CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

Investeren in de toekomst van Delft - 31 maart 2022 5132287

Commissie Algemeen 19 mei 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief BMC-rapport ‘Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft’ (2151996).8.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Investeren in de toekomst van Delft Perspectieven en instrumenten voor een duurzame culturele infrastructuur 18 maart 2022

1

Inhoud 1. Aanleiding

3

2. De beoogde groei: denken in stapstenen

4

-

Vertrekpunt 2021: het Cultuurkader

-

Perspectief 2040: de (gebieds)ontwikkeling van Delft

-

Perspectief 2040 in cultureel opzicht

-

Van 2021 naar 2040: vier stapstenen

3. Eerste stapsteen (2022): herstel na corona -

De belangrijkste gevolgen van de coronacrisis

-

Coronasteun gericht op herstel en transitie

-

De voornaamste opgaven voor de komende jaren

9

4. Tweede stapsteen (2023-2026): de basis op orde

13

5. Derde stapsteen (2027-2039): verbreden en verdiepen

16

6. Vierde stapsteen: perspectief 2040

17

-

De rol van de creatieve klasse

-

De werkers in de kenniseconomie

-

De aantrekkelijke stad

-

Synthese

7. Een mengpaneel om te bedienen

20

Bijlage 1: Feiten en cijfers over de Delftse cultuurbegroting

23

Bijlage 2: Consequenties van invoering van Fair Practice voor Delft

24

Bijlage 3: Inzichten over vestigingsklimaat

25

Bijlage 4: bronnen

29

Vertrouwelijk 2

1

Aanleiding: ambities van Cultuurkader en de realiteit van nu Op 18 november 2021 is het Cultuurkader Delft 2021-2030 door de gemeenteraad vastgesteld. Het Cultuurkader zet voor de langere termijn een stip op de horizon en geeft een beeld van hoe cultuur bijdraagt aan de fysieke, sociaalmaatschappelijke en economische ontwikkeling van de stad. Het Cultuurkader is uitgewerkt langs de programmalijnen Meedoen met cultuur, Stedelijke aantrekkelijkheid en Cultuur en innovatie (zie pag. 4). Het cultuurkader is opgesteld tijdens de coronapandemie – een tijd waarin de cultuursector en cultuurbeleving onder grote druk staan. Ook een periode waarin de financiële ruimte beperkt is. De gemeente heeft stevige keuzes gemaakt (en in de komende jaren nog te maken) om financieel in balans te zijn. In het cultuurkader is daarmee rekening gehouden. Het Cultuurkader ging gepaard met een bezuiniging op het structurele budget voor cultuur in de periode 2021-2024: voorzien is dat het budget in 2024 bijna € 1,2 mln. lager zal zijn dan thans (€ 11,1 mln. nu naar € 9,9 mln.). Echter: het cultuurkader kijkt ook vooruit. Delft wil cultuurstad blijven, ook na de pandemie. De ambitie voor de langere termijn is groot. In 2040 zal Delft qua aantal inwoners met 18% zijn gegroeid tot naar verwachting 120.000+ inwoners. Er moeten 15.000 woningen en 10.000 banen bij komen volgens de Omgevingsvisie Delft 2040.

En om deze groei te faciliteren zijn moderne, hoogwaardige voorzieningen nodig. Op cultureel gebied staat Delft voor een grote opgave: er moet groei worden bewerkstelligd vanuit een positie van achterstand (= basis niet op orde, zie pag. 13). Dit maakt een effectief corona herstelbeleid urgent.

In deze verkenning geven wij aan wat er nodig zou zijn om de ambities toch te realiseren, ondanks de huidige budgettaire krimp op de gemeentelijke budgetten en de financiële gevolgen van de coronamaatregelen voor de cultuursector. We gaan daarbij in op:

• De beoogde groei • De uitgangssituatie (coronacrisis) • Het mengpaneel dat kan worden benut bij het herstelbeleid en daarna. De verkenning is gebaseerd op diverse recente studies. Deze noemen we de steunpilaren van dit document: ze zijn met links opgenomen in de bijlage. 3

2

De beoogde groei: denken in stapstenen Vertrekpunt 2021 Het Cultuurkader De doelen van beleid sluiten aan bij de kernwaarden in de Omgevingsvisie (zie hierna)

4

Perspectief 2040: de (gebieds)ontwikkeling van Delft Delft is op weg naar een stad van 120.000+ inwoners, met woningen in o.a. Delft Campus en Schieoevers-Noord. Een specifiek kenmerk van Delft is de grote studentenpopulatie. In de Omgevingsvisie Delft 2040 (vastgesteld in 2021) worden de kernwaarden van Delft benoemd: • Delft is historie. De monumentale binnenstad, de musea en het erfgoed geven Delft zijn bijzondere karakter. • Delft is technologie, innovatie en creativiteit.

• Delft is een verbonden stad: de kracht van Delft is de verbinding van historie met technologie, innovatie en creativiteit. Deze kernwaarden vormen ook voor het cultuurbeleid de richtpunten voor de komende twee decennia. Een citaat uit de samenvatting van de Omgevingsvisie (p. 7): “Om de positie van de historische en culturele stad te versterken, investeert Delft in kwalitatieve cultuurvoorzieningen, attracties, evenementen, een verantwoorde ontwikkeling van toerisme en in het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Delft koestert zijn erfgoed en zet ook bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen in op het doorvertalen van de rijke historie van Delft. Erfgoed in Delft is bekend en ‘beleefbaar’, waar je ook bent in de stad. Dit lange termijnperspectief is tevens verankerd in andere gemeentelijke documenten zoals de ‘Agenda 2040’, het rapport ’Delft, Parel in de Randstad’ (Deetman) en ’Bouwen aan een duurzaam Delft, strategische keuzes op weg naar 2040’.

Voorts is vermeldenswaard dat dit perspectief nauw samenhangt met de lobby van Delft om de centrumfunctie meer erkend te krijgen wat betreft (de uitkering die ontvangen wordt uit) het Gemeentefonds. 5

De gebiedsontwikkelingen

Tot 2030

In de Omgevingsvisie en in de Agenda 2040 worden de ambities van Delft benoemd. De opgaven die hieruit voorvloeien worden op stadsniveau zichtbaar in een aantal grote gebiedsontwikkelingen. Op enkele locaties in de stad is er sprake van een stapeling van opgaven en (deel)plannen. Deze plannen bevatten een combinatie wonen, werken, voorzieningen, openbare ruimte en infrastructuur. Delft kent in de periode richting 2030 en daarna vijf grote gebiedsontwikkelingen die zich in verschillende fases bevinden. De gemeente Delft werkt aan een stadsprogramma met daarin een uitwerking van: 1.

Nieuw Delft

2.

Schieoevers

3.

TU Delft Campus Zuid

4.

Reinier de Graaf Junius

5.

DSM Biotech Campus

Na 2030

In deze gebieden vindt de komende tien jaar het grootste deel van de groei van Delft plaats, zowel qua aantal woningen als banen. In de komende periode moet er ook worden voorgesorteerd op de ontwikkelingen na 2030. Voorbeelden van gebieden waarvoor dit speelt zijn: 1.

Het gebied van de Kruithuisweg

2.

De zone Beatrixlaan in samenhang met Voorhofdreef en Buitenhofdreef.

3.

De verdere groei van de universiteit

6

Perspectief 2040 in cultureel opzicht

Zes kenmerken van een bloeiend cultureel ecosysteem

Wat zijn de perspectieven op lange termijn?

b. Productieklimaat en talentontwikkeling

Als wij de kernwaarden van de Omgevingsvisie (historie, technologie, innovatie, creativiteit en de verbonden stad) uitwerken, dan betekent dit in cultureel opzicht voor 2040 dat:

c. Culturele clusters en netwerken d. Stedenbouwkundige kwaliteit en diversiteit

• De culturele voorzieningen moeten passen bij een stad van 120.000+ inwoners, waaronder veel studenten.

f. (Behoud van) cultureel erfgoed

a. Een pluriform cultuuraanbod

e. Een lokale overheid met ambitie op cultureel gebied

• De stad steeds meer een centrumfunctie vervult. • De stad aantrekkelijk moet zijn voor kenniswerkers. • Het cultureel ‘ecosysteem’ goed moet zijn. • De creatieve cycli moeten (op deelterreinen) goed functioneren. NB: de onderdelen ‘produceren’ en ‘presenteren’ (podia, presentatieruimten en festivals) zijn in Delft de schakels die zwakker zijn (bron: Culturele Infrastructuur Delft. Een verkenning, Berenschot, 2021) Wat moet er concreet worden gerealiseerd (zie de stapstenen, pag. 8)? 1. Faciliteiten en ruimte (letterlijke en figuurlijk) voor kunstenaars en meer algemeen een verder ontwikkeld beleid om zelfstandige creatieven aan te trekken en vast te houden. 2. Voldoende budget voor culturele festivals/evenementen om een regionale of zelfs landelijke aantrekkingskracht te hebben. 3. Nieuwbouw Theater de Veste inclusief een multifunctionele vlakke vloerzaal van 250 stoelen/800 staanplaatsen voor theater en (pop-) muziek. 4. Cultuuraanbod in de wijken, met bijzondere aandacht voor Buitenhof en Voorhof (waar het cultuurbereik kan worden verbeterd). 5. Toereikende exploitatiebudgetten voor de culturele instellingen.

