Inpassingskader Nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Tekst van het document
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Kenmerk: 6463661 Versie: Maart 2026
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Inhoudsopgave 1 Introductie 1.1 Aanleiding 1.2 Doel inpassingskader 1.3 Afbakening en status 1.3.1 Evaluatie 1.4 Omvang van de opgave 1.5 Relatie met andere opgaven
2 Proces en organisatie: stappenplan
2 2 2 3 3 4 5
6
2.1 Inleiding 2.2 Proces 2.2.1 Programmeertafel 2.2.2 Belangentafel
6 6 6 7
3 Inspanningsverplichting
9
3.1 3.2
Inspanningsverplichting netbeheerder Inspanningsverplichting gemeente
4 Afwegingen voor inpassing 4.1 4.2
9 9
10
Inpassingsroutes Welstandsniveaus
10 11
5 Inpassingsrichtlijnen
13
5.1 5.2
Nutsgebouw inpandig Nutsgebouw vrijstaand
6 Vormgeving nutsgebouwen 6.1 6.2 6.3
Vormgeving nutsgebouwen in nieuwbouw Vormgeving nutsgebouwen in de openbare ruimte Inrichtingseisen vrijstaande transformatorhuisjes
7 Beheer en onderhoud 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
Beheer en onderhoud in de openbare ruimte Beheer en onderhoud op grensgebied met openbare ruimte Beheer en onderhoud op privaat terrein Beheer en onderhoud van inpandige ruimte Reclame op nutsvoorzieningen Recht van opstal
8 Participatie 8.1 8.2
Informeren bij plaatsing Participatie over vormgeving – raadpleging
13 13
15 15 15 18
19 19 19 20 20 20 20
22 22 22
1
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
1 Introductie 1.1 Aanleiding Elke inwoner van Delft moet gebruik kunnen maken van nutsvoorzieningen zoals water, gas en elektriciteit. Om dit in de toekomst te garanderen moet er binnen de gemeente iets gebeuren aan de netwerken voor warmte en elektriciteit. Want Nederland schakelt in een hoog tempo over op duurzame energie en daarnaast gebruiken we met elkaar ook steeds meer energie. Voor deze toenemende vraag en het opwekken van duurzame energie is het huidige energiesysteem niet geschikt. Zo leggen we in Delft een warmtenet aan en is het elektriciteitsnet steeds minder in staat om op de gewenste momenten aan de vraag te voldoen. Om het netwerk stabiel te maken en te houden is het nodig om nieuwbouw, uitbreidingen en aanpassingen te doen aan de bestaande energie-infrastructuur. Samen met de warmtetransitie vormt dit een van de grootste opgaven van de stad. We moeten de netwerken voor warmte en elektriciteit op alle schaalniveaus aanpakken. Van het hoogspanningsnet aan de rand van de stad tot de nutsgebouwen en de kabels en leidingen in de straat. Het is van groot belang om dit snel te doen. Want als het energienetwerk niet aan de toenemende vraag kan voldoen kunnen er storingen en daarmee perioden zonder energie volgen.
Om het warmtenet te leggen en het elektriciteitsnet te verzwaren zijn meer technische ruimtes in de stad nodig, zoals warmteoverdrachtstations en transformatorhuisjes. Het inpassen van dergelijke bouwwerken gaat vaak ten koste van andere kwaliteiten in de openbare ruimte. En die openbare ruimte staat in onze volle stad toch al onder druk. Dit inpassingskader is opgesteld om een goede ruimtelijke ordening te behouden en de hinder van nutsgebouwen voor warmte en elektriciteit tot een minimum te beperken. Door de vele functies en activiteiten in de openbare ruimte is het bijna een onmogelijke opgave om een gebouw ruimtelijk optimaal in te passen. Dit ruimtelijk inpassingskader biedt richtlijnen voor het plaatsen van vergunningsvrije nutsgebouwen voor warmte en elektriciteit zodat mensen er zo min mogelijk last van hebben. Dit proces vraagt dan ook om het maken van keuzes. Per project of per straat zoeken naar ruimte is een langdurig proces. En dat terwijl de tijd dringt vanwege de omvang en de aard van de opgave. Daarom is een stadsbrede en gezamenlijke aanpak met de netbeheerders noodzakelijk.
1.2 Doel inpassingskader Dit stadsbrede inpassingskader helpt bij het kiezen van plekken, het goed inpassen in de ruimte en het vormgeven van bovengrondse bouwwerken voor warmte en elektriciteit, zodat alles op een eenduidige manier gebeurt. Dit kader brengt in kaart welke stappen nodig zijn om de warmteoverdrachtstations en transformatorhuisjes zo verantwoord mogelijk in te passen in de openbare ruimte. 2
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Hiermee geeft de gemeente Delft duidelijkheid en openheid aan de betrokkenen zoals netwerkbeheerders, gebouweigenaren en inwoners. We bespreken het proces waarmee we deze groeiende opgave willen opvangen, onze ruimtelijke ambities en hoe we die willen beschermen. Om onze doelen te bereiken, is de samenwerking met verschillende partijen in de stad nodig en zetten we in op een haalbare ruimtelijke ambitie. Wat we goed in het oog moeten houden is dat de nutsgebouwen noodzakelijk zijn voor het functioneren van de maatschappij en dat er een nauwe samenhang is tussen de bestaande en toekomstige ondergrondse netwerken1.
