaties. Om de meerjarencijfers in de juiste context te kunnen plaatsen, is het belangrijk eerst een beeld te schetsen van (financiële) vraagstukken die in de komende periode nog adressering vergen. Vanwege het beleidsarme karakter kan dat nog niet via deze kadernota. Het betreft evenwel relevante informatie om in gedachten te houden bij beoordeling van de begrote meerjarencijfers. Toekomstige lokale (financiële) uitdagingen Opgaven In de komende periode drogen de incidentele middelen voor de drie opgaven op. Gezien de lange(re) doorlooptijd en de incidentele financiering van met name Delft-West en het Innovatiedistrict Delft is verlenging van deze incidentele financiering in ieder geval de komende bestuursperiode wenselijk. Bij Energietransitie is sprake van langdurige financiering vanuit het Rijk, maar speelt wel het vraagstuk van deelname aan een Warmtebedrijf. Sociaal domein Voor deze kadernota wordt een verlaging van kosten geraamd, omdat we zien dat de kosten zicht stabiliseren. Dat is een gevolg van de gekozen maatregelen in de beweging van zorg naar preventie.

Dat neemt niet weg dat de kosten op termijn weer kunnen toenemen door het open eindekarakter van regelingen. De raad heeft de Inkoopstrategie ‘Doorontwikkeling regionale Jeugdhulp Haaglanden 2027’ vastgesteld. Financiële consequenties zijn vooraf niet goed in te schatten. De inkoop betreft voor Delft circa € 35 miljoen aan regionaal ingekochte jeugdhulp. Hierbij spelen een rol: transitiekosten, nieuwe tarieven, budgetten en ‘ventiel’-afspraken, inperking reikwijdte regionale jeugdhulp. Voor sommige maatregelen zijn we afhankelijk van keuzes en inzet van het Rijk. Structureel beleid incidenteel gefinancierd Bij de Kadernota 2026 is voor enkele beleidsterreinen incidenteel budget beschikbaar gesteld. Vanwege het verkiezingsjaar werd vorig jaar bewust gekozen eventuele structurele toekenningen voor de langere termijn aan het nieuwe bestuur over te laten. Investeringen Het is goed te bedenken dat bij investeringsbesluiten waarbij ook hogere subsidies aan de betrokken maatschappelijke partners kunnen spelen, het van belang is tevens rekening te houden met extra beslag op de exploitatieruimte. Verder speelt dat er verschillende investeringsopgaven zijn die na hun huidige laatste begrote jaarschijf in de komende jaren een vervolg dienen te krijgen.

Enkele voorbeelden van andere onderwerpen die financiële impact (kunnen) krijgen (niet limitatief): − Dividend Stedin: vanwege de netcongestie zal Stedin ook komende jaren grote investeringen moeten doen om dit fenomeen (mede) op te lossen. De hoogte van de benodigde investeringen is dusdanig dat er, naast een kapitaalstortingsvraag in het eigen vermogen vanuit aandeelhouders (rond 2028/2029), ook wordt gesproken over wel/niet 6

− −

uitkeren dividend. Dit krijgt begrotingsgevolgen indien dividend wordt verminderd of helemaal niet meer wordt uitgekeerd; Prijsopdrijvende effecten in de markt (door schaarste in de markt en inflatie); Maatschappelijke weerbaarheid (bijvoorbeeld in relatie tot langdurige digitale verstoringen, zelfredzaamheid en dergelijke).

Hieronder worden de effecten van de landelijke Voorjaarsnota 2026 toegelicht. Daaruit komt naar voren dat het Rijk geen concreet financieel soelaas biedt voor de uitdagingen waarvoor gemeenten zich gesteld zien. Tegenover onderwerpen waarvoor aanvullende rijksmiddelen ter beschikking komen, staan namelijk ook bijbehorende uit te voeren taken en kostenstijgingen. Het betreft een inschatting; na ontvangst van de Meicirculaire 2026 worden de definitieve effecten verwerkt in de Programmabegroting 2027-2030. Impact Voorjaarsnota 2026 van het Rijk De Voorjaarsnota 2026 is op 27 maart gepubliceerd en geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. De Voorjaarsnota bevat dit jaar ook de Startnota: de vertaling van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ van het kabinet-Jetten. In deze voorjaarsnota is nog geen rekening gehouden met de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten (energie, inflatie). In de Voorjaarsnota 2026 is de financiële ruimte voor gemeenten beperkt en benodigd voor de loon- en prijsontwikkeling 2027, voor lasten die samenhangen met diverse taakmutaties in het sociaal domein en voor de energietransitie 2027. Over de uitwerking in de uitkeringen uit het gemeentefonds worden de gemeenten geïnformeerd via de meicirculaire 2026. Veel onderwerpen zijn nog niet uitgewerkt in de Voorjaarsnota 2026.

Dit betreft bijvoorbeeld de compensatie van tekorten in de jeugdzorg vanaf 2028. Voor die structurele tekorten zijn een jaar geleden, na het adviesrapport ‘Groeipijn’ van de commissie-Van Ark, extra middelen beschikbaar zijn gesteld t/m 2027. In het overhedenoverleg van 13 april zijn de eerder gemaakte afspraken herbevestigd over compensatie vanaf 2028 op basis van het tweede advies van de commissievan Ark (gereed: begin 2027). Ook de extra middelen die nodig zijn voor de woningbouw, infrastructuur, energietransitie en onderwijshuisvesting zijn niet opgenomen in de Voorjaarsnota 2026. Dit betekent dat op basis van de Voorjaarsnota 2026 geen sprake is van een structurele verbetering van de financiële positie van gemeenten. De komende periode blijft de VNG inzetten op het verbeteren van de bestuurlijke samenwerking en het in balans brengen van taken en middelen. Een belangrijke onzekerheid wordt veroorzaakt door de geplande herziening van het verdeelmodel voor het gemeentefonds met ingang van 2027. Over het voorstel voor herziening en de (mogelijke) herverdeeleffecten die het gevolg zijn van deze herziening, hebben zowel de ROB als de VNG een negatief advies uitgebracht. Naar verwachting medio mei worden de Eerste en Tweede Kamer door de fondsbeheerders geïnformeerd over eventuele aanpassingen aan het verdeelmodel, het ingroeipad en het proces voor het vervolgtraject.

