Isolatieplan Delft 2023
Tekst van het document
12%
(waarvan 2.525 voorlopig en 71 definitief ) Label F
5.406
10%
(waarvan 2.524 voorlopig 48 definitief ) Label G
4.591
9%
(waarvan 3.686 voorlopig en 25 definitief ) Onbekend
1.147
2%
Totaal
53.663
100%
Tabel 10: Energielabels van de Delftse woningvoorraad.
Aantal woningen
label D-E
label F
label G
Totaal woningen
< 1945
2.144
3.945
3.482
11.520
1946-1964
3.714
616
766
6.072
1965-1974
6.782
740
313
11.080
1975 – 1991
2.477
105
30
12.041
1992 – 2005
152
0
0
4.531
0
0
0
6.188
> 2006 Tabel 11: Energielabels naar bouwperiode.
Type woning Onderstaande tabel geeft een overzicht van de energielabels per type woning. Aantal woningen
label D-E
label F
label G
Totaal woningen
Hoogbouw
12.559
1.785
3.639
34.560
Tussen
1.868
3.140
385
13.219
2-1 kap / hoek
748
419
430
4.436
Vrijstaand
91
57
133
631
Overige woningtypes
3
5
4
817
Tabel 12: Energielabels naar woningtype.
29
Type eigenaar Onderstaande tabel geeft een overzicht van de energielabels naar type woningeigenaar.
Wijk Onderstaande tabel geeft een overzicht van de energielabels per wijk.
Aantal woningen
Aantal woningen
label D-E
label F
label G
Totaal woningen
Particuliere koopwoningen
1.304
2.412
951
12.604
Particuliere verhuurders
1.230
592
1.036
label D-E
label F
binnenstad
1.081
1.062
4.549
Vrijenban
1.213 1.775 1.286
Delftse Hout Tanthof west
Beleggers
1.144
191
433
5.011
Hof van Delft
Koopwoningen in een VvE (< 8 leden)
1.477
243
1.145
3.889
Voordijkshoorn
Koopwoningen in een VvE (> 8 leden)
1034
57
155
3.058
Woningcorporaties
9.080
1.911
871
23.405
Onbekend Tabel 13: Energielabels naar type woningeigenaar.
1.147
label G Totaal woningen 1.915
6.340
707
555
4.576
1.401
1.417
6.142
184
114
5.643
6
6
11
149
441
0
3
3.787
404
87
30
3.034
Voorhof
4.332
358
264
7.497
Buitenhof
3.209
418
64
6.957
Abtswoude
0
2
2
12
Schieweg
19
3
26
764
Wippolder
1.484
612
685
6.937
19
40
31
120
Tanthof oost
Ruiven Tabel 14: Energielabels in de wijken.
30
Buurt, warmte-uitvoeringsplan Onderstaande tabel geeft een overzicht van de energielabels per buurt die zijn aangewezen voor een potentieel warmte-uitvoeringsplan (WUP).
Energiearmoede Onderstaande tabel geeft een overzicht van de type woningeigenaren en de bijbehorende energielabels.
Aantal woningen
Aantal woningen met energie-armoede
label D-E
label F
label G
Totaal woningen
1.143
496
254
1.893
Particuliere verhuurders
552
310
230
1.092
Beleggers
296
72
109
477
2.383
750
758
3.891
237
59
73
369
label D-E
label F
label G
Totaal woningen
Rode Dorp
212
6
0
488
Particuliere koopwonin-
Gillisbuurt
516
105
8
655
gen
Aart van der
368
85
51
564
Leeuwbuurt Juniusbuurt
158
0
0
371
Woningcorporaties
Fledderusbuurt
196
2
0
495
Onbekend
Buitenhof Noord
631
283
55
1.826
Mythologiebuurt
391
38
7
1.201
TU Noord
44
12
50
556
1.316
80
130
1.758
316
0
0
317
Kuyperwijk Zuid
602
54
31
944
Multatulibuurt
387
17
39
659
TU Campus
271
6
25
1.916
Roland Holstbuurt Reinier de
Tabel 16: Energielabels van huishoudens met energie-armoede en type woningeigenaar.
Graafbuurt
Tabel 15: Energielabels in de kandidaatbuurten voor een WUP.
31
Bijlage B: Randvoorwaarden isoleren In deze bijlage staan de randvoorwaarden die van belang zijn bij isoleren.
