Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde Bijlagen bij de Toelichting Bijlage 18 Aanmeldingsnotitie vormvrije mer
Tekst van het document
Hoek Abtswoudseweg Zuideinde Delft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Van Mierlo Planontwikkeling B.V. 7 december 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde Delft Van Mierlo Planontwikkeling B.V.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Definitief 02 7 december 2022 133784/22-017.729
133784 F.D. Kesmer MSc A.M. Springer-Rouwette MSc
F.D. Kesmer MSc A.M. Springer-Rouwette MSc F.D. Kesmer MSc
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Ontwikkeling hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
5
1.2
Aanleiding en doel van de m.e.r.-beoordeling
6
1.3
Wettelijk kader en procedure
7
2
KENMERKEN VAN HET PROJECT
9
2.1
Analyse relevante kenmerken van het project
9
2.2
Omvang en het ontwerp van het gehele project
10
2.3
Samenhang met andere ontwikkelingen
10
2.4
Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
11
2.5
Conclusie kenmerken project
12
3
KENMERKEN VAN DE LOCATIE VAN HET PROJECT
13
3.1
Analyse relevante aspecten locatie van het project
13
3.2
Natuur
14
3.3
Archeologische en cultuurhistorisch waardevolle gebieden
14
3.4
Conclusie locatie van het project
15
4
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
16
4.1
Relevante potentiële effecten
16
4.2
Verkeer en parkeren
16
4.3
Geluid
17
4.4
Luchtkwaliteit
18
4.5
Water
19
4.6
Bodem
19
4.7
Natuur
19
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
20
4.9
Bezonning en windhinder
21
4.10
Conclusie soort en kenmerken van het potentiële effect
21
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
24
6
REFERENTIES
25
Laatste pagina
25
Bijlage(n) I
Stikstofberekening Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde Delft in cumulatie met Schieoevers Noord
Aantal pagina's
8
1 INLEIDING 1.1
Ontwikkeling hoek Abtswoudseweg - Zuideinde
De hoek van de Abtswoudseweg met het Zuideinde behoort tot de wijk Delftzicht. Delftzicht is een wijk die de afgelopen jaren is ontwikkeld tot een woongebied. De voorgenomen ontwikkeling op de hoek Abtswoudseweg - Zuideinde (hierna: het project) is het laatste gedeelte van de wijk Delftzicht. Het project past binnen de structuur van het bestaande woongebied en vormt de laatste afronding van de wijk Delftzicht. De wijk Delftzicht is gelegen binnen het plangebied van het nu nog geldende bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord’ (dat op 28 maart 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad). Het project is niet mogelijk op grond van het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord’. Daarom is voor het project het ontwerpbestemmingsplan ‘Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde’ (hierna: ontwerpbestemmingsplan) opgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 17 augustus 2021 tot en met 27 september 2021 ter inzage gelegen.
Afbeelding 1.1 Projectgebied De hoek van de Abtswoudseweg met het Zuideinde (rode lijn) binnen wijk Delftzicht (paarsgebied) en het plangebied zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord’ uit 2013 ( zwarte stippellijn)
5 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
1.2
Aanleiding en doel van de m.e.r.-beoordeling
Voor u ligt de vormvrije m.e.r.-beoordeling voor de stedelijke ontwikkeling Hoek Abtswoudseweg Zuideinde te Delft, bestaande uit de realisatie van 120 woningen verdeeld over 4 verschillende woongebouwen inclusief parkeergarage. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk leiden tot milieueffecten. In een m.e.r.-beoordeling bepaalt het bevoegd gezag (hier: gemeente Delft) of een m.e.r.procedure moet worden doorlopen vanwege mogelijk nadelige milieugevolgen door een project. De gemeente Delft beoordeelt mede aan de hand van deze aanmeldnotitie of deze stedelijke ontwikkeling Hoek Abtswoudseweg -Zuideinde te Delft nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Vervanging van de eerder opgestelde aanmeldnotitie Voor het ontwerpbestemmingsplan is eerder al een aanmeldnotitie opgesteld. Deze nieuwe m.e.r.beoordeling vervangt het eerder opgestelde document en gaat, mede naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen, nadrukkelijker in op eventuele samenhang en eventuele cumulatie met andere projecten. Inhoud van een m.e.r. beoordeling Op basis van de effecten, kansen en aandachtspunten stelt de gemeente Delft vast of belangrijke nadelige milieugevolgen bij de stedelijke ontwikkeling Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde wel of niet uitgesloten kunnen worden.
Hierbij is gebruik gemaakt van de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor het ontwerp bestemmingsplan alsmede geactualiseerde en aanvullende onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan. De m.e.r.-beoordeling is opgesteld aan de hand van wettelijke beoordelingscriteria (zie kader): 1 de kenmerken van de activiteit; 2 de plaats van de activiteit; 3 de kenmerken van mogelijke effecten. Doel van een m.e.r.-procedure Indien de m.e.r.-beoordeling concludeert dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet op voorhand uit te sluiten zijn, kan het bevoegd gezag besluiten om een volledige milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r.-procedure is een hulpmiddel voor besluitvorming. Het doel van de m.e.r.procedure is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van plannen en besluiten. De m.e.r.-procedure is verplicht bij de voorbereiding van bepaalde plannen en programma’s en bij de voorbereiding van besluiten over projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Bij bepaalde andere plannen en besluiten is niet gelijk duidelijk of sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. In deze gevallen moet dat eerst worden beoordeeld. Dit gebeurt via een m.e.r.-beoordeling. Te beoordelen criteria in een m.e.r.-beoordeling (Europese m.e.r.-richtlijn, bijlage III 2014/52/EU) 1.
Kenmerken van de projecten De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name: - de omvang en het ontwerp van het gehele project; - de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; - het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; - de risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling).
6 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
2. Locatie van de projecten De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: - het bestaande en goedgekeurde landgebruik; - de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan: · het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, oeverformaties, riviermondingen; · kustgebieden en het mariene milieu; · berg- en bosgebieden; · natuurreservaten en -parken; · gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; · gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; · gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; · landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de (samenhang tussen) bevolking en menselijke gezondheid, biodiversiteit, land, bodem, water, lucht, klimaat, materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap, met inachtneming van: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de intensiteit en de complexiteit van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
1.3
Wettelijk kader en procedure
Het wettelijke kader en de procedure ten aanzien van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling worden hieronder toegelicht. M.e.r.-beoordelingsplicht De stedelijke ontwikkeling Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde is een activiteit die is opgenomen in de bijlage (categorie D11.2) van het Besluit m.e.r.: ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, zie tabel 1.1. De m.e.r.beoordelingsplicht is gekoppeld aan de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan. Dit is het m.e.r.beoordelingsplichtige besluit zoals bedoeld in kolom 4 in tabel 1.1. De omvang van het voornemen valt (ruim) onder de drempel genoemd in kolom 2. Het voornemen gaat uit van 54 koopappartementen en 66 huurappartementen. Voor projecten die voorkomen op de D- lijst, maar onder de drempelwaarde blijven, geldt geen planm.e.r.-plicht, maar dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld.