De uitkomsten worden verwerkt in de meicirculaire. Op dit moment is niet bekend of dit voor Delft tot een voordeel of een nadeel leidt. In het voorstel zijn aanpassingen aan de orde voor maatstaven (Huishoudens laag inkomen, Minderheden), verdeelmodel cluster Jeugd, verdeelmodel cluster Wmo, stapeling problematiek sociaal domein, grootstedelijke problematiek en verevening van de categorie overige eigen middelen. Tevens wordt bij de uitkomsten door de fondsbeheerders bezien wat de impact is op onder meer universiteits-, toeristen- en 100.000-steden. 7

Hierna volgt een inschatting van de effecten van een aantal actuele onderwerpen in de Voorjaarsnota 2026. Dit betreft met name een bijstelling van loon- en prijsbijstelling (accres), afrekening van het BTW Compensatiefonds, mutaties in het sociaal domein (Participatie, Wmo en Jeugd) en een incidentele uitkering voor de uitvoering van klimaat- en energietaken. In de tabel is opgenomen welke financiële effecten de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk naar verwachting heeft voor Delft. Tabel: Effecten van de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk voor Delft

De tabel is als volgt opgebouwd. Accres Het gemeentefonds groeit (‘accres’) door actuele volume- en prijsontwikkelingen op basis van de ontwikkeling van het bbp in het Centraal Economisch Plan (CEP, maart 2026) van het Centraal Planbureau (CPB). Het accres voor 2026 is vastgesteld en houdt geen rekening met eventuele extra inflatie als gevolg van de geopolitieke spanningen. Dit betekent dat zonder compensatie van het Rijk de gemeenten zelf de effecten van extra prijsstijgingen moeten opvangen. Het prijsaccres voor 2027 is benodigd om de nieuwe begroting aan te passen aan het prijspeil 2027. Het BTW compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. De ruimte die na de declaraties van gemeenten onder dit plafond overblijft, wordt jaarlijks verdeeld. De definitieve afrekening van het voorschot in de septembercirculaire 2025 leidt nu tot een nadeel, omdat meer is gedeclareerd dan verwacht. Voor het begrotings- en meerjarenbeeld betekent dit dat de stelpost BCF structureel moet worden verlaagd (van € 2 miljoen naar € 1,3 miljoen). Sociaal domein De grootste wijziging is het schrappen van de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo vanaf 2029. Hiervoor is in de Voorjaarsnota 2026 een taakstellende korting van € 1.010 miljoen opgenomen (effect voor Delft: -/- € 6 miljoen). Mensen die dat kunnen, gaan op basis van de kabinetsplannen zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp.

Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. De korting omvat de bezuiniging die al in het landelijke coalitieakkoord is opgenomen (€ 435 miljoen) en een 8

verschuiving naar de wet Langdurige zorg (€ 575 miljoen). Nog onduidelijk is hoe de maatregel wordt uitgewerkt en wat hiervan de financiële en maatschappelijke consequenties zijn. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (IVB) voor de Wmo wordt opnieuw een jaar uitgesteld, nu tot 1 januari 2028 (Delft: € 1,6 miljoen in 2027). Ingeschat wordt dat tegenover het voordeel meerkosten van vergelijkbare omvang staan in de begroting van Delft. Bij de jeugdzorg worden middelen toegevoegd voor een bijdrage aan de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang (Delft: € 70.000 in 2026 en 2027). Tevens is een correctie verwerkt voor te veel overgehevelde middelen vanuit het provinciefonds (Delft: -/- € 60.000 vanaf 2026). Bij participatie zijn middelen toegevoegd voor aanpak problematische schulden (Delft: € 130.000 in 2026) en re-integratiedienstverlening gericht op jongeren (Delft: € 80.000 in 2026, oplopend naar € 200.000 in 2030). Voor Beschermd wonen is de integratie-uitkering structureel verhoogd met de loon- en prijscompensatie voor 2026.

Decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden voor klimaat en energiebeleid (CDOKE) Vanuit het ministerie van Klimaat en Groene Groei worden via een decentralisatie-uitkering uitvoeringsmiddelen uitgekeerd voor de uitvoering van klimaat- en energietaken en bedraagt € 671 miljoen in 2027 (Delft: € 4,2 miljoen). Samenvattend: de financiële ruimte vanuit de landelijke Voorjaarsnota 2026 is benodigd voor de loon- en prijsontwikkeling en voor specifieke beleidsmatige ontwikkelingen in het sociaal domein en de energietransitie. Afgewacht wordt hoe de korting op de Huishoudelijke Hulp beleidsmatig moet worden ingevuld. Ondanks afspraken in het overhedenoverleg over interbestuurlijke verhoudingen en de jeugdzorg, is de onzekerheid over de (structurele) bekostiging van belangrijke beleidsterreinen (jeugdzorg, woningbouw, infrastructuur, energietaken) in de voorjaarsnota niet opgelost. Dit betekent dat de disbalans tussen ambities en middelen blijf bestaan. Na ontvangst van de Meicirculaire 2026, eind mei, worden de definitieve financiële effecten van de Voorjaarsnota voor Delft bekend voor de Programmabegroting 2027-2030. De raad ontvangt zoals gebruikelijk voorafgaand aan de raadsbehandeling van de kadernota hierover nog een raadsinformatiebrief.

9

Financiële samenvatting effecten Kadernota 2027 Hieronder is een samenvattende tabel opgenomen van het financiële beeld dat ontstaat na de verwerking van wettelijk of contractueel onvermijdelijke en anderszins (bestuurlijk) onontkoombare begrotingsmutaties. Een inhoudelijke en cijfermatige specificatie hiervan is te vinden in de paragrafen 3.1 en verder van dit hoofdstuk en in bijlage B (10e begrotingswijziging 2026, Kadernota 2027). Enkele posten betreffen hogere kosten door indexering of andere kostenstijgingen. Daarbij is telkens in ogenschouw genomen of al sprake is van voldongen feiten danwel bestuurlijke en/of operationele bijsturing nog mogelijk is. Ook is de hardheid van onderbouwingen bezien. Iedere budgetclaim is dus op zijn merites beoordeeld. Het per saldo positieve effect in het financieel meerjarenbeeld is met name het gevolg van voordelen door het realistisch ramen op jeugdzorg en de BUIG op basis van ervaringscijfers. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat hier géén nieuwe lokale bezuinigingen aan ten grondslag liggen, buiten de reeds met de raad in gang gezette bewegingen in het sociaal domein. Tabel: Geactualiseerd financieel meerjarenbeeld 2026-2030 Begroting en meerjarencijfers (bedragen x € 1.000) Financieel vertrekpunt voor Kadernota 2027

2026 -898

2027 -127

2028 375

2029 489

Totaal effecten Kadernota 2027 (10e begrotingswijziging 2026)

2.826

5.671

3.698

1.745

967

Begrotingssaldo na Kadernota 2027

1.928

5.545

4.073

2.234

4.401

2030 3.434

Structureel begrotingsevenwicht Op basis van de Gemeentewet moet de begroting structureel en reëel in evenwicht zijn. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Het bovenstaande ‘kale’ begrotingssaldo wordt daartoe gecorrigeerd voor incidentele posten. Onderstaande tabel laat zien dat voor de begroting 2027 sprake is van een structureel begrotingsevenwicht. Tabel: Structureel begrotingsevenwicht Structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