Wat als er niets gebeurt? Dan is het risico groot dat de ambitie 2040 niet wordt gerealiseerd. • Het aantal inwoners en de huizenvoorraad groeien, de inflatie stijgt, maar het cultuurbudget slinkt in 2021-2024 met meer dan 10%.

• Uit vergelijkend onderzoek (Berenschot, Culturele Infrastructuur Delft, 2021) blijkt dat Delft per inwoner minder aan cultuur uitgeeft dan steden van circa 120.000/125.000 inwoners. • Als we het VNG-ringenmodel op Delft toepassen, dan zien we redenen voor Delft om de basis op onderdelen te versterken (zie verder pag. 13). 7

Van 2021 naar 2040: vier stapstenen

4e stapsteen 3e stapsteen 2e stapsteen 1e stapsteen (2022) “Corona voorbij” Meedoen met cultuur • Fase van herstel en transitie na corona Stedelijke aantrekkelijkheid • Verbouw Rietveld Theater Cultuur en innovatie • Meer steun voor de zelfstandige creatieven (met aandacht voor de FPC)

(2023-2026) “De basis op orde” Meedoen met Cultuur • Versterking/verbreding van de cultuurhuizen in enkele wijken • Toepassing Codes Stedelijke aantrekkelijkheid • Nieuw filmhuis Lumen • Ontwikkeling popklimaat • Verbouwing Museum Prinsenhof • Theater de Veste: basis op orde in verband met kostenstijgingen en afweging nieuwbouw • Integraal plan cultuur in de fysieke ruimte Cultuur & innovatie • Ondersteuning C&I-platform • Ontwikkelen broedplaatsenbeleid

(2027-2039) “Verbreden en verdiepen” Meedoen met cultuur • Bestaande evenementen versterken met een streven naar een regionale of zelfs landelijke uitstraling. Stedelijke aantrekkelijkheid • Nieuw Theater De Veste incl. middenzaal, mogelijk in Schieoevers-Noord. • En ook: inbedding Lijm & Cultuur in Schieoevers. Cultuur & innovatie • Faciliteiten en ruimte (letterlijk en figuurlijk) voor creatieven.

(2040 e.v.)

“Perspectief 2040” Meedoen met cultuur • Voorzieningen voor iedereen Stedelijke aantrekkelijkheid • Aantrekkelijke stad met een historische kern. Cultuur & innovatie • Stad van technologie, innovatie en creativiteit. (Omgevingsvisie 2040, Samen investeren in Delft, Agenda Delft 2040)

3

Eerste stapsteen (2022): herstel na corona Over de impact van de coronacrisis op de culturele sector van Delft valt veel te zeggen. Wij beperken ons hier tot:

De belangrijkste gevolgen Een landelijke analyse wijst uit dat de cultuursector op diverse manieren wordt geraakt door de coronacrisis.

a.

Een korte weergave van de belangrijkste gevolgen.

b.

De scenario’s voor de toekomst gegeven de onzekerheden van dit moment.

•

Geen of weinig uitingen, ook als expressiemiddel en reflectie op ontwikkelingen.

•

Verlies van vaardigheid, ambachtelijkheid, ook fysiek.

c.

Een aanduiding van de voornaamste opgaven voor de komende jaren.

•

Negatieve maatschappelijke effecten, zoals verlies van inclusie, cohesie, eenzaamheid.

•

Onbenutte productie-en ontwikkelcapaciteit.

•

Verlies van leden bij verenigingen. Daar waar al sprake was van transitie (denk aan de koorsector) raakt dit in een stroomversnelling.

Culturele kaalslag

Personele knelpunten • Verlies van werkgelegenheid, met name voor zelfstandigen. • Verlies van cultureel kapitaal. • Verlies van deskundigheid.

• Verlies van vrijwilligerscapaciteit. Financiële problemen • Verlies van eigen inkomsten door terugvallende publieksinkomsten (entreegelden en horeca), daarnaast ook minder verhuur. • Mogelijk negatief exploitatieresultaat op jaarbasis – afhankelijk van reserves en noodsteun. • Gebrek aan investeringsruimte voor voorfinanciering van nieuwe producties maar ook voor onderhoud en andere reserveringen. 9

Coronasteun richten op herstel en transitie Ontvangen bedragen vanuit Rijk en Provincie (bedragen x € 1.000)

De VNG heeft gemeenten tien essentiële tips gegeven om op korte termijn werk te maken van herstel en transitie van het lokale culturele ecosysteem. Op de volgende slide staan deze tien punten benoemd. Wij situeren dit in de periode 2022-2024: de eerste stapsteen. Daarmee is herstel en transitie de belangrijkste opgave voor het komende college van B. en W.

Wij adviseren om de tien opgaven zoveel mogelijk te omarmen en daarmee aan de slag te gaan als eerste stapsteen richting 2040. Daarbij adviseren wij om álle noodsteun die beschikbaar is gesteld (en nog beschikbaar komt) in te zetten voor de ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. Bijgaand overzicht geeft hier nader inzicht in.

Rijksmiddelen voor lokale cultuur uit het Gemeentefonds Junicirculaire 2020 Septembercirculaire 2020 Decembercirculaire 2020 Septembercirculaire 2021 Totaal vanuit het Rijk: Bijdrage provincie Zuid-Holland Totaal Aanwendingen tbv cultuur: Raadsbesluit kwijtschelding huren (het aandeel van culturele instellingen; benadering vanuit totaalbesluit van 510K) Raadsbesluit 2e coronarapportage Inzet tbv tekort Museum Prinsenhof 2020 Raadsbesluit 4e coronarapportage: Verkenning amateurkunst Scenarioverkenning herstel cultuursector Raadsbesluit 5e coronarapportage: Inzet tbv tekort Museum Prinsenhof 2021 Raadsbesluit Programmabegroting 2022 De Veste Raadsbesluit 6e coronarapportage: • Extra inzet KCC tbv evenementen • Motie activiteiten OPEN

2020 397 389

786 218 1.004

2021

2022

Totaal

1.356 322 1.678 1.678

2.682

190 382 5

25 336 67 15

30

Aandeel culturele sector in bredere voorstellen (kosten gebaseerd op tot dusver bekende opgaven) Culturele organisaties: tijdelijke subsidieregeling maatsch. instellingen

542

PM

Culturele organisaties: subsides sociaal en ment. welzijn

105

PM

Makersregeling

134

PM

1.162

117

Totaal

303

875

2.154 10

De voornaamste opgaven voor het herstel (2022) In de gids van VNG en Berenschot (2022) worden tien opgaven benoemd die centraal staan in het herstelbeleid. Veel hiervan doet Delft al. Hieronder geven we de opgaven weer, op de volgende pagina vertalen we deze naar de Delftse situatie: 1.

Samen met het culturele veld de schade inventariseren. Het oude normaal komt namelijk niet zomaar terug: er dienen zich diverse opgaven aan. De problematiek varieert per deelsector. Een adequate verkenning van de belangrijkste knelpunten in het lokale culturele ecosysteem leidt een prioriteitenlijst, ook voor verdeling van steun. Een belangrijke prioriteit ligt sowieso bij Theater de Veste, dat de kostenstijgingen niet meer het hoofd kan bieden.

2.