1.3 Afbakening en status Dit inpassingskader gaat over de openbare ruimte die eigendom is van en/of in beheer is bij de gemeente Delft en het daaraan gelegen terrein. Binnen de gemeentegrenzen is niet alle openbare ruimte van de gemeente. De TU-wijk is bijvoorbeeld voor een belangrijk deel eigendom van de TU Delft. Dat deel valt niet onder de gemeente, al is een zorgvuldige inpassing van nutsgebouwen voor warmte en elektriciteit in dat gebied even belangrijk als in de rest van Delft. Dit kader is opgezet voor het inpassen van vergunningsvrije, bovengrondse gebouwen voor nutsvoorzieningen2 die bedoeld zijn voor de overdracht van warmte (warmteoverdrachtstations) of elektriciteit (transformatorhuisjes). Deze vergunningvrije gebouwen hebben een bebouwd oppervlak van maximaal 15 m2 met een maximale hoogte van 3 meter. Deze gebouwen zijn bedoeld voor de warmte- en elektriciteitsinfrastructuur, maar de ruimte is ook voor andere nutsgebouwen van nutsbedrijven te gebruiken. Onder de nutsbedrijven vallen ook netbeheerders zoals de telecombedrijven. In de praktijk wordt het kader in ieder geval gebruikt voor het inpassen van vergunningsvrije transformatorhuisjes en warmteoverdrachtstations. De beschreven procedures en richtlijnen in dit kader gaan uit van het moment dat er een (extern) verzoek bij de gemeente binnenkomt voor het plaatsen van één of meerdere nutsvoorzieningen.
Dit kader gaat niet in op het proces na de keuze van de locatie en beeldkwaliteit (de uitvoering). 1.3.1 Evaluatie Omdat de opgave omvangrijk is wil de gemeente Delft flexibiliteit in de aanpak inbouwen. Om de werking te toetsen evalueren we het inpassingskader nadat vier transformatorstations zijn geplaatst. Op basis van de planning van Stedin van maart 2026, komt dit overeen met een periode van circa 2 jaar. De evaluatie richt zich met name op de volgende drie aspecten: • Leidt het afwegingskader in de praktijk tot objectief en realistisch gekozen locatievoorstellen? • Hoe effectief is het proces voorafgaand en tijdens de belangentafel? • Is het proces rondom de vormgeving / participatie efficiënt en doelmatig? In de ondergrond liggen verschillende netwerken, waaronder het gemeentelijk riool en een warmtenetwerk. Allemaal met eigen randvoorwaarden en beperkingen. Ook is de ondergrond van levensbelang voor groen en met name bomen. Dit betekent dat bij een optimale inpassing van nutsgebouwen veel verschillende belangen een rol spelen. 2 Artikel 2.29, lid p uit het Besluit Bouwwerken leefomgeving (Bbl) 1
3
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Op basis van de geleerde lessen worden indien nodig de processen en procedures zoals beschreven in dit inpassingskader herzien en opnieuw voorgelegd.
1.4 Omvang van de opgave Het aantal benodigde transformatorhuisjes per buurt/wijk in de stad is mede afhankelijk van de gekozen warmteoplossing in die buurt. Een warmtenet bijvoorbeeld heeft minder invloed op het elektriciteitsnet dan individuele warmtepompen. Die keuzes nemen de netbeheerders (Stedin en Netverder) mee in hun planning en werkvoorraad. Daarnaast onderzoekt Stedin altijd eerst of het bestaande net van kabels beter is in te zetten (ontmazing) om daarna de mogelijkheden te bekijken om bestaande transformatorhuisjes zelf te verzwaren. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert, kijkt men naar het bijplaatsen van een nieuw transformatorhuisje. Een afbeelding van een transformatorhuisje met maten staat in bijlage 1. Volgens de laatste schatting verwacht netbeheerder Stedin ongeveer 150 nieuwe transformatorhuisjes te moeten inpassen tussen 2025 en 2050. Op dit moment zijn er ongeveer 400 transformatorhuisjes in Delft en betekent de schatting een toename van bijna 40%. Daarnaast moet er voor het aankomende warmtenet in bijvoorbeeld de wijken Voorhof en Buitenhof ruimte komen voor de warmteoverdrachtstations. Dat is een flinke uitdaging die extra plek vraagt en daardoor ook zichtbaar wordt in de openbare ruimte. Bij het bepalen van het zoekgebied voor een nieuw nutsgebouw zijn de technische eisen grotendeels bepalend.
Een nutsgebouw moet functioneel in een netwerk passen, veilig staan en 24/7 bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. In het voorbeeld van elektriciteit voedt ieder transformatorhuisje een maximaal aantal woningen. Waar een transformatorhuisje in het verleden ongeveer 500 woningen bediende, zijn dat er in de toekomst nog ongeveer 200 (zie figuur 1). Dat komt omdat die woningen meer elektriciteit verbruiken en opwekken. Daarmee wordt de capaciteit van het transformatorhuisje eerder bereikt. Dat betekent dat er meer transformatorhuisjes in een wijk moeten komen. De plaats van de nieuwe transformatorhuisjes (spreiding in de buurt) moet zodanig worden gekozen dat altijd alle woningen blijvend van elektriciteit kunnen worden voorzien. Dit wordt bedoeld met de functionele inpassing.
