Handelingen raadsvergadering 16 mei 2024
Tekst van het document
Het is natuurlijk relevant om te bekijken hoe we, als we al die stenen gestapeld hebben - er staan ook heel veel uitspraken over hoe het groen ingericht zou kunnen worden - ervoor gaan zorgen dat mensen elkaar hier op een prettige manier kunnen ontmoeten, dat het leefbaar is en dat er ook voorzieningen terechtkomen die dat stukje wijk echt gaan maken tot zoals we dat voor ogen hebben. Wat dat betreft vind ik dat STIP echt een mooie motie heeft opgesteld. Ik hoorde daar veel steun voor, maar ook vanuit het college is er veel steun voor om het op deze manier wat scherper te maken, zodat het niet alleen gaat om de stenen en het bouwen van de stad, maar ook om een stad die vooral een plek voor mensen zou moeten zijn. Wellicht wil mijn collega Schrederhof daar nog iets meer over vertellen. Dan de motie over de collectieve woonvorm. Die is inderdaad mogelijk gemaakt in ons masterplan. Ik hoorde daar ook veel steun voor. Wellicht is daar door de wethouder Wonen nog iets meer te vertellen, want daar zijn ook ontwikkelingen in. Zoals de heer Herrema ook aangaf, hebben we het nodige geleerd van de ontwikkeling van Nieuw Delft. Die kennis zullen we zeker ook meenemen.
41
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
Dan de discussie over de Beatrixlaan. Er zijn inderdaad al op verschillende plekken stukken benoemd die relevant zijn en die toewerken naar die afschaling, met name op de snelheid maar ook op het ruimtegebruik. Dat neemt niet weg dat dat nog wel een beetje op hoofdlijnen is. Voor dit masterplan is het echt een belangrijk uitgangspunt dat uiteindelijk die 50 km/u wordt uitgewerkt, sowieso voor de leefbaarheid maar zeker ook voor hoe we gaan bouwen. In de motie wordt ook gesproken over de Westlandseweg en zeker ook over het Pierre van Hauweviaduct. We moeten goed bekijken in hoeverre die twee elementen van een kans naar een mogelijke uitwerking zouden kunnen komen, ook in relatie tot dit masterplan. Ik vind dat echt een aanvulling op wat we tot nu aan het doen zijn. Ik hoor ook graag wat de raad daarvan vindt, zodat we de opdracht als college mee kunnen nemen. Dan de overige punten die langskwamen, bijvoorbeeld het ov. Dat is echt een punt van aandacht in de elementen waar we nog met elkaar over komen te spreken, maar ook gelet op de tijd heb ik hiermee aangegeven dat alle voorliggende moties door het college positief kunnen worden opgepakt. Wat meer inhoudelijk zou ik het woord via de voorzitter aan collega Schrederhof kunnen geven. De VOORZITTER: Uitstekend gedaan, mevrouw Huijsmans, kort en krachtig. Wethouder SCHREDERHOF: Voorzitter. Een korte en krachtige aanvulling.
De ruimte voor buurtverbinding loopt parallel met het onderzoek dat wij nu doen naar de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen. Ons koersdocument moet aan het eind van het jaar gereed zijn. Dat geeft feitelijk aan hoeveel maatschappelijke voorzieningen in verschillende categorieën we met de groei van deze stad nodig hebben, wat we moeten toevoegen en waar, dus ook over de wijken verdeeld. Mijn collega - dan zou een derde wethouder aan de orde komen - is ook nog bezig met het integraal huisvestingsplan voor cultuur. Ook dat moet zijn plek krijgen. Volgens mij is het dus heel mooi om die onderzoeken die straks af zijn, in de praktijk te toetsen en met elkaar in de Buitenhof te gaan kijken hoe we dit implementeren en wat we daarvan leren. Volgens mij is dat dus een heel mooie motie. De andere motie gaat over collectief wonen. Dat is ook een uitvoering van de Woonagenda waar we mee starten. De opgave is eigenlijk: hoe zorg je dat je collectieven enthousiasmeert en hoe ondersteun je ze goed? Natuurlijk maken we daarbij gebruik van ervaringen die we hebben, ook in andere steden. Dat onderzoek is dus eigenlijk veel meer beleidsmatig en moet de structuur neerzetten. Ook dan is het mooi dat je al op een locatie aan de slag gaat. Nog een keer, ook als antwoord naar de VVD: collectieve woonvormen zijn zeker niet alleen studentenhuisvesting.
Het is een heel breed veld, waarbij ook collectieve woonvormen voor ouderen heel belangrijk zijn. Dat is ook precies de groep die zich al meldt voor deze locatie. De initiatieven zijn er dus al. Ik denk dat het mooi is om die twee naast elkaar te doen. Tot slot de vraag van de SP over de concurrentie op de woningmarkt en wat we daaraan doen. We hebben natuurlijk niet alleen in het sociale segment te weinig woningen. We hebben gewoon te weinig woningen gebouwd voor het aantal mensen die in de stad wonen, vaak nog bij hun ouders. Dat geldt ook voor mensen die doorstromen. Dat halen we niet op korte termijn in. We hebben dus elke keer toch een schaarsteafweging. Tegelijkertijd werd er gevraagd naar het initiatiefvoorstel van de SP. Dat zijn we nu aan het uitwerken. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde als bij de andere twee punten: we zijn het initiatiefvoorstel aan het uitwerken en hoe mooi zou het zijn als we dat als eerste toetsen op de Buitenhof? Wat betekent dat nou en hoe kan het daar zijn plek krijgen? Ik denk dus dat daar een onderwerp bij komt: we moeten dat ook met het initiatiefvoorstel op de Buitenhof uitproberen. De andere twee moties zijn moties die heel erg aansluiten bij waar we op dit moment staan.
42
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De VOORZITTER: Ook kort en krachtig. Zijn er nog andere wethouders die iets willen zeggen? Nee. Je moet als voorzitter altijd opletten dat je niemand overslaat. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Naar aanleiding van de beantwoording door de wethouders heb ik een vraag over het Pierre van Hauweviaduct. Ik begrijp nog niet zo goed wat de motie extra bijdraagt ten opzichte van de plannen die al in de Adaptieve Mobiliteitsagenda en in onze plannen staan, want daar staat eigenlijk ook al dat we dat gaan onderzoeken. Kunt u iets meer context geven voor hoe de motie nog iets bijdraagt? Ik snap niet zo goed hoe ik dat naast elkaar moet zien. Kunt u dat toelichten? De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Volt is de moeilijkste niet. Als wij mogelijk ongelijk hebben, willen we dat zeker toegeven. Ik hoorde in het betoog van de wethouder dat de motie van meneer Analikwu wel degelijk iets toevoegt. Ik heb eigenlijk dezelfde vraag als de ChristenUnie: kan de wethouder expliciet aangeven wat nou anders is dan wat we al zouden gaan doen? Aan de hand daarvan zullen wij bepalen of we voor- of tegenstemmen. Een korte reactie naar aanleiding van het interruptiedebatje met meneer Herrema, die zei dat ook zijn fractie het belangrijk vindt dat het over groen gaat: dat staat niet in de motie, in ieder geval niet in het dictum en in de opdragingen.
Misschien zou je dat kunnen toevoegen. Dan zijn wij in ieder geval heel geneigd om voor te stemmen. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Voorzitter. Dank voor alle steun van alle partijen voor onze moties. Daar hoef ik dus niks meer over te zeggen. Wij willen als STIP nog wel iets zeggen over de motie van D66 die wij mede hebben ingediend. Zoals ik in mijn eerste termijn zei, vind ik de motie van D66 net als onze moties een middel om alvast met onze ambities wat meer gestalte te geven en wat meer stappen te zetten richting een verkenning die ruimte biedt aan groen, woningen en de buurtverbindende voorzieningen, die ook in onze motie staan. Door die verkenning wat meer duiding te geven, hebben we ook een veel duidelijker kader voor de gesprekken die we later met bewoners kunnen voeren. De heer TREFFERS (Volt): Ik probeer het echt te begrijpen. Wat is de aanscherping ten opzichte van het huidige beleid? Ik wil graag meestemmen als er echt een aanscherping is. Mevrouw FUNG FEN CHUNG (STIP): Naar het inzien van STIP laat dit masterplan nog veel te veel ruimte voor die verkenning, terwijl we eigenlijk al de uitspraak willen doen dat we de wens hebben om dat scenario wat verder te verkennen. Daarmee willen we dus zeggen: ga dat alvast wat meer uitzoeken, zodat we ook meer kaders hebben om die gesprekken te kunnen voeren met de bewoners. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter.