Begrotingssaldo na Kadernota 2027

1.928

5.545

4.073

2.234

4.401

Waarvan incidentele lasten

14.033

4.165

4.850

2.140

-

Waarvan incidentele reservemutaties

-2.778

-2.663

4.957

7.634

10.214

Saldo incidentele baten, lasten en reservemutaties

11.255

1.502

9.807

9.774

10.214

Structureel begrotingssaldo

13.183

7.047

13.880

12.008

14.616

10

Toelichtingen per programma 3.1 Raad Voorziening informatie- en communicatiemiddelen voor raads- en commissieleden Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Raad

2026 45

2027 45

2028 45

2029 45

2030 45

Op basis van artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt ten laste van de gemeente aan een raadslid voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking gesteld. In artikel 3.4.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is dit artikel ook van toepassing verklaard op commissieleden. Er is een verzoek namens de raad ingediend om het budget voor fractievergoedingen te verhogen met € 50 per maand per raads- en commissielid om de benodigde informatie- en communicatievoorzieningen te kunnen regelen. Daarbij is uitgegaan van het maximum van drie commissieleden per fractie, dat vertaalt zich in € 45.000 structureel voor 2026 en verder. Voorziening arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor raadsleden Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Raad

2026 80

2027 80

2028 80

2029 80

2030 80

Het raadslid dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt (als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet artikel 7a), ontvangt vanwege wijziging van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (artikel 3.1.9, eerste lid) vanaf 2025 per jaar een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand. Hiermee kan het raadslid voorzieningen treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. De te begroten kosten die ten laste komen van de gemeente zijn vanaf 2026 € 80.000 structureel. 3.2 Stad en bestuur Er spelen in deze kadernota geen begrotingsmutaties op dit programma. 3.3 Duurzame stad Er spelen in deze kadernota geen begrotingsmutaties op dit programma. 3.4 Bereikbare stad Er spelen in deze kadernota geen begrotingsmutaties op dit programma. 3.5 Goed wonen Poptahof veld 4 (Reigerflat e.a.) Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Goed Wonen Programma Goed Wonen

2026 190 -190

2027

2028

2029

2030

11

Poptahof veld 4 is onderdeel van een grotere herstructureringsopgave van Poptahof. Na het stilvallen van deze ontwikkeling is een barrière ontstaan tussen Poptahof-Zuid (ontwikkeld) en Poptahof-Noord (niet opgepakt). Poptahof Noord bestaat uit veld 1 t/m 4. Veld 4 omvat de Reigerflat en ook de winkelstip, parkeerplaats en losse kiosken. Voor dit ontwikkelveld zijn Woonbron en de gemeente al een lange tijd in gesprek over hoe de ontwikkeling vormgegeven moet worden. Dit gaat deels over de financiën en deels over de inhoudelijke uitgangspunten, zoals woningbouwprogramma en parkeren. Door het tekenen van de samenwerkingsovereenkomst met Woonbron in januari 2026 gaat dit project richting planvorming. Het project wordt als veld 4 apart opgepakt, maar is eigenlijk een voortzetting van de gebiedsontwikkeling die in 2017 gestopt is. Voor het bouwrijp maken starten we onderdelen nu al op om de planning te kunnen halen. Het gaat bijvoorbeeld over het maken van tracétekeningen en aanvragen bij nutspartijen. Dit vraagt om de inzet van middelen voordat de grondexploitatie is vastgesteld. Daarnaast voeren we de openstaande punten van de samenwerkingsovereenkomst uit, stellen we een participatieaanpak op en stellen we de documenten op ter voorbereiding op de tender. Ook loopt de verwerving van opstallen door en zitten we in het besluitvormingsproces van de grondexploitatie.

Dit betekent dat er in 2026 nog € 190.000 aan kosten gemaakt zullen worden tot aan de opening van de grondexploitatie. Coördinatie TU convenant fysieke pijler Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Goed wonen

2026 75

2027

2028

2029

2030

De gemeente heeft met de TU Delft een convenant afgesloten over de samenwerking. Dit vanwege de vele raakvlakken die er zijn tussen TU en gemeente en de vele ontwikkelingen die spelen. Hiervoor vindt structureel overleg plaats, op verschillende niveaus. Voor deze inzet is geen structureel budget beschikbaar. Met de Kadernota 2025 is incidenteel € 75.000 toegekend. Het convenant loopt tot en met 2026. Daarom is incidentele dekking voor dit jaar nog nodig. Eind 2026 wordt een nieuw convenant opgesteld voor 2027 en verder. Dan zijn nieuwe keuzes mogelijk. Financieel technisch: Plankosten coördinatie Kop van de Buitenhof Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Goed wonen

2026

2027

2028

2029 2.280

2030 1.159

Voor de grondexploitatie Kop van de Buitenhof zijn tijdens en na het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029 plankosten afgeraamd en weer bijgeraamd over de periode 2029 t/m 2034. De aframing van deze kosten over de genoemde periode is echter groter dan de bijraming geweest. Het gevolg daarvan is dat er een (onterecht) voordeel ontstond over de jaren 2029 t/m 2034 dat nu is gecorrigeerd.

12

3.6 Schone en veilige stad Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Schone en veilige stad (Riolering) Omvang baten (bedragen x € 1.000) Programma Schone en veilige stad (Riolering)

2026 2026

2027 4.500 2027 4.500

2028 2029 2030 4.500 4.500 4.500 2028 2029 2030 4.500 4.500 4.500

Conform de Financiële verordening dient minimaal elke vijf jaar het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) geactualiseerd te worden. Het huidig vGRP loopt tot eind 2026 en dient daarom dit jaar opnieuw vastgesteld te worden. Voor het nieuwe vGRP zijn berekeningen gemaakt voor de kosten van het reguliere onderhoud, groot onderhoud en de vervanging van de riolering in Delft. Als gevolg van inflatie zijn met name de vervangingskosten sterk gestegen. Dit vergt een extra dotatie aan de voorziening Riolering van € 4 miljoen per jaar. Ook de exploitatiekosten zullen met € 0,5 miljoen gaan stijgen, waardoor de lasten en (kostendekkende) baten beide met structureel € 4,5 miljoen toenemen. De tariefstijging is ongeveer 20% (bedragen per huishouden per jaar), de tarieven zullen indicatief deze ontwikkeling hebben: - Eigenaren: van € 210 naar € 253; - Gebruikers: van € 59 naar € 71. Nadere toelichting zal te vinden zijn in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan dat de raad separaat wordt toegezonden. Verder wordt meegegeven dat voor toekomstige klimaat-gerelateerde uitgaven rekening valt te houden met vertalingen in de tarieven. Bruggen over de Schie (investering) Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Verhoging van de investering: Omvang (mutatie van) kapitaallasten (bedragen x € 1.000) Kapitaallasten