7 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Tabel 1.1 Categorie D11.2 uit de bijlage D bij het Besluit milieueffectrapportage
D 11.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; of 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
Mogelijke planm.e.r.-plicht via Wet Natuurbescherming Buiten de categorieën uit het besluit m.e.r. is er een tweede mogelijkheid waarbij een m.e.r.-plicht kan ontstaan. Volgens artikel 7.2a van de Wet Milieubeheer moet een MER worden indien er sprake kan zijn van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en er op basis van de Wet Natuurbescherming een Passende Beoordeling moet worden opgesteld. Dit is voor het project de hoek Abtswoudseweg-Zuideinde niet aan de orde. Procedure Het bevoegd gezag neemt binnen 6 weken na het indienen van de vormvrije m.e.r.-beoordeling een besluit of al dan niet een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In de motivering van zijn beslissing dat al dan niet een m.e.r.-procedure nodig is, verwijst het bevoegd gezag in ieder geval naar de relevante criteria van bijlage III bij de Europese m.e.r.-richtlijn (zie kader in 1.2). Als geen m.e.r.-procedure nodig is verwijst bevoegd gezag ook naar de mitigerende maatregelen die aan deze beslissing ten grondslag liggen. Bevoegd gezag geeft hierbij aan op welk moment de maatregelen gerealiseerd moeten zijn. Bij een reguliere m.e.r.-beoordelingsplicht moet het bevoegd gezag het besluit dat al dan niet een m.e.r.procedure nodig is, openbaar publiceren en ter inzage leggen. Als geen m.e.r.-procedure nodig is, dan moet dat ook gepubliceerd in de Staatscourant.
Bij een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht is een besluit of al dan geen m.e.r.-procedure nodig is ook verplicht. Dan hoeft dit besluit niet gepubliceerd. In beide gevallen moet het besluit dat geen m.e.r. nodig is worden overgelegd en wordt dit besluit tezamen met het vast te stellen bestemmingsplan ter inzage gelegd.
8 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
2 KENMERKEN VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk beschrijft de kenmerken van de ruimtelijke ontwikkeling (en de aanleg daarvan). De kenmerken worden beschreven aan de hand van de punten die zijn gevraagd in bijlage III van de Europese richtlijn (zie kader in paragraaf 1.2). Paragrafen 2.3 en 2.4 gaan nader in op of en zo ja waar sprake kan zijn van samenhang of cumulatie.
2.1
Analyse relevante kenmerken van het project
Een m.e.r.-beoordeling moet ingaan op de punten die worden gevraagd in bijlage III van de Europese m.e.r.richtlijn. Niet alle punten zijn altijd even relevant voor alle projecten. Tabel 2.1 toont de kenmerken van het project.
Tabel 2.1 Kenmerken van het project Kenmerk
Toelichting
omvang en het ontwerp van het gehele project
de omvang van het project betreft de sloop van incourante kantoor- en bedrijfsgebouwen met een bruto vloeroppervlak van circa 6.500 m2. Hierdoor ontstaat ruimte om vier nieuwe woongebouwen te realiseren, met in totaal 120 wooneenheden. Onder het gebouw komt een parkeergarage voor bewoners met in totaal 124 parkeerplaatsen, 120 bergingen, 4 ruimtes voor afvalcontainers, technische ruimten en verkeersruimte. Op maaiveld is binnen het plan aanvullend voorzien in 24 parkeerplaatsen op eigen terrein
Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
in de omgeving van het projectgebied zijn de komende jaren meerdere (woningbouw)projecten gepland. De meeste projecten bevinden zich (binnenkort) in een realisatiefase, waardoor de mate van concreetheid (aanzienlijk) vooruit loopt op onderhavig project. Daarom zijn de plannen in de nabije omgeving (Schieoevers Noord (verwachte start 2023) en Nieuw Delft (deels gerealiseerd) als autonome ontwikkelingen meegenomen in deze beoordeling
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
vanwege de verandering van de gebruiksfuncties, werken naar wonen, is er geen aanvullend ruimtegebruik. Het gebruik van hulpbronnen kan toenemen (materiaalgebruik, energie, water, bodem) door toevoegen woningen.
Productie van afvalstoffen
naast het reguliere afval behorende bij de realisatie van het project is er geen sprake van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
sloop en -aanleg: tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. De realisatie van het project gaat gepaard met sloop- en bouwwerkzaamheden die tot hinder en verontreiniging kunnen leiden. Denk aan trillingen, geluidhinder, stof, luchtverontreiniging en stikstofemissie door bouwverkeer en inzet van materieel. Dit kan invloed hebben op mens en milieu. gebruik: de realisatie van het project leidt tot intensivering van ruimtegebruik en extra gevoelige woonfuncties. Bestaande en nieuwe bronnen van hinder kunnen toenemen, net als het aantal personen dat aan deze hinder kan worden blootgesteld Hoofdstuk 4 gaat in nader in op de daadwerkelijke effecten.
Risico van zware ongevallen en/of rampen of
9 | 25
er is met de realisatie van de ontwikkeling geen sprake van een nieuwe risicobron. Hogere personendichtheden in het projectgebied kunnen leiden tot een grotere impact van bestaande risicobronnen. Ook klimaatverandering kan gevolgen hebben op wateroverlast in het gebied. Deze gevolgen worden beperkt door de toevoeging van het groen in het projectgebied.
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Kenmerk
Toelichting
Risico’s voor de menselijke gezondheid)
door het groter aantal personen in het projectgebied kunnen bestaande en nieuwe gezondheidsrisico’s toenemen (zie hierboven). Verder gelden voor het project de wettelijke regels voor bouwveiligheid
2.2
Omvang en het ontwerp van het gehele project
Het planontwerp met kenmerk ‘190103’ voor de buitenruimte van het project is opgesteld door Lindeloof tuin- en landschapsarchitecten uit Delft. Het beoogde bouwplan, volgens het model van 28 februari 2020, gaat uit van de realisatie van vier appartementengebouwen, Blok A t/m D. In totaal gaat het om de realisatie van 120 woningen waarvan 54 koopwoningen en 66 huurwoningen (vrije sector).