Figuur 1: functionele inpassing transformatorstations
De toename van het aantal huisjes in combinatie met de technische eisen heeft tot gevolg dat het zoekgebied beperkt is. Want als de transformatorhuisjes niet op deze plekken komen, blijven er zwakke plekken in het elektriciteitsnet die bij overbelasting 4
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
storingsgevoelig zijn. Dit beperkt de uitwijkmogelijkheden bij het inpassen van de nutsgebouwen. Om het elektriciteitsnet te verzwaren heeft Stedin de zogenoemde ‘Buurtaanpak’ ontwikkeld. Met deze aanpak verzwaart Stedin buurt voor buurt het elektriciteitsnet. De aanpak per buurt omvat niet alleen het bijplaatsen van transformatorhuisjes, maar ook de noodzakelijke aanpassing aan de elektriciteitskabels. Denk hierbij aan het weghalen van oude, verzwakte kabels en het leggen van nieuwe, zwaardere kabels. Het elektriciteitsnet is al in de stad aanwezig en bepaalt dan ook in hoge mate waar het werk plaatsvindt. Dit in tegenstelling tot het warmtenet dat nog volledig moet worden aangelegd waardoor er wat meer ontwerpruimte en mogelijkheden zijn.
1.5 Relatie met andere opgaven Het aanleggen van het elektriciteits- en warmtenetwerk raakt verschillende beleidsterreinen en processen waaronder: • Energietransitie; • Stedelijke ontwikkeling, zoals woningbouw; • Mobiliteitstransitie, zoals plaatsing laadpalen; • Economie, zoals verduurzamen bedrijven; • Beheer en onderhoud, zoals riolering; • Vergroening en klimaatadaptatie; • Herbestrating. Om de overlast van deze werken zoveel mogelijk te beperken gaat Delft: • Gebiedsgericht werken, Stedin en de gemeente Delft hebben hiervoor een samenwerkingsovereenkomst afgesloten; • De volgorde van de buurten in de buurtaanpak met Stedin afstemmen op de programmeertafel; • Werk met werk combineren door zoveel mogelijk mee te gaan met bestaande beheer- en onderhoudswerkzaamheden; • Zo veel mogelijk aansluiten bij gebiedsontwikkelingen en nieuwbouw om kansen voor inpandige plaatsing van transformatorstations te maximaliseren.
5
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
2 Proces en organisatie: stappenplan 2.1 Inleiding Een goede interne organisatie is een voorwaarde om het inpassingsproces optimaal te ondersteunen. Wie en wat is er nodig bij de beoordeling van een aanvraag en hoe vaak worden plannen integraal beoordeeld zijn hierbij opkomende vragen. De hier beschreven interne organisatie is van toepassing op de inpassing van nutsgebouwen zoals omschreven in paragraaf 1.3. Overige initiatieven lopen via bestaande processen en overlegstructuren.
2.2 Proces 2.2.1 Programmeertafel De gemeente is vooraf op de hoogte van aanvragen vanuit de nutsbeheerder. De ruimtelijke plannen en initiatieven vanuit de gemeente, nutsbeheerders en andere externe initiatiefnemers zoals ontwikkelaars, worden ingebracht op de programmeertafel. De afdeling Stadsbeheer verzorgt deze programmeertafel en is naar verwachting vanaf het eerste kwartaal van 2026 actief. Het aantal bijeenkomsten van de programmeertafel staat nog niet vast. Op de programmeertafel kijken we samen naar alle Delftse projecten met een ruimtelijke kant. Dat doen we in combinatie met plannen, initiatieven en projecten van andere initiatiefnemers zoals bijvoorbeeld het drinkwaterbedrijf Evides en Hoogheemraadschap Delfland. Het beoogde resultaat vanuit dit inpassingskader is het gelijktijdig uitvoeren van werkzaamheden aan nutsgebouwen met andere initiatieven of projecten waar de openbare ruimte onderdeel van is. Dit moet de overlast zoveel mogelijk terugbrengen. Een ander belangrijk resultaat is de samenhang met herontwikkelings- en nieuwbouwprojecten waarbij mogelijk inpandige oplossingen voor transformatorstations zichtbaar worden. Ook kan een gewenste uitkomst zijn dat de netverzwaring in een buurt juist later in de tijd wordt geplaatst omdat in die buurt bijvoorbeeld het riool al wordt vernieuwd.
Dit voorkomt dat er twee maal op korte termijn in de openbare ruimte wordt gewerkt. Als een inpassingsverzoek voor een nutsgebouw raakvlakken heeft met andere initiatieven werken we dit verzoek samen met die initiatiefnemer verder uit. Als er geen samenhang is of voordeel valt te halen uit een gecombineerde aanpak, dan beschouwen we het inpassingsverzoek als los initiatief en kunnen de netbeheerder en de gemeente dat ook verder zo voorbereiden. Dit vormt de basis voor de verschillende inpassingsroutes die in hoofdstuk 4 verder zijn beschreven.