2026 2026

2027 3.500 2027

2028

2029

2030

2028 88

2029 88

2030 88

Over de Schie liggen meerdere bruggen. Van deze bruggen zijn er drie in eigendom bij de gemeente Delft. Omdat de gemeente zelf niet beschikt over specifieke kennis en expertise voor beheer en bediening van beweegbare bruggen, zijn deze bruggen ondergebracht bij de provincie Zuid-Holland. De provincie voert het onderhoud uit. Omdat de bruggen inmiddels op leeftijd zijn, is groot onderhoud en vervanging van specifieke onderdelen nodig. De bruggen zijn meegenomen in de aanbesteding die de provincie mede namens de gemeente heeft uitgezet. De aanbesteding is € 3,5 miljoen hoger uitgevallen. De investeringsuitgave valt in 2027. Integrale herinrichting Voorhof-Zuid Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Bruto-investering (toevoegen aan post gevel tot gevel) Bijdragen derden Saldo (netto-investering)

2026

2027

2028

2029 6.191

2030 18.766

6.191

1.900 16.866

In Voorhof-Zuid moet het riool worden vervangen. In 2022 is besloten dit via de gevel-tot-gevel aanpak uit te voeren. Voor deze integrale herinrichting zijn in 2022 ramingen gemaakt van de te 13

verwachten kosten. Deze zijn toen ingeschat op € 31,1 miljoen. Als gevolg van de sterk gestegen kosten in de grond-, weg- en waterbouw (indexatie en marktwerking) en onvolledigheid in de initiële budgetraming, zijn de te verwachten kosten hoger dan initieel gedacht. Het integrale herinrichtingsproject Voorhof-Zuid wordt in twee delen uitgevoerd: eerst VoorhofZuidoost en daarna Voorhof-Zuidwest. Voor Voorhof-Zuidoost is vorig jaar een definitief ontwerp opgesteld, inclusief een nieuwe SSK-raming (Standaard Systematiek Kostenramingen). Bij deze raming is rekening gehouden met de indexatie. De raming sluit op € 24,8 miljoen. Hieruit bleek dat het toegekende budget niet toereikend is voor de realisatie van het gehele project. Het college en de raad zijn hier in september 2025 over geïnformeerd. De uitvoering van VoorhofZuidoost start naar verwachting voorjaar 2027, hierbij worden werkzaamheden voor het warmtenet en het riool gecombineerd. Voor Voorhof-Zuidwest is inmiddels een schetsontwerp gereed. Op basis van dit schetsontwerp is een SSK-raming opgesteld (maart 2026) die optelt tot € 24,2 miljoen. Deze SSK-raming indexeren we tot en met 2031 (verwacht jaar van afronding werkzaamheden). Er is gebruik gemaakt van de index die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opstelt voor grond-, weg- en waterbouwprojecten (GWW).

Dit brengt de geschatte investeringskosten van VoorhofZuidwest op € 31,2 miljoen. Dit levert de volgende optelsom: - Benodigd budget voor Voorhof-Zuidoost (SSK-raming obv DO): - Benodigd budget voor Voorhof-Zuidwest (SSK-raming obv SO + indexatie): - Al beschikbaar gesteld budget voor Voorhof-Zuid: - Verwachte subsidiebijdrage: - Nu aan te vragen investeringsbudget bij Kadernota 2027:

€ 24,8 mln € 31,2 mln -€ 31,1 mln -€ 1,9 mln € 23 mln

Het financiële effect is verdeeld over de jaren 2029 (€ 6,2 miljoen) en 2030 (€ 16,9 miljoen). Gasthuisplaats Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Verhoging van de investering: Omvang (mutatie van) kapitaallasten (bedragen x € 1.000) Kapitaallasten

2026 2026

2027 950 2027

2028

2029

2030

2028 32

2029 32

2030 32

In de Kadernota 2024 is budget toegekend voor de vergroening van de Gasthuisplaats. Bij het opwerken van het toenmalige voorstel is een inschatting gemaakt van de te verwachten kosten. Deze zijn toen ingeschat op € 1,5 miljoen. Als gevolg van de sterk gestegen kosten in de grond-, weg- en waterbouw (indexatie) en vanwege een sterker dan verwachte bodemverontreiniging zijn de kosten hoger dan initieel bedacht. Voor het berekenen van de indexatie is gebruik gemaakt van de GWW CBS-index (€ 550.000). Uit onderzoek naar bodemverontreiniging en archeologie is naar voren gekomen dat op de Gasthuisplaats op diverse plaatsen (ernstige) bodemverontreiniging aanwezig is en op veel plekken maatregelen moeten worden genomen voor archeologie. De mate van deze verontreinigingen en de inzet voor archeologie zijn hoger dan normaal gesproken het geval is. De kosten worden geraamd op een bedrag van € 400.000. Deze extra lasten vallen in 2027. De scope van het project wordt niet uitgebreid met het terrein 14

van het Cultuurlab. Concreet betekent dit dat het terrein van het Cultuurlab op dit moment niet meegenomen kan worden in de herinrichting van het park. Rijksbesluit verbrandingstarief (verhoging afvalstoffenheffing) Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Schone en veilige stad Omvang baten (bedragen x € 1.000) Programma Schone en veilige stad

2026 2026

2027 1.922 2027 1.922

2028 3.514 2028 3.514

2029 4.400 2029 4.400

2030 5.198 2030 5.198

De verwerkingskosten van afval worden beïnvloed door de verbrandingsbelasting (afvalstoffenbelasting) die wordt geheven over het aantal tonnen afval dat wordt verbrand in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI). En door de CO2-heffing (feitelijke uitstoot van CO2 in tonnen, die vrijkomt bij de verbranding van fossiele materialen in het afval). Het Rijk heeft een verhoging van de CO2-belasting vanaf 2027 aangekondigd. De afvalstoffenbelasting gaat vanaf 2028 omhoog naar € 90,21 per 1.000 kilo. In 2025 bedroeg de afvalstoffenbelasting nog € 39,71 per 1.000 kilo. De kosten die Europa en het Rijk opleggen, komen terecht in het verwerkingstarief van afval en worden daarna lokaal vertaald via de afvalstoffenheffing. Afvalinzameling is een wettelijke taak. Voor de verwerking van huishoudelijk restafval heeft de gemeente via Avalex en Midwaste een verwerkingsovereenkomst met HVC. Het betreft een belasting die op basis van de hoeveelheid verbranding wordt bepaald. Er is geen keuze om deze belasting niet te betalen. Enkel door de hoeveelheid afval te verminderen zou het te betalen bedrag op termijn eventueel lager kunnen worden.

