Jaarverslag handhaving Participatiewet IOAW en IOAZ 2021
Tekst van het document
Jaarverslag handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2021
Inhoudsopgave 1. Inleiding ..................................................................................................................................................... 2 2. Handhaven, hoe en waarom .................................................................................................................. 2 3. Preventie ................................................................................................................................................... 3 4. Het opleggen van een maatregel of een boete ................................................................................... 4 5. Het opsporen van fraude: de sociale recherche ................................................................................ 6 6. Ontwikkelingen ...................................................................................................................................... 11 Bijlage 1: De verplichtingen binnen de Participatiewet ...................................................................... 12
1. Inleiding Dit jaarlijkse verslag beschrijft de resultaten van het handhavingsbeleid in 2021 van de gemeente Delft op het gebied van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers ( IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) . In dit verslag gaan we kort in op wat handhaven inhoudt. We rapporteren over preventie, het opleggen van maatregelen en boetes en de opsporing van fraude. Door het gebruiken van gelijke kengetallen wordt een beeld gegeven van de ontwikkelingen vanaf 2018. In Delft vinden we het belangrijk dat iedereen mee kan doen aan de samenleving. Via Werkse! en jongerenacademie spannen we ons in om zo veel mogelijk mensen naar werk of scholing te begeleiden of een andere zinvolle dagbesteding te bieden. Waar nodig ondersteunen we mensen met een inkomen. Om ervoor te zorgen dat de uitkeringen terecht komen bij de mensen die er recht op hebben, handhaaft de gemeente bij overtredingen van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. In de desbetreffende wetten staat beschreven hoe gemeenten moeten handhaven Hierin is weinig ruimte voor beleidsvrijheid. Het huidige beleidsplan handhaven liep tot en met 2020. Het Rijk is op dit moment bezig met een herijking van de Participatiewet.
Naar verwachting zal dat ook gevolgen hebben voor de manier waarop gemeenten de wet moeten handhaven. Als de wetswijzigingen van kracht zijn zullen wij een nieuw beleidsplan handhaven schrijven. Tot die tijd blijven wij werken conform het beleidsplan handhaven 2018-2021.
2. Handhaven, hoe en waarom Uitkeringsgelden zijn gemeenschapsgelden. Het is belangrijk dat uitkeringen terecht komen bij burgers die daar recht op hebben. Niet alleen om zorgvuldig met gemeenschapsgeld om te gaan, maar ook voor het behoud van solidariteit en een breed draagvlak binnen de samenleving voor de sociale zekerheid. Naast het recht op een uitkering staan verplichtingen voor uitkeringsgerechtigden. Handhaving bestaat uit zowel preventieve als repressieve acties om de naleving van regels te vergroten. Handhaven begint daarom met goede en begrijpelijke gesprekken over rechten en plichten; voorlichting en informatie, zowel mondeling als schriftelijk (inclusief internet). Verder gaat het om een zodanige dienstverlening dat mensen zich zo gemakkelijk mogelijk aan hun verplichtingen kunnen houden. Daar waar gedrag niet wijzigt geven we waarschuwingen, of leggen we een maatregel of geven we een boete. Tot slot gaat handhaven ook over het opsporen van uitkeringsfraude. Het beleidsplan Hoogwaardig Handhaven dateert van 4 Januari 2018 (registratienummer 3063918) . Het concept ‘hoogwaardig handhaven’ is enkele jaren geleden uitgewerkt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de gemeenten. Net als het eerdere beleidsplan is dit een beleidsplan gebaseerd op 4 pijlers: 1. Een goede dienstverlening. 2. Een goede informatievoorziening. 3.
Daadwerkelijke controle op de naleving. 4. Sanctioneren als geconstateerd is dat regels zijn overtreden.