De steunmiddelen gericht inzetten. Met de steungelden kan het lokale culturele ecosysteem niet alleen (deels) worden hersteld, maar ook toekomstbestendig worden gemaakt door gerichte steun aan transities en innovaties. Hier kunnen en mogen ook nog niet bestede of aanvullende (rijks)middelen voor worden ingezet.

3.

4.

De vraag naar cultuur stimuleren. Het herstel van het lokale culturele leven begint met het herwinnen van het publiek voor de diverse culturele uitingen, zoals voorstellingen, tentoonstellingen, concerten en festivals. Laat als gemeente zien wat er binnenkort allemaal weer voor moois mee te maken is voor bewoners en bezoekers.

Zorg dragen voor revitalisering van de amateurkunsten, die zwaar geraakt. We adviseren de gemeente om in gesprek te gaan met het lokale amateurleven en te zorgen voor steun op maat (financieel maar ook organisatorisch) om een herleving van de amateurkunst te waarborgen.

5.

De cultuureducatie van nieuwe impulsen voorzien. Met het oog op toekomstige creatieve vaardigheden en kunstbeoefening door amateurs en professionals, is meer aandacht en steun nodig voor binnenschoolse en buitenschoolse cultuureducatie die verder gaat dan brede kennismaking maar ook verdieping en talentontwikkeling omvat.

6.

Het aanjagen van verdere digitalisering. Dit is een van de kansrijke ontwikkelingen. De gemeente kan culturele instellingen faciliteren bij de professionalisering van het digitale aanbod en processen en bij het bouwen van benodigde digitale infrastructuur. Stimuleer daarbij dat instellingen gezamenlijk optrekken en van elkaar leren.

7.

Inzetten op de transitie van de openbare bibliotheek zodat zij zich naast haar wettelijke taken kan richten op de maatschappelijke opgaven ten aanzien van onder meer laaggeletterdheid en digitalisering, bijvoorbeeld via het Informatiepunt Digitale Overheid.

8.

Het cultureel werkkapitaal versterken. Naast de continuïteit van de instellingen zorgt steun aan werkenden sterk bij aan het culturele ecosysteem. Er kan bijvoorbeeld een permanente makersregeling worden gecreëerd, gericht op herstel van de keten creatie-productie-presentatie.

9.

Eisen stellen op het vlak van Fair Practice. Dit moet gemeengoed worden in de cultuursector, net zoals behoorlijk toezicht en aandacht voor diversiteit bij werkenden en publiek. De gemeente zou de Fair Practice Code kunnen opnemen in de subsidievoorwaarden en er rekening mee kunnen houden in prestatieafspraken en subsidiebedragen.

10. Stimuleren van een integrale benadering van het cultuurbeleid. Het streven moet zijn te komen tot een nauwe samenwerking met maatschappelijke, economische en ruimtelijke domeinen zoals vastgoed. Getracht moet worden ook in die domeinen budgetten vrij te spelen, waaronder NPO-gelden in samenspraak met het onderwijs, voor taal en kunst- en cultuureducatie. 11

Quickscan Delft, cultuur & corona: impressie en adviezen Een quickscan van het corona steun- en herstelbeleid van de gemeente Delft geeft ten aanzien van de tien opgaven een beeld. Wij verbinden daar per opgave een concreet advies aan, mede gerelateerd aan de stapsteen rond 2028 à 2030: ‘de basis op orde.’

1.

Tijdens de totstandkoming van het Cultuurkader is er veel contact geweest met het veld. Daarna is er voeling gehouden via de accounthouders. Ons advies: bevorder z.s.m. het totstandkomen van een lokale taskforce en intensiveer ook het overleg met het brede veld.

2.

Delft heeft al een deel van de steunmiddelen goed en gericht ingezet. De behoeften zijn echter groot. Ons advies: benoem thema’s (zoals noodsteun, ondersteuning van zelfstandige creatieven en actieve cultuurpromotie) en zet de resterende en nog komende steungelden volledig in, ook gericht op nieuwe ontwikkelingen.

3.

De sector heeft nieuw elan nodig, de animo bij het publiek moet weer aangejaagd worden. Ons advies: benut het moment om de inzet van Uitagenda, stadskrant en andere vormen van collectieve cultuurpromotie van een impuls te voorzien. Betrek daar zo mogelijk de marketeers van de grote instellingen bij.

4.

De amateurkunstsector heeft steun op maat nodig. Goed dat Delft een enquête uitzet om de schade te inventariseren. Ons advies: ga daarna z.s.m. met vertegenwoordigers van het amateurveld om de tafel.

5.

De animo voor cultuureducatie is tijdens de coronacrisis verflauwd maar trekt nu weer aan, zowel bij (potentiële) deelnemers als bij scholen. Ons advies: betrek dit bij de impulsen aan de collectieve cultuurpromotie.

6.

Organisaties hebben sterk ingezet op digitalisering. Ons advies: onderzoek wat moet worden behouden of zelfs verder worden uitgebouwd. Besteed hierbij vooral aandacht aan de erfgoed-organisaties. En: breng de bibliotheek in positie om digibeten te ondersteunen (via het IDO en het cursusaanbod in samenwerking met het volwassenenonderwijs).

7.

De openbare bibliotheken lijken een versnelde transitie door te maken: de uitleningen dalen, de dienstverlening aan burgers groeit. Ons advies: stuur en steun de bibliotheek om de transitie naar sociaal-culturele service-organisatie te maken, met behoud van de wettelijke taken (ontmoeting en debat, taal-, kunst- en cultuureducatie, ontsluiting van informatie en leesbevordering).

8.

Het ‘cultureel werkkapitaal’ heeft sterk onder de coronamaatregelen geleden. Goed dat Delft een breed onderzoek gaat uitvoeren naar de zzp-ers in de stad. Ons advies voor de korte termijn: continueer de Makersregeling, verbreed deze zo mogelijk (in overleg met het veld) en besteed bij de cultuurpromotie ook aandacht aan het werven van (nieuwe en vertrokken) vrijwilligers. Ons advies voor de langere termijn: maak beleid op het aan Delft binden van zelfstandige creatieven en begin met een onderzoek naar wat daarvoor nodig is.

9.

De makers hebben het zwaar gehad, dus alle reden om na te denken over ‘fair practice’. Zie bijlage 2. Ons advies: verhoog in de komende jaren geleidelijk de exploitatiesubsidies richting ‘de basis op orde’. Dat past ook bij de ambitie voor 2040.

10. Cultuur raakt aan economie, ruimtelijke inrichting en sociale vraagstukken. Delft maakt werk van ‘stedelijk programmeren’. Ons advies: zie vooral ruimtelijke ontwikkeling (zowel in het stadscentrum als in de wijken) als middel om integraliteit te bewerkstelligen. 12

4

Tweede stapsteen (2023-2026): de basis op orde In maart 2021 voerden wij ter voorbereiding van het Cultuurkader een verkenning uit van de Delftse culturele infrastructuur. In de Verkenning halen we het VNG-model aan voor de culturele infrastructuur van gemeenten. Het model laat zien hoe die infrastructuur afhankelijk is van meerdere factoren en dat de allerbelangrijkste factor het budget is waarover de gemeente vrij kan beschikken (afkomstig uit het Gemeentefonds). Het model onderscheidt drie niveaus van gemeentelijke culturele infrastructuur, gedifferentieerd naar zes culturele disciplines. De ‘grenzen’ tussen de drie niveaus liggen bij 30.000 en bij 100.000 inwoners. Wat betekent ‘de basis op orde’? De uitdrukking ‘de basis op orde’ heeft betrekking op de culturele infrastructuur gerelateerd aan de grootte van de gemeente. Voor Delft (103.000 inwoners) betekent het dat de gemeente tenminste alle voorzieningen zou moeten hebben die horen bij de culturele infrastructuur van een middelgrote gemeenten (tussen de 30.000 en 100.000 inw.). We kunnen dit aanduiden als de basisinfrastructuur van Delft. En daarnaast kan de gemeente als zij op cultureel gebied ambitieus is nog specifieke keuzes maken wat betreft de culturele voorzieningen die horen bij een 100.000-plus gemeente.