3.7 Gezonde en sociale stad Autonome ontwikkeling Jeugdhulp en taakstellingen Het gaat hierbij om deze financiële consequenties: Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Jeugd – voordeel Wmo – voordeel Taakstelling sociaal domein Taakstelling HervormingsAgenda Besparingen inkoop jeugd, gebaseerd op realisatie jeugd 2025

2026 -8.393 -200 444 569

2027 -8.266 -200 944 1.139

2028 2029 2030 -8.566 -8.566 -7.066 -200 -200 -200 1.444 1.444 1.444 3.336 3.336 3.336 -800 -800 -800

De positieve realisatie jeugdhulp (structureel € 4,8 miljoen) en Wmo (structureel € 0,2 miljoen) in 2025 leidt tot een bijstelling van de meerjarige prognoses voor 2026 en verder. Tegelijkertijd zijn er twee meerjarige taakstellingen op jeugdhulp: Transitie sociaal domein HervormingsAgenda Jeugd Deze twee elementen hebben een grote onderlinge samenhang. Door de stijgende kosten, groeiende vraag en het open-einde-karakter van zowel de Wmo als de Jeugdwet is de afgelopen jaren maximaal ingezet op kostenbewustzijn. Van daaruit zijn twee taakstellingen opgenomen in de begroting: één voor besparingen specifiek vanuit de Hervormingsagenda Jeugd en één voor de transitie sociaal domein. 15

Voor de taakstelling Hervormingsagenda Jeugd zijn onder meer de volgende maatregelen genomen: sturen op verwijsstromen huisartsen, implementatie van een richtinggevend kader jeugdhulp bij Delft Support, interventie Duurzaam Ouderschap na Scheiding, implementatie van Familie Groepsplan en Proeftuin Toekomstscenario. De maatregelen hebben geleid tot minder kinderen in de jeugdhulp dan verwacht en een daling van de kosten per cliënt. Hiermee geven we voor een belangrijk deel vorm aan de besparingsopgave vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Voor de brede transitie sociaal domein hebben we in de volle breedte van het sociaal domein hervormingen doorgevoerd en gestuurd op kostenbewustzijn. Er is onder andere de volgende inzet gedaan om de gestelde taakstelling te realiseren: ondersteuning nabij en laagdrempelig (waaronder de vorming van de nieuwe verbonden partij Delft voor Elkaar), een pilot mondzorg consultatiebureau, (trauma)therapie taalklassen, groeigroepen Delft-West, versterken van de pedagogische basis Pro Grotius en inrichting vervoer voorliggende voorzieningen. Concreet betekent dit dat het restant van de taakstelling binnen de breedte van het sociaal domein is ingelopen. Ook de taakstelling die volgt uit de hervormingsagenda kan hierop worden aangepast.

Daarna resteert een taakstelling die naar verwachting gerealiseerd kan worden door de nieuwe inkoop van de jeugdhulp. Wel blijven we rekening houden met een aanvullende besparingsopgave vanuit de inkoop van jeugd per 2028. Actualisatie Wmo (overig) Het gaat hierbij om de volgende financiële consequenties: Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Taakveld 6.60 Hulpmiddelen en diensten Taakveld 6.711 Huishoudelijke hulp Taakveld 6.712 Begeleiding Kosten Khonraad Omvang baten (bedragen x € 1.000) Progr. Fin.: vrijval Wmo prijscomp. uit res. Sociaal Domein 2024 Progr. Fin.: vrijval Wmo prijscomp. uit res. Sociaal Domein 2025

2026 250 -250

2026

2027 250 -1.150 -900 -50 2027 1.111

2028 2029 250 250 -1.350 -1.350 -900 -900 -50 -50 2028 2029 1.087 1.430

2030 250 -1.350 -900 -50 2030 1.430 357

Bij de Wmo spelen (verder) deze aspecten: • Verplichting: gemeenten moeten bij inkoop Wmo-diensten (zoals huishoudelijke hulp, begeleiding) een reële prijs hanteren die redelijkerwijs de kosten dekt. • Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Reële prijs Wmo 2015’: deze maatregel, aangescherpt per 1 juli 2024, verplicht gemeenten om ten minste rekening te houden met: o Kosten van zorgverlenend personeel (salaris, toeslagen, belastingen) o Redelijke overheadkosten (ICT, huisvesting, management) o Kosten voor zorgcontinuïteit (ziekte, scholing) o Indexatie (jaarlijkse aanpassing aan kostenstijgingen). Vanuit deze verplichtingen is een kostprijsonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat bijstelling van de tarieven noodzakelijk lijkt. Besluitvorming hierover vindt regionaal plaats. De daadwerkelijke impact wordt nader onderzocht, maar het wordt onverstandig geacht om geen rekening te houden met stijgende kosten. 16

Daarnaast is in 2024 structurele prijscompensatie vanuit het Rijk in de reserve Sociaal Domein toegevoegd. Het voorstel is – in lijn met de beoogde doelstelling van de storting toentertijd – deze in te zetten ter demping van de kostprijsstijging in de Wmo. Ten slotte is bij deze actualisatie ook de jaarlijkse prijsstijging van Khonraad meegenomen; het systeem ter uitvoering van het opleggen van een IBS (inbewaringstelling, onvrijwillige spoedopname afgegeven door de burgemeester van een gemeente, wanneer sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door het gedrag van een persoon). Uitvoering regiovisie Huiselijk Geweld Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Gezonde en sociale stad

2026

2027 225

2028 225

2029 225

2030 225

De gemeente heeft een wettelijke taak (Wmo) in het tegengaan van huiselijk geweld. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is verankerd in diverse landelijke akkoorden, actieplannen en wettelijke kaders. Het huidige (landelijke) beleid richt zich op een integrale aanpak, waarbij samenwerking tussen ketenpartners (politie, Veilig Thuis, zorg) centraal staat. Ook het tegengaan van femicide staat hoog op de agenda. Zonder de middelen zal de inzet op het gebied van tegengaan van onder meer huiselijk geweld en femicide verminderen. Eerder is in de gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis geld beschikbaar gesteld om lokaal te investeren. Hierbij is de afspraak gemaakt dat elke gemeente dit vanaf 2027 zou opnemen in de lokale begroting en er geen regionale middelen meer beschikbaar zouden worden gesteld. Hierdoor is sprake van een verplichting. Jeugd Interventie Team – begrotingspostsubsidie (€ 39.000 incidenteel 2026) Dit betreft een budgetneutrale post, die enkel is ingegeven vanuit juridische gronden die spelen voor zogeheten ‘begrotingspostsubsidies’. Voor de uitgaande subsidies is in de Programmabegroting 2025-2028 een overzicht opgenomen (in de paragraaf Verbonden partijen en subsidies).