6
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
2.2.2 Belangentafel Als uit de programmeertafel blijkt dat een nutsgebouw niet in een nieuwbouwproject of herontwikkeling is op te nemen, moeten we deze op een andere plek inpassen. De technische eisen van de netbeheerder (functionaliteit, bereikbaarheid en veiligheid) bepalen in geval van elektriciteit dat het nutsgebouw binnen een beperkt zoekgebied moet worden geplaatst. Vervolgens doet de netbeheerder op basis van dit inpassingskader één of meerdere concrete voorstellen voor een geschikte locatie. Dit voorstel wordt vier weken voorafgaand aan de belangentafel ingediend. Deze tijd gebruikt gemeente Delft om de voorstellen integraal te beoordelen. Deze voorstellen bespreken we vervolgens op de ‘belangentafel’. De belangentafel bestaat uit medewerkers van de nutsbeheerder en de gemeente. Vanuit de gemeente schuiven in ieder geval aan: • Ontwerper Openbare Ruimte (REA) • Senior Adviseur (Specialistisch Beheer) • Vergunningverlener (Specialistisch Beheer) • Stedenbouwkundige / planoloog (REA) • Omgevingsmanager, buurtafhankelijk (P&P of REA) Deze groep toetst ieder vanuit het eigen domein de voorgestelde plek. Bij tegenstrijdige belangen zoeken de deelnemers naar het beste compromis. Als een zoekgebied binnen het beschermd stadsgezicht valt (zie figuur 2) schuift ook een functionaris aan van de afdeling Erfgoed en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK).
Figuur 2: overzicht gebieden met status ‘beschermd stadsgezicht’
7
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Als een geschikte locatie is gevonden, wordt door de Delftse bezetting aan de belangentafel bekeken of het station gezien de locatie in aanmerking komt voor ‘aankleding’ (zie paragraaf 8.2). Het doel van de belangentafel is om de voorstellen vanuit de netbeheerder duidelijk, snel en goed om te zetten in een definitieve keuze voor een plek. Het uitgangspunt is dat de netbeheerder en de gemeente tijdens de zitting van de belangentafel altijd tot keuze voor een plek komen. Als dit toch niet lukt heeft het Afdelingsmanager Specialistisch Beheer het mandaat om een keuze te maken. In uitzonderlijke gevallen en indien nodig hanteren we het bestaande escalatieproces3 binnen de gemeente Delft. Omdat er de komende jaren tientallen nutsgebouwen voor warmte en elektriciteit verspreid over de stad komen, zorgen we ervoor dat elke werkwijze en elk proces in elk stadsdeel en op elke locatie op dezelfde manier verloopt. Uit de nog op te stellen planningen van Stedin (transformatorhuisjes) en Netverder (warmteoverdrachtstations) moet blijken hoeveel nutsgebouwen er per jaar en per buurt worden geplaatst. Dit bepaalt ook hoe vaak de belangentafel bijeen moet komen. Daarbij bundelen we de aanvragen zo veel als mogelijk en handelen we deze gezamenlijk af. Met deze werkwijze ontlasten we de verschillende afdelingen die betrokken zijn bij het proces.
3
In voorkomende gevallen beslissen achtereenvolgens het afdelingshoofd en het directielid
8
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
3 Inspanningsverplichting De netbeheerder en de gemeente moeten zich inspannen om de nutsgebouwen inpandig of op niet-openbaar terrein te plaatsen. Waar dit niet mogelijk is stelt de gemeente voorwaarden aan de inpassing in de openbare ruimte. Verder is hier wat betreft de transformatorstations de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Delft en Stedin van toepassing.
3.1 Inspanningsverplichting netbeheerder De netbeheerder onderzoekt eerst de noodzaak om een station bij te plaatsen (zie paragraaf 1.4). Als dat nodig is onderzoekt de netbeheerder de mogelijkheid om het nutsgebouw inpandig of op niet-openbaar terrein te plaatsen. Deze mogelijkheden komen naar voren op de programmeertafel. Dit is de eerste stap die de netbeheerder zet om het verzwaringsvoorstel voor te bereiden. De netbeheerder moet deze stap minimaal 1 jaar voor de daadwerkelijke uitvoering doorlopen. De netbeheerder zet zich in om de volgende zaken te onderzoeken en rapporteren: • De netbeheerder dient schriftelijk het voorgestelde zoekgebied in; • De voorgestelde plek binnen dit zoekgebied is bezocht en onderzocht. De netbeheerder levert een schriftelijk overzicht van de mogelijkheden binnen het zoekgebied met inpandige oplossingen en mogelijkheden op niet-openbare of gemeentelijke terreinen.
3.2 Inspanningsverplichting gemeente De gemeente verplicht zichzelf om de netbeheerder te ondersteunen bij het vinden van een inpandige plek of een plek op niet-openbaar terrein.
9
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
4 Afwegingen voor inpassing Hoe een nutsgebouw wordt ingepast, hangt af van de mogelijkheden tot inpassing van het gebouw. Hierbij bewaken we de omgevingskwaliteit en houden we rekening met de grote opgaven van Delft uit de Omgevingsvisie. Zo is de inpassing anders als er ingrijpende veranderingen aan de orde zijn, zoals een gebiedsontwikkeling of herstructurering, dan wanneer we in een bestaand stuk stad een nutsgebouw toevoegen. Bij een gebiedsontwikkeling moet het nutsgebouw worden opgenomen in de nieuwe bebouwing, terwijl in de bestaande stad een nieuw gebouw vaak in de openbare ruimte terecht komt. In bijlage 2 is het schema van inpassing opgenomen. Het betreft een visuele weergave van de stappen die in de volgende hoofdstukken zijn beschreven.