2
3. Preventie Goede informatie vermindert het onbewust overtreden van regels. Belangrijk is dat bijstandsgerechtigden weten wat zij van de gemeente kunnen verwachten en wat de gemeente van hen verwacht. Dit is een belangrijk onderdeel van alle contacten die de gemeente met nieuwe en bestaande bijstandsgerechtigden heeft. De gemeente Delft communiceert op verschillende manieren, zoals: - Persoonlijke contacten tussen consulenten en bijstandsgerechtigden. - Website www.delft.nl. - Stadskrant. - Klantenkrant (Delft actief). - Social media zoals Facebook en Twitter. De gemeente communiceert steeds in zo eenvoudig mogelijk Nederlands. Alle potentieel nieuwe bijstandsgerechtigden krijgen bij de uitkeringsaanvraag informatie over de verschillende mogelijkheden van inkomensondersteuning. Naast mondelinge uitleg reikt de gemeente de ‘Spelregels van een uitkering’ uit. Een in eenvoudig Nederlands opgestelde bijlage over rechten en plichten. De bijlage is ook beschikbaar in het Engels, Arabisch en Eritrees. Ook op de website van de gemeente staan alle rechten en plichten die verbonden zijn aan een uitkering in eenvoudig Nederlands uitgelegd. Bij de aanvang van de uitkering Snelheid is cruciaal, hoe sneller een aanvrager duidelijkheid heeft over de aangevraagde uitkering hoe minder neiging er zal zijn om regels te overtreden.
Daarom werkt de gemeente na de eerste melding al aan de aanvraag, met als doel om na het tweede gesprek de aanvraag zo snel mogelijk af te handelen. De wettelijke termijn om een uitkeringsaanvraag af te handelen is 8 weken. De gemeente wil uitkeringsaanvragen echter sneller afhandelen, liefst binnen 4 weken. In 2021 werd 68% van de normale aanvragen binnen 4 weken afgehandeld. 89% van de aanvragen werd afgehandeld binnen 8 weken. Daar waar sprake is van termijnoverschrijding is dit bijna altijd een gevolg van informatie die door de cliënt niet (tijdig) wordt geleverd. Er is ook een verkorte procedure. Deze is van toepassing als de uitkering van een cliënt voor een korte periode is beëindigd. Omdat veel gegevens nog actueel zijn wordt dit snel afgehandeld. Deze aanvragen werden allemaal (100%) binnen 4 weken afgehandeld. Volgens de wet moet de gemeente de jongere (tot 27 jaar) die een uitkering aanvraagt een zoekperiode opleggen. Gedurende een periode van 4 weken moet hij of zij een aantal opdrachten doen, in eerste instantie gericht op de mogelijkheden van verdere scholing. Is scholing niet mogelijk dan zijn de opdrachten gericht op het vinden van algemeen geaccepteerde arbeid1.
1
Deze opdrachten bestaan onder andere uit het verrichten van een aantal sollicitaties, het bijwerken van een Curriculum Vitae, het inschrijven bij verschillende uitzendbureaus etc.
3
Als gevolg van de coronacrisis is door het Rijk de wettelijk verplichte zoekperiode voor jongeren vanaf maart 2020 tijdelijk stopgezet en kwam er een nieuwe procedure: een snelle aanvraag waarbij geen zoekperiode meer voorkomt.2 De aanvraag wordt daarbij snel behandeld, waarna de jongere direct naar Werkse! wordt gestuurd, zodat het reintegratietraject snel kan worden opgestart. Sinds 1 oktober 2021 geldt de zoekperiode voor jongeren weer. Voor personen boven de 27 jaar werd in Delft ook een zoekperiode opgelegd van 2,5 week. Doel van deze werkwijze is cliënten direct na een beroep op een uitkering meer te activeren om actief op zoek te gaan naar werk. Sinds de start van de coronacrisis in 2020 is deze zoekperiode voor 27+’ers afgeschaft. Ook voor aanvragen bijzondere bijstand geldt dat de cliënt zo snel mogelijk moet weten waar hij aan toe is. Om de snelheid van afhandeling te vergroten kent de gemeente voor een aantal producten een digitale aanvraagprocedure. Het aantal producten dat op deze wijze wordt aangeboden wordt steeds verder uitgebreid. Geholpen door al beschikbare digitale informatie hoeft de cliënt nog weinig informatie zelf aan te leveren en kan een aanvraag snel worden afgehandeld. Indien de betrokkene onvoldoende digitaal vaardig is, bestaat altijd de mogelijkheid om op een andere manier (papier) een aanvraag in te dienen.