In het overzicht zijn subsidieontvangers en bedragen vermeld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld (overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, derde lid onder c). In de loop van 2026 bleek dat voor Stichting JESS, onderdeel JIT (Jeugd Interventie Team) een te laag bedrag in het overzicht van de programmabegroting staat. Dit overzicht wordt voor 2026 aangepast voor Stichting JESS van € 125.000 naar € 164.120. Dit past binnen de financiële kaders voor de subsidies, die al zijn opgenomen in de programmabegroting bij de individuele programma’s. Doordat de dekking wordt gevonden binnen het programma zijn er per saldo geen financiële consequenties. Delft Support - actualisatie Wmo Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Gezonde en sociale stad

2026 235

2027 235

2028 235

2029 235

2030 235

Door de vergrijzing is er een duurzame toename in het aantal Wmo-meldingen, het aantal Wmocliënten en de uitvoeringskosten. De uitvoeringscapaciteit is in de afgelopen jaren niet meegegroeid met de toename van de Wmo. Er zijn verschillende maatregelen getroffen en interventies uitgevoerd om deze stijging op te vangen binnen bestaande caseload. Verdere interventies zijn niet meer mogelijk. Gegeven de wettelijke vereisten is het aantal huisbezoeken op dit moment te laag en wordt de wettelijk gevraagde brede uitvraag maar zeer beperkt uitgevoerd. De wacht- en doorlooptijden voor kwetsbare en complexe vraagstukken zijn de 17

afgelopen tijd opgelopen. Inwoners krijgen steeds vaker te laat een indicatie, met het risico dat de geboden zorg onvoldoende maatwerk is. De samenwerking met ketenpartners is onder druk komen te staan. We verwachten een toename van klachten, bezwaarprocedures, en mogelijk ingebrekestellingen/dwangsom. Ook de kans op calamiteiten en incidenten is toegenomen. Via deze begrotingsmutatie komt het budget op de omvang waarbij de wettelijk minimale vereisten kunnen worden gehaald. 3.8 Samenleven, onderwijs en cultuur Zorg en ondersteuning dichtbij inwoners Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Samenleven, onderwijs en cultuur – zorg en ondersteuning dichtbij inwoners

2026 142

2027 124

2028 124

2029 124

2030 124

Het gaat hierbij om het aanbieden van voorzieningen die laagdrempelig, goed toegankelijk, vindbaar en dichtbij inwoners zijn, zoals een inloopspreekuur of wijkcontactpunt waar inwoners terecht kunnen met vragen en vanuit een integrale aanpak ondersteund worden. Zo staan problemen als schulden vaak niet op zichzelf en kunnen deze gepaard gaan met andere uitdagingen. Dit betreft de fysieke ruimte in Delft-West die al in gebruik is en anders opgeheven zou moeten worden. Theoretisch gesproken zou hierover nog een keuze kunnen worden gemaakt, maar gezien de voorgeschiedenis en context is feitelijk sprake van een verplichting. Verder vloeit dit voort uit landelijke verplichtingen vanuit zorgakkoorden en lokaal aangenomen moties. Subsidieregeling bijdrage grote monumentale kerkgebouwen met nationale betekenis Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Investeringsbijdrage via subsidieregeling Omvang (mutatie van) kapitaallasten (bedragen x € 1.000) Kapitaallasten

2026 250 2026

2027

2028

2029

2030

2027 14

2028 14

2029 13

2030 13

De raad heeft in de vergadering van 12 maart 2026 een motie aangenomen waarin het college werd opgedragen te onderzoeken hoe de gemeente wél kan mee investeren in de gevraagde herinrichting van de Nieuwe Kerk, en de uitkomst hiervan via de Kadernota 2027 delen. Dit betreft geen (wettelijke) verplichting voor de gemeente. Vanwege de zwaarwegende redenen (de aangenomen motie) wordt hieraan invulling gegeven via een tijdelijke subsidieregeling ‘Bijdrage grote monumentale kerkgebouwen met nationale betekenis’ waarvoor een bedrag van € 250.000 wordt begroot. Een bijdrage van de gemeente kan ertoe leiden dat andere fondsen en/of subsidieverstrekkers ook financieel bijdragen. Evenals bij andere (subsidie)bijdragen aan activa van derden geldt voor deze post dat de gemeente over een te verlenen bijdrage voor de investering kapitaallasten verantwoordt. Theater De Veste (onderzoekskosten voor nadere bestuurlijke besluitvorming; budgetneutraal) De inzet is erop gericht dit budgetneutraal te dekken binnen het programma Samenleven, onderwijs en cultuur. De raad heeft bij behandeling van de ‘Financiële Strategie theater de Veste’ in juli 2025 via moties opdrachten meegegeven. Voor motie 7.2.3.A (Inzetten op ‘Theater van de Toekomst’) moet een voorstel aan de raad worden voorgelegd om het concept ‘Theater van de Toekomst’ verder te verkennen en uit te werken. 18

Voor dit onderzoek is een eenmalig werkbudget van € 100.000 per jaar nodig. Deze kosten zijn vereist om de benodigde informatie te kunnen opleveren waarvoor de bestuurlijke opdrachten vanuit de raad zijn verstrekt om tot keuzes te komen. Geluidsproblematiek OPEN Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Samenleven, onderwijs en cultuur

2026 185

2027

2028

2029

2030

Bij de Kadernota 2026 is € 234.000 vrijgemaakt om de geluidsoverlast in OPEN aan te kunnen pakken. Oorspronkelijk was de gedachte dat de uitgaven zich over twee jaren zouden uitstrekken (€ 117.000 in 2025 en € 117.000 in 2026, het eerste bedrag wordt via de jaarstukken 2025 overgezet naar 2026, omdat inmiddels helder is geworden dat alle lasten in dit jaar zullen vallen). Zoals bij de Kadernota 2026 aangegeven, betreft dit een onvermijdelijke uitgave: wanneer dit niet wordt aangepakt kan De VAK niet in het pand blijven functioneren, wat weer gevolgen heeft voor de huur die De VAK kan betalen aan DOK, en daarmee de huur die DOK kan betalen aan de eigenaar van het pand. De omwonenden ervaren al lange tijd overlast en daar moet iets aan gebeuren. Door het inmiddels genomen besluit om het Rietveld Theater te gaan verbouwen, kan een deel van de overlastgevende activiteiten van De VAK op termijn worden overgeplaatst naar het podiumkunstenpand. Voor het deel dat overblijft, moeten maatregelen worden genomen die optellen tot € 700.000. Hiervan kan DOK zelf € 150.000 bijdragen uit de reserve voor onderhoud en vervanging. Een andere bijdrage is die van de eigenaar. Deze is echter lager dan eerder aangenomen, namelijk € 100.000 in plaats van € 243.000. Voor een hoger bedrag heeft de eigenaar geen toestemming kunnen krijgen van de aandeelhouders.