4.1 Inpassingsroutes De volgende soorten ontwikkelingen zijn van invloed op de regels voor het inpassen van nutsgebouwen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Gebiedsontwikkeling en herstructurering Grote bouwprojecten4 Kleine bouwprojecten Herinrichting openbare ruimte van gevel tot gevel Bestaande stad Plaatsing voor het vervangen/upgraden/uitbreiden van het bestaande netwerk
Naast gebiedsontwikkelingen van flinke omvang zijn er in de stad ook doorlopend kleinere bouwprojecten. Die zijn onder te verdelen naar status (in aanbouw/hard/zacht/indicatief). Afhankelijk van de status zijn er kansen om nutsgebouwen in de bebouwing te integreren als die plek vanuit het nutsnetwerk technisch mogelijk is. Deze mogelijkheden worden zichtbaar gemaakt op de programmeertafel. Naast bovengrondse (her)ontwikkelingen zijn er ook (grootschalige) rioolvervangingsprojecten in de stad. Bij dergelijke rioleringsprojecten wordt de openbare ruimte vaak opnieuw ingericht; de zogenaamde van gevel tot gevel projecten. Zo’n herinrichting biedt een ideale kans om nieuwe nutsgebouwen zorgvuldig in te passen in de openbare ruimte. De in Delft geplande rioleringsopgave komt ook op de programmeertafel aan bod en kan met de inpassingswensen van de netbeheerders worden bekeken.
4 Grote projecten omvatten meer dan 20 woningen en/of meer dan 500 m2 bruto vloeroppervlak dat niet bestemd is
voor wonen.
10
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
De indeling in de zes genoemde groepen leidt tot drie mogelijke inpassingsroutes: 1. Inpassing in nieuwbouw of op eigen terrein Deze geldt voor de eerste twee groepen: gebiedsontwikkelingen, herstructureringen en grote bouwprojecten, waarvoor een nieuw nutsgebouw nodig is. 2. Inpassing in nieuwbouw of in de openbare ruimte Deze geldt voor het inpassen van een nieuw transformatorhuisje in de buurt van kleine projecten. Het transformatorhuisje is in veel gevallen niet nodig voor het nieuwbouwproject zelf. Maar het nieuwbouwproject kan wel ruimte bieden om een nieuw transformatorhuisje goed in te passen. Als het transformatorhuisje nodig is voor het nieuwbouwproject dan is het inpassen in het gebouw of op eigen terrein het uitgangspunt. 3. Inpassing in de openbare ruimte Deze geldt voor de overige groepen waarbij er in de directe omgeving van het zoekgebied geen sprake is van nieuwbouw of een herinrichting.
4.2 Welstandsniveaus Delft is een historische stad en op basis van deze historie verdeeld in een drietal welstandsniveaus zoals benoemd in de welstandsnota (te vinden op de gemeentelijke website, zie ook figuur 3). Dit zijn: 1. Bijzonder welstandsniveau 2. Globaal welstandsniveau 3. Welstandsluw niveau Een welstandsniveau geeft aan hoe streng er wordt gekeken naar het uiterlijk van gebouwen in een bepaald gebied. Daarbij is er een speciale rol voor de zones langs hoofdwegen, historische routes en zichtlocaties, monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden. Deze vallen onder ‘bijzonder welstandniveau’.
11
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Figuur 3: Welstandskaart (geraadpleegd oktober 2025)
In gebieden met een ‘bijzonder welstandsniveau’ plaatsen we in de basis geen nieuwe nutsgebouwen in de bestaande openbare ruimte. Die moeten dus op een andere plek of in bebouwing worden ingepast5. Als er geen sprake is van nieuwbouw of ontwikkelingen moet er elders in de bestaande stad ruimte worden gevonden. Te denken valt een particuliere garageboxen of bestaand publiek vastgoed. Dit vergt een forse inspanning (tijd) en investering (geld) van zowel gemeente Delft als de netbeheerder. Dit kan daarom beperkt worden toegepast. Om deze redenen is het niet haalbaar om dat ook op de rest van de stad toe te passen.
5
De binnenstad van Delft is onderdeel van het beschermd stadsgezicht (zie ook figuur 3), waarin geen vrijstaande nutsgebouwen mogen komen in de (zichtbare) openbare ruimte. Dat betekent dat we ruimte moeten vinden in de bestaande bebouwing of op andere plekken.
12
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
5 Inpassingsrichtlijnen Zoals in hoofdstuk 4 staat beschreven wordt op de programmeertafel eerst gezocht naar mogelijkheden om een nutsgebouw inpandig of op terrein van derden te plaatsen. Als dat niet lukt is het onvermijdelijk dat het gebouw in de openbare ruimte terecht komt. Om willekeur te voorkomen, beeldkwaliteit zoveel als mogelijk te behouden en overlast te minimaliseren, gelden een aantal algemene inpassingsrichtlijnen.