Afbeelding 2.1 Definitief ontwerp buitenruimte (voor volledige afbeelding met legenda zie bijlage 1 van ontwerp bestemmingsplan ‘hoek Abtswoudseweg - Zuideind’)
2.3
Samenhang met andere ontwikkelingen
De m.e.r.-richtlijn heeft als doel om milieueffecten volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over een project. Het is daarbij noodzakelijk om daar waar projecten in ruimte of tijd direct samenhangen (niet zonder elkaar gerealiseerd kunnen worden) de effecten gezamenlijk te beschouwen (als 1 activiteit). Immers anders kan er sprake van zijn dat 1 voornemen in blokjes wordt beschouwd, waarbij elk blokje slechts beperkte effecten heeft, maar het geheel mogelijk wel tot grotere nadelige effecten leidt. Voor de vraag of sprake is van 1 activiteit (project) voor de toepassing van het Besluit milieueffectrapportage wordt gekeken naar het samenhang- en voorzienbaarheidscriterium. Hangen de activiteiten dermate met elkaar samen dat zij voor de toepassing van de m.e.r-regelgeving als 1 activiteit moeten worden beschouwd?
10 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Vanuit jurisprudentie is bekend welke criteria bepalen of er sprake is van samenhang. Deze criteria staan in tabel 2.2. Op basis van tabel 2.2. is de conclusie dat er géén sprake is van projectmatige, organisatorische, fysieke en/of functionele samenhang tussen het project aan de Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde en mogelijk samenhangende projecten (Nieuw Delft, Gele Scheikunde, Geothermie Rotterdamseweg, Schieoevers Noord, Professor Schoenmakerplantage en TU Delft Campus Zuid). De ontwikkelingen liggen wel in elkaars nabijheid. Daarom beschouwt deze (vormvrije) m.e.r.-beoordeling ook eventuele cumulatie van (milieu)effecten.
Tabel 2.2 Criterium om samenhang tussen ruimtelijke ontwikkelingen te bepalen Criterium samenhang
ontwikkelingen
Kan de ene activiteit zonder de andere plaatsvinden? Als de ene activiteit niet zonder de andere kan plaatsvinden, is sprake van samenhang in de zin van m.e.r.
Ja, de herontwikkeling van de Hoek Abtswoudseweg Zuideinde Delft is een solitaire ontwikkeling die zelfstandig ontwikkeld wordt.
Afstand tussen de projecten, waardoor sprake is van planologisch losstaande projecten (gaat niet om een aaneengesloten gebied)
In de nabije omgeving van het voornemen bevinden zich de volgende ontwikkelingen: Nieuw Delft, Gele Scheikunde, Geothermie Rotterdamseweg en Schieoevers Noord. Het gaat hierbij echter om planologisch losstaande projecten, die niet in een aangesloten gebied worden gerealiseerd. Het project dat het dichtstbij is gelegen, is het project Schieoevers Noord. Tussen het project en het project Schieoevers Noord (ontwikkeling naar een woon-werkgebied) bevindt zich een weg (Abtswoudseweg) en diverse bedrijven met bebouwing. De ontwikkelingen Professor Schoenmakerplantage en TU Delft Campus Zuid bevinden zich op een zeer ruime afstand.
Is sprake van geografische nabijheid, gelijkenissen en wisselwerkingen?
Er is sprake van geografische nabijheid en een aantal gelijkenissen in type ontwikkeling (de andere ontwikkelingen betreffen ook woningen). Echter de projecten staan allemaal op zichzelf en er is geen sprake van wisselwerking in de realisatie of onderlinge afhankelijkheid
Is sprake van financiële of organisatorische samenhang.
Nee
Is sprake van een projectmatige ontwikkeling of fysieke samenhang?
Nee
Is sprake van gezamenlijke voorzieningen of afhankelijkheid?
Nee, het voornemen is niet gebaseerd op voorzieningen in één van de andere ontwikkelingen waardoor er geen afhankelijkheid is. Het vigerend bestemmingsplan Schieoevers Noord bevat contouren van geluidzones van bestaande bedrijven. Het voornemen valt niet binnen de contouren van geluidzones die in het vigerend bestemmingsplan Schieoevers Noord zijn aangegeven waardoor er geen afhankelijkheid is op dit vlak.
2.4
Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten
De ontwikkelingen rondom het project sluiten niet direct op elkaar aan en vertonen geen samenhang. De Schieoevers Noord en Nieuw Delft maken wel gebruik van dezelfde (delen van) de verkeersstructuur als het project. De verkeersafwikkeling van het project (Hoek Abtswoudseweg - Zuideinde), Nieuw Delft en Schieoevers Noord hebben invloed op elkaar. Indien dergelijke ontwikkelingen gelijktijdig worden ontwikkeld, dienen effecten in cumulatie te worden beschouwd. Dit is voor het project Abtswoudseweg Zuideinde geborgd, doordat beide andere ontwikkelingen onderdeel zijn van de autonome ontwikkeling voor dit project. Nieuw Delft is deels uitgevoerd en is voor de realisatie van het project Abtswoudseweg -
11 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Zuideinde gerealiseerd. Het bestemmingsplan ‘Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven)’ is op 18 oktober door de gemeenteraad vastgesteld. De verwachte start realisatie van Schieoevers Noord is 2023. In deze m.e.r.-beoordeling zijn de ontwikkeling Nieuw Delft en Schieoevers Noord daarom als autonome ontwikkelingen meegenomen in de milieuonderzoeken. Dit betekent dat in de onderzoeken er dus vanuit is gegaan dat deze projecten zijn/worden gerealiseerd. Het verkeersonderzoek gaat uit van het MRDH-model (versie 2.6, aangeleverd in maart 2020) van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. In deze situatie zijn de plannen en ontwikkelingen opgenomen die recent zijn vastgesteld en/of met enige zekerheid worden gerealiseerd. Daarmee is de m.e.r.-beoordeling gebaseerd op de plansituatie waarin de cumulatieve effecten samen met Nieuw Delft en Schieoevers Noord zijn meegenomen.
2.5
Conclusie kenmerken project
Op basis van de beschreven kenmerken is geconcludeerd dat er geen sprake is van samenhang tussen onderhavig project en ander projecten in de omgeving. Het beschouwen van cumulatie is tevens geborgd doordat relevante projecten als Schieoevers Noord en Nieuw Delft onderdeel zijn van de autonome ontwikkeling. In hoofdstuk 2 zijn de effecten van het project op de fysieke leefomgeving niet uit te sluiten. Het gaat om een breed palet van effecten als gevolg van functieverandering, ruimtebeslag, ingrepen in de ondergrond, wijzigende verkeersstromen en daarmee samenhangende emissie. Er treden zowel tijdelijke effecten (in de aanlegfase) als langdurige of permanente effecten (toename verkeer of aantasting functies of waarden) op. Het is daarom nodig om te kijken naar de locatie van de voorgenomen activiteit en de aanwezige waarden (hoofdstuk 3), om daarna de effecten en de waarden te kunnen koppelen en beoordelen (hoofdstuk 4).