Ik had een vraag aan wethouder Huijsmans gesteld over de afwaardering van de Beatrixlaan. Omdat de fractie van D66 van de barrière af wil, ben ik benieuwd wat volgens de wethouder de invulling van die afwaardering is. De heer HERREMA (GroenLinks): Voorzitter. Ik reageer op de vraag van Volt of het niet in het dictum zou moeten staan. Dan wordt het misschien wel heel dwingend. Het is ook heel belangrijk dat we dat met de buurt, de omgeving en belanghebbenden invullen. In de constateringen en de vaststellingen zit wel een hele zweem van groen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik vul dat allereerst aan: je kunt in de constateringen en de overwegingen bijna niet om het groen heen. Maar concreet voor Volt: de motie voegt 43
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
een argumentatie toe. Het uitgangspunt in de beantwoording van de schriftelijke vragen was afhankelijk gesteld van de toen nog uit te voeren evaluatie. Die is nu gedaan. Daar geven we met deze motie echt een klap op. Tot slot en misschien ten overvloede: deze motie voegt niet alleen de koppeling met het masterplan toe en de stelling dat de raad hier positief tegenover staat, want ook de koppeling met de kruising van de Westlandseweg is nieuw, evenals het Pierre van Hauweviaduct. De wethouder, die wij de opdracht geven, en ook mijn favoriete tegenstander, de heer Koelewijn, waren het allebei met mij eens dat de motie wel degelijk iets toevoegt. Ook Volt zal dat dus vast met ons eens zijn. Voor de ChristenUnie: de Adaptieve Mobiliteitsagenda gaat voor het Pierre van Hauweviaduct alleen in op een aanpassing en maakt die koppeling dus niet concreet. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. Als antwoord op de vraag van de ChristenUnie volgens mij is het al langsgekomen - kan ik aangeven dat het met name gaat om het feit dat het Pierre van Hauweviaduct her en der wel genoemd wordt maar niet in relatie wordt gebracht tot het verlagen van de snelheid op de Beatrixlaan en vervolgens de kansen om die barrière weg te nemen ten opzichte van de wijk die je daar gaat ontwikkelen.
Dat deel is echt specifiek, want er zullen een aantal maatregelen nodig zijn om ook op de wat langere termijn verschillende barrières te kunnen slechten. Dat geeft ons meer houvast om daar de komende tijd stappen in te gaan zetten, want het zal een behoorlijk ingewikkeld traject zijn, dat ook niet volgende week klaar zal zijn. Het zal misschien nog tien of vijftien jaar duren, maar dit maakt wel dat we bijvoorbeeld het gesprek met de HTM kunnen gaan voeren over wat het betekent als we alles gelijkvloers gaan doen. Daarmee geeft u ons echt wat meer richting om daar al op iets kortere termijn - dat zal vervolgens nog een hele tijd gaan duren de goede stappen te kunnen zetten. Dat verankert de al in het masterplan genoemde wens dus echt wat beter ten opzichte van alle stappen die we nog moeten zetten. Dat is dus echt het nieuwe eraan. Wat de vraag van Hart voor Delft betreft: in het mobiliteitsprogramma zeggen we natuurlijk al dat het uiteindelijk goed zou zijn als de snelheid op de Beatrixlaan wordt verlaagd. Dat is een belangrijk onderwerp voor de leefbaarheid, niet alleen van deze nieuw toe te voegen woningen maar ook van de bestaande woningen, bijvoorbeeld in de Poptahof maar zeker ook in andere wijken, in de Voorhof en de Buitenhof. Als daar minder hard wordt gereden, is er ook een geluidsreductie. Dat draagt zeker bij aan een leefbaardere omgeving.
Ik hoop daarmee de heer Treffers enige info te hebben verschaft om wellicht nog te overwegen toch iets anders te doen. De VOORZITTER: Er waren geen vragen voor wethouder Schrederhof. Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. In stemming komt motie 7.4.1 (Kansen voor collectief wonen in de Buitenhof) van STIP, Volt, GroenLinks, de SP, Onafhankelijk Delft, de ChristenUnie en de PvdA. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: De heer Hombergen is er even niet. Ik denk dat hij ingestemd zou hebben. In stemming komt motie 7.4.2 (Ruimte voor buurtverbinding in de Buitenhof) van STIP, GroenLinks, de SP, Volt, Onafhankelijk Delft en de ChristenUnie. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. 44
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Met de toevoeging van wijkgerichte economie kunnen wij achter de inhoud van deze motie staan. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De VOORZITTER: Mevrouw Fung Fen Chung kan tevreden zijn aan het eind van deze avond. Mooi gedaan! In stemming komt motie 7.4.3 (Weg met de barrière) van D66, GroenLinks en STIP. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. We zijn natuurlijk buitengewoon benieuwd naar het oordeel van de heer Treffers. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Wat een twijfel bij ons. Wij denken eerlijk gezegd dat het voelt als een motie voor de bühne en wij geloven ook dat de wethouder dit had kunnen toevoegen of gewoon had kunnen doen, maar naar aanleiding van de argumentatie geloven we dat het wel degelijk iets toevoegt. Daarom zullen wij voor dat ene kleine stukje toch voorstemmen. De VOORZITTER: Kijk eens aan. "Democratie is overtuigen", zei een oud-voorzitter van de Eerste Kamer, de heer Steenkamp, ooit. Bijna iedereen wil een stemverklaring afleggen. Ik onderstreep dat stemverklaringen kort en krachtig zijn. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Het argument dat dit een beetje dubbelop is, is misschien terecht, maar wij zien dit vooral als steun voor en bekrachtiging van het beleid van het college. Wij zullen dus voorstemmen.
Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. Hoewel wij voor de versmalling van de Beatrixlaan zijn, vinden wij dit, zoals al eerder gezegd, een gesprek voor een ander moment en een ander debat. Hoewel het wel iets toevoegt en we dat ook zeker steunen, valt het kwartje bij ons de andere kant op dan bij Volt. Wij stemmen dus tegen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Voor ons voelt deze motie wel degelijk dubbelop en voegt zij niets toe. Wij stemmen dus tegen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Het zal niet verbazen dat wij op basis van mijn eerste termijn gaan tegenstemmen. Ik herhaal nog een argument dat ook zwaar meeweegt. Zoals mevrouw Van der Vlist zei, hebben insprekers op deze manier geen kans gehad om hierover hun mening te geven. Wij hechten echt aan participatie en aan de mening van de stad. Dat weegt ook mee. Daarom stemmen we dus zeker tegen. De heer KOELEWIJN (Hart voor Delft): Voorzitter. Alles afwegende ten aanzien van deze motie trekken wij de conclusie dat de Delftenaar hier zeker niet bij gebaat is en zullen wij tegen deze motie stemmen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 25 tegen 12 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA, de SP, STIP en Volt ervoor hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. De VOORZITTER: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. 45
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Zoals de wethouder zelf al zei, hebben we het er niet uitgebreid over gehad dat dit een heel goed plan is. Dat wil ik toch benadrukken. Wij willen ook nogmaals benadrukken hoe navolgbaar en grondig de participatie was bij de totstandkoming. Wij zullen dus voorstemmen. De VOORZITTER: Goed om te horen, meneer Treffers. De heer VAN DER SLUIS (SP): Voorzitter. Wij stemmen tegen, omdat we 15% sociale huurwoningen gewoon echt te weinig vinden. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 30 tegen 7 stemmen, waarbij de fracties van Hart voor Delft en de SP ertegen hebben gestemd. 69. Voorstel van het college aan de raad inzake routekaart Delft klimaatneutraal 2050 (nr. 2410127). De VOORZITTER: Er is een motie aangekondigd van de heer Treffers. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Omwille van de tijd zal ik voornamelijk ingaan op de motie. Ik wil nog wel net als in de commissievergadering benoemen dat we eigenlijk hadden gewild dat de ambitie voor dit routeplan hoger lag, maar dat zij zo; dat moeten we maar accepteren. We hebben een motie gemaakt over de handhaving, want handhaving van nationale en regionale regelgeving is een van de pijlers in de routekaart, maar daar is vervolgens geen budget voor. Dat vinden wij een risico voor het behalen van alle doelen.