De Formulierenbrigade van Delft voor Elkaar helpt inwoners bij hun aanvraag indien zij niet in staat zijn om formulieren zelfstandig in te vullen.
4. Het opleggen van een maatregel of een boete Het verschil tussen een maatregel en een boete De Participatiewet en IOAW/IOAZ kennen diverse verplichtingen. De belangrijkste verplichtingen zijn de arbeids- en re-integratieplicht, de medewerkingsplicht en de inlichtingenplicht. Een overzicht van deze verplichtingen is opgenomen in bijlage 1. Indien bijstandsgerechtigden arbeids-, re-integratie- of medewerkingsverplichtingen niet nakomen, volgt een maatregel3. Een maatregel is een tijdelijke verlaging van de uitkering. Een maatregel is bedoeld om het gedrag van de bijstandsgerechtigde te veranderen (reparatoir). Een andere verplichting is de inlichtingenplicht. De cliënt moet de gemeente (ook uit eigen beweging) alle informatie verstrekken die noodzakelijk is voor het bepalen van het recht op een uitkering (en de hoogte van de uitkering). Bij een schending van de inlichtingenplicht is, volgens de wet sprake van fraude. Bij overtreding van deze verplichting moet de gemeente een boete opleggen. Een boete is bedoeld als straf (punitief). Wanneer er geen sprake is van een benadelingsbedrag of het benadelingsbedrag is lager dan € 150,00, mogen we eenmalig volstaan met een waarschuwing.
2 3
Kamerstukken II 2020/21, 35 557, nr. 8 Artikel 18, tweede lid, Participatiewet: Het college verlaagt de bijstand overeenkomstig de verordening, bedoeld in
artikel 8, eerste lid, onderdeel a, ter zake van het niet nakomen door de belanghebbende van de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet, met uitzondering ……………..
4
In de periode van 2012 tot 2015 had de gemeente te weinig geld om de uitkeringen te betalen. Daarom kreeg zij van het ministerie extra geld, een zgn. Meerjarige Aanvullende Uitkering (MAU). Een voorwaarde was een strikte naleving van de regels. Daarom had de gemeente een strenge maatregelverordening die consequent werd toegepast. Ook toen de gemeente geen MAU meer nodig had, werd nog steeds wel van de gemeente verwacht dat zij de wet nauwgezet volgde. Inmiddels zijn de ideeën over handhaving in het sociaal domein aan het verschuiven. Aansluitend daarop werd er in de praktijk al veel minder streng gehandhaafd. In 2021 is de maatregelverordening aangepast aan de praktijk en is de mogelijkheid tot het geven van een schriftelijke waarschuwing verruimd. De nieuwe maatregelverordening is 1 juni 2021 is van kracht.4 Dit heeft geleid tot een daling van het aantal maatregelen en een stijging van het aantal opgelegde waarschuwingen. In 2020 kregen we te maken met de coronacrisis. Als gevolg hiervan werden er veel minder handhavings- en maatregelonderzoeken uitgevoerd. In 2021 was er nog steeds sprake van de coronacrisis, maar werden er wel weer meer handhavings- en maatregelonderzoeken uitgevoerd. Als gevolg hiervan is er in 2020 een sterke daling te zien in de cijfers, terwijl er in 2021 weer een stijging zichtbaar is. Tabel 1: aantal opgelegde waarschuwingen, boetes en maatregelen
Aantal waarschuwingen
2018
2019
2020
2021
Waarschuwingen KCC
34
32
30
61
Waarschuwingen BO
70
86
38
69
Waarschuwingen Werkse!