12 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
3 KENMERKEN VAN DE LOCATIE VAN HET PROJECT Dit hoofdstuk gaat in op de kwetsbaarheid van huidige en toekomstige functies en het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn.
3.1
Analyse relevante aspecten locatie van het project
Een m.e.r.-beoordeling moet ingaan op de punten die worden gevraagd in bijlage III van de Europese m.e.r.richtlijn. Niet alle punten zijn altijd even relevant voor alle projecten. Tabel 3.1 toont de kenmerken van de locatie van het project. Paragraaf 3.2 en paragraaf 3.3 gaan nader in op natuur en archeologie.
Tabel 3.1 Locatie van het project Aspect
Locatiebeschrijving
bestaand en goedgekeurd landgebruik
de gronden in het projectgebied zijn in het bestemmingsplan Schieoevers Noord bestemd als ‘Bedrijventerrein’, Archeologie I en deels Waterstaat Waterkering, ter plaatse is een maximum bouwhoogte ‘8 m’, bedrijf tot en met categorie, 2, 3.1 en 3.2 toegestaan en een bebouwingspercentage terrein van deels 70 % en 100 %. In de huidige situatie zijn in het projectgebied bedrijven gevestigd. Het betreft autobedrijf Kwikfit, verhuurbedrijf BoRent, Broos keukens en Flier luchtkanalen. Het projectgebied is gelegen aan de Abtswoudseweg en het Zuideinde in Delft. Beide wegen vormen in de bestaande situatie voor autoverkeer de directe ontsluiting van het projectgebied
relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan)
niet van toepassing
opnamevermogen van het natuurlijke milieu: wetlands, oeverformaties, riviermondingen
niet van toepassing
kustgebieden en het mariene milieu
niet van toepassing
berg- en bosgebieden
niet van toepassing
natuurreservaten en -parken
niet van toepassing
gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG
het projectgebied maakt geen onderdeel uit van Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in Nederland betreft ‘Solleveld & Kapittelduinen’ (afstand tot circa 10 kilometer). Het plangebied is geen onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Afbeelding 3.1 laat de nabijgelegen Natura2000-gebieden zien
gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen
in en nabij het projectgebied komen geen risicobronnen (risicokaart.nl) voor. het gebied is niet gelegen binnen een waterwin‐, grondwaterbeschermings‐ en/of stiltegebied
13 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Aspect
Locatiebeschrijving
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid
het projectgebied ligt in de binnenstad van Delft. De wijk Delftzicht kenmerkt zich als woongebied. Effecten op omliggende woonfuncties kunnen ontstaan door de bebouwing (schaduwwerking, windhinder) of door verkeer (verkeersveiligheid) en verkeer gerelateerde gezondheidseffecten (luchtkwaliteit, geluid)
landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang
volgens het huidige beleid zijn geen cultuurhistorische waardevolle waarden te verwachten. Wel worden binnen het projectgebied vindplaatsen verwacht uit de Romeinse tijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd
3.2
Natuur
Natuurgebieden Het projectgebied ligt niet binnen Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden (afbeelding 3.1).
Afbeelding 3.1 Natura 2000- en NNN-gebieden rondom het projectgebied (rode stip is indicatieve locatie het projectgebied) (bron: provincie Zuid-Holland)
Beschermde soorten In 2018 heeft Buro Maerlant een nader onderzoek naar broedvogels en vleermuizen uitgevoerd. In 2018 zijn in het plangebied zelf geen verblijfplaatsen van vleermuizen of nesten van de huismus en de gierzwaluw aangetroffen. Deze resultaten zijn geactualiseerd in 2021 (Suijllekom, 2021). In het plangebied zijn ook in 2021 geen nesten van de huismus en gierzwaluw waargenomen. In de omgeving zijn wel twee territoria aanwezig van een solitaire gewone dwergvleermuis (mannetjes).
3.3
Archeologische en cultuurhistorisch waardevolle gebieden
Archeologie Uit het bureauonderzoek (Penning, 2017) blijkt dat binnen het projectgebied vindplaatsen worden verwacht uit de Romeinse tijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
14 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Cultuurhistorie Het projectgebied ligt buiten provinciale en gemeentelijke cultuurhistorische waardevolle gebieden. Het bestaande gebouw in het projectgebied is geen rijksmonument of gemeentelijk moment. Het projectgebied grenst wel aan de Schiekade wat een cultuurhistorisch waardevolle structuur is.
Afbeelding 3.2 Kaart cultuurhistorie Bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Delft
3.4
Conclusie locatie van het project
Hoofdstuk 3 beschrijft de kenmerken van de locatie van het project. Het project ligt ten zuiden van het centrum van de stad Delft. In de bestaande situatie wordt het gebied benut voor stedelijke functies, hoofdzakelijk als werkgebied. Ook de omgeving is sterk verstedelijkt. De natuurlijke kenmerken, systemen en waarden zijn daarmee veelal reeds verdwenen of aangetast. Ook is de milieubelasting door stedelijke activiteiten in het centrumgebied in de bestaande situatie al matig tot hoog. Enkele kenmerken vragen om bijzondere aandacht bij de beoordeling van de potentiële effecten in hoofdstuk 4: - Natura 2000-gebieden in de regio die gevoelig kunnen zijn voor de stikstofdepositie vanuit het gebied; - archeologische waarden; - verkeer, vanwege het intensieve gebruik van het gebied door bewoners en werknemers; - bezonning en windhinder vanwege het intensieve gebruik van het gebied door bewoners en werknemers.
15 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
4 SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT Dit hoofdstuk gaat in op de mogelijke effecten (bijvoorbeeld vernietiging, doorsnijding, verstoring en veranderingen bodemomstandigheden) per relevant thema.
4.1
Relevante potentiële effecten
Op basis van de beschreven kenmerken in hoofdstuk 3 gaat dit hoofdstuk in op de volgende aspecten van het project en de omgeving: - Verkeer en parkeren; - Geluid; - Luchtkwaliteit; - Externe veiligheid; - Bodem en water; - Natuur (inclusief effecten stikstofdepositie); - Cultuurhistorie en archeologie; - Trillingen - Bezonning en windhinder; - Sloop- en aanlegwerkzaamheden.