In onze verkenning concludeerden wij dat Delft qua culturele infrastructuur zeker nog niet op het niveau zit van een 100.000-plus gemeente. Voor een gemeente die wil doorgroeien naar 120.000 inwoners is de culturele infrastructuur – vergeleken met andere gemeenten – zelfs dun te noemen. Wij constateerden dat de infrastructuur vooral kan worden versterkt op de volgende punten: • Culturele festivals/evenementen met voldoende budget voor een regionaal of landelijk aantrekkelijke programmering; • Faciliteiten en ruimte (letterlijke en figuurlijk) voor zelfstandige creatieven (denk aan beeldend kunstenaars, maar ook aan andere scheppende kunstenaars) en meer algemeen een verder ontwikkeld beleid om creatieven aan te trekken en vast te houden. • Een multifunctionele middenzaal/vlakke vloerzaal van 250 stoelen/800 staanplaatsen voor theater en muziek.

• Meer zaalcapaciteit voor de vertoning van kwaliteitsfilms. Zwakke schakels Verder gaven wij het advies om bij het nadenken over het op ‘orde brengen van de basis’ de creatieve cyclus (zie pag. 7) te betrekken. Bezien vanuit die cyclus zijn de onderdelen ‘produceren’ (werk- en oefenruimten) en ‘presenteren’ (podia, presentatieruimten en festivals) in Delft de schakels die zwakker zijn. Als erop wordt ingezet om de basis te versterken dan is er veel voor te zeggen om juist op deze schakels in te zetten. 13

De basis op orde - vervolg De tweede stapsteen wordt relevant ná de fase van herstel van de coronacrisis. Wij houden hiervoor de periode 2023-2026 aan, die samenvalt met de eerstkomende collegeperiode. Willen de derde en vierde stapsteen gehaald kunnen worden, dan moet het “op orde brengen” van de basis omstreeks 2026 zijn voltooid. In het Cultuurkader staat hierover meer. Daarin worden de volgende zaken concreet genoemd:

Deze opsomming laat zien dat het bij ‘de basis op orde’ gaat om: • het voor de basisinfrastructuur op peil brengen en houden van de reguliere exploitaties (in de vorm van hogere subsidies); • investeringen in bouw en verbouw en incidentele impulsen aan initiatieven.

In het komende jaar moet er verder worden onderzocht wat er structureel en incidenteel nodig is. Ons advies is om structureel meer budget beschikbaar te stellen voor:

Basis op orde

• Het verankeren van de cultuurhuisformule in enkele wijken.

Meedoen met Cultuur • Cultuurhuis verankeren in enkele wijken • Toepassing gedragscodes (i.h.b. Fair Practice)

• Theater de Veste: basis op orde i.v.m. kostenstijgingen.

Stedelijke Aantrekkelijkheid • Ontwikkeling popklimaat • Verbouwing Museum Prinsenhof Delft tot een toekomstbestendig museum • Theater de Veste basis op orde in verband met kostenstijgingen • Afweging nieuwbouw Theater de Veste • Integraal plan cultuur in de fysieke ruimte • Verdere ontwikkeling onderscheidend aanbod, o.a. in stille periodes en met themaperiodes

Cultuur & Innovatie • Ondersteuning C&I-platform • Onderzoek ontwikkelen broedplaatsenbeleid

• Het uitvoeren van de ambitie zoals verwoord in de Notitie beleid beeldende kunstorganisaties 2022-2025 (“Wij stellen ons tot doel om de beeldende kunstorganisaties nóg beter te verankeren in ons beleid en in de stad zodat een breder publiek én een meer diverse groep inwoners wordt betrokken bij een kwalitatief hoogwaardig beeldend kunstaanbod“). Hiervoor is tenminste het op zuivere wijze matchen van de rijksbijdrage (€ 150.000) noodzakelijk, anders valt dit budget op termijn weg. • Het toepassen van de gedragscodes. Op verzoek van de gemeenteraad hebben wij in bijlage 3 weergegeven wat er bij benadering nodig is om de Fair Practice Code in Delft te kunnen toepassen. Duidelijk is dat de subsidies nu tekortschieten en dat niet alle organisaties aan de codes kunnen voldoen. Een stapsgewijze aanpak is nodig om op termijn invulling te geven aan de codes. • Het ondersteunen van het C&I-platform • Het verder inhoudelijk ‘laden’ van de themaperiode Cultuur & Innovatie. Daarnaast is het in deze tijd van oplopende inflatie belangrijk dat de subsidies in de periode 2023-2026 adequaat worden geïndexeerd. 14

De basis op orde - vervolg Incidenteel budget is nodig voor: • • • • • •

Het geven van impulsen aan het popklimaat De verbouwing van Museum Prinsenhof Haalbaarheidsonderzoek naar nieuwbouw Theater de Veste Het ontwikkelen van een integraal huisvestingsplan voor cultuur. Verdere ontwikkeling van een onderscheidend aanbod Onderzoek naar het faciliteren van een goed werkruimtebeleid, bv met behulp van een stedelijke werkruimteorganisatie.

Vanuit Berenschot adviseren wij om wat betreft de stapstenen 1 en 2 in ieder geval in te zetten op: • Maximale inzet van de coronasteunmiddelen, ook voor trajecten van (door)ontwikkeling en transitie. Wat ons betreft kunnen een aantal incidentele impulsen en onderzoeken (zoals naar een goed werkruimtebeleid) daarin ook meegenomen worden. • Het versterken van het organiserend vermogen in de stad. Mede door de coronacrisis zijn veel organisaties in zichzelf gekeerd geraakt. Samenwerking moet gestimuleerd worden, evenals het nemen van nieuwe initiatieven. Het is belangrijk om in de stad de culturele ‘motoren’ van nieuwe brandstof te voorzien. Daarbij gaat het om (1) platforms en netwerken, (2) panden en plekken en (3) personen op sleutelfuncties, denk aan de combinatiefunctionarissen.

• Suggesties bij het culturele veld op te halen voor het op orde brengen van de basis in de diverse deelsectoren van de cultuur. De coronacrisis heeft op elke deelsector een andere impact gehad. Om de draad weer op te pakken en de basis echt op orde te brengen is het nodig om nauwkeurig in te zoomen en met de direct betrokkenen in kaart te brengen wat er per discipline nodig is. • Daarbij ook te betrekken het beeld dat per deelsector kan worden verkregen van de toepassing van de gedragscodes.

Uiteraard kan bij een en ander ook rechtstreeks een relatie worden gelegd met de Uitvoeringsagenda die hoort bij het Cultuurkader. Belangrijk voor ‘de basis op orde’ is ook een doorkijk te maken naar de Omgevingsvisie 2040 en de ambities die dan moeten zijn gerealiseerd qua bevolkingsgroei. De gemeente Delft zal tot 2040 ongeveer 15.000 nieuwe woningen ontwikkelen. Hierdoor zal de bevolking met meer dan 30.000 inwoners toenemen. Dit betekent een aanzienlijk groter beroep op de maatschappelijke voorzieningen en derhalve een noodzaak om de capaciteit ervan uit te breiden. Als in de periode 2023-2026 de basis niet op orde wordt gebracht, zal het ‘gat’ richting de benodigde voorzieningen in 2040 alleen maar groter zijn.

15

5

Derde stapsteen (2027-2039): verbreden en verdiepen Kijken we vooruit naar de periode halverwege de jaren dertig van deze eeuw, dan is het wenkend perspectief dat Delft dan beschikt over: Meedoen met cultuur • Meer evenementen met een regionale of zelfs landelijke uitstraling

Faciliteiten en ruimte (letterlijk en figuurlijk) voor creatieven •

Zeer behulpzaam hiervoor is een stedelijke werkruimteorganisatie zoals De Plaatsmaker in Utrecht of SLAK in Arnhem. Dit is een stichting die ateliers, oefen- en presentatieruimten beheert en exploiteert en ook nieuwe (ver)bouwplannen kan initiëren en realiseren. Een organisatie die los staat van de gemeente maar wel als partner van de gemeente opereert. De SLAK in Arnhem bv beheert zo’n 600 werkruimten waarvan 30% in vast beheer is en circa 70% tijdelijk. Belangrijk is dat de organisatie professioneel is, te vergelijken met een woningbouwstichting of een stichting Stadsherstel.

•

De opbouw van zo’n organisatie met bijbehorende portefeuille kost tijd. En geld.

Stedelijke aantrekkelijkheid • Nieuw Theater De Veste incl. middenzaal, mogelijk in Schieoevers-Noord. • Inbedding Lijm & Cultuur in Schieoevers. Cultuur & innovatie • Faciliteiten en ruimte (letterlijk en figuurlijk) voor zelfstandige creatieven.