0
0
0
16
Totaal aantal waarschuwingen
104
118
68
146
13%
-42%
115%
% stijging of daling t.o.v. voorgaande jaar
Er is sprake van een stijging in het aantal afgegeven waarschuwingen (115%). Deze stijging komt vooral door de hierboven genoemde beleidswijziging sinds juni 2021. We geven nu vaker een waarschuwing voordat we een maatregel of boete opleggen. Aantal maatregelen Arbeids- en re-integratieplicht Inschrijvingsplicht Tekortschietend besef verantwoordelijkheid Totaal aantal maatregelen
2018 213 0 21
2019 167 0 20
2020 138 0 16
2021 66 0 22
234
187
154
88
Er zijn in 2021 minder maatregelen opgelegd dan in de jaren daarvoor. Dit heeft te maken met het gewijzigd beleid.
4
Maatregelverordening Participatiewet 2021
5
Aantal boetes Aantal boetes (informatieplicht) Totaal boeten en maatregelen, excl. waarschuwingen % stijging of daling t.o.v. voorgaande jaar
2018 180
2019 60
2020 34
2021 127
414
247
188
215
-40%
-24%
14%
Er is een stijging zichtbaar in het aantal opgelegde boetes. In 2021 zijn er door de afdeling Bijzonder Onderzoek meer handhavingsonderzoeken uitgevoerd dan in 2020. Dit verklaart waarom er in 2021 ook meer boetes zijn opgelegd dan in 2020. Ten opzichte van 2019 is er ook een stijging te zien. In 2019 was er helaas veel sprake van verzuim, waardoor er minder onderzoeken werden uitgevoerd. Ten opzichte van 2018 is er wel een daling in het aantal opgelegde boetes zichtbaar.
5. Het opsporen van fraude: de sociale recherche Wat is fraude? Een van de verplichtingen voor uitkeringsgerechtigden is de informatieplicht. De cliënt moet de gemeente alle wijzigingen in zijn situatie melden die van belang zijn voor het vaststellen van het recht, c.q. de hoogte van een uitkering. Als een cliënt zijn informatieplicht niet nakomt dan is dit volgens de wet fraude. Volgens de Fraudewet gaat het om: het niet, niet tijdig, niet juist of niet volledig verstrekken van informatie. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt tussen bewust of onbewust (foutje, vergeten, niet bekend) frauderen. Constateert de gemeente dat een cliënt de informatieplicht heeft geschonden en er teveel uitkering is verstrekt, dan moet zij een boete opleggen. Deze boete is afhankelijk van de hoogte van het te veel ontvangen bedrag, de mate van verwijtbaarheid en de financiële mogelijkheden van de cliënt. In juridische zin is een boete anders dan een maatregel. Op het moment dat er een gegrond vermoeden is van gepleegde fraude met een benadelingsbedrag zetten we de afdeling Bijzonder Onderzoek (BO) in. In eerste instantie verrichten de bijzonder controleurs een administratief vooronderzoek. Als na dit onderzoek het vermoeden van fraude niet is weggenomen, en er meer onderzoek noodzakelijk is dan nemen de Sociaal Rechercheurs dit onderzoek over.
Als belangrijk verschil met andere handhavingsactiviteiten binnen de Participatiewet, de IOAW en IOAZ van de gemeente is dat de afdeling BO zich richt op het vaststellen van een misdrijf.