5.1 Nutsgebouw inpandig Het inpassen van nutsgebouwen in nieuwbouw komt in de praktijk veel voor. In zijn algemeenheid stellen we hieraan de volgende eisen vanuit de openbare ruimte/stad. Een herkenbare vormgeving met een gesloten gevel met deuren in een kleur die passen bij het ontwerp van het gebouw. Het gebouw moet goed bereikbaar zijn vanaf de openbare weg.
5.2 Nutsgebouw vrijstaand Voor nutsgebouwen die niet in de bebouwing passen, noemen we algemene inpassingsrichtlijnen die we per situatie moeten onderzoeken en uitwerken. • • • • • • • •
Plaatsing in de ecologische zone of stedelijke groene hoofdstructuur zo veel mogelijk voorkomen. Belangrijke plekken vrijhouden. Bij voorkeur niet in de hoofdstraat, maar in een zijstraat. Vrij plaatsing zoveel als mogelijk voorkomen en plaatsing bij voorkeur tegen een erfafscheiding zoals een muur of haag, zodat het goed beschut staat. In stand houden van zichtlijnen en zichtlocaties. Plaatsing niet direct op een straathoek. Hoeken zoveel mogelijk vrijhouden. Niet in de directe nabijheid van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Kunstwerken vrijhouden. 13
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
•
• •
• • •
Rekening houden met plekken die zijn gereserveerd voor een andere activiteit (zoals een ruimtereservering voor het warmtenet of vergroening van wegen en straten). Beperken van plaatsing in groenzones, parken of speeltuinen / speelplaatsen. Bij voorkeur achter de rooilijn (denkbeeldige lijn waar gebouwen mogen staan), in een talud (wal), in een nieuw te ontwerpen kade of brug, in ongedefinieerde restruimtes aan achterkanten zoals expeditiestraten en hoven. In combinatie met overige functies zoals (bus)hokjes of afvalverzamelplekken. Zorg voor de verkeersveiligheid door voldoende afstand tot de weg te houden of te zorgen dat stoepen / fietspaden goed bereikbaar zijn. Buiten de zichtlijnen van de voorgevel en/of de ramen van woningen.
14
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
6 Vormgeving nutsgebouwen 6.1 Vormgeving nutsgebouwen in nieuwbouw Van een succesvolle inpassing van nutsgebouwen in nieuwbouw bestaan veel goede voorbeelden. De juiste plaats in de nieuwbouw is natuurlijk van belang, waarbij zichtbaarheid en bereikbaarheid een rol spelen. Daarnaast is een zorgvuldige vormgeving van de gevel, waarin het nutsgebouw is ingepast, bepalend. Vooral de roosters en deuren verraden de aanwezigheid van het nutsgebouw. Deze moeten passend bij de vormgeving van het gebouw worden uitgevoerd, maar natuurlijk wel voldoen aan de gebruikelijke eisen van de netbeheerder.
6.2 Vormgeving nutsgebouwen in de openbare ruimte Stedin levert de trafohuisjes (zie bijlage 1) standaard in twee kleuren; dennengroen (RAL 6009) en antracietgrijs (RAL 7016). De omvang en vorm van deze stations is ook gestandaardiseerd. In de markt zijn er verschillende initiatieven om de verschijningsvorm van transformatorhuisjes beter te laten aansluiten op de omgeving. Een voorbeeld van een dergelijk initiatief is de publicatie ‘Jeux des joules’ van het IABR-Atelier6. Aan deze publicatie leverden verschillende netbeheerders, producenten van transformatorhuisjes en gemeenten, waaronder Delft, een bijdrage. Uit deze en andere studies en verkenningen blijkt dat er vaak conflicterende belangen zijn tussen netbeheerders en gemeenten. Zo leggen netbeheerders de nadruk op uitvoerbaarheid, veiligheid, snelheid, betaalbaarheid en beheerbaarheid. Daarnaast leggen gemeenten de nadruk op behoud van de kwaliteit in de openbare ruimte. De gemeente Delft blijft betrokken bij toekomstige ontwikkelingen rondom de vormgeving van transformatorhuisjes. De verwachting is echter dat de komende 5 tot 10 jaar geen noemenswaardige aanpassing aan het uiterlijk van standaard transformatorstations (zie bijlage 1) wordt voorzien. Stedin biedt wel de mogelijkheid 6
Nutshuisjes - Naar een nieuwe standaard, uitkomsten van het IABR-Atelier ‘Jeux des joules’, januari 2025
15
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
om binnen technische en veiligheidskaders een station aan te kleden. De kosten hiervoor zijn voor rekening van de gemeente Delft. Voorkomen moet worden dat een grote variatie aan nutsgebouwen de kwaliteit van de openbare ruimte negatief beïnvloed. Het gaat daarbij niet alleen om het aantal en de plek, maar ook om de omvang en de vormgeving. Hierbij gaat het om de ruimte direct rond het gebouw (A), de gevel (B) en het dak (C).
C B A
Ook moeten oplossingen voor een goede vormgeving duurzaam zijn. Hiermee bedoelen we dat het gebouw en de omliggende (openbare) ruimte goed te onderhouden moet zijn.
