Handelingsperspectief 2026 e.v.
Tekst van het document
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
Januari 2025
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
Inhoudsopgave
Bestuurlijke samenvatting
3
Inleiding
4
1. 2.
Wat hebben we nog te doen in de stad Handelingsperspectief
5 7
Bijlage I – Nadere toelichting op het financiële beeld
10
2
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
Bestuurlijke samenvatting De tekorten over de jaren in het huidige financiële meerjarenbeeld zijn in omvang te overzien (zie hiervoor de verwerking van de decembercirculaire 2024). Deze tekorten kunnen begrotingstechnisch worden opgelost door financieel-technische maatregelen (zie de bijlage van deze brief). Hiermee ontstaat voldoende dekking voor deze tekorten. Acute bezuinigingen zijn hierdoor niet noodzakelijk. Het positieve financiële beeld is mede te danken aan de inspanningen die de afgelopen jaren zijn geleverd, zoals de uitvoering van het herstelplan ‘Delft in balans’ en door een robuust begrotingsbeleid waarmee tijdig is geanticipeerd op het ravijnjaar 2026. Om die reden staat de gemeente Delft er ook ten opzichte van veel gemeenten vanuit financieel perspectief relatief goed voor. De andere kant van de medaille is echter dat er destijds keuzen zijn gemaakt om bepaalde investeringen uit te stellen en een klein aantal taken gedekt is met incidentele middelen. Met betrekking tot deze beleidsonderdelen zal de raad nog een besluit moeten nemen deze wel of niet te continueren. In de jaren na 2029 ziet het college de kapitaallasten als gevolg van het huidige investeringsprogramma, in totaal € 595 miljoen in de Programmabegroting 2025-2028, verder oplopen. Dit is een landelijke trend, ook omschreven in de BDO benchmark Nederlandse gemeenten.
Op zich is dit een positieve ontwikkeling aangezien dit het volume aangeeft dat geïnvesteerd wordt in de stad, maar uiteindelijk moeten de afschrijvingslasten als gevolg van deze investeringen ook binnen de toekomstige begrotingen passen. Daarnaast krijgen we steeds beter zicht op mogelijke toekomstige investeringen waarover de raad nog geen besluit heeft genomen, zoals opgenomen in de Strategische Investeringsagenda. Het gaat hier om investeringen die passen bij de groeiende stad Delft. De besluitvorming door de raad over de Kadernota 2025 bepaalt mede de omvang van de (financiële) opgave van de komende jaren. Het huidige financieel perspectief geeft de tijd en ruimte om de komende jaren beheersbaar toe te werken naar een jaarlijks sluitende begroting. Welke maatregelen hier exact voor nodig zijn en/of welke mogelijke ruimte er de komende jaren zal ontstaan, is momenteel nog niet te bepalen aangezien dit mede afhankelijk is van de ontwikkelingen met betrekking tot de financiering van gemeenten vanuit het Rijk. Zoals blijkt uit het hoofdstuk 'Wat hebben we nog te doen in de stad', staat Delft voor de nodige uitdagingen. Gezien de opgaven die voor ons liggen en de (financiële) onzekerheden waarmee dit gepaard gaat, kan gesteld worden dat de toekomstige uitdagingen eerder zullen toenemen dan afnemen.
Vanuit meerdere invalshoeken, is het niet mogelijk om al deze uitdagingen tegelijk aan te gaan en dat hoeft ook niet. Dit betekent echter wel dat er prioriteiten gesteld moeten worden. Dit handelingsperspectief biedt de raad handvatten om de benodigde prioritering aan te brengen die kunnen bijdragen aan het nemen van weloverwogen besluiten. Onderdeel van het handelingsperspectief betreft een afwegingskader. Daarnaast is het college voornemens om de informatieverstrekking aan de raad ten behoeve van de integrale afweging verder te verbeteren. Hiermee wordt met name gedoeld op de financiële consequenties voor de langere termijn met betrekking tot investeringen. In de reguliere P&C-cyclus wordt de Strategische Investeringsagenda betrokken. Het college gaat graag met de raad in gesprek over deze raadsinformatiebrief, het vervolg hiervan als opmaat naar de Kadernota 2025, maar ook voor de langere termijn.
3
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
Inleiding Huidige koers Dit college bouwt voort op de bestendige koers die de raad en voorgaande colleges hebben ingezet. Een koers op basis van het advies voor Delft van de commissie Deetman (2016) waarin we de kracht van Delft als stad van techniek en innovatie ten volle benutten en waarbij we inzetten op een evenwichtige opbouw van onze groeiende stad, met kansen voor iedereen. Deze koers hebben we in 2017 concreet gemaakt in de Agenda Delft 2040. Voor de uitvoering is samenwerking nodig met de stad, partners, andere overheden, maar ook veel geld. Gemeente Delft begon in 2017 vanuit een zwakke financiële positie, maar de afgelopen periode zijn we door verstandig financieel beleid en samenwerking met veel partijen gekomen tot een betere financiële positie. Zo hebben college en raad via de vaststelling van het “Herstelplan Delft in balans” in de vorige raadsperiode met oplopende structurele maatregelen in de jaren van 2021 richting 2024 al een stevig financieel fundament voor toekomstige jaren gelegd. Ook is gestart met de opgavegerichte aanpak van Delft-West, IDD en de energietransitie, waarmee een duidelijke focus is aangebracht. De gemeente kan hiermee, gezien de landelijke situatie, met enige trots een positief financieel beeld bieden.