In eerste instantie hadden wij een motie geschreven om daarover met de VNG aan de slag te gaan. Dat gebeurt al. Dat is heel fijn. Tegelijkertijd denk ik dat het in de huidige tijd, inclusief vandaag, best verstandig is om dit soort risico's heel goed in de gaten te houden, want we moeten maar afwachten hoeveel geld we vanuit het Rijk krijgen voor dit soort belangrijke doelen. Daarom roept deze motie op om dit nauwlettend in de gaten te houden, zodat we bijvoorbeeld bij een update van de routekaart keuzes kunnen maken over het effect van het beleid dat we willen gaan voeren en over de vraag of het effect van handhaving niet groter zou kunnen zijn. Door de fracties van Volt en GroenLinks wordt motie 7.5.1 (Houd Handhavingscapaciteit Duurzaamheid in de gaten) ingediend: "De raad van Delft, bijeen op donderdag 16 mei 2024 ter bespreking van het agendapunt Voorstel van het college aan de raad inzake routekaart Delft klimaatneutraal 2050 (nr. 2410127). Wij stellen vast dat: -
de gemeente steeds meer wet en regelgeving vanuit de regionale en landelijke overheid over duurzaamheid moet handhaven; momenteel onvoldoende handhavingsgelden beschikbaar zijn voor duurzaamheidsregelgeving door de omgevingsdienst, zoals bijvoorbeeld het handhaven van minimaal energielabel C bij kantoren;
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat:
46
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
-
handhaving een essentiële pijler is van duurzaamheidsregelgeving, zoals uiteengezet in de klimaatroutekaart om in 2050 klimaatneutraal te worden; het onwenselijk is als de handhaving op naleving van de duurzaamheidsregels moet concurreren met handhaving van veiligheidsovertredingen; vertrouwen in de naleving van regelgeving belangrijk is, maar dat voldoende handhavingscapaciteit nodig is om misbruik van dit vertrouwen te voorkomen; er al gesprekken tussen de VNG en de landelijke overheid lopen op dit onderwerp.
Wij spreken uit dat de gemeenteraad het missende budget voor handhaving van huidige en toekomstige regelgeving als risico ziet voor het volledig behalen van de doelen in de routekaart Delft Klimaatneutraal 2050. We geven het college opdracht om: -
-
bij de halfjaarrapportage specifiek in te gaan op het effect van het ontbrekende budget voor handhaving van duurzaamheidsregelgeving en om te beschrijven hoe het college omgaat met het risico dat dit vormt voor het behalen van de doelen; bij de jaarlijkse monitor in te gaan op wat het effect is van niet adequaat handhaven op het behalen van de duurzaamheidsdoelen,
en gaan over tot de orde van de dag." Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Voorzitter. Wij zijn de tweede indiener van deze motie. Ik sluit me graag aan bij de mooie woorden. Los daarvan wil ik twee dingen benoemen. Het is heel goed dat we deze routekaart nu hebben. Ik heb in het commissiedebat technische vragen gesteld, vooral over hoe er omgegaan wordt met de koeltevraag. Daar heb ik heel mooie antwoorden op gekregen. Die zijn ook met alle woordvoerders gedeeld. Daarvoor nog hartelijk dank aan de ambtelijke ondersteuning, die dat heeft gedaan. Ik denk dat de oproep helder is: we moeten goed in de gaten houden hoe we de financiën rondkrijgen. We weten in ieder geval dat we met deze ambitie deze stappen kunnen zetten. Als we meer middelen hebben, kunnen we ook onze ambitie verhogen. Daar zit natuurlijk ook een bepaalde parallel in. Het zal geen geheim zijn dat GroenLinks daar zeker voor is. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Ik zal ook alleen op de motie reageren. Als er regels zijn, moet je je daaraan houden. Dat spreekt het CDA op zich aan. In dat opzicht hebben we dus een positieve grondhouding.
Tegelijkertijd vind ik het dictum wat lastig: wat gaan we nou precies krijgen? Krijgen we iets wat daadwerkelijk nuttig is en wat ook echt iets toevoegt aan het debat? Die vraag moet ik misschien meer aan de wethouder stellen: als deze motie wordt aangenomen, hoe helpt die ons dan? Maar is de motie ook uitvoerbaar? Ik lees immers ook dat er ingegaan moet worden op het effect van niet handhaven op het behalen van de doelstellingen. Als je dat weet, ben je feitelijk aan het handhaven. Dat een bepaald kantoor nog niet in energielabel C zit, kun je immers alleen weten als je daar iemand langs hebt gestuurd die dat gecontroleerd heeft. Ik vraag me dus af of deze motie uitvoerbaar is, maar dat is een vraag aan de wethouder. De heer TREFFERS (Volt): Ik zie het anders. Het gaat erom dat ik, als wij bijvoorbeeld weten dat een kantoorgebouw label E heeft, heel graag zou willen dat daar iemand langs kan gaan en kan zeggen: hé, dit zijn de regels. Op dit moment hebben we daar geen budget voor. Het onderzoeken van wat we hebben in de stad, is stap 1, maar we doelen op het daadwerkelijk handhaven van de regels. Maar ik ben natuurlijk ook benieuwd naar de antwoorden.
47
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De heer VALK (CDA): Dat is niet echt een vraag aan mij, maar als deze situatie zich voordoet, gaat het dus niet helpen, want dan weten we dat dus al. Waarom dan deze motie? Maar dat hoor ik graag van de wethouder: helpt deze motie haar in het beleid of niet? Aan de hand daarvan bepalen we hoe we gaan stemmen. De VOORZITTER: Fijn dat u het woord weer gaat voeren, mevrouw De Koning. Mevrouw DE KONING (Hart voor Delft): Dank u wel, voorzitter. Ik heb vanmiddag geoefend. Hart voor Delft is blij met de routekaart, omdat die zo uitgebreid in elkaar gezet is. Het eventuele effect van handhaven ontbreekt. Ik denk dat het college zich aan de regels hoort te houden en dat de wethouder zich daar ook mee bezig houdt. Daarnaast wordt dat tot nu toe nog steeds goed gecommuniceerd naar de raad of de commissie. Ik verwacht dat dit in de toekomst zo blijft. Hart voor Delft zal deze motie dus niet steunen, want we vinden haar overbodig. Mevrouw DE LEEUW (SP): Voorzitter. Daar is de SP weer met haar controversiële mening over dit onderwerp. Wij hadden namelijk al eerder - en hebben nog steeds - een probleem met de routekaart. We maken graag gebruik van de gelegenheid om dit te herhalen. In de opgestelde routekaart staan namelijk zoveel dingen die wetenschappelijk gewoon niet kunnen en waarnaar eigenlijk wordt gekeken met een roze bril in plaats van met een realistische en sustainable bril.