4.2
Verkeer en parkeren
BuroDB heeft een verkeersanalyse (Boer, Zuideinde-Delft Verkeerskundige analyse , 2022) uitgevoerd om de verkeersaspecten van het plan te analyseren en de effecten van het plan te bepalen en te beoordelen. Het gaat daarbij om de parkeersituatie en de effecten voor de bereikbaarheid en veiligheid naar aanleiding van de verkeersaantrekkende werking en verkeersontsluiting van het project. Parkeren Uit de parkeerbalans volgt dat op de maatgevende momenten wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van het bouwplan en de verdeling tussen het bewoners- en bezoekers parkeren. Verkeersgeneratie De verkeersanalyse concludeert dat het project vanuit verkeerskundig oogpunt gerealiseerd kan worden. Met inachtneming van de benodigde voorzieningen rondom de aansluiting op het Zuideinde, blijven de verkeerseffecten van het plan binnen de kaders van een acceptabele bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. Relevant hierbij is dat in de verkeersmodelleringen Schieoevers-Noord en Nieuw Delft reeds als autonome ontwikkeling zijn meegenomen. Dat betekent dat voorgaande conclusie geldt voor de cumulatieve effecten van het project met deze andere projecten samen.
16 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Onderstaand kader bevat een aantal bevindingen uit de verkeersanalyse die deze conclusie onderbouwen. Bevindingen uit de verkeersanalyse (Boer, 2022) Gesteld kan worden dan in de toekomstige situatie zonder plan (autonome situatie) sprake is van circa 140 motorvoertuigen op de Laan van Braat. Als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe woningen zal de verkeersintensiteit op Laan van Braat volgens het beoogde plan maximaal toenemen van 140 naar circa 770 motorvoertuigen per etmaal. In de worstcasesituatie (alleen koopappartementen) is dit maximaal circa 890 motorvoertuigen per etmaal. De verkeerscapaciteit van de weg is in beide situaties voldoende om deze hoeveelheid verkeer goed en veilig te kunnen verwerken. Ten opzichte van de autonome situatie neemt de verkeersintensiteit op de Abtswoudseweg en het Zuideinde maximaal toe tot 1.030 respectievelijk 1.230 motorvoertuigen per etmaal. In de theoretisch maximale situatie loopt deze toename op tot circa 1.150 respectievelijk 1.350 motorvoertuigen per etmaal. Met deze verkeershoeveelheden wordt voldaan aan de CROW-richtlijnen voor fietsstraten. De capaciteit van de wegen en de kruispunten is ruim voldoende om het verkeer (auto en fiets) op een vlotte en veilige manier af te wikkelen.
Vanaf de planlocatie (de Laan van Braat en het Zuideinde) verspreidt het aan het plan verbonden verkeer over het wegennet van Delft via de Engelsestraat, de Nieuwe Gracht/Deltaweg. Deze wegen zijn door de gemeente Delft aangegeven (en aangelegd) voor het verwerken van grotere hoeveelheden verkeer. De relatieve verkeerstoename op deze wegen door het plan is zeer gering en aanvaardbaar. Geconcludeerd kan worden dat vanuit verkeerskundig oogpunt de verkeerssituatie op de wegen rondom de planlocatie, na realisatie van het plan 'Zuideinde-Delft', acceptabel is. Knelpunten op het gebied van bereikbaarheid en/of verkeersveiligheid zijn niet te verwachten. De in het plan opgenomen ontsluiting op het Zuideinde is enigszins krap bemeten. Op basis van de voor deze aansluiting uitgevoerde verkeerstechnische analyse zal ter plaatse van de doorgang worden voorzien in signalering met verkeerslichten. Deze verkeerslichten regelen het inrijdend en uitrijdend verkeer van en naar het Zuideinde. Voorzien zal worden in voldoende opstelruimte voor een voertuig vanaf het Zuideinde dat in incidentele gevallen moet wachten op van het plan uitrijdend verkeer. De doorgang van het overige verkeer op het Zuideinde wordt daarmee niet gefrustreerd. De verkeersruimte binnen de planlocatie is voldoende ruim om verkeer in beide richtingen te kunnen afwikkelen en te laten manoeuvreren.
De planlocatie is goed bereikbaar voor hulpdiensten en in het plangebied is voorzien in een opstelplaats voor afvalcontainers. Deze opstelplaats is benaderbaar via de Laan van Braat. Voor een goede afwikkeling van het bestemmingsverkeer van pakketpost en reinigingsdienst binnen het plan voorzien in een keermogelijkheid ter plaatse van de groenstrook aan de westzijde van het plangebied.
4.3
Geluid
Het akoestisch onderzoek (Boer, 2022) richt zich op de te verwachten geluidsbelasting gerelateerd aan de nieuwbouw en de geluidseffecten van het plan op de woningen in de nabije omgeving. De bevindingen uit dit akoestisch onderzoek zijn hierna overgenomen. De geluidsbelasting van het wegverkeer wordt veroorzaakt door het verkeer op de aanwezige 30 km/uur-wegen. Deze wegen zijn volgens de Wet geluidhinder niet gezoneerd en formele toetsing van de geluidsbelasting aan wettelijke normen is daarmee niet nodig. De geluidssituatie is beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening en de daarbij geldende voorwaarden. Geluidbelasting van de nieuwbouw Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de te verwachten geluidsbelasting op de nieuwe woningen van het project in alle gevallen voldoet aan de grenswaarde van 53 dB voor een acceptabel woon- en leefklimaat.
17 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Het treffen van geluidsbeperkende maatregelen is niet nodig. Vanuit het oogpunt van geluid kunnen de nieuwe woningen volgens plan worden gerealiseerd. Geluidbelasting bestaande woningen Uit het akoestisch onderzoek naar de mogelijke gevolgen buiten het projectgebied volgt dat voor de bestaande woningen langs de Abtswoudseweg en het Zuideinde er geen sprake is van een significante geluidstoename door het project. Hier wordt voldaan aan de voorwaarden voor een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij enkele woningen langs de Laan van Braat neemt de geluidsbelasting van het wegverkeer (door het plan) toe naar 55 dB (waarde zonder aftrek ex. artikel 110g), boven de grenswaarde. Daarom is hier aansluitend getoetst aan de eis van 33 dB die geldt voor de geluidsbelasting binnen in de woning (artikel 112g van de Wet geluidhinder voor reconstructies). Een akoestisch-bouwtechnisch onderzoek (Hardlooper, 2022) is uitgevoerd voor de betreffende woningen. Uit dit onderzoek blijkt dat geluidniveau in de woningen voldoet aan de gestelde eis van 33 dB.
4.4
Luchtkwaliteit
Het extra wegverkeer leidt ten hoogste tot een beperkte toename van luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteit in het gebied en omgeving verbetert afgelopen jaren autonoom sterk en voldoet al ruimschoots aan de grenswaarden. Voor luchtkwaliteit in en om het projectgebied geldt in de huidige situatie, uitgaande van de huidige wetgeving1 door luchtkwaliteit geen overschrijding van de grenswaarden van de concentraties stikstofdioxide en fijn stof (PM10 en PM2,5). Autonoom is de verwachting dat de luchtkwaliteit verbetert door de dalende grootschalige achtergrondconcentraties en het schoner worden van het autoverkeer.