Aanleiding en leeswijzer Zoals aangekondigd in de bijlage 'Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.' van de Programmabegroting 2025-2028, informeert het college middels deze raadsinformatiebrief de raad over de effecten van het ravijn met een geactualiseerd financieel beeld, en een handelingsperspectief hierop. Hiermee kan de raad richting geven aan het college voor de komende Kadernota 2025, en ook voor de langere termijn. Middels de Programmabegroting 2025-2028, later aangevuld met de recente circulaires van het Rijk, is gebleken dat de financiële uitdaging van dit ravijn, minder acuut is geworden dan eerder verwacht. In de bijlage ‘Nadere toelichting op het financiële beeld’ geven we hier meer duiding aan. In deze bijlage wordt ook een beeld gegeven van de stand van zaken van de onderzochte financieeltechnische maatregelen. Dat het financieel meerjarenbeeld gunstiger is dan verwacht, betekent niet dat er geen uitdagingen zijn. In het hoofdstuk ‘Wat hebben we nog te doen in de stad’ wordt een beschouwing gegeven over deze inhoudelijke en financiële uitdagingen voor de stad. Tot slot gaan we in het hoofdstuk ‘Handelingsperspectief’ in op de vraag hoe de raad en het college de komende tijd gezamenlijk om willen gaan met de beschreven uitdagingen. Hierin wordt een afwegingskader geïntroduceerd om voorstellen met een financiële impact te beoordelen.
Niet alle uitdagingen hoeven direct te worden opgelost, maar alle keuzen die we samen gaan maken moeten worden beoordeeld op dit bredere meerjarige perspectief.
4
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
1.
Wat hebben we nog te doen in de stad
Hoewel de gemeente komend najaar naar verwachting een sluitende Programmabegroting 2026-2029 kan aanbieden, zijn er nog wel aandachtspunten voor de toekomst. Het positieve financiële beeld is mede te danken aan de inspanningen die de afgelopen jaren zijn geleverd, zoals de uitvoering van het herstelplan ‘Delft in balans’ en een robuust begrotingsbeleid waarmee tijdig is geanticipeerd op het ravijnjaar 2026. Om die reden staat Delft er ook ten opzichte van veel gemeenten vanuit financieel perspectief relatief goed voor. De andere kant van de medaille is echter dat er destijds keuzen zijn gemaakt om bepaalde investeringen uit te stellen en een klein aantal taken gedekt is met incidentele middelen. Over deze beleidsonderdelen kan de raad een besluit te nemen deze wel of voort te zetten. In de jaren na 2029 ziet het college de kapitaallasten 1 als gevolg van het huidige investeringsprogramma verder oplopen. Daarnaast krijgen we steeds beter zicht op mogelijke toekomstige investeringen waarover de raad nog geen besluit heeft genomen, zoals opgenomen in de Strategische Investeringsagenda2. Het gaat hier om investeringen die passen bij de groei van de stad. De genoemde oploop van kapitaallasten, zoals hierboven geschetst, zal beheersbaar moeten blijven.
In de Kadernota 2025 kunnen we technische maatregelen vertalen in het begrotingssaldo, maar dit zal op de lange termijn onvoldoende zijn. In de bijlage komen we terug op de reeds onderzochte maatregelen. Daarnaast is het noodzakelijk om beleidskeuzen af te wegen middels een, in het hoofdstuk 'Handelingsperspectief' toegelicht, afwegingskader, om deze uitdaging beheersbaar te houden. De focus blijft hierbij liggen op het realiseren van de vastgestelde doelen. Daarnaast zijn er nog keuzen te maken voor beleid dat nog financieel vertaald moet worden. Bijvoorbeeld langjarig beleid dat nu nog incidenteel gefinancierd is (o.a. onze drie opgaven), aanvullende investeringen uit de inventarisatie voor de Strategische Investeringsagenda (SIA) en ontwikkelingen in het sociaal domein (zoals welzijn, gezondheid en preventie). Maar ook door de raad aangenomen moties zoals de gevel-tot-gevel aanpak. Alles bedoeld om de stad te versterken. Een aantal van deze maatregelen vraagt op de korte termijn al een besluit en een integrale afweging. Dat betekent ook dat de absolute noodzaak moet worden afgewogen in relatie tot de optelsom van financiële effecten op de langere termijn. Dit doen we voor de korte termijn in de Kadernota 2025, maar de afweging zal ook voor andere besluitvorming van toepassing blijven.
