Inspreekbijdrage Huub Lindner
Tekst van het document
Goedenavond, Ik woon op Oude Delft 89. Een studentenhuis met 28 bewoners, in een pand van DUWO, dat al sinds 1947 als studentenhuis bestaat. Wat wij daar hebben, is geen verzameling kamers. Het is een gemeenschap. En die gemeenschap werkt maar om één reden: wij kiezen voor elkaar. Voor zover we weten zijn wij binnen Delft het huis met het grootste aantal bewoners dat als één huishouden samenwoont met volledig gedeelde voorzieningen. Bij ons slaap je in je eerste jaar op een gedeelde kamer. Je deelt je badkamer met ongeveer dertien anderen. Je deelt je keuken en eetzaal met 28 huisgenoten. Dat is intens. Dat vraagt vertrouwen. Dat vraagt sociale veiligheid. En commitment. Dat commitment begint bij coöptatie. Iedereen in huis staat achter de keuze voor een nieuwe bewoner. Dat is geen formaliteit, dat is de fundering voor ons huis. Wanneer je een deel van dat recht wegneemt, haal je dat fundament weg. Want als wij niet meer volledig mogen bepalen met wie wij onze slaapkamer, badkamer en dagelijkse leefruimte delen, dan verandert ons huis. Dan is het geen gemeenschap meer, maar een gebouw met 28 losse huurcontracten. En dat is niet alleen een cultuurverschil. Dat heeft directe gevolgen voor welzijn en leefbaarheid. Ons huis draait op sociale cohesie en continuïteit. Dat is in bijna 80 jaar organisch zo gegroeid.
Zelfs na de brand in de jaren tachtig hebben bewoners zich ingezet om het huis weer op te bouwen en de gemeenschap voort te zetten. Dat zegt iets over de betrokkenheid die hier leeft. We hebben regels, tradities en structuren die ervoor zorgen dat 28 mannen samen kunnen wonen zonder dat het chaos wordt. We zijn sociaal verantwoordelijk voor elkaar én voor het huis. We houden het schoon. We spreken elkaar aan. We investeren tijd in elkaar. Dit alles, omdat we voor elkaar gekozen hebben. Als die gezamenlijke keuze verdwijnt, verdwijnt ook die onderlinge verantwoordelijkheid. Dan valt zo’n huis uit elkaar in 28 individuele belangen. Iedereen weet dat zoveel mensen bij elkaar houden alleen lukt met een sterke sociale structuur. In een tijd waarin studentenwelzijn onder druk staat, waarin eenzaamheid en mentale problemen toenemen, lijkt het mij onverstandig om te experimenteren met een woonvorm die aantoonbaar bijdraagt aan ‘sense of belonging’ – het gevoel ergens écht bij te horen. Dat gevoel ontstaat niet automatisch omdat je toevallig op hetzelfde adres woont. Dat ontstaat omdat je samen kiest om een gemeenschap te vormen. Die gemeenschap stopt bovendien niet na je studie. Wij hebben een sterke band met onze oudhuisgenoten. Deze zomer vieren we ons lustrum en komen generaties bewoners terug naar
het huis. Dat laat zien dat wat hier wordt opgebouwd, blijvend is. Dat is geen toevallig bijproduct, dat is het resultaat van hoe wij wonen. Er wordt gesproken over “eerlijkheid” en “gelijke behandeling”. Maar gelijkheid betekent niet dat iedere woonvorm hetzelfde moet worden ingericht. Juist de diversiteit in studentenhuizen maakt het systeem sterk. Sommige studenten willen anonimiteit. Prima. Anderen kiezen bewust voor intensief samenleven, gedeelde kamers, gedeelde verantwoordelijkheid en een sterke huiscultuur. Als je het coöptatierecht afzwakt, maak je die woonvorm feitelijk onmogelijk. Dan blijft de buitenkant misschien hetzelfde, maar de kern verdwijnt. Wij vragen geen uitzonderingspositie uit traditie of nostalgie. Wij vragen de ruimte om een bewezen werkende gemeenschap te blijven. In een huis als het onze is zelf kiezen geen luxe. Het is een voorwaarde om het leefbaar, veilig en sociaal sterk te houden. Dank u wel.