IGVO Bijlagen bij toelichting IGVO
Tekst van het document
IGVO
bestemmingsplan IGVO
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting IGVO
3
Bijlage 1
Ontheffing soorten Wet Natuurbescherming
4
Bijlage 2
Activiteitenplan soorten Wnb
14
Bijlage 3
Nader onderzoek soorten Wnb
38
Bijlage 4
Quickscan soorten Wnb
63
Bijlage 5
Stikstofdepositie onderzoek
87
Bijlage 6
Luchtkwaliteit
114
Bijlage 7
Verkeer en parkeeronderzoek
120
Bijlage 8
Akoestischonderzoek geluid vanwege IGVO
155
Bijlage 9
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
396
Bijlage 10
Ruimtelijk-programmatisch kader
513
Bijlage 11
Overzicht natuurinclusieve maatregelen
542
Bijlage 12
Bijlage tekeningen bij overzicht natuurinclusieve maatregelen
544
Bijlage 13
Bijlage DO buitenruimte bij overzicht natuurinclusieve maatregelen
549
Bijlage 14
Watertoets
582
Bijlage 15
Klimaatadaptieve maatregelen
610
Bijlage 16
Bijlage klimaatadaptief: maatregelen waterberging
613
Bijlage 17
Bijlage klimaatadaptief: groenbalans
618
Bijlage 18
Bijlage klimaatadaptief: warmte koude opslag
620
Bijlage 19
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbestonderzoek
622
Bijlage 20
Wbb beschikking asbest
817
Bijlage 21
Kaart behorende bij Wbb beschikking asbest
820
Bijlage 22
Wbb beschikking koper
822
Bijlage 23
Kaart behorende bij Wbb beschikking koper
827
Bijlage 24
Cultuurhistorischonderzoek
829
Bijlage 25
Inventariserend Veldonderzoek Archeologie
880
Bijlage 26
Inventarisatie Ontplofbare Oorlogsresten
912
Bijlage 27
Aanmeldingsnotitie vormvrije mer
924
Bijlage 28
Hogere grenswaardebesluit Wgh
956
Bijlage 29
Nota vooroverleg
962
bestemmingsplan "IGVO" (vastgesteld) 2
bestemmingsplan IGVO
Bijlagen bij toelichting IGVO
bestemmingsplan "IGVO" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan IGVO
Bijlage 1 Ontheffing soorten Wet Natuurbescherming
bestemmingsplan "IGVO" (vastgesteld) 4
Bezoekadres
Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres
Zaaknummer Ons Kenmerk Datum
: : :
00575052 ODH-2020-00080260 6 juli 2020
Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E vergunningen@odh.nl I www.odh.nl
Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 24 februari 2020 hebben wij een aanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in artikel 3.8 eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag heeft betrekking op de sloop van de gebouwen “Kramers Laboratorium” en “De Witte Olifant” aan de Prins Bernhardlaan te Delft en is aangevraagd door de gemeente Delft. De aanvraag betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis alsmede het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -
artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus);
-
artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus).
De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 1 augustus 2020 tot en met 31 december 2025.
Besluit Wij besluiten: I.
de aangevraagde ontheffing te verlenen aan de gemeente Delft;
II.
de voorschriften 1 tot en met 12 te verbinden aan deze ontheffing;
III.
de aanvraag van 24 februari 2020 en de aanvullende documenten van 16 juni 2020 onderdeel te laten zijn van deze ontheffing;
IV.
dat deze ontheffing geldig is vanaf 1 augustus 2020 tot en met 31 december 2025.
Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,
ir. L.P. Klaassen Directeur Omgevingsdienst Haaglanden
Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.
2/9
VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1 -
De ontheffinghouder dient: de start van de werkzaamheden schriftelijk te melden; het ecologisch werkprotocol op te sturen bij de startmelding van de werkzaamheden; eventuele wijzigingen gedurende de uitvoering uiterlijk één week van te voren schriftelijk te melden; de beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van te voren te melden.
Voorgaande meldingen dienen gericht te worden aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 0787708585, e-mailadres meldingwnb@ozhz.nl onder vermelding van flora en fauna. 2
De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het Activiteitenplan. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld en op de locatie aanwezig te zijn. In het ecologisch werkprotocol dient in ieder geval het volgende te worden opgenomen: a De voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b Aanduiding van de locatie van het plangebied; c De uit te voeren werkzaamheden; d De periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e De mitigerende en compenserende maatregelen; f De momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt.
3
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en het ecologisch werkprotocol op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.
4
De details over de plaatsing, de types en het onderhoud van de voorzieningen dienen te worden gemeld via het registratieformulier verblijfsvoorzieningen op https://eloket.odh.nl/verblijfsvoorzieningen. Deze meldingen dienen te worden gedaan: a Voor tijdelijke voorzieningen: Uiterlijk één week voor het plaatsen van de tijdelijke voorzieningen of uiterlijk twee weken na het ontvangen van deze ontheffing; b Voor permanente voorzieningen: Uiterlijk één week voor het plaatsen van de permanente voorzieningen.
5
De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige1 op het gebied van de gewone dwergvleermuis.
1
Onder een deskundige wordt verstaan: • Hij/zij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; • Hij/zij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt flora en fauna, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; • Hij/zij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; • Hij/zij is als ecoloog of adviseur/specialist ecologie werkzaam voor een (semi)overheidsinstantie zoals het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, provincies, waterschappen, hoogheemraadschappen, gemeenten, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van desbetreffende beschermde soorten.
3/9
6
De ontheffinghouder dient, met in achtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in paragraaf 3.4 van het rapport ‘Activiteitenplan voor ontheffing gewone dwergvleermuis Kramers Laboratorium en De Witte olifant Prins Bernhardlaan te Delft’ van februari 2020 en de aanvullende stukken van 16 juni 2020.
7
Indien één of meerdere in voorschrift 6 bedoelde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor een minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.
8
Tijdig, minimaal één maand, voordat de in voorschrift 7 bedoelde maatregelen worden uitgevoerd, dienen deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te worden voorgelegd.
Specifieke voorschriften 9
Het ongeschikt maken van de huidige kraamverblijfplaats dient te worden uitgevoerd in de minst kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis, tussen 15 augustus en 1 oktober, onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Voorzieningen zoals exclusion flaps of het verwijderen van gevel- of dakonderdelen dienen minimaal 5 dagen te worden ingezet, zodat vleermuizen redelijkerwijs de mogelijkheid hebben gehad om de verblijfplaats te verlaten voordat met de start van de werkzaamheden wordt aangevangen. Na het ongeschikt maken, en voorafgaand aan de werkzaamheden, dient een controlebezoek te worden uitgevoerd door een deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis om de aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing uit te sluiten, alvorens het plangebied wordt vrijgegeven.
10
De wijze van plaatsen van de permanente voorzieningen, dient te voldoen aan hetgeen opgenomen in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017).
11 Zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen moeten functioneel zijn gedurende de periode waarvoor deze worden ingezet. De voorzieningen dienen minimaal eenmaal per jaar gecontroleerd te worden op de functionaliteit en – indien nodig – dient de functionaliteit van de voorziening hersteld te worden. Bovendien moeten de tijdelijke vleermuiskasten zich te allen tijde buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden te bevinden. 12
Het verwijderen van de tijdelijke vleermuiskasten dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis. Na inachtneming van een gewenningstijd van 6 maanden, waarin zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen aanwezig en beschikbaar zijn, mogen de tijdelijke kasten alleen verwijderd worden nadat door de deskundige is vastgesteld dat de kast is verlaten, buiten de kwetsbare periode van de soort.