Om Delft goed voor te bereiden op de toekomst blijft het nodig om veel middelen in te zetten. Investeringen in beleid zijn soms ook nodig om minder kosten te maken op andere terreinen of de groei van het uitgavenniveau in de toekomst te beperken Met de geplande ontwikkelingen zal de stad in 2040 aanzienlijk gegroeid zijn. Een goede groei van de stad vraagt ook passende infrastructuur, goede openbare ruimte, voldoende woningen, voorzieningen en werkgelegenheid. Voor deze groei ontvangen we meer inkomsten in het gemeentefonds, omdat het vraagt om meer uitgaven. In de Strategische Investeringsagenda zijn investeringen opgenomen om ons vastgoed toekomstbestendig te maken. Dit zijn bijvoorbeeld investeringen in zwembad Kerkpolder en het Rietveldtheater, maar ook investeringen om de groei te faciliteren op bijvoorbeeld onderwijs, sport, cultuur en de energietransitie. Daarnaast gaat het om investeringen om het toekomstige woon/werkgebied Schieoevers (fase 2) Kapitaallasten bestaan doorgaans uit afschrijvings- en rentelasten. Momenteel beschikt Delft over voldoende eigen liquide middelen ter financiering van toekomstige investeringen, waardoor de kapitaallasten momenteel enkel uit afschrijvingslasten bestaan. Indien de gemeente externe financiering dient aan te trekken, zullen de kapitaallasten toenemen als gevolg van bijkomende rentelasten. 1
Voor een nadere toelichting inzake de Strategische Investeringsagenda (SIA) wordt verwezen naar bijlage I – Nadere toelichting op het financiële beeld. 2
5
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. onder andere toegankelijk te maken en de openbare ruimte in te richten. Maar niet alles hoeft nu of in één keer. Er is ruimte voor fasering. Ook de schaarste aan middelen, ruimte en mensen maakt zorgvuldig kiezen en faseren nodig. Hoewel er nog veel onzekerheden zijn over de lange termijnontwikkelingen aan de inkomsten- en middelenkant, overstijgen de gewenste uitgaven op de lange termijn vooralsnog in ruime mate de ingeschatte inkomsten. De schaarste aan ruimte in onze compacte stad vraagt slimme oplossingen zoals multifunctioneel ruimtegebruik. Maar ook keuzen omdat niet alles op elke plek kan. En hoewel onze uitvoeringskracht toeneemt, blijft deze achter bij de planning. Dit wordt voor een deel veroorzaakt door bijvoorbeeld langdurige procedures, maar ook door schaarste aan capaciteit bij onze gemeentelijke organisatie, onze partners en uitvoerenden. In de resterende bestuursperiode kijken we naar wat er nu nodig is om uit te voeren en af te maken waar we al mee gestart zijn. En naar wat we later kunnen, oppakken en uitvoeren. Een belangrijke afweging is hoe de stad nu en in de toekomst gebaat is bij onze keuzen. Ook willen we ruimte geven aan een nieuwe raad en een nieuw college om hier in de toekomst verdere invulling aan te geven.
Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar lopende verplichtingen, maar hebben we ook oog voor kosten die ontstaan als we een investering niet doen, uitstellen, of (incidenteel gefinancierd) beleid niet voor de korte termijn bestendigen. Soms kan dit ook een heroverweging betekenen van eerder genomen besluiten. De noodzaak tot sturing aan de uitgavenkant wordt nog eens extra benadrukt door onzekerheden over de ontwikkelingen aan de inkomstenkant van het gemeentefonds (zie bijlage specificatie financieel beeld). Het hoofdstuk ‘handelingsperspectief’ licht nader toe hoe we onze keuzen, onder meer over bovenstaande onderwerpen, voor de toekomst willen wegen en hoe we kunnen en moeten omgaan met onzekerheden.
6
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
2.
Handelingsperspectief
Op basis van het huidige meerjarenbeeld is de directe urgentie voor eventuele verdere maatregelen weggenomen. Dat betekent niet dat Delft niet meer voor de nodige uitdagingen staat, zoals ook blijkt uit het hoofdstuk 'Wat hebben we nog de te doen in de stad'. Sterker nog, gezien de opgaven die voor ons liggen en de (financiële) onzekerheden waarmee dit gepaard gaat, kan gesteld worden dat de toekomstige uitdagingen eerder zullen toenemen dan afnemen. Vanuit meerdere invalshoeken bezien, is het niet mogelijk om al deze uitdagingen tegelijk aan te gaan en gelukkig hoeft dat ook niet. Dit betekent dat er prioriteiten gesteld moeten worden en als gevolg daarvan keuzen gemaakt moeten worden. Een bijkomend aspect zijn de nadere gemeenteraadsverkiezingen in 2026, waarbij de vraag gesteld kan worden waar de huidige raad nog over wil besluiten en welke besluitvorming wordt overgelaten aan de nieuwe raad. Het volgende afwegingskader kan de raad handvatten bieden om weloverwogen besluiten te nemen. Afwegingskader Prioritering voor de stad Bij het maken van keuzen staat de prioritering voor de stad centraal, waarbij het van belang is in hoeverre een initiatief bijdraagt aan de volgende elementen: 1. De drie opgaven en onze bestuurlijke accenten. Bijdrage aan meerdere opgaven en accenten betekent meer impact en vanuit dit aspect bezien een hogere prioriteit. 2.
Het uitvoeren en afmaken van de door de raad ingezette koers met concrete en zichtbare resultaten in de stad. 3. Een duurzame impact voor de inwoners, de bedrijven en partners in de stad. Urgentie Welke zaken in de stad zouden direct uitgevoerd moeten worden en kunnen niet uitgesteld worden? Hierbij moet onder andere rekening worden gehouden met wat de consequenties van uitstel zijn, zoals een potentiële terugbetaalverplichting van al ontvangen subsidies en/of meerkosten als gevolg van uitstel. De mate van urgentie speelt tevens een rol bij de vraag of het verstandig is om te stoppen met de uitvoering van bepaald beleid c.q. bepaalde investeringen niet te realiseren. Uitvoeringskracht in de stad De gemeente heeft de laatste jaren de uitvoeringskracht in de stad verder geoptimaliseerd, door onder andere additionele capaciteit in te zetten op de grootste opgaven in de stad. Momenteel kan de vraag echter gesteld worden of verdere uitbreiding van de capaciteit daadwerkelijk zal bijdragen aan het vergroten van de uitvoeringskracht. Daarnaast lijkt uitbreiding van de huidige capaciteit, gezien de krapte op de huidige arbeidsmarkt, op dit moment niet realistisch. Financieel De begroting van de gemeente moet structureel in evenwicht zijn. Dit is een wettelijke vereiste, waar de Provincie Zuid-Holland toezicht op houdt.