Dit zijn stuk voor stuk acties en projecten die een langere doorlooptijd hebben. Er is voorbereiding voor nodig, er zijn middelen voor nodig en het vergt politieke besluitvorming. In het overzicht hiernaast geven we weer aan welke elementen moet worden gedacht om deze stap te kunnen zetten.

Uit een BMC-rapport (2019) over de podiumkunstvoorzieningen in Delft blijkt dat de huidige huisvesting van Theater de Veste steeds minder aansluit bij de eisen van deze tijd (qua functionaliteit, comfort en beleving). Ook is het aantal stoelen te beperkt. Een upgrade van het huidige gebouw is volgens BMC niet mogelijk. Dit maakt nieuwbouw op termijn onvermijdelijk. Een podiuminfrastructuur die past bij de ambitie van Delft bestaat volgens BMC tenminste uit een nieuwe theaterzaal met een capaciteit van minimaal 800 stoelen, een multifunctionele zaal met een flexibele capaciteit (250 stoelen/800 staanplaatsen) o.a. voor (pop)muziek en een ‘vestzaktheater’ voor kleine, intieme voorstellingen.

Meer evenementen met een regionale of zelfs landelijke uitstraling •

Festivals en evenementen worden niet bedacht, maar ontstaan. Vaak dankzij de inzet van één of twee begeesterde personen met een bijzonder idee. De kunst is om die personen te vinden, te koesteren en (met financiële en ruimtelijke) middelen in de gelegenheid te stellen om een idee tot ontwikkeling te brengen. Om in 2040 enkele aantrekkelijke festivals te hebben, moet al vele jaren eerder het zaadje worden geplant en bemest.

Nieuwbouw Theater De Veste incl. middenzaal. •

De doorlooptijd van de bouw van grote accommodaties is al snel 7 tot 10 jaar. Ook dit vergt derhalve een tijdige voorbereiding. Uit een rapport van BMC blijkt dat voor de locatie gekeken moet worden naar een (her)ontwikkelings-gebied buiten het stadscentrum (bv. Schieoevers). NB: onderkend moet daarbij worden dat professionele stadstheaters overheidssubsidie vergen. Hoe groter (en moderner) het theater, hoe meer structurele exploitatiesubsidie nodig zal zijn.

Inbedding Lijm & Cultuur in Schieoevers •

Wat voor het theater geldt, geldt mutatis mutandis ook voor Lijm & Cultuur in de 16 context van Schieoevers.

6

Vierde stapsteen: perspectief 2040 De ambities van de gemeente zijn in diverse sleuteldocumenten (Omgevingsvisie 2040, Agenda 2040 e.a.) aangeduid. De formulering verschilt soms, maar in de kern komt de ambitie neer op: • Aantrekkelijke stad met een historische kern. • Stad van technologie, innovatie en creativiteit. • Delft met voorzieningen voor iedereen

Waaraan soms wordt toegevoegd (bv in de Agenda 2040 ‘Samen investeren in Delft’) dat de ambities ook betrekking hebben op: • Goed wonen • Delft bereikbaar • Duurzaam Delft. In het concept-Stadsprogramma staat het duidelijk omschreven: “Door de bezuinigingen is het aanbod in de afgelopen jaren verschraald en is er over de volle breedte een tekort. (…) De groei van de stad vraagt nog meer (dan ‘de basis op orde’). Behalve meer buurtvoorzieningen is er ook behoefte aan uitbreiding met stedelijke voorzieningen: theater, poppodium, zwembad.” 17

Wat zegt de literatuur over cultuur in relatie tot het aantrekken van toptalent, toeristen en over een goed woonklimaat? De doelen richting 2040 en de subdoelen die daarmee samenhangen zijn stuk voor stuk goed en nastrevenswaardig. Echter, om deze doelen te bereiken zijn aanzienlijke inspanningen noodzakelijk. In de notitie Culturele Infrastructuur Delft. Een verkenning (Berenschot, 2021) wordt geschetst wat er nodig is, cq wat uit de literatuur bekend is over het aantrekken van toptalent, het trekken van toeristen en het creëren van een goed woonklimaat. In bijlage 3 hebben we dit nogmaals opgenomen. Kort samengevat komt het neer op het volgende.

Uit de onderzoeken van Marlet zijn belangrijke criteria af te leiden waaraan culturele voorzieningen moeten voldoen om ook echt de aandacht te trekken van, en een rol te spelen in de vestigingsbeslissing van economisch kansrijke bevolkingsgroepen. Investeringen in cultuur kunnen volgens Marlet de aantrekkingskracht van een stad alleen vergroten als ze worden ingezet op culturele activiteiten die: • kleinschalig en divers zijn • op een uitgekiende locatie in de stad liggen • continu beschikbaar zijn • gericht zijn op de plaatselijke bevolking. Het gaat dus om kunst en cultuur waarvan de inwoners doorlopend kunnen genieten.

Belangrijk is verder wat Marlet opmerkt over de aanwezigheid van kunstenaars in de stad. Hij signaleert dat veel beleidsmakers zich sinds Richard Florida laten leiden door de veronderstelling dat de aanwezigheid van kunstenaars in een stad er al toe leidt dat andere hoogopgeleide, creatieve mensen er ook gaan wonen – omdat die baat zouden willen hebben bij de kennis-spillovers die van de kunstenaars/ cultuurproducenten uitgaan. Marlet stelt vast dat hij voor deze hypothese geen empirisch bewijs heeft kunnen vinden. In zijn analyses heeft hij geen significant verband kunnen ontdekken tussen de aanwezigheid van kunstenaars en de groei van de werkgelegenheid. Wat hij wél heeft gevonden is een stevige relatie tussen het culturele aanbod in de stad en de werkgelegenheids-ontwikkeling. Kennelijk is het dus zo dat de culturele producten als de woonattractie gelden en niet de kunstenaars zelf. Marlet sluit hiermee aan bij een door Jane Jacobs veronderstelde causaliteit: het zijn niet de kunstenaars in oude fabriekspanden die een stimulans zijn voor een stad (of regio), maar hun culturele productie (Jacobs, 1984). Die productie en het daarmee samenhangende makersklimaat zorgt voor een voedingsbodem die ook andere vormen van creativiteit bevordert.

Voor het Delft in 2040 betekent dit: • Hanteren van een breed begrip van (broed)plaats en van cultuur • Stimuleren van culturele productie(s) • Stellen van hoge eisen aan de kwaliteit van de stedelijke woon- en werkomgeving en het voorzieningenniveau • Inzetten op culturele voorzieningen waarvan de inwoners doorlopend kunnen genieten (= woonattracties naast de deur). 18

Doelenboom richting 2040

Objecten van sturing

Kernwaarden Omgevingsvisie 2021 (zie pag. 5)

Delft is verbonden

Delft is historie

Delft is technologie, innovatie en creativiteit

Kernthema’s Cultuurkader 2021 (zie pag. 4)

Meedoen met cultuur

Stedelijke aantrekkelijkheid

Cultuur & innovatie

Perspectieven Cultuur 2040 (suggestie Berenschot)

Culturele voorzieningen voor 120.000+ gemeente

Breed en divers cultureel aanbod

Basis op orde Cultuur 2023-2026 (zie pag. 13)

Cultuuraanbod in wijken

Budget voor festivals en evenementen met bovenlokale impact

Culturele trekkers

Goed cultureel ecosysteem

Goed functionerende 'creatieve cycli' op deelterreinen

Aantrekkelijk voor kenniswerkers en niet-kenniswerkers

Investeringen in plaatselijke voorzieningen

Toereikende exploitatiebudgetten

Stimulering van creatieve producties

Faciliteiten (oa werk- en presentatieruimten) voor creatieven

19

7

Een mengpaneel om te bedienen De gemeente beschikt over een rijk en divers instrumentarium om te sturen op het bereiken van de doelen. Het best kan daarbij worden gestuurd op het onderste niveau van de doelenboom. Wij identificeren een mengpaneel met een twaalftal “schuiven” die kunnen worden bediend: 1.

Het toekennen van (structurele) subsidies

2.

Het doen van (incidentele) investeringen

3.

Het maken van sturende prestatieafspraken

4.

Het stimuleren van crowdfunding

5.

Het voeren van een toegesneden accommodatiebeleid (vastgoedontwikkeling en -beheer)

6.