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK • Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. • Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. • Als de ontheffinghouder de onderhoudsverplichting wenst over te dragen aan een derde, dan moet de ontheffinghouder zorgdragen voor de overdracht daarvan. Dit dient contractueel vastgelegd te worden.
4/9
OVERWEGINGEN Aanleiding Op 24 februari 2020 hebben wij een aanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in artikel 3,8 eerste lid, van de Wet natuurbescherming (verder: Wnb). De aanvraag heeft betrekking op de sloop van twee gebouwen aan de Prins Bernhardlaan te Delft en is aangevraagd door de gemeente Delft. De aanvraag betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis alsmede het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -
artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus);
-
artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus).
De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 1 augustus 2020 tot en met 31 december 2025. Bij de aanvraag zijn de volgende stukken gevoegd: - Flora- en faunaonderzoeken Gele Scheikunde TU Delft, Tauw BV, kenmerk R001-1238403JNA-ndaV01, 13 oktober 2016 - Asbestinventarisatie Prins Bernhardlaan 6 te Delft, Adviesbureau Flamant BV, projectnummer AS 197995, 9 september 2019 - Vervolgonderzoek wilde planten, huismussen, roofvogels, gierzwaluwen en vleermuizen Julianalaan 136 te Delft, Eco-Niche, november 2019 - Activiteitenplan voor ontheffing gewone dwergvleermuis Kramers Laboratorium en De Witte olifant Prins Bernhardlaan te Delft, Eco-Niche, februari 2020 Op 16 juni 2020 hebben wij de volgende aanvullende informatie ontvangen: - Re_antwoorden aanvullende informatie ontheffingaanvraag 00575052 Julianalaan/PrinsBernhardlaan Delft, Eco-Niche, 16 juni 2020
Procedure Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1 van de Wnb zijn toegepast op deze beschikking. Doordat de aangeleverde gegevens onvolledig waren, is op 12 juni 2020 verzocht om aanvullende gegevens. De aanvullingen zijn op 16 juni 2020 ontvangen.
Verlenging Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, Wnb hebben wij op 7 april 2020 de termijn voor de afhandeling van de aanvraag met zeven weken verlengd.
Bevoegd gezag De handeling wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag.
5/9
Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag is getoetst aan de artikelen 3.5 en 3.8 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De gewone dwergvleermuis is een van nature in Nederland in het wild levend dier van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a bij de Habitatrichtlijn. Op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb is het verboden: - de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren; - voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen. Op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: - er geen andere bevredigende oplossing bestaat; - de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, aanhef onder b, van de Wnb aan de orde is; en - de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de soort.
Beoordeling Aanvraag De gemeente Delft is voornemens om de gebouwen “Kramers Laboratorium” en “De Witte Olifant” aan de Prins Bernhardlaan te Delft te slopen. De aanvraag heeft betrekking op de volgende werkzaamheden: - Sloop van de gebouwen “Kramers Laboratorium” en “De Witte Olifant.” - Verwijdering van begroeiing. - Faciliteren van onderwijshuisvesting van het Internationaal Georiënteerd Voorgezet Onderwijs. De werkzaamheden starten op zijn vroegst in augustus 2020, minimaal één week na het ongeschikt maken van de aangetroffen kraamverblijfplaats en duren uiterlijk tot 31 december 2025. Overtreding verbodsbepaling(en) Om te bepalen of er sprake is van overtreding van de Wnb heeft in 2019 nader onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (2017). Daarmee is voldoende aannemelijk gemaakt dat de functies van het plangebied voor de gewone dwergvleermuis in kaart zijn gebracht. Hiermee zijn wij van mening dat de onderzoeksinspanning voldoende is geweest. De gewone dwergvleermuis is in het plangebied aangetroffen. Aan de zuidwest zijde van de toren van het Kramers laboratorium, aan de Prins Bernhardlaan 6 te Delft, is een kraamverblijfplaats aanwezig. De verblijfplaats wordt gebruikt door ongeveer 30 individuen.
De kraamkolonie maakt gebruik van twee kraamverblijfplaatsen, waarvan één buiten het plangebied valt en niet aangetast wordt. Met de geplande werkzaamheden gaat de verblijfplaats binnen het plangebied verloren en worden individuen opzettelijk verstoord. Hiermee worden de verbodsbepalingen zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb overtreden. Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gewone dwergvleermuis tot een minimum te beperken, worden maatregelen voorgesteld zoals beschreven in ‘Activiteitenplan voor ontheffing gewone dwergvleermuis Kramers Laboratorium en De Witte olifant Prins Bernhardlaan te Delft’ van februari 2020 en 6/9
de aanvullende informatie die is verkregen op 16 juni 2020. Deze maatregelen zien onder andere toe op het ongeschikt maken van de aangetroffen kraamverblijfplaats door middel van het plaatsen van exclusion flaps in de minst kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis en het treffen van compenserende en mitigerende maatregelen. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecoloog met kennis van gewone dwergvleermuis. Staat van instandhouding Als gevolg van de sloop van het Kramers Laboratorium gaat een kraamverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verloren. Op 2 april 2020 zijn vier tijdelijke vleermuiskasten van het type “Faunus Nature Creations Ariela met achterwand” opgehangen aan de gevels van het uitvaartcentrum aan de Jaffalaan 10 te Delft. De kasten zijn qua grootte geschikt om te dienen als kraamkast of winterverblijf. Aan elke hoek van het gebouw is één kast opgehangen, en elke kast beschikt over vier compartimenten. Op deze wijze is een variatie aan microklimaten beschikbaar gemaakt. De voorzieningen zijn op minimaal drie meter hoogte opgehangen, op ongeveer 140 meter van de oorspronkelijke kraamverblijfplaats. Dit is op een grotere afstand dan aanbevolen in het Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis (BIJ12, 2017).
Deze locatie is echter beoordeeld als het meest geschikt, aangezien deze op een waargenomen vliegroute ligt van de kraamkolonie, er in de directe omgeving voldoende foerageergelegenheid aanwezig is en de locatie vrij is van verstoring. De tijdelijke voorzieningen zijn minimaal één volledig kraamseizoen voor de start van de werkzaamheden geplaatst. Tijdens de werkzaamheden worden geen lampen op verblijfplaatsen of groenvoorzieningen gericht, zodat er geen lichtverstoring optreed aan verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied. In de permanente situatie worden inmetselkasten van het type Vivara Pro IB-VL-01, Vivara Pro IB-VL-02, Waveka Schwegler 1W1, Waveka Schwegler 2FR, Waveka Schwegler 3FE of vergelijkbaar gerealiseerd aan de gevels van het gebouw aan de Prins Bernhardlaan 6 te Delft. Bij plaatsing van de permanente voorzieningen worden minimaal drie elementen boven elkaar geschakeld ingebouwd om voldoende ruimte te creëren voor een kraamkolonie van de gewone dwergvleermuis. De precieze planning van de plaatsing van de permanente voorzieningen is nog niet bekend. Bij het uitwerken van de planning wordt een ecologisch deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis geraadpleegd. De uitwerking van de permanente compensatie wordt opgenomen in het ecologisch werkprotocol.