De heer ANALIKWU (D66): Ik kan mijn vraag kort houden: zoals? Kan mevrouw De Leeuw voorbeelden geven van dingen die in de routekaart staan maar niet uitvoerbaar zijn? Mevrouw DE LEEUW (SP): Dan ga ik door met mijn betoog, want de eerstvolgende zin gaat daar toevallig over. Kijk bijvoorbeeld naar het mooie percentage op pagina 10 of naar het grafiekje op pagina 33. Geen uitstoot hebben kan niet. We kunnen wel CO2-neutraal zijn, hetgeen meerdere keren in het rapport wordt genoemd, maar kom op, blijf dan consistent in de verwoording en houd het voor iedereen duidelijk. Het punt is dat ik twijfel aan de ambitie van ons als partijen en van de gemeente Delft om iets voor het klimaat te doen. De heer CÜPPERS (STIP): De SP roept op om hier consequent te zijn, maar ik wil dezelfde oproep aan de SP doen: waarom heeft ze deze voorbeelden en opmerkingen niet in de commissie aan de orde gesteld? Mevrouw DE LEEUW (SP): Ik heb dit onderwerp toevallig overgenomen van Joost. Ik heb dit document voor de grap bij de universiteit en bij de TU neergelegd om te kijken wat er mis mee is. Dat had gewoon even tijd nodig.
Aan het eind van de dag willen wij gewoon dat dit een goede en leefbare planeet is voor iedereen, maar om dit te realiseren moeten we consistent en realistisch zijn in onze bewoording en moeten we tegelijkertijd inspelen op de veranderingen van het politieke landschap en de actualiteiten, want aan het eind van de dag weten we allemaal dat naast het weer niets zo veranderlijk is als de politiek. De heer ANALIKWU (D66): Ik ben toch nog even op zoek naar wat de Delftenaar eraan heeft dat er niet "netto geen uitstoot", maar "geen uitstoot" staat. Mevrouw DE LEEUW (SP): We willen gewoon voorkomen dat er iets in de trant van bijvoorbeeld greenwashing voorkomt. Dat is onnodig, zonde en eigenlijk gewoon een klein beetje voorliegen. Dat zou zonde zijn. 48
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
Om nog even voort te borduren op mijn laatste punt, wil ik de wethouder vragen wat haar plan is als we dit niet gaan halen. Wat is het plan B voor de gemeente? Daar zou ik graag een reactie op willen. De heer CÜPPERS (STIP): Voorzitter. Voordat we ingaan op de motie van Volt, wil STIP kort stilstaan bij het belang van deze routekaart en het beleid richting klimaatneutraal dat hierin samenkomt. Een stuk als dit maakt echt duidelijk hoe hard en goed we hier als stad mee bezig zijn en dat er beleid ligt waar we trots op kunnen zijn en waarmee we laten zien dat met de schouders eronder onze doelen te behalen zijn. In de commissie was het enthousiasme al merkbaar. STIP zal zich er dan ook met hetzelfde enthousiasme hard voor maken om naar een klimaatneutraal Delft te blijven gaan. Dan de motie, want we zijn er nog niet en er liggen ook nog hindernissen in het verschiet. De motie van Volt gaat op een van die uitdagingen in. We denken dat deze motie een goede oproep doet die kan bijdragen aan een oplossing. We zullen de motie dus waarschijnlijk steunen om dit expliciet te maken. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. In de commissie hebben wij al aangegeven dat we de routekaart erg interessant vinden en dat die mooi vormgegeven is. Wij hopen ook dat de uitvoering hiervan door kan blijven gaan, ook met de recente ontwikkelingen in het achterhoofd, zoals Volt al aanhaalde.
In de commissie hebben we het gehad over de mogelijke uitbreiding van de zero-emissiezones. Technische navraag heeft geleerd dat de gemeente al nadenkt over de toekomst van zero emissie, dus ook na 2025. Dat is dus breder dan alleen in de binnenstad. We hebben wel nagedacht over een mogelijke versnelling, maar zoals we de afgelopen week konden lezen, gaat de huidige invoering al gepaard met best wel wat onduidelijkheden. Daar op dit moment nog iets aan toevoegen leek ons niet echt onredelijk. We zien dus af van een motie hierover. In de commissie is kort gesproken over de vervuilende oude bromfietsen die her en der nog in de hele gemeente Delft rijden. Ook daarover dachten we na: hoe kunnen we daarmee omgaan? Uit dezelfde beantwoording van de technische vragen bleek dat bij een eventuele uitbreiding van de zero-emissiezones ook ander beleid tot de mogelijkheden behoort, bijvoorbeeld voor vervuilende bromfietsen. Graag horen wij een toezegging van de wethouder dat dit inderdaad gebeurt, dus dat die bromfietsen inderdaad worden meegenomen bij het verdere onderzoek naar zero-emissiezones. De motie van Volt en GroenLinks vinden wij op het eerste gezicht echt heel sympathiek. Het leek ons ook logisch dat we benoemen wat ons als stad niet lukt, ook als de redenen daarvan begrijpelijk zijn.
Net als het CDA zijn we nog wel een beetje benieuwd naar de reactie van het college, want wij kunnen niet goed inschatten of dit punt ambtelijke inzet vraagt die anders misschien ingezet zou kunnen worden voor die handhaving. Dat is voor ons dus een beetje een paradox, maar dat horen we graag. Mevrouw VAN DER VLIST (ChristenUnie): Voorzitter. We sluiten ons wat de motie van Volt en GroenLinks betreft aan bij de vragen van het CDA: is de motie daadwerkelijk uitvoerbaar en helpt de motie? We herkennen ook de paradox van de PvdA, maar we hebben ook de volgende vraag aan de wethouder. We zagen op de langetermijnagenda nog een beleidskader natuurinclusief bouwen en een juridische borging van de klimaatadaptatie staan. We vragen ons af of die enigszins helpen bij deze motie of dat die documenten los daarvan gezien kunnen worden.
49
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
Dan nog een herhaling van een in de commissie gemaakt punt, want daar willen we graag toch nog iets over zeggen. De routekaart Delft klimaatneutraal 2050 is compleet, met duidelijke monitorings- en bijsturingsmogelijkheden, maar de circulaire economie ontbreekt hierin. Ja, daar hebben we een aparte uitvoeringsagenda voor, maar die is helaas wat minder uitgebreid dan deze routekaart, terwijl we wel een mooie Visie circulaire economie hebben liggen. Richting de Kadernota wil de ChristenUnie dan ook gaan kijken wat de mogelijkheden zijn om het programma circulaire economie meer gelijk te gaan trekken met het programma dat er nu staat voor Delft klimaatneutraal, want zonder hergebruik en circulair denken zul je een groot deel van je uitstoot binnen Delft misschien wel verminderen, maar uiteindelijk ben je het dan aan het verplaatsen. De heer ANALIKWU (D66): Voorzitter. Ik heb lang getwijfeld over wat deze motie precies toevoegt, maar ik denk dat het kwartje in dit geval toch de kant van Volt op valt. Wel voelt de motie ietwat dun. Wat mij betreft is een toezegging van de wethouder dus voldoende. De VOORZITTER: Er komen hier allemaal fundamentele vragen naar voren. Wethouder ZWART: Voorzitter. Er zijn een aantal vragen gesteld over de routekaart. Die loop ik kort langs.
Het CDA vroeg: als deze motie wordt aangenomen, wat verandert dat dan? Daaropvolgend vroeg de PvdA wat dat vraagt aan inzet. Wat er verandert, is eigenlijk dat er meer aandacht komt voor dit thema. Als u deze motie aanneemt, hebben wij scherp dat u handhaving echt een belangrijk thema vindt. Dan gaan wij kijken wat wij u daarover kunnen meegeven. Ik kan u nog niet meegeven hoe die rapportage er precies uit zal zien en waarover we wel kunnen rapporteren en waarover niet. Ik kan u wel meegeven dat we dat zeker de eerste tijd niet heel gedetailleerd kunnen doen, omdat we weinig capaciteit hebben om daadwerkelijk te handhaven. Dat is ook meteen het antwoord op de vraag van de PvdA: de capaciteit die we hieraan besteden, zullen we afwegen ten opzichte van de tijd die het kost. We maken natuurlijk altijd een afweging: wat kost de tijd voor rapporteren, evalueren en bijhouden ten opzichte van daadwerkelijke actie in de stad? Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Zouden we als raad dan eigenlijk niet veel meer gebaat zijn bij een wat bredere discussie over waar de handhavingscapaciteit naar zou moeten gaan? Want nu versmallen we de discussie heel erg naar de capaciteit op het gebied van duurzaamheid, maar u zegt eigenlijk zelf ook al dat die capaciteit dun is. Nu plukken we er eigenlijk één aspectje uit.