Het stimuleren van cultuurdeelname (denk aan cultuureducatie, inzet van combinatiefunctionaris, collectieve cultuurpromotie et cetera)

7.

Het slechten van drempels die participatie verhinderen (bv via minimabeleid, kortingspassen, jeugdcultuurfonds)

8.

Het (ruimtelijk) faciliteren van festivals

9.

Het omarmen van initiatieven van ondernemers

11. Het voeren van interne regie (binnengemeentelijk) door het leggen van knopen tussen verschillende werkvelden (interne ambassadeursrol) 12. Het voeren van externe regie door het voeren van structureel overleg met het culturele veld. Op de volgende pagina geven we een grof beeld van hoe Delft op dit moment de schuiven bedient. Wij verbinden daar per schuif een concreet advies aan, mede gerelateerd aan het perspectief van de tweede stapsteen: ‘de basis op orde.’

10. Beleid op maat mb.t. geluid, openingstijden en overlast (Omgevingswet)

20

Mengpaneel Delft: impressie en adviezen 1.

Uit vergelijkend onderzoek blijkt dat Delft per inwoner structureel minder aan cultuur uitgeeft dan steden van circa 120.000/125.000 inwoners. Om de basis op orde te brengen moet de cultuurbegroting van Delft groeien naar ruim € 15 mln. op jaarbasis in 2028. Ons advies: neem de eigen ambitie als stad serieus en laat dan het cultuurbudget komende jaren stapsgewijs groeien. Verbreed de makersregeling en geef die een structureel karakter.

2.

Incidentele investeringen doet Delft volop in de cultuursector, al stagneert de uitvoering soms door de overspannen bouwmarkt. Ons advies: maak een lange termijn investeringsplanning gerelateerd aan de stapstenen.

3.

Op het vlak van prestatie-afspraken doet Delft het goed: de gemeente is in het culturele domein verder dan veel andere steden. Ons advies: hier en daar kan er wellicht nog een tandje bij, bijvoorbeeld om noodzakelijke transities te ondersteunen (denk aan DOK). De (indienings)termijnen zouden naar voren gehaald kunnen worden, dat creëert ruimte om aan de afspraken (nog) meer aandacht te geven.

4.

De gemeente werkt samen met Voorjebuurt om crowdfunding te bevorderen. Voorjebuurt begeleidt en geeft cursussen; de gemeente stimuleert organisaties om zich aan te melden. Er zijn zo al veel cultuurprojecten gerealiseerd.

5.

Een vastgoedbeleid dat is toegesneden op de culturele behoeften is er niet. Wel is er overleg met Vastgoed. Ons advies: intensiveer de samenwerking met Vastgoed en bevorder dat daar een assetmanager komt voor cultureel vastgoed. Streef naar een gebiedsgerichte/ wijkgerichte aanpak waarbij tijdig ruimte kan worden geclaimd voor culturele voorzieningen.

6.

‘Meedoen met cultuur’ is een belangrijk thema in het Cultuurkader. De combinatiefunctionarissen spelen een goede rol. Ons advies: een meer doelgroepgerichte benadering zou nog meerwaarde kunnen hebben. Bv gekoppeld aan intensivering van cultuurhuizen en collectieve cultuurpromotie (zie de suggesties voor het coronaherstelbeleid op pag. 12).

7.

Delft heeft gemeentelijke regelingen en faciliteiten voor minima (Delftpas, Jeugdcultuurfonds). Ons advies: bespreek met culturele instellingen wat zij zelf nog extra kunnen doen om een breed en divers publiek te bereiken.

8.

Delft heeft sinds enige tijd een aparte evenementencoördinator. Het faciliteren van festivals en evenementen verloopt behoorlijk. Ons advies: deze sector heeft zwaar geleden onder de coronamaatregelen. Overweeg incidentele steun om de ‘festivalmotor’ weer aan de praat te krijgen (zie ook pag. 12).

9.

De gemeente tracht particuliere initiatiefnemers te faciliteren. Ons advies: hou ogen en oren open voor ondernemers met innovatieve plannen en zorg voor een duidelijk ‘loket’ voor initiatieven die zich melden bij de gemeente en benader dit vanuit de mogelijkheden.

10. Per 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De wet brengt veranderingen in de geluidsnormen die gelden voor culturele activiteiten. De landelijke uitzondering voor akoestisch geluid zoals van harmonieën en fanfares verdwijnt. Dit geldt ook voor de twaalf zogeheten geluidsdagen. Delft heeft de veranderingen goed op het netvlies. 11. Cultuur staat intern goed in verbinding met andere domeinen. Ons advies: als weer meer contact op de werkvloer mogelijk, zet dan strategisch in op allianties met sleutelpersonen van andere domeinen, bijvoorbeeld gebiedsgericht.

12. Voor het Cultuurkader is er veel contact geweest met het culturele veld. In het domein van erfgoed functioneert er een platform. Ons advies: houd de externe oriëntatie vast en tracht die in de fase van herstel na corona nog te intensiveren. Stimuleer het kunstenveld eveneens tot het vormen van een platform en werk met een 21 structurele agenda.

De kunst is: de schuiven goed instellen richting de doelen van 2040 Hieronder geven we weer hoe de schuiven nu naar ons oordeel staan ingesteld. Daar waar de schuiven laag staan, zouden die omhoog kunnen. Doelen om op te sturen

Cultuuraanbod in wijken

Festivals en evenementen met bovenlokale impact

Investeringen in plaatselijke voorzieningen

Toereikende exploitatiebudgetten

Stimulering van creatieve producties

Faciliteiten (oa werk- en presentatieruimten) voor creatieven

100% 80% 60% 40% 20% 0 Subsidies toekennen

Investeringen doen

SubsidievoorAccommodaCrowdfunding waarden tiebeleid stimuleren toepassen voeren

Cultuurdeelname stimuleren

Drempels slechten

Festivals faciliteren

Private initiatieven omarmen

Beleid op maat m.b.t. geluid

Interne regie Externe regie

Bijlage 1: feiten en cijfers over de Delftse cultuurbegroting In de Berenschot-notitie over de culturele infrastructuur gaven we weer wat de programmabegrotingen zijn van andere gemeenten die nu al qua inwoneraantal op het niveau zitten waar Delft in 2040 zal zijn. Om de basis op orde te brengen moet de cultuurbegroting van Delft groeien naar ruim € 15 mln. op jaarbasis. Dit is het benodigde budget voor exploitatiesubsidies. Voorheen lag het cultuurbudget van Delft ook op dit niveau: in 2011 bedroegen de netto uitgaven nog € 15,0 mln. Wat we in de krimp van het budget terugzien zijn o.a. de forse bezuinigingen dankzij de verzelfstandiging en reorganisatie van de VAK, de kortingen op de beeldende kunst en het vaak achterwege blijven van jaarlijkse indexeringen. Het bedrag dat nodig is voor de ambities richting 2040 staat in scherp contrast met de ruim € 10 mln. die nu voor exploitatiesubsidies is geraamd voor 2025 (zie hiernaast). NB: onderstaande referentiegemeenten beschikken over de voorzieningen die passen bij hun schaalgrootte. Daarom vormen zij een goede indicatie voor wat nodig is in de situatie van Delft. Gemeente

Aantal inwoners

Netto uitgaven voor

Per inwoner

cultuur 2019 in mln.. euro's *) Dordrecht

120.000

17,8

€ 148

Maastricht

120.000

18,2

€ 152

Leiden

125.000

20,9

€ 167

Zoetermeer

125.000

15,4

€ 123

Zwolle

128.000

18,5

€ 145

104.000

11,9

€ 119

gemiddeld Delft

€ 147

*) Taakvelden: cultureel erfgoed, cultuurpresentatie (incl. cultuurproductie en

cultuurparticipatie), media en musea

In de onderstaande tabel staan de (indicatieve) bedragen die de komende jaren voor de verschillende onderdelen van cultuur zijn geraamd in de begroting van Delft (nb: deze weergave is een momentopname van januari 2022). Cultuur/media werkbudget meerjarenbegroting 2021-2025 (excl. Erfgoed Delft): inclusief laatste besluitvorming bij kadernota De VAK Media (DOK, Omroep Delft, Mediafonds) Podiumkunst (o.a. Theater de Veste, Theaternetwerk, SPOD) Beeldende kunst (o.a. 38CC, WAD, Prinsenkwartier, onderhoud kunst) NB: de gemeente ontvangt een rijksbijdrage van € 150.000 en moet die verdubbelen. De genoemde bedragen zijn inclusief de rijksbijdrage.