Waar de gemeente haar financiële middelen in de stad aan wil besteden, is aan de raad om over te besluiten. Elke euro die wordt besteed, kan gezien worden als een investering in de stad. Vanuit financiële verslaggeving wordt er echter een onderscheid gemaakt tussen kosten en investeringen. 7
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. Kosten zijn direct zichtbaar in de exploitatierekening van het betreffende jaar, maar bij investeringen is dit niet het geval. Pas als de investering gereed is en daadwerkelijk in gebruik genomen wordt, wordt hierover afgeschreven waarbij de afschrijvingslasten voor het eerst zichtbaar worden in de exploitatierekening volgend op het jaar van ingebruikname. Het kan voorkomen dat er tussen de start van de investering en de ingebruikname een periode van meer dan vier jaar zit. In dat geval blijken de toekomstige afschrijvingslasten niet uit het meerjarenbeeld dat in de reguliere planning & control documenten is opgenomen. Aangezien de financiële consequenties van investeringen niet altijd blijken uit het meerjarenbeeld dat in de reguliere P&C-documenten is opgenomen, is het college voornemens om het effect hiervan voor de langere termijn voor de raad duidelijker in beeld te brengen. Dit inzicht kan bestaan uit de financiële effecten (lees: ontwikkeling van kapitaallasten) met betrekking tot de jaren die volgen na de vierjaars periode zoals opgenomen in de reguliere P&C-documenten. Deze informatie kan vervolgens opgenomen worden als onderdeel van de Strategische Investeringsagenda.
Daarnaast is bij de besluitvorming omtrent initiatieven ook het mogelijke vliegwieleffect van belang: In hoeverre is het besluit een impuls voor andere partijen om hieraan bij te dragen? Verkenning van mogelijke aanvullende maatregelen Het jaar 2029 laat momenteel een negatief saldo zien. Dit negatieve saldo wordt met name veroorzaakt doordat vanaf 2029 de oplopende kapitaallasten zichtbaar worden, gerelateerd aan het huidige investeringsprogramma van in totaal € 595 miljoen, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025-2028. De besluitvorming die door de raad zal plaatsvinden bij de Kadernota 2025 bepaalt mede de omvang van de (financiële) opgave van de komende jaren. Het huidige financieel perspectief geeft de tijd en ruimte om de komende jaren beheersbaar toe te werken naar een jaarlijks sluitende begroting. Welke maatregelen hier exact voor nodig zijn en/of welke mogelijke ruimte er de komende jaren zal ontstaan, is momenteel nog niet te bepalen aangezien dit mede afhankelijk is van de ontwikkelingen met betrekking tot de financiering van gemeenten vanuit het Rijk. Gedurende de komende periode zijn er een aantal (aanvullende) maatregelen die onderzocht kunnen worden, die mogelijk kunnen leiden tot financiële ruimte. Hierbij kan de raad denken aan de onderwerpen zoals hieronder toegelicht.
Optimalisatie realistisch ramen (inclusief investeringen) Op basis van de huidige inzichten is voor realistisch ramen een bedrag van € 2,35 miljoen opgenomen in de Programmabegroting 2025-2028. Zoals bij de maatregelen vermeld, bestaat er voldoende onderbouwing om dit bedrag ook op te kunnen nemen in de jaren 2026 en verder. De gemiddelde jaarrekeningresultaten over de afgelopen jaren laten een hoger gerealiseerd positief saldo zien dan de € 2,35 miljoen die momenteel is opgenomen in de begroting 2025. Nader onderzoek, waarbij ook de jaarrekening 2024 wordt betrokken, kan een beter inzicht opleveren. Hierdoor ontstaat mogelijk potentieel om een hoger bedrag op te nemen in de begroting. De realisatie van geraamde investeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen van ongeveer 30% naar ruim 50%. In de huidige programmabegroting wordt rekening gehouden met een realisatie van 70%. Het ramen van investeringen gaat gepaard met het ramen van kapitaallasten. Indien geraamde investeringen niet volledig gerealiseerd worden, dan worden er te hoge kapitaallasten geraamd, hetgeen de financiële ruimte onnodig beperkt. Een onderzoek naar het realistischer ramen van investeringen zou daarom kunnen leiden tot financiële ruimte. Uiteraard moet hier niet voorbij worden gegaan aan de beperking in de uitvoeringskracht van grote invloed is op de realisatie.
8
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. Verkenning naar mogelijke verruiming vrij besteedbare middelen in de volgende periode De omvang van de vrij besteedbare middelen is momenteel zeer beperkt. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de beschikbare middelen grotendeels gereserveerd worden voor specifieke doelen (waaronder cofinanciering voor lopende projecten). Dit komt tot uiting in de totale omvang van de bestemmingsreserves binnen het eigen vermogen van Delft. Hypothetisch kan de situatie ontstaan dat middelen voor een specifiek doel worden gereserveerd, waarbij de inzet van deze middelen niet direct daadwerkelijk nodig zijn. Dit betekent dat de middelen gedurende de tussenliggende periode niet besteed kunnen worden voor andere doeleinden. Dit zal nader onderzocht moeten worden. Onderzoek naar 'Nieuw-voor-oud' Het zou voor de volgende bestuursperiode nuttig kunnen zijn om onderzoek te doen naar nieuw voor oud beleid. Hiermee kan huidig structureel beleid op doelmatigheid getoetst worden tegenover nieuwe ambities of projecten.
9
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.
Bijlage I – Nadere toelichting op het financiële beeld Inleiding De begroting voor 2025, aangevuld met de recente circulaires vanuit het Rijk, laat zien dat de gemeente Delft financieel gezond is: structurele lasten worden gedekt door structurele baten, de weerstandscapaciteit is ruim voldoende en de scores van de meeste financiële kengetallen zijn positief. In het raadsbesluit m.b.t. de verwerking van de decembercirculaire staat de meest actuele stand van het meerjarenbeeld. Hierin is het begrotingstekort van 2026 opgelost. De resterende tekorten (boekjaren 2027 en 2029) zijn in omvang te overzien. Trend toenemende kapitaallasten vanaf 2029 Met het oplossen van het acute begrotingsprobleem zijn niet álle financiële uitdagingen opgelost. Vanaf 2029 ontstaat een tekort door oplopende kapitaallasten (bestaande uit afschrijvingslasten en bijkomende rentelasten) als gevolg van het investeringsprogramma 2025-2028. Deze lasten zullen, afhankelijk van de realisatiekracht van de komende jaren, elk jaar toenemen. De gemeente zal met het huidige investeringsvolume in de toekomst aanvullende financiering nodig hebben met bijbehorende rentelasten.