Deze wordt, zoals opgenomen in voorschrift één, voor de start van de werkzaamheden aangeboden aan de Omgevingsdienst Haaglanden. De kraamkolonie maakt tevens gebruik van een kraamverblijfplaats aangetroffen in het aangrenzende gebouw aan de Michiel de Ruyterweg. Deze valt echter buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden en blijft derhalve behouden. Hiermee zijn er gedurende en na de werkzaamheden voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig voor de gewone dwergvleermuis. Tussen 15 augustus en 1 oktober wordt de aangetroffen kraamverblijfplaats ongeschikt gemaakt door het plaatsen van exclusion flaps op de uitvliegopeningen. Daarnaast worden overige kieren en spleten afgedicht, na het uitvoeren van een controle met een endoscoop op aanwezigheid van vleermuizen. Na de periode van minimaal vijf dagen na plaatsing van de exclusion flaps, zoals opgelegd in voorschrift 9, wordt het plangebied gecontroleerd op aanwezigheid van vleermuizen door een ecologisch deskundige. Op deze wijze wordt voorkomen dat er vleermuizen aanwezig zijn in het gebouw ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. Daarmee wordt voorkomen dat er dieren kunnen worden verwond of gedood. De genoemde maatregelen worden getroffen conform de richtlijnen uit het vleermuisprotocol (2017). De gewone dwergvleermuis komt verspreid voor in de directe omgeving van het plangebied en op grotere schaal binnen Delft.
De aangetroffen kraamkolonie is relatief klein en er zijn minstens twee andere geschikte kraamverblijven aanwezig in het gebied: één in het aangesloten gebouw aan de Michiel de Ruyterweg en één op 600 meter afstand van het plangebied. Het plangebied is onderdeel van een groter herontwikkelingsgebied genaamd “gele scheikunde.” Het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg waar meerdere verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn aangetroffen valt hier ook binnen. Het complete ontwikkelingsplan is nog onbekend. Om mogelijke cumulatieve effecten te voorkomen zijn door de gemeente Delft zowel de huidige als de toekomstige eigenaren van het gebied “gele scheikunde” op de hoogte gesteld van de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Door de 7/9
voorgenomen maatregelen en de beperkte omvang van het effect is het aannemelijk dat de gewone dwergvleermuis in de directe omgeving aanwezig blijft. Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden niet leiden tot verslechtering van de instandhouding van de gewone dwergvleermuis. Ecologisch werkprotocol De start van de werkzaamheden dient gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De werkzaamheden en de wijze waarop de maatregelen worden uitgevoerd dienen in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen. Dit protocol dient bij het melden van de start van de werkzaamheden meegestuurd te worden. Voorts dient het protocol op de locatie aanwezig te zijn. Hierdoor weten ook de uitvoerders op welke wijze de werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Wij hebben dit in de voorschriften 1, 3 en 4 vastgelegd. Belangenonderbouwing De ontheffing is aangevraagd op grond van het belang van ‘de volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met begrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’.
In het Energieakkoord is afgesproken dat de gebouwde omgeving in Nederland in 2050 energieneutraal is. Daarnaast heeft Nederland ingestemd met het Klimaatakkoord van Parijs dat als centraal doel heeft het reduceren van CO2-uitstoot. De gebouwen van de voormalige scheikunde faculteit van de TU Delft staan al enige tijd leeg. De gebouwen dateren uit de jaren ‘50 en voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. De gebouwen zijn al enkele jaren niet meer in gebruik. In verband met de aanwezigheid van asbest en brandveiligheid is (tijdelijk) gebruik nauwelijks mogelijk. Het beheer is beperkt tot bewaking. De kans op verval en vandalisme is groot en door de aanwezigheid van onbevoegden (’s nachts) kan het leiden tot onveilige situaties. In het kader van de openbare orde is het gewenst om de leegstand (na overdracht aan de gemeente) een zo kort mogelijke termijn in beslag te laten nemen. Bij brand bestaat kans op ongewenste verspreiding van asbest in de (woon)omgeving en daarmee gevaar voor de volksgezondheid. Bij voorkeur wordt de asbest zo snel mogelijk verwijderd, binnen de financiële en technische mogelijkheden. Het huidige gebouwencomplex is sterk verouderd. Bij hergebruik kunnen deze niet optimaal worden geïsoleerd, waardoor de gebouwen een verhoogde mate van energie gebruiken.
Het creëren van nieuwbouw voor het Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO) biedt kansen om bij te dragen aan bijna energie neutrale gebouwen (BENG) die een bijdrage leveren aan het terugbrengen van CO2-uitstoot en de daarbij behorende klimaatsveranderingen. Het terugdringen van de CO2-uitstoot is essentieel voor het beperken van klimaatverandering en dient daarmee een groot maatschappelijk belang, onder meer op het vlak van veiligheid, natuurbescherming, welzijn en welvaart. Het verminderen van fossiele emissies leidt bovendien tot een verbeterde luchtkwaliteit en heeft daarmee een positief effect op de volksgezondheid. Gelet op het voorgaande en de onverminderde actualiteit van de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat het belang “Volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten” voldoende is onderbouwd om de negatieve effecten op de vleermuizen, die als gevolg van de uitvoering van het project zullen optreden, te rechtvaardigen.
8/9
Geen andere bevredigende oplossing Het project is locatie specifiek. Het betreft sloop van bestaande gebouwen welke niet meer aan de huidige eisen van gezondheid en veiligheid voldoen. Gezien de vervallen staat van de huidige bebouwing is het niet mogelijk om de bebouwing via renovatie te hergebruiken en daarmee het beoogde energiedoel te bereiken. Er is geen alternatief dat ecologisch een mindere impact heeft dan de voorgenomen sloop. De sloop wordt uitgevoerd in de ecologisch meest gunstige periode, waardoor er tevens geen bevredigend alternatief in tijd is. Wat betreft de werkzaamheden worden alle mogelijke mitigerende uitvoeringsmaatregelen getroffen om effecten op de gewone dwergvleermuis te verminderen, hetgeen wordt opgenomen en geborgd in een ecologisch werkprotocol. Zo wordt er rekening gehouden met de kwetsbare perioden van de gewone dwergvleermuis en worden er maatregelen genomen om effecten tijdens werkzaamheden te voorkomen. Gelet op de noodzaak en wijze van uitvoering zijn wij van mening dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Door de gekozen wijze en periode van uitvoering, wordt schade aan de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk voorkomen. Samenhangende besluiten Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn, op grond waarvan vergunningen, toestemmingen, ontheffingen of meldingen benodigd zijn om de gevraagde activiteit te kunnen uitvoeren.
Die mogelijkheid geldt bijvoorbeeld voor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Conclusie Op grond van het vorenstaande kan de gevraagde ontheffing op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb worden verleend.