Een standaard transformatorhuisje, zoals hierboven op de foto is niet overal in deze eenvoudige vorm toe te passen. Afhankelijk van de situatie is het daarom nodig om maatwerk te gebruiken. We kunnen daarbij drie hoofdrichtingen onderscheiden. 1. Een ‘groene’ uitvoering waar een groene haag rondom het transformatorhuisje wordt aangeplant. Op onderstaande foto zijn voorbeelden van dergelijke hagen te zien.
16
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
2 ‘Materialisering’, waarbij we het trafohuisje afstemmen op de bebouwing in de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn de nutsgebouwen aan de Drooghuisstraat en Ada van Hollandstraat, zie de foto’s hieronder.
Drooghuisstraat, Marlotbuurt
Ada van Hollandstraat, Westerkwartier
17
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
3. Kunstuiting transformatorhuisje. Dat kan Street art zijn waarvan onderstaande foto’s uit de stad voorbeelden tonen.
Bijbelbrug, Centrum
Hagedissingel, Tanthof-Oost
In aanvulling hierop kunnen deze nutsgebouwen ook een bijdrage leveren aan klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Hoewel dit in de praktijk bij dergelijke kleinere vergunningsvrije nutsgebouwen zeer beperkt haalbaar is, blijft Delft zich inzetten om per plek te kijken wat er wel mogelijk is.
6.3 Inrichtingseisen vrijstaande transformatorhuisjes Bij vrijstaande transformatorhuisjes is een zorgvuldige inpassing in de openbare ruimte van groot belang. Het gaat daarbij zoals eerder beschreven om de plek en de vormgeving van het gebouw zelf. Maar ook de inrichting van de directe omgeving van een nutsgebouw is van belang.
C
B
A
De ruimte rond een nutsgebouw (A) richten we zo groen mogelijk in met zo min mogelijk gesloten verharding zoals tegels en klinkers. Daar waar mogelijk passen we grasbetontegels toe. In sommige gevallen kan het juist wenselijk zijn een bestrating te kiezen de aansluit op de al aanwezige verharding in de omgeving.
18
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
7 Beheer en onderhoud De netbeheerder is verantwoordelijk voor de binnenkant van de nutsgebouwen. In dit hoofdstuk staan de uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de buitenkant van deze voorzieningen en de grond waarop deze zijn geplaatst.
7.1 Beheer en onderhoud in de openbare ruimte In het handboek Beheervisie Openbare Ruimte 2019 staat hoe de beheer- en onderhoudsstaat wordt bepaald. Deze is gebaseerd op de volgende pijlers: • Schoon: Mate van aantrekkelijkheid en frisheid van de voorziening, voornamelijk bepaald door (ongewenste) graffiti en slijtage/veroudering van het exterieur. • Heel: Mate van functionaliteit van de nutsvoorziening. • Veilig: Mate waarin de nutsvoorziening zowel fysiek technisch als sociaal veilig is. Afhankelijk van het welstandsniveau (zie paragraaf 4.2) moet de nutsvoorziening aan een minimaal beeldkwaliteitsniveau voldoen. Het minimaal vereiste niveau per gebied staat in de huidige Beheervisie Openbare Ruimte (weblink). Deze beleidsregel verwijst altijd naar de nieuwste versie van het handboek. Beheer en onderhoud is belangrijk omdat achterstallig onderhoud een negatieve invloed heeft op het draagvlak voor de plaatsing van nieuwe nutsgebouwen. Het naleven van de beheer- en onderhoudsafspraken is daarom in het belang van de gemeente en de nutsbeheerders.
7.2 Beheer en onderhoud op grensgebied met openbare ruimte Het grondgebied waarop een nutsgebouw wordt geplaatst is groter dan de oppervlakte die het gebouw zelf inneemt. Er moet namelijk ruimte rondom het gebouw zijn om het beheer en onderhoud ervan mogelijk te maken. Het beheer en onderhoud van dit grondgebied wordt uitgevoerd door de nutsbeheerder. Buiten deze grenzen neemt de gemeente Delft het beheer en onderhoud op zich. Hierbij gaat het onder andere om het repareren van bestrating en maai- en snoeiwerk.
19
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
7.3 Beheer en onderhoud op privaat terrein De netbeheerder en de terreinbeheerder maken samen afspraken voor het beheer en onderhoud op privaat terrein. Daarbij is de netbeheerder verantwoordelijk voor het betrouwbaar en veilig werken van de installatie. Ook regelen beiden de toegankelijkheid van de ruimte en de juridische eigendomsovereenkomst.
7.4 Beheer en onderhoud van inpandige ruimte Voor het beheer en onderhoud van de inpandige ruimte moet de gebouweigenaar ervoor zorgen dat de ruimte binnen het gebouw voldoet aan de vooraf door de netbeheerder gestelde eisen. Als de netbeheerder in de toekomst nieuwe eisen stelt aan de ruimte, of door wetgeving wordt gedwongen deze te wijzigen, is de netbeheerder verantwoordelijk voor het uitvoeren en financieren van deze aanpassingen, met instemming van de gebouweigenaar. De terreinbeheerder en de netbeheerder stemmen de toegankelijkheid van de ruimte en de juridische eigendomsovereenkomst met elkaar af.