Er ligt geen verplichting bij de eigenaar om hier überhaupt aan bij te dragen, dus we kunnen hier als gemeente niet meer in vragen. Voor deze bijdrage moet het huurcontract van DOK bij de eigenaar worden verlengd tot 31 januari 2040. Verder zijn de kosten nu beter ingeschat, doordat meer experts naar de plannen hebben gekeken. Dit leidt nog tot een bijstelling van de totale kosten van het project van € 650.000 naar € 700.000. Omdat DOK al in een lastige situatie zit – ook door de kostenstijgingen waar men mee te maken heeft en die niet volledig worden gedekt door de indexatie van de subsidie – is een hogere eigen bijdrage dan de genoemde € 150.000 niet mogelijk. Dit betreft bestaand beleid. Hoewel wettelijk gezien niet strikt onvermijdelijk, zijn er zwaarwegende redenen deze post in deze kadernota te verwerken. Dat vloeit voort uit eerder bestuurlijk gegeven commitment door college en raad om een oplossing te vinden voor de geluidsproblematiek. De aanvullende kosten van € 185.000 zijn op basis van een extra check door experts. Indexatie begroting Delft voor Elkaar Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Samenleven, onderwijs en cultuur Programma Financiën (dekking via stelpost Nom. Ontwikkeling)

2026 266 -266

2027 386 -386

2028 386 -386

2029 386 -386

2030 386 -386

19

Per 1 januari 2026 is Delft voor Elkaar BV een zelfstandige uitvoeringsorganisatie van de gemeente en voert met de beleidsopdracht van de gemeente het welzijnswerk uit binnen Delft. De gemeente en Delft voor Elkaar (DvE) hebben een begroting voor Delft voor Elkaar 2026 opgesteld waarbij zowel de inkomsten- (bijdrage/dekking vanuit de gemeente) als de uitgavenkant gebaseerd zijn op prijspeil 2025. Ten tijde van het opwerken van de begroting Delft voor Elkaar waren collectieve arbeidsovereenkomst (cao) en andere prijsstijgingen nog niet bekend. Hierdoor zijn verschillen ontstaan door de diverse prijsontwikkelingen (cao en materieel). Dit wordt via deze kadernota budgetneutraal gecorrigeerd. Financiële dekking hiervoor is beschikbaar in de stelpost Nominale ontwikkeling. Onderwijshuisvestingsprogramma (OHP) 2026 en 2027 Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Samenleven, onderwijs en cultuur Programma Financiën – mutatie reserve Onderwijshuisvest. Omvang baten (bedragen x € 1.000) Programma Financiën – mutatie reserve Onderwijshuisvest. Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Vervangen dakbedekking gymzaal (25 jaar afschrijven) Eerste inrichting OLP en meubilair (10 jaar afschrijven) Omvang (mutatie van) kapitaallasten (bedragen x € 1.000) Progr. Samenleven, onderwijs en cultuur: kapitaallasten (worden gedekt binnen OHP-budget, budgetneutraal) Progr.

Financiën: dekking (reserve-mutaties)

2026 51 2026 -51 2026 102 116 2026

2027 440 -440 2027

2028 110 -110 2028

2029 110 -110 2029

2030

2027

2028

2029

2030

2027 16

2028 16

2029 16

2030 16

-16

-16

-16

-16

2030

Onderwijshuisvestingsprogramma 2026 De totale uitgaven voor het OHP 2026 zijn € 171.462 voor voorzieningen ten laste van de exploitatie. In de Programmabegroting 2026-2029 (programma Samenleven, onderwijs en cultuur) is exploitatiebudget opgenomen van € 120.295 voor de uitvoering van dit beleid. In de reserve Onderwijshuisvesting zitten voldoende middelen voor aanvullend budget van € 51.167 ter dekking van het verschil tussen de exploitatie-uitgaven die volgen uit het OHP 2026 en het in de begroting 2026 beschikbaar gestelde budget. In de college-oplegger is opgenomen dat via de Kadernota 2027 voorgesteld wordt het aanvullend benodigde budget van € 51.167 te onttrekken aan de reserve Onderwijshuisvesting. Dit is een raadsbevoegdheid. Onderwijshuisvestingsprogramma 2027 Schoolbesturen hebben de jaarlijkse aanvragen voor het onderwijshuisvestingsprogramma 2027 voor 1 februari 2026 ingediend. De aanvragen worden getoetst aan de verordening. De vaststelling door het college vindt eind 2026 plaats. Uit de eerste toets blijkt dat de te verwachten kosten voor het OHP 2027 hoger uitkomen dat het direct beschikbare budget. Het betrof de afgelopen jaren voornamelijk vergoedingen voor bewegingsonderwijs en eerste inrichting. Dit jaar zijn veel aanvragen ingediend voor ‘Ingebruikname bestaand gebouw’.

Dit gaat over kosten die gemaakt moeten worden om een gebouw vaak tijdelijk geschikt te maken voor onderwijs bij nieuwbouw of renovatie. Dit speelt bijvoorbeeld sterk in Tanthof, waar de ontwikkeling gaande is van zes basisscholen in twee wijken naar de nieuwbouw van twee en één school per wijk. Hiervoor zijn verhuizingen en samenvoegingen nodig om de nieuwbouw op de plaats van een oude school mogelijk te maken. 20

Het speelt ook bij een groeiende school als De Nieuwe Maan en voor het gedeeltelijk huisvesten van de Internationale Schakelklassen in het bestaande Grotius College. Daarnaast heeft het Stanislas College Westplantsoen recht op uitbreiding vanwege de groei van het aantal leerlingen in de afgelopen jaren. Het schoolbestuur Lucas Onderwijs had hiervoor al een aantal jaar geleden zelf noodlokalen geplaatst. Vanaf 2025 komen de huurkosten van jaarlijks ruim € 100.000 voor rekening van de gemeente. Voor het OHP 2026 is € 51.167 nodig. Voor het OHP 2027 eenmalig € 440.000 in 2027 en voor de huisvesting van Stanislas Westplantsoen in 2028 en 2029 nog € 110.000. In de reserve Onderwijshuisvesting is nog circa € 1,1 miljoen vrij besteedbaar. De middelen die nu aangevraagd worden kunnen hieruit worden gedekt omdat dit (naar verwachting) incidenteel hogere lasten zijn. Mocht in de komende jaren blijken dat er structureel meer aanvragen komen voor het OHP-beleid dan zal een structurele aanvraag voor meer budget volgen in een volgende kadernota. School Gillis-Delfia naar voren halen Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Investering Omvang (mutatie van) kapitaallasten (bedragen x € 1.000) Kapitaallasten