9/9
bestemmingsplan IGVO
Bijlage 2 Activiteitenplan soorten Wnb
bestemmingsplan "IGVO" (vastgesteld) 14
Activiteitenplan voor ontheffing gewone dwergvleermuis Kramers Laboratorium en De Witte olifant Prins Bernhardlaan te Delft
Februari 2020
E co - N i ch e wrvanesch@eco-niche.nl www.eco-niche.nl
Inhoudsopgave 1. Inleiding ......................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer .................................................................................................... 3 1.3 Verbodsbepalingen ........................................................................................ 3 1.4 Onderbouwing belang .................................................................................... 3 2. Project ............................................................................................................ 4 2.1 Projectbeschrijving ........................................................................................ 4 2.2 Planning en werkzaamheden .......................................................................... 4 2. 3 Alternatieven ............................................................................................... 5 3. Beschermde soorten ....................................................................................... 6 3.1 Vooronderzoek beschermde soorten ................................................................ 6 3.2 Functie kraamverblijfplaats gewone dwergvleermuis .........................................
6 3.3 Effecten ....................................................................................................... 7 3.4 Maatregelen ................................................................................................. 8 Bronnen ........................................................................................................ 12 Bijlagen ........................................................................................................ 13 1 Module 2 Soortenbescherming Wnb ..................................................................... 2 Bouwplan: bestaande en nieuwe situatie .............................................................. 3 Belangenonderbouwing ...................................................................................... 4 Flora- & faunaonderzoeken Gele Scheikunde TU Delft ............................................. 5 Vervolgonderzoek wilde planten, huismussen, roofvogels, gierzwaluwen en vleermuizen ...................................................................................................... 6 Vleermuiskasten ................................................................................................ 7 Asbestinventarisatie ..........................................................................................
Eco-Niche
Pagina 2
1: Inleiding 1.1 Aanleiding In verband met de beoogde herontwikkeling dienen het Kramers Laboratorium en De Witte olifant aan de Prins Bernhardlaan te Delft gesloopt of deels gesloopt te worden. Na de sloopwerkzaamheden wordt op deze locatie een onderwijshuisvesting voor het Internationaal Georiënteerd Voortgezet (IGVO) gebouwd. Voor dit project is in het kader van de natuurwetgeving in 2019 een Vervolgonderzoek wilde planten, huismussen, roofvogels, gierzwaluwen en vleermuizen uitgevoerd door Eco-Niche. Uit de resultaten blijkt dat de planlocatie een functie voor vleermuizen heeft, namelijk een kraamverblijfplaats van gewone dwergvleermuizen in de toren van het Kramers Laboratorium. Daarom is Eco-Niche, in opdracht van de gemeente Delft, gevraagd een ontheffingaanvraag van de Wet natuurbescherming voor de gewone dwergvleermuis op te stellen. Voorliggend document bevat de vereiste informatie voor deze ontheffingaanvraag, inclusief het activiteitenplan. Het Kramers Laboratorium en De Witte olifant maken deel uit van een groter gebied genaamd ‘gele scheikunde´ met de hoofdentree aan de Julianalaan 136 te Delft. De aanwezige kraamkolonie maakt zowel gebruik van (de toren van) het Kramers Laboratorium als van een gebouw aan de Michiel de Ruyterweg. Het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg valt buiten de planlocatie, maar behoort wel tot ‘gele scheikunde’.
Het gehele gebied van de gele scheikunde wordt uiteindelijk door diverse partijen herontwikkeld (Maxwan, 2019), maar deze ontwikkelingen maken geen onderdeel uit van deze ontheffingaanvraag. Tijdens het vooronderzoek is wel het gehele gebied onderzocht. 1.2 Verbodsbepalingen De ontheffing wordt aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis voor artikel 3.5 voor: het opzettelijk verstoren in hun natuurlijke verspreidingsgebied; het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Voor de overige soorten op de planlocatie is overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde en is ontheffing niet nodig, maar is de zorgplicht wel van toepassing. Voor de onderbouwing hiervan wordt verwezen naar het Vervolgonderzoek wilde planten, huismussen, roofvogels, gierzwaluwen en vleermuizen in bijlage 5 (Eco-Niche, 2019). 1.3 Onderbouwing belang De gewone dwergvleermuis is een beschermde soort die onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn valt. De ontheffing wordt aangevraagd voor de belangen: Volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. De belangen van het project worden door onze opdrachtgever onderbouwd in bijlage 3.
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk twee beschrijft het eindbeeld van het project met de gehanteerde werkwijze en planning voor de uitvoering. Ook wordt de alternatievenafweging toegelicht. In hoofdstuk drie komen de functionaliteit, effecten en maatregelen van de beschermde soorten aan bod. De ontheffingaanvraag wordt ondersteund met onderzoeken, tekeningen en de Module 2 Soortenbescherming Wnb, die in de bijlagen zijn opgenomen. Eco-Niche Pagina 3
2: Project 2.1 Werkzaamheden en eindbeeld Een kaart met de ligging van de planlocatie staat in bijlage 2. Het Kramers Laboratorium met zijn toren en De Witte olifant, beide voormalige gebouwen van de TU-Delft, worden gesloopt of deels gesloopt en de begroeiing wordt verwijderd. Het langgerekte Kramers Laboratorium ligt aan de de Prins Bernhardlaan en heeft een toren. De Witte olifant staat haaks tegen het Kramers Laboratorium aan op het binnenterrein. Het Kramers Laboratorium is verbonden met een gebouw aan de Michiel de Ruyterweg (zie foto voorkant). Het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg behoort niet tot de planlocatie en valt daarom buiten deze ontheffingaanvraag. Dit gebouw behoort echter wel tot het gebied van ‘gele scheikunde´ en zal door een andere partij ontwikkeld worden. De plannen voor de nieuwbouw en de te slopen delen worden momenteel uitgewerkt. Het ontwerp van de nieuwbouw is nog niet bekend. Binnen de planlocatie zijn bouwdelen met een cultuurhistorische waarde aanwezig, waaronder de toren. Één van de uitgangspunten voor de nieuwbouw is dat de cultuurhistorische waarde behouden blijft. Overwogen wordt of deze bouwdelen in de nieuwbouw kunnen worden opgenomen, maar de plannen hiervoor zijn nog niet concreet. In deze ontheffingaanvraag gaan we daarom uit van een ‘worst case’ scenario, waarbij alle bebouwing gesloopt wordt.
Na de sloop of gedeeltlijke sloop wordt door de gemeente op de planlocatie een onderwijshuisvesting van het Internationaal Georiënteerd Voortgezet (IGVO) gefaciliteerd. In het ontwerp van de IGVO wordt uitgegaan van huisvesting voor 440 leerlingen, in een gebouw van maximaal 4.000 m 2 BVO, verdeeld over drie tot vier lagen, met een schoolplein en ruimte voor parkeerplaatsen en een fietsenstalling conform de gemeentelijke parkeernormen en overige gemeentelijke regelgeving. In deze ontheffingaanvraag wordt aangegeven op welke wijze rekening kan worden gehouden met de gewone dwergvleermuis. Deze maatregelen zijn vereist om de negatieve effecten die gepaard gaan met de sloop van de huidige bebouwing te mitigeren en zijn een vereiste voor de nieuwbouw. De maatregelen zijn opgenomen in paragraaf 3.4. De gemeente Delft houdt gedurende het hele proces - van de sloopwerkzaamheden tot en met de realisatie van de nieuwbouw - de regie over de planlocatie. En blijft dan ook verantwoordelijk voor de te nemen maatregelen in deze ontheffingaanvraag. 2.2 Planning De start van de gefaseerde sanering en sloop is op zijn vroegst vanaf augustus 2020 gepland in verband met de benodigde mitigerende maatregelen voor de gewone dwergvleermuis (zie tabel 1). De doelstelling is om de nieuwbouw in 2022 gereed te hebben, maar het is nog onzeker of deze termijn haalbaar is.