Afbeelding 4.1 Concentraties stikstofdioxide (links), concentraties PM10 (midden); concentraties PM2,5 (rechts) (Bron: Monitoring NSL 2021 richtjaar 2020)
Het voornemen zorgt voor een beperkte toename van wegverkeer. Gezien de concentraties in de huidige situatie en de autonome ontwikkeling van luchtkwaliteit geldt hierbij dat er geen sprake is van grote negatieve effecten op het thema luchtkwaliteit.
1
Grenswaarde stikstofdioxide is 40 µg/m3, grenswaarde PM10 is 40 µg/m3 en grenswaarde PM2,5 is 20 µg/m3.
18 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
4.5
Water
Waterberging (MetroPolder Company , 2020) Om aan de ambitie voor waterberging van de gemeente te voldoen, wordt een Polderdak aangelegd met kratten van 150 mm. Hiermee wordt een dynamische waterberging gerealiseerd van 371 m3, waarvan 71 m3 water (statisch) geborgen wordt in het substraat. Gemiddeld over het perceel kan er 46 mm neerslag geborgen worden. Dit voldoet aan de eis van de gemeente van 40 mm. De waterberging kan tevens met slimme sturing ingezet worden voor de opvang van extreme neerslag en voor de waterbehoefte van de beplanting op het dak. Geohydrologische beschouwing (Eijking, 2021) De toekomstige kelder doorsnijdt de bovenste watervoerende zandlaag volledig. De grondwaterstroming is gering en de ontwateringsdiepte is minimaal 0,4 tot 0,8 m. Als gevolg van de aanleg van de kelder ontstaat een beperkte opstuwing en wordt de ontwatering kleiner. Voor primaire wegen is een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m gewenst. In de geohydrologische beschouwing wordt een beheersmaatregel geadviseerd om de ontwatering en grondwaterstroming te waarborgen en de verandering van de grondwaterstand als gevolg van de aanleg van een kelder maximaal 5 cm te laten bedragen.
4.6
Bodem
Inventerra heeft in de periode oktober 2018 – januari 2019 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, een aanvullend bodemonderzoek (maatwerk) en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Zuideinde - Abtswoudseweg te Delft. In 2020 heeft Inventerra een aanvullende bodemonderzoek uitgevoerd (Voorhorst J. , 2020). In de onderzoeken van Inventerra zijn diverse verontreinigingen (asbest in grond, zware metalen in puinhoudende grond, minerale olie in grond, minerale olie en benzeen in grondwater) geconstateerd. Doordat er sprake is van een saneringsplicht voor de verontreinigingen op het terrein van Broos en Flier is geborgd dat de verontreinigingen worden verwijderd. Hiermee verbetert de bodemkwaliteit en is er geen sprake van negatieve effecten. Inventerra concludeert dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s door vluchtige verontreinigingen of verontreinigingen (met een saneringsplicht) voor het voornemen.
4.7
Natuur
Natuurgebieden Geen fysieke en indirecte effecten op Natura 2000- en NNN-gebieden Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden. Fysieke effecten zijn uitgesloten. Indirecte effecten als geluid en trillingen tijdens bouwfase rijken niet verder dan 1,5 kilometer. De afstand tot de dichtstbijzijnde natuurgebieden is groter, waardoor ook deze indirecte effecten niet aan de orde zijn. Stikstof - aanlegfase project BuroDB heeft een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd voor het project (8 juli 2022) (BuroDB, 2022). Voor het uitvoeren van de berekening is AERIUS Calculator versie 2021.1.1 gebruikt. Het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie laat zien dat het project in de aanlegfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De maximale stikstofdepositie bedraagt (afgerond) 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is ten gevolge van het project in de aanlegfase geen sprake van een relevante bijdrage van stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van het onderzoek is de conclusie dat de aanlegfase van het project geen significant nadelige gevolgen veroorzaakt met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden.
19 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Stikstof - gebruiksfase project BuroDB heeft een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd voor het project (8 juli 2022) (BuroDB, 2022). Voor het uitvoeren van de berekening is AERIUS Calculator versie 2021.1.1 gebruikt. Het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie laat zien dat het project in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De maximale stikstofdepositie bedraagt (afgerond) 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee is ten gevolge van het project in de gebruiksfase geen sprake van een relevante bijdrage van stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. Op basis van het onderzoek is de conclusie dat het project in de gebruiksfase geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Stikstof - gebruiksfase project in cumulatie met Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) Ondanks dat het in onderhavig geval niet noodzakelijk is om ten aanzien van het aspect stikstof het project te cumuleren met Schieoevers Noord, heeft Witteveen + Bos volledigheidshalve de stikstofdepositie van het project in cumulatie met het vastgestelde project Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) voor de gebruiksfase berekend (zie hiervoor de bijlage 1: ‘Stikstofberekening Hoek Abtswoudseweg – Zuideinde Delft in cumulatie met Schieoevers Noord d.d. 4 november 2022).
Voor het uitvoeren van de berekening is AERIUS Calculator versie 2021.2 gebruikt. Voor deze berekening is gebruik gemaakt van: - de stikstokberekeningen die BuroDB heeft uitgevoerd voor het project hoek Abtswoudseweg - Zuideinde (AERIUS Calculator versie 2021.1.1 en datum 8 juli 2022) (BuroDB, 2022); - de stikstokberekeningen die Antea heeft uitgevoerd voor het project Schieoevers Noord (AERIUS Calculator versie 2021.1.1 en datum 6 september 2022) (Been, 2022). De uitgevoerde stikstofberekening laat zien dat het project ook in cumulatie met Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (bijlage I). Daarmee is ten gevolge van het project in cumulatie met Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) in de gebruiksfase geen sprake van nadelige effecten van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000gebieden. Beschermde soorten In een seizoensbreed onderzoek heeft Buro Maerlant (2021) de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de huismus, de gierzwaluw en vleermuizen onderzocht. Nesten van de huismus en de zwaluw zijn niet aangetroffen in het projectgebied zelf. Voor beide soorten heeft het projectgebied geen functie. In de omgeving zijn twee territoria aanwezig van een solitaire gewone dwergvleermuis (mannetjes).
Buro Maerlant concludeert dat effecten van de ingrepen in principe niet aan de orde zijn. Tijdens de bouw dient men echter vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen (verlichting beperken tot de bouwplaats zelf).