Financiële aandachtspunten Hoewel de gemeente naar verwachting een sluitende Programmabegroting 2026-2029 kan aanbieden in het najaar, heeft de gemeente nog wel een aantal aandachtspunten voor de toekomst: Beheersbaar houden kapitaallasten De genoemde oploop van kapitaallasten, zoals hierboven geschetst, zal beheersbaar moeten blijven. Het is het verstandig om meerjarige technische maatregelen te blijven onderzoeken en in te zetten. Daarnaast gaan we bij voorkeur geen aanvullend beleid, met bijbehorende investeringen, starten waardoor deze uitdaging voor de toekomst groter zal worden. De focus blijft liggen op het realiseren van de vastgestelde doelen. Strategische Investeringsagenda In de Kadernota 2024 is een Strategische Investeringsagenda (SIA) aangekondigd. Deze agenda geeft meer inzicht in de lange termijnontwikkelingen van de investeringen en de consequenties voor financieringsbehoefte en de reguliere exploitatie. De SIA is geen apart besluitvormingsdocument, maar wordt vanaf de Kadernota 2025 als aanvullende sturingsinformatie meegenomen in de reguliere planning & control-cyclus. Deze agenda gaat dieper in op de al geplande investeringen, maar geeft ook een doorkijk naar mogelijke toekomstige investeringen. De aanvullende investeringen zullen bijkomende uitdagingen met zich meebrengen; -
in het kader van onze realisatiekracht, op de financiële positie, waaronder de toekomstige kapitaallasten en onze balanspositie.
Incidenteel beleid met een structureel karakter In de afgelopen jaren heeft de gemeente, met lef, hard gewerkt aan de ontwikkeling van de (groeiende) stad. Hiermee is in een aantal gevallen een start gemaakt met incidentele dekkingsmiddelen, zoals met onze bestemmingsreserves en uit Specifieke Rijksuitkeringen (SPUKS). Als ervoor gekozen wordt het beleid structureel voor te zetten, zal in de toekomst structurele dekking gevonden moeten worden.
10
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. Duiding op de technische maatregelen, onzekerheden Algemene Uitkering en de SIA I. Opbrengst van maatregelen 2026-2029 In de Programmabegroting 2025-2028 (bijlage 1: Handelingsperspectief begroting 2026 e.v.) heeft het college aangekondigd te onderzoeken of er sprake is van mogelijke financiële ruimte. De voorlopige uitkomsten van dit onderzoek zijn opgenomen in deze bijlage. De definitieve uitkomsten zullen worden betrokken bij het opstellen van de Kadernota 2025. Technische maatregelen 1. Ruimte in lopende exploitatiebegroting a. Apparaatslasten n.a.v. Benchmark Berenschot b. Verbetering realistisch ramen c. Groei van de stad actueel ramen d. Vergroten van inkomsten 2.
3.
Gereed
Fin. Ruimte
Vervolg
Ja Ja Ja Nee
Structureel Structureel Structureel Struc/Inc.
Financieel verwerken bij Kadernota 2025. incl conclusies 2024 verwerken in Kadernota 2025. In samenhang met 'Delftse uitdagingen' beoordelen in de Kadernota.
Bestemmingsreserves Incidenteel opschonen Systematiek Algemene reserve en Bestemmingsreserves optimaliseren
Deels Nee
Incidenteel Incidenteel
Regulier per P&C-product. Incidentele ruimte in Kadernota 2025 verwerken. Indien gewenst vervolgopdracht mogelijk.
Investeringsraming a. SIA, inventarisatie strategische investeringen en planningsoptimalisatie b. Afboeken oude investeringen
Ja Ja
Incidenteel Geen
Komt terug in aparte besluitvorming, m.b.t. het SIA Delft heeft niet de financiële ruimte op dit op dit moment gunstig toe te passen.
Incidenteel
Verwachting is dat dit maar beperkt incidentele ruimte op zal leveren.
4. Aanpak voor risicobeheersing
Actualiseren van de aanpak voor risicobeheersing, óók in financieel-technische zin Nee
Hierna volgt een toelichting op de verschillende maatregelen. Deze zullen, waar dit kan, worden meegenomen in de besluitvorming van de Kadernota 2025, waarin dit kan worden beoordeeld in samenhang met toegenomen lasten. Maatregel 1a: Besparing op uitvoeringskosten Conform de bijlage “Handelingsperspectief 2026 e.v.” die het college bij de Programmabegroting 2025-2028 aan de raad heeft verzonden, is Delft vergeleken met andere gemeenten om te zien welke besparingen op uitvoeringskosten mogelijk zijn. Dit levert tot en met 2027 oplopende structurele budgetverlagingen van in totaal € 365.000 op waarvan € 265.000 ten gunste van de algemene middelen komt. Maatregel 1b: Realistisch ramen o.b.v. rekeningresultaten 2021-2024 (realistisch ramen uitgaven) Bij de Programmabegroting 2025-2028 is alleen voor de jaarschijf 2025 rekening gehouden met een beperkte verlaging van € 2,35 miljoen op de hele begroting. Voor de jaren 2026 en verder nog niet. De verlaging van € 2,35 miljoen zat nog niet in de begroting van 2024. We gaan er van uit dat minimaal de € 2,35 miljoen die ook al in begroting 2025 is verwerkt, valt door te trekken voor verdere jaren. Bij de Kadernota 2025 bezien we, mede aan de hand van dan ook beschikbare jaarrekening 2024, eventuele bijstelling. Hierbij zal in de programmabegroting 2026-2029 worden gekeken hoe dit wordt verdeeld over de verschillende Programma’s.