2021

2022

2023

2024

2025

€ 730.017

€ 730.017

€ 680.017

€ 680.017

€ 680.017

€ 4.152.492

€ 4.172.492 € 3.972.492

€ 3.772.492

€ 3.772.492

€ 1.812.029

€ 1.812.029

€ 1.812.029

€ 1.812.029

€ 1.812.029

€ 274.423

€ 274.423

€ 274.423

€ 274.423

€ 274.423

€ 3.861.806 € 3.860.295

€ 3.871.964

€ 3.857.824

Museum Prinsenhof Delft Overige cultuursubsidies (o.a. Delfts Peil, Cultuurhelden)

€ 3.756.456

Totaal

€ 11.092.503

€ 367.086

€ 160.756

€ 160.756

€ 160.756

€ 11.014.683 € 10.760.012

€ 163.916

€ 10.571.681

€ 10.557.541

NB: het budget voor Evenementen bij Economie bedraagt thans € 343.000 (waarvan € 221.000 aan subsidie voor ca. dertien basisevenementen en € 60.000 voor incidentele subsidies). De drie grootste culturele events zijn: het Fringe Festival, het Highlight Festival en het Delft Chamber Music Festival.

Per inwoner bedroegen de netto uitgaven (zonder de taakvelden archief en archeologie, maar inclusief lokale media) in 2021 € 107,=. Ter vergelijking de uitgaven voor kunst en cultuur (zonder de taakvelden monumenten, archeologie of archief) van de G9-gemeenten bedragen ca. € 165 per inwoner (bv. Eindhoven € 132). 23

Bijlage 2. Consequenties van invoering van Fair Practice voor Delft Landelijk en gemeentelijk onderzoek naar gevolgen

Meerkosten voor Delft

Het ministerie van OCW en de gemeenten Rotterdam en Den Haag hebben in 2020 onderzoek laten doen naar de gevolgen van het hanteren van de Fair Practice Code (FPC). Daaruit blijkt dat, bij gelijkblijvende bedrijfsvoering en personeelsformatie, de meerkosten voor honorering van werkenden bij culturele instellingen volgens de FCP circa 4% zijn van de personele lasten en 2% van de totale lasten. Deze meerkosten bestaan voor ruwweg de helft uit een compensatie voor onbetaald structureel overwerk en voor de andere helft uit een compensatie voor een tekortschietende beloning.

Omdat Delft vooral kleinere instellingen kent (vergeleken met de BIS), kunnen we op basis hiervan stellen dat de personele lasten gemiddeld zo’n 8 tot 10 % omhoog gaan bij invoering van Fair Practice. Bij de instellingen in Delft die vallen onder creatieve industrie, presentatie-instellingen en muziek kan het nog meer zijn, bij bepaalde instellingen wellicht zelfs 25%. Meer precieze informatie kan worden verkregen door een gerichte enquête uit te zetten onder de Delftse culturele instellingen. Daarbij zou de informatie opgehaald kunnen worden bij meerdere niveau’s: bij toezichthouders, bij directeuren en bij personeelsvertegenwoordigingen.

Meerkosten tot wel 26%

Alternatief is minder cultureel aanbod of zelfs stoppen

Uit dit onderzoek onder landelijk gesubsidieerde instellingen uit de Basisinfrastructuur (BIS) blijkt dat vooral in de deelsectoren creatieve industrie, presentatie-instellingen voor beeldende kunst en muziek de meerkosten als percentage van de personele lasten relatief hoog zijn (respectievelijk 20%, 8% en 8%). Ook zijn de meerkosten in het bijzonder bij kleinere instellingen en festivals relatief hoog. In Den Haag kwamen sommige muziekinstellingen uit op wel 26% meerkosten.

Invoering van de FPC zonder extra middelen kan echter ook leiden tot minder werkgelegenheid (minder maar beter betaalde werkplekken). Als er minder werk kan worden gedaan, zijn er minder activiteiten mogelijk. Een consequentie daarvan is dat moet worden gesneden in aanbod en programmering. Dat is eigenlijk een tegengestelde beweging aan de ambities in het Cultuurkader, waarin juist is uitgesproken dat, als het aan de culturele instellingen ligt, het aanbod vanuit de makers de komende jaren toeneemt. Als daar geen middelen voor beschikbaar zijn, ook als het gaat om de ondersteuning, kan een deel van het aanbod niet meer worden gerealiseerd. De kleine instellingen krijgen ook hun bedrijfsvoering niet rond. Intern vertrouwelijk 24

Landelijke taskforce bepleit solidariteit waar het gaat om de inzet van noodsteun De landelijke Taskforce culturele en creatieve sector wil dat noodsteun terecht komt bij alle werkenden in de sector, ook de zzp’ers, en denkt daarbij volgens de principes van de Fair Practice Code. Uitgangspunt van die door de sector en financiers gedragen code is dat iedereen verantwoordelijkheid neemt voor de eigen plek in de keten en daarbij solidair is met alle werkenden; zowel met degenen in loondienst als met zelfstandig werkzame professionals. De Taskforce stelt een trechter voor van afspraken en regelingen die met elkaar verbonden zijn, met als doel de keten van instelling en organisatie tot zelfstandig werkende in stand te houden. 1. Trickle down vanuit generieke en specifieke noodsteun - noodsteun zal door organisaties worden aangewend om werkenden, met inbegrip van zelfstandigen die werken in opdracht, te betalen. Dit kan onder meer door niet uitgevoerde opdrachten volledig te vergoeden, en door nieuwe opdrachten uit te zetten. Denk bij dat laatste aan artistiek onderzoek, carte blanche programma’s/regelingen, onderhoud, ontwikkeling etc. Ook het inhuren als tijdelijke kracht en het in dienst houden van flexwerkers behoren tot de mogelijkheden. Middelen in de periode waarvoor noodsteun wordt gegeven leiden niet tot een structurele toename van reserves bij organisaties. 2.

Regelingen voor makers - voor zelfstandig werkenden die niet in aanmerking komen voor bovenstaande, moet een beroep gedaan kunnen worden op (nieuwe) steunmaatregelen van de overheden of private fondsen, direct gericht op bijvoorbeeld makers. Hierbij gaat het o.a. om specifieke makersregelingen van de Rijkscultuurfondsen en gemeenten (zoals Delft). 3. Vangnetregeling - voor zelfstandig werkenden die niet in aanmerking komen voor de mogelijkheden genoemd onder 1 en 2, wordt een ‘vangnetregeling’ ingericht. De vangnetregeling richt zich op zelfstandig werkenden die kunnen aantonen dat opdrachten zijn weggevallen en die aantoonbaar op geen enkele andere manier aanspraak kunnen maken op compensatie of doorbetaling van hun opdrachtgever. Meer informatie over de voorgestelde vangnetregeling: https://www.kunsten92.nl/vangnetregeling-zzp-en-flexwerkers/

Intern vertrouwelijk 25

Bijlage 3. Inzichten over vestigingsklimaat De vier grote steden maakten ooit een manifest voor de kabinetsformatie van 2002. Hierin stond het concept van cultuur als magneet centraal: een magneet voor de stad en een magneet in de stad. Citaat: "Kunst en cultuur trekken mensen en bedrijven naar de stad toe. Ze maken de stad interessant en levendig. Tegelijkertijd hebben uitingen van kunst en cultuur een belangrijke samenbindende functie voor de stedelijke bevolking zelf."