B1. Standaard en Streefwaarden De Standaard is een advies voor de isolatiegraad voor een woning. De isolatiegraad van een woning wil zeggen hoeveel energie er nodig is om een woning te verwarmen, uitgedrukt in energiegebruik per jaar per vierkante meter vloeroppervlak. De isolatiegraad van een woning is afhankelijk van het isolatie niveau van de vloer, gevel, ramen, dak, kierdichting én het ventilatiesysteem. Als een woning voldoet aan de Standaard hoeft een woning niet later nog een keer geïsoleerd te worden om aardgasvrij te kunnen verwarmen. Niet elke woning heeft dezelfde Standaard. De Standaard van een type woning hangt af van het bouwjaar, type woning en de compactheid (verhouding transmissieverlies- en woonoppervlak). Streefwaarden zijn advieswaarden voor de isolatiegraad van één enkel bouwdeel. Deze geven aan wanneer het bouwdeel (zoals dak, vloer of gevel) zeker ‘toekomstig’ bestendig is en dus zeer goed geïsoleerd is.
Het verschil met het energielabel is dat de Standaard & Streefwaarden alleen betrekking hebben op de verwarmingsvraag van een woning. Het energielabel betreft et jaarlijkse energieverbruik van een woning. Het voordeel van het praten over de Standaard & Streefwaarden is dat dit meer zegt over het isolatieniveau dan een energielabel. Een huis met slechte isolatie en veel zonnepanelen kan een hoog energielabel hebben. Het gevaar is dat we dit soort woningen niet meenemen in een isolatiestrategie. De Standaard wordt per 2050 verplicht voor de gebouwen van woningcorporaties. Voor alle andere panden blijft dit een advies. De hoogte van de Standaard en Streefwaarden is weergeven in de onderstaande tabellen.
Formule Standaard Woningtype
Voorstel Standaard Compactheid Netto (A ls /A g) warmtevraag (kWh/m2)
Eengezinswoningen,
< 1,00
= 60
voor 1945
≥ 1,00
= 60 + 105 * (Als/Ag - 1,0)
Eengezinswoningen,
< 1,00
= 43
na 1945
≥ 1,00
= 43 + 40 * (Als/Ag - 1,0)
Meergezinswoningen,
< 1,00
= 95
voor 1945
≥ 1,00
= 95 + 70 * (Als/Ag - 1,0)
Meergezinswoningen,
< 1,00
= 45
na 1945
≥ 1,00
= 45 + 45 * (Als/Ag - 1,0)
Tabel 17: de Standaard.
32
Woningonderdeel
Isolatie
Dak
Rc 8 m2K/W (ongeveer 35cm isolatie)
Vloer
Rc 3,5 m2K/W (ongeveer 14cm isolatie)
Gevel
Rc 6 m2K/W (ongeveer 26 cm isolatie)
Paneel
1,4 W/m2K (geïsoleerd)
Ramen en kozijnen
1,0 W/m2K (Triple glas in nieuwe kozijnen)
Voordeur
1,4 W/m2K (geïsoleerd)
Ventilatie
gebalanceerde ventilatie met warmte terugwinning of sturing op toe- of afvoer door CO2-meting.
Kierdichting
qv;10=0,4 dm3/sm2 (verbeterde kierdichting van ramen en deuren en aansluiting gevel en dak door een professional).
Tabel 18: de Streefwaarden.
B2. Wet natuurbescherming Bij isolatiemaatregelen is de Wet Natuurbescherming (Wnb) van belang. Artikel 3.1 Wnb geeft enkele verboden weer, zoals het opzettelijk doden en het verstoren of vernielen van (de nesten van) dieren. Een voorbeeld hiervan is een vleermuis in een spouwmuur.
B3. Bouwbesluit De gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen die staan in het bouwbesluit van 2012. De eisen hebben te maken met veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid, milieu en energiezuinigheid en zijn terug te vinden via deze link.
B4. Milieu-impact van de toegepaste materialen De meeste isolatiematerialen hebben een lage milieu-impact. Dat wil zeggen dat de impact op het milieu van de productie en installatie van het materiaal al snel is terugverdiend door de energiebesparing die het oplevert. Er zijn echter twee materialen die wel een hoge milieu-impact hebben, namelijk schapenwol en gespoten PUR met HFK als vloerisolatie. Schapenwol zorgt voor meer stikstof in de bodem, waardoor de biodiversiteit afneemt. Bij de PUR met HFK wordt er 20 keer zoveel broeikasgassen uitgestoten als bij steenwol of glaswol. De milieu-impact van isolatiemateriaal is terug te vinden in de Nationale Milieudatabase. Hierin is de milieu-impact uitgedrukt in een MilieuKostenIndicator (MKI). Bij een hoge MKI is er sprake van een hoge milieu-impact (zoals bij schapenwol) en bij een lage MKI juist andersom.
33
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl Maart 2023
34