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
Cultuurhistorie Het projectgebied ligt buiten provinciale en gemeentelijke cultuurhistorische waardevolle gebieden waardoor significante effecten uitgesloten zijn. De Schiekade, een cultuurhistorisch waardevolle structuur, wordt niet gewijzigd of aangetast door het project. Archeologie Op het gehele projectgebied ligt in het ontwerpbestemmingsplan hoek Abtswoudseweg - Zuideinde een dubbelbestemming voor de bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de ondergrond. Voor het projectgebied geldt geen verwachting voor sporen uit de prehistorie (Penning, 2017). Op basis van de geologische ondergrond en de Romeinse vindplaatsen in de omgeving van het plangebied geldt er een middelhoge verwachting voor het aantreffen van een vindplaats uit de Romeinse tijd. Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een hoge verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen.
20 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Om de archeologische verwachting te toetsen en eventuele verstoringen in kaart te brengen, wordt door Archeologie Delft geadviseerd om een verkennend archeologisch veldonderzoek met grondboringen uit te voeren. De uiteindelijke beslissing over vervolgonderzoek ligt bij het bevoegd gezag, in deze de gemeente Delft.
4.9
Bezonning en windhinder
Bezonning Voor de beoordeling van de resultaten van het bezonningsonderzoek (Wesenbeek, 2020) is gebruikgemaakt van de ‘lichte TNO-norm’ conform de vraag van de gemeente Delft. Voor de dag 19 februari, 21 april en 21 juni zijn berekeningen gemaakt met een interval van één uur in een periode van 9.00 tot 17.00 uur. Uit de resultaten blijkt dat met de komst van het project, de lichte TNO norm voor de omliggende bebouwing gehaald wordt. Alle omliggende woningen hebben een minimale bezonning van twee uur per dag. Windhinder In zowel de huidige situatie als de toekomstige situatie is er geen sprake van windgevaar (Werff, 2021). Conform de toepassing van de NEN 8100 heerst er een zeer goed windklimaat in de huidige situatie en in de toekomstige situatie. Vrijwel overal is er sprake van windklasse A (goed doorlopen, slenteren en blijven zitten).
4.10
Conclusie soort en kenmerken van het potentiële effect
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de potentiële effecten en aanvullende maatregelen die nodig zijn.
Tabel 4.1 Overzicht van effecten en benodigde maatregelen Thema’s
Is er sprake van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen?
Welke maatregelen, randvoorwaarden of stappen zijn nodig of wenselijk?
Verkeer en parkeren
Nee, De verkeersanalyse concludeert dat het project vanuit verkeerskundig oogpunt gerealiseerd kan worden. Met inachtneming van de benodigde voorzieningen rondom de aansluiting op het Zuideinde, blijven de verkeerseffecten van het plan binnen de kaders van een acceptabele bereikbaarheid, verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid. Uit de parkeerbalans volgt dat op de maatgevende momenten wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van het plan.
Het plan bevat als maatregel een verkeerssignalering middels verkeerslichten bij de entree van het Zuideinde.
Geluid
Nee, uit het akoestisch onderzoek volgt dat de te verwachten geluidsbelasting op de nieuwe woningen van het project in alle gevallen voldoet aan de grenswaarde van 53 dB voor een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij enkele woningen langs de Laan van Braat neemt de geluidsbelasting van het wegverkeer (door het plan) toe naar 55 dB. Uit nader onderzoek blijkt dat geluidniveau in de woningen voldoet aan de gestelde eis van 33 dB voor een acceptabel woon- en leefklimaat.
niet van toepassing
Luchtkwaliteit
Nee, Het extra wegverkeer leidt ten hoogste tot een beperkte toename van luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteit in het gebied en omgeving verbetert afgelopen jaren autonoom sterk en voldoet al ruimschoots aan de grenswaarden.
niet van toepassing
21 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Thema’s
Is er sprake van mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen?
Welke maatregelen, randvoorwaarden of stappen zijn nodig of wenselijk?
Externe Veiligheid
Nee, in en nabij het projectgebied zijn geen risicobronnen aanwezig.
niet van toepassing
Bodem
Nee, de aanwezige bodemverontreinigingen worden waar nodig gesaneerd via de daarvoor voorgeschreven procedures.
Sanering van aanwezige verontreinigingen
Water
Waterberging: nee, voldoet aan gemeentelijke beleid.
Beheersmaatregel: Geadviseerd wordt de ruimte tussen de tijdelijke damwanden en de nieuw aan te leggen kelders aan te vullen met goed doorlatend zand (maximaal 10% en een korrelgrootte < 63 μm). Deze beheersmaatregel is onderdeel van het project en is geborgd met een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan.
Geohydrologie: ja, De toekomstige kelder doorsnijdt de bovenste watervoerende zandlaag volledig en kan leiden tot een te beperkte ontwateringsdiepte.
Natuur
Nee, fysieke en indirecte effecten op Natura 2000gebieden en NNN-gebieden is uitgesloten Het project leidt in de aanlegfase en gebruiksfase niet tot een toename van stikstofdepositie. Hiermee zijn nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het project in de aanlegfase en gebruiksfase uit te sluiten. (BuroDB, 2022)
Beheersmaatregelen: - toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting tijdens de bouw (alleen bouwplaats; - toepassen van zorgplichtmaatregelen Voor vogels en tongvaren (zie quickscan natuur) - natuurinclusieve bouw
Het project in cumulatie met Schieoevers Noord in de gebruiksfase leidt niet tot een toename van stikstofdepositie. Hiermee zijn nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van het project in cumulatie met Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) in de gebruiksfase uit te sluiten (Bijlage I). Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie: nee, het projectgebied zorgt niet voor wijzigingen in de cultuurhistorische waardevolle gebieden. Archeologie: nee, mits de geldende protocollen worden gevolgd voor omgang met de aanwezige verwachtingswaarden
Bezonning
Nee, het project voldoet aan de TNO-norm.
Windhinder
Nee, er is geen sprake van windgevaar (Werff, 2021). Conform de toepassing van de NEN 8100 heerst een zeer goed windklimaat in de toekomstige situatie.
Sloop- en aanlegwerkzaamheden
Nee, de sloop- en aanlegwerkzaamheden worden uitgevoerd conform het bouwbesluit 2012.
Om de archeologische verwachting te toetsen en eventuele verstoringen in kaart te brengen, wordt door Archeologie Delft geadviseerd om een verkennend archeologisch veldonderzoek met grondboringen uit te voeren.
Cumulatieve effecten De cumulatieve effecten zijn onderzocht door Buro DB in de verkeersanalyse en daarmee ook in het geluidsonderzoek dat daarop is gebaseerd, doordat relevante projecten in autonome ontwikkeling zijn meegenomen. Deze thema’s zijn immers de meest relevante thema’s voor cumulatie. In de rest van de onderzoeken is Schieoevers-Noord en Nieuw Delft niet als autonome ontwikkeling meegenomen. Voor plaatsgebonden effecten, zoals bezonning, windhinder, archeologie, zijn cumulatieve effecten ook niet aan de orde.