Uitgangspunt is dat dit geen effect heeft op de gemaakte beleidskeuzen. Maatregel 1b/c: Raming gemeentefonds (realistisch ramen opbrengsten) Bij de raming van het gemeentefonds kan een ophoging van de baten worden geraamd door rekening te houden met de stelpost BTW Compensatiefonds (BCF), een verrekening van oudere jaren op het gemeentefonds en de groei van de stad. Hieronder apart toegelicht. Maatregel 1b: Ophoging stelpost BCF (realistisch ramen) Gemeenten declareren de BTW bij het BCF. Dit fonds is gevuld door een uitname uit het gemeentefonds. Een over- of onderschrijding van het fonds wordt jaarlijks verrekend via de uitkering uit het gemeentefonds voor de gemeenten. Omdat elk jaar sprake is van ruimte onder het plafond, wordt hiervoor een structurele stelpost geraamd. Het financieel toezicht van de provincie schrijft voor dat deze stelpost maximaal de meest recente, gerealiseerde ruimte mag zijn. Voor Delft geldt dat de stelpost lager is dan het maximaal toegestane niveau. Zo is de afrekening over 2023 € 3,5 miljoen (definitief) en over 2024 € 2,8 miljoen 11
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. (voorlopig). De raming van de stelpost in de Programmabegroting 2025-2028 is nu € 2 miljoen. De stelpost BCF kan worden opgehoogd met € 500.000, gelet op de ervaringscijfers. Maatregel 1b: Stelpost ramen voor verrekening oude jaren Na afloop van een begrotingsjaar ontvangen gemeenten nog regelmatig nacalculaties van de uitkering uit het gemeentefonds als gevolg van bijstelling van maatstaven, gewichten per maatstaf en/of de uitkeringsfactor. In 2024 zijn nog verrekeningen ontvangen voor de jaren 2021, 2022 en 2023. Omdat deze verrekeningen gemiddeld een positief effect hebben (circa € 1,2 miljoen per jaar), kan hiermee aanvullend rekening worden gehouden door middel van een stelpost. Voor verrekening van oude jaren kan een stelpost van circa € 1,0 miljoen worden geraamd. Maatregel 1c: Groei van de stad De kosten van gemeenten nemen toe door inflatie, welvaart, vergrijzing en de groei van de stad (extra voorzieningen, openbare ruimte en infrastructuur). Voor deze kostenstijging groeit het gemeentefonds elk jaar door middel van het prijs- en het volumeaccres. Bij de verdeling van het gemeentefonds wordt de ontwikkeling van de kosten per gemeente gerepresenteerd door de maatstaven. Als bijvoorbeeld het aantal inwoners en/of woningen toeneemt, stijgt de uitkering uit het gemeentefonds.
De extra inkomsten die samenhangen met de groei van de stad moeten worden beoordeeld in de Kadernota 2025, in samenhang met de toenemende lasten die de groei van de stad met zich meebrengt. Maatregel 1d: Inkomsten Uit een inventarisatie van de kostendekkendheid van legesinkomsten is naar voren gekomen dat hier op korte termijn geen substantiële aanvullende baten zijn te realiseren. Dat neemt niet weg dat hier bij de komende voorbereiding van de belastingverordeningen (bij de Programmabegroting 2026-2029) opnieuw aandacht aan wordt besteed, aan de hand van de meest actuele kostentoerekeningen. Verder is het relevant te benoemen dat er bij de omgevingsvergunningen bij ongewijzigd beleid een afname aan baten valt te verwachten. Daarom wordt ten behoeve van de Kadernota een voorstel opgewerkt om via een combinatie van kostenverlagingen en reeds doorgevoerde tariefsaanpassingen een passende oplossing te vinden. Voor verlaging van de onroerendezaakbelasting zien we op de korte termijn vooralsnog geen mogelijkheden, aangezien het Rijk nog steeds onvoldoende compensatie ter beschikking stelt voor de uitvoering van gemeentelijke taken, waartoe ook noodzakelijke (vervangings)investeringen behoren. Ook in komende jaren wordt blijvend ingezet op de verkrijging van extra (subsidie)middelen vanuit andere overheden, zoals het Rijk, de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de Europese Unie.