Zouden we die discussie op een ander moment niet in een wat bredere vorm moeten voeren? Wethouder ZWART: Deze motie blijft eigenlijk uit deze discussie, want zij geeft niet aan dat we meer moeten gaan handhaven. Zoals u zegt, is dat immers eigenlijk een bredere, integralere afweging die u als raad moet maken. Deze motie gaat eigenlijk alleen over hoe we binnen het programma Energietransitie monitoren op die handhaving en wat het effect is nu we dat niet doen. Dat is best een lastige vraag. Tegelijkertijd is dit thema natuurlijk wel heel wezenlijk. We gaan dus gewoon kijken wat we daarmee kunnen. Dat is het antwoord daarop. De SP vroeg wat het plan B voor de gemeente is. Eigenlijk stelt deze routekaart u als raad voor wat de komende jaren de systematiek is van hoe u inzicht krijgt in waar we staan en waarop u dan wil bijsturen. Juist de combinatie van de routekaart, de uitvoeringsagenda, de trendmonitor en de rapportages zorgt ervoor dat u steeds inzicht heeft in waar we staan en dat we het gesprek kunnen voeren over de vraag of bijsturing nodig is en, zo ja, hoe dan. Deze systematiek is dus precies het antwoord op uw vraag.
50
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De ChristenUnie had een vraag over klimaatadaptatie en natuurinclusief: staan die hier los van of niet? Het antwoord is eigenlijk hetzelfde als aan de VVD: dat is echt weer een integrale afweging over waar we op inzetten of niet. De VOORZITTER: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer TREFFERS (Volt): Voorzitter. Ik zal nog heel kort reageren op de VVD en misschien ook Hart voor Delft. Ik heb de totstandkoming van de motie kort uitgelegd, maar er zat eigenlijk nog een stap voor, namelijk dat ik las "we gaan niet handhaven". Toen dacht ik meteen: jawel, ik wil handhaven. Daar ging ik dus een motie voor schrijven. Tijdens het schrijven realiseerde ik me dat dat inderdaad overwegingen zijn die we nu echt niet kunnen maken. Daarom heb ik de motie zo geschreven dat we gaan monitoren, zodat we in de toekomst wel de informatie hebben om die beslissing gewogen te maken. Richting Hart voor Delft wil ik nog het volgende zeggen. Het college handhaaft natuurlijk niet; dat ligt bij de omgevingsdienst. Dit is een moment waarop landelijk heel veel zaken naar die omgevingsdienst worden overgeheveld, maar daar zit niet het juiste budget bij. Een van de risico's die ik daarbij zie, is dat we onze klimaatdoelen niet gaan halen, maar er zitten allerlei andere risico's aan. Daar wordt het gesprek bij de VNG al over gehouden en daarom heb ik daar geen motie over ingediend.
Dat is misschien de reactie op uw betoog. Ik vergat in mijn eerste termijn te zeggen dat ik de samenwerking met GroenLinks en de wethouder ontzettend prettig heb gevonden. Ook mevrouw Huijsmans heeft mij ontzettend geholpen met het wegwijs worden in wat er op dit onderwerp gebeurt bij de VNG. De VOORZITTER: Dat is goed om te horen. De heer VALK (CDA): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor het beantwoorden van mijn vragen. Ik heb begrepen dat de motie in principe uitvoerbaar is, maar dat er ook niet heel veel gaat gebeuren met deze motie. Ik twijfel dus nog een beetje over wat hiermee te doen. Kan de wethouder de motie niet gewoon toezeggen op de manier zoals zij zojuist gedaan heeft, waarna we het zo laten? Dat is mijn vraag aan de wethouder. Misschien wil Volt daar ook genoegen mee nemen. Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Voorzitter. Dit voelt voor ons toch als een motie die een heel smal gebied probeert te bestrijken. De wethouder heeft mij gerustgesteld: met deze motie spelen we de handhavingscapaciteit op het gebied van duurzaamheid nog niet zozeer vrij of iets dergelijks.
De motie moet vooral inzicht geven, maar dan zou ik de opdracht eigenlijk willen verbreden, want willen we dan ook niet inzicht hebben in de handhavingscapaciteit op alle andere domeinen waar we op dit moment handhaving op nodig hebben? Als we alleen dit gaan monitoren, ben ik een beetje bang dat dat bijna voorsorteert op alleen hiervoor de handhavingscapaciteit vrijspelen. Maar dat is ook gewoon een vraag aan de wethouder of we het hiermee inderdaad niet te smal insteken. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Je kunt de balans opmaken binnen handhaven, maar je kunt de balans ook opmaken binnen de hele routekaart die we hebben, waarbij ook een stukje van het budget naar het handhaven gaat. Door dit inzichtelijk te maken, kun je de overweging maken: moet er meer naar handhaven vanuit de energietransitie of moet er meer naar een van de projecten die je kunt doen? Dat is net een ander kader. Begrijpt u wat ik bedoel? De VOORZITTER: Ik weet het niet; ik twijfel daarover. 51
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
Mevrouw VAN DEN BERG (VVD): Ik twijfel daarover, omdat het in dit geval ook over budget gaat. Volgens mij is deze routekaart geen nieuw beleid. Het is alleen een samenvatting van datgene wat we allemaal al doen. Er is volgens mij ook geen budget aan gekoppeld. Ik ben nu dus even in verwarring. Mevrouw WESSELS (GroenLinks): Uiteindelijk is dit een tool om ons te helpen de goede afweging ook in de toekomst te kunnen maken. Als in verslaglegging inzicht wordt geboden in hoe het gaat met onze handhaving en onze andere dingen, kun je op basis daarvan ook budgetbeslissingen nemen. Je kunt dus ook in die balans zeggen: we willen eigenlijk dat er meer budget beschikbaar is voor handhaving op duurzaamheid. Dat is een andere balans waarbij je die overweging kunt maken dan alleen maar … Anders krijg je een discussie over waar meer geld naartoe moet: naar veiligheid of naar duurzaamheid? Als je het budget niet ruimer kunt maken, is dat een discussie die je moet voeren, maar als je met de bril van duurzaamheid kijkt, kun je met elkaar ook daar zeggen: moet er binnen dat budget niet meer budget naar een project of naar handhaving? Ik hoop dat ik nu helderder ben. De VOORZITTER: Volgens mij heeft u het wel zeer gepoogd. Of het gelukt is, zal mevrouw Van den Berg voor zichzelf moeten beoordelen.
De heer TREFFERS (Volt): Ter aanvulling: stel dat er in de klimaatroutekaart een maatregel staat die € 1 miljoen kost en dat wij voor 3 ton hetzelfde kunnen bereiken door alleen maar te handhaven, dan denk ik dat de VVD dat samen met mij heel graag zou weten. Daarom willen wij dit graag monitoren, zoals dat mogelijk is en zoals de wethouder dat zal invullen. De VOORZITTER: Mevrouw Van den Berg, was u klaar met uw tweede termijn? Dat is het geval. De heer VAN DER STEEG (PvdA): Voorzitter. Wij hebben technische vragen gesteld over die bromfietsen. Ik citeer uit het antwoord: "Gelijktijdig willen we onderzoeken of het meerwaarde heeft om de milieuzone te laten gelden voor meerdere soorten voertuigen, zoals brommers en scooters". Ik heb een beetje moeite met dat "zoals". Dat voelt wat vrijblijvend. Ik zou graag van de wethouder - misschien van de wethouder Mobiliteit - willen horen dat zij inderdaad worden meegenomen. Wethouder ZWART: Voorzitter. De enige vraag die ik vanuit het CDA heb gehoord, is of de wethouder hier een toezegging kan doen. Ik heb volgens mij niet een heel levendige discussie gehoord die aangeeft dat er partijen heel erg tegen zijn als we meer inzicht geven in handhaving, als dat enigszins pragmatisch gebeurt. Als ik de tafel goed rondkijk, kan ik volgens mij dus de toezegging doen dat we daar in onze rapportages met meer aandacht naar kijken.