2026 200 2026

2027 800 2027

2028 5.000 2028

2029 2.000 2029

2030 2030 434

De toegekende Woontop-subsidie voor de gebiedsontwikkeling Gillis-Delfia kent als voorwaarde dat de kosten uiterlijk in 2029 moeten zijn gemaakt. De Woontop-subsidie is onder meer bestemd voor het nieuwe buurtcentrum in dit gebied. Om een integrale voorziening van school en buurtcentrum te kunnen maken, moet ook de planning van de school in dit gebied naar voren gehaald worden ten opzichte van de eerdere geplande realisatie in 2031. Dit betekent concreet dat het ontwikkelproces voor zowel school als buurtcentrum medio 2026 moet starten om in 2029 gereed te zijn. Het inrichten van beide functies op twee verschillende locaties zou logischerwijs tot hogere kosten leiden. Hoewel theoretisch gesproken dit niet strikt onvermijdelijk is (het betreft bestaand beleid) en nog een keuze is te maken wordt dit vanuit de voorgeschiedenis en integrale context in deze kadernota verwerkt. Wissellocaties Onderwijs Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Samenleven, onderwijs en cultuur Omvang baten (bedragen x € 1.000) Programma Samenleven, onderwijs en cultuur

2026 475 2026 -175

2027

2028

2029

2030

2027

2028

2029

2030

De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te zorgen voor voldoende adequate onderwijshuisvesting. Op dit moment spelen vijftien projecten in verschillende stadia (initiatief, definitie, ontwerp, realisatie, oplevering). Voor diverse scholen is tijdens nieuwbouw een tijdelijk gebouw nodig, om te vermijden dat kinderen geen onderwijs krijgen. Voor de verschillende 21

locaties is gekeken naar de te verwachten kosten (€ 475.000) en opbrengsten uit verhuur (bijdrage van de scholen: € 175.000). Benodigd is dus per saldo € 300.000 incidenteel. Financieel technisch: Ring Pass kapitaallasten (n.a.v. 7e begrotingswijziging 2026) Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Saldo kapitaallasten Ring Pass

2026

2027

2028 33

2029 33

2030 33

In het raadsvoorstel ‘Herallocatie investeringskrediet ten behoeve van hockeyvereniging Ring Pass’ (incl. 7e begrotingswijziging 2026) is de aanvullende investering voor Ring Pass opgenomen. Na de ingezette dekkingen is per saldo nog € 33.000 aan kapitaallasten vanaf 2028 te ramen. Blue Birds Zoals in de raadsinformatiebrief ‘Risicobeheersing projectmanagement, fase 1’ gemeld, wordt voor deze investering rekening gehouden met een overschrijding in de orde grootte van € 5 miljoen in relatie tot (vertraging door) bodemsanering en bomenkap. De exacte omvang staat nog niet vast. Dit is daarom nader af te wegen bij de Programmabegroting 2027-2030, na een second opinion. Het uitvoeren van een extra check bij een dergelijke omvang is in lijn met de zogeheten ‘Ingrediëntennotitie risicovolle projecten’ die de raad eerder heeft behandeld. 3.9 Werk en inkomen Actualisatie BUIG Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Actualisatie BUIG

2026 -1.000

2027 -750

2028 -750

2029 -750

2030 -750

De Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten (BUIG) omvat de middelen die we vanuit het Rijk ontvangen om bijstandsuitkeringen te verstrekken. Dit budget wordt jaarlijks bijgesteld. Gezien de omvang van dit budget betekenen relatief beperkte bijstellen op rijksniveau forse budgettaire consequenties voor de gemeente. Daarnaast blijft het aantal bijstandsuitkeringsgerechtigden in Delft in relatie tot andere gemeentes en de verwachting van het Rijk laag. Dit leidt tot een geprognosticeerd voordeel van € 1 miljoen incidenteel in 2026 en vanaf 2027 structureel € 0,75 miljoen. Bijzondere bijstand Het gebruik van een aantal regelingen binnen de bijzondere bijstand lijkt op basis van de realisatie afgelopen jaar lager dan vooraf geprognosticeerd. We begroten hiervoor evenwel geen structurele vrijval. We blijven inzetten op een zo hoog mogelijk bereik van onze regelingen en verder blijven deze middelen benodigd voor armoedebestrijding waarvoor later dit jaar nadere maatregelen aan de raad worden verzonden.

22

Correctie indexatie Werkse! Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Werk en inkomen Programma Financiën (dekking via stelpost Nom. Ontwikkeling)

2026 59 -59

2027 60 -60

2028 59 -59

2029 59 -59

2030 59 -59

Conform de prestatieovereenkomst die de gemeente Delft heeft met Werkse! worden bedragen voor de te verrichten prestaties in rekening gebracht. Deze afspraken zijn inclusief de indexatie die Werkse! conform de afspraken met verbonden partijen mag maken. Dit was 3,21% voor 2026. In de begroting 2026 is ten onrechte geen rekening gehouden met indexatie van Werkse! Dit wordt budgetneutraal gecorrigeerd via de stelpost Nominale ontwikkeling in het programma Financiën. 3.10

Economie en vastgoed

Energielabels gemeentelijke gebouwen (duurzaamheid) Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Taakveld Beheer overige gebouwen en gronden

2026 150

2027

2028

2029

2030

Bij de verkoop, verhuur en oplevering van gemeentelijke gebouwen is een geldig energielabel verplicht. Deze verplichting volgt uit het Besluit energieprestatie gebouwen (EPG) en uit de Europese richtlijn over de energieprestaties van gebouwen (EPBD). De gemeente zal voor 51 objecten het energielabel moeten herijken (inclusief 14 nieuwe labels). Voor de herijking van deze labels is aanvullend incidenteel € 150.000 in 2026 noodzakelijk. Erfpacht LAGA Omvang (mutatie van de) investering (bedragen x € 1.000) Investering

2026 568

2027

2028

2029

2030

In 2019 heeft de gemeente percelen grond gekocht aan de Nieuwe Haven. De raad heeft voor deze aankoop een krediet beschikbaar gesteld. Deze strategische grondaankoop is in 2024 onderdeel geworden van de grondexploitatie ‘Kop van de Nieuwe Haven’. De grond is per 8 september 2025 uitgegeven aan Laga. Dit heeft geleid tot een administratieve boeking van de grondwaarde op de balans in 2025. De administratieve verwerking van de interne levering van de grond in het erfpachtbedrijf betekent dat sprake is van een investering. Voor een investering is een raadsbesluit nodig. Dit leidt niet tot consequenties voor de exploitatiebegroting; op grond wordt immers niet afgeschreven. Onderzoek eigendomsscenario object Omvang lasten (bedragen x € 1.000) Programma Economie en vastgoed

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16978352/1