Maatregel 2: Opschoning reserves Uit een inventarisatie is naar voren gekomen dat op dit vlak op korte termijn geen grootschalige (structurele) voordelen zijn te verwachten, buiten hetgeen vorig jaar al in de begroting is verwerkt. Zoals aangekondigd in de “Voortgangsbrief Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang” (doorklikbare link) wordt de benodigde omvang voor de gelijknamige reserve bij de komende Kadernota 2025 nader bezien. Het opschonen van bestemmingsreserves is een reguliere taak binnen de P&C-cyclus. Het proces zal naar aanleiding van dit handelingsperspectief verder worden ontwikkeld. Maatregel 3: Investeringsraming In de Kadernota 2024 is een Strategische Investeringsagenda aangekondigd. Deze agenda geeft meer inzicht in de lange termijnontwikkelingen van de investeringen en de consequenties voor financieringsbehoefte en de reguliere exploitatie, en een slimme fasering hiervan. Naar verwachting zal dit geen structurele begrotingsruimte kunnen bieden dat kan worden meegenomen voor het oplossen van onze Delftse uitdagingen. Voor het afboeken van oude investeringen is voldoende
12
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. incidentele ruimte nodig, deze is op dit moment onvoldoende om deze maatregel in te kunnen zetten. Ook de winst die hieruit valt te halen is onvoldoende om deze maatregel nu toe te passen. Maatregel 4: Benodigd weerstandsvermogen i.r.t. risicoprofiel Bij de jaarrekening 2024, die de raad in mei 2025 ontvangt, wordt nader bezien of posten aan de criteria van een “risico” voldoen en of er geen te rooskleurige of te conservatieve aannames worden gedaan. Afgelopen jaren is bijvoorbeeld gebleken dat er vanuit het geïnventariseerde risicoprofiel bijna nauwelijks een daadwerkelijk beroep op het weerstandsvermogen benodigd was. Dat lijkt mede te danken aan de set van Begrotingsregels die het college in 2020 heeft vastgesteld. Deze houden kort samengevat in dat bij het optreden van een financieel nadeel in eerste instantie binnen de eigen portefeuille naar oplossingen moet worden gezocht. In de commissie Rekening & Audit van 27 november jl. is in technische zin ook bij dit onderwerp stilgestaan. Verder is relevant te benoemen dat er landelijk een optie is gecreëerd om, onder strikte voorwaarden, een surplus van de algemene reserve deels in te zetten als structurele baat. Meer technische informatie daarover is te vinden in: de VNG-ledenbrief 'Toelichting inzet reserves vanaf 2024' d.d.
21 december 2023 en de Notitie voor het Bestuurlijk Overleg ‘Financiële Verhoudingen’. De VNG merkt daarbij in haar brief overigens op: “Het is de fondsbeheerders bekend dat dit geen oplossing is voor structurele tekorten die zich nu of in de toekomst voordoen, zoals vanaf 2026.” De provincie ZuidHolland heeft afgelopen jaar als toezichthouder aangegeven nog te werken aan een nader provinciaal toepassingskader voor gemeenten. Voorafgaand aan de Programmabegroting 2026-2029 wordt bezien of inzet van deze optie (inclusief alle daarbij horende randvoorwaarden) voor Delft verstandig en mogelijk is. Gezien de omvang van geraamde reserveringen ten laste van de algemene reserve zijn de mogelijkheden hiervoor vooralsnog niet groot. II. Onzekerheden over financiering gemeenten Bij de opstelling van de Programmabegroting 2025-2028 was de uitwerking van het regeerprogramma van het kabinet-Schoof nog niet bekend. Ook in de Miljoenennota 2025 zijn geen concrete voorstellen opgenomen over aanpassingen van de structurele financiering van gemeenten.
De verwachting is nu dat in de Voorjaarsnota 2025 nadere afspraken worden opgenomen over: Extra financiële ruimte voor jeugdzorg Hierbij wordt het advies betrokken van de deskundigencommissie voor de jeugdzorg die is ingesteld om te adviseren over de uitvoerbaarheid van de hervormingsagenda jeugd, de inzet die gemeenten hiervoor hebben geleverd en de benodigde middelen voor de Jeugdzorg. NB: Tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG (29 november 2024) is aangekondigd dat juridische stappen worden ondernomen (op grond van artikel 108 van de gemeentewet) als onvoldoende middelen beschikbaar komen. Financieel pakket voor herstel balans ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht In het medeoverhedenoverleg (21 november 2024) hebben het Rijk en de VNG afgesproken om voor de thema’s woningbouw/bereikbaarheid, zorg, bestaanszekerheid en natuur/klimaat nader in kaart te brengen of herstel nodig is van de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht. De uitkomsten worden besproken in het overhedenoverleg van februari 2025. Onderzoeken herijking Naar aanleiding van de uitkomsten van de herijking van het gemeentefonds zijn onderzoeken afgesproken naar grootstedelijke kosten, stapeling problematiek in het Sociaal domein en Overige eigen middelen (OEM).
Begin 2025 worden de resultaten verwacht die mogelijk leiden tot bijstelling van maatstaven voor de verdeling van het gemeentefonds. Accres Door de VNG is in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (BOfv, 26 november 2024) aandacht gevraagd voor de ontoereikende inflatiecorrectie en de grondslag voor het volumeaccres. 13
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. Gevraagd is om bijstellingen van de systematiek (nacalculatie van de inflatiecorrectie CPB en platte accressen). Afgewacht moet worden of het Rijk hier een aanpassing gaat doen. Overheveling en korting specifieke uitkeringen (SPUK’s) Over het voornemen om de specifieke uitkeringen over te hevelen naar de Algemene uitkering (met een korting van 10%) volgt nadere besluitvorming door het kabinet. De VNG heeft bepleit dat een korting gepaard moet gaan met afspraken over vermindering van taken en/of afspraken over verbetering van efficiency. Onderzoeken naar vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten In de Voorjaarsnota 2024 zijn onderzoeken aangekondigd naar de financiële impact van vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten die nodig zijn voor gemeenten. De VNG heeft hiervoor aandacht gevraagd in het BOfv. Afgewacht moet worden wat het Rijk met de bevindingen doet. Financiering Wmo Voor de financiering van de Wmo wordt door het Rijk nagedacht over een aparte financiering, inclusief een indexering die volgens het Rijk recht doet aan de kostenontwikkeling (demografie, vergrijzing. Inmiddels is hiervoor € 75 miljoen extra beschikbaar gesteld in 2026, oplopend naar € 300 miljoen in 2029. Over de nieuwe verdeelsystematiek is nog niets bekend.