7.5 Reclame op nutsvoorzieningen Er zijn diverse vormen van reclame in de openbare ruimte van de gemeente Delft. Reclame op nutsvoorzieningen in de openbare ruimte in Delft moet altijd voldoen aan de Delftse Reclameverordening. Deze verordening kan in de loop der tijd veranderen. Voor de huidige regels verwijzen we naar de nieuwste reclameverordening. In de praktijk komt dit zelden voor omdat het bekleden van met name een warmteoverdrachtstation of transformatorhuisje aan technische eisen moet voldoen.
7.6 Recht van opstal Bij plaatsing van transformatorhuisjes door Stedin in de openbare ruimte, geldt het recht van opstal. Dit betekent dat een opstaller, in dit geval Stedin, het recht heeft om op een stuk grond dat in eigendom is van de gemeente Delft te bouwen. De grond waarop een transformatorhuisje komt te staan blijft dan ook in eigendom van de gemeente Delft. Het transformatorhuisje daarentegen is en blijft eigendom van Stedin. Dit is alleen van toepassing op plaatsing in de openbare ruimte en/of op grond die in eigendom is van de gemeente Delft. Hiervoor zijn Stedin en de gemeente Delft een opstalrechtovereenkomst aangegaan. In die overeenkomst is ook de eenmalige afkoop van de retributie opgenomen. Retributie is de betaling aan de gemeente Delft door Stedin voor het gebruik van de grond. Deze inkomsten worden gebruikt om de kosten die gemoeid zijn met de afhandeling van de voorstellen van Stedin voor nutsgebouwen waaronder de aankleding, deels te dekken. Omdat het de komende jaren om tientallen transformatorhuisjes gaat, streven Stedin en de gemeente Delft ernaar om de keuzes voor plekken en de opstalrechtovereenkomsten zoveel mogelijk te bundelen.
20
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Als er een plek wordt gevonden op private grond maken we maatwerkafspraken met de betreffende grondeigenaar.
21
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
8 Participatie 8.1 Informeren bij plaatsing Om het net te verzwaren plaatsen we de komende jaren een groot aantal nutsgebouwen in de stad bij. Hoewel de gemeente Delft zorgt voor een zorgvuldige inpassing komt een groot deel van die gebouwen in de openbare ruimte terecht en krijgen veel mensen hier in meer of mindere mate mee te maken. Het is echter niet mogelijk om formeel bezwaar te maken tegen de plaatsing van een nutsgebouw of om een zienswijze in te dienen. Voor de plaatsing van de nutsgebouwen zoals bedoeld in dit inpassingskader, is namelijk geen vergunning nodig en volgt er dus ook geen vergunningsprocedure. Belanghebbenden kunnen hiervoor alleen terecht bij het loket klachten over de openbare ruimte van de gemeente Delft. De medewerkers daar handelen de klacht dan volgens de daar gangbare procedure verder af. Omdat er geen bezwaar is te maken zorgt de gemeente samen met de nutsbeheerder voor een zorgvuldig communicatieproces. Zo is het belangrijk om de inwoners en ondernemers goed te informeren over het proces, planning en de locatiekeuze en waar van toepassing omwonenden te betrekken bij de aankleding van een transformatorhuisje. Hiervoor stelt de gemeente Delft in samenspraak met de nutsbeheerders Stedin en NetVerder een communicatieplan op.
8.2 Participatie over vormgeving – raadpleging Een nutsgebouw heeft invloed op de uitstraling en leefbaarheid van de openbare ruimte voor mensen die er wonen of werken. Om deze gebouwen beter te laten passen bij de omgeving, kan het nodig of wenselijk zijn om het uiterlijk aan te passen. Of en hoe een nutsgebouw moet worden aangekleed is buurt- en zelfs locatie specifiek. Zo lijkt het voor de hand liggend dat eerder voor de ‘aankleding’ van een nutsgebouw wordt gekozen wanneer dat alleen zichtbaar in de openbare ruimte kan worden geplaatst ten opzichte van een station dat buiten het zicht, achteraf in een restruimte plek kan krijgen. Dergelijke afwegingen worden op de belangentafel (zie paragraaf 2.2.2) gemaakt. Bij de afweging spelen verschillende criteria een rol waaronder: • Zichtafstand tot woningen; • Zichtlijnen in het algemeen; • Karakteristieken van de locatie en de directe omgeving; • Compensatie als er bijvoorbeeld door plaatsing een functie wordt geraakt zoals parkeren of groenstrook. Indien op de belangentafel de keuze wordt gemaakt om een station aan te kleden worden de beschikbare keuzes voorgelegd aan direct omwonenden die vanuit de woning of hun perceel zicht hebben op het nutsgebouw.
22
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Deze werkwijze wordt toegepast op de eerste vier transformatorstations die worden geplaatst. Vervolgens wordt de werkwijze zoals beschreven in onderliggende inpassingskader geëvalueerd zoals beschreven in paragraaf 1.3.1.
23
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Bijlage 1.1: overzicht standaardstations Stedin
24
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Bijlage 1.2 : overzicht standaardstations Stedin
25
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Bijlage 2: Processchema inpassingskader
26
Inpassingskader nutsgebouwen warmte en elektriciteit Delft
Colofon Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl november 2025
27