6
Wat heeft het opgeleverd? Tabel 2: overzicht resultaten sociale recherche
2018
2019
2020
2021
Aantal behandelde zaken
179
114
48
70
% stijging of daling t.o.v. voorgaande jaar
3%
-33%
-138%
46%
Totaalbedrag opgelegde terugvorderingen
277.557
117.959
142.955
319.319,97
-58%
17%
123%
% stijging of daling t.o.v. voorgaande jaar
Als gevolg van de coronacrisis waarbij zoveel mogelijk thuis gewerkt moest worden, konden er zeker in 2020 veel minder onderzoeken worden gedaan door de sociaal rechercheurs. In 2021 steeg het aantal behandelde zaken weer, maar ook in dat jaar was er door gedeeltelijke lockdowns minder onderzoek mogelijk in 2021 Tabel 3: gevolgen voor de uitkering
2018
2019
2020
2021
Aantal beëindigde uitkeringen
64
40
15
34
Aantal aangepaste uitkeringen
43
8
5
3
Ongewijzigd (fraude reeds beëindigd)
35
46
21
15
Uitkering was al beëindigd
14
8
5
14
Overig (geen fraude vastgesteld of er is nog geen uitkering toegekend)
23
12
2
3
TOTAAL
179
114
48
70
-33%
-138%
46%
% stijging of daling t.o.v. voorgaande jaar
Als er sprake is van fraude kan dat gevolgen hebben voor de uitkering. In sommige gevallen wordt de uitkering beëindigd. In andere gevallen vordert de gemeente alleen het te veel ontvangen bedrag terug. Dit kan bijvoorbeeld als de frauduleuze gedraging is gestopt en iemand voldoet nog wel aan de voorwaarden voor het recht op bijstand. Als iemand recht houdt op een uitkering maar wel moet terugbetalen houdt de gemeente maandelijks 5% op de uitkering in voor aflossing van de schuld. Een andere situatie doet zich voor als de uitkering is beëindigd. Dan vordert de gemeente het bedrag dat iemand teveel aan uitkering heeft gekregen terug, vermeerderd met de door de gemeente afgedragen belastingen als het gaat om een terugvordering over een vorig boekjaar. Daar bovenop moet de gemeente ook een boete overwegen.
7
Wanneer de uitkering wordt beëindigd, vordert de gemeente de ten onrechte verstrekte bijstand in één keer terug. Is terugbetaling in één keer niet mogelijk dan wordt een betalingsregeling getroffen. In die zaken waarin geen fraude werd vastgesteld, gaat het vrijwel altijd om zaken waarbij de gemeente al bij de intake, dus voordat een uitkering wordt toegekend, constateert dat de gegevens en de verklaring van de cliënt niet kloppen. Omdat er nog geen geld is verstrekt, is er nog geen sprake van fraude zijn. Een uitkering kost de gemeente rond de € 14.600, = bruto per jaar, exclusief uitvoeringskosten en exclusief daaraan gekoppelde kosten zoals de kosten van re-integratie, bijzondere bijstand etc. Dat betekent dat de gemeente door het opsporen van fraude en het als gevolg daarvan beëindigen van uitkeringen een aanzienlijk bedrag aan gemeenschapsgeld bespaart. Aangifte De gemeente doet aangifte het Openbaar Ministerie als het fraudebedrag hoger is dan € 50.000, - of wanneer er sprake is van recidive5. Dit is een richtlijn van het Openbaar Ministerie. In dat geval blijft een boete door de gemeente achterwege. De aangifte kan leiden tot een strafrechtelijke vervolging. In 2021 is er geen aangifte gedaan vanwege fraude. Tabel 4: Aantal aangiftes (bron CBS)
Aantal aangiftes
2018
2019
2020
2021
1
0
0
0
Een van de doelstellingen van het handhavingsbeleid is de geconstateerde regelovertreding zo snel mogelijk op te sporen. Dat geldt ook voor fraudes. Daarmee voorkomen we dat de cliënt geconfronteerd wordt met hoge vorderingen die kunnen leiden tot een strafblad. Een strafblad werkt belemmerend bij het zoeken naar werk.
Tabel 5: Duur van de fraude (bron CBS)
Duur van de fraude
2018
2019
2020
2021
Korter dan 1 maand
49
30
10
12
1-6 maanden
63
66
15
37
6-12 maanden
18
18
4
4
1-2 jaar
4
0
0
3
Meer dan 2 jaar
2
0
2
4
Overig
43
0
17
10
Totaal
179
114
48
70
De meest voorkomende duur van fraude ligt tussen de 1 en 6 maanden. Er zijn slechts enkele gevallen waarin fraude langer duurt dan een jaar.
5
Aangifte kan, ongeacht het bedrag ook worden gedaan als er sprake is van recidive of een combinatie met andere strafbare feiten.