Naast bovengenoemde onderwerpen die via het gemeentefonds rechtstreeks het financiële kader voor de gemeenten beïnvloeden, is er ook een mogelijkheid dat het Rijk met een ombuiging gaat komen. Naast de dekking die benodigd is voor bovengenoemde onderwerpen, zijn hiervoor indicaties de overschrijding van de normen voor het begrotings- en financieringstekort van de Europese Unie. Nog concretere aanwijzingen zijn de benodigde dekking voor het terugdraaien van de verhoging van de BTW voor boeken, cultuur en sport in het Belastingplan (€ 1,2 miljard), de alternatieve invulling voor de vermogensrendementsheffing in box 3 vanaf 2028, reparatie van onjuiste verstrekking WIA, realisatie van afgesproken ombuigingen op instroom van asielzoekers, kosten van (gewenste) verlaging benzine- en dieselaccijns (€ 1,5 miljard) en de stikstof- en mestproblematiek. Op basis van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk kan een nadere duiding van bovengenoemde onderwerpen worden opgenomen inclusief de inschatting van de effecten voor het begrotings- en meerjarenbeeld. De verwachting hierbij is dat geen sprake zal zijn van grote voordelen die substantieel bijdragen aan de verbetering van de structurele financiële positie van gemeenten. Consequentie hiervan is dat nagedacht moet worden over de eigen mogelijkheden voor vergroting van de financiële weerbaarheid en wendbaarheid van de gemeente. III.
Strategische Investeringsagenda (SIA) In de Kadernota 2024 is een Strategische Investeringsagenda aangekondigd. Deze agenda geeft meer inzicht in de lange termijnontwikkelingen van de investeringen en de consequenties voor financieringsbehoefte en de reguliere exploitatie. De SIA is geen apart document, maar zal vanaf de Kadernota 2025 als aanvullende sturingsinformatie worden meegenomen in de reguliere planning & control-cyclus. De SIA is nodig, omdat de huidige, maar ook de begrotingen van de afgelopen jaren laten zien dat onze financiële investeringsruimte is volgepland, terwijl we tegelijkertijd in de praktijk niet alle investeringen volgens planning kunnen realiseren. Daarmee creëren we een boeggolf aan beschikbaar investeringsvolume die we steeds voor ons uitduwen, zetten we onszelf -onnodigfinancieel krap en kunnen we onvoldoende inspelen op nieuwe ontwikkelingen en/of meebewegen op mogelijkheden voor financiële bijdragen vanuit het Rijk en Europa.
14
Handelingsperspectief begroting 2026 e.v. De in ontwikkeling zijnde SIA is een instrument om beter te kunnen bijsturen op actuele veranderende maatschappelijke, organisatorische en financiële omstandigheden. Het bevat tevens inhoudelijke en financiële onderbouwingen over de investeringsprojecten en heeft vooralsnog een tijdhorizon tot 2040. De agenda zal de volgende indeling krijgen: 1. Strategische Investeringen: alle investeringen die te maken hebben met de groei van de Stad. Uiteraard vallen onze drie focusopgaven (Delft West, Innovatiedistrict Delft en Energietransitie) daaronder maar ook de gebiedsontwikkelingen (o.a. Schieoevers), Mobiliteitsprogramma en bijvoorbeeld het Ontwikkelplan Maatschappelijke Voorzieningen. 2. Toekomstbestendig maken van onze panden: de afgelopen jaren hebben we gezien dat bij steeds meer van onze vastgoedpanden (o.a. Onderwijspanden, Museum Prinsenhof, Rietveldtheater, Theater de Veste, Zwembad Kerkpolder) meer nodig is dan regulier onderhoud. Verduurzaming speelt daarin een grote rol maar ook de aanvullende eisen die gesteld worden aan gebruik en in stand houding. Door noodzakelijke financiële keuzes in het recente verleden is, niet alleen in Delft, sprake van een forse inhaalslag 3. Het regulier in stand houden van onze activa: betreft vooral de reguliere beheerplannen binnen de openbare ruimte en de investeringen in bedrijfsmiddelen.
Tevens bevat de SIA informatie over de fasering van de verschillende (met name infrastructurele) projecten waarvoor Delft de afgelopen jaren rijkssubsidies heeft ontvangen. Ook deze projecten kennen vaak een doorlooptijd langer dan 4 jaar en vallen dan buiten de huidige planperiode van de 4 jaren begroting. Alleen voor het regulier instandhouden van onze activa (inclusief een deel voor onderwijshuisvesting) ontvangt de gemeente, via het gemeentefonds, budget. Al langer is bekend dat de middelen die de gemeente krijgt voor onderwijshuisvesting verre van toereikend zijn. Voor de strategische investeringen ontvangt de gemeente in principe geen specifieke middelen en zullen er keuzes moeten worden gemaakt. Niet alle ambities die tot uitdrukking komen in de ontwikkeling zijnde Strategische Investeringsagenda zullen passen of financieel mogelijk zijn. Als dat aan de orde is zal er op het juiste moment een bestuurlijke keuze moeten worden gevraagd wat wel of niet of wanneer te doen. Bij (het voorstel voor) die afweging is het de kunst om over de project-of gebieds- (en soms stads-) grenzen heen te kijken en de bijdrage van bepaalde investeringen aan de leefbaarheid van een gebied of de stad als geheel mee te wegen. Bij de Kadernota 2025 zal nader inzicht in en duiding worden gegeven van de omvang van de Strategische Investeringsagenda.
Voor diverse investeringen zullen wij de komende jaren middelen moeten vrijspelen. Bij de Kadernota 2025 komt er een voorstel hoe en tot welke hoogte de financiële ruimte noodzakelijk is en zal worden verwerkt in het financieel perspectief voor de toekomstige lasten van de geïnventariseerde opgaven uit de Strategische Investeringsagenda.
15