Omdat de planning van de nieuwbouw nog niet bekend is, wordt ontheffing aangevraagd voor een termijn van vijf jaar na ontheffingverlening. De planning wordt afgestemd op de kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis, in relatie tot de aangetroffen functies, om zodoende negatieve effecten te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de ecologische voorwaarden (mitigerende maatregelen) opgenomen die invloed hebben op de planning van de uitvoering van het project. Deze ecologische voorwaarden zijn gericht op alle te beschermen soorten en functies, inclusief de zorgplicht. Voor een toelichting en onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.4 maatregelen.
Eco-Niche
Pagina 4
Tabel 1: ecologische voorwaarden voor de planning Bouwwerkzaamheden Ecologische voorwaarden Ophangen tijdelijke gewenningsperiode van één volledig vleermuis kraamkasten kraamseizoen overlap met de bestaande kraamverblijfplaats (zie 3.4.1) Ongeschikt maken Na de gewenningsperiode voor bebouwing met vleermuizen & buiten de kwetsbare vleermuisverblijfplaatsen periode (zie 3.4.2) Sloop bebouwing met vleermuisverblijfplaatsen Sloop overige bebouwing Rooien begroeiing Alle overige werkzaamheden Verwijderen tijdelijke vleermuis kraamkasten
Minimaal een week na ongeschikt maken van de bebouwing inclusief controle op afwezigheid van vleermuizen door een ecoloog (zie 3.4.2) Na inspectie door een ecoloog en zonder verstoring (zie 3.4.3) Rekening houden met broedseizoen vogels & kwetsbare periode vleermuizen & zorgplicht (zie 3.4.5) Rekening houden met broedseizoen vogels & zorgplicht (zie 3.4.7) zes maanden na realisatie permanente verblijfplaatsen en mits er geen vleermuizen in zitten (zie 3.4.1)
Periode* Eis: voor 15 april 2020 Eis: na 15 augustus 2020 (15 aug t/m 1 okt) Plan: nog onbekend* Eis: datum ongeschikt maken + 1 week Plan: nog onbekend* Eis: na 15 augustus 2020 Plan: najaar 2020 Eis: na 15 augustus 2020 Plan: 2020-2022 Eis: datum inbouwen + 6 maanden Plan: nog onbekend*
* planning nog onbekend; wordt uitgewerkt in het ecologisch werkprotocol (zie laatste maatregel).
2.3 Alternatieven In deze paragraaf wordt beschreven welke alternatieven zijn overwogen om effecten op de gewone dwergvleermuis te voorkomen of te mitigeren. Inrichting & locatie: Ter reductie van het aantal vierkante meters gebruiksoppervlak, exploitatielasten en CO 2 wil de TU Delft een aantal gebouwen afstoten of slopen (Tauw, 2016). Ook de rest van ´gele scheikunde´ is hiervoor aangewezen. In de alternatievenbeoordeling wordt overwogen of het mogelijk is de hoge toren van het bestaande gebouw te behouden. In de toren is namelijk een verblijfplaats van vleermuizen aangetroffen (zie paragraaf 3.2). Het is nog niet bekend of dit financieel en technisch haalbaar is. Daarom nemen we voor deze ontheffingaanvraag maatregelen op om in de nieuwbouw permanent vleermuisverblijfplaatsen in te bouwen, die de aangetroffen verblijfplaatsen ruimschoots mitigeren, mocht het niet mogelijk zijn om de toren te behouden, zie paragraaf 3.4. Werkwijze & planning: Tijdens de uitvoering worden de werkwijze en planning afgestemd op de gewone dwergvleermuis, waarbij alternatieven zullen worden overwogen in overleg met een ecoloog, zie vorige paragraaf en paragraaf 3.4.
Eco-Niche
Pagina 5
3: Beschermde soorten 3.1 Vooronderzoek beschermde soorten In 2016 is middels een ecologische quickscan en Flora- en faunaonderzoeken bepaald voor welke voor beschermde soorten ‘gele scheikunde’ (aan de Julianalaan 136) een functie heeft of kan hebben, zie bijlage 4 (Tauw, 2016). In 2019 is een update van de Flora- en faunaonderzoeken uitgevoerd, zie bijlage 5 (Eco-Niche, 2019), omdat de gegevens verouderd waren en de natuurwetgeving veranderd werd van Flora- en faunawet (2002) naar de Wet natuurbescherming (2017). De huidige planlocatie is tevens kleiner dan de toenmalige planlocatie. Tijdens de update is naast de planlocatie wel een deel van de omgeving meegenomen in de onderzoeken. De update omvat de volgende flora- en faunaonderzoeken: wilde planten, huismussen, roofvogels (sperwer en boomvalk), gierzwaluwen en vleermuizen. Deze soort(groep)en zijn wettelijk beschermd en de functionaliteit van de planlocatie mag daarom niet afnemen. Voor de overige soortgroepen zijn de omstandigheden en de wetgeving niet zodanig gewijzigd, dat dit tot andere conclusies zou leiden. Dit zijn de soortgroepen: grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en kwetsbare en algemene broedvogelsoorten. Desalniettemin is de aanwezigheid van deze overige beschermde soorten ook kort onderbouwd en getoetst aan de Wet natuurbescherming en vormt daarmee een update van de quickscan uit 2016.
Uit de resultaten van de update blijkt dat de planlocatie de volgende functies voor beschermde soorten heeft: één kraamverblijfplaats van gewone dwergvleermuizen; één zomer-, paar- en winterverblijfplaats van gewone dwergvleermuizen (in het aangrenzende gebouw dat buiten deze ontheffingaanvraag valt); potentiële nestplaatsen voor algemene broedvogelsoorten; potentieel leefgebied van amfibieën en grondgebonden zoogdiersoorten, die onder de provinciale vrijstellingsregeling vallen. Voor de overige beschermde soorten heeft de planlocatie geen of geen essentiële functie. Voor meer gedetailleerde informatie over geleverde onderzoeksinspanning per soort(groep) en de resultaten wordt verwezen naar het rapport, zie bijlage 5. In de volgende paragrafen wordt alleen de functionaliteit van de planlocatie voor de gewone dwergvleermuis toegelicht, aangezien hiervoor ontheffing wordt aangevraagd. Tevens worden de effecten van het project op deze functionaliteit besproken. Voor soorten die onder de provinciale vrijstellingsregeling en onder de zorgplicht vallen en nestplaatsen van algemene broedvogels worden algemene maatregelen opgesteld. (zie paragraaf 3.4). 3.2 Functie kraamverblijfplaats gewone dwergvleermuis Op de planlocatie is één kraamverblijfplaats van dertig gewone dwergvleermuizen aangetroffen.