Een aantal onderzoekers heeft geprobeerd hiervoor ook empirisch bewijs te vinden en trachtten de essentie van de magneetfunctie te vatten. Wij geven hier beknopt de voornaamste bevindingen weer. De rol van de creatieve klasse De Universiteit Utrecht (Sociale Geografie) bracht in 2005 alle onderzoeken samen die zijn uitgevoerd naar de relatie tussen (de aanwezigheid van) creatieve klasse en regionaal-economische groei. Het concept ‘creatieve klasse‘ is afkomstig van de Amerikaanse socioloog en regionaal econoom Richard Florida (2002). De spreiding van de creatieve klasse binnen Nederland laat volgens hen hoge concentraties zien in de Noordvleugel van de Randstad, met uitlopers in zuidelijke en oostelijke richting (over de as Utrecht-Arnhem). Dit ruimtelijke patroon gaat op voor zowel de woonlocatie als de werklocatie van de creatieve klasse. De geografen van de Universiteit Utrecht maakten uit hun analyses op dat er een positief verband is tussen creatieve klasse en nieuwe bedrijvigheid en tussen creatieve klasse en totale werkgelegenheidsgroei, maar dat deze

verbanden niet andersom opgaan. De kritiek dat de creatieve klasse zich vestigt op plekken waar al groei is, klopt derhalve niet. Het is niet meer zoals vroeger dat de werknemers zich op de plekken vestigen waar de bedrijven zijn. In de postindustriële samenleving vestigen de bedrijven zich daar waar de juiste mensen (lees: adequaat opgeleide mensen) wonen. De aanwezigheid van de creatieve klasse is dus een structurerende factor voor economische groei. Van Florida's theorie dat Tolerantie leidt tot vestiging van de creatieve klasse (Talent), wat weer zou leiden tot de ontwikkeling van Technologie (high tech werkgelegenheid) klopt volgens de onderzoekers alleen het eerste deel. Maar vervang Technologie door nieuwe bedrijvigheid en dan klopt het wel. Kortom, de creatieve regio als plek voor nieuw creatief talent en ondernemerschap gedijt het beste in een sociale sfeer van openheid en samenwerking. In het beleid is daarom een breed begrip van (broed)plaats en cultuur een randvoorwaarde om te zorgen dat creatieve steden en regio’s daadwerkelijk tot bloei kunnen komen.

De werkers in de kenniseconomie Voorlopers van Richard Florida en zijn concept van de creatieve klasse waren de Harvard-econoom Edward Glaeser (de het concept van de ‘consumer city’ muntte) en de Amerikaanse socioloog Scott Lash en zijn Britse vakgenoot John Urry. Laatstgenoemden schreven in 1994 een invloedrijk boek over een nieuwe klasse die in het tweede deel van de

26

twintigste eeuw is ontstaan, ‘the knowledge class’. De groei van de dienstverlenende sector heeft geleid tot een toegenomen vraag naar met name hooggeschoold en gespecialiseerd personeel. De productie van goederen is daarnaast steeds meer op geavanceerde technische methoden gaan berusten, waardoor bij werknemers de nadruk steeds meer is komen te liggen op kennis en communicatieve vaardigheden in plaats van lichamelijke arbeid. Zo is een middenklasse ontstaan van kenniswerkers in de informatie-industrie, mensen wier arbeid is gericht op het maken en distribueren van cultureel kapitaal (symbolische goederen). Lash en anderen (zoals Bourdieu en Bevers) signaleren dat de ‘nieuwe klasse’ van hoger opgeleiden vooral in de stad woont en daar werkt bij overheidsdiensten, zakelijke dienstverleners, mediabedrijven, het onderwijs en de kunstsector. Deze nieuwe klasse wordt niet zoals de traditionele middenklasse geassocieerd met waarden en een bepaalde mentaliteit, maar wordt omschreven als hedonistisch en consumptief. De nieuwe klasse stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de stedelijke woon- en werkomgeving en het voorzieningenniveau (net als de overheidsdiensten en de bedrijven waarin zij werken dat doen). Lash spreekt in dit verband over een klasse met een ‘a tourist view of the world’

Proefschrift De Aantrekkelijke Stad In 2009 promoveerde Gerard Marlet (bekend van de Atlas voor Gemeenten) op onderzoek naar de aantrekkelijke stad. In zijn dissertatie combineerde Marlet inzichten uit de stedelijke economie met inzichten uit de geografische economie en in het bijzonder de New Economic Geography van Nobelprijswinnaar Paul Krugman. Die combinatie stelde hem in staat om het belang van de kenmerken van een stad zowel en de ligging van die stad in één analytisch model bijeen te brengen. Met dit model ontwierp Marlet een index om de aantrekkelijkheid van steden te meten. In deze index zijn factoren opgenomen zoals cultuur, bereikbaarheid, veiligheid, kwaliteit woonvoorraad en horeca. In zijn studie heeft Marlet verklaringen gezocht voor de verschillen in aantrekkingskracht tussen Nederlandse steden. Zijn voornaamste bevinding is dat steden die een gunstige ligging ten opzichte van werk en natuur combineren met een gevarieerd aanbod aan stedelijke voorzieningen de grootste aantrekkingskracht hebben op huishoudens. Dit zijn steden met veel historie, cultuur, horeca en andere woonattracties. Die locatiegebonden attracties hebben mensen graag in de buurt van hun huis, zodat ze er spontaan van kunnen genieten. Daarnaast zijn succesvolle steden natuurlijk steden waar mensen hun carrièrekansen kunnen optimaliseren.

Aantrekkelijke steden zijn volgens Marlet steden met veel woonattracties naast de deur, natuur in de buurt en werk op acceptabele reisafstand. Steden die zo’n aantrekkelijke woonomgeving kunnen bieden slagen erin kansrijke mensen aan te trekken en vast te houden. 27

Aantrekkelijke steden doen het daardoor ook economisch beter want inwoners besteden meer in de lokale economie. Wonen volgt niet alleen werken (het oorzakelijk verband dat vroeger aan de orde was), maar werken volgt tegenwoordig ook wonen: in steden met veel hoogopgeleide, creatieve mensen is de voorraad menselijk kapitaal groter. Bedrijven komen daar vervolgens op af, omdat ze er productievere medewerkers vinden. Dit zijn redenen waarom in de aantrekkelijke steden niet alleen de bevolkingssamenstelling verandert, maar ook de werkgelegenheid groeit.

huishoudens. Het feit dat musea en musicals niet, en (kleinschaligere) uitvoeringen in de podiumkunsten wel van invloed zijn op dat woongedrag ondersteunt de theorie dat het bij het culturele aanbod hoofdzakelijk gaat om het kleinschalige, continu beschikbare aanbod dat is gericht op de plaatselijke bevolking. Dit is waarschijnlijk ook de verklaring voor het ontbreken van aantrekkingskracht van culturele festivals. Door hun tijdelijke karakter groeien zij niet uit tot woonattractie.

Provincies en gemeenten kunnen de attractiewaarde van een stad of regio beïnvloeden door te investeren in de kwaliteit van de woonvoorraad, een veilige woonomgeving en stedelijke voorzieningen zoals cultuur. In De aantrekkelijke stad benoemt Marlet do’s en don’ts waarmee stedelijk beleid gericht op het aantrekkelijker maken van de stad meetbaar wordt. Op het terrein van cultuur is dat volgens Marlet vooral het aanbod aan podiumkunsten. Niet alle culturele voorzieningen, zo blijkt uit het onderzoek van Marlet, bevorderen in rechtstreekse zin de aantrekkelijkheid van een stad. In geen van zijn modellen bieden musea, musicals en festivals een significante verklaring voor het woongedrag van hoogopgeleide, creatieve

28

Bijlage 4: bronnen Deze verkenning is gebaseerd op diverse recente documenten en studies. Deze noemen we de steunpilaren van dit document: ze zijn hieronder weergegeven, in de meeste gevallen met een link: Documenten van de gemeente Delft • Cultuurkader Delft 2021-2030 Cultuur, motor van Delft in ontwikkeling (2021) • Besluitenlijst van de openbare vergadering van de commissie Economie, Financiën en Bestuur d.d. dinsdag 12 oktober 2021 (besluiten m.b.t. het Cultuurkader 2021-2030). • Omgevingsvisie Delft 2040 ‘Samen maken we de stad’ (2021) • Agenda 2040 ‘Samen investeren in Delft’ • Stedelijk Programmeren. Een stadsprogramma voor goede groei 2.0. Werkversie, december 2021 • Notitie beleid beeldende kunstorganisaties 2022- 2025 gemeente Delft (nov. 2021) Berenschot-documenten • VNG-gids corona, cultuur en gemeenten. Informatiegids over gemeentelijke coronasteun aan de lokale culturele infrastructuur, Deel 2, VNG (2021) • Culturele Infrastructuur Delft. Een verkenning Berenschot (2021) Overige studies • BMC-rapport Naar een toekomstbestendig voorzieningenniveau podiumkunsten in Delft, januari 2020.

29

Intern vertrouwelijk 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11409832/1