Is dat voldoende? De heer TREFFERS (Volt): Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik was afgeleid. Heeft u de motie helemaal toegezegd? De VOORZITTER: Goh, meneer Treffers. Wethouder, kunt u het nog één keer zeggen, speciaal voor meneer Treffers? Wethouder ZWART: Ik doe de toezegging dat wij meer aandacht voor handhaving in onze rapportages hebben, zodat u meer inzicht krijgt in wat die handhaving betekent. Wel een kleine disclaimer: ik weet niet of dit al meteen gaat lukken met het voorbeeld dat u zojuist gaf, maar we gaan wel met meer aandacht daarnaar kijken. 52
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De VOORZITTER: Dat leidt tot de vraag of GroenLinks en Volt de motie daarmee intrekken. Zie ik twee knikkende hoofden? Dat is het geval. Wethouder HUIJSMANS: Voorzitter. De PvdA stelde een vraag over bepaalde brommers en andere vervuilende voertuigen. Die nemen we ook mee in het verhaal voor de nadere uitwerking. Er zijn wel verschillende momenten waarop we dingen kunnen vastleggen. We zitten nu in het duurzaam zoneren, dat met name te maken heeft met die zero-emissiezone, maar daar komen allemaal verschillende stappen in, waarbij zeker ook tweetakt wordt meegenomen. Dat heb ik ook in eerdere situaties meegegeven, volgens mij zelfs in de vorige periode, naar aanleiding van vragen van andere partijen. Dit ter bevestiging. De VOORZITTER: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. Ik stel vast dat de motie is ingetrokken en dat wij nog slechts over het voorstel hoeven te stemmen. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 35 tegen 2 stemmen, waarbij de fractie van de SP ertegen heeft gestemd. De VOORZITTER: Dat is heel mooi. De heer VAN DER SLUIS (SP): Een kleine opmerking: wat is er mooi aan dat een motie wordt aangenomen of verworpen? De VOORZITTER: Nee, het is geen motie. Het voorstel is aangenomen met een brede meerderheid.
De heer VAN DER SLUIS (SP): Ja, maar dan nog: u als voorzitter … Waarom is het mooi als iets wordt aangenomen of niet? De VOORZITTER: Dan kunnen we weer verder. De heer VAN DER SLUIS (SP): Dat is waar. De VOORZITTER: Dat is het eigenlijk gewoon. Het is volstrekt geen mening over het voorstel. Die heb ik volstrekt niet. Het is gewoon: we gaan weer aan de slag. 70. Collegebrief Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie 2024-2026 (2410139). De VOORZITTER: Er zijn vier moties aangekondigd. De heer VAN RIJN (VVD): Voorzitter. De Ruimtelijk-Economische Visie 2020-2030 is destijds op aandringen van de VVD tot stand gekomen. Wij staan nog steeds achter de in de REV geformuleerde doelstelling, namelijk 10.000 extra banen en 100.000 vierkante meter extra bedrijfsruimte in de periode 2018-2040. Helaas gaat het moeizaam met de realisatie van deze doelstellingen. Als VVD strijden we al jaren voor een verbetering van het vestigingsklimaat, bijvoorbeeld door lagere lasten en parkeertarieven, een goede bereikbaarheid, voldoende parkeerplaatsen en het koesteren van de autobezitter, meer woningen voor middeninkomens en een veilig ondernemersklimaat. Het is duidelijk dat de keuzes die dit college maakt, het vestigingsklimaat en de doelstellingen van de REV een beetje ondermijnen. Ik heb een motie overwogen die in één klap het vestigingsklimaat 53
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
drastisch kan verbeteren, maar dan kan het coalitieakkoord in de prullenbak. Ik schat in dat de coalitiepartijen niet meegaan in bijvoorbeeld het verlagen van de lasten voor Delftenaren en het ongedaan maken van de ambities op het gebied van autoluw. Realiteitszin is dus zeker aanwezig bij de VVD. We hebben uiteindelijk gekozen voor een realistische motie met de naam Red de REV; het rijmt bijna. In deze motie, die we samen met STIP indienen - dat vind ik weer een mooi voorbeeld van samenwerking tussen oppositie en coalitie - roepen wij het college op om economie en dus de REV meer prioriteit te geven ten opzichte van andere urgenties, de maatregelen om betaalbare bedrijfsruimte te creëren te concretiseren - want het actieplan is toch wat vaag en hoogover - en verloren of niet gerealiseerde bedrijfsruimte bij nieuwbouw elders in de stad te compenseren; althans, we willen nu onderzoeken of dit kan. Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de wethouder op deze motie, maar ik denk dat zij spinnend tevreden zal zijn met de hulp vanuit de raad. Wij overwegen om de overige moties te steunen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Ik kijk in de motie Red de REV naar "We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat", met name naar: "huidige bedrijven bij transformatie van het gebied hun locatie gaan heroverwegen en mogelijk vertrekken uit Delft".
Heeft de VVD zicht op welke bedrijven dit zijn, hoeveel het er zijn en om welke termijn het gaat? De heer VAN RIJN (VVD): Daar moet ik schriftelijk op terugkomen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dan vul ik mijn vraag aan: is dit gebaseerd op onderzoek van de VVD of op een onderzoek van iemand anders? De heer VAN RIJN (VVD): Wat ik constateer, is dat het aantal arbeidsplaatsen niet is toegenomen. Sterker, dat aantal is de afgelopen jaren afgenomen. Wat ik ook zie, is dat het moeizaam gaat met de ontwikkeling van bedrijfsruimte. Dat komt gewoon doordat economische bedrijvigheid in het geding is gekomen. Dat is gewoon zorgelijk. Daarom deze motie. Door de fracties van de VVD, STIP, Onafhankelijk Delft, de SP, GroenLinks en Volt wordt motie 7.6.1 (Red de REV) ingediend: "De raad, bijeen op de vergadering van 16 mei 2024 ter bespreking van collegebrief Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie 2024-2026 (2410139). We stellen vast dat: • • • •
om de in de REV 2018-2023 geformuleerde doelstellingen, namelijk 10.000 extra banen en 100.000 m2 extra bedrijfsruimte in periode 2018-2040 te realiseren, er nog veel werk aan de winkel is; het Actieprogramma Ruimtelijke-Economische Visie 2024-2026 stuurt op het creëren van extra bedrijfsruimte door middel van een minimale norm van 10% bedrijfsruimte bij nieuwbouwontwikkelingen; het actieprogramma daarnaast inzet op zo veel mogelijk behoud van de huidige bedrijfsruimte; we daarnaast ook grote ruimtelijke opgaven hebben voor andere prioriteiten en verplichte doeleinden, zoals schoolgebouwen, opvang van asielzoekers of woningen.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: 54
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
• • • • •
economie van groot belang is voor een veerkrachtige en bruisende stad, maar vaak te weinig prioriteit krijgt; het essentieel is om te sturen op een goede balans tussen wonen en werken in Delft om onze ambities op betaalbare bedrijfsruimte, banen op ieder niveau, innovatieve industrie en stadsverzorgende economie te behalen; huidige bedrijven bij transformatie van het gebied hun locatie gaan heroverwegen en mogelijk vertrekken uit Delft; het wenselijk is om verloren bedrijfsruimte bij nieuwbouw op een andere plek in de stad te compenseren; dit gedaan kan worden door middel van mogelijkheden van compensatie, zoals een compensatieplicht, waarbij de gemeente de plicht heeft om verdwenen bedrijfsruimte ergens anders in de stad weer toe te voegen.