De aanwezige kraamkolonie maakt zowel gebruik van (de toren van) het Kramers Laboratorium als van het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg. Het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg valt buiten de ontheffingaanvraag. In het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg is tevens een een zomer-, paar- en winterverblijfplaats van twee gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Buiten de planlocatie ligt essentieel foerageergebied van de kraamkolonie gewone dwergvleermuizen en een essentiële vliegroute er naartoe. De gewone dwergvleermuizen van de kraamkolonie foerageren boven de watergang aan de Prins Bernhardlaan en op de begraafplaats Jaffa. Vanaf de verblijfplaats vliegen ze via de Prins Bernhardlaan naar de Eco-Niche Pagina 6
begraafplaats. Op de planlocatie zelf zijn er verder slechts enkele foeragerende gewone en ruige dwergvleermuizen waargenomen. 3.3 Effecten 3.3.1 Effecten op individuen De kraamverblijfplaats, die als gevolg van de sloop van het gebouw verloren gaat, worden volledig gemitigeerd door passende maatregelen op te nemen. Er worden zowel tijdelijke korte termijn als permanente lange termijn maatregelen genomen (zie paragraaf 3.4 maatregelen). Met toepassing van alle voorgestelde mitigerende maatregelen uit paragraaf 3.4 is geen sprake van het in artikel 3.5 bedoelde: - ‘in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk doden of vangen’ van een gewone dwergvleermuis. Ontheffing wordt aangevraagd, omdat er wel tijdelijk sprake kan zijn het in artikel 3.5 bedoelde: - 'in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk verstoren' en - ‘vernielen of beschadigen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen’. 3.3.2 Effecten op de populatie De precieze populatieomvang van gewone dwergvleermuizen in Delft is onbekend, zie tekstkader 1. De effecten van voorliggend project op de populatie worden hoe dan ook voorkomen doordat er te allen tijde voldoende verblijfplaatsen worden aangeboden binnen een straal van 200 meter van de huidige verblijfplaats. Zowel kwalitatief als kwantitatief worden negatieve effecten op de populatie voorkomen.
Wanneer de maatregelen uit paragraaf 3.4 worden opgevolgd hebben de geplande werkzaamheden en de eindsituatie tevens geen negatieve effecten op andere functies voor de gewone dwergvleermuis buiten de planlocatie. Na realisatie van het project ontstaat een vergelijkbare situatie als voorheen; namelijk bebouwing en openbaar groen in een bebouwde omgeving. De gunstige staat van instandhouding komt zo niet in het geding. Tekstkader 1: gewone dwergvleermuispopulatie in Delft In groter verband hebben we te maken met een kraamverblijfplaats binnen een netwerk van verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen. De omvang en de ligging van het netwerk in Delft is niet precies bekend, maar op basis van literatuur kan hier een globale indruk van worden verkregen. Tijdens een inventarisatie van heel Delft zijn er (in het voorjaar) in totaal 1087 losse waarnemingen van gewone dwergvleermuizen gedaan (Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland, 2012). Op basis van dit aantal kunnen in Delft heel globaal 5-27 kolonies verwacht worden, waarvan er destijds zes zijn vastgesteld. Hierbij gaan we uit van 50% vrouwtjes geclusterd tot 20-120 individuen per kolonie (Kennisdocument BIJ12) en 50% mannelijke individuen in aparte verblijfplaatsen. De dichtstbijzijnde vastgestelde kraamverblijfplaats ligt ca. 600 meter ten noorden van de planlocatie. Deze verblijfplaats kan onderdeel uitmaken van het netwerk.
De overige kraamverblijfplaatsen, die op meer dan 1000 meter afstand liggen, zullen andere onafhankelijke kolonies ofwel (sub)populaties betreffen (Simon et al, 2004, blz 153).
In de aangrenzende bebouwing van ´gele scheikunde´ ligt de in 2019 aangetroffen zomer-, paar- en winterverblijfplaats (bijlage 5) en liggen de in 2016 aangetroffen twee paarverblijfplaatsen en een zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis (bijlage 4, kaart met resultaten van Tauw 2016). Negatieve effecten van bouwwerkzaamheden op de planlocatie (Kramers Laboratorium en De Witte olifant), op verblijfplaatsen in de omgeving - het overige deel van ´gele scheikunde´- worden voorkomen door mitigerende maatregelen te treffen (zie paragraaf 3.4). Overige cumulatieve effecten kunnen echter alleen voorkomen worden indien in de rest van ‘gele scheikunde’ ook voldoende mitigerende maatregelen worden getroffen. Eco-Niche
Pagina 7
Aangezien de kraamkolonie van beide gebouwen gebruikmaakt, bestaat de kans dat de kolonie na het ongeschikt maken van het Kramers Laboratorium en De Witte olifant naar het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg verhuist. Gemeente Delft heeft in het kader van de zorgplicht de huidig en toekomstig eigenaar van ‘gele scheikunde’, respectievelijk de TU Delft en het ontwikkelingsconsortium Kondor Wessels/Amvest, op de hoogte gesteld van de aanwezigheid van de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuizen (zie 3.4.7 zorgplicht). Binnen het netwerk van de lokale (sub)populatie gewone dwergvleermuizen blijken al minimaal twee andere geschikte kraamverblijfplaatsen aanwezig te zijn, namelijk het gebouw aan de Michiel de Ruyterweg en de kraamverblijfplaats op ca. 600 meter afstand. Daarbij betreft het een relatief kleine kolonie gewone dwergvleermuizen (ca. 5,5% van de 1087 losse waarnemingen). De gewone dwergvleermuis staat niet op de Rode Lijst en is de meest algemeen voorkomende vleermuissoort in Nederland en ook in Delft. Wanneer de maatregelen uit paragraaf 3.4 worden opgevolgd, is een effect op de staat van instandhouding van de populatie gewone dwergvleermuizen in Delft uitgesloten. 3.4 Maatregelen In deze paragraaf zijn de maatregelen opgenomen om tijdelijke en permanente negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis te voorkomen en te mitigeren.
3.4.1 Tijdelijke verblijfplaatsen aanbieden Binnen een straal van 200 meter worden vier tijdelijke kraamkasten opgehangen. Hiervoor is een gebouw op het kerkhof geselecteerd (nummer 1 op de onderstaande afbeelding). Dit gebouw heeft de voorkeur, omdat de gewone dwergvleermuizen na het uitvliegen in deze richting vliegen. Daarbij ligt het gebouw in een beschutte parkachtige omgeving met volop foerageermogelijkheden en buiten de invloedzone van de werkzaamheden.
Afbeelding 2: ligging planlocatie (blauw kader met witte stip voor de kraamverblijfplaats in de toren van het Kramers Laboratorium) en genummerde potentiële locaties voor tijdelijke vleermuiskasten (rode cirkels) (bron: Kaartgegevens ©2019 Google).
Eco-Niche
Pagina 8
De overige locaties vormen alternatieven, indien geen toestemming wordt verkregen om aan gebouw nummer 1 tijdelijke vleermuiskasten op te hangen. De nummering is op volgorde van ecologische voorkeur. Een ecoloog geeft advies over de positionering en het type van de vleermuiskasten. Hierbij wordt rekening gehouden met factoren zoals de oriëntatie, hoogte en de ligging ten opzichte van de huidige verblijfplaats, vliegroutes en foerageergebieden. Voorbeelden van hiervoor geschikte vleermuiskasten staan in bijlage 6a. De tijdelijke vleermuiskraamkasten worden vooraf aan de start van het volgende kraamseizoen en daarmee uiterlijk 15 april 2020 opgehangen. De vereiste gewenningsperiode is een geheel kraamseizoen. In deze periode dienen zowel de tijdelijke verblijfplaatsen als de bestaande verblijfplaats beschikbaar te zijn. De tijdelijke vleermuis kraamkasten blijven minimaal functioneel tot zes maanden nadat de permanente verblijfplaatsen (zie 3.4.6) gerealiseerd zijn. Dat wil zeggen minimaal zes maanden na realisatie van de nieuwbouw met ingebouwde kraamverblijfplaatsen. Daarna mogen ze worden verwijderd, mits er op dat moment geen vleermuizen inzitten. 3.4.2 Verblijfplaatsen ongeschikt maken De sloopwerkzaamheden kunnen verstorend en/of dodelijk zijn als de gewone dwergvleermuizen in de verblijfplaats aanwezig zijn.