22 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
De uitgevoerde stikstofberekening laat zien dat het project ook in cumulatie met Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (bijlage I). Daarmee is ten gevolge van het project in cumulatie met Schieoevers Noord (Kabeldistrict en Nieuwe Haven) in de gebruiksfase geen sprake van nadelige effecten van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000gebieden. Kanttekeningen bij het onderzoek Voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de informatie die beschikbaar was uit de diverse onderliggende (herziende) onderzoeken behorend bij het ontwerp bestemmingsplan. Conclusie De vraag is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Onder de voorwaarden uit de onderliggende onderzoeken op het gebied van verkeer, bodem, water, natuur en archeologie zijn belangrijke milieueffecten uit te sluiten.
23 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
5 SAMENVATTING EN CONCLUSIE De voorgenomen activiteit betreft de realisatie van 120 woningen verdeeld over 4 verschillende woongebouwen en een parkeergarage. Het gaat hier om een stedelijk ontwikkelingsproject dat onder de drempelwaarde blijft. Daarom geldt in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. De vraag is of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Kenmerken van het project In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het project besproken. Op basis van de beschreven kenmerken zijn omgevingseffecten als gevolg van de realisatie van 120 woningen niet uitgesloten. Geen sprake van samenhang met andere ontwikkelingen Er is geen sprake van samenhang tussen het voornemen en andere projecten in de omgeving. Het beschouwen van cumulatie is tevens geborgd doordat relevante projecten als Schieoevers Noord en Nieuw Delft onderdeel zijn van de autonome ontwikkeling. In hoofdstuk 2 zijn de effecten van het project op de fysieke leefomgeving niet uit te sluiten. Het gaat om een breed palet van effecten als gevolg van functieverandering, ruimtebeslag, ingrepen in de ondergrond, wijzigende verkeersstromen en daarmee samenhangende emissie. Locatie van het project In hoofdstuk 3 is de plaats van het project besproken. Op basis van de gebiedsbeschrijving is duidelijk dat er geen gevoelige gebieden aanwezig zijn binnen het projectgebied.
In de bestaande situatie wordt het gebied benut voor stedelijke functies, hoofdzakelijk als werkgebied. Ook de omgeving is sterk verstedelijkt. De natuurlijke kenmerken, systemen en waarden zijn daarmee veelal reeds verdwenen of aangetast. Ook is de milieubelasting door stedelijke activiteiten in het centrumgebied in de bestaande situatie al matig tot hoog. Kenmerken van de potentiële effecten In hoofdstuk 4 zijn de potentiële effecten besproken. De negatieve effecten van het voornemen hebben een geringe omvang, duur en/of frequentie. Onder de voorwaarden (uit tabel 4.1) uit de onderliggende onderzoeken op het gebied van verkeer, bodem, water, natuur en archeologie worden geen belangrijk nadelige effecten voor het milieu verwacht. Conclusie Op basis van de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht van het project. Ook aard, plaats, potentiële effecten en cumulatieve effecten (op verkeer, geluid en stikstof) in samenhang beschouwend zijn er geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.
24 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
6 REFERENTIES
Boer, T. d. (2022). Zuideinde-Delft Akoestisch onderzoek verkeer . BuroDB. Boer, T. d. (2022). Zuideinde-Delft Verkeerskundige analyse . BuroDB. Eijking, T. (2021). Geohydrologische beschouwing betreffende: Nieuwbouw met kelder Zuideinde te Delft. tjadenadvies. Hardlooper, J. (2022). Rapportage geluidwering gevel Laan van Braat Delft. Buro Bouwfysica B.V. MetroPolder Company . (2020). Waterberging Zuideinde. Penning, B. (2017). Hoek Zuideinde/Abtswoudseweg, Delft. Een archeologisch bureauonderzoek. . Archeologie Delft . Suijllekom, J. v. (2021). Delft Zuideinde Nader onderzoek natuur . Buro Maerlant . Voorhorst, J. (2019). Verkennend en aanvullend (asbest)onderzoek. Inventerra. Voorhorst, J. (2020). Nader verkennend bodemonderzoek . Inventerra . Werff, D. v. (2021). Zuideinde Delft windonderzoek. DGMR. Wesenbeek, G. (2020). Bezonningstudie . DGMR.
25 | 25
Witteveen+Bos | 133784/22-017.729 | Definitief 02
Bijlage(n)
I BIJLAGE: STIKSTOFBEREKENING HOEK ABTSWOUDSEWEG - ZUIDEINDE DELFT IN CUMULATIE MET SCHIEOEVERS NOORD
133784/22-017.729 | Bijlage I | Definitief 02
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Van Mierlo Bouwmij BV Zuideinde, 2627 Delft
Omschrijving Toelichting
120 appartementen Zuideinde te Delft gecumuleerde effecten gebruiksfase.
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RPcNJNMLFunX 04 november 2022, 19:15 Wnb-rekengrid
Berekening
Totale emissie
Referentiesituatie - Referentie Plansituatie - Beoogd
Resultaten
Referentiesituatie - Referentie Plansituatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste depositie
Hexagon
Gebied
2.441,69 mol/ha/j -
4173008
2023 2023
2.441,69 mol/ha/j
99,8 kg/j 138,3 kg/j 4173008
2.254,0 kg/j 2.565,3 kg/j Solleveld & Kapittelduinen Solleveld & Kapittelduinen
2/8
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 15 Industrie | Overig | Bron 15 Verkeersnetwerk
RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
99,8 kg/j
34,0 kg/j 2.220,0 kg/j
3/8
Projectberekening
Plansituatie (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
138,3 kg/j
2.565,3 kg/j
4/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
5/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Plansituatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
-
Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
-
-
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Coepelduynen Meijendel & Berkheide Westduinpark & Wapendal Solleveld & Kapittelduinen Voornes Duin Voordelta
RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
6/8
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2023
Er zijn meer dan 10 wegverkeer emissiebronnen in deze situatie en deze worden niet in de PDF getoond. Laad de PDF in Calculator in om alle bronnen in te zien (tot een maximum van 5000 bronnen). 15 Industrie | Overig Naam Bron 15 Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
10,0 m 0,280 MW
NOₓ
34,0 kg/j
7/8
Projectberekening
Plansituatie, Rekenjaar 2023
Er zijn meer dan 10 wegverkeer emissiebronnen in deze situatie en deze worden niet in de PDF getoond. Laad de PDF in Calculator in om alle bronnen in te zien (tot een maximum van 5000 bronnen). Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RPcNJNMLFunX (04 november 2022)
8/8
www.witteveenbos.com