8
Meldingen van fraude De medewerkers van Bijzonder Onderzoek hebben een groot extern netwerk. De lijnen met de politie en het Openbaar Ministerie zijn kort. In de afgelopen jaren hebben zij hun netwerk verder uitgebreid. Dit met het doel (vroegtijdig) informatie over mogelijke fraude te ontvangen en ook om snel te kunnen schakelen wanneer fraude wordt geconstateerd. Partners als woningbouwverenigingen geven signalen door aan medewerkers van Bijzonder Onderzoek. Het integraal Handhavingsteam binnen Bijzonder Onderzoek legt zich onder andere toe op het nader beoordelen van uitkeringsaanvragen. In de meeste gevallen zijn er geen bezwaren om een uitkering toe te kennen, maar soms is er aanleiding tot het vragen van aanvullende informatie, dan wel dat geconstateerd wordt dat de aanvrager zou frauderen als de aanvraag werd toegekend. Meldingen over mogelijke fraude komen uit veel bronnen. Het grootste deel van de meldingen is afkomstig van het Inlichtingenbureau. Dit gaat meestal om ‘witte fraudes’, omdat dit bestaande registraties koppelt. Andere bronnen zijn onder andere medewerkers van de gemeente en burgers. Niet alle meldingen kunnen worden onderzocht. Daarom worden meldingen geprioriteerd. Meldingen van partijen die in het verleden het meest terecht bleken, krijgen een hogere prioriteit dan andere meldingen. Tabel 6: bron fraudemeldingen van 2018 tot en met 2021
2018
2019
2020
2021
fraude vastgesteld
geen fraude vastgesteld
fraude vastgesteld
geen fraude vastgesteld
fraude vastgesteld
geen fraude vastgesteld
fraude vastgesteld
geen fraude vastgesteld
Inlichtingenbureau
49
12
34
0
11
1
32
1
Intern Consulenten (inkomen, werk, sociaal team en overig)
52
11
16
4
5
6
8
3
Burgers anoniem brief en kliklijn
4
12
12
19
5
8
14
5
Eigen waarneming
2
3
4
0
1
0
3
0
Belastingdienst en FIOD
1
0
0
0
0
0
0
0
Politie en Openbaar Ministerie
14
3
5
6
2
1
1
2
Woningbouw
5
1
10
4
5
1
0
0
UWV
0
0
0
0
0
0
0
0
Andere gemeente
0
1
0
1
1
0
0
0
Overig
2
3
9
2
1
0
1
0
Totaal
129
46
90
24
31
17
59
11
Bron melding
9
Alle meldingen worden beoordeeld. Ook anonieme meldingen. Ook deze worden onderzocht waarbij de gemeente zich heel goed realiseert dat veel van deze meldingen worden gedaan om anderen bewust in een kwaad daglicht te stellen. Het voornaamste doel van bijzonder onderzoek is het achterhalen van de waarheid, zodat duidelijk kan worden vastgesteld of er wel of geen sprake is van fraude. Zoals eerder aangegeven is in veel gevallen het onderzoek een uitsluitend administratieve aangelegenheid, uitgevoerd door de bijzonder controleurs. Als een dergelijk administratief onderzoek wordt gedaan en er wordt een fout geconstateerd , dan wordt de cliënt daarvan op de hoogte gesteld. Tot slot kan een onderscheid worden gemaakt naar het type fraude. Het grootste aantal fraudes heeft betrekking op het verzwijgen van ‘witte’ inkomsten. Omdat dergelijke werkzaamheden in verschillende registraties zijn opgenomen, zoals die van het UWV en de belastingdienst, worden deze fraudes over het algemeen snel opgespoord. Andere vormen van fraude, zoals ‘zwarte inkomsten’ of ‘partnerfraude’ zijn niet terug te vinden in andere basisregistraties en daardoor veel moeilijker op te sporen. In de onderstaande tabel vindt u een overzicht. Tabel 7: overzicht type fraudeonderzoeken (bron CBS)
Soort fraude Verzwegen witte inkomsten Verzwegen zwarte inkomsten Verzwegen vermogen of inkomen daaruit Onjuiste opgave woonsituatie Partnerfraude Anders6 Totaal
2018 69
2019 35
2020 12
2021 35
18
19
9
9
1
2
1
1
34
35
15
8
17 40 179
11 23 114
6 5 48
10 7 70
De meest voorkomende vorm van fraude is het verzwijgen van witte inkomsten (50%). Deze fraude wordt voornamelijk via signalen van het inlichtingenbureau kenbaar gemaakt bij de gemeente. Uit de bron van de fraudemeldingen blijkt ook al dat de meeste meldingen afkomstig zijn van het Inlichtingenbureau. Dit verklaart het hoge percentage verzwegen witte fraude. Met uitzondering van 2020 is deze vorm van fraude de afgelopen jaren altijd de meest voorkomende geweest.