De toren van het Kramers Laboratorium dient daarom vooraf aan de sloop voor vleermuizen ongeschikt gemaakt te worden. Het ongeschikt maken dient buiten de kwetsbare periode en na de overlappende periode voor de tijdelijke kraamkasten plaats te vinden (zie 3.3.1). De minst kwetsbare periode voor het ongeschikt maken is van 15 augustus t/m 1 oktober. Tegen die tijd zullen ook de laatste jonge vleermuizen groot genoeg zijn om zelfstandig te kunnen vliegen. Vanaf 2021 kan de periode tussen de winter- en kraamperiode, dat wil zeggen van eind maart - begin april ook gebruikt worden voor het ongeschikt maken. Een gebouw wordt ongeschikt gemaakt door het onmogelijk te maken dat eventueel aanwezige vleermuizen na het uitvliegen het gebouw weer in kunnen vliegen. Een paar nachten na het ongeschikt maken en voor de sloop dient een ecoloog te controleren of de vleermuizen daadwerkelijk afwezig zijn in het ongeschikt gemaakte gebouw. Deze en overige maatregelen worden opgenomen en uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol en worden uitgevoerd onder toezicht van een ecoloog (zie laatste maatregel). 3.4.3 Slopen van de overige bebouwing Tijdens het onderzoek zijn - buiten de toren - in de overige bouwdelen op de planlocatie geen vleermuizen aangetroffen. Een vleermuisonderzoek blijft echter altijd een steekproef.
Aangezien gewone dwergvleermuizen veelvuldig verhuizen, kan niet met 100% zekerheid worden uitgesloten dat de kraamkolonie ook andere delen van de bebouwing gebruikt. De bebouwing zal gefaseerd gesloopt en gesaneerd worden. Vooraf aan de sloop van de overige bouwdelen dient een ecoloog de desbetreffende bouwdelen visueel te inspecteren op de geschiktheid voor vleermuizen en de aanwezigheid van vleermuizen en/of sporen van vleermuizen. Indien vleermuizen of sporen van vleermuizen worden aangetroffen, dient maatregel 3.4.2 gevolgd te worden. Zo niet, dan kan de bebouwing gesloopt worden, mits verstoring van de kraamkolonie voorkomen wordt. Verstoring wordt voorkomen door de sloopwerkzaamheden buiten de kwetsbare periode uit te voeren. De kwetsbare periode is van 15 april t/m 15 augustus (waarbij we een maand voor en na de kraamperiode als veiligheidsmarge hanteren). Tijdens het gefaseerd slopen en saneren dient voorkomen te worden dat er openingen ontstaan die in verbinding staan met holle ruimtes waarin vleermuizen verblijven. Dat zijn bijvoorbeeld openingen in gevels van de toren, zoals van een spouwmuur. 3.4.4 Lichtverstoring vermijden Tijdens de bouwwerkzaamheden worden er geen felle bouwlampen op verblijfplaatsen en het omliggende groen gericht, zodat de bestaande verblijfplaatsen (´gele scheikunde´), Eco-Niche
Pagina 9
de alternatieve verblijfplaatsen (vleermuiskasten) foerageergebied niet aan verstoring onderhevig zijn.
en
aansluitende vliegroutes en
3.4.5 Rooien begroeiing Omdat de begroeiing rond de toren van belang is voor het functioneren van de kraamkolonie (als onderdeel van het foerageergebied en de vliegroute), wordt het rooien van begroeiing op de planlocatie pas na de kraamperiode uitgevoerd; dat wil zeggen vanaf 15 augustus 2020. Dit is tevens buiten het broedseizoen van algemene broedvogelsoorten. 3.4.6 Permanente verblijfplaatsen in de nieuwbouw inbouwen In eerste instantie wordt getracht de bestaande kraamverblijfplaats te behouden, door de ‘toren’ in het nieuwe ontwerp voor de internationale school op te nemen. Indien dit onmogelijk is, worden in de nieuwbouw permanente kraamverblijfplaatsen gerealiseerd. Dit is nodig om de kraamverblijfplaats op lange termijn op dezelfde locatie in stand te houden. Zo zijn er ruim voldoende verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuizen om uit te kiezen. Bij de uitwerking van de permanente verblijfplaatsen dient rekening gehouden te worden met de eisen van de gewone dwergvleermuis, door bij het ontwerpproces een ecoloog te betrekken. Voorbeelden van voor dit project geschikte permanente vleermuis inbouwkasten staan in bijlage 6b. De eisen dienen in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen (zie laatste maatregel). Deze maatregel wordt aan de architect en de aannemer van de planlocatie meegegeven om in het programma van eisen op te nemen.
De onderliggende aangevraagde ontheffing is in deze belangrijk om dit wettelijk te faciliteren en een degelijke uitwerking van ontwerp voor de gewone dwergvleermuis te garanderen. Gemeente Delft houdt wel gedurende het hele proces de regie over de planlocatie. 3.4.7 Zorgplicht Om cumulatieve effecten voor gewone dwergvleermuizen te voorkomen, worden de locaties van de buiten de planlocatie aangetroffen verblijfplaatsen gedeeld met de gebouweigenaar. De initiatiefnemer zorgt er daarmee voor dat de eigenaar van ‘gele scheikunde’ op de hoogte is van de benodigde vervolgstappen om de gewone dwergvleermuis te beschermen. Concreet betekent dit dat gemeente Delft de rapportage van het vervolgonderzoek (bijlage 5) deelt met de toekomstig eigenaar Kondor Wessels/Amvest. Dit is reeds gebeurd. 3.4.8 Zorgvuldig handelen Ten grondslag aan elke activiteit, werkwijze en ingebruikname ligt het voorkomen van schade aan de soorten en hun populaties. Bij de uitvoering van het ecologisch onderzoek en het opstellen van de maatregelen zijn bestaande protocollen en richtlijnen gebruikt (Vleermuisprotocol en Kennisdocument gewone dwergvleermuis). Gekozen is voor maatregelen, waarvan de effectiviteit voldoende bewezen of aannemelijk is. Bovendien zijn er tijdens het gehele traject ecologen betrokken, zijn er voor beschermde soorten maatregelen opgesteld en wordt rekening gehouden met de zorgplicht.