We vinden dat de gemeente echt werk moet maken van de REV en economie meer prioriteit moet geven in transformatiegebieden en bij nieuwbouw. We geven het college opdracht om: • • •
met het programma betaalbare bedrijfsruimte concreet te maken welke maatregelen worden genomen om betaalbare bedrijfsruimte te realiseren; daarnaast te onderzoeken hoe mogelijkheden van compensatie toegepast kunnen worden in Delft; de resultaten van dit onderzoek uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 te presenteren aan de raad,
en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw WENTINK (STIP): Voorzitter. Allereerst wil ik de heer Tilman bedanken voor het contact dat hij met de andere partijen heeft gehad. Zoals STIP al in de commissie heeft aangegeven, dienen wij een motie in om de voortgangsrapportage te krijgen van de REV. Hiermee houden wij als raad overzicht over de acties van het actieprogramma. Bij periodieke updates kan de raad dan zien of het lukt om de acties uit te voeren of dat we als raad toch moeten bijsturen. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Volgens mij krijgen wij bergen voortgangsrapportages van het college. Dat levert ook nog eens werk op. Bij zo'n actieprogramma is juist duidelijk dat we om de paar jaar een nieuwe versie, een update, krijgen met daarin een verslag van het verleden. Vindt STIP dat niet genoeg? Dat gaat ons wellicht ook als raadsleden wat tijd schelen. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): Aanvullend: in de tussentijd krijgen we natuurlijk bij elke jaarrekening een update van de percentages die worden gehaald bij het kopje Economie en vastgoed. Is dat inderdaad niet genoeg? Mevrouw WENTINK (STIP): Dank u wel voor deze vragen. Wij willen graag een voortgangsrapportage om echt te kunnen zien hoe het gaat met de acties vanuit het actieprogramma van de REV. Voor ons is het niet frequent genoeg om om de paar jaar opnieuw te gaan kijken.
Wij zouden dit net wat vaker willen zien, zodat we echt tijdig kunnen bijsturen om te zorgen dat we investeren in de Delftse economie.
55
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
Dan de motie die wij met de VVD en nog een aantal andere partijen indienen om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor compensatie wanneer bedrijfsruimte verdwijnt. Hiermee krijgen we inzichtelijk wat we kunnen doen als we ergens bedrijfsruimte verliezen en hoe wij dat ergens anders in de stad kunnen toevoegen. Zo hebben we beter grip op het behouden van onze kostbare bedrijfsruimte. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Hoe verhoudt wat u net zei over het behoud van bedrijfsruimte zich tot wat in ditzelfde document staat, namelijk dat er bij nieuwbouwontwikkelingen 10% bedrijven, bedrijfsruimte of dat soort termen erbij zou moeten komen? Is dat niet voldoende? De heer HOMBERGEN (PvdA): Is de motie betreffende zicht houden op de Delftse economie niet gewoon breed gesteld en zou de motie Red de REV niet een van de facetten daarvan kunnen zijn? Waarom twee moties als de ene motie makkelijk bij de andere had kunnen worden opgenomen? Mevrouw WENTINK (STIP): Ik ga eerst in op de vraag van de ChristenUnie. Het is natuurlijk hartstikke mooi dat we bij nieuwbouw gaan kijken naar 10%, maar we willen ook juist dat we, als ergens bedrijvigheid verdwijnt, die ergens anders kunnen toevoegen in Delft.
We gaan immers niet constant ergens nieuwbouwontwikkelingen doen, want op een gegeven moment is Delft helaas vol en we willen wel dat we, als ergens bedrijfsruimte verdwijnt, die ergens anders compenseren. De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Dat is een duidelijk antwoord, maar als we hierover weer jaarlijks gerapporteerd worden, is het op het punt van de compensatie van bedrijfsruimte - daarbij gaat het vaak om lange termijnen - dan niet voldoende om juist om de paar jaar een update van dat actieprogramma te kijken? Mevrouw WENTINK (STIP): Ik denk dat wij hier gewoon anders naar kijken dan de ChristenUnie. Wij zien juist heel graag toch frequenter zo'n voortgangsupdate, waarin we echt kunnen zien hoe het met onze ambities staat, hoe we daar verder mee kunnen en hoe we kunnen compenseren als ergens bedrijfsruimte verdwijnt. Dat kan een meningsverschil zijn. Ik ga nu in op de interruptie van de Partij van de Arbeid. De motie Red de REV gaat echt over de compensatiemogelijkheden en het doen van een nieuw onderzoek naar wat hier mogelijk is. Dat staat momenteel nog niet in de REV. We dienen ook de motie Meer stadsverzorgende economie van GroenLinks mede in, maar de toelichting daarvan laten we aan de eerste indiener over.
Door de fractie van STIP wordt motie 7.6.2 (Zicht houden op de Delftse economie) ingediend: "Deze motie wordt besproken door de gemeenteraad van Delft op de vergadering van 16 mei 2024 bij de bespreking van de collegebrief Actieprogramma Ruimtelijk-Economische Visie 2024-2026. We stellen vast dat: -
de gemeente Delft met de inzet op het Innovatiedistrict Delft grote ruimtelijkeeconomische ontwikkelingen doormaakt; 56
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
-
de vraag naar betaalbare bedrijfsruimte en stadsverzorgende economie blijft groeien; het Actieprogramma Ruimtelijke-Economische Visie 2024-2026 deze ontwikkelingen koppelt aan acties; de gemeente pas in 2027 het Actieprogramma Ruimtelijke-Economische Visie 20242026 evalueert; de raad geen update krijgt over het actieprogramma tot 2027.
We hebben nagedacht over en houden er rekening mee dat: -
-
de ontwikkelingen uit de Ruimtelijk-Economische Visie grote invloed hebben op de Delftse economie, zoals beschikbare bedrijfsruimte, voorzieningen in de wijken en onze positie als kraamkamer voor innovaties en innovatieve bedrijven; de gemeente de acties op deze ontwikkelingen de komende jaren uitvoert op basis van het actieprogramma; het wenselijk is om ook in de periode vóór 2027 als raad overzicht te houden over het actieprogramma en de gekoppelde acties; met periodieke updates de raad kan zien of het lukt om de acties uit te voeren en of de raad moet bijsturen; een voortgangsrapportage, indien nodig, de gelegenheid geeft om bij te sturen op het actieprogramma.
We geven het college opdracht om: -
jaarlijks te rapporteren over de voortgang van de Ruimtelijke-Economische Visie 2021-2030 en haar actieprogramma's; uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 de eerste voortgangsrapportage te sturen naar de raad en daarbij deze motie af te doen,
en gaan over tot de orde van de dag." De heer VALK (CDA): Voorzitter. We verbaasden ons over de opmerking in dit stuk, waar best heel veel goede dingen in staan, dat het verhaal dat Delft een stad van technologie en innovatie is, onvoldoende verteld wordt. Dat kwam voor ons echt uit de lucht vallen. Ik kan me dat ook moeilijk voorstellen. Volgens mij weet iedereen dat Delft een stad van technologie en innovatie is, maar het werd nu ineens zo gezegd. Daar werden ook meteen allemaal acties aan gekoppeld, zonder dat daar bedragen bij genoemd werden. Wij vinden dat je er scherp in moet zijn als je zoiets beweert. Het kan best waar zijn, maar toon dat dan aan en geef aan hoe dat komt. Naar mijn gevoel praten we dus echt meer dan genoeg over Delft, doen we veel aan marketing van Delft en weet eigenlijk de hele buitenwereld - in ieder geval de mensen voor wie dit relevant is - dat Delft echt een stad van technologie en innovatie is. Daarom dienen wij een motie in met deze strekking: wij zijn op zich niet principieel tegen meer communicatie als dat nodig blijkt te zijn, maar laat dan zien dat dat nodig is en legt dat dan aan de gemeenteraad voor. Dat hadden we natuurlijk liever al in dit stuk gehad. Het is ook een oproep tot heldere communicatie. Het gaat om belastinggeld en we koersen af op een ravijnjaar. Ik zie ineens een heleboel vingers omhooggaan. Dat is fijn en leuk.