Voorbeelden van ‘anders’ zijn fraude met identiteitspapieren, domicilie (verblijf in een andere gemeente), inwonende kinderen met inkomen, verblijf in detentie zonder melding etc. 6
10
6. Ontwikkelingen De Participatiewet is continu in ontwikkeling. Op het gebied van fraudeaanpak in de sociale zekerheid worden vanuit het ministerie ook bepaalde wijzigingen verwacht.7 Er wordt voorgesteld om van de nu verplichte terugvordering bij fraude een bevoegdheid te maken. Daarnaast wordt voorgesteld om van de verplichting om een boete op te leggen in geval van fraude een bevoegdheid te maken. De verwachting is dat het nieuwe kabinet deze wijzigingen zal gaan doorvoeren. Dit zal gevolgen hebben voor de fraudeaanpak binnen de gemeente Delft.
7
Kamerstukken II 2020/21, 34 352, nr. 213
11
Bijlage 1: De verplichtingen binnen de Participatiewet Aan het recht op een uitkering zijn verplichtingen verbonden. Deze worden onderverdeeld in de geüniformeerde en de niet-geüniformeerde verplichtingen. De geüniformeerde verplichtingen zijn enkele verplichtingen die met de invoering van de Participatiewet zijn opgenomen in de wet. De maatregelen die de gemeente moet opleggen bij schending van een deze verplichtingen zijn in de wet vastgelegd. De niet-geüniformeerde verplichtingen zijn verplichtingen die zijn opgenomen in de wet maar waarbij gemeenten de invulling bepalen, alsmede de hoogte van de maatregel bij het schenden van de verplichting. De hoogte van de maatregel hebben gemeenten vastgelegd in de lokale afstemmingsverordening (of zoals in Delft de maatregelverordening). a. De niet –geüniformeerde verplichtingen; de gevolgen van het schenden van deze verplichting is geregeld in de lokale maatregelverordening. Dit zijn de volgende verplichtingen: 1. Het tonen van voldoende verantwoordelijkheidsbesef voor de voorziening in het bestaan (artikel 18, tweede lid van de Participatiewet). 2. De plicht om mee te werken aan arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet). Deze plicht bestaat uit twee verplichtingen: - De arbeidsplicht: de plicht om te proberen werk te krijgen en aan te nemen.
Hiertoe hoort ook het inschrijven als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf, tenzij iemand van die verplichting ontheven is (artikel 9, eerste lid, onder a) - De re-integratieplicht: de plicht gebruik te maken van de re-integratiemogelijkheden van het college, en zich houden aan de afspraken die hierover zijn gemaakt. Het college houdt hierbij rekening met de persoonlijke situatie van een uitkeringsgerechtigde (artikel 9 ,eerste lid onder b). Voor jongeren tot 27 jaar gelden op dit punt nog enkele specifieke verplichtingen. Een van de verplichtingen is dat de jongere tijdens de zoekperiode van vier weken de plicht heeft om aantoonbaar te zoeken naar werk. Ook moet hij de mogelijkheden onderzoeken om een opleiding te volgen in het reguliere onderwijs. 3. De medewerkingsplicht (artikel 17, tweede lid Participatiewet). Het college kan een uitkeringsgerechtigde medewerking vragen voor de uitvoering van de wet, bijvoorbeeld doordat een uitkeringsgerechtigde: - toestemming geeft voor een huisbezoek; - meewerkt aan een psychologisch of sociaal medisch onderzoek. 4. Het meewerken aan een tegenprestatie (artikel 9, eerste lid onder c) Het college kan de uitkeringsgerechtigde opdragen als tegenprestatie naar vermogen voor een uitkering bepaalde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen.