3.4.9 Ecologisch werkprotocol opstellen De bovengenoemde maatregelen worden in een ecologisch werkprotocol opgenomen. Dit geldt ook voor de uitwerking van de Zorgplicht, maatregelen voor algemene broedvogelsoorten en voor soorten die onder een vrijstellingsregeling vallen. Een ecologisch werkprotocol bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Een overzicht van de ecologische knelpunten en bijbehorende maatregelen, gekoppeld aan een tijdsplanning, verdeeld over: a. een hoofdstuk / pagina voor de uitvoerders in het veld (in de bouwkeet) en b. een hoofdstuk / pagina voor de projectleiding. c. een to-do-lijst voor de ecoloog. Eco-Niche
Pagina 10
2. Een logboek (tabelvorm) van relevante momenten als: start werkzaamheden, meldingen en controles. Het effect van de werkzaamheden dient tijdens de uitvoering kritisch gevolgd te worden middels dit ecologisch werkprotocol. Op belangrijke momenten zullen de werkzaamheden ten uitvoering van de maatregelen worden begeleid door een ecoloog. Aangezien met de gewone dwergvleermuis voldoende ervaring is opgedaan met het inbouwen van permanente voorzieningen het niet nodig een monitoring op te zetten. Rapportage: Carolien van der Graaf (MSc.) Borging: Willem van Esch (Msc.) Eco-Niche heeft de onderzoeken zo secuur en compleet als mogelijk uitgevoerd. Er kunnen echter geen rechten aan dit onderzoek worden ontleend. Natuur is dynamisch en daarmee niet altijd even voorspelbaar. We adviseren dan ook om indien er tijdens de werkzaamheden – ondanks alles – toch nog andere beschermde soorten op de planlocaties worden aangetroffen, hiervoor contact met ons op te nemen om adequate maatregelen te treffen. © Eco-Niche 2020
Eco-Niche is lid van het Netwerk Groene Bureaus en houdt zich daarmee aan de bijbehorende kwaliteitseisen, richtlijnen en protocollen van dit netwerk
Eco-Niche
Pagina 11
Bronnen
1. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. 2. Kennisdocument gewone dwergvleermuis, juli 2017. BIJ12, Utrecht. 3. Korsten, E.. 2012. ´Vleermuiskasten, toepassing, gebruik en succesfactoren.´ Bureau Waardenburg & Zoogdiervereniging, rapport nr. 12-156, Culemborg. 4. Reiter, G. & A. Zahn. 2006. Bat roosts in the alpine area: guidelines for the renovation of buildings. INTERREG IIIB Project Habitat Network. 5. Simon, M., S. Hüttenbügel & S. Smit-Viergutz. 2004. Ecology and conservation of bats in villages and towns. Bundesamt für Naturschutz, Bonn-Bades Godesberg. 6. Eco-Niche (november 2019). Vervolgonderzoek wilde planten, huismussen, roofvogels, gierzwaluwen en vleermuizen Julianalaan 136 te Delft. 7. Tauw (concept, 13 oktober 2016). Flora- & faunaonderzoeken Gele Scheikunde TU Delft; Kenmerk R001-1238403JNA-nda-V01, J.H.C. Nagtegaal. 8. Stichting Zoogdierwerkgroep Zuid-Holland (2012). Vleermuizen onderzoek gemeente Delft. 9. Maxwan a+u (27-02-2019). Ruimtelijk-programmatisch kader herontwikkeling gele scheikunde, TU-Delft.
Eco-Niche
Pagina 12
Bijlagen 1: Module 2 Soortenbescherming Wnb Bijlage 1 als apart PDF-document bijgevoegd.
Eco-Niche
Pagina 13
2: Bouwplan: bestaande en nieuwe situatie
De Witte olifant
Kramers Laboratorium met toren
Bestaande situatie, planlocatie aangegeven met rode kader (bron: Kaartgegevens ©2019 Google).
toren Kramers Laboratorium De Witte olifant
Bestaande situatie: planlocatie van het Kramers Laboratorium en De Witte olifant aan de Prins Bernhardlaan aangegeven met IGVO kavel en de rest van ´gele scheikunde´ met de hoofdentree aan de Julianalaan 136 (bron: Maxwan, 2019).
Eco-Niche
Pagina 14
IGVO Kavel (bron: Maxwan, 2019).
Eco-Niche
Pagina 15
3: Belangenonderbouwing De voorgenomen werkzaamheden bestaan globaal uit: Sloop bestaande gebouwen Kramers Laboratorium en De Witte olifant Nieuwbouw op dezelfde locatie van een onderwijshuisvesting voor het Internationaal Georiënteerd Voortgezet (IGVO). Alternatieve afweging De voorgenomen sloop van de gebouwen is locatie specifiek en maakt onderdeel uit van een bredere herontwikkeling. Na een periode van circa 70 jaar als thuisbasis voor de faculteit Scheikundige Technologie te hebben gediend, heeft het gebouwencomplex ‘Gele Scheikunde’ geen functie meer voor de TU Delft. Het complex staat al enige tijd (nagenoeg) leeg. Met de groei van Delft neemt ook de behoefte aan (onderwijs)voorzieningen toe. Om dergelijke voorzieningen te kunnen realiseren zijn locaties noodzakelijk. De Stichting Lucasonderwijs en gemeente willen huisvesting van het Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO) binnen de gemeentegrenzen, omdat dit bijdraagt aan het profiel van Delft als kennisstad en dit een belangrijke meerwaarde heeft voor de economische ontwikkeling (aantrekkelijke vestigingsplaats voor internationale bedrijven en werknemers). De komst van de IGVO is ook van groot belang voor de nu al actieve IGBO (van Laurentius), in verband met doorstroom mogelijkheden en doorlopende leerlijnen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft eind januari 2019 een positief besluit gegeven op de aanvraag voor het IGVO in Delft. Voorwaarde die de Minister er aan verbindt is dat de school binnen 3 jaar van start moet gaan. De gemeente is daardoor wettelijk verplicht om huisvesting te faciliteren en te financieren. Binnen de grond- en vastgoedportefeuille van de gemeente Delft zijn op dit moment geen gebouwen of percelen grond beschikbaar. De mogelijkheid tot verwerving van De Witte olifant en het Kramerslab is een unieke kans. De locatie voldoet aan vrijwel alle belangrijke vereisten: de grond heeft al een onderwijsbestemming; het ligt op een perfecte locatie, nl op het snijvlak van de stad, woongebieden en de TU-campus, de locatie is dichtbij het IGBO en is in educatieve zin optimaal i.v.m. doorgaande leerlijnen, samenwerking onderwijs, praktische zaken voor ouders.
het gebied leent zich, mede door zijn centrale ligging, bij uitstek voor een multifunctionele ontwikkeling; inclusief een levendige plint bij de entree van de campus vormt de internationale school een gewenste aanvulling op de integrale ontwikkeling van het gebied de goede bereikbaarheid van het gebied en de nabijheid van de TU en andere internationaal georiënteerde functies waarborgt een minimum aan (auto)mobiliteit het gaat om een solitair gebouw dat binnen de gestelde termijn realiseerbaar kan zijn. Gezien bovenstaande redenen zijn alternatieve locatie in een ander deel van de stad en/of TU campus niet aan de orde of niet beschikbaar. Mogelijkheid tot behoud van gebouwen Behoud van alle gebouwen is geen optie. Er wordt verkend of het mogelijk is om de hoge toren te behouden. Hier is een verblijfplaats van vleermuizen aangetroffen. Het is nog niet bekend of dit financieel en technisch haalbaar is. Daarom zijn voor deze ontheffing aanvraag maatregelen opgenomen om in de nieuwbouw permanent Eco-Niche