Het is dus een oproep tot heldere communicatie. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Ik hoor de heer Valk zeggen dat iedereen weet dat Delft een stad van technologie en innovatie is en dat de TU internationaal wereldwijd bekend is. Dat klopt ook. Vanuit economisch perspectief liggen daar echt ook nog kansen om maatschappelijk veel meer impact te maken. Met dit Innovatiedistrict willen we daar invulling aan geven. Volgens GroenLinks zijn een profiel en een goede strategie daarvoor een eerste 57
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
beginpunt. Daarom vraag ik de heer Valk hoe hij invulling zou willen geven aan dat Innovatiedistrict en hoe we volgens hem vanuit Delft een trekkersrol kunnen vervullen met de kennis die op de TU beschikbaar is en Delft echt neer kunnen zetten als een stad van innovatie en technologie, ook vanuit ondernemersperspectief. Mevrouw BRUSSAARD (Volt): De motie van het CDA is eigenlijk gebaseerd op een aanname, een "wat als", namelijk: wat als hier een geldvraag uit komt? Dat staat er eigenlijk niet. We weten dat er een uitvoeringsovereenkomst is met Delft Marketing. Het is niet gek dat wij vragen om het verhaal van Delft te vertellen. Het is ook niet gek om van een marketingbureau te verwachten dat het af en toe een nieuw plan maakt, want we zijn een ander Delft dan 20 jaar of 100 jaar geleden. Ook landelijk willen we tegenwoordig een ander beeld neerzetten dan dat we een land van klompen zijn en willen we laten zien dat we internationaal interessant zijn. Daar doet Delft dus in mee. Mijn vraag aan het CDA is dus: bent u het met mij eens dat de motie gebaseerd is op een aanname? We kunnen heel veel moties maken op basis van "wat als". Ten tweede: is dat ook niet gevaarlijk? Want eigenlijk wordt er gezegd: het gaat misschien meer kosten.
Vindt u niet dat dit eigenlijk gewoon in de opdracht van Delft Marketing zit? De heer VAN DER WOERD (ChristenUnie): Mij valt op dat deze motie min of meer neutraal gesteld is. Het lijkt op zich prima: het is aan de raad; de raad is aan het roer. Er zit ook iets principieels in. Daarom is mijn vraag: vindt het CDA nu dat er ook meer aan stadsmarketing in deze zin gedaan moet worden? Want dat blijkt niet zozeer uit deze motie en daar ben ik wel naar op zoek. Mevrouw WENTINK (STIP): Mijn vraag sluit aan bij die van Volt. Als het CDA aangeeft eventueel geen geld te willen inzetten voor de marketing, hoe zou het CDA dan innovatieve bedrijven willen aantrekken? Of wil het CDA dat niet voor Delft? De VOORZITTER: Meneer Valk, een viertal vragen. De heer VALK (CDA): Ik zal ze een voor een langsgaan. De opmerking van GroenLinks is interessant, want eigenlijk legt GroenLinks daarmee een bom onder het Delftse kenniseconomiebeleid. GroenLinks zegt immers dat dat de afgelopen jaren weinig rendement heeft opgeleverd, want economisch valt het tegen. Dat is best een heel stevige uitspraak.
Het ligt misschien een beetje buiten de scope van dit debat om deze discussie nu te voeren, maar ik nodig GroenLinks graag uit om daar een keer een avond een sessie over te hebben: hoe kunnen we het geld dat we in de kenniseconomie steken, zo efficiënt mogelijk besteden? Wat ons betreft is dat: wat minder praten, wat minder naar marketing, communicatie en reclamebureaus en misschien wat meer richten op voorzieningen voor ondernemers of andere zaken. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Cijfers van Platform 31 wijzen wel degelijk uit dat het aantal banen in Delft en het aantal vestigingen in de afgelopen periode achterblijven en dat er nu 35 innovatieve bedrijven op de TU en in het mkb zijn. In vergelijking met Leiden is dat voor zo'n grote universiteit heel erg laag. Er liggen dus gewoon feiten onder. Ik ga graag in op het aanbod om daar een keer een gesprek over te voeren, maar ik denk dat er echt nog kansen liggen om stappen te zetten, zeker in het Innovatiedistrict. De VOORZITTER: Mevrouw Wattel, ik moet u erop wijzen dat interrupties kort en krachtig zijn.
58
HANDELINGEN GEMEENTERAAD 2024
De heer VALK (CDA): Ik ga graag een keer met GroenLinks een avond organiseren over het Delftse kenniseconomiebeleid en de effecten daarvan, want de conclusie dat het effect soms tegenvalt, deel ik helemaal. Sterker nog, negen jaar geleden heb ik een discussienota geschreven, Het kan nog slimmer. Daarin heb ik allerlei aanbevelingen gedaan voor hoe het geld dat Delft aan kenniseconomie besteedt, per jaar € 2 miljoen, slimmer kan worden besteed, zodat het economisch beter rendeert. Ik heb het vandaag weer eens teruggelezen. Een aantal aanbevelingen zijn overgenomen, maar de meeste niet. Ik denk dat zij nog steeds gelden. Een van de oplossingen kan inderdaad misschien zijn om minder te praten en meer te doen. Een andere aanbeveling was destijds een gerichter accountmanagement. Zo staan er nog meer in die nota. Ik nodig GroenLinks uit om die nota ook nog eens te lezen en erbij te pakken, maar ik denk dat we het ook al tien jaar proberen met meer foldertjes drukken, meer promotie maken voor iets of een mooi logo. Ik weet niet of dat de oplossing is. Dat brengt me bij de vraag van de ChristenUnie. Als dat wel zo is, moeten we dat natuurlijk vooral doen. Vandaar dat ik de motie bewust heel neutraal heb opgesteld.
Als de wethouder met een goed verhaal komt waaruit blijkt dat het maken van een goede promotiecampagne voor het Innovatiedistrict echt het beste is wat we als Delft kunnen doen, ben ik daar natuurlijk niet tegen. Ik ben niet principieel tegen meer stadsmarketing, maar ik wil het wel graag onderbouwd zien. Dat gebeurt niet in dit stuk. Er wordt nu gewoon gezegd dat we het te weinig doen. Volt zegt dat impliciet de aanname wordt gemaakt dat dit tot extra geld leidt. Ik heb het technisch nagevraagd en inderdaad, die plannen zijn er wel. De wethouder heeft dat trouwens ook gezegd in de commissie: er gaat wel degelijk extra geld uitgegeven worden aan promotie voor het Innovatiedistrict. Zo moeten we die zin lezen. Dat had ik dus graag gelezen in dit stuk, want ik ben voor heldere communicatie, zeker als het om geld gaat richting het ravijnjaar. De vraag van STIP ben ik kwijt. Ik was nog heel druk aan het schrijven toen ik het woord kreeg. Kan de vraag worden herhaald? Mevrouw WENTINK (STIP): Onze vraag ging in op de interruptie van Volt. Hoe zou het CDA dan wél bedrijven naar Delft willen trekken als het CDA dat niet via marketing zou doen? Of wil het CDA dat helemaal niet? De heer VALK (CDA): Dank u voor de herhaling van de vraag.
Het antwoord is een beetje het antwoord dat ik aan GroenLinks gaf: ja, dat willen we heel graag en daar besteden we als Delft elk jaar ook best wat geld aan. Maar blijkbaar rendeert dat onvoldoende, zoals we nu ook horen van GroenLinks, en kan dat beter renderen. Daar ging destijds mijn discussienota al over. Een andere aanbeveling was destijds dat we meer moeten sturen op resultaat. Dat doen we gewoon onvoldoende. We geven er wel veel geld aan uit, maar we hebben geen KPI's om te meten of we de goede dingen aan het doen zijn. Negen jaar geleden heb ik die aanbeveling gedaan, maar we doen dat nog steeds niet en we zijn wel zo'n € 20 miljoen verder. Mevrouw WATTEL (GroenLinks): Is de heer Valk het met mij eens dat we het budget en de energie voor onderzoek beter kunnen besteden aan het ontwikkelen van een goed en duidelijk economisch profiel voor Delft in combinatie met een strategie voor hoe we nu invulling zouden willen geven aan het Innovatiedistrict in plaats van aan deze marketingstrategie? De heer VALK (CDA): Dan stel ik een tegenvraag: zegt GroenLinks dus eigenlijk ook dat het geld besteden aan de marketingstrategie slimmer kan en dat we dat beter aan iets anders kunnen besteden?