Indien de uitkeringsgerechtigde dit krijgt opgedragen is hij verplicht deze werkzaamheden naar behoren uit te voeren. Het gemeentelijk beleid hieromtrent is vastgelegd in de verordening tegenprestatie 5. Een belanghebbende mag zich niet zeer ernstig misdragen tegen de met de uitvoering van de Participatiewet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden (artikel 9, zesde lid). b. De geüniformeerde verplichtingen; de consequenties van een schending van een van deze verplichting leidt tot een in de wet vastgelegd maatregel.
12
Deze verplichtingen hebben allemaal te maken met de arbeids- en re-integratieplicht. Deze verplichtingen betreffen (artikel 18, vierde lid): o het behouden en aanvaarden van werk, o het ingeschreven staan bij een uitzendbureau, o als men gaat verhuizen naar een andere gemeente eerst proberen werk te vinden in de nieuwe gemeente, o voor het verkrijgen van werk wordt een reistijd van 3 uur per dag acceptabel geacht, o bereid te zijn te verhuizen naar een andere gemeente als iemand daar werk kan krijgen, o het behouden van kennis en vaardigheden, o je zodanig te kleden en te gedragen zodat dit geen belemmering is voor het verkrijgen van werk, o het gebruik maken van een voorziening. Tweede lid Als de uitkeringsgerechtigde één van deze verplichting niet nakomt dan moet het college een maatregel opleggen. De hoogte van de maatregel is 100% van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand. Dit staat in artikel 18, vijfde lid van de wet. c. Bijzondere verplichtingen op grond van artikel 55 en 57 van de Participatiewet. De gevolgen van het schenden van deze verplichting is geregeld in de lokale maatregelverordening. In artikel 55 en 57 is geregeld dat het college een uitkeringsgerechtigde enkele bijzondere verplichtingen kan opleggen. Zo biedt artikel 55 de mogelijkheid de verplichting op te leggen om een medisch onderzoek of een specifieke behandeling te ondergaan.
Artikel 57 staat dat wanneer een uitkeringsgerechtigde of een gezin een uitkering ontvangt, het college hem kan verplichten om mee te doen aan budgetbeheer. Het college kan ook namens een uitkeringsgerechtigde bepaalde betalingen (bijvoorbeeld voor de vaste lasten) doen, als zij denkt dat hij dat zelf niet kan. Als een uitkeringsgerechtigde of gezin weigert mee te werken, kan het college een maatregel opleggen. d. De informatieplicht: de consequentie van het schenden van de informatie is het opleggen van een waarschuwing of boete, overeenkomstig de Fraudewet (artikel 18a P-wet) De informatieplicht (artikel 17, eerste lid WWB). Naast de eerdergenoemde verplichtingen is er ook de informatieplicht. Een uitkeringsgerechtigde is verplicht het college te informeren over zaken die van invloed kunnen zijn op het re-integratieproces of het recht op bijstand. Hij moet zo'n verandering binnen twee weken doorgeven; hiervoor is een wijzigingsformulier beschikbaar. Ook via de balie of digitaal kunnen wijzigingen worden doorgegeven. Hieronder valt ook de identificatieplicht. Het schenden van de informatieplicht valt sinds 2013 echter niet onder de lokale maatregelverordening. Met de invoering van de Fraudewet (1-1-2013) moet bij een overtreding van de informatieplicht een boete worden opgelegd (en dus geen maatregel).
13